CamperCassie

Zuid Afrika ✓

Eindelijk dan Zuid-Afrika. Ik had het wat afgehouden, hoorde geen goede verhalen. Maar iedereen is het er over eens, het is super mooi. Dus moeten we dat zelf gaan oordelen nietwaar. Ik heb drie verhalen samen gevoegd dus het is een epistel geworden van 12.229 woorden, 65 minuten leestijd.

De grens Zuid Afrika in, was een eitje, dat ging snel. Opvallend waren de 40 of 50 uitgemergelde Ethiopiërs die voor de grenspost lagen te slapen, midden op de dag en midden op straat. Een vroeg er om eten en ik gaf hem een brood. Hij had al twee dagen niks gegeten, en kijkend naar zijn dunne armpjes geloofde ik hem wel. Vluchtelingen uit Ethiopia die wachtte op een paspoort of toestemming om ZA binnen te gaan. Sommige lagen er al 4 weken, en er is niks aan eten of drinken te koop. Bah bah.

Route naar het zuidelijke deel van Zuid Afrika

Er was net over de grens een tankstation met pin automaat, dus geld was ook snel binnen. Ik wilde naar Johannesburg rijden om daar mijn 12-24 volt converter te halen. Het snelste zou zijn over de N1. Maar dat is een drukke tolweg, daar had ik geen zin in. Sloeg dus vlak voor het eerste dorp (niet nadat ik uiteraard daar even mijn proviand aangevuld had) rechts af en volgde de R572 via Alldays en Vivo. Vond een camping maar die vroegen veel geld en ik heb eigenlijk niks nodig, alleen een parkeerplek. Om dan voor alleen parkeren zoveel neer te leggen is ook zonde. Parkeerde voor de nacht bij het tank station er naast. De nachtwaker, een aardige jongen van 25 was getrouwd en had een kind, kletste zichzelf een baan in Nederland aan. Ik vond het best, zolang hij me maar goed bewaakte. We zaten met z’n tweeën een uurtje te praten onder de felle lampen van het gesloten benzine station. De lampen trokken de meest vage insecten aan. Nachtvlinders zo groot als mijn uitgestrekte hand. Hele enge mais-vreters. Een kruising tussen een sprinkhaan en een spin. Heel gevaarlijke beesten volgens de nachtwaker. Niet voor ons, maar voor mais. Ze vreten de mais op voor ze rijp is en als er veel zijn kunnen ze hele oogsten vernielen.

https://ctjansen.nl/test/wordpress/wp-content/uploads/IMG_0497-1024x768.jpgPlaatsnamen in Zuid Afrika niet altijd uitspreekbaar

De volgende dag was ik rond het middag uur in in Polokwane, een redelijk grote stad. Daar stopte ik bij een winkelcentrum om een mobiel nummer te kopen en een internet stick. En verder richting Johannesburg via de R579. Uren en uren door mais velden, dan weer een uur door mistroostige zwarte nederzettingen vol met krotten en mensen die aan de kant van de weg hingen en niks deden. Dat is blijkbaar modern Afrika. Je zag dat in vele vorige landen, maar dan woonde men in rieten hutjes en had geen mooie kleren. Hier woont men in stenen huizen met golfplaten daken en draagt men goede kleding. Maar men hangt even hard rond en doet niks als in Mali of Angola.

Had de hele dag al niet één plek om te kamperen gezien. Alles maar dan ook alles is met hekken afgezet. Ook campings waren er niet, en dit had ik echt niet van Zuid Afrika verwacht. Ik had in mijn hoofd dat het een camping walhalla zou zijn met veel natuur en vrije plaatsen en als je dat niet wilt, echte campings.
Op de valreep van de avond vond ik bij Middelburg (dam) een kampeer plek bij een water. Erg mooi. Omdat het weekend was waren er ook wat zuid Afrikanen in groepjes met tenten. Maar ik was moe van een dag met 550 km rijden, maakte mijn eten en sliep.

Rond Middelburg word er overal in de grond gegraven. Hier in dit gebied vind men kolen en is daar dan ook erg actief in. Overal grote dubbele vrachtwagens met grote kiepbakken vol kolen. Om de zoveel kilometer gigantische kolen centrales die dikke pluimen rook de lucht in gooien. Ook opslag terreinen van honderden meters lang en breed met bergen kolen van 40-50 meter hoog. Bah bah wat een energie komt hier nog uit de grond. In Europa hebben we alles al op gemaakt.

Biltong. Nee, niet een tong in je bil, ook niet een bil in je tong. Maar gedroogd vlees. Daar zijn vele gek van hier. In Amerika heet het Jerky, maar hier in het zuiden van Afrika heet het Biltong. En dat kan je in allerlei variaties krijgen. Uiteraard de diverse soorten vlees (koe, vogel, hert etc) maar ook gedroogd met peper, mango of andere vage smaken. Verder heb je het in gedroogde en in heel gedroogde vorm. Ik heb diverse soorten geprobeerd ondertussen en vind er maar weinig lekker, ondanks dat ik een vleeseter ben. Kan de heel gedroogde vorm met een chili smaak nog wel eenm beetje waarderen. Als een snackje onder het rijden. En zonder koolhydraten. Maar ik heb toch liever een stukje kaas.

Wegen over het algemeen goed

Het laatste stuk naar Johannesburg was druk, ondanks dat het zondag was. Vond via internet een camping in de buurt van Johannesburg, vlak bij het vliegveld. Belde ze op en kreeg aanwijzingen hoe ik er moest komen. Zo rijdend door de buitenwijken van Johannesburg leek het hier best aangenaam. Veel groen, veel mooie huizen, winkelcentra en het leek allemaal relaxed. Bij de campsite aangekomen bleek die net bezig met het vernieuwen van de cementen ingang en ik kon er moeilijk door. De super aardige eigenaar belde een kennis op en na een kopje thee reed ik die kant uit.
Peter was een toeristen gids en had voor het WK een deel van zijn enorme tuin als camping ingericht, compleet met elektra aansluiting en water punten. Na de WK had hij niet veel klanten meer gehad dus hij was blij met me. De prijs was wat aan de dure kant maar ach, voor een naggie.

Maandag ochtend reed ik het eigenlijke Johannesburg binnen. Ik was de westerse overvloed niet meer gewend. Jezus wat een winkels, wat een aanbod. Wat een decadentie als je uit arm Afrika komt. Ik dacht dat Namibië erg was, maar hier was het kilometer na kilometer met shopping malls, dure winkels, vreet zaken en luxe artikelen. Ik schaamde me een beetje eigenlijk en bedacht weer waar we als westerse maatschappij toch mee bezig waren.
Hoe dan ook, mag ook niet al te veel klagen in mijn grote vrachtwagen. Vond de leverancier van mijn elektrische component vrij snel (het leven met GPS is toch zo makkelijk) en reed door naar het apartheids museum. Moet toch wat aan cultuur doen nietwaar. Dat geintje koste me twee uur rijden ondanks dat het maar 30 km verderop was. Reed diverse malen heel verkeerd (ondanks GPS) en kwam in enge wijken in Johannesburg terecht. Hield, zoals vele me al verteld hadden, angstvallig deuren op slot en ramen dicht. Na heel wat zweten kwam ik eindelijk bij het museum. En dat was gesloten op maandag. Ik zal je niet de vloeken laten horen die ik toen uitte, maar boos en teleurgesteld was ik zeker.

Dus maar door naar het zuiden en richting Kaapstad. Dat is maar liefst 2000 km of zo. Besloot om via de Golden gate Highlands park te rijden wat in de buurt van Lesotho ligt. Wederom uren door lange maisvelden, afgewisseld door graslanden vol met koeien en bloemetjes in allerlei kleuren, dan weer aardappel of zonnebloem velden. Passeerde dorpjes zoals Frankfort, Tweeling, Modderfontein, Middelburg en Tweesprong. Ook nu weer was het erg moeilijk een slaapplek te vinden. Rollende heuvels met mais, koeien en aardappelen, maar geen vierkante meter om je auto op te parkeren voor de nacht. Uiteindelijk vond ik natuurlijk wel wat, het was niet echt speciaal maar moest voldoen. Het was al 7 uur in de avond, het stond op regenen en de zon was onder gegaan, rijdend op een smalle weg met veel vrachtverkeer. Denk het niet.

Zuid Afrikanen zijn vluchtstrook rijders, net als in Griekenland. Je wordt geacht op de vluchtstrook te gaan rijden zodat andere kunnen passeren. Als dank zet men dan even de alarm lichten aan. Ik vind het een nare gewoonte maar doe af en toe wel mee, als ik zeker weet dat de vluchtstrook vrij is. Niet iedereen doet er aan mee. Achterop een vrachtwagen stond  ‘Yellow line driving not allowed’.  De gele lijn is als bij ons de witte lijn van de vluchtstrook.

Phutha wie?

Het nationale park de volgende dag was erg mooi. Gigantische hoge klifwanden in een groen grasland omgeving. De weg kronkelde door diepe kloven en er was genoeg om te zien. Men vergelijkt het hier met Zwitserland in de zomer, en dat kan ik me goed voorstellen. Parkeerde op een camping, een mooie natuurcamping.

De hoge kliffen waren een mooie afwisseling van de saaie akkers

Het is hier overdag best lekker. In de nacht koelt het af naar zo’n 15 graden en dan is het fris te noemen. Als de zon wat kracht heeft om een uur of 9 in de ochtend is het echt  lente gevoel (maar het is hier langzamerhand herfst) met een fris windje terwijl de zon warm is. In de middag is het rond de 25 graden, zeer aangenaam.

Omdat ik in de buurt van Lesotho was, moest ik daar ook maar even naar toe. Lesotho is een land binnen in Zuid Afrika. Een soort Andorra. Maar dan wel wat groter. Het bestaat voornamelijk uit berg gebied en wordt bevolkt door 2 miljoen mensen, de meeste waarvan nog in landbouw en veehouderij werken. Snel nog even in de grens stad Ficksburg boodschappen gedaan. Geen idee of er wat te krijgen is in Lesotho, dus met een volle ijskast en volle diesel tank reed ik op 23 februari om 1 uur de grens van Lesotho over. Blijkbaar komen er niet veel overlanders in dit land. Aan beide kanten van de grens hadden ze nog nooit een Carnet de Passage gezien, en dat gaf even strubbelingen. Maar die werden ook opgelost en ik reed een heel rommelig en druk land binnen. Tenminste, de eerste 50 km. Dat was laagland en vol met mensen en mais. Mais mais mais op elke vrije hoek. Daarna steeg de weg naar de 3000 meter, de bergen in via geweldige haarspeldbochten en super steile stukken. Maar de weg was asfalt en op wat gaten na goed te bereiden. Mijn autootje moest vol aan de bak, soms in de tweede versnelling omhoog. De omgeving was erg mooi. Groene grassige heuvels. Niet van dat lange gras wat ik de afgelopen weken gehad heb maar van dat korte groene gras wat je ook in Mongolië en in Peru zag. Er kwam overal water van de berg af, mooie heldere riviertjes en stroompjes, kleine watervalletjes, alles een lust voor het oog.

Op de bergwanden de nodige herders met schapen, geiten en of koeien. Soms werd er gezwaaid,. Soms werd er om eten gevraagd. En soms gaf ik ook wat. Hongerige mensen kan ik nooit zo goed hebben. Ik zal er niet vaak speciaal voor stoppen maar als ik sta en zeker als ik wat eet, mag iedereen er bij komen hoor (maar niet allemaal tegelijk). Zo stopte ik boven op een bergpas met een machtig uitzicht voor een laat koppie thee en na verloop van tijd stond ik boterhammen met chocolade pasta uit te delen aan de diverse herders. Een van de herders had geen broek. Hij liep in zijn onderbroek maar had een deken om zich heen gewikkeld. Het is best fris zo op 3200 meter. Ik zocht nog een broek van mezelf op die hij onmiddellijk aantrok. Hij was iets te groot maar de gast was trots en blij. Toen ik ook hem een boterham gaf en hij die met twee handen aanpakte, zakte zijn broek op zijn knieën. Iedereen barste in lachen uit. Het probleem snel opgelost met een stuk touw uit de gereedschapskist, en alle herders gingen met volle maag verder herderen.

Het was ondertussen 5 uur en ik bleef hier lekker voor de nacht staan besloot ik. Het was wel 1700 meter hoger dan mijn vorige nacht, maar ik vermoede niet dat ik op deze hoogte last van hoogteziekte zou krijgen.
Voor diegene die begrepen hadden dat ik weer rookte. Dat klopt. Na 15 jaar onthouding was het eigenlijk best wel weer lekker zo’n sigaretje. Maar, ik merkte bij mezelf dat ik steeds meer en meer ging roken. De eerste sigaret is heerlijk, de tweede bij de koffie ook nog wel, de derde rook je in de hoop dat hij even lekker is als de eerste maar dat valt dan tegen. De vierde tot en met de laatste steek je eigenlijk op uit gewoonte en smaken dan eigenlijk gewoon vies. Daarbij begon ik al weer te hoesten en dus maar weer gestopt met roken (nu al 4 weken). Ik ben weer gezond, maar de drang naar een sigaretje is er toch nog wel een beetje.

De mooie teer weg hield de volgende dag al snel op en veranderde in een gravel weg met heel veel gaten. Dat vorderde langzaam maar de omgeving bleef wonderschoon dus geen probleem. In het midden van niks stonden drie jongens te liften. Nu zijn er wel meer lifters maar een van de drie stond heftig gebarend midden op het hobbelpad. Dus ik stopte en vroeg wat er aan de hand was. In zijn gebrekkige Engels zegt een van die jongens dat hij een lift zoekt. Ik zeg dat ik er wel een mee kan nemen maar voor drie heb ik geen plaats. De jongen blijft volhouden. Er komt hier erg weinig verkeer langs dus ze wilde echt mee. Om hen te overtuigen van de krappe ruimte stap ik uit en open ik de passagiers deur. Kijk zeg ik, geen plek voor drie, maar als je echt propt dan kunnen er wel twee in. Dus leef je uit. Ik laat de deur open staan en loop terug naar de bestuurders kant en terwijl ik instap proppen alle drie de jongens zich op mijn passagiers stoel. Het zijn gasten van een jaar of 20-22, redelijk fors, dus dat ging echt niet, maar ze zaten er alle drie al in. Kon ze ook moeilijk er weer uit gooien, daarbij een praatje met wat lokalen is ook wel leuk. Zeg tegen een, dat ie op mijn koelbox moet gaan zitten dan kunnen de andere twee op de stoel, en met wat proppen en duwen lukt dat. Waar ze heen moesten? Ze noemde een naam van een plaats maar geen idee waar het was. Probeerde wat met ze te praten maar het Engels bleek ineens geheel vergeten. Wat woordjes kwamen er wel uit maar niet van harte en ze begonnen onderling te babbelen in een lokale taal. Ze vergaten blijkbaar dat ze in MIJN auto zaten en dat ik graag met ze wilde praten. Het duurde twee uur voor dat we bij hun bestemming waren. Een dank je wel kon er niet af en hoppa, weg waren ze weer.

Drie herders die me kwamen bezoeken, waar ken ik dat verhaal van.

Het waren, dat had ik nog wel uit ze los gekregen, herders uit de binnenlanden die naar het grote dorp gingen voor iets. Zoals alle mensen hier in de binnenlanden waren ook zij gekleed in een deken, een stok en hoge laarzen. Dat is de kleding van de Basotho mensen, vaak herders. De deken is wel apart, die slaan ze om zich heen , dag en nacht. De stok is mooi versierd met sneden in het hout en opgeplakte sier stroken van het een of ander. Die stokken zijn nog best zwaar maar niet lang, ongeveer een meter of zo. Iedereen heeft er een. Ook hebben ze allemaal een soort bivakmuts op, maar eentje met een gat. Overdag is het een gewone muts, met het gat boven op het hoofd ter ontluchting, als het koud is gaat de muts helemaal over het hoofd met de opening voor de ogen. Zelfs nu, terwijl het nog niet zo koud is, lopen velen met die muts op.

Allemaal dragen ze laarzen. Gewone goedkope regen laarzen zoals we zo ook in Nederland kennen. Omdat het koud is hebben velen de laarzen gevuld met plastic of papier, ik telde bij een van de jongens die in mijn auto zat, 7 paar sokken over elkaar heen !!!.

Vlak voor Mokhotlong draaide ik de A3 op, door de binnenlanden terug naar het noord-oosten. Bij A3 denk je misschien 6 rijbanen en mooi asfalt. Jammer maar het was een grind/gravel/stenen karrenpad die dwars door de bergen voerde. Maar dan ook echt dwars. Verkeer was er al helemaal niet en na een uur twijfelde ik of ik wel een goede keus gemaakt had. Als het zou gaan regenen kon ik wel eens grote problemen op dit pad krijgen. Maar onverschrokken hobbelde ik toch voort. Na 3 km op het pad stond er een man te liften. Ik dacht bij mezelf, als je van het paard gevallen ben, moet je er ook zo snel mogelijk weer op. Dus vroeg de man waar die naar toe moest. Hij brabbelde wat, wederom geen idee wat hij zei, maar ik wilde ook vriendelijk zijn, dus nam hem mee. Ik nam hem ook mee, omdat er in deze regio veel stenen gooiende jeugd schijnt te zijn die aan de kant van de weg geld of snoep vragen en als je niets geeft, krijg je een steen tegen je auto. Dat kan je een flinke deuk of een stuk lak kosten en als je pech hebt kost je dat een ruit. Als ik nu een lokaal bij me had was die kans niet zo groot. Dus ik reed en bij het eerste dorp vroeg ik de man:   is dit je dorp? Hij brabbelde wat onduidelijk en wees naar voren. Dus ik reed verder. En verder. En verder. Door super mooie omgevingen, super slechte stukken weg en de man bleef maar zitten. Berg op, berg af. Niet van die kleine bergjes, maar hoppa, drieduizend meter, dan weer omlaag naar 1500 meter. Op een gegeven moment vertrouwde ik het niet meer en toen ik een groepje oudere mannen langs de kant van de weg zag zitten stopte ik om te vragen of ze met mijn lifter wilde communiceren en vragen waar hij naar toe moest. Er volgde wel 15 minuten heftig heen en weer gepraat (je kent dat, iedereen gaat zich er mee bemoeien) en uiteindelijk kwam de aap uit de mauw. De lifter had 2 uur geleden al uit moeten stappen maar was vergeten om dit te zeggen dus was nu veel te ver doorgereden. Ik bedankte de mannen, zei dat de lifter zelf maar een lift terug moest zoeken en reed eindelijk in me uppie weer door. Ik was lifter-genezen.

De natuur bleef super mooi

De weg bleef super slecht en de natuur super mooi en ik genoot, alhoewel het erg zwaar rijden was. Vrijwel constant diepe afgronden links of rechts, uiteraard geen vangrail of zo, en soms heel twijfelachtige stukken weg. Met een gemiddelde snelheid van 8 km per uur hobbelde ik tussen de machtige vergezichten en groene bergen door. Toen ik dan eindelijk om half zeven een rustig plekje vond, at ik en lag ik om 9 uur in bed.

De volgende dag was een herhaling van zetten. Gigantische omgeving, klote pad. Mensen waren vriendelijk langs de weg maar stonden ook vaak met grote ogen te staren. Ik vermoed dat ik de eerste vrachtwagen op dit stuk weg ben geweest, en helemaal de eerste camper. Pas als ik voorbij was en men achterop, mijn fiets zag, kreeg men in de gaten dat het om een toerist ging. Uiteindelijk bereikt eik in de middag Thaba Tseka, een groot dorp met een school, kerk en zelfs gebouwen van twee verdiepingen. Hier begon de asfalt weg naar de hoofdstad en na al dat hobbelwerk is dat altijd wel weer lekker rijden. De omgeving bleef mooi en toen het asfalt toch weer ophield en het grint weg werd rouwde ik er niet om.

Sliep wederom op een verlaten weggetje midden in de groene bergen. Alhoewel, zo verlaten was het niet want om half 10 kwam er nog een auto met een politie agent voorbij, die kwam vragen wat ik er deed.

In de ochtend wilde ik net weg rijden toen er twee jongens van een jaar of 10-12 op ezels voorbij kwamen. Die stonden eerst op een afstandje te kijken en toen ik blijkbaar goedgekeurd was, kwamen ze dichterbij. Ik wilde eigenlijk snel weg voordat er gebedeld ging worden, maar vandaag, voor de tweede keer, wilde mijn lucht compressor niet goed werken. En een vrachtwagen zonder werkende lucht compressor die rijd niet. Ik vermoede dat het door de koude nacht temperatuur was en besloot de zon, die net over de berg kwam kijken, even een kans te geven de boel op te warmen. De jongens begonnen inderdaad van ‘geef me geld, geef me snoep, geef me je fiets, geef me kleren, geef me te eten’ te zeuren. Omdat ik toch moest wachten en ook geen zin had om een steen tegen mijn auto te krijgen, begin ik maar weer boterhammen met jam te maken (de chocolade pasta was op), die door de kids snel naar binnen werden geschrokt. Een glas melk er achteraan, en ik vond het wel weer goed. Maar je ziet altijd dat net als je de boel aan het wegbergen ben, er nog meer mensen aan komen, alsof ze het roken. Dus ik smeerde weer verder, tot iedereen genoeg had. Ben zelf op een broodloos dieet dus was blij dat ik het brood nog een goede bestemming kon geven. Gaf de oudste van de jongens een petje dat ik rond had slingeren en deed weer een poging om de auto aan de praat te krijgen. Dat ging deze keer een stuk beter en ik reed de bergen uit.

Reed een stuk zuidelijker dan waar ik Lesotho in was gekomen, Lesotho weer uit. De grens was snel en probleemloos en bij het eerste plaatsje, Wepener, zette ik mijn auto aan de kant om even te kijken of er mail was. Had de deur open staan en zat achter de PC, toen ik ineens in het Hollands ‘heb je problemen?’ hoorde. Dat bleek Nico te zijn, een Nederlander die hier al 40 jaar woont met zijn Zuid Afrikaanse vrouw. Ze bezitten een boerderij een paar kilometer verderop en ik werd uitgenodigd voor de lunch. Nico, en zijn vrouw Joyce, bleken super aardige mensen te zijn die op de boerderij runderen ‘verbouwen’. Een machtig stuk grond, er op een prachtig oude boerderij waarvan sommige delen al 200 jaar oud waren. Overal in het huis Hollandse zaken, delfts aardewerk, Volendams schilderijtje, molentje hier, Hollands vergezichtje daar. Dit in de mix met zuid Afrikaanse en andere kunst maakte het hele huis een smaakvol geheel. Nico, die in zijn tijd in de scheepvaart vertegenwoordiging heeft gezeten heeft veel van de wereld gezien en samen zijn ze een bereisd stel. Maar nu genieten ze van hun boerderij hoewel ze regelmatig naar Nederland vliegen.
Na een lekkere lunch en een nagerecht van sappige cactus vruchten kwam Nico met een van zijn hobby’s op de proppen. Het verzamelen van oude auto’s. En zo kwam er een oude Jaguar uit een stal, en een andere stal bevatte een oude rover. Maar het mooiste (vond ik) was de puntgave Ford model A uit begin 1900. Onder de stof stond het ding, geheel origineel, gewoon nog te blinken. Zo mooi en gaaf had ik nog nooit zo’n bakkie gezien.

Nico met zijn mooie bakkie

Nico gaf me nog wat toeristische tips mee en met een heerlijk Venco dropje op mijn tong reed ik verder richting het zuid-westen. Joyce en Nico, nog bedankt.
De tip van Nico was over Aliwal-North. Daar zou een hotspring zijn en waarschijnlijk ook een camping. Even lekker in het hete water weken zag ik wel zitten, zeker omdat de laatste paar dagen mijn rug niet echt mee wilde werken. Daar aankomen bleek Aliwal een prettig durpske te zijn. De bronnen hadden een eigen camping en voor 10 euro mocht ik zowel kamperen als van de bronnen gebruik maken. Spekkoper dus. Ik was geheel alleen op de camping maar er waren veel dagjes mensen bij de bronnen dus het was er best druk. Het hele complex was duidelijk aan het verwaarlozen. Had het idee dat men het had opgegeven om onderhoud te plegen. Dat kan je aan alles zien. Het water was ook niet echt heet, maar lauw warm, daarom toch ook wel lekker. Besloot om de volgende dag ook maar te blijven. Bestede die dag aan het fietsen naar het centrum (nadat ik een nieuwe binnenband had geplaatst), de onderkant van mijn auto eens goed schoon te spuiten want die zat onder de modder, en wat lekker te zwemmen. Spendeerde heel wat tijd aan het uitleggen aan dagjes mensen wat dit voor een auto was, en had zo wel wat leuke gesprekken met lokalen.

Kerkje, maar weet niet meer waar

Op maandag reed ik verder richting Kaapstad, moest er toch een keer komen nietwaar. Landschap was niet bijster spannend. Reed via Middelburg naar Beaufort West, waar wel een aantal leuke Hollands-achtige huisjes waren. Verder door, sliep ik weer aan een zijweg midden tussen de boerderijen velden in.

Het was nog 450 km naar Kaapstad. Ik zou het in een dag kunnen halen. Maar na een lange dag rijden besloot ik toch de volgende ochtend, via een omweg, Kaapstad binnen te rijden. Zocht bij Worcester in de buurt een camping maar vond die niet en parkeerde voor de nacht bij een truck-stop van een Shell benzine station. Dat doe ik nooit meer, het was er warm, lawaaiig en stonk er. Door al dat motor geronk was ik vroeg wakker, en ik reed al vroeg aan op Kaapstad. Had besloten om met een cirkel via het zuiden Kaapstad binnen te rijden. Wist een camping die niet al te ver van het centrum af was (30 km) en reed door mooie wijn streken naar het zuidelijkste puntje van Afrika. Om drie uur was ik daar en parkeerde op de Chapman peak camping, op de kaap de goede hoop.

Kaapstad aan mijn voeten, ik heb het gehaald!!

Yahooooooo, ik had het gehaald. Ik was van noord naar zuid Afrika gereden, langs de moeilijk west kant.  Het heeft me 15 maanden tijd gekost, ongeveer 35.000 gereden, ik heb 20 Afrikaanse landen doorkruist. Het was soms zwaar maar meestal erg plezant en ik heb veel gezien en vooral heel veel genoten.
De komende maanden ga ik weer terug rijden richting Europa, dit keer aan de oost kust van Afrika. Ook dat zal spannend worden, zeker gezien de ontwikkelingen in Noord Afrika en het midden oosten, maar ook dit zal uiteindelijk wel gaan lukken.

Er is best wel wat te zien in Kaapstad, veel musea en oudheidkundige bijzonderheden. De twee grote toeristische attracties van Kaapstad zijn toch wel het Robben eiland en de Tafelberg. Beide heb ik bezocht. Ook heb ik een tour door de stad gemaakt met de rode bus, een toeristen bus die je in elke grote stad eigenlijk wel hebt. Zo’n dubbeldekker waar je de hele dag mee rond kan rijden en in/uit kan stappen waar je wilt. Er wordt via koptelefoon in 3496 verschillende talen uitleg gegeven en zeker als het mooi weer is, is zo’n bus een echte uitkomst. Ik heb hem ook in Oslo, Stockholm, Helsinki, Buenos Aires genomen. Ook in Kaapstad was het mooi weer en zo zag ik de hele stad in dubbeldekker-vogelvlucht.

De Tafelberg omhoog is wel speciaal. Via een kabelbaan die best stijl omhoog gaat kom je boven op de platte berg, waar wat wandelpaden en uitkijk plaatsen zijn gemaakt. Normaal is het boven op de berg erg winderig of bevind de top zich in een dik pak mist maar ik had geluk, het was vrijwel windstil en warm. Het uitzicht is fenomenaal. Heel Kaapstad ligt aan je voeten. Maar je kijkt verder want ook robbeneiland, de buitenwijken van Kaapstad en Kaap de goede hoop zijn goed te zien.
De dikke mist die vaak boven de tafelberg hangt heet het tafel kleedje. De wind die deze wolk weg moet waaien heet de cape dokter, ook al omdat ie de luchtverontreiniging en hitte weg waait. Die Afrikanen hebben wel humor hoor.

Robbeniland ligt voor de kust van Kaapstad en hier staat de gevangenis waar vele politieke gevangen, waaronder Nelson Mandela, gevangen hebben gezeten. Maar het is ondertussen meer dan dat. Het is een symbool geworden van de strijd tegen apartheid en een symbool van het nieuwe Zuid-Afrika.

Op het eiland wordt je in de gevangenis rond geleid door echte ex-gevangen en hun verhalen zijn zowel verschrikkelijk als opbeurend. Verschrikkelijk uiteraard om wat er zich allemaal heeft afgespeeld. Maar opbeurend omdat Zuid Afrika het juk heeft afgegooid en op weg is om een sterk en machtig land te worden. De potentie is er zeker, maar men heeft nog wel wat te doen voor het zo ver is.

Achter een van deze deuren (ik weet welke) zat Mandela

Dat brengt me dan gelijk op de situatie zoals hij nu is in Zuid Afrika. De Apartheid is nog geen 20 jaar geleden afgeschaft, dus zo lang is dat nog niet. En dat merk je nog steeds in alles. Er is nog steeds veel verschil tussen wit en zwart. Er is ook nog steeds achterdocht en weinig vertrouwen. Men denkt ook nog steeds in wit en zwart (ipv in mensen) en dat is mijn inziens verkeerd. Die gedachten moet men kwijt, pas dan kan je echt zeggen dat de apartheid over is.


Er is nog heel veel armoede, vooral onder de zwarte bevolking. Heel en heel veel mensen leven in zogenaamde shanty towns. Rond de grote steden, maar ook al rond kleinere, wonen heel en heel veel arme mensen in huisjes van golfplaten, hutje mutje tegen elkaar gebouwd. Zonder voorzieningen, vaak zonder waterleiding, riolering of elektra. En daar wonen heel veel mensen per vierkante km. Daar dit soort wijken rijden is deprimerend en angstaanjagend en aan een kant kan ik me voorstellen dat als je daar woont en je geen toekomst ziet, je wel eens zou kunnen gaan stelen om aan je voedsel te komen. En dat is denk ik een van Zuid Afrikaanse grootste problemen. Hoe creëer je werk voor die miljoenen zwarte afrikanen die ongeschoold zijn. Tel daar nog eens de miljoenen vluchtelingen die uit andere Afrikaanse landen deze kant op zijn gekomen (men schat op minimaal 1 miljoen alleen al Zimbabwanen). Soedanezen, Ethiopiërs, uiteraard Zimbabwanen, maar ook Angolezen en Congolezen, allemaal hopen ze in het relatief rijke Zuid Afrika werk en voorspoed te vinden. En dat creëert spanningen, die vorig jaar nog geleid hebben tot het selectief vermoorden van import-zuidafrikanen.
Kortom, Zuid Afrika is op de goede weg maar heeft nog een heel lang recht stuk weg voor zich. En die rechte weg kan hier en daar best eens wat flinke heuvels hebben.
Goed terug naar Cape Town. Dat is een moderne westerse stad. Gelegen tussen de Tafelberg en de kust vind je er veel historie. Al is zijn het maar de straatnamen zoals Herengracht , Buitengracht en Riebeek straat. Maar ook de tuinen van de VOC zijn nog aanwezig, evenals het Nederlandse Fort en vel andere herinneringen aan toen. Kaapstad is een plezierige stad vol leven en prettige delen. Maar kent ook nare stukken zoals Area 6 en de diverse shanty towns om de stad heen (Lavender Hill). Ook stinkt de zee en de haven, vis is belangrijk maar ruikt soms erg onprettig. Daarbij stinkt de zee af en toe naar rotte kelp dat hier heel veel in zee groeit, naar zout en mosselen, naar vies gewoon.

Er zijn veel musea in Cape Town, trouwens in heel Zuid Afrika heeft elk beetje zichzelf respecterend dorp wel een museum. Goud museum, boeren museum, het joodse museum, museum van kleine zwarte steentjes, museum der potten en pannen, museum van pietje puk. Enfin, ik ben niet zo’n museum fan (er zijn uitzonderingen natuurlijk,  het Dali museum bijvoorbeeld) en als ik echt ouwe potscherven wil zien gooi ik mijn eigen bord wel stuk en tuur dan naar de scherven.

Erg in het oog springen de super dure en moderne stukken langs de kaap zoals Bantry Bay en Sea point, om nog maar niet over het geheel nieuw uit de grond gestampte haven gebied te spreken, dat erg doet denken aan de nieuwe haven gebieden van Londen of zelfs Amsterdam. Veel terrasjes, vergezichten en dure winkels, hotels en restaurants. Maar erg sfeervol. In deze wijken vind je de hoogste ontroerend goed prijzen van het land en woont de jet-set. De ZN’rs zullen we maar zeggen.

Kaapstad is ook lang zo gevaarlijk niet als Jo-burg en je kan er prettig in rond wandelen, wat ik dan ook een hele dag gedaan heb. Alles is hier prettig geregeld, je kan zien dat men vorig jaar vele (WK) toeristen op bezoek heeft gehad. Als de boot om 11 uur moet vertrekken, dat gaat ie ook stipt om 11 uur. De toeristen bussen waren even punctueel. Iedereen is erg vriendelijk, het is alsof iedereen glimlach les heeft gehad.

Ik had een camping gevonden een km of 30 ten zuiden van het centrum, op de echte kaap. Fijne plek waar ik 4 nachten bleef. Leerde er wat Zuid Afrikanen kennen, aardig volk altijd moet ik zeggen. Er stond ook een Nederlands stel die met een grote zelfgebouwde camper uit Nederland waren komen afzakken. Hoorde ook dat Ralph en iris in aantocht waren maar die bleven ergens steken en miste ik dus weer eens net.

Op 7 maart vertrok ik vanuit Kaapstad, in principe richting Europa. Langs mooie en erg toeristische plekjes en met de wind wapperend door mijn haren reed ik richting het echte zuidelijkste punt van Zuid Afrika. Hier enorme wijn boerderijen, waar de naam van de boerderij, en de wijn, met statige letters wordt aangekondigd. Zo van, hoe duurder de letters er uit zien, hoe lekkerder de wijn zal zijn. Nu ben ik geen wijn liefhebber (in tegendeel zelfs) dus al die praal deed me niks maar toch waren de tractoren met aanhangers volgeladen met druiven een tof gezicht. Het is oogst tijd.
De kust zelf was weer erg toeristisch met heel veel vakantie huisjes en mooi aangelegde stranden en dorpjes. Ik vind die toeristische plaatsen eigenlijk noot interessant. Niet hier, maar eigenlijk nergens. In het hoog seizoen is alles druk, vol en duur. In het Laag seizoen is alles uitgestorven en dicht. Beide zijn niet prettig.

Ja, nu echt het zuidelijkste puntje

Het zuidelijkste puntje van Afrika, kaap Agulhas was anders. De naam doet al vermoeden dat er niets bijzonders was en dat klopte dan ook. Het was er mistig en mistroostig, de kust was woest en met rotsen bezaait. Het gedenkteken melde dat hier de Indische en de grote oceaan tezamen kwamen en zo voelde het ook aan. Woeste golven beukte op de rotspunten alsof de twee oceanen oorlog met elkaar hadden. Deed me wat denken aan de vlag ceremonie aan de Pakistaans-Indiase grens. Een hoop gegrom en gedoe, om niks. Maar wel leuk om naar te kijken.
Snel verder en eenmaal wat landinwaarts veranderde het weer snel van koud en vochtig naar droog warm en zelfs heet. Stopte bij Ronnies seks shop. Dat hoort gewoon zo en is een verhaal apart.

Ronnie had een winkeltje, bar en mini restaurantje met terras aan de toeristische route 62. Geen vetpot maar toch. Op een dag, nu 14 jaar geleden, schilderde wat lokale jeugd als geintje het woord SEX boven het woord shop.

Ronnie, ook wel in voor een geintje beloofde het zo een paar maanden te laten voordat hij de graffiti weg zou halen maar business begon ineens een stuk beter te lopen. Nu, 14 jaar later, heeft hij, vanwege die drie extra letters, een goed runnend bedrijf met een wat aparte bar. Behalve dat elke vierkante cm van de muren zijn volgeschreven, volgeplakt met visitekaartjes, is het plafond bom vol behangen met petjes en T-shirts maar vooral BH’s en vrouwen slipjes, vaak met opschrift. Heel vaag gezicht. Ronnie is ondertussen een begrip en iedereen die voorbij komt moet even stoppen voor een kopje thee met taart of om een BHtje af te leveren. Ik liet het maar bij het eerste.

Ronnie’s Bar, ik hoop dat alles gewassen is..

Iets verderop zit Warmwaterberg, jaja, weer eens een Hot-springs. Deze was lekker warm en ik verbleef er de nacht ook maar gelijk op de camping.
Als volgende op het aftik lijstje (er is hier zoveel te zien/doen dat je lijstjes moet maken) stond Oudtshoorn en de daar vlak bij gelegen grotten en bergpassen. Oudtshoorn zelf is het centrum van de struisvogel teelt. Dus links en rechts struisvogels wat je tegen komt. Sommige velden staan er zo vol mee dat er een walmachtige stank rond hangt maar meestal staan de gedrochten, want dat zijn het toch, netjes in de wei alsof het koeien zijn. In Oudtshoorn stond ik bij de supermarkt op de parkeerplaats om wat eten voor die avond te kopen toen ik Hollands hoorde. Nou ja, eigenlijk Belgs, maar dat verschil is minimaal. Het was Roeland Gabriel, een vrolijke vent die al een jaar of 20 in deze streek woonde. We raakte aan de praat en het bleek dat hij in de regio toeristische tripjes verzorgd. Zijn specialiteit is de Swartberg pas, waar ik ook naar op weg was. Ik sloeg zijn vriendelijk aanbod af om met zijn bedrijf mee te gaan, ik heb immers een eigen auto. Achteraf had ik dat misschien beter wel kunnen doen. Het zou goedkoper geweest zijn, maar belangrijker, ik zou meer gezien hebben en meer geleerd hebben. Het rijden op een moeilijke bergpas vergt als je aandacht op de weg, en rond kijken is er dan vaak niet bij. Dus, ben je in de buurt, geef Roeland een belletje of kijk even op zijn website, voor de kosten hoef je het niet te laten, alleen omhoog lopen is goedkoper. (www.colourfulafrica.co.za of bel +27 (0)791054000).

De cango caves, een van de mooie kamers

Reed eerst naar de Cango Caves. Dat is een 5 kilometer lange grot met een paar hele grote kamers en vol met mooie druipsteen muren, stalagmieten en tieten, alles mooi uitgelicht en verzorgd. Daarna reed ik door via de Schoenmans poort naar de Swartberg pas. Dat bleek nogal eens een echte pas te zijn. Eigenlijk mocht ik er niet op omdat mijn auto te zwaar is maar ik gokte er op dat niemand me ging tegen houden. En dat was ook zo. De pas was smal en de gravelweg op sommige stukken nogal slecht maar het uitzicht was wonderschoon en de adrenaline rush bijzonder. Aan de andere kant naar beneden is altijd nog enger (naar beneden is altijd moeilijker dan naar boven).

De top, volgens het bordje

Stak nog een gigantische schildpad de weg over. Ben maar even gestopt om hem een handje te helpen voor ie ongelukken veroorzaakte. Het beest was er niet blij mee en maakte een geluid als een blazende gans. Hij woog zeker wel 10 kilo en ik moest nog flink tillen om hem aan de kant van de weg te zetten. Iets verder op vond ik een rustig plekje om de nacht door te brengen.

De volgende ochtend reed ik terug naar Oudtshoorn via de Meiringspoort (niet na eerst 3 minuten aan de verkeerde kant van de weg gereden te hebben, blij dat er zo weinig verkeer was). Ook een mooi pas maar hier was het asfalt en zoefde je er door heen. Kundig gemaakt was deze kloof, soms zo smal dat rivier en weg door hetzelfde stuk moesten, en dat heeft men kundig opgelost. Mijn GPS ging helemaal over de rooie, door de echo in de kloof gaf hij aan dat ik 120 km p/u reed en 50 km verderop stond.

Terug in Oudtshoorn dronk ik nog een bakkie of twee met Roeland waarna ik naar Mosselbaai (mosselbay) reed. Hier melde ik me aan bij een bedrijf dat zich specialiseert in haai-duiken, met name de witte haai. Dat was voor de volgende dag, de middag reed ik wat rond in Mosselbaai (niet echt speciaal) en kampeerde op de camping, pal op de punt van de stad, een paar meter van de zee vandaan. Keek wat naar surfers die zeer kundige kapriolen uit haalde op de golven en die speelde met hun leven daar er geen strand was maar rotsen met scherpe punten.

Duiken tussen de witte haaien klinkt gevaarlijk, en dat is het ook. Spannend ook en eng. Dus een prima adrenaline kick. Om 7 uur in de ochtend verzamelen bij het bedrijf waar ik geboekt had. Een ontbijtje, een documentatie film en uitleg over hoe, wat , waar en veiligheid. Hierna op naar de boot. Er waren een man of 15. Een groep Amerikanen, 4 Duitsers en 2 Franse meisjes.
Tijdens de introductie werd ons al verteld dat het nu eigenlijk geen haai seizoen is. Op een eiland voor de kust wonen zeehonden en leeuwen en de haaien komen eigenlijk pas als de jonge zeehonden uitzwemmen, dat zijn lekkere hapjes. De afgelopen dagen had men steeds maar een of twee haaien gezien, een paar dagen zelfs helemaal geen. Het was dus afwachten wat het vandaag zou worden. 20 minuten later werd het anker uitgegooid, slechts 100 meter van het strand af. Ja echt, op dat strand zwemmen bij goed weer (het was vanochtend bewolkt en miezerig) mensen, schijnbaar dus vlak bij haaien. De crew van het schip begon vis resten uit te gooien om zo haaien te lokken. En dan is het wachten. In het begin is dat nog spannend. Je verwacht elke dag een JAWS situatie waar een great-white in de achterkant van ons bootje bijt. Dat blijft uit, het wachten duurt en duurt. Hele bakken met visresten gaan overboord maar vooralsnog zien we wat dolfijnen voorbij springen en een troepje zeehonden. Dus we wachten nog wat. Ik benut de tijd met het kletsen met de Amerikanen die hier vanwege een trouwpartij zijn en van Zuid Afrika genieten.

Haai had honger

Na twee en een half uur werd er ineens geschreeuwd dat we bezoek hadden. Ik zat op het bovendek dus kon goed zien dat een enorme grijze haai van een meter of 4 langs de boot zwom en onder het voorbij zwemmen even licht in de aas beet. Dat aas is een trosje van drie grote sardienen (dooie) die aan een soort dobber hangen en moet dienen als lokker. De bemanning trekt snel de aas uit de bek van de haai en dan gaat alles ineens erg snel. Er wordt met een sneltrein vaart een grote kooi het water in gelaten. Hierin moet ik straks gaan zwemmen om zo de haai onder water te zien en toch veilig te zijn. Hoop ik tenminste want een aantal spijlen van de kooi is al flink verbogen en uit in de zijkant, die met piepschuim is bedekt, staan grote haaientanden.

Beetje spelen met de haai

Er werd gemeld dat de haai een jonkie was, net tegen volwassen aan en dat hij wel eens wat wild kon zijn. Men had deze haai al eerder meegemaakt en deze jongen was onberekenbaar. Ik stond op het bovendek te kijken hoe de bemanning met de haai aan het ‘spelen’ was door steeds als hij in de sardines wilde happen, het snel weg te trekken. Het water spatte op door woeste bewegingen van de haai, het was spannend om te zien. Omdat ik zo stond te kijken naar dat schouwspel was ik te laat met het aantrekken van een wetsuit. Er kunnen maar 6 man in de kooi, ik moest met de tweede lichting mee. Geen probleem. Ik zag hoe de mensen, die in de kooi zaten vol angst schreeuwde toen de crew het aas pal voor de kooi neergooide en de haai met ongelofelijke snelheid op de kooi af kwam. 30 cm voor de kooi maakte hij een draai maar schampte nog wel de kooi. Bah bah. Op een gegeven moment was de haai te slim voor de crew en vrat het aas op. Er dreef alleen nog een dobber met een afgebeten stuk touw. Blijkbaar tevreden taaide de haai af.

De haai liet zich niet meer zien en dat gaf mooi de tijd om kooi bezetting te wisselen. Ik had mezelf al in een wetsuit geperst en klom in het frisse water in de kooi, tezamen met 5 andere mensen. Er was echter geen vis te bekennen en ook met poele-poele-poele, dreigementen en smeekbedes, bleef ik dobberen in het frisse water zonder iets te zien. Stond net op het punt om naar boven te roepen dat ik er genoeg van had toen er He’s BACK geroepen werd. Inderdaad was dezelfde haai terug voor een nagerecht. Weer werd hetzelfde trucje met het aas uit gehaald en ook nu kwam de vis recht op me af. Het water was wat troebel dus het was onder water niet zo goed te volgen, het ging ook veel te snel, maar boven water zag ik de vin op nog geen 50 cm van me vandaag passeren. Alle nachtmerries na het zien van de JAWS films kwamen weer boven en dat het water fris was, vergat ik snel. Wat een beest, magnifiek, enorm, sierlijk en snel, gemeen, dodelijk en monsterachtig, alles tegelijk. Na een keer of drie met het aas te hebben gespeeld vond de haai het wel goed en ging er vandoor. Ik kon bibberend het water uit. Of het van de kou, van de angst of van de emoties was, dat laat ik maar aan jou over.

Momenteel word het wereldkampioenschap cricket gehouden. Georganiseerd in Bangladesh, Sri Lanka en India staan die landen dan weer helemaal op zijn kop. Ook Zuid Afrika, als zijnde oude Engelse kolonie, is in de ban van deze, mijn inziens, debiele sport. In India, Pakistan en Bangladesh is het helemaal erg, ik denk dat die drie landen plat liggen tijdens een wedstrijd, die toch even bijna een hele dag duren. Ondanks dat ik lang in Cricket landen heb gewoond en ben geweest zal deze sport me nooit kunnen boeien. Nederland doet ook mee en heeft geloof ik geen een wedstrijd gewonnen.

De volgende ochtend regende het. Wolken hingen laag, echte Hollandse zondag, ondanks dat het hier vrijdag was. Besloot maar verder te rijden. Mosselbaai is nou niet zo spannned verder en in de regen al helemaal niet. Bleef rijden tot het weer beter werd. In de middag hield het op met regenen en ik besloot een camping te gaan zoeken. Deed diverse campings aan maar of ze waren te duur of te klein of er was wel wat anders. Uiteindelijk vond ik de gemeentelijke camping in Zwartvlei (Zwartvalei dus) . Had even niet rekening mee gehouden dat het vrijdag avond was. Het was bijna donker en er kwam een auto naast me staan met twee stelletjes, die gingen rustig hun tent opzetten. Niks mis mee, maar ze werden steeds luidruchtiger en om 2 uur in de nacht sliep ik nog niet. Toen heb ik er maar wat van gezegd (nou ja geschreeuwd dan) en daarna mijn oordopjes ingedaan. Had het plan om in de ochtend maar dezelfde herrie te gaan maken als hullie, maar de lawaaimakers waren ook vroeg wakker. Jammer.

Die dag regende het wederom. Dat hield de hele ochtend aan en ik reed maar verder, door een groot deel van de garden-route. Dat is een stuk van Zuid Afrika dat erg mooi moet zijn. Maar, met deze regen en mist zag ik niks, al helemaal geen mooie dingen. In de middag werd het droog en ik vond een mooi plekje in Jeffry’s baai. Goede gemeentelijke camping aan de zee en ik besloot hier om de volgende dag te blijven staan. Men zou hier supertubes  hebben. Voor surfers DE beste golf om lang te surfen. Overal surfshops, het was duidelijk dat surfen hier een way-of-life is. Helaas was het blijkbaar ook niet supertube seizoen want de zee was zo kalm als een lammetje. Dus besloot ik mijn banden eens te roteren. De voorbanden begonnen al slijtage plekken te vertonen aan de buitenkant, ondanks dat ze er pas 15000 km op zitten.

Bij de lokale spar kocht ik vandaag wat nagerecht, zure meloen pudding. Lekker, maar nog veel belangrijkers was dat ik drop vond. Venco. Top drop en boerderij drop, in gewone Hollandse verpakkingen. Jammie

.
Spendeerde de hele volgende dag aan het wisselen van de banden. Zijn toch 4 banden van 140 kilo per stuk, daarna maakte ik ook nog even mijn diesel filter schoon. Was zo dom om de motor te starten voor ik de lucht uit de diesel leiding had weg gepompt, met als resultaat een pruttelende motor die afsloeg en niet meer aan wilde. Ik kreeg hem echt niet meer aan de praat, wat ik ook probeerde. Ik wist wat het probleem was maar kreeg het niet voor elkaar om de lucht uit de leiding te krijgen. Kreeg van diverse kanten tips. Zet druk op je diesel tank, start gewoon door tot hij pakt, bel een garage. Maar de gouden tip kwam de volgende dag (was toen dus al bijna een dag aan het kloten er mee) van de altijd slimme en attente Wim Kraanen van Rosier van den Bosch. Die liet een monteur naar me bellen, die me de tip gaf de diesel leiding boven op de cilinders los te schroeven en dan even te starten zodat de lucht er uit kon. In no time snorde mijn motortje weer, maar het was ondertussen al te laat om te vertrekken. Op mijn blote knieën dankte ik die avond Wim Kraanen en Rosier van den Bosch, beste MAN dealer van Nederland.

De volgende dagen reed ik verder naar het noorden. Via Port Elizabeth en Alfred Baai, waar ik overnachtte, richting Durban. Was opgestaan met regen en ik zou er mee naar bed gaan. Het was guur, mistig en koud. Zag her en der de bomen al verkleuren, de herfst had hier duidelijk zijn intocht al gedaan. Ik deed voor het eerst in anderhalf jaar de verwarming aan. Omdat de weg ook niet echt langs de zee reed en het weer alleen maar slechter werd, draaide ik land inwaarts in de hoop wat beter weer tegen te komen.

Het water bleef me volgen

Afstand houden is geen sterke kant van de Afrikaanse bestuurder. Ik reed op een gegeven moment 2 uur in dikke dikke mist. In plaats van je mistlicht aan en afstand houden, gaan de Zuid Afrikanen met dim licht aan, alarm lichten aan, pal achter elkaar rijden. 5 meter er tussen, en dan 60 karren. Als de voorste het ravijn in rijd, volgen ze allemaal als makke schapen. Ook verder toen de mist weg was maar het hard begon te regenen had ik van die plaklemmingen achter me auto hangen, heel irritant want ik wil nog wel eens plots stoppen als ik een mooi parkeerplekje zie.

Ik rijd langzaam richting het armste deel van Zuid Afrika. De noord kaap is de armste provincie van het land. Je ziet het aan de mensen. Maar je ziet het ook aan bijvoorbeeld de tien geboden die langs de kant van de weg stonden in de buurt van Port Alfred. Elke kilometer een gebod. Religie is het sterkst onder arme mensen, dat is bekend.
Opvallend zijn de mensen die in de ochtend, in troepjes, langs de kant van de weg zitten. Als je niet weet wat ze daar doen ziet dat er raar, misschien wel bedreigend uit. Maar bedreigend is het allerminst. Die mensen wachten op werk. Ze bieden zich aan en groeperen zichzelf afhankelijk van hun specialiteit. Mensen die kunnen tuinieren of metselen zitten niet bij elkaar. Als je dan iemand nodig hebt om een muurtje te bouwen, rijd je gewoon langs de metselaars en neemt er een mee. Een praktijk die ik ook in Azië al wel gezien heb.
Bij King Williamstown was het weer droog, maar dat zou niet lang duren. Profiteerde snel en parkeerde mijn auto in het drukke centrum. Het leek wel markt maar het was schijnbaar altijd zo chaotisch hier. Zag ook alleen maar zwarte mensen, heb geen enkele blanke gezien, voor het eerst eigenlijk. Overal zaten oude vrouwen op de stoep handel aan te prijzen. De een had een stapeltje appels, de andere wat zelf gemaakte sokken, een ander een stapeltje brandhout. Hier was duidelijk armoede. Opvallend was ook dat ik veel mensen zag, veel handelaren maar geen business. Iedereen liep druk heen en weer maar daar bleef het bij.
Er was weinig interessants eigenlijk, dus reed weer door. De regen kwam weer terug. Vlak na Queenstown stormde en onweerde het zo erg dat ik mijn auto op een picknick plek aan de kant van de weg zette, ik wilde niet verder. De volgende ochtend was het nog steeds grijs en nat en ik besloot 150 km naar het noorden te rijden naar Aliwal North, waar ik al eens geweest was. Daar was een rustige betaalbare campsite met lauw water bronnen, daar zou ik dat slechte weer wel eens even uitzitten.

Nu even heel iets anders. Paypal. Ken je dat. Dat betaal systeem? Nou, als je er geld hebt staan, zorg maar dat je het er af haalt, het zijn je reinste financiële terroristen. Ik wist dat niet en had daar al een paar jaar een account, gebruik het af en toe om eens wat te betalen. Ik had er niet veel geld staan maar plots werd mijn account bevroren, ik kon niet meer betalen of over mijn geld beschikken. Die lui geven je geen info waarom, maar sturen steeds vage verzoeken om informatie van jou kant (alles moet van mijn kant komen). Ik heb al 15 maal verzocht om informatie, maar krijg allen maar standaard briefjes terug. Je bent als hun klant absoluut niet belangrijk en enige vorm van service is geheel onbekend. Ook gisteren deed ik weer eens een verzoek, kreeg vandaag weer zo’n standaard brief terug waaruit dan blijkt dat ze gewoon niet eens mijn vraag hebben gelezen. Dus, als je een PayPal account heb, zeg hem aub snel op, er zijn betere alternatieven.

Reed door de fraaie binnenlanden vol met rollende heuvels, af en toe een klein berg pasje. Dat is duur rijden, heuveltje op moet mijn motor er steeds hard aan trekken, dat kost diesel, die hier overigens ook een euro per liter kost (en binnenkort weer omhoog gaat). Naarmate ik dichter bij het noorden kwam werden de heuvels steeds dichter bevolkt. Rijen met kleine stenen vierkante huisjes bezette het land. Niet dicht tegen elkaar maar geen vierkante kilometer zonder een paar huisjes. Ook werd het landschap subtropischer met bananen bomen en palmen. Yeahh, terug in de hitte.
Langs de grote routes staan van die onbegrijpelijke toeristen borden. Je hebt hier de kastelen route, de druiven of wijn route, route 62, enfin, je snapt het. Maar dan hebben ze er een moderne kunstenaar op los gelaten en worden deze routes aangegeven met een bordjes waar ik dan helemaal niks van snap. Heb dat in Frankrijk ook wel eens gezien. Kenne zullie nie gewoon doen?

Vage bordjes

Eenmaal bij de N2 aangekomen (de grote weg langs de kust omhoog) werd het steeds drukker en een plaatsje voor de nacht vinden bleek redelijk ondoenlijk. Om een uur of 5 begon het toch echt noodzakelijk te worden wat te vinden. Het was overal zo druk en vol dat ik ook liever niet wild ging kamperen. Om 6 uur nog steeds niks. Ook geen tank station met een groot parkeer terrein, geen camping, geen rustige zijweggetjes. Shit.
Om half 7 kwam ik in Kokstad. Daar was een truck stop. Ik vroeg of ik er mocht overnachten. Ja hoor, 65 Rand, om te de auto te parkeren. Toen ik ging kijken was het terrein modderig, vies en lawaaiig, om nog maar niet spreken over het feit dat het vrij schuin was. Nee, daar ging ik geen 6 euro voor betalen. Laatste redmiddel was een camping die mijn GPS aangaf aan de andere kant van Kokstad. In het bijna donker reed ik er naar toe. Hek op slot, geen mens te zien. Omdat het rustig was parkeerde ik maar voor de deur. Nood breekt wet.
Door richting Durban kwam ik aan de kust terecht. Op dit stuk kust vieren de Joburgers (zoals mensen uit Johannesburg heten) hun vakantie. De kust was hutje mutje volgebouwd met vakantie woningen, pensionado resorts en woonwijken. Kon weinig echte strand vinden dus reed rustig door, mijn ogen uitkijkend. Het werd warmer en warmer en ik vond het maar raar dat ik om 10 uur in de ochtend al puffend aan het rijden was. Pas de volgende dag kwam ik er achter dat ik de verwarming in de auto aan had staan. Dom dom.

Zo puffend, met een Indiase muziek zender op, bezocht diverse campings en vond er uiteindelijk een die vlak aan zee lag. Liep naar het strand maar ik zag niemand zwemmen en er staken her en der gevaarlijke rotspunten uit. Liep verder het strand af en vond een nog mooiere camping met staplaatsen pal aan het water. Maar ja, kon nu moeilijk verkassen.

Wilde eigenlijk de volgende dag Durban gaan bezoeken. Er zijn wel wat interessante dingen om te bezoeken zoals de Indiase markt (Durban kent een hele grote groep Indiaers), de seafront en het grote casino met bijbehorende winkel complex, het nieuwe stadium etc. Ik was al vroeg wakker omdat er om 4 uur in de morgen een trein met veel lawaai langs kwam. Reed die morgen naar een waypoint die ik had, van andere Hollanders (geen idee meer wie) van een plek vlak bij Durban. Idee was om mijn auto daar neer te zetten en met het lokale treintje die dag Durban in te gaan. Maar het waypoint bleek waarschijnlijk te oud. Het resort bestond niet meer, of de waypoint was fout. Zocht wat verder en vond uiteindelijk wel een plekkie maar toen was het al 2 uur in de middag. Besteedde die middag aan het strand. Parkeerde mijn auto op een plek waar veel gesurft werd en deed mee. Het water was heerlijk, de golven uitmuntend. Na het body-surfen en een bakkie thee bij de auto kreeg ik veel aanloop en mijn thee was koud voor ik er aan toe kwam. Opvallend was dat de meeste mensen me ontraadde om met de trein te gaan. Veel te gevaarlijk. Besloot de volgende dag maar met de auto Durban in te rijden. Lokaal advies moet je altijd goed in acht nemen.

Het was eigenlijk erg eenvoudig Durban in te rijden. Reed in een streep door naar de boulevard, plante mijn auto er neer en nam de fiets en fietste rond de stad. Perfecte boulevard met veel mensen, mooie stoepen en wandelpaden, heerlijk. Maar Durban is wel een rare stad. De boulevard is duidelijk een WK project geweest. Maar als je vanaf de boulevard de stad in loopt, krijg je eerst een kilometer enge stad. Seks winkels, loslopende hoertjes en bedelaars, lege en verlaten panden. Ben je er door heen begint het echte winkel centrum, volop moderne winkels en veel mensen. In Europa zou dat precies andersom zijn en zouden de duurste en mooiste plekjes het dichts bij de zee staan.

Durban met het nieuwe stadion

De Indiase markt viel wat tegen. Wilde wat paneer kopen, maar op de markt vond ik weinig Indiaers en nog minder Indiase producten. Wel mooi was het gedeelte in het centrum waar de City hall was, mooie statige oude panden.

Sliep die nacht op de boulevard op een normale parkeerplek en lag de volgende ochtend al om half 7 in de zee ondanks de lichte regen en bewolking. Omdat het weer pokke weer was (niet koud maar gewoon nat) besloot ik om maar mijn gas fles te gaan vullen. Had van andere reizigers, die langs de oostkust af waren komen zakken, gehoord, dat langs die oostkust onmogelijk was om je fles gevuld te krijgen. Dat vullen koste wel weer bijna een hele dag (je wordt van hot naar her gestuurd) en toen ik eindelijk zo ver was dat ik terug naar het strand reed, begon het te waaien en stortregenen.
Parkeerde maar wel aan zee, op een soort strand parking,  en werd de nacht bewaakt door een stel dronkaards. Die bewoonde de parkeerplaats en zorgde voor veiligheid, brabbelde er een. Aardige dronkaards hoor, daar niet van. Zoals een goede dronkaard beaamd kwamen ze om geld zeuren. Voor een neut gaven ze eerlijk toe. Maar hoe moeten jullie nu mijn auto bewaken als je bezopen ben vroeg ik. Als je morgen wakker bent en er ligt een lijk naast je auto, dan heb ik dat gedaan, want als het moet, slaap ik onder je auto.

Terwijl hij dat loopt te beweren komt er een auto aan gereden, stopt naast mijn vrachtwagen en een man stapt uit. Die hoorde dat ik er de nacht wilde parkeren en mengde zich in het gesprek. Ik ben net, 20 minuten geleden, hier op het strand beroofd. Ik stond op die rotsen daar en er kwam een troep zwarten aan die me een kapot geslagen fles op de keel drukte. Ik stond er GVD met mijn vrouw en zoontje van 7 jaar. Honden zijn het, ik ga ze vinden. Terwijl hij een pistoolschot nadeed met zijn vingers, liep hij boos het strand op. Hij tilde even zijn broekband op, zichtbaar werd een groot pistool. Zo zie je maar. Onder het mom van, de bliksem slaat nooit twee keer op dezelfde plaats in, bleef ik er die nacht staan en sliep lekker, bewaakt door 5 dronkenlappen.
De volgende ochtend regende het weer dus besloot ik toch maar weg te rijden. Gaf de junkies nog wat alcohol die ik al sinds 5 jaar in mijn auto had staan (onder andere een halve fles dropshot) en geheel blij werd ik wankelend uitgezwaaid.

Het bleef de hele ochtend een beetje miezeren en ik reed lekker door. Eerst over de snelweg maar toen de tol-gates steeds frequenter werden, via de lokale wegen. Heuvelachtig en vol bebouwd met suikerriet dat er perfect bij stond. In de middag werd het beter weer en ik besloot naar Richards Bay te gaan. Dat bleek een hele moderne badplaats te zijn. Vond er een super mooie campsite met gigantische aardige mevrouw die me normaal tarief rekende i.p.v. hoogseizoen tarief. De camping lag midden in de jungle en toch op 100 meter van de zee. Het was zwoel en vochtig en de muggen hadden ook overdag honger. Ik zwom wat en rommelde wat. Wilde eigenlijk de zondag ook blijven maar in de ochtend werd ik wakker in de stort regen. Jammer maar door scheuren dus. Verder noord over de N2 richting Swaziland. Stak de grens over zonder problemen (men was vriendelijk, efficiënt en correct) en na het betalen van 5 euro wegenbelasting reed ik Swasi land binnen. Het was al 2 uur en ik reed niet ver meer maar ging op een camping staan waar ze, zo las ik in een waypoint van iemand anders, leeuwen moesten hebben. Precies wat ik zocht. Eindelijk leeuwen. Nadat ik betaald had en vroeg waar de leeuwen waren, werd me mede gedeeld dat die al 2 jaar weg waren, overgebracht naar een Nationaal Park. Ik had oude info dus. Shit, weer geen leeuwen. Op zich ook niet zo erg. Had echter mijn auto nog niet geparkeerd of er brak een stortregen los die aanhield tot diep in de nacht.

In Durban

In de ochtend scheen de zon zowaar en ik reed de modderige camping af. Mijn originele plan een grote rondrit door Swaziland te maken via wat gravel wegen liet ik varen en ik reed dwars door het land via de asfalt weg. Opvallend is dat het lang zo druk niet is als in Zuid Afrika. Geen starende mensen langs de kant van de weg. Veel minder verkeer, alles lijkt wat relaxter. Er schijnen hier ook niet die grote wit-zwart tegenstellingen te zijn die je in Zuid Afrika vindt, apartheid is hier niet geweest.

Mooie uitzichten in Swazi

Het zuiden was wat saai met graslanden, suikerriet velden en stekelbosjes. In het midden van het land ligt de hoofdstad midden in de heuvels. Moderne snelwegen omcirkelen die stad, prachtig aangelegd en voor ik het wist, was ik de hoofdstad al voorbij. In de middag, in het noord oosten, begonnen de bergen en werd Swaziland erg mooi. Ik vond het een mix tussen Nepal en Mongolië. Groene heuvels. Niet zo hoog als in Nepal maar zeker zo groen. Hier en daar mais in terras bebouwing en veel boom teelt. Dennen bomen vooral. Omdat Swaziland maar klein is was ik er ook zo doorheen. Pakte nog een shortcut die uiteraard langcut werd, maar erg mooi. Sloeg bij varkensberg (Piggs Peak) links af een landweg in en hobbelde 20 km door de bergen. De gravelweg was her en der nog nat van de regens van gisteren en op een paar steile stukken moest ik de vierwiel inschakelen en dan nog kwam ik er met moeite tegen op. Vlak voor het eind stond er een tractor vast, volgeladen met boomstammen, midden op het pad. Diverse kleine gewone jeeps en pickups kwamen er niet langs maar mij lukt het wel, uiteraard met het zweet in de handjes. Sliep net over de grens in Zuid Afrika dus, boven op een berg met gigantisch uitzicht en stil stil stil.

Tja, dan blijft er maar een belangrijk ding over in Zuid Afrika, het Kruger nationaal park. Via landschappen die me deden denken aan Chili of Zweden, heuvels met dennenbossen en meertjes er tussen in kwam ik in Nelspruit voor een tussenstop. Daarna reed ik over nog steeds mooie heuvelachtige wegen naar Hazyview. De heuvels waren kilometer na kilometer volgebouwd met kleine vierkante huisjes. Het was alsof je door een hele grote stad heen reed, maar wel een van 20 km lang. Zoveel mensen op de weg. Geen idee wat al die mensen hier doen of hoe ze hun geld verdienen maar riskeerde niet om te stoppen om het te vragen. Reserveerde bij Kruger een campsite voor de volgende dag en sloeg mijn bivak op in Hazyview. De prijs van de camping was aantrekkelijk (10 euro), een groot winkelcentrum naast de deur ik vermaakte me wel. Een collega kampeerder liet me foto’s zien van de leeuwen en tijger die hij twee dagen daarvoor gezien had in Kruger, ik had er al helemaal zin in. Zou ik dan eindelijk leeuwen gaan zien?

Overigens is winkelen in die grote Malls (shopping centra) helemaal niet leuk meer. Toen ik van Angola Namibië binnen kwam, was het zo fijn zo’n enorm winkelcentrum te zien. Maar al snel kom je er achter dat ze allemaal hetzelfde zijn, met dezelfde winkels, hetzelfde aanbod (saai aanbod) en , zo lijkt het, dezelfde klanten. Maakt niet uit waar in Zuid Afrika je gaat shoppen, er is altijd een PEP winkel, een Pick ’n Pay en een Spar, bijna altijd wel een Game winkel (geen spellen maar een beetje van alles), de bekende Chinese winkels met hun goedkope Chinese rotzooi etc etc. Geef mij maar de armoedige winkeltjes van west Afrika (haha over een maand piep ik wel anders).

In de late avond barste er een enorme storm los. Rukwinden, slagregens en gigantische bliksem partijen maakte dat ik laat sliep. Maar toch was ik voor dag en douw op, om bij zon opgang bij de ingang van Kruger te staan. Kruger park is een gigantisch park en strekt in de lengte ongeveer 325 km uit. Ongeveer Nederland dus. De breedte is wat variabel maar ligt ongeveer 50 km. Je kunt je dus voorstellen dat het groot is en ik had mezelf twee dagen gegeven om alles te zien, met een overnachting in het Park. Alles in Kruger is perfect georganiseerd moet ik zeggen, dat was allemaal puik in orde. De wegen zijn goed, aanwijzingen ook.

In kruger verwelkomt door mijn familie

Het landschap in Kruger varieert wel een beetje. In het zuiden is het een stuk groener terwijl het steeds droger word naarmate je noordelijker rijd. Ik reed de eerste dag een beetje in het midden van het park (nouja, klokte toch 250 km die dag). Zag erg veel wild. Olifanten om elke hoek, Giraffen hingen onder elke boom, Afrikaanse wilde hond bij elke bocht, zebra bij elke oversteekplaats, wildebeest, impala’s en elanden, allemaal poseerde ze voor de camera. Maar de leeuw en tijger bleven zich verstoppen.

Om 5 uur melde ik me bij mijn campsite, een kleine site net onder de Olifants rivier, zonder elektra, restaurant of bar. Lekker rustig. Sliep dan ook als een olifant. Toch hoorde ik wel wat rare geluiden en vroeg me af of ik misschien in het Freddy Kruger park was.
Werd wakker met een Hyena vlak naast mijn auto. Toen ik naar buiten wilde taaide hij af, jammer, die had ik niet op de foto.

Die tweede dag reed ik weer 250 km door het park. Zag veel van dezelfde beesten maar ook nu weer bleven de kat achtige zich voor me verstoppen.

Het zal wel een paar oorzaken hebben dat deze beesten voor me verborgen blijven. Ten eerste staan ze natuurlijk niet naast de kant van de weg te zwaaien van ‘hier ben ik’. Die katten zitten verstopt in het gras, hebben dezelfde kleur als het gras en zijn dus moeilijk te zien. Niet zoals een Zebra of Olifant die zo afsteekt dat een blinde mol ze nog kan zien. Tweede is dat ik alleen rijd, dus ik moet en op de weg letten en rondkijken. Ja dan heb je maar een derde aandacht van als je met z’n tweeën zou zijn, dat scheelt. Derde is dat mijn auto natuurlijk groot en opvallend is, bijkomend nadeel dat mijn remmen piepen als een hijgend hert. Als ik denk wat te zien en ik rem, springt alles weg. Ondanks dat, was het Kruger toch een prima ervaring. Zeker een aanrader. Samen met Etosha in Namibië zijn deze twee de parken om wilde beesten te zien tegen een normale prijs.

De score van deze twee dagen: Olifanten, Giraffen, Buffels, Zebra’s, Heyana’s, Wilde honden, wilde zwijnen, Elanden, Wildebeest, 20 soorten herten en veel roofvogels.

Begon de volgende dag met wat rijden naar het noorden. Er waren daar wat bezienswaardigheden zoals ‘Gods Window’ en de Blijde rivier canyon.

Hier stijgt het landschap van Afrika van het laagveld naar het plateau, naar 1400 meter of zo. En dat geeft natuurlijk prachtige landschappen en wegen.

Wilde eigenlijk op zondag Mozambique binnen gaan vallen maar door omstandigheden stelde ik dat iets uit. Vond namelijk een zeer prettige luxe campsite en besloot daar mijn Mozambique voorbereidingen te gaan treffen. Immers begint daar het echte Afrika weer  en moest ik dingen inslaan, mijn auto wat aanpassen (ze vragen daar weer om andere waarschuwings stickers achterop de auto) en dit verhaal af te maken en hoofdstuk Zuid Afrika af te sluiten.

Afsluitend moet ik een conclusie geven over Zuid Afrika. Tja, het is een prettig land, laat ik daar mee beginnen. De mensen zijn over het algemeen open en sympathiek. Er is een goed infrastructuur , een bloeiende camping cultuur en veel om te zien. Maar, en dan komt natuurlijk de maar. Het is geen Afrika. De naam van het land doet anders vermoeden maar Zuid Afrika is, veel meer nog dan Namibië, gewoon Europa. Ook op prijs gebied is het als Europa.

Daarbij vind ik er te veel hekken staan overal (je kunt vrijwel nergens van de weg) en vind ik er teveel geweld, teveel verhalen over geweld en teveel angst voor geweld. En dat merk je in de hele samenleving hier en drukt een beetje een stempel op alles. Angst om vrij te kamperen, angst om je auto ergens alleen achter te laten, angst om in je eentje in de trein te stappen. Ook nog steeds de zwart-wit tegenstelling die er is, ondanks dat de apartheid over is. Jammer.

Ik ben blij in Zuid Afrika geweest te zijn, zou het niet hebben willen missen. Maar of ik nu zo snel terug zou willen….
Goed, nu even heel wat anders.
Eerst wat droevig nieuws. In Kaapstad is een aap gevangen en afgemaakt. De aap, Fred genaamd, was al jaren een plaag omdat die had geleerd hoe hij een auto deur moest open maken. Dat deed hij dan ook regelmatig en stal alles wat eetbaar was uit auto’s, terwijl de passagiers er gewoon in zaten. Steeds vaker verwonde hij de mensen die zich verzette en nadat de Fred vorige week weer twee toeristen had verwond voor een half pak koekjes, werd dat gelijk zijn doodvonnis. Fred werd gevangen en een dodelijke injectie toegediend. Hij ruste zacht.

Rijdend in Zuid Afrika kom je toch wel erg fraaie Afrikaanse woorden tegen hoor. Sommige woorden zijn moeilijk te bevatten, bij andere woorden lig ik een deuk. Hier dus hier wat woorden (ik heb een hele lijst maar geef er maar een paar) waarvan ik de betekenis leuk vond of niet snapte.
Bobbejaan
Branderplankry
Padwinkel
Aftrekplek
Slagate
Vragmotor

Als je geen Zuid Afrikaan bent en je raad alle woorden goed, mag je bij mij in de vrachtwagen op het diner komen.

Dan nog wat prijzen (in euro) om te onthouden :

Gehakt 4.69 kilo, Kaas 4.39 kilo, Brood 0 .59, Erwten kilo diepvries 1.89
Blik witte bonen in tomaten saus 0.19,  kilo rijst 5.99, 2 liter coca cola 1.29
Margarine 1 kilo 2.19, Kip diepvries 2.29 per kilo, Diesel .95 cent per liter
Volkswagen Polo nieuw 15.000 euro