In maart 2007 was ikweer terug in India. Ik wilde toch graag naar Sri Nagar omdat Leh Ladakh nog niet open was. Dus zodoende, met een detour richting het noorden de bergen in. Dit verslag kent 7.475 woorden, 40 minuten leestijd
Weer terug in India, het land wat ik haat en toch leuk vind. Dat viel even niet mee na het relaxte Nepal. Relaxt dan qua mensen en verkeer. Hier in India moet je weer vechten voor je plaats op de weg. Maar ook relaxed qua temperatuur, Jezus wat was het warm in India, nu al, het is pas eind maart. Erg is dat er wolken zijn. Wolken met verse hongerige muggen, die je geen minuut met rust laten. Je kan lagen DEET opsmeren, muggen coils aansteken, muggen gaas op heel je auto hebben, jammer dan. De wolken zijn er op gebrand je voor ontbijt, lunch en diner te nuttigen, en dan wel liefst alle drie tegelijk. Dat noodzaakt je dan om ’s avonds binnen te gaan zitten met ramen en deuren dicht en dat is dan weer alleen uit te houden als je de airco aanzet, dus dan moet de generator aan. Heel gedoe allemaal. Gelukkig koelt het later in de nacht nog wel af dus valt er, als het binnen eenmaal is afgekoeld nog redelijk te slapen.
Vanwege de hitte maar vooral vanwege tijd perikelen wilde ik zo snel mogelijk naar Manali rijden om daar te proberen via de Rothang pas naar Leh te rijden. Even voor de goede orde, deze weg is de hoogst berijdbare weg ter wereld (claimt men althans) en ik had geen idee of die weg wel open was. Ik had geruchten gehoord dat het erg veel gesneeuwd had dit jaar, dat zou betekenen dat het wel eens eerder later dan eerder zou zijn (pff, wat een zin). Ik had een route naar Manali binnendoor uitgedacht, via Kahipur, Nagina, Bijnor, Muzzarafnagar en Panipat om ten noorden van Delhi op de highway nr 1 te komen, en dan recht omhoog.

Had wel het vermoeden dat deze wegen beter zijn dat al die grote wegen die vaak door trucks helemaal aan gort gereden worden en mijn plan kwam redelijk uit. Er zaten wat kleine slechte stukken tussen maar die beperkte zich tot een km of 10, dan werd het weer beter.
Op veel gedeeltes hadden ze blijkbaar net de gaten in de weg gevuld. Dat doen ze met een combinatie van teer, hooi en een of andere groene plant, heel raar gezicht. Normaal in India wordt de weg er daar door niet beter op maar hier hadden ze het erg netjes gedaan. De kleine weggetjes zijn veel pittoresker maar je kan er vaak geen snelheid maken door het vele lokale verkeer van ossenkarren, fietsers en op dit moment, vanwege de suikerrietoogst, heel veel tractors volgepropt met de zoete stengels. De rit door het Indiase Uttranchal (zo heet de Provincie alhier) ging verder redelijk voorbeeldig, de eerste nacht in een veld geslapen en mijn bezoek, wat natuurlijk in India onvermijdelijk is, bestond uit vriendelijke Punjabi Sikh boeren, die me uitnodigde om bij hun huis te staan, maar ik was al aan het koken en had niet zo’n zin in al die aandacht. De volgende dag bleef de weg redelijk tot zo’n 20 km na Nangina, de weg richting Bijnor was erg slecht. Het was maar 20 km maar met een vaartje van 15-20 duurt het dus wel een uur. In Bijnor werd ik nog aangehouden door een slimme belasting man, vergezeld van een paar politie mensen, die mijn belasting papieren wilde zien. Het duurde lang voor ie snapte dat ik geen commerciële vrachtwagen was, en mocht daarna door rijden. Ook na Bijnor zat er een slecht stuk tussen toen ik plots van de goede weg richting Meerut af moest. De volgende nacht bij een benzine pomp geslapen en ook hier was mijn bezoek naar verloop van tijd weer weg.
De derde nacht was wat minder. Was helemaal tot Sundar Nagar gereden, een tering eind, met nog een tussenstop in Chandigar om wat inkopen te doen. (Overigens was er net voor Chandigar wegwerkzaamheden aan de gang waardoor ik een brug niet over kon. Helaas geen borden welke route ik dan wel moest nemen en dat heeft me zeker een uur omrijden en zoeken gekost).

In Sundar Nagar is een meer waar je aan kan staan, heb ik al eerder gedaan, is lekker rustig en als je een redelijke stront vrije plek kan vinden (is niet makkelijk in India) dan kan je zelfs de deur open laten in de avond. Helaas ging het dit keer fout, want ik sliep net, uurtje of 10 of zo, toen er op de auto gebonsd werd. Ik deed mijn raam open en er stonden twee vage gastjes die duidelijk te diep in het glaasje gekeken hadden. Of ik maar even parkeer geld wilde betalen aan ze. Die dachten een willig slachtoffer gevonden te hebben om hun blijkbaar lege drink portemonnee bij te vullen. Tja, dan kennen ze me niet, dus ik riep dat ze de volgende morgen maar terug moesten komen, dan waren ze als eerst aan de beurt. Dat viel niet in goede aarde en er werden onvriendelijk dingen geroepen maar ik denk, ik negeer ze, dan gaan ze vanzelf weg. Ze hebben nog een kwartier rond de auto gehangen, tot ik plots een klap hoorde en vermoede dat ze een steen hadden gegooid. Dat is de typische laffe Indiase manier van wraak nemen op iets wat ze niet zint. Ik schoot mijn kleren aan, pakte mijn maglite zaklantaarn (politie model) en stormde naar buiten. Kom je aan mijn auto dan ben ik een kwaaie.
De twee dronkenlappen liepen een stuk verderop beneden aan de dijk waarop ik geparkeerd stond. Bij inspectie van mijn auto bleek dat de steen tegen de fiets aan was gegooid, en waarschijnlijk geen schade had gedaan vanwege de hoes die erom zat, maar ik besloot toch mijn auto te verplaatsen want die eikels konden zo alles weer herhalen met alle gevolgen. Reed dus mijn auto 2 km verder over de dijk en zette hem bij wat huizen, en om zeker te weten dat die sukkels me niet volgde liep ik wat terug richting oude plek. En ja hoor, daar kwamen ze aan, er zat niks anders op dan ze te confronteren. Ik was maar alleen, het was wat angstig maar ik stapte toch op ze af en confronteerde ze met hun laffe actie. Eerst deden ze alsof ze nergens van af wisten, maar toen ik een foto van hun gezichten maakte (dat werkt altijd goed hier in India) en vermelde dat ik dan wel naar de politie zou gaan, en die zou ze wel herkennen, draaide ze om als een blad. Duizend maar sorry, het was de drank, echt, ze konden er niks aan doen. Dat is Indiase logica maar ze erkende het euvel tenminste. Of ze de schade zouden vergoede… ach ze waren maar studenten en hadden geen geld (wel genoeg om drank te kopen), weer duizend maal sorry, het zal niet meer gebeuren. Enfin, dat ging zo een poosje door tot dat bleek dat ze in een van de huizen woonde waar ik voor had geparkeerd haha. Nouja, ondanks dat alles met een sisser afgelopen, toch slaap je dan niet lekker meer.
De volgende dag in Raison op de campground geparkeerd en twee daagjes bijgekomen van de rit, en vernomen dat de weg naar Leh dicht is en nog wel eens een tijdje dicht kan blijven. Na een bezoek aan Manali, de laatste plaats voor de weg naar Leh begint, kreeg ik geen duidelijkheid wanneer die weg dan wel open zou gaan. De een zegt over twee weken, de andere over twee maanden. Niemand schijnt het te weten. Het was erg druk in Manali, in April komen alle Indiase toeristen en dat was te merken. In een tijd van twee dagen mijn was laten doen, twee metalen kisten laten maken om mijn plastieken te vervangen, koffie kunnen kopen (een hele geruststelling) en wat klungel werk gedaan.

Wassen India style
Er was maar een oplossing als ik toch die kant van Leh uit wilde en toch begin augustus weer terug in Nepal te zijn, en dat is het rondje Manali-Leh-Kargil-Srinagar-Jammu andersom te gaan rijden, in de hoop dat ik via deze kant wel in Leh komen kon. Via die kant is de hoogste pas 4600 meter, dat scheelt bijna 1000 meter met de weg aan de andere kant dus de kans dat die weg of open is of snel open gaat is groter. Weer terug gereden naar Raison, daar anderhalve dag op de camping gestaan om me mentaal voor te bereiden op de lange rit naar SriNagar.

De weg die ik gekozen had was erg mooi. Ik had hem gedeeltelijk reeds eens gereden, naar Daramsala, nu volgde ik de Highway 20 vanaf Mandi dus verder, helemaal tot Pathankot. De weg slingert door de bergen. Soms een uur een enkel baan (en dan bedoel ik niet enkel heen en enkel terug, maar gewoon echt maar één baan zodat je bij een tegenligger moet stoeien wie er opzij gaat) en dan weer een stuk twee banen (een voor elke kant dus). Af en toe ga je door dorpen waarvan ik denk…. Jezus, als ik daar zou wonen…die highway 20 gaat midden door het dorp, een straat die net zo breed is dat er net twee auto’s langs elkaar kunnen. Omdat dit India is, zetten ze vervolgens wel al hun handel op straat, zodat deze te smal is om elkaar te passeren. Ook parkeren de klanten hun scooter, bromfiets of auto voor de winkel zodat je er echt helemaal niet meer door kan. De dampen van die auto’s vrachtauto’s en bussen stomen die winkels binnen en alles is grijs van de roet, maar niemand die maar de moeite neemt om er wat aan te doen. Ik blijf dat zo raar vinden altijd. Maar ja, dit is India.
Verder is de weg inderdaad schitterend, verre gezichten, rijstvelden en een weg van minimaal 15-20 BPK, (zie verklarende woordenlijst in FAQ gedeelte van deze site) dus zit ik flink aan dat stuur te draaien. Met een gemiddelde snelheid van maar 30 km per uur (dat tijd dat ik echt rij, stoptijd en file wachten niet meegerekend) duurt die weg wel lang. Heb echt moeite gedaan om een afgelegen plek te vinden, en dat is toch altijd weer een hele kunst in India. Ik vond die (dacht ik) om 5 uur in een rivier bedding (hoop niet dat er een stortvloed komt, dan ben ik verzopen vannacht). Die rivierbedding was van de weg af, met een gewone auto vrijwel niet te bereiken , alleen wat tractors waren aan het zand scheppen. Maar, dit is India, dus na 10 minuten stonden er ineens een jeep me 6 man en ook ineens 4 fietsers voor me neus, al herrie makend op z’n Indiaas. Die hadden me blijkbaar van de weg af zien staan, en dan is de nieuwsgierigheid van de India’er niet te betomen. Helemaal lopend met hun fietsen over een kilometer lange zand en rotsen weg kwamen ze bij mij aan. Ze trokken allemaal een transistor radio uit hun tas toen ik niet reageerde op hun contact pogingen. Demonstratief pakte ik mijn handel weer in, en reed weg, om 500 meter verder weer te stoppen. Ze bedoelde het goed hoor, vast wel, maar na een dag lang buffelen achter het stuur heb ik daar even geen zin in. Ik geloof dat ze het door hadden want ze gingen weg en ik had een rustige nacht op mijn oude plek, 2 meter van het water af. Dit noodzaakt mij een nieuwe definitie toe te voegen aan de al bestaande en wel de definitie van tijd; hoe lang het duurt voordat de eerste toeschouwer cq nieuwsgierige zich melden bij de auto na het parkeren. Ik noem het de NVF (nieuwsgierige ventjes factor) en in dit geval was hij dus 5 (van 5 minuten). Hoe lager het getal, hoe erger het is.
Verder door rijdend naar het noordoosten kom je plaatsen als Daramsala tegen (bekend omdat het de vestigingsplaats van de Daila Lama is) en dan Pathankot. Hier was ook de grens tussen de twee staten Himal Pradesh en Punjab. Dit Punjab is de rijkste staat in India, zeer vruchtbaar en bewoond (en bewerkt) door het Sikh volk (die met die tulbanden), zeer aardige en openhartige mensen. Dus je zou denken dat de wegen er beter op zouden worden maar niets was minder waar. Rond Pathankot waren de wegen super slecht en duurde het weer lang voor ik enige kilometers kon maken. Verder naar boven, richting Jammu, winter hoofdstad van Kashmir, ook hier veel wegwerkzaamheden met alle ellende van dien.
De grenspost tussen de provincies van Punjab en Kashmir leek wel die van het oude oost Duitsland. Je kan merken dat Kashmir een militair speel terreintje is. Vette controles, grote hefbomen en hoge tol om te betalen. Ook ik kwam er niet onder uit. Men wilde in eerste instantie natuurlijk dat ik in de ellen lange wachtrij van vrachtwagens zou gaan staan (zou me minstens een halve dag gekost hebben) maar ja, ikke niet weten dan natuurlijk. Enfin, na een poosje kom je dan bij de hoogste baas terecht, die dan verveeld wat met zijn hand wuift en ik mocht door, na 350 roepies achter gelaten te hebben. Achteraf bekeken was het het geld wel waard want de wegen waren (op een paar stukken na) erg goed.

Na Jammu beginnen de bergen. En dat gaat dan met geweld hoor. Niet even eerste een paar heuveltjes maar bwaaahm, recht omhoog. Ok, iets overdreven, maar wel spectaculair. Ik kwam me toch een hoop vrachtverkeer tegen, onbeschrijfelijk. Alsof alle vrachtwagens van India op deze weg reden. Vage was wel dat ik ze tegen kwam, maar op mijn weghelft er niet zo veel waren. Er gingen dus al bellen rinkelen. En ja hoor, op een gegeven moment een hele rij met stilstaande vrachtwagen.

Domme Casper snapt daar niks van, rijd er voorbij en na 100 vrachtwagens gepasseerd te zijn was er een checkpost. Ik mocht niet door, want het was vandaag ‘down’ verkeer. Ik snapte er allemaal niks van (echt niet dit keer) en de politieman sprak geen Engels. Na lange tijd werd het me duidelijk. Er was een stuk weg waar maar eenrichtingsverkeer mogelijk was, en de overheid had besloten om de ene dag het verkeer naar beneden toe te laten, de volgende dag naar boven. En je raad het , vandaag mocht het verkeer van boven naar beneden rijden, om vier uur vannacht mocht het ondersom.

Nu snap ik waarom het een richting verkeer is
Na heel veel soebatten mocht ik toch door, ik denk, ik zie wel hoe ver of ik kom. Het is echt onbeschrijfelijk hoeveel vrachtverkeer ik tegen kwam, en hoeveel militaire colonnes. Jezus mina, echt duizenden vrachtwagens. Rond 5 uur kwam ik de volgende rij met vrachtwagens tegen langs de kant van de weg. Ook nu weer er dom langs rijden, alleen blokkeerde ze nu een weghelft dus reed ik op de andere er langs, en ja hoor, halverwege het passeren kwam er een militaire colonne op me af. Ik kon niets anders doen dan een heel stuk achteruit (rechts van me 200 meter afgrond, links een lange rij vrachtwagens en voor me een militaire colonne met een mitrailleur op het dak) . Even zweten, maar op een gegeven moment werd de weg ietsjes breder en de militair gebood me tegen de vrachtwagens aan te gaan staan, dan kon ie er wel door. Zo gedaan en het paste allemaal net, millimeter werk. Zo gingen er 100 vrachtwagens bussen en militaire vrachtwagens aan me voorbij en waren die na 20 minuten eindelijk voorbij, reed ik snel naar de kop van de file. Hier mocht ik er dus echt niet door, terwijl het een richting stuk pas 80 km verderop was. Ik vond het eigenlijk ook niet zo heel erg. Was al vanaf de avond er voor een beetje grieperig en parkeerde mijn auto aan de kop van de file tussen de vrachtwagen chauffeurs. Na een half bord eten gegeten te hebben bewusteloos gaan slapen.

Geen stuur foutje maken
Verder naar het noorden, al rijdend in een konvooi van vracht verkeer het hele stuk naar Sri Nagar gereden. De weg, zeker het laatste stuk voor je in de Kashmir Vallei komt is spectaculair en word afgesloten door een ellenlange tunnel die zo smal is dat als je een verkeerde beweging maakt je tegen de tunnel wand rijd. Maar het stuk daar voor, van pakweg 1500 naar 2700 meter is machtig. Om de een of andere reden was het vrachtverkeer aanzienlijk minder, en was ik niet zo ziek geweest die dag had ik er twee keer zo van genoten.

De Kashmir vallei is vruchtbaar en groen. Van SriNagar, verwachte ik dat het een soort Manali zou zijn, maar het was een gewone vieze stinkende stad zoals de meeste Indiase grote steden. Dat was jammer, ik had probleem met het vinden van een parkeer plek. Plots zag ik , midden in de stad, het ‘tourist welcome centre’, met een groot parkeerterrein en een politie post ernaast. Bingo, zonder te denken gooide ik mijn stuur om en reed het hek binnen. Iedereen stond te apengapen van verbazing en had dus niet de notie om te zeggen dat ik hier niet mocht parkeren. Ik stapte uit, vertelde dat dit het welcome centre was, dus ik voelde me welkom. Haha, nu wisten ze niet meer wat ze moesten zeggen.

Het bekende Dal meer in Srinagar
Ik werd onmiddellijk door een bende tauts (zie verklarende woordenlijst in FAQ) besprongen en binnen 10 minuten werd ik wel 20 keer een houseboot aangeboden. Toch eerst maar het toeristen info centre ingegaan, kreeg veel info, folders en het advies om bij een van de tauts achterop de brommer te springen om wat hotels te gaan bekijken. Dit gedaan en na een half uur het een en ander bekeken te hebben wist ik het wel. Ik vertelde de taut dat ik niks leuk vond, wilde terug naar mijn auto, regelde dat ik de nacht op het parkeer terrein van de welcome centre mocht blijven (moest toestemming van de politie vragen, die op zijn beurt weer toestemming van de commandant ging vragen).
Hele nacht bewusteloos geweest, dit van de zeer zware rit en de griep die nog steeds erger aan het worden was. Volgende ochtend mijn auto verkast naar een parkeer terrein aan het meer, hier sta ik buiten het drukke verkeer, op een km van het centrum, prima met de fiets te doen. Zal hier mijn volgende plannen gaan maken, want de weg naar Leh is nog steeds niet open en hier zegt men dat dat nog zeker 20 dagen gaat duren.
Midden April 2007, Srinagar
De Kashmir vallei in India maar vooral de plaats SriNagar in bijzonder is anders. Heel anders dan de rest van India. Dit komt waarschijnlijk omdat dit deel van India zwaar Moslim is. En dat maakt de bevolking anders, zeker niet slechter. Dat wil niet zeggen dat ze hier geen irritante Indiase trekjes hebben hoor, maar de sfeer vind ik in ieder geval prettiger dan veel andere plekken in India waar ik geweest ben.
In SriNagar waan je je terug in Pakistan. Meeste mensen dragen de bekende Pakistaanse kledij, wijde lange dunne broek met daarover een soort jurk. Het gekerm van de moskeeën spreid zich 5 maal per dag luid over de stad. En dan bedoel ik ook luid hoor, want als het bid tijd is, is de lucht zwanger van het Alah Akbar. Om half 5 in de ochtend is dat wat minder prettig, gelukkig doen oordopjes wonderen (behalve de eerste nacht, ik was vlak bij een van de grotere moskeeën geparkeerd en het geluid deinsde door de dopjes heen).
De eerste nacht op het parkeerterrein van het ‘Tourist Welcome Centre’ geslapen, en op het vroeg wakker worden na was het een prima nacht. Ook hier is het in de nacht rond de 10 graden, heerlijk om te slapen.
De volgende dag mijn auto verkast naar een gevonden parkeerterrein aan het Dal meer, ongeveer 2 km van de stad vandaan, weg van de meeste herrie, luchtvervuiling (want dat is hier erg) en toeristen stromen. Voor 100 roepies per nacht sta ik hier prima.

Het dal Lake, rustig en mooi
De manager/eigenaar van het parkeer terrein is een bijzondere vriendelijke man, met grote baard natuurlijk, bied me alle hulp aan en is een prettig persoon om mee te babbelen.
Helaas is de weg naar Leh nog steeds niet open, zodat ik genoodzaakt ben te wachten. Tja, dan moet je toch wat doen nietwaar, dus ben op de scooter al diverse malen de stad door gereden, diverse moskeeën, tempels e.d. bezichtigd, evenals andere bezienswaardigheden. Zo was ik boven op de berg geweest die naast de stad ligt, het bekijken van een tempel die daar sinds 500 VC staat (dat is dus 2500 jaar oud!!) , heb een boottocht over het meer gemaakt een hele dag, de diverse tuinen en parken bezocht, wat in het winkel district rondgehangen en geinternet. Tja, en dan zijn de opties langzamerhand op.
Het meest bekende kenmerk van Srinagar is wel het Dal meer, waar de stad zo’n beetje rond is gebouwd. Ooit in het verre verleden, heeft een vorst besloten dat er op huizen belasting betaald moest worden. Een slimmerik is toen op een boot gaan wonen om deze belasting te omzeilen. Je weet, als in Azië iemand een goed idee heeft, hebben er een week later duizend andere het dus ook. Met gevolg dat het halve meer vol ligt met ‘huisboten’, en dat is een van de grote toeristische attracties. Ik zelf zie daar de lol niet zo van in. O.k., als je op een mooie plek afgelegen in het meer op een boot kan zitten, kan ik me er wat bij voorstellen, maar er liggen ondertussen meer dan 1000 van die boten in het water, het is dus hutje mutje.

Een bloemen verkoper, met op de achtergrond een house boot
Komt bij dat elke boot natuurlijk de toilet, afwaswater e.d. in het meer loost, je kan je dus voorstellen dat het niet al te schoon is. Ondanks dat is het water toch redelijk helder, dit komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van heel veel waterplanten. Zo veel dat ze hier met boten de planten uit het water scheppen om de boel nog een beetje open te houden.
Srinagar heeft een boulevard, jaja. Langs die boulevard zijn de aanlegplaatsen voor de Shikarra’s. Dat is een soort kruising tussen een Gondola uit Venetië en een roeiboot. Met zo’n gevaarte kan je het meer rond, of, als je op een woonboot zit moet je het als taxi naar het vaste land gebruiken. Helaas, ook nu weer, veel te veel van het goede. Er liggen wel 500 van die boten aangemeerd aan de boulevard, de schippers zitten op de wal te wachten op klanten. Loop je dus lekker over die boulevard, dan is er om de 10 meter de roep ‘Hey friend, Shikara? Cheap price’ en dat wordt dus al snel irritant. Zeker als ze erna ook nog wat in het Kashmiri roepen, waarop de andere mensen dan lachen. Dan weet je wel hoe laat of dat het is.
Men spreekt hier dus Kashmiri. Dat is een onbegrijpelijk taaltje, dat niks met het Indiase Hindi te maken heeft, maar meer klinkt als een mix van Turks en Pakistaans. Er schijnen veel Urdu woorden in te zitten, en dat is de taal die men idd in Pakistan spreekt.

Brood in SriNagar in allerlei smaken en vormen, maar altijd lekker
Mensen zijn hier verder erg behulpzaam en wat meer afstandelijker dan de gemiddelde India’er. Men is wat minder op geld belust en misschien iets meer manieren, maar het blijft wel India. Dus het openbaar plassen (nu dan wel gehurkt, het blijven moslims), spugen en lawaai maken is ook hier aan de orde van de dag. Er zijn vrijwel geen bedelaars, en diegene die er wel zijn komen uit India. (men noemt zichzelf geen India maar Kashmir!!)
De stad is iets apart. Als je de drukke wegen vermijd en in de nauwe kleine straatjes loopt is het een kruising tussen Lahore en Kathmandu. Houten huizen met aparte daken, een miljoen kleine winkeltjes, slechte straten, maar veel om te zien. Ik ging mijn scooter laten fixen (een domme India’er , die ik er 1 minuut op had laten rijden reed natuurlijk pardoes tegen een auto aan), en ik werd overal super vriendelijk geholpen, absoluut niet afgezet zoals dat in de rest van India wel zou gebeuren. Men ging echt uit de weg om me te helpen, en dat geeft een goed gevoel. Nieuw remhandvat…. 50 roepies en 10 roepies voor het erop zetten. (1,20 euro dus).

Na al deze loftuigingen zou je denken, Srinagar is de Bom, daar gaat Casper lang blijven. NEE, helaas. Er is namelijk een heel vervelend ding in Srinagar. En dat is omdat er een gigantische overmacht van leger met politie en speciale diensten mensen op de been zijn in deze stad (en omgeving). Elke honderd meter staat een militair met een mitrailleur, bij elke brug, hoek en boom staat een soldaat, alles met kogelvrije vest en geweer in de aanslag. Overal, als je even ergens stopt, wordt je gemaand door te lopen. Overal zie je dat lokalen er tussen uitgepikt word om zijn/haar papieren te checken. Er rijden heel veel gepantserde auto’s met met mitrailleur op het dak, er rijden ontiegelijk veel leger voertuigen. Het is je reinste oorlog staat. Dit maakt de sfeer soms erg gespannen. Elke leuke parkeerplaats is door het leger in beslag genomen. Zelfs het mooie Fort van Srinagar is door het leger bezet en dus niet te bezichtigen.
Tja, Srinagar ligt niet ver van Pakistan en er zijn hier veel aanslagen gepleegd, maar die aanslagen zijn vrijwel allemaal tegen de aanwezigheid van het leger geweest.
Ditzelfde leger heeft een flink aantal hotel ‘ingepikt’ en daar hoofdkwartier gemaakt, omgetoverd tot ware vestigingen. Als er een auto in of uit gaat, wordt al het verkeer stil gezet, hekken worden open gedaan, prikkeldraad opzij, dan komen er mensen met geweer in de aanslag en dan komt er een auto uit. Halve stad weer in de file, en dat gebeurt zo 6 keer per uur of zo.
Verder zie je erg veel troepen langs de kant van de weg lopen met metaal detectoren en snuffel honden om te kijken of er niet ergens een bom langs de kant van de weg ligt.
Ik moet eerlijk zeggen dat je als toerist weinig lastig gevallen word maar alleen al het feit dat anderen dat wel worden, dat het verkeer steeds stil ligt, de machtsvertoon van India, nee, het maakt het er hier niet leuker op. Ik liet me geisteren vertellen dat het in Leh precies hetzelfde is, en dat doet me wel denken.
Eind April 2007, toch naar Leh?
Gulmat of Gulmarg is het bekendste ski oord van India, ligt 50 km van SriNagar op 2700 meter hoogte. Ik ben aan het wachten dus nam me voor dinsdag de 17de maar eens daar te gaan kijken. Had van een paar Indiase toeristen gehoord dat er nog sneeuw lag, dus wie weet bind ik de latten wel eens onder. Om 7 uur in de ochtend reed ik die kant uit, lekker weinig verkeer. Het eerste stuk rijd je ook door zgn. wetlands, half ondergelopen grond wat er een beetje moerassig uit ziet (en ruikt) maar wel een mooi gezicht. Halverwege de rit begonnen klim naar de 2700 meter.

Op een gegeven moment een militair checkpoint, zo’n gek met een geweer. Stoppen!!.
Wat is dit (in het Kashmiri, en dat sprak ik niet maar ik snapte wat ie bedoelde). !!
Ik zei ‘this is my house’. Hij snapte er niks van, dus hij gebood me mijn wagen te openen. Ik zeg nee, dat is privé, maar dan komt het geweer omhoog en dan heb je geen keus. Uitstappen, deur open maken, hij gooit een blik naar binnen en gebaart me door te rijden. Dat gaat zo 3 tot 4 maal, dat wordt irritant.
Eenmaal boven gekomen bleek er geen sneeuw meer te liggen in het dal. Ik moest mijn auto op een betaalde parkeerplaats zetten (grr) en liep naar de gondel lift (jaja). Je kon de top zien liggen, wel in de sneeuw, en ik vermoede ene mooi uitzicht van daar. Wat blijkt, 500 roepies om naar boven te mogen. Dat is een vermogen. Daar kan ik drie weken van eten, dus dat zag ik niet zo zitten. Ik weet het, in Euro’s is het maar 10 euro, maar dat kan je niet vergelijken. Omdat er verder ook niks te beleven was ben ik maar weer gelijk terug gereden naar Srinagar. Daar nogmaals gevraagd hoe lang het nog zou duren tot de weg naar Leh open zou gaan en ik kreeg van een officieel ventje te horen dat dat nog wel eens een maand kon duren. En een maand in Srinagar wachten, sorry hoor, maar daar heb ik geen zin in. Toen het ‘s avonds ook nog een begon te regenen (en in hogere gedeeltes dus sneeuwen) besloot ik de volgende dag maar weg te gaan.
Waar naartoe, dat wist ik niet. Liep op diverse gedachten te hinken. Naar Manali gaan , dat zou gaan tegen vallen, immers is het daar hoog seizoen en dus erg druk.
Naar Khajuraho gaan zou wel lekker relaxed zijn, maar er warm.
Naar Nepal gaan zou kunnen, maar dan zou ik erg lang daar zijn, ik moest immers tot half augustus wachten om China binnen te mogen. Tja…. Besloot half om half te doen, naar Khajuraho te rijden, daar 3-4 weken blijven,, dan door naar Nepal te gaan en 3 weken in Bardia en 3 weken in Pokhara te blijven, dat zijn 9 weken, een week rijden, 10 weken, is eind juni. Heb ik juli als reserve haha.
De rit van Srinagar naar Jammu begon slecht. Eerst reed er een tegemoet komende leger voertuig zo dicht langs mijn auto dat hij de spiegels raakte, die pardoes alle twee kapot gingen (het glas). Gadverdamme, gelukkig was dat het enige wat ie raakte. Een stuk nieuwe spiegel kan ik er wel op plakken. Iets verderop een mega file. Ik deed alsof ik dom was, reed achter een bus aan en passeerde zo denk ik 150 vrachtwagens. Gelukkig stond iedereen aan de kant van de weg. Voor aan gekomen blokkeerde ik de boel (oeps), dus ik mocht door. Had wel tijd om te vragen wat er aan de hand was, het bleek dat er ergens op de weg in de bergen een aardverschuiving was en de boel geblokkeerd was. Jazus. Ik reed door maar was gewaarschuwd dat de boel verderop stil stond. Ja hoor, na 10 km, ongeveer 15 km voor de tunnel moest ik aan de kant, de boel stond stil. Gelaten staan wachten, wat met vrachtwagen chauffeurs lopen kletsen, ik zag toch wel verkeer langs rijden, en op een geven moment, na een uurtje wachten, zij een van de vrachtwagen chauffeurs : kom, jij bent toerist, je mag er wel door, ga rijden joh. Dat liet ik me geen twee keer zeggen en toen er een bus aan kwam, vroemm, ik erachter aan. Het feest duurde niet lang, na 2 km stond de boel vast. Ik propte mijn auto tussen een paar vrachtwagens en stond weer een uur stil. Ook nu zei een militair: gewoon rijden joh, je moet gewoon zeggen dat je een militaire auto hebt. Dus hoppa ziek van het wachten ging Casper weer verder langs de stoet van vrachtwagens.

Nee, niet Holland maar Kashmir
Een kilometer verder stond het echt helemaal vast, op z’n Indiaas. 3 rijen dik op elke weghelft, alles was geblokkeerd. Ben er maar achter gaan staan. Dit tot hilariteit van iedereen. Maar jah, dan gebeurt wat je niet verwacht, een hoge oom militair kwam van de andere kant en kon er dus niet door. Er kwam een ventje met wat streepjes aan en die begon me toch een stuk te schelden, eerst tegen een andere chauffeur maar daarna tegen mij (ik had de grootste auto), hoe ik het in mijn hoofd haalde om zo de boel te blokkeren, bla bla bla. Liet hem maar te keer gaan, op zich had ie wel gelijk, als ie in Europa was, maar dit is India en iedereen doet het zo. Met heel veel schuiven en steken de weg vrij gemaakt voor hoge ome, daarna kwam er een militair konvooi aan. Met mijn spiegels in het achterhoofd ben ik als een waakhond naast mijn auto gaan staan. Het was soms echt millimeter werk, maar ze zijn er allemaal door gegaan. Nog een uur later kwam de file in beweging en heb ik tot 5 uur in een konvooi van vieze dampende vrachtwagens gereden.
Heel veel vlooien auto’s. Dat zijn van die toeterende jeepjes of trutten schudders die niet willen wachten en om je heen zwermen als een hoop vlooien. Je hebt er verder geen super last van, ze zijn alleen gewoon irritant en zitten pal achter je met hun hand op de claxon, halen in midden in de bocht, enfin, het normale irritante Indiase verkeer. In de avond zat er niks anders op dan langs de kant van de weg te gaan slapen, de stoet met vrachtwagens en vlooien langs me heen laten gaan.
Even wat bevindingen tussen door.
India is alleen maar leuk als je een positieve instelling hebt. Als je denkt van gadver wat een rotverkeer of hoe zwaar heb ik het, dan is het afzien. Als je denkt van ach… zal mij een worst wezen, ik zie wel hoe het gaat en ik zorg dat ik lol heb, dan heb je dat ook. Vette file, ach, beetje grappen met de mede file staanders. Ik sprak een chauffeur en die had 15 dagen in een file gestaan, dit toen er een stuk weg naar beneden was gestort. Als je dat hoort, dan is drie uur wachten niet zo erg.
Verder vroeg ik me af (ik bedenk zo wat onder het rijden hoor) of het enige betekenis had dat de India’er zo een dom beest als een koe als god heeft. Ik bedoel een beest met zo’n domme uitstraling, dat moet toch enig effect hebben lijkt me.
Iemand vertelde mij, dat als andere mensen naar zijn auto zouden kijken (zoals ze dat bij die van mij doen), hij daar erg trots op zou zijn. Tja, dat is natuurlijk een andere insteek dan die van ons westerlingen.
Overal in India zie je de ‘English wine and Beer shops’, dat zijn zeg maar de slijters. Maar hoe komen ze bij die naam. Engelse wijn is volgens mij niet te zuipen, hun bier is ook niet een van de bekendste in de wereld. Iemand een idee?
Overal in India zie je mensen langs de kant van de weg zitten. Ogenschijnlijk doen ze niks, misschien wachten ze op een bus, ander vervoer, of zitten ze gewoon naar het verkeer te kijken. Waarschijnlijk het laatste. Als al die mensen, die de hele dag geen zak uitvoeren, productief zouden zijn, hebben ze hier in India in no-time het machtigste land van de wereld denk ik.
Nu weer tot de orde des dag. De volgende dag een zware rit gehad, helemaal tot vlak bij Ludiana. Uit de bergen komend was het gelijk warm, erg warm, in de middag tot 39 graden. In de avond was het weer een muggenplaag. Ik was op een veld gaan staan, en zelfs de lokalen, hoe aardig ze deze keer ook waren, gingen weg vanwege de vele muggen. Ik wist niet dat het zo erg was, en had ramen en deur open laten staan om wat koelte binnen te laten komen. Toen ik om half 8 de spuitbus pakte om de boel schoon te spuiten, vond ik die avond 35 dooie muggen op mijn dekbed. En dat was dus alleen in de slaapkamer, alle andere muggen lagen dus dood op de vloer (krak krak) aanrecht en dergelijke. Als ik de vierkante meters door trek moeten er minimaal zo’n 150 muggen binnen geweest zijn. Heerlijk geslapen, alhoewel het meer bewusteloos zijn was. De dag hierop wilde ik of net vóór Delhi stoppen als ik te laat was, en als ik tijd had wilde ik proberen er nog doorheen te scheuren. De weg was goed, waarschijnlijk een van de weinige wegen die zo lang zo goed is. Alleen rond Ludiana was het super druk, zelfs al om 8 uur in de ochtend. Maar… kwam wel een Macdonalds tegen, en ondanks dat ik al ontbeten had, maar een extra ontbijtje van een Mac Maharadja genomen…. ach…

Was al om drie uur bij Delhi dus besloot het erop te wagen. Het was weer erg warm, en in een drukke stad durf ik niet de airco aan te hebben. Dan moet je immers je ramen dicht doen, en dan hoor je het andere verkeer vaak niet goed. Dus met open ramen de drukte ingedoken. In EEN keer goed gereden!! Ondanks het drukke verkeer was ik in nog geen twee uurtjes door Delhi heen. Om kwart voor 4 was ik het rode Fort en Stadium voorbij (dat is al op de weg Delhi uit). Om vijf over 4 bij het Apollo Hospital, het zuidelijkste puntje van Delhi, en een record verbroken..
Moest nog wel een keer heel erg lachen. Een klein blauw vlooien auto-tje was een beetje brutaal aan het rijden en die maakte denk ik een stuurfoutje en reed tegen een klein vrachtwagentje aan vermoede ik. Die chauffeur sprong uit de auto, wilde het blauwe vlooien auto mijnheer te grazen nemen, die sprong vervolgens ook uit de auto en vluchtte al hollend tussen het verkeer weg. De vrachtwagen man kreeg hem te pakken vlak voor mijn auto en begon hem te slaan en te schoppen, maar echt op een Indiase manier dan he, het zag er toch komisch uit niet normaal, ik heb me in een deuk gelachen.

Zomaar wat foto’s van wat je tegen komt onderweg
De volgende dag, de 5de achtereenvolgende dag dat ik van ochtends vroeg tot ‘s avonds laat aan het rijden was, ging niet helemaal volgens plan. National Highway 2, deel van de Golden Traingle van snelwegen, waar India zo trots op is, is dus nog steeds niet af. Reed ik er dik drie jaar geleden over heen, met heel veel ellende, nu hetzelfde laken en pak. Ok, ze zijn wel wat opgeschoten, maar hé….3 jaar!!. Bij ons waren ze al toe aan verbreden van de weg, hier is het nog steeds een tering zooitje.

Bruggen zijn niet af (dus hup, de bagger in), een aantal by-passen zijn nog steeds niet af, dus hup, de drukke dorpen / steden in en door, met alle oponthoud van dien, om dan nog maar niet te spreken over stukken waar twee lagen asfalt liggen, dan ineens ligt er maar een laag. Gevolg, niveau verschil van 20 cm, maar omdat het allemaal de zelfde kleur is heel moeilijk te zien. Ik had al besloten om binnendoor te gaan, maar nu de snelweg nog steeds bagger was besloot ik dat nog eerder binnen door te steken. Tja, het was mijn eigen schuld, ik had het kunnen weten natuurlijk. Een grote gatenkaas, maximum snelheid 5 km per uur, en dat 50 km lang. Keep on smiling is het enige advies, maar dat dat niet altijd lukte snap je.

Zomaar wat foto’s van wat je tegen komt onderweg
De volgende dag begon niet veel beter, bij Orai kruiste ik de ‘snelweg’ nummer 25, en ik had even in gedachte om die te gaan pakken als die er veel beter uitzag. Helaas was deze snelweg ook een gatenkaas weg, dus vervolgde mijn weg richting Rath. Die weg werd slechter en slechter tot ik dacht dat ik helemaal fout zat. Plots, vanuit het niets dook een glanzende zwarte asfalt laag op me af en dit veranderde het rijden van een trage hel tot een zoemende heerlijkheid. Bij Panwari hield het geluk op, via highway 86 naar Mehoba was weer trage ellende. De weg was op zich slecht, maar het langzame kwam omdat het maar één baan was, dus bij elke tegenligger, driewieler of wat dan ook moest je de weg af het talud op of het zand in, en dat houd heel erg op. Was toch om twee uur in Kajuraho.

Zomaar wat foto’s van wat je tegen komt onderweg
Parkeerde mijn auto zoals altijd bij het Payall hotel, de manager ontving me vriendelijk, maar het was me toch een partij heet. 43 graden, niet echt een pretje. Het had er ook nog steeds niet geregend dus de boel was nog droger dan een maand of drie geleden.
Een paar dagen later pakte ik de bus naar Chatarpur, een redelijk grote plaats een uurtje verderop. Ik had wat dingen nodig, en vermoede dat ik er een dagje voor nodig had. Had ook belooft voor de moeder van Banti, die altijd belangeloos voor me wil koken (en dat ook vaak doet), een sari te gaan kopen, dat is zo’n typisch Indiase gewaad. Kleed klinkt wat oneerbiedig, dat is het ook niet, meer een soort dunne stof die ze om hun lichaam gooien.

Banti was mee, die kende de smaak van zijn moeder, dus wij een sari winkel in. Wat je dan mee maakt is onvoorstelbaar. Ik weet dat de India’ers een slechte verkoper is, aan de lijfe ondervonden, maar hier maken ze er echt een potje van. Het gaat ongeveer zo. Banti: Ik wil graag een Sari, niet te druk motief, in de kleuren groen of geel of zo. Dan komt er een verkoper, gooit vervolgens 40 verschillende sari’s voor je neer, je raad het, geen enkele met een rustig motief. Wel allemaal peperduur. Ik kijk Banti aan, die zegt vervolgens tegen die verkoper iets van… ‘géén druk motief’….maar met zo’n stem dat ik het amper kon horen. Krijg je weer veertig verschillende sari’s voorgeschoteld met druk motief, maar dit keer zit er wel wat groene en gele bij. Ondertussen zie je door de grote stapel met Sari’s de winkeluitgang bijna niet meer en meesmoedig stappen we de winkel uit. Bij de volgende winkel gebeurt vrijwel precies hetzelfde, en nog een winkel verder weer idem dito.
Komt nog bij dat het nu trouw seizoen is in India. Ja, seizoen, want dit schijnt een goede tijd te zijn om te trouwen (geen idee waarom) en dat is heel wat. Hele volkverhuizingen van families met alles erop en eraan gaan dan drie dagen lang (een trouwpartij duurt eigenlijk 8 dagen) op stap, eerst bij de mannelijke deel, dan wordt met die hele bubs mensen na 3 dagen het vrouwelijke deel opgehaald, grote feesten en vreet partijen er bij, maar goed, dat even terzijde.
De winkels zitten dus vol met vrouwen die sari’s willen kopen en de eigenaars van de winkels, die er meestal aan de voorkant voor zitten, ronselen zo veel mogelijk mensen en proppen hun winkel zo vol als mogelijk, en daarna liefst nog wat voller, want net als een Indiase bus…. vol bestaat niet. Het is overigens 40 graden, en airco is onbekend. Je moet je een dergelijk winkel voorstellen als een pijpenla met aan de ene kant een lange houten smalle bank waar de klanten op zitten in een lange rij, aan de andere kant een soort heel lang bed. Hier zitten dan de verkopers op, in kleermakerszit op een soort laken en die laten de sari’s zien. Achter in de winkel staat meestal een klein jochie, het sloofje. Die krijgt de opdrachten om bepaalde sari’s uit de rekken te halen en bij de verkopers te dumpen en de geziene stapels mee te nemen, weer terug in de doos te stoppen en weer in het rek te zetten. Dat jochie kan dat werk helemaal niet aan tijdens deze drukke tijden, maar niemand zal hem helpen.
Een verkoper laat sari’s aan 4 verschillende families tegelijk zien (want een sari kopen doe je met de hele familie) je snapt dat dat dus niet zo snel gaat.
Al om al is het een gigantische puinzooi, zeker omdat het gecombineerd wordt met de non-aanwezigheid van enige verkoop techniek of zelfs maar interesse van de verkoper, die laat gewoon zien wat er toevallig door het jochie voor zijn neus gedumpt wordt.
Dan ben je anderhalf uur verder en niks opgeschoten, behalve dat de druk bedrukte sari’s je voor de ogen zweven. Uiteindelijk, bij de vijfde winkel hebben we iets gevonden wat er op leek, en bijzonder moe en uitgedroogd kon ik de volgende job gaan doen.

Moe was blij met haar nieuwe Sari
Het was mijn plan om hier zo tot juni te blijven en dan naar Nepal te rijden, maar ik weet niet of ik , vanwege de hitte, het hier zo lang uit houd. Je merkt het vanzelf.
