CamperCassie

Tibet overland naar Nepal ✓

Tibet 2

Ik had geen zin weer uit Tibet te vliegen dus besloot om overland naar Nepal te gaan. Ook hier heb je permits voor nodig en een gids met auto, nogal wat geregel. Maar stapte met drie andere, een chaffeur en een gids in een lamme auto 4 dagen lang door het Tibetaans landschap, met een tussenstop in Everest Basecamp. Dit verhaal telt 6.653 woorden, 35 minuten leestijd.

Jonge jonge, Tibet is een provincie van China (niet dus) om je emoties te proberen in toon te houden, zeker als je een Chinees sprekend iemand bij je hebt, zodat je er dus achter komt dat je van alle kanten bedrogen word. Het is je reinste dieverij wat hier gebeurt.
Voor ik de smeuïge verhalen vertel, even de achtergronden.
Tezamen met 3 andere ‘buitenlanders’ hebben we een jeep met verplichte chauffeur en ´gids´ gehuurd, en via het officieel staats reisbureau een trip langs allerlei bezienswaardigheden geboekt, die eindigt bij de Nepalese grens, alwaar we de laatste paar uur met openbaar vervoer naar Kathmandu kunnen reizen. De totale trip koste 1600 Yuan per persoon (zeg maar 200 Euro) voor de Jeep, de Gids (die we verplicht mee moesten nemen), chauffeur benzine etc., maar excl. voedsel en overnachtingen e.d. We hadden van te voren (of eigenlijk had Marion dat gedaan) een plan opgesteld van wat we wilde bezoeken, op papier gezet en aan het reisbureau overlegd, om zo tot goede afspraken te komen.

Awel, op Vrijdag 3 oktober stonden we om 9 uur allen netjes klaar met onze bepakking en na alles in de Toyota Landcruiser te hebben gepropt, konden we op weg. Het gesodemieter begon al gelijk. Nee, we konden niet met meer dan 2 personen voorin zitten, want dat mocht niet van de politie, dat kon pas wat later als we de controles voorbij waren, zeg de 2e dag of zo. Gevolg was dat er 4 man achterin moesten zitten. Het kon allemaal net, maar was wel erg krap.

Het was wel proppen, maar met een beetje goede zin kon het

We waren allen in high spirits, dus dat lieten we niet onze pret bederven en om 9:48 vertrokken we naar het Samye klooster. Het Samye was waarschijnlijk het eerste klooster in Tibet en dus een van de grondleggers en pijlers van dit geloof. En geloof me, het geloof speelt in deze contreien een grote rol.
Ik had met heel veel pijn en moeite me tas dicht kunnen krijgen, want ik had in Lhasa natuurlijk het een en ander gekocht, zoals handschoenen, warme jas, loopschoenen, slaapzak, bidwiel en nog wel wat, dus ik moest echt dingen buiten aan me tas hangen en ik zag er uit als een kerstboom als ik mijn rugzak om had.

De rit voerde ons langs de weg richting vliegveld vanwaar ik 10 dagen eerder was gekomen, het was dus bekend terrein, maar toch weer adem benemend van schoonheid. De weg was erg goed en als we niet steeds moesten remmen of stoppen voor de hordes met schapen of ezels, of yaks of koeien of mensen die op de weg liepen of zaten dan hadden we het twee keer zo snel kunnen doen. We hadden geen haast, tenminste ik genoot met volle teugen van het overweldigende landschap wat Tibet bied, geweldige brede dalen met aan weerskanten gigantische bergen en rotspartijen, hele mooie vergezichten, alles te mooi om op te noemen.

Onze gids, die erg veel moeite deed om geen gids te zijn, dus niks uit te leggen en vooral erg veel slapen in de auto, informeerde ons dat we uit moesten stappen toen we bij een vaag gebouwtje aan een rivier waren aangekomen. Omdat ik me eigenlijk niet zo met de planning had bezig gehouden (heerlijk was dat) had ik geen idee wat me te wachten stond. Het bleek dat we met de ‘boot’ de rivier over moesten naar het klooster, en aldaar de nacht zouden doorbrengen. Ik had daar niet zo op gerekend wat betreft bepakking, dus ik moest eigenlijk al me bepakking meenemen omdat in de ene rugzak me toilet artikelen zaten, in de andere me geld (en me gameboy haha) en in de derde me eten (om nog niet te spreken over de slaapzak die ik in Lhasa had gekocht), dus een beetje overdondert lade ik alle kilo’s op rug, buik en handen, en stapte in een platte lage schuit, die ondertussen al vol met mensen zat. Er was weinig plek, en uiteraard geen stoelen of zo (he… dit is tibet) dus ik dumpte me bepakking op een punt van het houten vieze zandige dek en ging er naast zitten.

Tjoek tjoek over de brede ondiepe rivier

Ik had ongeveer 20 cm voor mezelf, echt comfortabel was het niet. Die boot trip was erg mooi en niet zo maar een oversteekje. De rivier stand was laag, en de schipper moest zich gek laveren door allerlei zandbanken heen (die ik af en toe absoluut niet opgemerkt had), en zo duurde de oversteek toch bijna een uur.

Twee opmerkelijke dingen gebeurde er onderweg. De eerste was dat Dennis, de Maleisische jongen een foto van de omgeving wilde maken met ons er ook op. Dat koste hem een standje van een concubine van een monnik die vlak bij hem zat. (overigens hoorde we dit pas achteraf). De trut (want dat was het) beet hem toe dat het verboden was om over de hoofd van een monnik een foto te maken en ten tweede moest hij (Dennis dan) lager gaan zitten, en mocht ie niet op zijn rugzak zitten want dan zat hij hoger dan de monnik en dat mocht niet. Ik had wel in de gaten dat Dennis een zuur gezicht trok, maar hij deed net of ze de trut niet verstond en bleef lekker zitten. Dit alles terwijl de monnik al drie kwartier uit een boek gebeden liep te zingen en prevelen.

In het uur varen maar een andere boot gezien

Tweede opmerkelijke feit was dat we 10 yuan voor de overtocht moesten betalen, terwijl ik duidelijk zag dat de andere lokale bevolking veel minder betaalde (ik dacht 2 of 3) en dat was vaag.

Na deze wonderschone tocht, waar ik na een uur echt verkrampt was, belande we in de uiterwaarde aan de overkant. Er stond daar een klein tractortje met aanhanger te wachten, er zaten al een stuk of 5 lokale in. Toen de tractor chauffeur ons aan zag komen werden de lokale uit de aanhangwagen gejaagd (echt waar) zodat wij erin konden. Ik vond het nog wel grappig (en ook een beetje zielig voor de lokalen). Echter denk ik dat die het laatst hebben gelachen, want achteraf begreep ik waarom die tractor ons zo graag wilde vervoeren. De rit met het ding (met absoluut GEEN vering) was laten we zeggen enerverend. Je snapt dat er daar geen asfalt op de weg lag (nouja….weg?) dus al hotsend en hobbelend op weg naar het klooster, dat ergens tegen een berg aan lag. Deze rit duurde een half uurtje en de hobbels waren soms zo erg dat er iemand uit de laadbak dreigde te vallen, wat gelukkig niet gebeurd is.

Hier leek het op (maar de foto is van elders in Tibet)

Aangekomen bij het klooster werden we uitgeladen en moesten we allemaal weer eens 10 yuan p.p. betalen terwijl wij hadden begrepen (en gelezen in het LP boek) dat het maar 3 yuan was, en weer voelde we ons genaaid.

De eerste prioriteit was een kamer vinden, en we werden het enige (zei men) guesthouse ingeloodst, die ons vrolijk vertelde dat ze alleen maar kamers van 50 yuan per bed ter beschikking hadden. Weer voelde we dat we genomen werden, want we zagen overal sleutels van lege kamers hangen (en ze hadden de prijzen op de muur er bij geschreven, dom hoor) dus Celine, het Ierse meisje zei, ik ga kijken voor wat anders, dit pik ik niet. De gids hield zich geheel afzijdig, daar heb je dan een gids voor. Terwijl Celine weg was, ging onze onderhandeling door, en na verloop van tijd hadden ze ineens ook een kamer met 4 bedden voor 30 yuan per bed. Dat leek ons al een stuk billijker, dus we wilde al toehappen, toen Celine ineens terug kwam met de mededing dat er een guesthouse net buiten het klooster was, en die vroeg 13 yuan per bed. We wilde onze bepakking al weer opladen, toen de gids er zich ineens mee ging bemoeien, en ons melde dat dat niet mocht, want dat guesthouse had geen vergunning van het PSB (politieburo) om buitenlanders te huisvesten. De discussie laaide lekker flink op, iedereen in onze groep zag wel wat er gebeurde, we werden gewoon WEER genaaid. Op een gegeven moment toch maar besloten om in dit guesthouse te slapen, om de lieve vrede te bewaren, en toen we naar ons kamer liepen kwam de stank van de gemeenschappelijke toiletten ons al tegemoet. De kamer met 4 bedden was erg basic, uiteraard geen stromend water, een klein peertje aan het plafond en net als in heel China, zijn de onderlakens ook hier een paar centimeter te kort. (vaag).
De warme douches die groot boven het guesthouse stonden aangekondigd waren er niet (tenminste, ze waren er wel, maar met een groot slot er op) en de toiletten waren zoals je ze in China verwacht. Er was geen doorspoel mechanisme, dus alle uitwerpselen van vorige bezoekers lagen je vrolijk aan te kijken en ruiken. BAH!!

In de namiddag hebben we eerst wat gegeten in het restaurant van het klooster, dat was nog redelijk acceptabel moet ik zeggen, en daarna zijn we nog even rond het klooster, in het lokale dorpje gaan lopen. Jeming, dat is dus echt alsof je in het jaar 0 terecht komt. De stenen muren die met de hand gemaakt zijn allemaal en net als de huizen ook met stront ter isolatie zijn bepleisterd, de zandpaadjes, de mensen die op de akkers werken, de afwezigheid van verkeer, over de weg loslopende koeien varkens en ander vee, het is allemaal heel en heel ouderwets, en ik denk als iemand ooit het leven van jezus of zo zou verfilmen, kan je dat hier doen zonder aanpassingen.

Tijdens de wandeling kwamen we ook weer langs het andere guesthouse buiten het klooster, en toen we vroegen of ze een vergunning voor buitenlanders hadden, was het antwoord ” Maar natuurlijk”. Onze gids zat ons dus gewoon voor te liegen. Dat verbeterde de sfeer er niet op, want als je een gids mee hebt, die je moet betalen, en die loopt je dan nog eens te bedriegen ook, is dat geen prettig gevoel. Achteraf merkte we waarom hij dit deed, dat vertel ik straks.

Later in de middag mochten we het klooster gaan bezichtigen, natuurlijk niet voordat we even 40 yuans hadden neergeteld per persoon om naar binnen te gaan (lokale betaalde weer maar 3 yuan). Het klooster is dus het oudste klooster in Tibet, en omdat het een van de grondleggers van het hedens Tibetaanse boeddhisme is, dat is overgewaaid uit India, bestaat de tempel uit 3 verdiepingen. Een Tibetaanse, daar boven de Chinese, en dan de Indiase.

Binnen in het klooster een doolhof van bedompte donkere kamertjes met over heilige beelden, geld, bidsjaaltjes en de bedompte lucht van yak-boter kaarsjes

Alle drie de verdiepingen zijn mooi, en het uitzicht op de bovenste verdieping is adem benemend. Foto’s mocht je niet maken binnen, tenzij je 50 Yuan extra betaalde. Toen ik dat gedaan had (ik denk, voor een keer kan het wel), bleek het dat de betaling per verdieping was. Wat zijn die boeddhisten geld wolven zeg. Maar Casper ook niet gek, want ik heb dat geld betaald, en toen met alle fototoestellen van alle mensen die ik zag foto’s gemaakt, terwijl een verdieping hoger iemand anders betaalde en voor iedereen foto’s nam, zodat de kosten nog redelijk bleven. Ook in deze tempel veel donkere en rokerige gangen en kamertjes, vol met gouden boeddha beelden, en overal maar dan overal geld. Men koopt het geluk met geld hier, of men doet de zonden vergeten door een briefje van tig aan de God van je wensen te schenken. Tja… zo kan het ook, maar niet mijn keuze (ik houd me geld liever zelf haha).

Het dak van het klosster was gedeeltelijk van goud en al eeuwen oud

In de avond was er eigenlijk helemaal niets te doen, daarbij werd het zodra de zon weg was, erg koud. Helaas maar een oplossing, gaan slapen. Voor het slapen goed de lippen insmeren, want de droge hoge lucht maakte ze anders als schuurpapier.

4 oktober 2003, Dag 2 van Samye naar Narghaze

Na een lange en koude nacht, was het vroeg op weg omdat we een lange rit hadden naar het plaatsje Narghaze. Electra was er nog niet, dus het pakken moest in het donker bij het licht van onze zak lantaarns. Ik was ´gelukkig´ toch al vroeg wakker want om half 6 in de ochtend stonden er op de binnenplaats van het guesthouse al hele families bij de enige water pomp te schreeuwen, spugen, wassen, tanden poetsen en over het algemeen zoveel lawaai te produceren dat geen hond nog kon slapen.

Helaas was het kopen van een ontbijt ook niet echt mogelijk, dus met lege maag weer terug naar de boot met de klooster-bus. En toen begon het gelazer, want aan het eind van de rit zagen we dat iedereen vier (4) Yuan betaalde, maar de chauffeur eiste dat wij als toerist er 10 p.p. betaalde. Na wat onderling overleg, besloten we dat niet te doen, en de chauffeur gewoon ook 4 te bieden.

Dit wilde hij niet accepteren, en na veel soebatten en proberen, weigerde hij zelf nog met ons te praten. Nou makkelijk dacht ik nog, je bekijkt het maar, dus ben gewoon richting boot gelopen en daar in gaan zitten. De rest van de groep volgde als snel. Zonder de bus te betalen is iedereen in de boot gaan zitten. Die boot was ondertussen al aardig vol, man of 30 denk ik, allemaal lokalen. Bij vertrek van de boot, ging de chauffeur van de bus plots met de stuurman praten en hij greep daarna het reeds aan boord gelegde ankertje en sleepte dat aan wal en haakte het anker in de zandgrond zodat we niet konden vertrekken. Daar zaten we dan met ons allen, wij bleven weigeren om 10 p.p. te betalen, terwijl de chauffeur (en later ook de stuurman) bleven zeggen dat we of moesten dokken, of van boord moesten. Dit weigerde we, waardoor iedereen moest wachten, ook de lokalen. Dit pat stelling heeft een 45 minuten geduurd en toen ook na herhaalde pogingen de chauffeur ons niet wilde laten gaan, heb ik tegen de gids gezegd (die zich al die tijd afzijdig had gehouden) om in Gods naam dan maar 30 yuan aan de vent te bieden, zo kon hij zijn gezicht redden en betaalde wij niet het volle pond (maar wel te veel). Dit accepteerde ie, waardoor we eindelijk bijna een uur te laat, konden vertrekken, maar weer waren we dus genaaid, en dat zou 10 minuten later WEER gebeuren toen we wederom 10 yuan voor de boot moesten betalen(en de lokale mensen maar 4). Je gaat je hier heel erg aan ergeren, zeker omdat Dan (de jongen uit Singapore) Chinees sprak, en dus veel van conversaties kon volgen zonder dat men dat wist. We waren het met elkaar eens dat China er alles aan deed om zo veel mogelijk geld uit de toerist te trekken als er in zit.

Onderweg aan boord werd Marion erg misselijk, waarschijnlijk doordat ze teveel koekjes als ontbijt had gegeten, gecombineerd met de spanning van dat moment en de boottocht. Na een half uurtje varen kon ze het niet meer ophouden en moest ze de vissen voeren. Aan de overkant aangekomen stond de chauffeur van onze jeep al op ons te wachten, zieke Marion hebben we voorin gezet, zodat er vier man achterin moesten. Niet echt comfortabel, maar als je ziek bent heb je de ruimte nodig. We zijn terug gereden richting Lhasa, en een km of 30 daar voor sloegen we rechts af en was het gedaan met het asfalt. De weg werd ontiegelijk slecht, ik snapte nu pas waarom we een vierwiel aandrijving nodig hadden. Omdat de weg waar we op zaten de friendship Highway heet had ik heel wat anders verwacht, maar deze weg, die vanaf Sjanghai tot Kathmandu loopt (5500 km lang !!!!) was niet meer dan een bospaadje. Al hotsend en botsend, wat niet bevorderlijk was voor de maag van Marion, zo zaten we uren in de jeep, met een maximum van 80km p/h, ondanks dat het landschap zoals altijd in Tibet adem benemend was, zat iedereen een beetje voor zich uit te staren, met de ervaringen van de ochtend zwaar op onze maag.

De gids, die zijn tijd besteedde aan weg dommelen in de auto, en niet de moeite nam om ook maar een ding uit te leggen, had ook de buik van ons vol geloof ik, want op elke vraag die we aan hem stelde antwoorde hij alleen maar ‘I don’t know’ dus dat vragen hield snel op.

In de vroege middag kwamen we op de pas bij het meer van Yamzho aan, op een hoogte van 5000 meter, en het uitzicht was weer eens adam benemend. Ik weet dat het langzamerhand een saaie uitspraak aan het worden is.

In de verte de Mount Everest

Na de tocht naar beneden en nog een flink stuk langs het meer, konden we rond 3 uur de lunch gaan nuttigen in een lokaal restaurantje in een dorpje van 20 huizen. Hierna door scheuren via een iets betere zandweg naar Narghaze, daar aangekomen wilde we eerst twee verschillende guesthouses zien omdat we de gids niet meer vertrouwde. Dit tot grote ontsteltenis van dezelfde gids. Vanaf dat moment was het Ierse meiske, dat nogal stil was geweest, ineens de regelneef geworden, en ze besloot op eigen houtje dat het ene guesthouse vieze lakens had, zodat we naar het andere moesten om daar te slapen. Ik vond het allemaal wel wat raar, maar heb er verder niet zo veel van gezegd. Omdat we de vorige dag geen douche of was gelegenheid hadden, konden we nu wel douchen, ondanks dat ze maar één douche hadden die we moesten delen, dus het werd beurten nemen.

Het stadje zelf was niet meer dan een lange straat, maar wel een joekel van een klooster boven op een berg. Het Ierse meiske Celine maakte zich verder uit de voeten en die hebben we de hele avond niet meer gezien, minder prettig als je met een groep reist maar ze zal wel een reden gehad hebben.

5 oktober 2003, Dag 3 van Narghaze naar Gyantze

In de ochtend vertrokken we pas om half 11, want de rit naar het volgende gehucht Gyangze was niet zo erg ver, en dat gaf me mooi de kans om de berg van het klooster te beklimmen. Nu had ik geen zin om weer geld voor een klooster neer te leggen, dus ik had me al voorgenomen om niet omhoog te gaan als ze veel geld vroegen. De andere drie wilden het al helemaal niet, want die hadden de kots van kloosters langzamerhand, kon me wel wat bij voorstellen. Om 9 uur stond ik dus in me uppie onderaan de berg van het klooster, maar een ingang omhoog kon ik niet ontdekken. Na een half uur rond de berg gelopen te hebben (toch weer een rondje gelopen verdorie) bleek de ingang een dicht hek te zijn. Het was inmiddels half tien dus ik moest voort maken, en toen ik voor het dichte hoge hek stond te staren zag ik ineens wat lokalen door een gat in de afrastering naar buiten kruipen. Tja, dat kon ik natuurlijk ook, dus ik ging illegaal en gratis naar binnen. Ben halverwege de berg maar weer terug gekeerd, want ik ging om het uitzicht, en dat was halverwege al mooi genoeg.

Halverwege de berg was het uitzicht al mooi

Rond elven vertrokken we naar Gyangze, de zandweg was dit keer redelijk vlak, ook geen bergen te beklimmen deze dag, gewoon een saai zandpad door een dal heen.

In Gyanze aangekomen, hebben we onze gids maar weer eens lekker op stang gejaagd, door het hotel wat ie in eerste instantie ons aanraden niet te nemen, maar een 4 persoons kamer in een super luxe ding te nemen wat net nieuw was, waar er voor het eerst goede douches waren en een prettige atmosfeer. De prijs was minder nog dan de dump die de gids ons aanraadde, dus hij had mooi het nakijken.

Voor diegene die ook dag een en twee hebben gelezen, het bleek dus dat gids en chauffeur gratis eten en overnachting kregen in sommige Hotels als ze maar toeristen mee namen. Omdat wij steeds andere hotels kozen, pieste ze naast het potje en dat vonden ze niet leuk. Pech, had ie maar meer gids moeten zijn.

Het Ierse meisje Celine was ondertussen erg bitserig geworden, elke keer als ik wat zei kreeg ik weer een rot opmerking terug. Blijkbaar had ik iets verkeerds gezegd of zo, of misschien zijn alle Ierse vrouwen wel zo. Kan me niet voorstellen, want dan zou Ierland een naar land zijn, en zover ik weet is dat het niet. Ik heb via Marion laten weten dat ze moest kappen met die ellende, anders zou ik eens ontploffen, en daar we een kleine groep waren leek me dat geen leuk idee. Gyantze was best een groot stadje, voor Tibetaanse begrippen en jawel, het was weer eens gebouwd rond een berg.

Die monniken kijken graag neer op anderen

Boven op de berg stond een ruïne van een vroeger fort, en onder aan de berg…. een keer raden…. een klooster. De lonely planet had gezegd dat je boven naar het oude fort moest klimmen, en dat besloten de drie van ons dan ook te doen. Celine wilde wat anders gaan doen, ik kon daar niet mee zitten. Ook deze keer was het erg onduidelijk hoe we die berg op moesten komen, want hij was best stijl, en na wat rond gelopen te hebben wees een Tibetaan ons de goede richting uit (dachten we). Onder het lopen werd er ineens vanaf een paar huizen naar ons geroepen, er kwamen wat kinderen uit het huis rennen die ons verboden verder te gaan. Wat bleek, we waren anti kloks gewijs de berg aan het omhoog lopen, dat is een doodzonde. De kinderen zouden ons wel eens de weg wijzen, en klommen als berg geiten omhoog. Tja, dan konden we niet anders dan ze volgen, en na een erg moeizame klim van een half uurtje zaten we boven op de ruïne, met een pracht van een uitzicht. De zon scheen, de kindertjes hadden de grootste schik met de Camera van Dan, die een filmpje maakte van ze (wat ze heel eng vonden) en ze dan lieten zien. De twee meiden (meer kinderen, van 8 en 10 of zo, compleet met bekende Tibetaanse snottebel) lagen een half uur lang dubbel van het lachen, en omdat ze zo schaterde ging iedereen vanzelf mee doen. Zo genoten we van het mooie weer, het uitzicht en de lachende kinderen en na een uurtje besloten we weer terug te gaan. Na echt 10 keer gevraagd te hebben scheen er echt geen normaal pad naar boven/onder te zijn dus bleef er niks anders op om dezelfde weg terug te gaan. Omdat het stijl was, en het vol lag met rotsen en los gesteente, was het omlaag gaan 2x zo eng als het omhoog gaan, ik moest me echt vermanen om niet boven te blijven. Op handen, billen en voeten, ben ik zo langzaam naar beneden gegleden, en dit terwijl die k^t kinderen om me heen dartelde en ook om geld begonnen te vragen. Je snapt dat toen ik onder was, ik onder een dikke laag stof zat, maar op een paar brandnetel wonden wel heelhuids (wat een opluchting). De Riksja terug naar het Hotel genomen.

Na het klimmen wel een riksja verdiend

In de avond geprobeerd wat te internetten, maar de verbinding was erg traag, en toen ineens bleek dat Dan, de chinees uitziende gast 4 yuan per uur moest betalen, en wij als buitenlander 10 yuan, ben ik er onmiddellijk mee gestopt. Ik wilde niet meer mee werken aan deze discriminerende uitbuiterij van de Chinese overheid. In de avond kreeg ik nog eens een goede kat van Celine uitgedeeld, waarna ik haar verteld heb dat ze niet zo kinds moest doen. Dit maakte de onderlinge verhoudingen er allemaal niet lekkerder op, en ik nam me verder voor die heks maar te negeren, en verder met Dan en Marion op te trekken.

Die avond nog wat chinees gegeten (altijd lekker) en om 10 uur gaan slapen, om me moreel voor te bereiden naar de reis naar de voet van Mount Everest.

6 oktober 2003, Dag 4 van Shigatsee naar Sakya

In eerste instantie was het plan om naar Lhatse te rijden, maar omdat die afstand klein was, en de weg redelijk, had het reisbureau in alle wijsheid besloten om die dag door te scheuren naar Sakya. Verder was er vlak na Lhatse nog een setje hot springs (warm water bronnen) en daar wilde wij wel even van genieten natuurlijk.
We waren daar al snel aangekomen, ondanks dat de jeep langzamerhand steeds meer kuren begon te vertonen. Het bleek niet meer dan een houten zwembad waar het water omhoog borrelde, er dreven vieze plakkaten met een soort mos in, maar het was wel lekker warm. Er zaten wat lokale vrouwen in het zwembad, met ontblote borsten en grote onderbroeken aan, die toen we buitenlanders binnen kwamen schuchter hun borsten bedekte. Het was een gemengd bad (er was er maar een) dus hoppa, kleren uit (op boxer short na dan) en langzaam in het gloeiende water laten zakken en koken maar. Heerlijk.

Een half uurtje later werd ik gewoon duizelig van de hitte, dus werd het tijd om er uit te gaan. De rit naar Sakya vervolgde zich, de jeep begon steeds meer te stotteren dus stopte de chauffeur af en toe om wat aan de motor te sleutelen.

De weg werd steeds slechter, dit alles resulteerde er in dat we vrij laat in Sakya aan kwamen, wat maar goed was ook, want het was me toch een gehucht, niet te filmen. Het bestond uit maar een straat, die zoals vrijwel elke straat in China en Tibet, is opgebroken vanwege riolering leggen en bestrating aanleggen. Het hele dorp was dus een puinhoop van zandhopen en wegwerkers, de loslopende kinderen waren erg irritant doordat ze hardnekkig bleven bedelen, en de winkels verhoogde onmiddellijk de prijzen 300% als ze je binnen zagen komen, met andere woorden, een dorp om snel te vergeten.

De omgeving is bruin en kaal

De omgeving was ‘as always’ in Tibet, heuvels en bergen, maar deze keer waren ze bruin en kaal. Het enige guesthouse van het dorp was zoals vele in Tibet, een dump, met vochtige kamers en bedden, een gat-in-de-grond plee waar de stront drie meter hoog onder lag gestapeld (geen overdrijving).

Ondanks dit alles toch redelijk gegeten (alhoewel erg basic, nl gebakken rijst met paar friemels groente er in) en redelijk geslapen. Douche of was gelegenheid was er niet (is ook niet een Tibetaanse gewoonte om je te wassen) dus vies tussen de lakens (of in de slaapzak), vies er weer uit de volgende dag.

7 oktober 2003, Dag 5 van Sakya naar Rongbuk klooster en Mount Everest (Base Camp)

Heel snel geprobeerd uit Sakya te vertrekken, maar de goden hielpen vandaag niet mee. Het duurde tot 11 uur voor de vergunningen er waren die (zo vertelde de gids) voor ons waren. Echter bleek in de auto dat de vergunning niet voor ons maar voor de gids en chauffeur waren, dit hadden ze van te voren dus niet goed geregeld. Marion werd er een beetje pissig om, en toen onderweg op de belabberde weg de auto ook nog eens een paar keer de geest gaf, vond ze het tijd om de gids op al die verloren tijd aan te spreken, immers betalen we nu om op hun te wachten. De gids sprak uiteraard alleen maar de woorden ‘ I don’t know’ en de sfeer in de groep zakte nog een paar puntjes.

Wegens al die perikelen waren we pas om 4 uur in het Rongbuk klooster. Dit ligt 7 km vóór het Base Camp van Everest. Er was geen tijd meer om daar nog naar toe te lopen, zodat wee een korte wandeling naar een paar ruïnes maakte.

DE berg, sunsettje

Celien begon te klagen over hoogte ziekte, maar nam wat medicijnen en dat ging toen wel weer. Verder kon het me geen hol schelen wat ze deed, dus ik heb er verder niet zo op gelet.

Het guesthouse van het klooster (wat overigens het hoogste klooster ter wereld is, op 5100 meter) was zoals altijd in Tibet, vies, vochtig, zonder faciliteiten, en veel te duur. Maar er is geen keus, dus dan is een te hoge prijs snel vergeten (35 yuan voor een vies, niet verschoont bed in een vochtige kamer, bah, afzetters). In de avond was er in het ‘ restaurant’ (zie foto) van alles te beleven (niets dus) en konden we kiezen uit wat opgebakken rijst of noedel  soepie. Het was wel te eten, en de groep lach om 9 uur al weer plat op bed. Het was te koud op die hoogte om nog wat nuttigs te doen, en daar er geen verwarming was, rest maar een ding, onder de warme wol.

Dat we vroeg gingen slapen was achteraf niet zo ernstig, want toen ik al diep in me schoonheids slaapje was, hoorde ik ineens als in een droom…. ohhh, ik ben zo ziek. Het bleek de Ierse heks te zijn, die last had van hoogte ziekte. Ze strompelde de kamer uit en heeft een poosje haar gebakken rijst naar buiten lopen gooien, helaas deed ze dit pal voor de uitgang, zodat iedereen er de volgende dag nog van kon na genieten. Omdat ik geen goede gevoelens voor het kind had deed het me niks, maar Marion sprong erg netjes in de bres, en sprak haar aan op de paniek gevoelens die haar te pakken had. Het kind dacht dat ze dood aan het gaan was en wilde eigenlijk ons zover krijgen dat we midden in de nacht met zijn allen de berg zouden afrijden.

8 oktober 2003, Dag 6 van Mount Everest naar Tingri

Na een nacht vol met vaak wakker zijn (dat krijg je he, met z’n vieren op een kamer) was Celine in de ochtend nog niet echt beter. We besloten met 3 mensen de laatste 7 km naar het Basecamp te lopen. Zo gezegd, zo gedaan, toch viel het niet mee. Je kan gewoon over de weg, maar dat is een beetje saai. Ik had gister al een pad gezien dat hogerop in de bergen dezelfde kant uit ging, en dat besloten we te nemen.

Caspers shortcuts duren meestal langer, maar zijn wel spannender

Dat pad werd opeens versperd doordat er een paar aardverschuivingen (bergverzakkingen) waren geweest die het pad met dikke en grote rotsen hadden bedekt. Dat werd dus een hele klim partij. wel leuk hoor, maar op 5100 meter hoogte doet elke stap je ademhalen alsof je een vis uit het water bent.

Na elke 10 stappen klimmen moest je 5 minuten adem happen. Enfin, dat pad hebben we dus maar gedeeltelijk gelopen, de rest over de normale zandweg.

Nog 2 km naar basecamp

Toen we bijna boven waren kwam ineens de Ierse Heks met de auto naar boven. Ze kon nog net het raampje open draaien en melde dat ze naar boven reed om wat foto’s te nemen, maar dat ze zich niet lekker voelde dus niet op ons zou wachten. Omdat we nog maar 5 minuten lopen was naar boven was dat weer een hele egocentrische move van het wicht. Op mijn vraag dat als ze boven was ze even op ons kon wachten zodat we niet terug hoefde lopen werd bot het raam naar boven gedraaid. Het mocht niet baten, want zoef, kwam ze weer naar benee met onze auto.

Mount Everest BaseCamp

Dat Basecamp stelt niet veel voor hoor. Wat tentjes , waar je een kopje thee kan drinken, heel veel vuilnis, en een bord. Het thee huis dient ook als Hotel, voor het geval je boven strand.

De terug toch ging natuurlijk sneller (heuvel af he), en halverwege kregen we een lift van een Chinese TV ploeg die boven opnames hadden gemaakt, we waren dus nog redelijk op tijd terug om de weg naar Tingri te beginnen. Celine zat met een kop op onweer op ons te wachten, en vol met goede sfeer (niet dus) vertrokken we op de tot nu toe slechtste weg ooit, richting Tingri.

De weg voerde dwars door bergen en valeien heen, en was geen weg te noemen maar een karrespoor (en soms dat zelfs niet) en diverse malen had zelfs de jeep het in 4 wiel-drive-stand het moeilijk. Door riviertjes, over rotsen, het leek of er geen einde aan zou komen. Rond 5 en kwamen we in Tingri aan, weer een dorp van niks, en na het kiezen van een ander guesthouse dan door de gids werd geadviseerd, konden we rustig bekomen van onze zware tocht.

Vergeet niet dat we al dagen over zandwegen reden, en het dus stofte als een gek. Zeker als er een tegenligger voorbij kwam, kwam er minstens een kilo zandstof naar binnen, met gevolg dat alles aan je lichaam en alles in je backpack onder een dikke witte laag stof zat.

9 oktober 2003, Dag 7 van Tingri naar de Nepalese grens

Vanwege de niet zo beste sfeer in de groep en het weinige comfort, de ziektes van Celine en Marion, de kou en de weinige was gelegenheden, besloten we om een dag eerder dan gepland naar de Nepalese grens te gaan. Het Lonely Planet boek beschreef de grens plaats Zhangmu als een paradijs op aarde als je lange tijd in Tibet was geweest, dus dat klonk ons allen als muziek in de oren. In overleg (nou ja, gewoon vertellen natuurlijk) met gids en chauffeur vertrokken we om half 10, weer zonder een douche te hebben kunnen nemen, of redelijk gewassen te hebben vanuit Tingri richting Zhangmu. Bij aankomst had men ons verzekerd dat er warme douches waren, maar er vergeten bij te zeggen dat het warme water wel eerst warm gestookt moest worden met een vuur, en dat dat minimaal 2 uur in beslag zou nemen. En daar wilde we niet op wachten.

De sfeer was iets beter dan de dag ervoor, iedereen had prettige gedachten over onze bestemming (eindelijk warm water, eindelijk douchen, eindelijk normaal voedsel etc) en Celine was weer helemaal opgeknapt en was zelfs bijna vrolijk te noemen. Het landschap was in het begin weer erg maan-achtig.

Ik voelde me soms net Kuifje op de maan

De weg voerde daarna weer langzaam omhoog, en toen we op het hoogste punt aan kwamen bleek het licht te sneeuwen, hard te waaien en ijskoud te zijn. Snel verder, helaas verbeterde het weer niet, en al snel kwam de regen vrolijk uit de lucht omlaag. Nou was het niet zo erg want alles was stoffig en kan nu mooi even schoonspoelen, maar het resulteerde ook in modderige zandpaadjes wat het rijden er niet op verbeterde.

Regen betekend modderwegen, maar ook het begin van af en toe een groen sprietje

De wegen werden steeds slechter en iedereen was blij toen eindelijk de bestemming in zicht was, een klein tegen de bergwand aangeplakt dorpje, met op de volgende berg… NEPAL…. maar voor ik daar was aanbeland……

Zhangmu, het laatste Chinese/Tibetaanse bolwerk

Na een ruzietje met de heks over de keuze van welk bed wie in de kamer kreeg (en als men kinderachtig doet, kan ik het ook) hebben we geriefelijk lekker voedsel gegeten. Ik heb er nog even geprobeerd te internetten, maar er was net een fikse ruzie aan de gang bij de buren, wat later een winkeltje bleek te zijn, en ik hoorde van alles sneuvelen dus ben snel gaan kijken.

10 oktober 2003, Dag 8 De grens over naar Nepal

De grens van China lag 300 meter van ons Hotel verwijdert, dat word dus een koekie dachten we….. hahahahah dom dom dom. In de ochtend zijn Marion en ondergetekende om 9 uur naar de grens gaan lopen, omdat die om 9:30 open zou gaan. Veel eerder had ook geen zin, omdat Tibet op Beijing tijd draait, en het dus in Nepal 2:15 min eerder was, en zo vroeg was de Nepalese kant van de grens dus niet open.

Helaas hadden andere dezelfde gedachten, dus er aangekomen bleek er een wachtrij van jewelste te staan, met vrijwel alleen maar toeristen die in groepen (dus gereorganiseerde tours) de grens over wilde. Men had allemaal een gids bij zich, wij stonden er zielig alleen en moesten het zelf maar uitzoeken, maar Casper is gepokt en gemazeld dus dat zou toch wel moeten lukken

Om 10 uur was er nog steeds geen leven bij die grens te bekennen, en er begonnen allerlei klaag geluiden van wachtende toeristen de lucht in te gaan, en eindelijk jawel, om 10:15 kwam er een stoet geüniformeerde Chinese grenswachters langzaam maar zeker onze kant uit. Het duurde nog 45 minuten voor er enige beweging in de rij kwam, en toen ik eindelijk bij de douane beambte was aangeland bitste hij me vrolijk toe: Where is your guide?. Ik zei dat die al lang weer terug naar Lhasa was gegaan met de auto, waarop de goede man me verzekerde dat ik dan het land niet uit mocht, want ik had er geen vergunning voor. Ik proestte het bijna uit van lachen, daar had ik nog nooit van gehoord, dus ik liet me bek een beetje openvallen. Na wat praten met de man, liet hij een diepe zucht (ja, hij zal het wel moeilijk hebben) stempelde hij toch mijn paspoort en gebaarde me door te lopen.

Marion, die na mij kwam, had dezelfde perikelen natuurlijk. Ik liep door naar het volgende loket, dat was de Sars controle, en de man bitste me toe….’ where is your guide’. Weer hetzelfde verhaal, de vent ging nog eens informeren bij de andere douane beambte, en na erg veel soebatten (en 3x mijn temperatuur opgenomen te hebben) mocht ik met ingevuld formulier doorlopen. Het volgende loket keek niet naar me, dus ik liep lekker door, en YES… ik had de douane post van China verlaten, en was nu in niemands land.

Het Lonely planet boek schrijft dat de weg naar beneden naar de Nepalse grenspost wel te lopen is maar wel 7 Km is, (er zit dus 7 km niemandsland tussen de twee landen) Gelukkig namen Marion en ik een Taxi, want na dat lange wachten hadden we geen zin meer om te lopen. Dat was maar goed ook, want het was een haarspelbochten zandpad die zelfs in de jeep nog eng was. Over het zandpad reden ook nog eens vrachtwagens en ik heb bewondering voor die chauffeurs. Dat ze hun joekel van vrachtwagens over dat smalle modderige zandpad omhoog en omlaag kregen, dat was gewoon een wonder. De zigzag bochten waren zo modderig en glad, dat ik een paar keer het idee had dat we met de niet al te nieuwe auto zo de steile afgrond in zouden schuiven, maar gelukkig had de chauffeur de weg blijkbaar vaker gereden.
Wat ik niet wist was dat in niemandsland tussen Nepal en China gewoon mensen wonen, maar dat zal wel een reden hebben. Meeste mensen die daar wonen zijn dragers, die goederen van de ene grens naar de andere dragen. Zware dozen en pakken, vaak op hun hoofd, 7 kilometer stijl omhoog…. pfff wat een baan. Anyway, helemaal beneden aangekomen (gegleden) was er een brug over het laagste stukje afgrond.. en jawel, NEPAL!!!!!!!!