CamperCassie

Nepal, Lopen en Chitwan ✓

Ik wilde graag wat lopen in Nepal, oftewel trekking. Maar alleen maar berg eerst op en dan af was niet echt mijn idee. Dus had Dhil een speciaal ‘kinder trek’ voor me geplanned. Zelfs die was nog pittig. Daarna was het moeilijk Kathmandu te verlaten omdat wegen als maar geblokeerd werden door stakingen maar uiteindelijk raakte ik toch in het Chitwan Nationale Park waar ik op zoek ging naar tijgers en olifanten waste. Dit verslag bevat 5.352 woorden, 28 minuten leestijd.

Vijf dagen lopen, dat was het plan. Vijf dagen door de bergen rondom Kathmandu. Tenminste, ik noem het bergen, de Nepalezen noemen het heuvels. Maar met een hoogte van tussen de 1400 en 2000 meter kan ik die mening niet delen. Ik verwachte mooi weer en prettige wandelingen door akkers, dorpjes die afgesloten zijn van de buitenwereld en hoopte ook op prachtige uitzichten over de Himalaya. Ik had met mijn gids, genaamd Dhil, van het bedrijf Adventure Clacier een aantal dingen van te voren afgesproken. Ik wilde niet oneindig klimmen om dan weer oneindig te dalen, ik wilde lekker lopen, veel zien en niet te veel afzien. En zo vertrok ik op de 22ste om 8 uur, alleen bepakt met wat schoon ondergoed en sokken, een stuk zeep en tandenborstel en mijn GameBoy DS natuurlijk.

We namen een kleine bus naar het plaatsje Sankhu. Daar aangekomen eerst even wat thee gedronken en heel foute koekjes gegeten die mierenzoet maar wel lekker waren.

Foute koekjes

Rond half elf echt begonnen met lopen, het doel zijnde Nagarkot. Daar was ik nou niet zo heel erg blij mee want daar was ik vorig keer ook al naar toe gelopen maar volgens Dil gingen we absoluut niet langs dezelfde weg. Enfin, we liepen door mooie natuur, dat wel, maar de weg ging omhoog, en verder omhoog, en nog verder omhoog, na 3 uur lopen had ik pijn aan mijn benen. Ik had nog zo gezegd, neem het de eerste dag nou rustig aan, kan mijn lichaam beetje wennen aan het lopen, maar nee, de eerste dag was gelijk het moeilijkst.

Hij valt bijna, mazzel dat ik langs kwam.

Rond een uur of 12 lunch genomen in een of ander klein hutje aan het pad. Noedel soepje, daar kan geen mens wat verkeerd aan doen en dat was ook dit keer zo, alleen jammer van die heel erge dronken man die me maar lastig bleef vallen en met dikke tong probeerde te vragen van welk land ik was. Ik het hem stelselmatig genegeerd, als je met een dronken gast praat kom je er nooit meer van af, maar leuk was anders. Rond 4 uur aangekomen in Nagarkot waar we veel tentjes hebben afgelopen om een redelijk hotel te vinden voor een redelijke prijs, maar die toch gevonden in de Hymalyan Heart. Na het eten een bar ingegaan om te kijken of we ons konden bezatten. We bestelde een fles rum (naja, 0,3 liter dan) maar die hadden ze denk ik zo verdund met water dat er geen alcohol meer in zat. 43% stond er op de fles, maar ik kan het zo als water naar binnen gieten.
Omdat er in de avond hier verder geen zak te doen was maar om 8 uur gaan slapen.

De 23e weer verder gelopen, nu omlaag richting dal. Helaas pindakaas, het was exact dezelfde weg als ik vorige keer had gelopen. Daar ga je dan met je afspraken van te voren. Ondanks dat de weg schitterend was, vond ik het toch een beetje minder.

Schitterende uitzichten en akkers.

Er wordt hier op het land gewerkt volgens het ‘barter’systeem. Dat betekend dat je de buren helpt met de oogst, het planten of welke grote klus dan ook. Zij zullen het tegenovergestelde uiteraard bij jou komen doen. Zo werk je met een grote groep mensen en is het leuker en sneller werken.


Beneden aangekomen had ik eigenlijk wel pijn aan mijn voeten, vandaar dat we om een uur of twee, na een lunch van hele vage momo’s en een bord met nog vager rundvlees (van buffelo dan, want koe mag je hier natuurlijk niet eten) hebben we de bus gepakt naar Dhulikel.
Dhulikel stelde dus geen zak voor dacht ik, maar later bleek het dorp van de weg af te liggen, heel ongebruikelijk. Er was een Hotel en zelfs een internet café, mocht dus niet klagen.

De kamer van het hotel bestond uit een haastig in mekaar gezette schottenmuur waar, als je de deur te hard dicht deed, de hele kamer heen en weer golfde. Helaas moest je de deur hard dicht doen omdat de deur ook met hetzelfde hout was gemaakt en ondertussen helemaal krom was getrokken door het vocht. Kniesoor die daar op let. We hebben in de namiddag wat in het dorpje rond gelopen, er stonde wel aardige tempels en gebouwen, alles leek hier zo uit de 18e eeuw te stammen en nog zo te zijn.

In de avond geinternet maar om 8 uur moesten we van de computers af omdat de stroom uit zou gaan vallen en men voor die tijd de computers uit wilde hebben. Dan blijft er in zo’n gehucht weinig over om te doen. TV kijken, zolang er stroom is, en dat hebben we dan ook maar gedaan. Jammer is dat niemand het boeiend vond om de ramen dicht te doen. Buiten was het 6 of 7 graden, maar dat is voor die Nepalezen lekker tempje, ik had het steenkoud. Je snapt het, om 9 uur lag deze kale-cas al weer in bed, onder drie lagen dekens.
Volgende dag met de bus weer omhoog naar Namu Buddha. Dat is een voor Budhisten heilige plek, waar een van de reïncarnaties van Buddha zichzelf heeft opgeofferd aan een tijger met 5 jonkies die erge honger had. Dat is al iets van 6000 jaar geleden (zegt men) en om het heiligdom heen hebben zich diverse Tibetaanse uitziende tempel complexen gevestigd, gekleefd tegen de bergwand en versierd met honderduizend bid vlaggetjes. De weg er naar toe was magnifiek, heb hem boven op de bus gedaan omdat het binnen al erg vol was. Dan zie je de uitzichten dubbel zo mooi en beleef je alles veel intenser (en veel kouder, dat kan ik je verzekeren).

Door de bidvlaggen kon je de stupa’s niet meer zien.

Boven op de berg (1600 meter) heerste een Tibetaanse sfeer. Er was uiteraard een stoepa, waar de gelovigen rondjes omheen liepen ondertussen een bidwiel draaiend of een zwenk geven aan alle bidwielen die rond de stoepa zijn geplaatst. Veel oude mensen die hier aan meedoen, sommige half gedragen door een familie lid. Toen ik aan Dil vroeg waarom hoofdzakelijk oude mensen dit ritueel deden vertelde hij me dat deze mensen op deze manier eerder in de hemel hoopte te komen. Op mijn opmerking dat ik daar ook wel voor kon zorgen werd niet uitbundig gelachen om het maar netjes te zeggen. Helemaal boven op de berg was een vaag stuk rots, en dat werd vereerd. Wat mensen er nu zo heilig aan vonden weet ik niet, ik zag er helemaal niks in. Ligt ongetwijfeld aan mij. Ondertussen stond er uiteraard wel een donatie Box, waar veel mensen geld in doen. In het boeddhisme is geld er belangrijk, een beetje te naar mijn smaak, en dat is jammer.


Na deze enerverende boeddhistische ochtend en een noedel soepje afgezakt via wat nieuw uitgevonden paden naar Panauti, een nog ouder stadje dan Dhulikel. Tja, het is er erg leuk om rond te lopen, je kan je voorstellen dat mensen al achthonderd jaar of langer zo wonen. Veel huizen zien er uit alsof ze op instorten staan, maar dat doen ze wellicht al decennia. Als tussendoortje echte Niwari eten genuttigd. Newari is de lokale bevolkings groep. Buffalo vlees, erg sterk gekruid, in kleine stukjes gesneden. Een soort Nepalese Shoarma, geserveerd met platgeslagen gekookte en gedroogde rijst. Lekker hoor (maar wel heet in de bek).

Er was wel een erg fraai hotel waar we een kamer in boekte, ze hadden zelfs warm water dus ik kon me weer eens van wat korsten ontdoen. Nu is het hier normaal om vies te zijn hoor, wat dat betreft merk je hier de Tibetaanse inslag al, waar ze zich maar eens in het jaar wassen.

We wilde net wat gaan eten toen de stroom uit viel. Het was ondertussen 7 uur en donker, en het duurde wel 30 minuten voor een ober wat kaarsen had gebracht. Tja, nu duurde het eten nog langer vertelde men, de tijd maar gedood met een potje kaarten bij kaarslicht. Het eten hadden ze ook bij kaarslicht gemaakt, en dat was te proeven zeg, gadver, dat viel even tegen voor zo een chique hotel – qua Nepalese standaard dan hé. Met pijn in de buik gaan slapen.

Bij tempels steek je uiteraard een kaarsje aan.

De vierde dag van mijn loop had ik er eigenlijk niet zo’n zin meer in. Ik had pijn aan mijn rug, aan mijn voeten en het was niet echt wat ik me er van had voorgesteld. Gelukkig had ik een beetje een vooruitziende blik en maar vier dagen betaald, dus stelde voor aan Dil om vandaag maar Baktapur te gaan bezichtigen. Niet het bekende plein van Baktapur, daar was ik de vorige keer al geweest. Erg mooi, maar ook erg duur met z’n entree van $10. We wilde de rest van de stad doorlopen. Bus uitgestapt, stuk gelopen tot er plots bij een brug een irritant ventje vond dat we hier al 10 $ moesten betalen anders mochten we de hele stad niet in. Tja, dan zakt er wat af bij mij en vergaat al gauw mijn plezier. Zo’n ‘pennepusher’ die de toerist even uit wil kleden. Ik wilde er eigenlijk wat van gaan zeggen maar Dil stond een beetje verlegen met die man te twisten dus ik draaide al om en liep al weg, bekijk het maar.

Onder het wandelen kom je van alles tegen.

Maar terug gegaan naar Kathmandu met de bus. Overigens vertaalde Dil een paar zinnen van wat de bus-boys roepen om klanten te lokken. Stel je voor, elke bus is een soort privé onderneminkje, dus hoe meer klanten, hoe meer omzet (en winst). Devies dus om je bus zo vol te krijgen dat er ECHT niemand meer bij kan. Maar een bus in Nepal (heel Azië eigenlijk) is nooit vol, maakt niet uit hoeveel mensen er al in zitten, er kan er ALTIJD wel eentje bij. Zo zat ik in de bus, naar Europese maatstaven drie keer te vol, ik dacht echt dat ie vol was. Haha, de bus-boy riep keihard door de straat….”Kom in onze bus, we hebben nog 30 lege zitplaatsen’. Haha, dat is echt komisch als je dan om je heen kijkt en mensen staan lepeltje -lepeltje in het gangpad, op 2 stoelen zitten 3 mensen, en dan ook nog vaak iemand op schoot. Ik denk dat er in de bus, met 32 zitplaatsen wel 80 man zaten. Een andere bus-boy riep keihard…’neem mijn bus nu, want straks is er weer een staking en kom je nooit meer weg’. Of deze..’Onze bus is nieuw en comfortabel, komt gisteren uit de fabriek’. Ik weet zeker dat ie niet door de APK heen zou komen, dat ik het aantal deuken niet in een dag had kunnen tellen en dat de leeftijd en km stand menig Europees bedrijf het angstzweet tussen de billen zouden doen krijgen. Humor van de bovenste plank. Het mooist vond ik de bus-boy die een klant echt de bus in sleurde. De bus ging naar Kathmandu maar volgens mij wilde die klant er helemaal niet naar toe. Die jongen was echter een beetje verlegen en werd zo de bus ingeduwd. Haha, hebben ze vast nooit meer van gehoord.

Goed, terug naar huis, tijd om de was en zo te doen. Het was ook begonnen te regenen (lichtjes) dus het werd tijd voor een paar uur binnen, eens het scheermes over mijn gezicht en hoofd te halen en heerlijk in mijn eigen bedje te gaan slapen.

Nog even een woordje over Nepal. Het is een heerlijk land om te zijn, zeker na India, maar het is wel een land op de rand van burger oorlog. 10 jaar lang is er een staat van oorlog geweest tussen regering en Maoïsten. Duizenden dan wel niet tienduizenden doden zijn er gevallen. Het land is al die jaren in een greep van geweld geweest. De Maoïsten hebben hele dorpen en gebieden gechanteerd om geld los te krijgen om hun oorlog te financieren. En dat ging vaak met grof geweld. De regering op zijn buurt schoot op alles wat rood leek, zette overal wegblokkades op en dat ging zo jaren door. Dat is nu over, er zou nu vrede moeten zijn. De Maoïsten, die sterk anti koningshuis zijn, hebben het voor elkaar dat ze in de regering zitten en dat de koning alle macht kwijt is. Nu echter komen alle bevolkingsgroepen die jaren lang geleden hebben om de hoek kijken en ze hebben nogal wat groepen van inheemse en uitheemse mensen hoor. Elk protest gaat hier gepaard met het machtige wapen van de staking, of zoals ze het hier noemen, de bandh. Een bandh afkondigen betekend meestal dat er geen verkeer mag zijn, geen winkels open en iedereen moet er dan maar naar luisteren. Rijd je toch op de weg, heb je kans dat je auto in elkaar getimmerd wordt. Is je winkel toch open, heb je kans (grote kans) dat iemand per ongeluk een brandende fles benzine naar binnen gooit.

Zo heeft elke volksstam zijn eisen en die liegen er vaak niet om. Van het ‘Minister xyz moet aftreden’ tot ‘wij willen meer vertegenwoordigers van onze groep in het parlement’, tot ‘wij willen onafhankelijk zijn’. Verder organiseer elke gek een betoging. Zo’n betoging gaat dan gepaard met geweld en wegblokkades, die kunnen zo een hele dag duren. Een betoging tegen wat de ex-koning vorige week op TV zei, een betoging tegen te weinig elektra, te weinig water of te veel verkeer langs de deur, een betoging tegen je schoonmoeder of de kleur van het ondergoed van de buurvrouw. De leukste was die er vandaag in de krant stond. De vakbond van transporteurs hebben een bandh voor onbeperkte tijd afgekondigd, inclusief het blokkeren van alle grote wegen. En je raad nooit waar deze staking tegen is……juist… tegen het afkondigen van stakingen door elke gek waardoor men niet goed meer kan transporteren.

Gevolg is dus wel dat elke keer het land plat ligt. Zo is er afgelopen maand een aantal weken de hoofdverbinding met India afgesloten geweest (je zal daar maar vast staan). De weg van Birganj, via waar vrijwel al het goederen transport met India over gaat, was echt weken lang gestremd. Er was een tekort aan benzine, gas en sommige voedsel producten. Die blokkade heeft men voor 14 dagen gestaakt om te proberen te overleggen, ik las in de krant vandaag dat als er geen overeenkomst komt men vanaf de 26e febr. de boel weer dicht gaat gooien.

Altijd wel ergens protesten of opstootjes

Gisteren was er een ruzie tussen de maoïsten en een of andere politieke partij, gevolg een uitgebrande bus en 12 ernstig gewonden door gevechten. En dat is dus eigenlijk dagelijks wel zo.
Nu heb ik als buitenlander wel niet ze erg veel te vrezen van geweld, maar als je er net tussen staat ben je wel de lul. Of als je midden in zo’n wegblokkade komt te staan, kan je geen kant meer uit. Laten we er maar het beste van hopen. Mijn plan is nog steeds om 27 of 28ste naar Chitwan national park te gaan. Ik moet even precies uitzoeken, er is namelijk een dag waarom alle kinderen met water mogen gooien. Op zich niet zo erg, maar de nieuwe trend is om ballonnen met water met een kleurstof te vullen en die dan te gooien. En een mooie witte auto is natuurlijk een pracht van doelwit. Die kleurstof schijnt permanent te zijn, dus ik zorg dat ik die dag niet op de weg ga…

Wordt vervolgt…
Om te onthouden:
Vriend= Sati
Uncha= Ja, ik ben het er mee eens
La = Ja, dat is goed
Chaina= heb ik niet
Echte chinese noodlesoep is Tupa
Salá. Is scheldwoord, betekend letterlijk je vrouw’s kleine broertje. Het is een beetje een soort van ‘ukkie’

Begin maart 2007, Chitwan

Heb mijn plannen iets gewijzigd omdat de Indiase ambassade de visa aanvraag procedure had verandert. Is het normaal zo dat je eerst je aanvraag moet doen, hierna een week moet wachten, dan na die 7 dagen je paspoort brengen in de ochtend en ‘s middags weer ophalen, met visa erin (hopelijk). Ik ging dus maandag de 26ste naar de ambassade en stond daar 3 uur in de rij (dat hebben ze helaas nog steeds niet veranderd), de vriendelijke man achter het loket melde vrolijk dat ik na 3 dagen al kon komen ipv een week. Tja, dat veranderde zaken een beetje, ik had namelijk in gedachte in die week mooi een bezoek aan Chitwan nationale park te brengen om daar de neushoorns, herten en andere wilde dieren te bekijken. Nu ik echter maar 3 dagen hoef te wachten doe ik dat maar liever, zodat ik na mijn bezoek aan Chitwan niet meer terug hoef naar Kathmandu en dat zou ik niet zo heel erg vinden

Kwamen nog een aantal andere voordelen bij. Ik wilde niet a.s. zaterdag rijden want dan is het watergooi dag. Een feest wat je meer in Azië ziet, de jongeren mogen dan met water gooien naar alles wat beweegt (en niet beweegt).

Water gooien, leuk he.

Ik heb ooit al eens een plens water over me heen gehad in Laos dus ik weet wat het is. Nu is het zo dat ze hier in Nepal het feest hebben dat heet Holi. Er word dan met kleurstof gegooid en momenteel hebben ze er een nieuwe draai aan hebben gegeven, men doet water in plastic zakjes of ballonnen, gooit er wat kleurstof bij en gooien dan. De kleurstof is, als je pech hebt, niet verwijderbaar en ik had niet zo’n zin om mijn mooie witte auto van een kleurtje te voorzien. De hele week is men overigens al aan het oefenen. Scholieren onderling bekogelen elkaar met plastic zakjes met water. Soms is het echt oorlog en vliegen de waterbommen door de lucht alsof het een zwerm zwaluwen over komt. Alle, maar dan ook alle kinderen doen er aan mee. Overigens is het van oudsher alleen maar met kleurstof gooien naar andere. Vandaar dat je mensen met roze, rooie, blauwe of groene hoofden ziet lopen.
Er gebeurde nog twee opmerkelijke zaken. Eerste was dat de Duitser die ik in Quetta al ontmoet had binnen kwam rijden met zijn rode vrachtwagen. Het is de Duitsers wiens vriendin/vrouw met zonder hoofddoek en redelijk open bloesje door het uiterst religieuze Baluchistan aan het lopen was. Toen een vrachtwagen chauffeur het ‘pistool op haar hoofd gebaar’ maakte tegen mij heb ik er wat van gezegd maar het werd me niet in dank afgenomen, enfin, lees dat verhaal zelf maar. Je snapt dat we nog niet met elkaar hebben gepraat.

Tweede is dat er weer eens een bandh afgekondigd is, deze voor het hele land, op 28 februari. Had gepland met me scootertje wat dingen te gaan bezichtigen, dat zal ik nu dus moeten laten. In plaats daar van de fiets gepakt en vanuit mijn auto naar Bhaudha gefietst. Wat ik allemaal meegemaakt hebt, heel apart. Tijdens een bandh mag je niet met auto of brommer, dat wist ik, maar ook met de fiets mag je blijkbaar niet eens. Maakte dan ook mee dat een oudere man op de fiets geschopt en geslagen werd, veelal door erg jonge jongens. Het was wel beangstigend. Er hing een erg vage sfeer in de straten, de meeste winkels dicht (op een paar moedigen na),, wederom erg veel mensen op straat. Hier hebben ze niet zo’n ‘in huis zit’ cultuur, dus als je niet naar je werk kan dan ga je maar op straat hangen. Op belangrijke kruispunten stonden menigtes met stokken en stenen, je snapt waar die voor zijn. Ik ben op zich niet lastig gevallen op die lange tocht. Op twee kruispunten kreeg ik te horen dat ik moest lopen, en dat heb ik dan ook maar gedaan, om na 100 meter weer erop te springen. Verder waren alle scholen ook dicht en dat was te merken want het aantal plastic zakjes met water dat ik heb zien vliegen was erg groot. Ben gelukkig zelf niet geraakt.

Souvenir winkels met prularia in Boudha

Op dinsdag avond vloog mijn 24-> 12 volt converter er aan. Pats, zekering eruit en converter erg warm. Dat was wederom een ernstig probleem, het tweede na mijn zon paneel lader, begin me enigszins zorgen te maken.
Nog wat anders gedaan dezer dagen. Jaaa, iets heel belangrijks. Ik ben namelijk rond het Swayambu klooster gelopen. Dat is een zeer heilige stuppa, ook wel ‘monkey temple’ genoemd, die staat boven op een berg met erg mooi uitzicht over Kathmandu.

Vlooien met uitzicht

Onder aan de berg, rond het klooster is er een muur gebouwd, en in deze muur heeft men bidwielen geplaatst. Als je die draait, kom je eerder in de hemel. Nu is die muur wel een paar km lang, dus ik wilde wel eens weten hoeveel van die bidwielen er nou waren, en ik wilde ook wel eens weten of ik die allemaal rond kon draaien. Van dat laatste kan ik je vertellen… Ja, dat kan ik. Maar niet zonder moeite.

Ik heb ze geteld, het waren er…..mmmm, ik denk dat ik een prijsvraag aan voel komen. Ja, diegene die het juiste aantal raad of er het dichts bij in de buurt komt die krijgt weer gratis wat gratis van me. Laat ik je een stille hint geven, het gaat om de kleine bidwielen. Er zijn ook van die héééle grote, maar die heb ik niet meegeteld.

Zijn er toch maar een stuk of 10. En verder heb ik een trosje van ongeveer 50 bidwielen niet meegeteld omdat ze daar aan het verbouwen waren. Nog een hint, het zijn er meer dan 1000, veel meer. Ik heb er twee uur over gedaan geloof ik, en goed doorgelopen. En, ik kom heel snel in de hemel (niet te snel hoop ik), want ik heb ze echt allemaal gedraaid.

De dag voor ik vanuit Kathmandu vertrok maakte ik weer een protest actie mee. Waarom weet ik niet, maar de straat waar ik, komende vanuit de Indiase ambassade, door moest was geblokkeerd door een stel boze bewoners. Het verkeer werd gewoon recht de binnenstad in ongeleid, wat dan natuurlijk muur en muurvast kwam te staan. Zelfs met mijn kleine scooter kwam ik er niet doorheen,, het stond echt hutje mutje. Heb dan ook twee uur over 3 km gedaan, leuk was anders. Ook kreeg ik nog even de waarschuwing dat rijden naar Chitwan waarschijnlijk wel ging, maar verder absoluut niet, omdat er iets verder op een kind door een vrachtwagen chauffeur was vermorzeld en daarom de weg werd geblokkeerd door boze bewoners. Er schenen minder leuke taferelen te hebben plaatsgevonden, het precieze weet ik er niet van maar gezellig zal het er niet geweest zijn. Ben dus benieuwd wat ik morgen allemaal tegen ga komen. Heb genoeg eten en drinken voor een paar dagen ingeslagen, hoop dat ik het niet nodig heb. Mijn 12 volts converter is zo te zien weer gemaakt, laten we hopen dat ie het uithoud.

Oh daarom heet het de monkey tempel natuurlijk

<h2> Naar Chitwan </h2>

De rit naar Chitwan was zonder bijzondere gebeurtenissen volbracht. Weg was goed, af en toe een beetje eng maar goed te rijden. Was al om twee uur in het Nationale park. Vond het wat minder dat ik ineens 150 roepies tol moest betalen voor een stukje weg naar het park toe. Kan wel merken dat ik weer dicht bij India in de buurt kom. Een erg mooie plek aan de rivier gevonden, naast de olifanten was plek.
De dag volbracht met het bestuderen van de mogelijke opties van activiteiten. Je kan veel dingen kiezen dus ik moest echt strepen. Ik wilde de neushoorn zien, dat is hier toch redelijk uniek, en als het kan wat wilde tijgers en krokodillen. Aan die laatste heb ik het minste behoefte. Twee jaar in Florida wonen heeft me genoeg krokodillen laten zien. Koos dus voor in de ochtend eerst met een kano de rivier een stuk afzakken om dan vervolgens in 3 uur weer terug te lopen. In de middag wilde ik dan met een jeep wat verder de jungle in. Eventueel kon ik dan de volgende dag nog op een olifant de jungle door, maar dat zie ik dan wel weer.

Veel beesten te zien in het park

Volgende morgen dus vroeg op, wilde om 7 uur de rivier op. Het varen over de rivier was redelijk peacefull. Erg veel mooie vogels gezien en twee keer een krokodil. Het bootjes was wat gammel en doordat het smal is erg wiebelig. Na 45 min de boot uit en de jungle in gelopen. Eerst echter de ‘safety instructions… fasten your seatbelts’ en zo. Deze ging echter iets anders… Ik loop voor je, zegt Raju, mijn gids, en mijn collega loopt achter je, wij zijn hier om je te beschermen. Als er een neushoorn aanvalt gil ik dat je hard moet lopen. Als er een boom in de buurt is klim je er in. Is die er niet, zigzag lopen, zo snel en hard mogelijk. Als je iets van kleding kan gooien onder het rennen, doe het dan om de neushoorn af te leiden. En vergeet niet te zig zaggen. Als er een katachtig klein dier aankomt en dreigt gevaarlijk te worden, veel lawaai maken. Als er een tijger aankomt, dan kan je alleen maar bidden dat die je niet aanvalt want daar helpt weinig tegen.

Mmm, dat maakte de simpele bos wandeling even wat anders, het begon spannend te worden. Het lopen ging afwisselen door bos en stukken met een soort bamboe gras, gras dat wel tot 8 meter hoog kan groeien. In dit jaargetijde was het dor en hier en daar verbrand, nieuw gras was al overal aan het ontspruiten. Door dit hoge gras kon je dus niet zo ver kijken. Plots stopte Raju en maakte het ‘stil…. Luisteren’ gebaar. Ik dacht gelijk dat er een kudde wilde olifanten of zo op weg naar ons toe was, maar er was niks. De spanning steeg weer een streepje op de meter. Al lopend kwamen we een beekje tegen, daar lagen twee flinke krokodillen te zonnen op een stukje gras.

Ik was foto’s aan het maken toen Raju ineens SHIT uitriep. Ik denk, misschien heeft ie ergens in getrapt of zo, maar toen ik keek was ie aan het ruiken in de lucht, alsof ie een hond was. Er is tijger in de buurt, of net geweest, ik ruik hem. Hij vroeg zijn collega rond te kijken of ie tijger schijt zag, dat ruikt erg sterk, maar er werd niks gevonden. Voorzichtig liepen we verder, maar heel stiekem hoopte ik geen tijger tegen te komen, hier in het midden van de jungle.

Die tijger was dus echt in de buurt

Veel geluiden in deze jungle. Het schreeuwen van de wilde pauw, het gillen van de apen, héél veel vogel geluiden, rare geluiden van wilde zijnen en ook een of andere schreeuw aap die klonk alsof ie ter plekke genomen werd, van voor en van achter tegelijk. Dit maakte het lopen, zeker door de jungle-bos stukken erg apart, ik voelde me net een soort van ontdekking reiziger. Onder het lopen hield Raju verschillende maken ineens stil om te luisteren, zo kwam hij achter de locatie van Makaak aapjes (weet niet of ik dat goed spel), vogels in overvloed en ook op een gegeven moment een soort bos-kat, die leek op een wasbeer. Geen idee hoe het beest hete. Ondertussen had ik wel mijn trui uitgedaan zodat ik die in geval van nood naar een aanstormende neushoorn kon gooien en hield ik ook angstvallig elke boom in de buurt in de gaten om te zien of ik er in kon klimmen.

Rooie eend oftewel peking eend

Na 3 uur toch wel een beetje angstig lopen want een tijger kan achter elke boom zitten kwam er een eind aan het avontuur, en achteraf moet ik zeggen dat ik er van genoten heb. Na het lopen vertelde Raju dat een maand geleden er twee Duitsers gewond waren geraakt door een neushoorn moeder. Het beest kwam erg onverwacht uit het bos stormen en viel de gidsen met de twee Duitsers aan. Een van de Duitsers werd door de neushoorn tegen de vlakte gesmakt en kreeg een flinke rugmassage. Het was geen Thaise massage begreep ik, hij moest naar het ziekenhuis in Kathmandu om alles weer dicht te laten naaien. Ben blij dat ie dat verhaal na ons loopje vertelde en niet er voor.

Als je pech had werd je ingezeept met kleurstof

In de middag met een jeep twee en een half uur de jungle in gereden, op zoek naar de nog steeds niet gespotte neushoorn. Met een groepje van (hoe kan het ook anders….*zucht*) drie Nederlandse meisjes, een Duits meisje en een Japanse jongen was het toch heel gezellig rijden, maar veel wild hebben we helaas niet gezien. Geen tijger, geen neushoorn, geen olifanten. Hier en daar een krokodilletje, een grote schildpad (die wijselijk het natte sop koos net voor ik de trekker van de camera overhaalde natuurlijk), veel vogels, wat herten en everzwijnen.

Al om al is het hier prima uit te houden, ik sta met mijn auto aan de rivier, mooi uitzicht over de jungle. Het lijkt hier een beetje op Laos, relaxed, niks moet, alles mag, niemand maakt zich druk. Heb vandaag nog een 2 urig ritje op een olifant gemaakt. Dat was wat minder, erg toeristisch en eigenlijk nogal saai. Ook was het vandaag Holi, de feestdag dat kleurstof gegooid word en die vloog dan ook flink. Menig toerist kwam onder de kleurstof beteuterd aanlopen, sommige vonden het ook wel leuk hoor. Dat maakte de saaie olifanten rit weer snel vergeten. Een voordeel, ik heb een glimp van de neushoorn opgevangen. Helaas weer geen tijgers gezien.(zie vorige verhalen over het zien van tijgers in India en Bangladesh). Heb ze dit keer niet eens horen ritselen. MAAR, ik heb ze wel geroken.

Ik zie wat bewegen

De dag er na had ik eigenlijk naar Pokhara willen rijden maar omdat ik hier zo lekker stond het hier nog maar een dagje verlengd. Vanochtend even meegeholpen om de olifanten te wassen. Dat was wel erg leuk, zo kom je nog een echt in aanraking met die beesten. Dat wassen doe je niet met een spons, zelfs niet met een schuurspons maar met een schuursteen.

De verzorger ging me tekeer met die steen niet normaal, volgens mij vond die olifant het ook niet zo lekker. Wat me wel opviel is dat die roze plekken op het hoofd van de olifant, juist die plekken zijn waar die verzorger het meeste schuurde. Kreeg het idee dat ie het donkergrijze gewoon van de huis afschuurde zodat het roze tevoorschijn kwam, dit alleen maar om de olifant er mooier uit te laten zien. Maar wat hebben die beesten een massa zeg, alleen al zijn kaken waren even groot als mijn hele bovenlichaam. Als dank werd ik even onder gespoten door het beest, het was een heel boeiend uurtje.

Als dank

Vanavond sprong mijn 12 volt converter weer kapot, precies toen ik mijn computer aanschakelde, dus nu wel een idee waar het aan ligt. Ook is mijn China reis een beetje op losse schroeven komen te staan nu de Chinese overheid ineens weigert om me toestemming te geven via Nepal het land binnen te rijden, want ik ben maar alleen en dat vinden ze te veel moeite voor één persoon. (zijn er misschien nog liefhebbers om mee te rijden door China, een maandje of zo, vanaf half augustus?). Ik ben alternatieven aan het bekijken, maar heb wel zo van …. Graag of niet hoor.