Ik was ondertussen op Bali aangekomen en nbesloot eens wat vakantie te houden. Ook al omdat ik nog steeds wat buik problemen had. Die waren vaag dus negeerde dat in eerste instantie. Bezocht het mooi eiland Gilli Air. Dit verhaal telt 2.308 woorden, 12 minuten leestijd.
Was ondertussen verkast naar het tropisch eiland van Bali, waar ik aan de noordkant wat rust op zocht.
Vannacht erge buik krampen gehad, om nog maar niet van de toiletgang te spreken. Het leek me verstandiger om wat medische hulp in te roepen.
Om 9 uur ochtend stond ik dus voor de lokale kliniek in Lovina Beach (Bali), wat bestond uit een hokje van 3 kamertjes, gevuld met zeer vriendelijke verpleegsters, die me zeer professioneel onder handen hebben genomen, en na lang beraad tot de conclusie kwamen dat ik hoogst waarschijnlijk een milde vorm van Tyfus heb. Mild, omdat ik er tegen in was geënt (en ik dus dacht dat je het dan niet meer kon krijgen). De aardige zuster heeft me een flinke injectie in me bil gegeven (al giechelend) en een hele serie met pillen, en ze verzekerde me dat ik er nu wel weer bovenop zou komen.
Wellicht heb ik het opgelopen tijdens mijn Kampong bezoek van drie dagen, maar je schijnt het overal te kunnen krijgen, vooral van water maar ook van rouwe eieren of bepaalde groenten.
Tja, dan is het maar gissen waar ik het vandaan heb. Het is overigens niet besmettelijk of zo, maar je krijgt er koorts van, diarree en je verliest je eetlust, iets wat dus al 2 weken geleden gebeurde, zo lang loop ik er waarschijnlijk al mee rond.
Als ik me over 2 dagen nog niet beter voelde zou men een bloedmonster nemen voor onderzoek, maar laten we er maar vanuit gaan dat dat niet nodig is.
Genoeg over enge ziektes. Wat heb ik verder gedaan vandaag vraag je je af? NIKS NADA NOPPES. Na de kliniek ben ik afgezakt naar het strand, dat is wel 50 meter lopen, en ben gaan ‘leggen’ en eigenlijk was dat het wel. Ben wel in de schaduw gaan liggen, want anders was het te warm. Heb me lekker koffie laten brengen, en een noedels soepje rond het middag uur, en ben om 3 uur een middag dutje gaan doen. Je merkt het, een enerverende dag, en ik denk dat ik die morgen nog maar eens herhaal.
Ik heb gisteren wat foto’s gemaakt, eentje waarop ik erg trots ben, een hele mooie van de zon ondergang.

Voor ik het vergeet te vertellen, ik ben hier op Bali. Bewust naar het noordelijke deel gegaan omdat dat wat minder toeristisch is, in het zuiden schijnt het vol met dronken Australiërs en Engelsen te zitten, nee bedankt dus.
Hier in het noorden schijnen veel dolfijnen te zwemmen, ik heb ze nog niet gezien helaas. Wel erg veel hinderlijke verkopers, die moeilijk van je af te slaan zijn. Ook als je rustig op het strand ligt en zo, niet echt prettig.
Verder weet ik eigenlijk niks te liegen, dus …
17 Juni 2003, Sumbawa
Ik zit ondertussen al weer een paar dagen op Gilli Air. Dat is een klein Eiland voor de kust van Lombok. Het is een erg cliché tropisch eiland hoor, alleen maar zon, palmen, hagelwit strand en glasheldere zee, geen gemotoriseerd verkeer en een heerlijke rust.

Op Air Gilli was ik ook na een paar dagen wel uitgekeken. Hoe mooi het eiland ook is, er viel gewoon niet veel te beleven. Ja, je kon prima duiken en snorkelen, maar omdat mijn ziekte nou ook niet echt erop vooruit ging besloot ik maar om de 15e juni te vertrekken naar Soembawa, dat is het volgende eiland in de lange rij van Indonesische eilanden. Behalve de daar een boot naar Sulawesie vertrok, hoopte ik ook een doctor te vinden in het geval mijn ziekte (waarvan ik nog steeds aan neem dat het Tyfus is) er nog steeds niet beter op is geworden.

Op Gilli Air heb ik me een aantal dagen flink uitgesloofd
.
Na informeren kon ik de bus naar Sumbawa Besar nemen, dat is de grootste stad op dat eiland, een tocht die er 7 uur over zou doen. Mijn uiteindelijke doel was Bima, maar dat lag op het andere uiterste van het eiland, als ik dat ook gelijk wilde doen zou dat betekenen dat ik nachts door moest reizen, en dat vond ik niet zo’n prettige gedachte. Uiteraard beloofde de mijnheer waar ik mijn gecombineerde boot/bus/boot/bus ticket kocht mij gouden bergen, mooie bussen met Airco en toilet, super vering, en ik denk als ik hem gevraagd had of er champagne aan boord was, dan had ie volmondig JA gezegd. Gelukkig was ik dat soort beloftes al veel vaker tegen gekomen, dus ik verwachte maar niks, kon het altijd meevallen nietwaar.
Omdat ik ochtends alweer misselijk wakker was geworden, was ik al vroeg op en klaar met pakken en heb toch een ontbijtje van een hele banaan naar binnen kunnen werken, en een banaan meegenomen voor onderweg. En zo stond ik dus al om kwart voor 8 in de ochtend op het strand te wachten op een kano die me naar vaste land zou brengen. Die verscheen pas om 8:30, maar daarna was ik dan ook snel op het vasteland, alwaar een bus in de form van een soort imitatie landrover stond te wachten om me naar de grootte stad van Lombok, geheten Mataram te brengen. Dit via dezelfde weg als ik was gekomen, dus de apenweg weer op. Ik ben begonnen om de apen te tellen die langs de kant zaten te wachten tot er iets uit een passerende auto zou vallen, maar heb na een stuk of 70 de tel opgegeven, het waren er dus erg veel en een leuke afwisseling van die saaie groen jungle 😉
Aangekomen in Mataram werd ik zoals gewoonlijk bij een of ander vaag kantoortje in de ‘middle of nowhere’ gedumpt, met de mededeling dat ik hier op de bus naar Sumbawa moest wachten, die zou zo rond 14:30 wel komen. Dat betekende dat ik dus 6 uur daar moest wachten, en dat vond ik toch echt te veel, dus ben ik een beetje stampei gaan maken. Na wat Hollandse vloeken bleek er ook ineens een bus om 11 uur te vertrekken, die eigenlijk al wel vol was…..maar ik kon er nog wel bij. Ik wist ondertussen al lang dat een bus in Azië NOOIT vol is, dus tevreden met mijn vroegere bus werd ik een uurtje later naar het bus station gebracht alwaar ik in een stampvolle bus plaats kon nemen, naast een erg oude mijnheer, die zich volgens mij de hele week nog niet gewassen had, laat staan zijn tanden gepoetst of een poging tot scheren had gedaan. Maaaaarrrrrrja, Casper, makkelijk als altijd, schikte in zijn lot, en dacht…’zolang we er maar heelhuids komen’ .
Die bus van 11 uur, vertrok natuurlijk pas om 12 uur, en ondanks dat er geen champagne, geen beloofde TV of toilet aan boord was, was het toch een prima bus met prima stoelen en goede beenruimte. De rit naar de ferry van Lombok naar Sumbawa duurde 2 uur, de Ferry zelf duurde 4 uur, en de rit van de ferry naar Sumbawa Besar duurde ook twee uur.
Ondertussen besloot de goede man naast me om gedurende de rit recht in mijn gezicht te gaan hoesten, zonder een poging van hand ervoor te doen of zo. Helaas voor hem was ik er niet zo van gediend, en het is jammer dat tyfus niet besmettelijk is (zover ik weet), anders had ik hem dat zeker gegeven. Na een paar keer duidelijk te hebben laten blijken dat ie niet recht en vol in me gezicht moest hoesten met zijn vieze adem, kreeg ie pas de geest toen ik hetzelfde bij hem terug deed, waarna ie lekker de andere kant is uit gaan hoesten. Wel raar dat ie niks tegen me heeft gezegd de hele rit, maar ja, hij zal wel geen Engels hebben gesproken haha.

Het platteland van Indonesië blijft mooi
Onderweg niks gegeten, een paar chipjes uit een zak chips die ik elders een paar dagen eerder had gekocht alsook de tweede banaan.
Aldus kwam ik in de vroege avond in Besar aan. Volgens mijn boek was er maar één redelijk Hotel, de rest was allemaal Guesthouse-Annex Bordeel, en vol met vieze beesten, dus ik, achterop de brommer-taxi, richting het Hotel. Daar hadden ze kamers voor 99.000 roepias, daar wilde ik graag er een van hebben, met warm water en TV, maar de goede man verklaarde dat die vol waren, en ik daarom voor dezelfde prijs de kamer van 325.000 roepias zou krijgen. Ik zei hem nog… maakt me niet uit, zolang er een goed bed en warm water is…… Goed, je voelt het al aan komen…. het bed was goed, maar het warm water deed het toevallig nu niet. De kamer was wel mooi en erg groot, met een bank erbij, en een groot bureau, maar wat moet ik daar mee. Ik was erg moe, heb in het restaurant een kaas-sandwich naar binnen lopen stouwen, en al misselijk ben ik om 9 uur naar bed gegaan.
De volgende dag werd het reizen er niet beter op. Ik was uiteraard vroeg bij het bus station aan gekomen (wie zei dat reizen niet vermoeiend was), met het ontbijt van 2 bananen in mijn maag, en nam daar, na veel argumentatie en gesoebat over de prijs (waar ik tot drie keer toe de bus ben uitgelopen met mijn bagage omdat die gast me mijn inziens teveel wilde laten betalen) de lokal-chicken bus naar Bima.
In het begin was de bus redelijk leeg, maar naar verloop van de rit werd het voller en voller. Er waren 29 zitplaatsen (en geen staanplaatsen) en er zaten 42 man in de bus. Er hingen veel plastic zakjes aan de rail, en dat voorspelt meestal niets goeds, en het duurde dan ook niet lang, of links EN rechts van me zaten de mensen te kotsen. Het was ook een gigantische slinger weg, met erg slecht weg dek en erg veel berg colletjes, en die rit duurde en duurde maar. Ook nu weer vrijwel niets gegeten, op een paar banaantjes na, en veel water drinken.
Op een gegeven moment moest er nog een vette gast bij de bank gepropt worden waar ik half opzat, omdat er al geen plek meer was, en toen werd het me wat te veel en heb ik geweigerd om nog een millimeter op te schuiven. Ik geloof niet dat iemand het erg vond, toen ik tegen de bus gast schreeuwde of ie graag zag dat ik mezelf in tweeën zou vouwen, maar ik dan ook de helft van me geld terug wilde. Dit alles in het Nederlands natuurlijk, maar door de intonatie begreep hij wat ik zei.
Die rit duurde 7 uur (het leken er 70), en om 3 uur aangekomen in Bima dat een niet al te groot haven stadje is en waar boten naar Sulawesi vertrekken. Maar, mijn eerste prioriteit was een doctor vinden, die netjes 500m van mijn Hotel zat, maar pas om 5 uur middags open zou gaan. Om de tijd te doden maar naar een paar reisbureaus gegaan (er zitten er maar twee in de hele stad), en tot mijn ontsteltenis te horen gekregen dat de boot (er was er maar 1 per maand) op 27 juni zou vertrekken, ik dus of 11 dagen in dit gat zou moeten blijven, of een andere optie vinden. Ik kon ook vliegen, maar dat moest dan via Bali (waar ik net vandaan kwam) en koste alles bij elkaar meer dan 100 euro (een fortuin dus).
Tja daar moest ik maar eens over denken, want eerlijk gezegd, was ik nu al meer dan 3 weken ziek, en had ik het zo van…. ik wil naar huis. Maar ik wil ook niet zo makkelijk opgeven, dus om 5 uur zat ik netjes bij de doctor in de spreekkamer, en in gebrekkig Engels van hem de zaak door genomen. Ik kreeg onmiddellijk 3 verschillende pillen en een rekening van 14.000 roepias voor me knar. Een van de pillen was weer antibiotica, een ervan volgens mij een Rennie, en een misselijkheid stop pil, zodat ik weer wat zou eten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er weinig fiducie in had, maar niet geschoten altijd mis, dus avonds wat rijst met kip naar binnen gepropt, de pillen erachter aan en vroeg gaan slapen.
Nachts werd ik al weer misselijk wakker, en ochtends was mijn gevoel er niet beter op. Bij deze nam ik me dan ook voor om het nog even aan te kijken, en anders een vlucht via Bali naar Singapore te boeken en vandaar uit terug naar huis te gaan voor een gezondheid tussenstop.
Overdag ging het wel met de misselijkheid, maar ik had dan ook niks gegeten, en met een stel Indonesiërs die ik hier tegen het lijf liep naar hun dorp gegaan op het platteland, een 20 kilometer verderop. Vanuit daar voorzichtig naar een Dam gewandeld. Het was maar een kilometer zeiden ze, het werden er 5. Wel rustgevend zo door de rijstvelden en pinda velden, ze verbouwde er ook kool, dat ook in het Indonesisch gewoon kool heet. Daarna een heel stuk achterop een brommer om 5 minuten te zwemmen in de zee, waarna ik half flauw viel van honger en dorst, (en de andere ook). Terug in Bima een Nasi Goreng gegeten, die gelijk zo zwaar op de maag viel dat ik het Spaans benauwd kreeg, en bijna dreigde flauw te vallen, maar dat ging gelukkig wel weer over. Snel terug naar het Hotel gegaan, en na een uurtje op bed (het was inmiddels 6 uur avond) ging het wel weer een beetje.
Ondertussen voel ik me wel iets beter heb ik het idee, dus ik kijk het nog even een of twee dagjes aan.
