Twee dagen te vroeg was ik bij de grens van China. Deze grenspost is al 140 kilometer land inwaarts, dus daar was ik al vast. Laat ze me er nu maar uit zien te krijgen haha.Het was niet makkelijk deze grens te beslechten maar uiteindelijk reed ik het lang verwachte China in. Dit verslag heeft 8.868 woorden, 47 minuten leestijd.
18 augustus was mijn eerste dag in China. Was de vorige dag om 6 uur in de avond (Pakistaanse tijd) de Kunjerab pass over op 4700 meter, om vervolgens met een Chinese militair in de auto als wachter linea recta door naar Tashkugar (ook wel Kaxkorgan genoemd) te moeten rijden, zonder te stoppen.
Ik stond op een afgesloten parkeer terrein van de overheid. Welke overheid, ik zou het niet weten, er zijn er hier te veel. Je hebt douane, immigratie, politie en natuurlijk het leger, ieder met zijn eigen strak uitziende uniform. En iedereen wil zijn macht laten gelden dus als je hebt grote kans dat je van het ene uniform naar het andere word gestuurd. Ik vermoed dat het terrein waar mijn auto stond van het leger is.

Heerlijke platte broden in Kashgar (China).
Bij mijn aankomst gister avond laat was het algehele verwarring. Ik had geen Chinese gids en daar snapte ze niks van. Ik kon ook eigenlijk geen antwoord geven op wie dan mijn gids was, of welk bureau dat geregeld had. Die info had ik wel allemaal, maar stond op mijn Hotmail account en was dus niet zo even raad te plegen. Ik had dat in Pakistan allemaal willen verzamelen maar doordat daar steeds weer geen stroom of verbinding was, was dat er niet van gekomen. Dan komt de Chinese term die ik denk ik erg vaak ga horen boven. Tenminste, ik heb het nu al 6 of 7 keer gehoord, en ik ben er pas een dag. De zin “I have to ask my leader’ ligt op ieders lippen, want als je niet standaard bent dan weet niemand wat ie moet doen en durft ook niemand verantwoording te nemen. Er was maar een iemand die wat Engels poekelde, en ik had de aller aardigste juffrouw uitgelegd dat ik twee dagen te vroeg was, uit voorzorg, i.v.m. mogelijke land-slides en/of sneeuw op de pas. Mijn vraag of het mogelijk was dat ik mijn auto hier op het parkeer terrein zette tot maandag werd beantwoord met…… ‘I have to ask my leader’ natuurlijk (IHTAML). Na veel heen en weer gepraat, hoofd geschud, gebaar en gedoe mocht het plots wel. Ze konden natuurlijk niet anders. Ze konden me niet terug sturen naar Pakistan (geen Visa en veel te ver) en doorlaten was natuurlijk helemaal foute boel , daar zou wereld oorlog 3 van kunnen uitbreken. Voordat er überhaupt maar iets geregeld kon worden moest echter mijn temperatuur worden opgemeten, ze zijn nog steeds bang voor Sars blijkbaar. Er staat een mooie machine voor, een soort zuil waar je voor moet staan en die meet dan op afstand je temperatuur. Mijn paspoort moest ik vervolgens achter laten en ik mocht terug naar mijn auto.

mannen met rare hoedjes. Of is het rare mannen met hoedjes
Daar aangekomen stonden er 8 militairen omheen met zaklampen. Heel zenuwachtig en nogal boos doende, sommeerde ze me om onmiddellijk mijn auto van het terrein te halen. Later snapte ik pas dat er geen auto het terrein op mocht voor het was onderzocht op contrabande en of explosieven. Alles wilde ze zien, elk luikje moest open. K’had daar geen problemen mee maar had wel een wijze les op de berg geleerd, ik doe maar een ding tegelijk open en laat maar één man tegelijk binnen. Daarom duurde het erg lang. Men ging op dingen lopen kloppen om te kijken of er holle ruimtes achter zaten, zelfs onder de auto liggen en alles werd vastgepakt. Of ik geen wapens had. Jazeker zei ik, ik heb wel een wapen bij me. Men schrok duidelijk, maar toen ik mijn baseball knuppel liet zien schoten ze allemaal in de lach en was het ijs gebroken. De rest van de controle was halfslachtig, oh wat een mooie auto, hoeveel kost ie kon men zelfs uitkramen, en na zo’n 20 minuten mocht ik weer terug het terrein oprijden. Ik was moe en had honger. Had net een kipfilet uit de diepvries gehaald toen er op de deur geklopt werd. 5 man in strakke zwarte uniformen, grote petten, veel strepen en bling bling. Ik moest mijn auto verkassen naar een andere plaats achter. Toen ik wilde starten veranderde ze ineens van mening, ik moest mijn auto 200 meter verder op een afgesloten terrein gaan parkeren. Geen probleem, hoe meer afgesloten hoe rustiger. Nog wel bedongen dat ik morgen lopend het dorp in kon om te netten en eten te halen. Auto op een groot grint parkeerterrein geplaats wat ik helemaal voor me zelf had en heerlijk geslapen in een koude nacht (8 graden) op 3000 meter hoogte.
Het was half 6 in de morgen (nog Pakistaanse tijd), het begon net te schemeren. RATATATATATA, ik schrok me de pleuris. Nee toch. Dacht ik net af te zijn van dat vroege ochtend gekerm van de moskee, krijg ik dit weer. Eerst 5 minuten reveille geschal door mechanische trompetten uit grote luidsprekers, daarna duidelijk het partij lied of zo. Van dat gezang dat uit de tweede wereld oorlog klinkt. Kan geen touw vastknopen van de tekst natuurlijk, maar door de intonatie en de muziek weet ik precies wat er gezegd word: Lang leve de partij, we gaan er vandaag hard voor werken, we doen allemaal ons best, we werken efficiënt en hard etc etc… en dat 10 minuten lang terwijl ik nog half wakker was. Ik weet leukere manieren om wakker te worden.

Nu ik eindelijk in China ben valt er wel een last van mijn schouders. Dat zwaard van wel/niet toestemming, steeds veranderende plannen, dure kosten, onzekerheid. Ook, is de enige andere optie nu voor 6 maanden afgesneden omdat ik niet meer India in kan met de auto vanwege de maximum overschreven tijd. Dus, ondanks de vroege herrie werd ik goed gemutst wakker. De ochtend gebruikt om de boel wat te ruimen en wat administratie te doen. Ik had geen idee hoe laat het was, volgens de boeken was het in China overal Beijing tijd, dat was 3 uur verschil met Pakistan, maar hier zou men een uurtje smokkelen. Kon me dat wel voorstellen want anders zou het om 9 uur pas licht worden en dat lijkt me niet prettig midden in de zomer. Besloot, toen ik honger kreeg, maar eens het stadje in te gaan lopen. Ik sprong stiekem over het hek zonder dat iemand het zag, want ik wilde niemand zenuwachtig maken. Had gister wel toestemming gekregen, maar er liepen op dit terrein weer andere uniformen en dan weet je het nooit. Het was best wel een eind lopen maar het was goed weer (wel fris). De straten zijn enorm breed hier, er is super weinig verkeer. Aan weerskanten van de straat joekels van gebouwen waarvan het leek alsof ze leeg waren. Ze zagen er prachtig uit en goed onderhouden, maar je zag geen mensen, geen auto’s of ander verkeer. Heel vaag. Een gebouw was volgens mij een ziekenhuis, maar ook hier absoluut geen activiteiten. Overigens zie je weinig mensen op straat en dat is na India en Pakistan even wennen.
Na een half uurtje lopen kwam ik bij het centrum. Heel typisch Chinees/Tibetaans achtig centrum, met winkeltjes die bijna alles buiten stallen. Er lopen hier ook erg veel verschillende nationaliteiten rond. Van oudsher wonen hier Tadzjieken. Die spreken ook een taal die een beetje op Turks lijkt, China heeft het bezet en koloniseert het net als Tibet, door er heel veel Han-Chinezen heen te sturen.

Overigens is dat koloniseren niet in een keer gegaan maar heeft China het een paar maal geprobeerd. Elke keer kwam er opstand. De laatste keer, in 1949, beloofde men autonomie voor de zoveelste keer. De hele delegatie van hier, die richting Beijing (toen nog Peking) vloog voor de onderhandelingen is mysterieus verongelukt. Vanaf toen was het een van de buitengebieden van China. Deze provincie heet Xinjiang, vertaald…Nieuwe territoria
De Han-Chinezen zijn echte handelaren. Die beginnen winkeltjes en zetten een commercieel netwerk op waardoor de Han-Chinees eigenlijk deel van de maatschappij wordt en zo de oude bewoners tweede rang word. Dat is ook een manier van koloniseren.
De Tadzjieken kan je makkelijk herkennen, ze hebben een beetje een Mongools gezicht, dragen typische kleding , meestal oud en versleten. De vrouwen dragen een plat petje, vaak daarover een hoofddoek. Lijkt dan of ze een hele platte kop hebben. Ze hebben dan vaak een rok aan, veelal felle kleur met glinsters en fratsels , ziet er heel hoerig uit. Ze dragen er dan ook vaak nog glitterschoenen met hoge hakken onder, maar schromen dan niet met die outfit op de ezelkar te zitten.

Cool idee
Erg veel bijzonders is er niet te koop hier. Geen hond die er ook maar Engels spreekt of er maar moeite voor doet en de gemiddelde Chinees is absoluut niet geïnteresseerd in contact met een toerist. Sterker nog, krijg de indruk dat hij je liever mijd.
Mijn zoek naar een internet cafe was dan ook best een lange. Diegene die in de Lonely planet stond bestond niet meer denk ik. Elke keer als ik het vroeg aan iemand werd ik appelig aangekeken, soms draaide mensen zelfs hun hoofd af. Maar de volhouder wint en uiteindelijk vond ik boven een bakker van heerlijk ronde verse tandori broden een internet plek. Niet dat er enige aanduiding was, je moet het maar weten.

Kreeg overigens later dezelfde soort reacties toen ik een bout wilde gaan kopen. Simpele bout, niks bijzonders. Stapte een auto winkel in, haalde de kapotte bout uit mijn zak, wilde hem laten zien maar men knikte al van nee. Zonder een blik op de bout of een poging om te zoeken. Dit gebeurde bij 5 achtereenvolgende winkels. Dan krijg je echt moord neigingen hoor. Toen ik later op een Chinese sim kaart wilde kopen en Ting Ting het woord deed, pakte de miep de kaart al. Toen ze plots in de gaten kreeg dat ie voor mij was, kon het ineens allemaal niet meer en moesten we onverichterzake weer terug. Wat kan ik me in dit land innerlijk boos maken.
Na wat mail beantwoord te hebben terug naar de auto, onder het lopen een van die heerlijk platte broden, heet uit de oven te hebben opgepeuzeld. Kocht nog een fles bier (kosten 30-40 eurocent per halve liter) en terug naar de auto, waar ik weer over het hek klom.
In de middag begon ik me wat ter vervelen dus pakte de fiets van de auto en wilde naar het dorpje fietsen. Omdat het hek op slot was ging ik via de achteruitgang, en dat was via het naastgelegen militaire hoofdkwartier. Oh jee, paniek, de buitenlander gaat er vandoor. Eerste kwam ik een klein ventje die volgens mij gewoon jan soldaat was, maar hij hield me tegen. Hij sprak enigszins wat woordjes Engels dus heb hem duidelijk gemaakt dat ik toestemming had. Nee, ik mocht echt niet weg. Dus ik zeg, ‘Ask you leader’, haha, ik denk dat kan ik ook. Hij stuurt iemand anders weg om het te vragen en een paar minuten later mocht ik door. Aan de voorkant wilde ik het terrein verlaten maar nee hoor, hup, weer een uniformpje die me tegen hield. Ik moest me eerst maar eens melden aan een raampje, maar die man had het druk en wuifde me weg, dus ik reed er vandoor. Weer een uurtje geïnternet en wat rondgehangen. Geprobeerd in drie verschillende restaurants wat te gaan eten maar geen had een Engels menu of sprak überhaupt enig Engels of deed er zelfs maar moeite voor. Dan maar niet hoor.
Terug bij mijn auto wilde ik dezelfde weg weer door de kazerne afleggen maar nee, er waren weer allemaal zenuwachtige ventjes, ik mocht er niet door. De vent bij het raampje belde en een minuut later kwam er een uniformpje met veel streepjes, sprak ook redelijk Engels. Die snapte het allemaal en ik mocht terug naar de auto en morgen winkelen was geen probleem. Ik wilde door de kazerne maar men was heel nerveus nee aan het roepen, dat mocht absoluut niet. Tja, ik zag de hoge bons iets verderop nog weglopen dus riep hem toe hoe ik dan bij mijn auto moest komen, en al snel kwam er een buiger met de sleutel van het hek. Die deed het hek voor me open en is toen pontificaal 2 uur naast mijn auto gaan zitten. Of om op me te passen, of om het hek voor me open te doen als ik weer weg wilde, of om andere redenen, geen idee. Ook hij sprak geen woord Engels en deed er ook geen moeite voor. Het blijven rare snuiters. Zouden ze ook hier denken dat de toerist extra bescherming nodig heeft? Want dat zou irritant zijn. Ik vond dat in Pakistan ook al vervelend, omdat men de lokale bevolking op een afstand hield.
Na twee uur had ik er genoeg van sjaak de bewaarder, pakte de fiets en ben wat rond gaan rijden, maar het dorp is vrij saai. Het enig wat boeiend schijnt te zijn is het fort maar dat wil ik tot zondag bewaren.
Tja, zondag had ik eigenlijk geen zin weer dat gezeik en heb mijn dag maar vol gemaakt met niks bijzonders. Maandag, dat was D-day. Dan moet ik de grens over, en ik had er wel wat angst voor, hoorde van andere reizigers al moeilijke verhalen en zag al die uniformen hier lopen, dat voorspelde niet zo veel goeds. Ik had een Email naar Tang Jun (mijn reis organisator uit Chengdu) gestuurd dat ik om 10 uur Beijing tijd bij de douane zou staan om Ting Ting te ontmoeten. Maar om 10 uur was de douane post nog erg op slot. Om kwart voor 11 begonnen er uniformpjes aan te komen, maar Ting Ting (TT) nog in geen velden of wegen gezien. Kwart over 11 ging de paspoort controle en zo open, half twaalf, kwart voor 12… nog steeds geen spoor van TT en ik begon me zorgen te maken. Om 12 uur ben ik haar maar gaan bellen. Dat valt nog niet mee in het Chinees, maar ik kreeg haar te pakken. Tja, ze liep ergens op straat, op zoek naar mij, en na het kortsluiten van waar ik was kwam ze aankakken. Een op het eerste gezicht een leuk meisje, 25 jaar, klein met een staartje, kortom een echte Chinees. Ze had een heel pak papieren bij haar, allemaal met grote rode stempels erop, hiermee was de paspoort controle zo geregeld. Nu de auto en de douane, daar was ik wat bang voor dus. Ik wist dat ik geen zuivel producten en geen groenten, fruit en planten bij me mocht hebben. Had dus al in de afgelopen dagen veel eieren gegeten, tomaten en aardappelen, maar nog niet alles was op. Naja, dat mochten ze dan wel hebben. Ik had nog een net aangesneden Bol Edam kaas, dom, die had ik moeten verstoppen maar dat vergat ik. Wel had ik mijn plant verstopt, de plant die al 2 jaar met me mee reist en waar ik apetrots op ben omdat ie het erg goed doet. Hij wordt erg groot, en ik wilde hem niet aan de Chinezen overhandigen. Die verstopte ik dus in eerste instantie in een plastic tas onder in een keuken kastje.
De man van de douane komt binnen, gooit wat kastjes open, trekt de ijskast open, haalt al mijn kaas en eieren er uit, ook de tomaten en de aardappelen uit de groenten mand (ui mocht ik houden) en hij was in no time weer pleite. Nou, dat viel mee. Wel wist ie me nog te vertellen dat als ik iets verborg ik een boete van 500 euro zou riskeren. Slik, wel een hoop geld voor een plantje dacht ik nog, maar met een schijnheilig gezicht wist ik hem te overtuigen dat dit echt alles was.
Hup, ik mocht de auto 50 meter verder rijden, die moest ontsmet worden. Ja, die gein ken ik. Eerst 27 yuan neer tellen (3 euro), en een gastje die met een spuit hier en daar wat water met neem ik aan een desinfecterende stof onder mijn auto sproeide, maar zo halfslachtig dat zelfs ik er van moest lachen.
Volgende station, de echte douane. *SLIK*. Na veel gedoe en wachten op een vrachtwagen die uit stond te laden, mijn auto op een parkeerterrein gezet. TT haalde de juiste papieren uit de map, en ja hoor. De Douanen mijnheer , na hevig het document bestuderen, begon al te schudden met zijn hoofd. Wat blijkt, één handtekening op het document was niet leesbaar en men moest daarom om het te checken naar Kashi (Kashgar) bellen (de hoofdstad van de provincie). Nadeel was dat de douanen daar tot half 5 op lunchpauze was, dus ik moest maar even wachten. Ik heb nog geprobeerd te smeken, maar het hielp niet. Deze douane ging ook lunchen, dus ajuu paraplu, tot over 3 uur. Overgeleverd aan de bureaucratie zat er niks anders op dan wachten, de tijd gespendeerd met praten met TT en wat zitten lezen.
De douanen man kwam om half 5 terug, alles was ok, ik mocht weg, ze hadden zelfs niet in de auto gekeken. *Zucht*. Ik reed mijn auto tot voor het hek, en moest ineens nog 30 Yuan administratie kosten betalen. Grr, ok, nou, terwijl TT dat aan het betalen was gelaste de norse man mij de deur van mijn auto open te doen, hij wilde toch kijken. Hij mocht van mij. Hij maakte geen kastjes open maar liep rechtstreeks naar mijn wereldkaart die aan de muur hangt. Hier wees hij onmiddellijk op Taiwan. Taiwan had een andere kleur op de kaart dan China, en dat mocht niet. Ik moest de kaart dus maar inleveren. Daar had ik natuurlijk geen zin in, dus ik schudde nee en zei dat het een cadeau van mijn moeder was (sorry mam). Hij zegt in het Chinees (lang leve de Gids) dat ik dan hier niet weg kwam, draaide zich om en liep weg. Nou ja, die gast is gek. Prompt kwam er een ander uniformpje de auto binnen, bekeek de kaart en oordeelde ook dat dit niet kon. Ik kreeg ter plekke een ingenieuze ingeving. Pakte een schaar en knipte Taiwan uit de kaart. Ik zeg ‘hier heb je Taiwan, en nu is de kaart wel goed’. Daar had men vrede mee, en ik mocht de kaart weer ophangen. Vervolgens kreeg ik nog de vraag of ik niks had wat anti overheid was. Ze hadden mijn DVD’s gezien en vroegen zich af of er geen propaganda op stond. Nadat ik ze tevreden had gesteld mocht ik dit keer eindelijk wel gaan. Wat een malloten bij de grens, maar ik was China in.

Ik moest Taiwan uit de kaart knippen, de kleur stond China niet aan
Omdat het al bijna 5 uur was vandaag maar niet gaan rijden dus naar het Pamir Hotel gereden, TT een kamer van 80 Yuan, ik parkeren voor 20. En na een heerlijke maaltijd van vage groentes en zoetzure varkensvlees, lekker geslapen. V
Volgende dag vroeg richting Kashkar gereden. Dat was 300 km, op zich te doen. De weg was geheel perfect, daar kan elk land in Azië een putje aan zuigen.
De route begon stijgend tot een 4000 meter, wederom tussen besneeuwde bergtoppen door. Er zitten echt plaatjes van landschappen tussen maar ik ben bang dat foto’s ze geen recht doen. Dat is jammer. Daarna daalde de weg naar Kashgar, rijdend en dalend door een grote diepe kloof tot op 1600 meter de weg uitvlakte en de woestijn begon. De temperatuur was natuurlijk ondertussen flink gestegen maar door de auto beweging wel uit te houden het was ook een erg droge hitte. Een dik uur reden we door kleine akkertjes, kleine huisjes,, veel ezel-karretjes en moslim achtige mensjes die eenvoudig leefde van wat landbouw. Nogmaals de weg was uitstekend en het verkeer erg behoudend. In gemeentes reed men niet harder dan 40. Dat schoot niet op maar was wel zo veilig.

Na wat zoeken in Kashgir bij het Seman Hotel geparkeerd. Men wilde in eerste instantie 40 Yuan voor het parkeren hebben. Toen ben ik weg gereden. Na wat heen en weer gesoebat 25 yuan afgesproken. Nog te duur maar ok.
In Kashgir moest de nummerplaat en mijn chinees rijbewijs geregeld worden dus wij de volgende dag, na een bezoek aan een gigantische supermarkt waar Appie een puntje aan kan zuigen, op naar het rijtuigen bureau. In die enorme Supermarkt wordt eerst je handtas of rugzakje in een soort stoffen overzak gedaan die dan vervolgens verzegeld wordt, daarna kan je die meenemen naar binnen. Pas bij de kassa wordt de verzegeling eraf gehaald. Verder kon je natuurlijk veel kopen, maar 80% van de spullen waren mij geheel onbekend. Een fles cola of een pak zakdoekjes kon ik nog wel herkennen, maar toen ik melk wilde kopen bleek er een aardbeien smaakje aan te zitten. Op veel producten staat niks in het Engels dus je hebt geen idee wat het is. Als je denkt het te weten, kom je bedrogen uit. In westerse wereld zou een drankje met rode verpakking meestal iets met aardbeien zijn of zo, misschien bessen. Hier kan dat rustig een tofu of zeewier smaakje hebben. En natuurlijk een heel ander aanbod. Rijen met bakken met kant en klare noedels en dumpling. Een heel gangpad met soja sauzen. Meters met diverse soorten samballen. En maar één klein potje met mayonaise.

Verder erg veel snoep, de chinees houd blijkbaar van zoetigheid, veel vis, maar ook gore zeewier dingen, stinkende viezigheid, snel voorbij lopen.
Het kopen van meel was een hele toer. Ik had Ting Ting gezegd dat ik meel moest hebben, want goed brood hebben ze hier bijna niet dus dat maak ik dan wel zelf. Tja, dan blijkt de kleinste zak met meel 5 kilo te zijn. En op de vraag of het rijstemeel of tarwemeel was kon niemand mij een antwoord geven. Ja eum… gewoon, wit meel. Ja maar was is het van gemaakt dan… eum ja, van dat spul, waar wij allerlei dingen van maken. Dat soort conversaties schieten we niet mee op. Verder is Ting Ting erg behulpzaam hoor, alhoewel ze weinig gids werk doet.
Valt me ook op dat ik absoluut niks aan Godsdienst aan haar zie. Ze bid niet of praat er niet over, blijkbaar is het niet belangrijk voor haar. Toen ik het haar vroeg vertelde me ze doodleuk dat ze nergens in geloofde, alleen haarzelf. Ook dat is weer wennen want in de landen India Nepal en Pakistan staat religie op plek nummer 1. Hier bungelt het er wat bij. Ga je toch van denken nietwaar. Hoe achterlijker het land, hoe belangrijker de religie. Of zou het andersom zijn?

Mijn Chinese nummer plaat
Bij het keuring station werd mij duidelijk gemaakt dat er twee dingen konden gebeuren. Of de man in kwestie komt even kijken en de papieren worden vervolgens uitgereikt, of de man komt kijken en ik moet een rem en rij proef gaan doen. De gast van mijn agentschap die alles zou regelen ging op stap met de papieren, ik moest wachten. Dat duurde een dik half uurtje, mar hij kwam gelijk terug met rijbewijs en nummerbord. Geen test, geen proef, geen kijken. Das het betere werk. Wel zat overigens al het publiek wat er liep aan mijn auto, het leek India wel. Laat het geen voorbode zijn, want ik heb een paar keer mijn stem moeten verheffen om mensen te vertellen van mijn auto af te blijven. Hierna weer terug gereden naar het Hotel. De middag lekker rond gefietst in Kashgir. Het is een levendige stad maar er valt niet zo heel veel bijzonders te zien. Een van de grootste moskeeën van China, maar die is niet mooi, een van de grootste standbeelden van Mao en verder veel, heel veel moderne winkels. Zeker op dat gebied evenaart China zeker het westen.
Het oude Kashgar, waar dus niet veel meer van over is, doet erg denken aan Arabische of Afrikaanse steden. Vierkante huizen met hoge muren, opgetrokken van zandsteen. Kleine voordeuren, en als je dan naar binnen kijkt mooie binnenplaatsen en grote open ruimtes. Veel kleine sluip-door straatjes, veel mensen op straat.
Het moderne Kashgar heeft net als de meeste steden in China zeer brede straten met busbanen en fietspaden (straten als landingsbanen). Er is veel volk op de been, de helft daarvan loopt of fietst met een telefoon aan het oor. En men heeft nog steeds het idee dat hoe harder je schreeuwt, hoe beter het is. Overigens rijden er veel mensen op de scooter of brommer. Niet een met een verbranding motor, maar een elektrische. Ook vrachtvervoer gaat hier veel elektrisch met een soort elektrische bakfietsen. Ik denk van de 100 brommers/scooters/fietsen er hier zeker 80 elektrisch rijden. Dat is natuurlijk goed voor het milieu in de stad, alhoewel ik me afvraag of het opwekken van de elektra die het gebruikt niet meer vervuiling veroorzaakt dan als het een motor was. Maar de stad wordt er schoner door, das zeker. Je moet wel uitkijken als je oversteekt, want ook al hoor je niks aankomen, je kan nog ondersteboven worden gereden door zo’n elektrisch ding.
Bij een tentje op straat een drankje gedronken, Dan gaat er in een grote beker wel 20 soorten ingrediënten, ijs, vruchten, siroop en heel veel vage dingen, groene, rode, paarse. Het geheel is dan wel lekker, ik denk dat je het in Nederland niet verkocht krijgt.
In de avond Hot-pot gegeten. Je gaat een restaurant binnen, daar staan tig tafels met een heel groot gat in het midden. Daaronder straat een gasbrander. Je bestelt van een menu kaart (heb de eer aan TT gelaten, had geen idee wat ik moest bestellen) en in no time kwam er in het gat een grote soort magische soep ketel te staan. Deze was in twee helften gedeeld, de ene kant gewone soep, de andere kant hete soep. Er dreven wel 30 teentjes knoflook in per kant en allemaal vage kruiden. Snel kwamen er bordjes met vlees en groenten bij. TT kwakte onmiddellijk een flinke hoeveelheid in die soep. Denk aan champignons, een soort vlees rolletjes, kool, meel ballen (lees smakeloze meelballen), plakken radijs en nog een paar dingen die ik vergeet. Na dat prutje dan een paar minuten in je toverketel te hebben laten bubbelen, vis je ze er met je chopsticks uit (niet altijd makkelijk). Smaak was wel ok. Vond het een leuke gewaarwording, een soort chinees fonduen. Volgende keer eet ik echter liever weer gewoon Chinees.
Over luchtvervuiling gesproken. Het is hier helemaal de bom om te BBQ’en. Spies met vlees worden bij vrijwel elk restaurant voor op straat op het vuur gelegd. Veel van die vuurtjes geven een rook ontwikkeling af die vergelijkbaar is met een oude locomotief. Resultaat, al die mooie schone luchten worden toch weer vies.

Verder is hier alles wel erg schoon. Elke straat heeft zijn eigen straat veger/veegster, die met een grote bezem en een stofkap voor de mond elke stofje en vuiltje van straat veegt. Je ziet ook vrijwel geen afval liggen, dat maakt het redelijk aangenaam.
Er stond plots een Belgische landrover naast me, de eerste buitenlandse auto die ik hier zie. Het was een echtpaar met kind. Die waren op de bonnefooi uit Kirgizië binnen komen rijden. En hadden nu dus een dik probleem. Ze waren blijkbaar gepakt en mochten nu niet meer met de auto rijden op de weg in China. Ze wilde naar Pakistan, maar de Pakistaanse ambassade (voor een visum) zit in Beijing, en dat is 6000 kilometer verder. Er zit hun niets anders op dan naar Beijing te vliegen vanaf hier, een visum voor Pakistan aanvragen, dan weer terug en hier de auto op een vrachtwagen laten vervoeren naar de grens. Pff wat een gedoe. Vind het wel erg vreemd hoor, slecht voorbereid en doordacht (en dus duur). Ik zeg verder niks..
Wat me opviel is dat TT nog niet mijn toilet heeft gebruikt. Ik bied het haar ook niet aan , maar ze wil het geloof ik ook niet. Ze gaat of liever in de natuur, of ze zoekt een toilet elders. Het viel me ook op dat ik haar een glas bronwater in een glas aan bood en dat ze dat ook niet op wilde drinken, alsof ze vies van het glas was. Zou ze vies van buitenlanders zijn?
Wat dat laatste betreft zijn de Chinezen precies het tegenovergestelde van bijvoorbeeld de India’er. Die laatste vind een buitenlander boeiend, wil er (te) graag mee in contact komen en stapt zonder schroom op je af, ook al kennen ze geen woord Engels. De Chinees vind een buitenlander eng, misschien zelfs wel vies en houd liever afstand. De landen grenzen toch aan elkaar, en dan zo’n groot verschil, heel apart.
Chinezen zijn trouwens nog steeds stevige rokers. Het merendeel zie je met een peuk in de bek. Overal wordt gerookt, in restaurants en internet cafés, in bussen en soms ook in winkels.
Nog iets leuks gekocht dan. Wat dacht je van koffie kauwgum. Dat is misschien nog niet zo heel bijzonder. Maar wel koffie cola. Had ik nog nooit gezien. Ik zal je vertellen hoe het was als ie op is.
Nog een wetenswaardigheidje dan. Als je in China voor de overheid , het leger of sommige grote Internationale bedrijven werkt, krijg je, als je 60 bent, een pensioen. Niet 65, want dan zijn de meeste al dood. Werk je ergens anders of heb je een eigen bedrijf, pech, dan moet je voor je zelf zorgen. Dat betekend dus dat je familie voor je zal (moeten) zorgen.
Plan is om in een dag van Kashgar naar Hotan te rijden, de zuidelijke silk-route. Dat is 500 kilometer en probeer ik in een dag te doen. Daarna de volgende dag door naar Minfeng om dan de dag erna de woestijn over te steken (500 km alleen maar zand).
Eind augustus 2007, de woestijn door. MOOI!!!
De verhalen volgend elkaar snel op, dus heel wat leesvoer. Er is veel te vertellen over de Chinese belevenissen. De koffie cola was niet te zuipen, dat voorop. De wegen zijn ook niet altijd super. 500 km dwars door de woestijn van de zuidelijke silk-route, richting noordelijke silk-route.

Op 23 augustus vertrokken uit Kashgar richting Hotia. Iedereen had me verzekerd dat die weg uitstekend was, ook de weg dwars door de woestijn later op. Dus vol goede moed, met mijn nieuwe rijbewijs op zak en mijn verse kenteken plaat voor het raam geplakt op pad. De 500 km naar Hota (Hetian) moest in een dag te halen zijn. Immers zijn de wegen hier niet zo druk en door de woestijn zal toch wel ‘immer graden aus’ zijn denk ik.

Hoe verkeerd pakt het dan weer uit. De weg was een grote hobbelig karrenspoor. Ok, er lag teer op, maar het was echt weer eens door Indiërs aangelegd. Er zat absoluut geen meter rechte weg bij, waardoor de auto alle kanten tegelijk werd opgesmeten. Dat is net alsof je op een scheepje (niet te groot), golven van voor, achter en opzij tegelijk te verwerken krijgt. Dat is een heel rot gevoel, volgens mij ook super slecht voor de auto , heel inspannend rijden en gewoon klote dus. Des te meer omdat ik in mijn hoofd van die gladde asfalt banen had geprent zoals het eerste stuk Chinese weg 2 dagen geleden.
Vloeken en langzaam door rijden, dat is de enige oplossing. Heb zelfs nog even overwogen om terug te keren en de noordelijke Silk-route te gaan nemen. Maar volgend Ting Ting hadden we daar geen vergunning voor, dus dat kon niet. *zucht*.

Langzaam maar zeker vorderde we, de eerste 100 km met een vaartje van 30 a 40 km per uur al heen en weer geschud wordend. Die eerste 100 kilometer veel kleine akkertjes, alles geïrrigeerd natuurlijk, met veel zonnebloemen (de Chinezen eten veel zonnebloem pitten) en mais. Na die 100 km kwamen we langzaam in de woestijn en begon de weg iets beter te worden waardoor ik de snelheid tot 50 a 60 kon verhogen, maar Hotia redde we zeker niet vandaag. In onderlinge afspraak met Ting Ting (nadat ik haar wakker heb gemaakt) tot Pishan gereden en daar een lokaal Hotel opgezocht. Ik mocht voor 20 cent op de parkeerplaats slapen (kijk, das het betere werk) en Ting Ting nam een kamer. Ik had gisteren met haar afgesproken dat ik haar elke dag 100 Yuan zou geven (10 euro) en dat ze dan zelf maar uit zou zoeken hoe ze sliep.

Grote zonnebril op zodat je niet ziet dat ze slaapt
De volgende dag was saai. De eerste 100 km door dorpjes, met veel mensen. Merendeel Moslims, merendeel ook boer. Erg veel karretjes met ezels op de weg. Allemaal wel geinig om te zien maar niet spectaculair. De volgende 100 kilometer begon de woestijn pas goed. Zand met grint, dat is het hoofdbestanddeel van het uitzicht. En ik vermoed dat dit nog wel een 1000 kilometer zo door gaat want deze woestijn is enorm. De Taklamakan woestijn is denk ik 1500 bij 500 kilometer dus ik heb nog even te gaan.

Over Ting Ting gesproken, ze is dan wel mijn gids maar veel haalt ze niet uit. De eerste twee dagen was ze druk met papieren en vergunningen, nu ligt ze de hele dag te dommelen in de stoel. We aten in de avond bij een lokaal tentje wat Islamitisch voedsel (was wel lekker, maar ik had liever Chinees, dit waren weer van die in stukken gehakte kip met bot overal) en sprak haar aan op haar non-gedrag. Ja, maar het was ook zo saai voor haar en ze was het niet gewend zo met één persoon. Ze had altijd groepen van 10 of 15 man en dan kon je makkelijker een praatje maken en zo. Dat ze dat met mij ook kon scheen ze niet helemaal te snappen. Heb ook gevraagd waarom ze niks zei de hele dag, maar dan komen er van die typische Aziatische ontwijkende nietszeggende antwoorden uit. Ik denk, nu snapt ze het wel, maar na het eten wilde ze naar haar kamer en een boek lezen en niks doen, dit terwijl ze 60% van de tijd heeft liggen slapen in de auto. Laten we hopen dat ze wat bij trekt, anders worden het voor haar een lange 40 dagen. Herinner me ineens dat ik tegen haar zei dat ik wel met mijn auto langs de kant van de weg zou parkeren voor de nacht. Neee. Dat kon echt niet, want ik was buitenlander en die mogen dat niet. *zucht*
Zo onder het rijden denk je aan van alles. Wat dacht je van deze stelling. Zouden de Chinezen zo irritant zijn omdat het allemaal een kind gezinnen zijn. Dus allemaal verwend, over het paard getild en tot op het bot irritant? Iets om eens over na te denken?

Die zie je van een afstand, en dan weet je niet of het echt is of niet
Je ziet in China bijna alle grote westerse bedrijven. En dat is veel minder zo in bijvoorbeeld India of Nepal. Philips, Volvo, en ga zo maar door, willen natuurlijk niet de boot missen en doen er alles aan om zich in China te vestigen, waarschijnlijk tegen elke kosten. En dat speelt China natuurlijk enorm in de kaart.
Ting Ting had een soort saté stokjes in vacuüm verpakking bij zich. Daar leek het tenminste op. Toen ik vroeg wat het was bleek het tofu te zijn, gedroogde tofu. Gadver, dat leek me smerig, maar mijn nieuwsgierigheid was groter dan de angst wat goors te eten en ik nam er een. Lekker… niet normaal. Omdat het gedroogd was had de tofu de structuur van vlees, ook even taai. De kruiden die erom zaten maakte het nog lekkerder, lijkt me echt iets voor Nederland. Een idee om te importeren. Vleesvervanger die lekker is en de goede structuur heeft.
De volgende dag begon het tot mijn grote verbazing goed, met een prachtig stuk weg van 50 kilometer of zo. Daarna werd de weg afwisselend slecht en goed, en al doende toch de 500 km naar Mie-feng gehaald. Je spreekt de e hier als een o uit, dus eigenlijk is het Mie-Fong. Daar bij inspectie geconstateerd dat de drager van mijn scooter-standaard was afgebroken en dat ik geluk heb gehad dat het maar aan een kant gebeurde. Als het aan twee kanten was gebeurd was de scooter eraf gedonderd, moet er niet aan denken. Het laten lassen van deze breuk duurde 5 minuten, dat was snel , goed en goedkoop. TT deed vandaag ook duidelijk beter haar best, ze vertelde zo af en toe eens wat (wat ze 5 minuten daarvoor uit haar boek had gelezen, maar dat is niet zo erg). Wil haar dus niet te hard oordelen, het zal ook moeilijk zijn voor haar, die rare buitenlanders. Daarbij ben ik natuurlijk ook al bijna 3 jaar onderweg in mijn eentje, en het is voor mij ook wat wennen dan.

In Mee-Feng was de enig ATM stuk, dus geld had ik bijna niet meer. Na zo’n lange rit een heerlijk biertje en een heerlijk maaltje gegeten (sweet&sour pork natuurlijk) en vroeg gaan slapen. Ik was erg moe.
Volgende dag was het taak om de woestijn te bedwingen. De Chinezen hebben er een weg dwars doorheen aangelegd, op zich erg knap. Maar die weg was wel 530 Km lang, met helemaal niks. Ik had al het plan geopperd om de nacht in de woestijn door te brengen maar dit stuitte weer eens op bezwaren bij TT. Jammer, ik zag het wel zitten. Nu was het dan dus zaak om die 530 km in een dag te doen. Dus vroeg van pad, en na de tank vol gegooid te hebben dook ik de woestijn in. Het was duidelijk een hele klus die weg aan te leggen. Het was een echte woestijn, met zand heuvels zoals je ze in de film ziet. Alsof je op een joekel van een strand zit, terwijl je zelf een mier bent. En dan 500 kilometer lang. In het begin is het natuurlijk ohh en ahh, stoppen, foto’s nemen, weer stoppen. Die lol gaat er op een gegeven moment wel af nadat je een zand-overdose hebt gekregen.

Toch blijft zo’n woestijn imponerend en vraag je je af waar al dat zand vandaan komt. Zand dat overigens erg hard is. Je denkt als je zo’n zandheuvel op loopt dat je, net als op het strand, de boel naar beneden duwt en je voeten in het zand weg zakken, dat is niet zo. Dat zand is stevig en voelt heel anders aan dat zandstrand, zo’n zandheuvel op is dus niet zo moeilijk (als je een goede conditie hebt haha).

Er was elke 4 km een noodgebouw met water en een nood telefoon, dat was goed geregeld. Om zand verstuivingen op de weg te voorkomen hebben de Chinezen 4 tot 5 rijen met struiken aan beide kanten van de weg geplant. Dat groeit natuurlijk voor geen meter, dus moeten ze die water geven. Om dat op te lossen hebben ze de gehele weg, aan beide kanten, plastic buizen met gaatjes aangelegd. Een gaatje per plant. Vanuit die noodgebouwtjes word er dan water uit de grond gepompt (vraag me af hoe diep) en worden die planten continu bewaterd. Dus reken maar uit, 4 rijen struiken aan beide kanten, das 8 rijen maar 500 km is 4000 kilometer plastic pijp met gaatjes. Wat een werk.

Als een weg zo lang is, duurt het des te langer voor je er bent. Echt. En ik had er al twee dagen lang en hard rijden op zitten, dus deze derde dag hakte erin. Om 7 uur kwam er einde aan de woestijn. Gelukkig is het hier lang licht, omdat je hier op Beijing tijd zit (zodat je eigenlijk dus 2 tijdzones fout zit). Het was nog 40 kilometer tot het eerste plaatsje, en de weg begon me toch ineens een partij slecht te worden, het leek India wel. Gevolg dat ik om half 9 bij een Hotel parkeerde en dus 12 uur continu had gereden (laat ze dat van de rij-en-rust tijden wet maar niet horen). De afgelegde weg was zeer bijzonder, zeer mooi, zeer zwaar en zal k niet gauw vergeten. Tezamen met de Karakoram highway staat dit stuk weg zeker op een voetstuk.

Volgende dag niet zo vroeg vertrokken. TT wilde het stuk naar Urumqi (weer 500 km) weer in een dag doen maar dat heb ik toch in tweeën gehakt. Ik ben geen robot. Dus een tussenstop in Korla gemaakt, wederom zo’n hele moderne Chinese stad, zonder sfeer maar wel leuk om er te zijn. Onderweg de eerste Tol moeten betalen, 70 Yuan (7 euro) voor een stuk weg van 100 Km, best duur dus. Kwam nog eens bij dat er een militaire colonne reed. En die mag je niet inhalen. Wat gebeurt er dan, beetje Indiase praktijken. Als je niet weet dat er een militaire colonne rijd, en je dus achterop de file inrijd. Ga je die inhalen. Dat duurt totdat je vooraan bent, alwaar je ziet wat het probleem is en je door hebt dat inhalen geen nut heeft, je kan er toch niet langs. Als dat inhalen zorgt voor rem gedrag, wat verderop in de file zorgt voor een stop-rij-stop file, waardoor de achterste uit ellende maar weer in gaan halen tot ze aan de kop van de file zijn, het probleem dus weer versterkend.
Een militaire colonne rijd niet hard, dus met een sukkeldrafje over deze mooie weg. Resultaat dat ik over de slechts 200 km naar Korla nog 6 uur deed. Daar aangekomen parkeerde ik op een normale parkeerplaats langs de weg, TT pakte een hotelletje. Ik wilde hier een bout voor mijn fietsdrager kopen, en met een taxi lieten we ons naar een winkel brengen, die bleek dus, 200 meter verderop zat (taxi chauffeuse was blij met ons). Ik heb daar mijn ogen uitgekeken. Het was daar een soort verzameling van hardware winkels. Alles kon je er kopen wat ik al geen maanden heb kunnen vinden. Bouten, potnagel tang, al het gereedschap wat je maar hebben wilde, heerlijk. De hulp van de zaak hielp me ook echt goed, voor het eerst in China. Das heel prettig dan. Hierna bij de KFC gegeten (niet zo lekker) , geïnternet in een prachtige internet zaal drie hoog achter (zou ik alleen nooit gevonden hebben).
Maakte ook mijn eerste prettige ontmoeting mee. Een man met een kind op zijn arm liep als maar om mijn auto. Niets bijzonders, ik zwaaide zo af en toe naar de baby die zowaar een lach op z’n lippen had. Even later kwam er een meisje bij, van een jaar of 12-13, en die begon in redelijk Engels te vragen waar ik vandaan kwam en zo. Van het een kwam het ander, ik gaf die baby een sleutelhanger, er kwamen steeds meer mensen bij, iedereen keek vriendelijk en was aardig, erg leuk. Moet vaker gebeuren, maakt China een veel prettiger land.
Nog even maar wat bevindingen. In India wordt veel vuur gestookt, om te koken vooral. Dat doet men met hout en ruikt niet bijzonder vies. Hier in China wordt evenveel vuur gestookt, maar men doet het met kolen. Dat geeft dus wel een hele vieze teer achtige stank die zeer onprettig is. Kolen is hier nog een hele gangbare manier van verwarmen en koken.
Wat is erger dan een Chinees? Ja, er is echt erger. Namelijk een dronken Chinees.
Er wordt hier veel gezopen in dit land. Vannacht om 4 uur merkte ik dat. Een dronken chinees parkeerde zichzelf naast mijn auto en begon een heftige discussie met zijn vrouw/vriendin. Ik mocht daar luid van mee genieten. Ook toen ik kenbaar maakte dat ik 1 meter verder lag te slapen ging de herrie gewoon door.
De gemiddelde Chinees vind mijn auto wel boeiend. Men schroomt dan ook niet om, net als de India’er, gewoon binnen te stappen of op de treed plank van de bestuurders cabine te gaan staan om binnen te gluren. Jammer dat ze dan mijn Engels niet verstaan, want ik kan hele vieze woorden zeggen dan. Men mag overal aankomen (echt…..?) maar dan wel eerste even lief vragen.
Wat prijzen. Een Yuan is 10 eurocent, dus vermenigvuldig alles met 10. Meloen per kilo, 1 yuan (word je mee doodgegooid langs de weg). Diesel 4.4 Yuan per liter. Internet 2 yuan per uur. Fles halve liter cola/pepsi 3,5 yuan. Fles bier (0.6 liter) 3-4 Yuan in de winkel. Pot met noodles of dumplings of soep (alleen nog water toevoegen, heb je een hele maaltijd, heel populair bij de Chinezen) rond de 3 Yuan. Eten in restaurant met z’n tweeën meestal rond 40-50 yuan, incl fles bier en meestal veel vlees. Maar het kan goedkoper hoor. Ting Ting besteld meestal aanzienlijk voor haar zelf. Ik ben al tevreden met weinig. (pffff).
De laatste reis dag van dit verhaal was op 27 augustus van Korla naar Urumqi. Om dat Urumqi te zien moest ik wel even 300 km omrijden, dus het moet het wel waard zijn hoop ik. Het was een rare rijd dag. Voor het eerst de Chinese snelweg op, en dat was goed te doen. Prachtig aangelegde wegen, niet druk maar wel duur. Tol kost gemiddeld 5 eurocent per kilometer, dus op zo’n stuk als vandaag (500 km) hakt dat er lekker in.

De weg in Korla begon op 900 meter hoogte. Na een paar uur steeg die naar bijna 2000, om vervolgens via een zeer snelle maar spectaculaire afdaling te eindigen op bijna 0. Niet alleen de hoogte wisselde enorm, ook de temperatuur. Op 2000 meter was het onder de 20, beneden bijna 40. Dat kwam hard aan. Gelukkig steeg de weg een half uur later weer. De opgaande weg naar Urumqi ging gepaard met een gigantische tegenwind. Zo erg zelfs dat mijn motor tegen het kookpunt aan begon te lopen, iets wat ik nog nooit eerder gezien had. De combinatie van hitte, langzaam opgaande weg en de gigantische tegenwind waren blijkbaar bijna fataal. Het liep allemaal goed af en de temperatuur daalde aanzienlijk, totdat in Urumqi het een heerlijke 25 graden was.

Ting Ting was niet echt goed voorbereid op de grote stad. Urumqi is groot en modern, vind maar eens een hotel. Ik reed dus maar richting centrum en na een uur zoeken eindelijk wat gevonden. Kon de auto op het terrein van een las bedrijf zetten achter het hotel waar Ting Ting een kamer had gevonden.
Urumqi was inderdaad wel OK. Een grote stad, dat zeker. Grote moslim bevolking, erg veel Moskeeën maar raar genoeg geen Allah Akhbar 5 keer per dag. Moet eens vragen hoe dat zit. In de ochtend richting het Hóngshãn Gõngyuán park getrokken. Dat is een typisch Chinees park waar oude oma en opa-tjes in de ochtend oefeningen lopen doen. Tai Chi is het meestal, maar er staan ook veel oefen rekken met allerlei soorten oefeningen die je kan doen. Het park is echter meer dan dat. Het is tegen een bergje midden in de stad aangebouwd, boven op de berg staat natuurlijk een tempel of pagode. Alles is schitterend aangelegd, overal bloemen en kunstwerken. Verder is het park doorspekt van de kermis attracties. Hoge rad, schiettentjes, schommels etc, maar dit allemaal verdekt opgesteld, zodat het niet zo erg opvalt. Wel kost bijna alles geld. Maar daar moet ik maar aan wennen in China, alles kost geld hier. Scheet laten…. 10 cent betalen. Nou ja, dat is de toekomst.

Dat je het maar weet
Vanaf de heuvel, waar je een schitterend uitzicht hebt over de stad kon je mooi foto’s maken. Ik was dan ook niet de enige met dat idee, hordes van Chinese toeristen vonden dat ze gewoon voor mijn camera moesten lopen als ik net wilde afdrukken. Toch veel mooie foto’s gemaakt. Boven op de heuvel hingen aan de hekwerken honderden , misschien wel duizenden hangsloten. De Pagode symboliseert iets met het huwelijk. De hangsloten, die je speciaal er voor kan kopen, symboliseren dat ook. Verbintenis tot in het oneindige. Op elke slot een klein tekstje, veel sloten in hart vorm, elk verliefd paartje zal er een eentje bij hangen.
Na een tochtje in het hoge rad het park verlaten en met een taxi naar een (toeristische) markt gegaan in het centrum. Het staat niet in mijn boek maar wel in TT’s Chinese boek. Daar wat rond gelopen, is net als bijna alle toeristische markten in de wereld, veel prullaria voor veel geld. Me toch wel vermaakt en een chinees hoedje gekocht. Een vrouw zat druiven los te knippen van de stronkjes zodat de klanten hapklare druiven konden eten. Iets verderop staat een man voor je neus ijs te maken en het tegelijk te verkopen . Voor 2 Yuan een heerlijke grote beker gegeten. Weer iets verderop staan ze schapenvlees te grillen op de stoep, 3 meter verder ligt een bedelaar met een open wond. Weer een paar meter verder staat een man keihard zijn (waarschijnlijk zelf gemaakte) shirtjes aan te prijzen, zo gaat het door hier. Veel sfeer, veel te zien.
Rond de markt zat het vol van de bedelaars, dat ben ik niet gewend in China, en al helemaal niet in Muslim gebieden. Ook al omdat veel bedelaars open wonden, afgehakte of verminkte ledematen lieten zien. Moest wel even slikken af en toe maar daarna weer vol door. Na een heerlijke lunch van noedels met eum.. ge BBQ vlees en groenten, na een stop bij KFC want TT wilde het lokale voedsel niet, op naar Remnin Gõngyuán, een pretpark van de eerste orde zo was mij verzekerd. Mmm, hebben ze nog nooit van Walibi, laat staan Disney gehoord, want het stelde eigenlijk niet zo veel voor. 9 attracties, waarvan er twee defect waren. Maar, de achtbaan deed het. Eentje met eerst een enkele en daarna een dubbele looping. TT zou en moest erin, ik wilde niet blijven kijken. Het geintje koste 3 euro per persoon, het treintje was zowat leeg, kon dus mooi helemaal voorin het auto-tje gaan zitten. Nou, achteraf zeg ik, eens maar nooit meer. Ik dacht altijd dat je in die loopings door de zwaartekracht op je plaats gehouden werd. Als dat zo is, nou in China niet hoor. Zat gelukkig goed vast, maar mijn losse rugtas was ik bijna kwijt. Het ding schokte en bonkte zo dat ik verwachte elk moment uit de baan te kunnen raken, maar dat zal wel mijn paranoïde-achtbaan-hersens gedeelte zijn. Met zwabberende benen kwam ik er weer uit. Het was toch wel spannend.

In de namiddag weer terug naar Hotel en auto, na nog even 3 nieuwe kussens gekocht te hebben voor op de bank. De oude waren erg vies, en deze kosten 1 euro per stuk en waren erg mooi. Kon ze er niet voor laten liggen. In de avond wat geïnternet en een variatie van hot pot gegeten. Voor 18 yuan kreeg ik een hele hete kom soep en 18 bordjes met verschillende dingen. Die moest ik allemaal in die soep donderen zodat ze gaar werden en dan kon ik de hele smurrie opeten. De bordjes met zeewier en een heel vies uitziend iets heb ik geweigerd, maar verder werden er dus 16 (kleine) bordjes met zooi in die niet kokende soep gemieterd. Ik noem even op (alles is rauw): Sla, 4 hele garnalen , 4 strookjes (namaak) krab, paar stukjes kip, paar stukjes rundvlees, paar stukjes witte vis, paar stukjes onbekende soort zee komkommer (smaakte naar rubber), een rauw ei, 3 plakjes worst, bordje taufu, plakjes radijs, bordje noedels, bordje gesnipperde lente uitjes, en nog een paar die ik vergeet. Je snapt, het was geen soep meer maar brei, maar wel lekker hoor. In hoeverre het hygiënisch is, daar twijfel ik over maar ach, als we ziek worden, kan Ting Ting mij mooi verzorgen.
Morgen gaat de rit verder, richting Lanzhou. Dat is schat ik 5 dagen rijden, en na wat plannen met TT maken we een dag tussenstop in Jiayuguan waar een mooi stukje Chinese muur te bewonderen is en een aardig Fort.

Ik begin wel steeds meer schik in China te krijgen. Het land verwesterd wel, maar dan op een eigen oosterse manier. En dat heeft zijn charmes. Niet dat ik hier zou willen wonen, maar ik kan het land meer waarderen dan de vorige keer.
Het valt wel niet mee op deze manier rijden. Ik heb 40 dagen om door het land heen te sjezen. Ik moet dan het rijden doen, tussendoor de toeristische dingen doen, auto onderhouden en schoonhouden, boodschappen doen, verhalen schrijven en dergelijke, dus het is redelijk afmattend. Voort voort voort. Ik wil niet zielig doen, maar het is al een dikke week veel rijden, om 12 uur bedje in en om 7 uur er weer uit om verder te gaan of andere dingen te doen. Ben ik niet meer gewend haha
