Nepal is zo een verademing na India. Het is er veel rustiger, de mensen laten je met rust. Dus toog ik eerst naar Pokhara en na een kortye pauze naar Kathmandu. Daar ging ik met een kennis mee naar zijn ouderlijk huis in de bergen. Dit is een lang verhaal met 7.067 woorden, 37 minuten leestijd.
Op maandag 5 februari 2007 reed ik de grens met Nepal over. Er zijn dan een aantal dingen die gelijk opvallen, het voornaamste is denk ik dat het lang zo druk niet is. Druk met mensen, druk met verkeer en druk met aandacht. En dat maakt dat Nepal heel anders is dan India, ieder geval een stuk relaxter.
Ik was voornemens om vandaag naar Pokhara te gaan rijden, volgens de douane beambte 108 km vanaf de grens. De man lispelde blijkbaar, of ik had mijn oren niet goed gewassen, want het bleek 180 te zijn, maar goed, kniesoor die daar op let. Op zich moet dat te doen zijn in een dag lijkt me.
Ik heb een bord op mijn auto geplakt waarop verzocht word niet zo naar mij te staren. Dit speciaal voor de Indiase bevolking natuurlijk, ik was nog geen 10 meter Nepal binnen of ik kreeg daar al een kat over, heb het dus maar weg gehaald. Hoopte dat het ook niet zo nodig was hier.
Kon in het eerste dorpje gelijk pinnen, dus was nu voorzien van geld, had voldoende diesel in mijn tank en ik had er zin in. Het was vandaag mistig en bewolkt, dit was al de tweede keer in mijn nu 7 maanden durende reis dat de zon niet scheen. Het is niet eerlijk verdeeld (haha).

In dit mistige en grijze weer reed ik de bergen te gemoed, die zich eigenlijk al na 20 km aanmelden. Ik dacht eerst nog dat ik op de verkeerde weg zat (leesbare borden heb ik tot nu toe in heel Nepal niet gezien) want de weg veranderde in een stijl modderpad. Op zich wel te doen voor mijn auto, maar dat kan toch nooit een hoofdweg zijn leek me. Maar na twee keer navragen was dit toch echt de hoofdweg naar Pokhara, dus bonsde ik maar verder. Gelukkig was het maar een tijdelijk iets, na een kilometer of twee werd de weg vrij goed. Smal maar vrij goed. Kwam nog een westerse fietser tegen, die denk ik de wereld rond fietste in z’n uppie. Vroeg hem waar ie naar toe ging, maar er kwam weinig aardigs uit zijn mond en aan z’n accent te horen was ie Frans. Heb maar flink gas gegeven en hem mijn achterkant laten zien.
De weg (highway nr 10) slingerde zich door de bergen als een slang die maagkrampen had. Er zat werkelijk geen cm rechte weg tussen, en het aantal haarspeldbochten was niet meer te tellen. Het uitzicht was af en toe spectaculair, maar door het mistige weer was er niet ver te kijken, dat was jammer. Mooie groene rijstvelden, opgebouwd in oneindige terras-trapjes die soms volgens mij wel in 100 traptreden van onder naar boven gaan. Moet een heel werk geweest zijn om dat te maken, ook omdat je het water moet beheersen. Heel knap.

Op de grote kaart valt het mee, maar als je het wat vergroot. Slingerapen weg
Merendeel van de rit vandaag waren er gapende afgronden of links of rechts van me, die als het ware naar me knipoogde en me wenkte van ‘kom, rijd in mij’. Zoals bekend heeft men hier nog niet zo van een vangrail of zoiets gehoord, het is dus vrij makkelijk om door een klein stuurfoutje een paar honderd meter de afgrond in te storten. Het verkeer is hier gelukkig niet zo druk ( ik schat een tegenligger in de 3 a 4 minuten). Er zijn ieder geval weinig debielen die in gaan halen terwijl het niet kan, en dat maakt het wel minder gevaarlijk en minder stressig rijden dan in India. Aan de andere kant, bij weinig verkeer komt een tegenligger dan wel onverwachts, en dat maakt het dan weer gevaarlijker. Ook is het zo dat de weg dus eigenlijk NET breed genoeg is voor twee bussen of twee vrachtwagens om elkaar te passeren. En dan is het ook zo dat deze lokale bussen als debiele rijden. Als ze een blinde bocht om komen, rijden ze meestal op de helft van de tegenligger vanwege hun snelheid. Als jij daar dus toevallig net rijd, heb je pech. Het is dus devies voor elke bocht even op je tutter te hangen zodat een evt. tegenligger hoort dat je er aan komt. En als je iemand tegen komt: snelheid er uit en langzaam elkaar passeren.

Heel kunstig en knap
De weg was nooit recht, maar wel erg mooi, helaas ongeveer 100km voor Pokhara begon de kwaliteit erg achteruit te lopen. Ik denk dat ze een Indiaas bedrijf hebben ingehuurd voor dit stuk. Er zaten niet echt veel gaten in, maar de weg was zo oneffen als wat, waardoor je als je niet goed uitkeek je om de haverklap met je hoofd tegen het plafond zat. Al om duurde de rit langer dan verwacht want rijden in de bergen met slechte wegen gaat niet snel. Rond 5 uur reed ik Pokhara binnen en parkeerde ik mijn auto op de municipale camping (een stuk grasland) in het midden van de stad. Nu ik dit aan het typen ben, (de volgende dag om 10 uur in de ochtend), heeft er nog geen hond geblaft, nog geen lokaal me lastig gevallen , nog geen bedelaar geweest, zelfs geen nieuwsgierige mensen geweest. Bah bah, het is heerlijk.
Het is overigens wel fris hier. Omdat de zon niet schijnt en het de hele dag mistig is blijft de temperatuur overdag steken op zo’n 15-16 graden, gecombineerd met de vochtigheid is het afzien. Ik ben het niet meer gewend, en zal dus vanavond mijn kacheltje moeten gaan stoken.
Overigens gisterenavond in een STEAKHOUSE gegeten. Sinds Turkije denk ik geen koeienvlees meer gehad? (oh nee, in Goa een keertje), maar toch…..lekker!!
Nu ik het toch over vlees heb moet ik nog even het verhaal vertellen van die dooie. Er was een paar weken geleden een vrachtwagen chauffeur die gearresteerd werd omdat ie een dodelijk ongeluk had veroorzaakt, hij had een fietser doodgereden. Dat haalde de krant. Op zich niets vreemds in Nepal, ongelukken genoeg. Echter, de dag daarop stond er in de krant dat de chauffeur dat met opzet had gedaan, en dat er een onderzoek naar hem gestart was. De dag daar na kwam het hele verhaal in de krant. De man had een fietser aangereden. De vrachtwagen chauffeur was uitgestapt en had gezien dat de fietser lag te kermen langs de kant van de weg, had het slachtoffer daarop weer op de weg gesleept en was daarna in zijn achteruit vol over die gast heen gereden. Beetje luguber verhaal, maar wel waar. Want wat blijkt nu, er is een nieuwe wet hier, die zegt dat als je een ongeluk maakt, je je hele leven het slachtoffer moet betalen. Dat is, zolang die in leven is. Is het slachtoffer dood, dan staat daar een vast bedrag voor en is na betaling daar van de kous af. De betreffende chauffeur had dus zeker willen weten dat het slachtoffer dood was. Groot tumult onder de vrachtwagen chauffeurs die deze wet verandert willen hebben, en een paar weken voor mijn aankomst hebben ze weken lang gestaakt en wegen geblokkeerd. Hoe het verder afgelopen is weet ik eigenlijk niet, ik ga op onderzoek uit. Lekker verhaal hè….

Over vrachtwagens gesproken, Nepal is hard aan het achteruitgaan. Vanwege stakingen en protesten in het zuiden van Nepal komt er geen diesel en benzine het land binnen, er staan dus honderden mensen voor de pompstations die niks hebben. In Kathmandu staan duizenden motor rijders uren te wachten tot ze een drup krijgen. Water is er in een stad als Pokhara maar eens in de twee dagen, en dan nog maar een paar uur, maar dat heeft niks met de staking te maken, dat is heel normaal.. Stroom… ach, dat verhaal is in heel Azië ellende.
Ondertussen is het al weer 4 dagen verder en ben ik bijna bij-getypt en geïnternet. De zon is gaan schijnen en dan is deze plek wonderschoon. Omdat ik toch wat wilde doen heb ik een para-sailing trip geregeld.

Mooie uitzichten net voor het parasailen.
Je glijd dan in een 40 minuten tijd van de bergtop naar benee, tenminste dat hoop je dan. Als er goede thermiek is dan kan het langer duren. Nou, ik had geluk, die thermiek was er, ook het uitzicht over de Himalaya, dat was voor het eerst dit seizoen.

Ik sta er klaar voor
Ik had eigenlijk niet verwacht dat het zo turbulent zou zijn, het was echt net een draaimolen. Had die ochtend een groot ontbijt op en dat had ik niet moeten doen want na 5 minuten begon ik echt misselijk te worden niet normaal. Daar hang je dan aan een chute, 400 meter boven de aarde en 1000 meter onder je zie je het meer van Pokhara liggen maar met de neiging om te gaan kotsen. Dat haalt wel enigszins de lol uit het vliegen en ik verzocht mijn instructeur dan ook of we wat konden dalen uit de thermiek.
Dat maakte dat ik me iets beter voelde maar het leed was al wel geleden. Na 35 minuten stond ik weer met mijn voeten heelhuids op de grond en daalde de misselijkheid wat. Ondanks dat is het een onvergetelijke ervaring die ik niet had willen missen.

Pfew, weer veilig op de grond
Goed, de verdere plannen. Ik rijd morgen of overmorgen naar Kathmandu toe, beetje afhankelijk van het weer en mijn zin. Daar wil ik ieder geval een weekje gaan lopen in de bergen/heuvels, mijn Indiase Visa regelen, mijn uitgevallen vulling laten fixen en waarschijnlijk met een Nepalese vriend mee naar zijn dorpje ergens in de bergen. Dit alles is een beetje afhankelijk van weer omstandigheden e.d. Daarna wil ik naar het nationale park in het zuiden de neushoorns bekijken en dan langzaam oostwaarts rijden om ergens tegen april aan weer India in te rijden en naar Leh en Ladhak te rijden, dit is het Indiase deel van Kashmir, het Tibet van India. Maar goed, nu loop ik erg vooruit.
Half feb 2007, vast in de modder.
Sorry mensen, het is weer eens een heel epistel geworden. Print het uit en leg het op de wc zou ik zeggen.
Vier dagen heb ik het in Pokhara uitgehouden. Ik had wel langer gewild want het was er goed toeven. Een paar dingen deden me echter toch verkassen. Eentje was dat ik ontzettende spierpijn had. Ik had gisteren mijn voetbal en mijn voetbal goaltjes tevoorschijn getoverd en met een stel lokalen een uurtje of twee lopen voetballen. Heel gezellig, ik kan er nog steeds niks van, maar dat je er zo’n spierpijn van kan krijgen dat wist ik niet. Ik wilde dus weg voordat de lokale weer vroegen of ik mee wilde doen. Ik zou het graag willen, maar dan eerst moet de spierpijn over zijn.
Tweede plaats regende het vanochtend zoals ik ook al op www.weeronline.nl had gezien. Ik had geen zin om een dag in de vochtige regen te staan en dacht dat het dan maar beter was om te rijden. Ten derde had Dil, die kennis van me uit Kathmandu, me uitgenodigd om samen met hem naar zijn ouders in een of ander klein klote durpske te gaan. Dat leek me wel boeiend, is natuurlijk dé manier om het echte Nepalese leven te zien. De laatste reden was dat die Duitser met diezelfde auto als ik ook weer is op komen dagen en wederom, net zoals in Varanasi, pal naast me is gaan staan. Nou heb ik daar niet zo’n last van want je hoort en ziet ze niet zo maar jemig, het veld is immens, waarom nou pal naast me?
Verder vermoed ik dat ik nog wel genoeg van Pokhara kan zien, immers moet ik het nog twee maanden uithouden in dit land.
Vandaar dat ik op 11 februari (Carnaval?) vroeg in de ochtend aan de 200 km naar Kathmandu begon. Ik was mentaal voorbereid op slechte weg en die kreeg ik de eerste 50 km dan ook (highway nr 4). Daarna werd het beter. Het rijden in Nepal is een lust na het drukke India. Mensen kennen hier verkeersregels en zijn niet zo dom in het verkeer. Dat wil niet zeggen dat ik me in Europa waan hoor, zo goed rijden ze hier nou ook weer niet maar door het minder drukke verkeer is het erg prettig rijden.
De wegen zijn wel allemaal in de bergen (raar he) en er zijn weinig rechte stukken, het is derhalve best vermoeiend rijden en het gaat niet supersnel. Het heeft de hele dag wel zo’n beetje gemiezerd maar toch was het plezant. Tot vlak voor Kathmandu dan. Kon me de weg nog wel herinneren, daar ga je ineens van een vallei op 400 meter naar de bergtop op 1600. De vrachtwagens kruipen dan omhoog, soms zit je een kwartier achter zo’n walmende stinkerd. Boven was de weg in de wolken, het regende nog steeds.
In Kathmandu aangekomen moest ik de camping vinden. Had van diverse mensen gehoord vlak bij de Monkey Temple, van andere dat ik bij een blauw hek moest zijn. Ik heb me lopen zoeken niet normaal, zelfs hele stukken rond die tempel gelopen, ik vond genoeg blauwe hekken maar geen camping. Ik wilde het eigenlijk net opgeven want het was al 4 uur in de middag toen ik nog een keer aan de zuid kant van de tempel ging kijken, en bij het eerst blauwe hek ben ik brutaal naar binnen gegaan. Na een nauwe doorgang was er een grasveldje en op mijn vraag of ik hier kon parkeren werd positief geantwoord. Gelijk mijn auto gaan halen die ik verderop op de hoofdweg had geparkeerd en met veel pijn en moeite de truck door de nauwe ingang geperst en op het grasveldje gaan staan. Zo, ik was er.
De volgende dag kwam de eigenaar opdagen. Een oude Nepalese man die klaagde dat business zo slecht was. Ja, lijkt me niet zo raar na jaren lang oorlog met de Maoïsten gehad te hebben ligt nu het halve land plat door stakingen en wegblokkades. Ik mocht er staan voor 200 roepies per dag (2,2 euro) , en dat vond ik best duur maar op dit moment weinig andere keus. Gelukkig was het vandaag zonnig weer en de modderige straten van gisteravond konden daarom drogen en de temperatuur schoot heerlijk omhoog.
Ik ging naar het kantoor van Dil, die een reisbureau runt samen met wat anderen en die had een verassing in petto. Hij moest vandaag bij een af ander prijsuitreiking op de school van zijn kinderen zijn, en vroeg of ik ook mee wilde. Leek me uitstekend idee, absoluut niet wetende wat ik er van verwachten moest. Ik was met de bromfiets dus we reden met z’n tweeën naar de school toe waar al een hele meute mensen plaats had genomen in de buitenlucht in lange rijen van de bekende Aziatische plastic stoelen. We keken naar een podium waar 6 mensen op zaten en er naast een spreekstoel. Het kwam bij mij heel Maoïstisch Chinees over, 6 van die stijf zittende mensen, met van die grote papieren bloemen opgespeld en wat omgehangen bloemen slingers. Er was een vrouw en 5 mannen en die vrouw bleek de ambassadrice van de Franse ambassade te zijn, en verder nog wat hoge onbelangrijke heren. Er werd een heel programma afgedraaid waar wij in het westen van zouden gruwelijken. Eerst werden de kinderen gemarcheerd. Ze deden, allemaal tezamen, op maat van een trommel een heel stel oefeningen ala leger. Stapje naar voren, stapje terug, een been omhoog, ander been omhoog, naja, ga zo door. Dat duurde wel 30 minuten en ik had moeite wakker te blijven.

Namaste
Het werd hier na niet veel beter. Eerst kregen we een aantal toespraken van de belangrijke bonzen. Gaap. Weer een half uur voorbij. Daarna werden de prijzen uitgereikt. Niet een. Neeee, bijna iedereen kreeg een prijs. Omdat de school van kleuterklas tot 17 jarig was waren er nogal vage prijzen. Bijvoorbeeld de prijs voor koekjes eten. Of de prijs voor de mooiste knikker collectie (knikkeren is hier in Nepal ontzettend populair momenteel) en meer van dat soort vage prijzen. Elke klas had van elke categorie een prijs voor de plaats 1 t/m 3 dus ik denk dat er zo’n 400 prijzen uit te reiken waren. Je voelt het aankomen, want elke prijs werd individueel door de Franse Ambassadrice aan de juiste persoon uitgereikt, het duurde dus uren. Wel weer typisch Chinees hoe het ging. De naam en de prijs werd omgeroepen, het kind kwam naar voren, de handen werden gevouwen in de typische Aziatische groet, de prijs werd in de handen gegeven en die werd dan tegen het voorhoofd aan gedrukt, daarna buiginkje gemaakt en aftaaien. Zelfs de kleinste kinderen van 4 of 5 jaar doen dat handen vouwen en dat is wel een heel lief gezicht.

De hoge bonzen (gaap)
Uiteraard viel de geluid installatie minimaal 10 keer uit en waren alle kinderen bijzonder gedisciplineerd. Om een uur of drie was men door alle prijzen heen en begon, na een on-volgbare toespraak van een met heftig accent Engels sprekende Franse ambassadrice, het onderdeel dansen. Jee wat had ik meelij met die kids. Gelukkig had Dil het na een poosje ook wel gezien en zijn we weg gegaan.
Ik had Dil tijdens de geweldig interessante toespraken gevraagd of ie een goede tandarts wist. Wij dus op de bromfiets de stad van Kathmandu door en na wat heen en weer gestuurd te hebben zat ik op een stoel en werd er binnen een half uurtje prima mijn kies gevuld. Dus als je een tandarts zoekt in Kathmandu : Capital Dental Clinic, Banghemudha, tel 2190352.
Hierna met Dil wat gesproken over een mooie wandeling van een dag of 5 en het geplande bezoek aan zijn ouders op het platteland (nouja, weinig plat aan). Het plan dat we maakte is dat ik de 17e drie dagen (twee nachten) naar zijn geboortedorp gaan. Dit dorp ligt ergens in de bergen, 7 uur met de bus en dan een half uur lopen. Lijkt me spannend. Daarna een dag rust en dan 4 of 5 dagen in de bergen rond Kathmandu lopen. Ik had kunnen kiezen voor de Anapurna track of een andere erg bekende maar het is nog steeds winter en lopen in de erg hoge bergen is ook nog erg koud. Daar heb ik geen zin in dus.
Vandaag de 14e en ook afgelopen nacht heeft het de hele dag gigantisch geregend. Gisteren had de eigenaar van het huis waarachter ik sta geparkeerd, nog geklaagd dat er te weinig water is vanwege te weinig regen afgelopen jaar. Ik denk dat God het gehoord heeft want wat is er een hoop water uit de lucht komen vallen de afgelopen 36 uur. Dan is er weinig te doen hoor. Ik ben nog met de taxi naar Thamel geweest (het toeristische centrum van Kathmandu) , heb er wat geïnternet en een dikke jas/trui gekocht. Daarna wat rondgelopen maar alles is vochtig, nat en modderig en omdat de vuilnisophalers al twee weken staken is het een bende van jewelste.
Ben om 2 uur maar terug gegaan, soppend in mijn schoenen. De dag maar vullen met wat lezen, beetje niks doen eigenlijk. De camping waar ik sta (aan de zuidkant van de monkeytempel, bij iemand in de tuin) is ook niet echt enerverend. De mensen houden angstvallig het hek op slot zodat enig contact met de lokale bevolking redelijk nihil is. Met andere woorden, het is een beetje saai. Laat in de middag kwam wel weer de Duitser met zijn MAN vrachtwagen binnen tuffen maar die is ook saai dus daar hebben we weinig aan.
Op de 15e had ik een mooi lijstje van zaken gemaakt die ik moest regelen. Zo wilde ik naar de supermarkt (er is er hier maar 1 grote), die zit aan de andere kant van de stad, in Patan. Ook wat andere huishoudelijk werk stond op het lijstje zoals de was halen, kopie van mijn paspoort maken, wat internetten, even informeren naar de prijs van een nieuwe camera, ter vervanging van de in het water gevallen Canon (elektronica is hier erg goedkoop) etc. Dus om 10 uur pakte ik de brommer, klede me warm aan want het was nog pas een graad of 6 en scheurde de openbare weg op. Ik vond het al gelijk zo stil op de weg, en er liepen heel veel mensen, sommige midden op de weg. Ik vond het wat vreemd, misschien was de weg ergens afgesloten of zo. Geen bussen, geen auto’s, alleen wat fietsers en een enkele brommer en dus erg veel lopende mensen. Ik vond het wel prima eigenlijk want dit was wel prettig rijden zo, zonder de herrie en de luchtvervuiling. Bij het eerste grote kruispunt was er een enorme meute van mensen en erg veel politie en militairen. Er hing iets dreigends in de lucht dus ik denk… ik rijd door. Langzaam tussen de meute door gereden en zonder rare dingen mijn weg voortgezet. Bij het volgende grote kruispunt, daar waar de weg naar Pokhara de ringweg kruist was het weer hetzelfde laken en pak, alleen was hier ook de grond zwart geblakerd. Of er was een zwaar ongeluk gebeurd of men had autobanden of zo in de fik gestoken. Ook hier een dreigende sfeer met veel politie, veel geweren en veel militairen. Hoe dan ook, ik bleef stug door rijden, had geen idee wat er aan de hand was. Nog steeds geen verkeer op de weg maar wel heel veel lopende mensen, het leek een soort autoloze zondag. Bij het derde kruispunt werd ik gestopt door de meute mensen. Ik mocht niet door rijden, waarom werd me niet verteld. Omdat er achter mij ook een motor reed die omdraaide en een zijweggetje in reed dacht ik… dat doe ik ook, die omzeilt vast de weg blokkade. Reed dus als een speer achter hem aan en verrek, ik kwam precies uit waar ik zijn moest, op de weg naar de grote supermarkt.. Helaas had ik ondertussen al gemerkt waren ook bijna alle winkels dicht, dus ik had het vermoeden dat ik voor niks aan het rijden was maar ik was toch al onderweg en dan wist ik tenminste de weg voor de volgende dag, aannemende dat dan de winkels wel open zijn.
Aangekomen bij de supermarkt waren alle rolluiken dicht. Er was een deur open aan de achterkant, dus ik parkeerde de scooter en wilde een blik naar binnen werpen om te kijken of de winkel de moeite waard was. Binnen zag ik alle lichten aan en ik zag diverse mensen lopen, dus stapte ik naar binnen en ik mocht van de security guard gewoon winkelen. Nog gevraagd wat er aan de hand was, maar niemand scheen er het fijne van te weten. Dat er een staking afgekondigd was dat wist men wel, maar door wie, hoe lang, waarom, niemand wist het. Blijkbaar lag de hele Kathmandu vallei stil voor een dag. Alle winkels dicht, en als je met je auto de weg op ging dan werd je door de meute gestopt en als je niet luisterde werd je door de meute gerost. Lekker dus weer, met andere woorden kon ik dus de hele dag niks doen want een of andere politieke partij heeft het weer eens in de bol.
Fijn land dit Nepal hoor, maar je moet er wel een handleiding bij krijgen vind ik. Afijn, de rest van de dag maar wat rondgehangen, tegen de middag begin het zonnetje te schijnen dus werd het wat aangenamer. Morgen is er weer een dag zullen we maar zeggen….
Op de 16e ging ik wederom op weg om mijn boodschappenlijstje uit te voeren. Nu was er geen staking meer, maar was het een speciaal kinder feest of zo. Kinderen stonden midden op de weg met een groot touw en blokkeerde op die manier de weg. Pff, werd er een beetje moe van, te meer omdat er dus weer dikke files ontstonden hier door. De kinderen lieten je pas door als je een of twee roepies betaalde. Op zich niet veel geld maar er zijn veel kinderen in Nepal, vandaar een gespannen touw om de paar honderd meter, in sommige straten zelfs om de 50 meter.

Eerst dokken, dan mag je verder
Dit gecombineerd met de modderzooi in de straten (gemixed met het afval wat nog steeds niet opgehaald werd) maakte het er niet prettiger op. Besloot daarom maar om lopend de boel te proberen te regelen. Helemaal naar de camera shop gelopen en toen ik eindelijk een goede deal had afgesloten over een Canon EOS 400D moest ik geld gaan pinnen. Liep naar de dichts bij zijnde pin automaat 10 minuten verderop, duwde mijn Rabo bank Credit kaart in de gleuf en na het invullen van pin en bedrag dat ik wilde werd er netjes verteld dat mijn pas werd opgegeten op verzoek van mijn eigen bank.
Gadverdamme, nou dat weer. Geen idee waarom. Ik durfde mijn gewone pinpas niet meer te gebruiken tot ik wist wat er aan de hand was. Tja, dat kost dan weer een hoop tijd en geld, Nederland bellen, ander nummer bellen, bla bla, je kent dat wel. Bleek dat mijn kaart inderdaad geblokkeerd was om vage redenen. Weg kaart, probeer de nieuwe maar weer hier te krijgen.
In de avond was er een heilige bijeenkomst in Pashupatinath, ongeveer 10 km hier vandaan. Heilige baba’s uit vele landen kwamen bijeen bij de tempel al daar, ook de koning zou aanwezig zijn. Ik zag het niet zo zitten maar Dil wilde heel graag dus ik was om 4 uur in de middag bij zijn kantoor. Hij vertelde me even leuk dat hij zijn kinderen ook mee wilde nemen. Beetje raar maar goed, zijn keuze.
Om er te komen hebben we hemel en aarde moeten bewegen. Veel wegen waren weer eens geblokkeerd door grote vuren ivf deze feestdag. Verkeer moest er omheen maar meestal was het weer file rijden dus. Eenmaal in de buurt van de heilige tempels stond het verkeer zo vast dat er geen doorkomen meer aan was dus hebben we een heel stuk moeten lopen, ik denk wel zeker anderhalf uur. Dil’s kinderen van 7 en 9 jaar oud liepen mee alsof ze niks anders gewend waren, ik had er wel respect voor. Een Europees kind zou al na een kilometer janken dat ie moe was. Deze kids klaagde niet en liepen mee, ondanks dat het begon te regenen en ze geen jas hadden, ondanks dat het donker en koud werd. Dil vertelde me dat zijn zoon toen ie twee jaar oud was per ongeluk in een bus stapte omdat ie dacht dat zijn moeder daar in was gegaan. Op het eindpunt wist niemand wie hij was, een vrouw nam hem mee naar huis. Daar vertelde het twee jarig kind doodleuk het mobiele nummer van zijn vader, die hem zo terug heeft kunnen vinden. Twee jaar… en dan een mobiel nummer van zijn vader onthouden. Knap hoor. Zijn dochter, die nu 9 is, ging vanaf 7 jarige leeftijd alleen de 7 urige busreis (en half uur lopen daarna) van Kathmandu naar zijn ouderlijk huis. Groot verschil tussen de westerse en Aziatische jeugd.
Aangekomen bij de heilige tempels was het dus donker, koud, regenachtig en super super super druk. Alles stond vol en vast, we konden nergens wat zien en we zijn na een half uur maar terug naar Kathmandu gegaan zonder iets gezien te hebben. Later bleek dat de Koning inderdaad was gekomen en bekogeld werd met stenen, flinke oproer geweest.
Het was weer een enerverende dag vandaag.
Op17 januari vertrok ik om 7 uur in de morgen naar het dorp waar Dil vandaan kwam. Dil ging daar zijn ouders bezoeken die hij sinds oktober niet meer gezien had. Omdat het toeristische seizoen voor de deur stond wilde hij dat nu doen, straks zal er geen tijd meer zijn. Ik mocht mee en kreeg zo de mogelijkheid om het echte authentieke ouderwetse Nepalese leven te bestuderen. In eerste instantie zou ik met mijn eigen auto gaan. De weg was slecht, dat had Dil me al verteld, en toen het afgelopen week zo regende besloot ik met de bus te gaan i.p.v. mijn eigen auto, omdat ik verwachte dat de weg wel eens wat modderig zou kunnen zijn. De nacht voor ik vertrok regende het wederom aanzienlijk en lang, dus ik vermoede dat het een wijze beslissing was. Achteraf heb ik gejuicht dat ik met de bus was gegaan.
De bus waarin ik stapte was bekend, wat oud met wat vieze stoelen, een tata bus uit India, daar was ik al aan gewend. Ik heb al wat erge bus reizen gemaakt tijdens mijn reizen afgelopen jaren, maar dat het altijd erger kan bewijst deze trip wel weer.

De versnellingspook van de bus
Het eerste stuk was via de hoofdweg, dus geen probleem. Daarna rechtsaf slaan, de bergen in, de eerste 18 km waren ook nog best goed, maar wat er toen kwam deed mijn ergste dromen waarheid worden. Een zandpad de breedte van een normale auto, waar dan de bus eigenlijk net niet op paste maar het toch deed. De weg voerde ons steil omhoog en dat stuk ging nog wel. Er werden wel kost zakjes uitgedeeld, maar dat is heel normaal in Azië. Bijna alle vrouwen kotsen altijd in de bus. Halverwege het stijgende stuk kwamen we een brommer tegen, en dan is er niet genoeg plek om elkaar te passeren. De bus conducteur en de chauffeur sprongen uit de bus en sleurde de brommer een stuk omhoog, naar een plek waar wel passeer ruimte was, dit tot grote verbazing van de brommer rijder. De echte problemen begonnen aan de andere kant van de berg waar de weg was veranderd in een modder glijbaan.

Door het vele slippen van voorgangers waren er twee geulen gegroefd die afwisselen zo’n 20-50 cm diep waren, meestal gevuld met water zodat je geen idee had wat te verwachten. Als je geluk had bleef het daar bij, als je pech had was alles veranderd in een modderpoel waar een stel varkens het hemels zouden hebben gevonden. Wij waren overigens de eerste bus in 4 dagen die de rit aan had gedurfd, ik snapte nu wel waarom. Al snel kwamen we op een smal stukje met links een afgrond van wel 200 meter een kapotte bus tegen. Daar moesten we ons langs persen, maar de chauffeur deed het erg nonchalant en belande met een wiel over de afgrond. Na hevig vloeken en veel manoeuvreren (en heel veel angstige blikken van mij) redde hij zich uit die situatie.

De eerste auto die vast zat kwamen we al snel daarna tegen. Het was een oud Tata vrachtwagentje met gladde banden en een slechte motor, gevuld met stenen uit de rivierbedding onder aan de berg. Die worden hier veel voor muren e.d. gebruikt en zijn natuurlijk mooi gratis bouw materiaal. Die auto blokkeerde natuurlijk de weg. Na een kwartier hem zo zien hebben ploeteren stapte er wat mensen uit de bus om te gaan helpen. Vooral de chauffeur en bus conducteur, want als de bus niet verder kon zouden ze geld terug moeten gaan geven aan die mensen die gingen lopen. Er werden stenen op het pad gegooid, zand, mensen gingen duwen, enfin, het had allemaal geen zin. Na een 40 minuten gaf de vrachtwagen chauffeur het op en men duwde hem naar onder waar een passeer plek was. De bus had geen problemen met het stuk omdat de weg voor ons naar benee ging, maar al snel kwamen we auto nummer twee tegen die vast zat, dit keer een grote Tata vrachtwagen.

Zelfde laken en pak hier, maar deze auto lukte het na een half uur klooien uit zijn benarde positie te geraken en we konden passeren. Zo kwamen we nog twee auto’s tegen, maar die waren met z’n alle vlot weer op gang en na een zeer enge afdaling kwamen we bij de rivier. Hier stapte we uit de bus om eerst nogmaals lopend de rivier over te steken, over gammele handgemaakte loopbruggetjes om nog eens 20 minuten de berg op te lopen (een andere dan waar we net afkwamen hoor) naar het ouderlijk huis van Dil.
Goed, je snapt het, het is midden in nowhere, omgeven door terras velden. Geen elektra, geen weg, geen tv, geen telefoon, niks dus. Het huis op zich was ook niks bijzonders, een van stenen en modder opgetrokken twee verdiepingen hut waar de mensen boven sliepen en beneden kookte en opslag hadden van de goederen die men verbouwde. Op zich allemaal zeer idyllisch, prachtige natuur, heerlijke rust, perfect uitzicht en alles zag er netjes en schoon uit, voor Aziatische begrippen dan he. Er was zelfs een toilet, wel in een hokje 100 meter verderop, model rem & gas pedaal, maar in goede staat en zowaar zonder stank.

Als ik thuis kom na een paar maanden mijn ouders niet gezien te hebben krijg ik toch minimaal een zoen van mijn moeder en een hand en schouderklop van mijn vader. Maar in Nepal gaat dat anders. Pa lachte even en ging toen weer door met zijn werk op het veld, ma kwam even het huisje uit en sloop daarna weer naar binnen om wat welkoms rituelen voor te bereiden. Zo kreeg Dil (en ik ook) wat rode zaadjes op mijn voorhoofd gedrukt en wat bloemblaadjes op onze hoofden gelegd. We kregen een metalen beker vol met gember thee in ons hand gedrukt (erg lekker). Het was ondertussen 4 uur in de middag, de zon begon achter de bergen te zakken en het begon fris te worden. Na een wandeling rond het huis, waar papaja bomen, bananen bomen, tabak, rijst, graan en ik vergeet er vast nog wat groeide was het etenstijd. Dat betekende Rijst met Curry en Dahl, een gerecht dat hier vrijwel dagelijks gegeten word. Dit word uiteraard zittend op de grond genuttigd, de lokalen eten met de hand, ik kreeg netjes een lepel. Uiteraard werd alles wat gegeten werd zelf verbouwd, dus de rijst, de erwten en blijkbaar zat er ook spinazie in.

De moeder van Dhil luste wel een peukje
Wat me gelijk opviel toen het in de avond koud begon te worden was dat ik een warme trui en jas aan deed maar dat de lokalen gewoon op blote kakjes bleven rondlopen, sommige zelfs in korte broek, terwijl ik een beetje zat te kleumen. Waarschijnlijk wen je aan die kou als je hier heel je leven woont. Het was te merken dat ik net 7 maanden in warme gebieden geweest ben.
Slapen gebeurd vroeg als je geen elektra hebt, ik vond dat niet erg want ik was er ook vroeg uit en de dag was spannend geweest. Van 3 uur lang billen-knijpen in een bus word je moe hoor. Om 9 uur lag iedereen dus te ronken. En dan niet binnen in het huis… neee, gewoon buiten. Met een temperatuur van ik schat een graag of 5 moest ik het doen met een houten bed met daarom een rieten matrasje (tenminste nog iets) en mijn slaapzak. Omdat ik al aan zag komen dat ik het koud zou gaan krijgen had ik om een extra deken gevraagd maar dat heeft die nacht weinig geholpen. Met voeten als ijsklompen heb ik toch nog redelijk geslapen.

Pa zei niet veel maar maalde de mais
Men staat op als het licht wordt, dus zo rond half 7 a 7 uur. Heel het dal hangt dan in dikke mist, dat is eigenlijk door heel Nepal wel altijd zo. In de ochtend dikke mist. Er wordt, voordat de mannen op staan eerst door de vrouwen vuur gemaakt in de keuken. Al het koken gebeurt op hout, dat wordt in de hens gestookt met de nodige rookontwikkeling. Omdat men geen afvoer in het huis heeft hangt dus het huis vol met rook. Tja, het zal wel goed zijn tegen de muggen of zo. Bij het opstaan kreeg ik wederom een bak thee, nu aangevuld met gierst pannenkoekjes, die dus helemaal zwart zijn. Ze zagen er dan ook super vies uit, maar men had ze met buffelo boter in gesmeerd en dat maakte dat ze eigenlijk wel erg lekker waren.
In de ochtend een bezoek gebracht aan een lokaal lager schooltje. Het lag 20 minuten lopen door de rijst/graan/tabak/lege terras velden heen. Er is hier dus echt geen weg, je moet helemaal door de akkers heen lopen. Omdat er terras bebouwing is, is dat best leuk.

Mooi zo op het plattenland
Bij het schooltje had men net een nieuw gebouw bij geplaatst met behulp van wat geld van een Zweeds echtpaar (die ik later heel toevallig ook zou ontmoeten). Ik kreeg de indruk dat ze graag zouden zien dat ik ook een bijdrage leverde maar men heeft niet specifiek om geld gevraagd. Wel zo van ‘als er geld is kunnen we dit doen en dat doen…..’. Dat uiteraard zeggende met geld-vragende ogen. Het schooltje had iets van 5 klassen met elk 30 leerlingen, van kleine hummeltjes tot lastige bengels, maar iedereen had er plezier, er werd nergens, ook niet onder het spelen, een lelijk woord gezegd of ruzie gemaakt en het gaf allemaal een heel vredige sfeer.

Hierna terug naar huis, om elf uur eten ze hier ontbijt. Dat werd dus… je raad het al, Dahl-Bat, rijst met prutje van erwten of zo. Ik zat eigenlijk nog vol van de pannenkoekjes maar at netjes mijn bord leeg. Hierna op naar school nummer twee. Die lag wat verder op in een dorpje aan de andere kant van de rivier. Ondanks dat het dorpje niet zo groot was, was het een school van 1000 leerlingen, vele kwamen van omliggende bergen. Dit omdat het een hogere school was, tot 17 jaar en die heb je niet in de kleine dorpjes. Ook hier werd op een verborgen manier om geld gezeurd maar ik deed maar weer alsof mijn neus bloede. Niet dat ik geen geld wil geven…. naaaaa…of eigenlijk wel. Ik bedoel dus, ik wil geen geld geven. Deze school zag er niet zo arm uit, ook zij hadden een sponsor gevonden in een Duits bedrijf die een nieuw gebouw hadden gezet voor ze.
Omdat Dil eigenlijk voor het eerst sinds 10 jaar terug was in dit dorpje kwam hij allemaal bekende tegen die allemaal een praatje moesten maken natuurlijk. Dat ging allemaal in het Nepali dus dat volgde ik niet zo. Hierdoor duurde alles erg lang en was het wachten soms wat lang, toch was het leuk om zo’n dorps leven hier te zien. Ook weer een dorp waar in principe geen auto’s reden, heel af en toe een brommer, geen harde muziek, alleen het geluid van kabbelend water, kakelende kippen en hier daar pratende mensen. Mensen zaten met een bakkie thee of deden de was aan de kant van de weg. Het dorp is maar een straat met aan weerskanten huizen en vooral heel weinig herrie. Heerlijk zo’n rust.
Na wat boodschappen voor thuis gedaan te hebben weer de terug weg gelopen, zo’n drie kwartier. Dat is hier heel normaal. Kinderen lopen vaak al vanaf jongs af aan erg veel en ver. Dil vertelde me dat hij elke dag anderhalf uur naar school moest lopen, en anderhalf uur terug. En dat meestal op blote voeten, zomer en winter. Voor schooltijd deed hij dan nog wat veld werk, daarna, als ie thuis kwam wederom werk en dan huiswerk en slapen.
Ook deze avond was het weer vroeg slapen, ook al omdat we de bus van 7 uur in de ochtend wilde pakken om terug te keren naar Kathmandu, met een tussenstop om zijn zus te bezoeken. Omdat het nog een half uur lopen was tot de weg waar de bus langs kwam was het vroeg opstaan geblazen. Deze nacht, na uiteraard een avondeten van…Dahl-Bat, heb ik het lekker warm gehad vanwege de extra 2 dekens die ik had gekregen. Ze zullen wel gedacht hebben, die Hollanders, dat zijn maar kou kleumen.
Om kwart voor 7 in de ochtend liepen we in de mist richting weg waar de bus zou komen. Tenminste, als er een bus was, dat is hier nooit zeker. Dil kreeg als afscheid van zijn moeder nog een rode stip op zijn voorhoofd, wat blaadjes op zijn hoofd en een bloem in zijn nek. De busrit terug naar Kathmandu was weer enerverend. Voor 1 € zat ik 3 uur in de bus op een weg die er voor zorgde dat de bus waarschijnlijk 300 euro aan onderhoud nodig had. De weg conditie was wel iets beter maar het slechte stuk moesten we nu omhoog en dat gaf extra problemen. De bus kwam halverwege de klim flink vast te zitten.

Ook onze bus moest er aan geloven, vast in de modder. Aan de ene kant vast in de modder, aan de andere kant met het dak tegen de bergwand. Ik had al het vermoeden , na een half uur tevergeefs ploeteren, dat we de rest moesten gaan lopen, maar plots lukte het toch om over het glibberige modderstuk heen te komen en de rit vorderde tot helemaal boven. Daar ging het weer fout. Er was een stuk van de weg afgevallen waardoor het erg gevaarlijk was, en precies op dat punt stond een kleine vrachtwagen vast in de modder. Ik heb het 10 minuten aangekeken maar er zat weinig tot geen beweging in die auto dus besloot ik (met tegenzin van Dil) om naar beneden te gaan lopen. Dat was gelijk een goede oefening voor de komende wandeltocht van 4-5 dagen die ik gepland had.

Beetje lopen
Het was minder makkelijk dan ik dacht, heeft alles bij elkaar toch 3 uur flink doorstappen in beslag genomen maar de weg (nou ja pad dan) was bijzonder fraai met weidse uitzichten over dal en Himalaya gebergte. . Om 7 uur was ik moe maar voldaan terug in Kathmandu en heb ik heerlijk geslapen. Na twee daagjes rust ga ik echt 4 of dagen lopen in de bergen en ben ik dus onbereikbaar. Om te onthouden: Jam Jam betekend ‘lets Go’ oftwel Chello. La betekend ok, een bevestiging. Ja is Unta China betekend “heb ik niet’ Een mit is een heel goede vriend.
