CamperCassie

Van Z-Amerika naar Tunesië ✓

Eind november was ik weer terug in Europa na een redelijk saaie vaart van 22 dagen. Onderweg werd een minimaal aantal havens aangedaan. Paranaguá werd snel aangedaan, er was te weinig tijd om van boord te gaan. Eenmaal in Nederland werd ik depressief van de regen en besloot naar Tunesie te rijden, en vandaar via Spanke naar Afrika. Niet de meest snelle weg, maar toch…Ik heb een aantal verhalen tezamen gevoegd dus het is was veel geworden, namelijk 13.887 woorden, 73 minuten leestijd.

Enorm groot en lelijk, hier op spendeerde ik 22 dagen

Voor de haven van Santos moesten we twee dagen voor anker om te wachten tot de feestdagen, die ze in Brazilië voldoende hebben, voorbij waren. Er werd er in de nacht aangemeerd en laat in de ochtend weer vertrokken, daar ging ik dus ook niet van boord. In Rio bracht ik een leuke dag door met o.a. een bezoek aan de suikerbrood berg, een drankje op het strand van Copacabana en een aantal wilde taxi ritten.

Suikerberg vanaf het schip

De angel zit zoals altijd in de staart. Het schip verliet om 2 uur in de nacht de haven van Rio, ik lag natuurlijk heerlijk te ronken. Een uur voor vertrek werd er wild op mijn deur gebonsd. Met een suffe slaperige kop moest ik me melden in het kantoor, waar me verteld werd dat ik een boete van 75$ moest neertellen en een formulier in drievoud moest tekenen. De uitleg was dat ik geen visum had. Omdat het instempelen van het visum door Grimaldi moest gebeuren had ik geen zin om dat te betalen. Liet de kapitein met dat probleem, die zich alleen maar zorgen maakte over een eventuele vertraging en ging weer terug naar bed.

Op de suikerberg

De volgende morgen bleek dat het schip gewoon op tijd was vertrokken en ik maakte me er verder niet zo’n zorgen over, totdat ik er eens dieper over na ging denken (dat was na de koffie). Als er een boete openstond, hoe onterecht ook, zou ik nooit meer terug naar Brazilië kunnen, misschien zelfs niet meer naar zuid Amerika, en dat was toch die 75$ niet waard. Begon dus een aan een boeiende email correspondentie met de agent van Grimaldi in Rio maar waar er na een paar dagen 20 man op de cc lijst stonden. Dreigementen vlogen door de lucht, gevolgd door slijm partijen en namen van advocaten. Toen kwam het hoge woord er ineens uit. De boete was opgelegd omdat ik me, na een eerdere bezoek aan Brazilië van een half jaar terug, verzuimd had uit te laten stempelen bij de douane. Op zich klopte dat ook wel omdat ik toen via een zeer kleine grensovergang het land had verlaten, en daar hadden ze blijkbaar geen stempel in mijn paspoort gezet. De boete moest ik dus toch betalen, maar leek nu in deels terecht.

Die kwam ik tegen net voor vertrek uit BA

Tja, verder kan de overtocht erg saai zijn, zeker als je een lange periode geen haven aan doet of als je weinig of saaie mede passagiers hebt. Ondanks een klein zwembadje en zelfs een zonnedek (alleen op de Zweedse boot), duurt zo’n tocht dan…..

Betaal je zo veel, mag je niet eens overboord springen, flauw hoor

Zeker op deze terug reis, waarschijnlijk omdat het niet meer zo spannend was als de heenreis en omdat er maar drie passagiers waren. Een er van was een 77 jaar oude man die veel sliep. Het was een aardige man hoor, maar de verhalen over vroeger werden wat langdradig. Als hij dan ook nog eens in herhalingen viel werd het er niet beter op. Ik praat liever over de toekomst en als je wat zei over iets, kwam er onmiddellijk een langdradig verhaal over vroeger uit de mouw.

De drie oudjes

De andere passagier was een Fransman. Die ging mee tot Dakar. Aardige vent. Maakte films en had in Argentinië een documentaire gemaakt over het 200 jarig bestaan wat binnenkort daar gevierd gaat worden. De Duitser sprak alleen Duits (en dit ook luidkeels tegen iedereen deed). De Filipijnen nog de Zweden hadden geen idee hadden wat ie zei maar knikte meestal vrolijk van ja en amen) en de Fransman geen Duits sprak, was ik een soort doorgeefluik. Vermoeiend. In Dakar ging de Fransman van boord en werd hij vervangen door een dikke Duitse troela van 200kg, vol met tatoeages, 7 kinderen, alle van een andere man. Daarmee was communiceren niet te doen. Op het Zweedse schip gelukkig veel films en boeken, hield me verder wel bezig.

Dat zwembadje was fijn, als het niet te koud was

Molde nog even mijn camera. Wilde een foto met de zelfontspanner nemen en een windvlaag gooide mijn camera van het muurtje af, pats op het metalen dek. Daar kunnen die mooie kleine digitale dingen normaal gesproken wel tegen, maar niet als ie precies op de uitgeschoven lens valt.
Ondertussen had ik besloten in Emden van boord te gaan omdat dat de eerste haven was in noord Europa. De oude Duitser was dat ook van plan en zo reden we gezamenlijk op zondag 22 november Duitsland binnen. Controle was er vrijwel niet, ik had mijn auto vol kunnen laden met cocaïne, illegale afrikanen of andere contrabande, geen hond die er naar naar omkeek (of om-rook).

Spendeerde de volgende dagen met mijn familie in Nederland, heel gezellig.

Mijn moeder (en Bart), met ondeugende gedachten?

Het regende en regende elke dag, iets waar ik nou niet echt plezier in heb. Bracht mijn auto vervolgens naar de techneuten in Duitsland voor wat klein werk en vierde de verjaardag van mijn zus met, uiteraard, lekker eten. Mijn zus Do had zich geheel belangeloos opgezadeld met het maken en organiseren van het eten, dat kan ze altijd goed en nog lekker ook !!! Verbleef bij mijn moeder en het regende nog steeds elke dag.
Omdat mijn auto toch al in Koblenz was besloot ook daar naar de MAN garage te gaan voor olie verversen. Grote fout, zeker omdat ik er niet bij was. Men vond ” ineens” een aantal problemen waarvan ik dacht….hoe komen ze er op. Zo was het diesel handpompje stuk (duh) en zou er olie uit de motor lekken. Een flink aantal euro’s armer was mijn auto terug bij de maker.

Dat is een zuiger van zo’n Grimaldi boot cilinder

Achteraf bleek dat er ook nog eens een aantal dingen van en uit de auto ontvreemd waren. Niks ernstigs maar toch. Mijn Chinese kenteken plaat, die er toch al heel lang op zat, mijn bordje in Hindi waarop stond dat het aanraken van deze auto toch echt geen goed idee was (het effect was meestal dat men daarom het bordje maar ging aanraken, en vanwege het slechte geheugen van de gemiddelde India’ er daarna ook de rest van de auto). Ook was er een ratel uit de auto verdwenen, die ik nog had liggen vanuit de boot tijd. Niet erg, maar dop 19 was er op, en die heb ik vaak nodig. Klote garage dus en wijze les voor de volgende keer. Ook in Europa altijd bij je auto blijven in de garage.

Altijd gezellig zo bij de familie

10 december reed ik naar Badbergen in de stromende regen. Daar woonde mijn boot-vriendje ( de oude man die bij me op de boot zat). Hij wist een goedkoop adresje voor een nieuwe band. Mijn reserve band was namelijk nog steeds anders dan de rest. De bandenman had geen nieuwe kunnen krijgen maar Siegfried zelf wilde wel zijn eigen reserve band aan me verkopen. Ik kon dan ook gelijk iets meenemen voor Joël, de andere boot passagier. Die had een groot statief bij Siegfried liggen, of ik die dan ook even kon afleveren. Het betekende wel 500 km omrijden. Je moet wat over hebben voor je vrienden he. En zo reed ik, met een nieuwe reserveband op de 11e richting Frankfurt. Wederom alleen maar regen, de hele dag regen, ik werd er gek en depressief van. Stopte  avonds bij de Reimo en sliep op het industrie terrein er achter.

Of ik trots op mijn familie ben?

Werd wakker, met….regen, juist. Dus na de gewoonlijke ochtend routine (plasje, wasje, tandjes, kiwi, bakje thee, maar niet noodzakelijk in die volgorde) door richting zuid. Zo volgde de weg zich richting Basel en terwijl ik zo reed bedacht ik me dat het eigenlijk van de zotte was dat ik 500km om ging rijden om een statief weg te brengen. SMSte Joel met de vraag of hij dat ding snel nodig had en toen dat ontkennend was was het besluit snel gemaakt. Ik rijd door naar Tunesië en ga dan op de terugweg langs hem. Er zijn op die weg wel meer vrienden die ik wil bezoeken (Marcel en Nelly in zuid Frankrijk, Armin en Marisol in noord Spanje en Leo de Mexicaan in waarschijnlijk Barcelona, dus hoop dat ik ooit dat Marokko haal).

Bij Basel dus niet links af maar hoppa de grens over Zwitserland in. Het vignet koste 20 euro en op naar de gothard tunnel. Daar sneeuwde het i.p.v. regenen, even vies. Maar aan de andere kant van de Gothard leek het beter, ik zag zelfs hier en daar wat blauw. Parkeerde bij een weg restaurant voor de nacht, maar helaas, de volgende dag bij het opstaan….regen.
Het gas er dus weer op, via Milaan naar Genua. Daar regende het ook, maar niet continu en parkeerde net na Genua ook hier weer voor de nacht bij een pompstation aan de snelweg.

In de ochtend was het droog. Vervolgde de weg richting Pisa, ging de snelweg af om binnendoor langs de kust te steken maar dat was geen goed idee. Het staat hier langs de kust hutje mutje vol gebouwd, het lijkt Phuket wel. Het stond er ook zo vol met van die ‘ dit mag niet en dat ook niet’ borden dat je de lol snel vergaat.

In Pisa aangekomen was het niet makkelijk een parkeer plekje te vinden, dan zie je toch wel dat een grote camper voor Europa eigenlijk niet altijd handig is. Een plekje net iets verder van de het centrum gevonden en de 10 minuten naar de toren gelopen. Dat is in Pisa ook geen straf want het is een mooie oude stad met dikke stadsmuren en veel oude gebouwen, leuke pleintjes en fraaie doorkijkjes. De toren zelf viel me ook erg mee. Het is maar een scheve toren maar staat op een plein met een mooie oude kerk en een basiliek. Alles erg mooi gerestaureerd en met een waterig zonnetje prachtig om te zien. Het beklimmen van de scheve toren heb ik voor die 15 euro maar laten zitten.

Verder door naar het zuiden vond ik in een klein dorpje een camping. Was er al meerdere tegen gekomen maar die waren allen dicht. Deze was wel open maar ik was de enige gast. Stond wel aan zee en vanachter het raam van mijn auto had ik een pracht zicht over de middellandse zee.

In de ochtend scheen de zon uitbundig. Vermoede zelfs dat het wel lekker zou kunnen gaan worden, dus bleef de dag op die camping om een hoop klein spul te regelen. Had in Europa genoeg eten ingeslagen om de derde wereldoorlog te doorstaan en er uit te komen met een dikke pens, maar moest het wel allemaal nog een plekje geven. Ook wat reserve onderdelen moesten nog zijn weg vinden, evenals 10.000 andere dingen. Bestede de dag dus nuttig ondanks de koude gure poolwind.

De 16e zou de boot naar Tunesië vertrekken. Ik had hem via internet geboekt en gezegd dat mijn auto 7 meter was. Hij is wel 7,40 maar de categorie tot 7 meter is aanzienlijk goedkoper. Boven 7 meter kom je in de vracht kosten en betaal je per meter, dat is financieel niet leuk. Er stond wel met grote letters dat als men ontdekte dat mijn auto langer was dan opgegeven, ze me het schip zouden uitgooien of me dubbel zouden laten betalen. Was dus ietwat gespannen. Van de camping naar de vertrek plaats van de boot was het 200 km. De boot vertrok om 16:00 uur en ik moest me 2 uur daar voor melden. Reed zo doende om 9 uur aan over de erg slechte SS1 weg en was netjes om 13:30 bij steiger. Daar trof ik een redelijke puinhoop aan. Zette mijn auto op goed geluk in een rij wachtende andere auto’s. Kon wel redelijk raden dat het goed was want 9 van de 10 auto’s hadden zoveel bagage verpakt op het dak dat hun auto minimaal 2x zo hoog werd. Taferelen die ik me herinner van ooit in de zomer in Marokko geweest te zijn.

Binnen in het gebouw bij een loket aangekomen bleek de boot maar liefst minimaal 5 uur vertraging te hebben en zou rond 9 uur vertrekken. Voor mij geen probleem, ik heb me huis bij me, maar dat betekende wel dat we om 9 uur de volgende avond in Tunis aan zouden komen, dus in het donker. Niet prettig.
Was de angst over de lengte van mijn auto ook wel kwijt. Het was er zo’n chaos dat ik niet verwachte dat iemand de lengte zou controleren, en dat gebeurde dus ook niet.

Om 5 uur begon men met inschepen, het was merkbaar dat het Italiaans Tunesiërs waren. Dringen, claxonneren, andere klem zetten, je auto zo zetten dat je alles blokkeert zodat je zelf een auto eerder aan boord bent, enfin, het leken wel India’ers.
De overtocht duurt 24 uur en ik had geen hut geboekt. Denk, die 24 uur kom ik wel door, maar dat viel nog niet mee. Ontmoete gelukkig Ritwan, een Nederlandse Tunesiër en, net als veel Tunesiërs, een relaxte gast. Woonde ook nog eens in Utrecht dus dat gaf wel wat gesprek stof.
Sliep die nacht op de grond tussen twee stoelen in. Had de kussens van de stoelen gesloopt en op de grond gelegd en lag zo nog redelijk zacht. Maar rondom mij hadden alle man-vrouw-en-kinderen hetzelfde gedaan. Alle schoenen werden uitgetrokken en de lucht was niet echt fris. Toch sliep ik een uur of 5, mijn rugtas omklemmend maar werd geradbraakt wakker. Het eten in de cafetaria vorige avond was ronduit vies en schandalig duur. Leek ook wel of ik de enige was die er van at, achteraf snapte ik waarom. De boot maakte om 11 uur in de ochtend een tussenstop op Sicilië‘ en ik maakte van die gelegenheid gebruik om het autodek op de te lopen en me op te sluiten in mijn auto. Daar had ik tenminste normaal eten en drinken en een lekker bed. Zo kwam ik het laatste stuk van de reis wel door.

De boot kwam ook 5 uur te laat aan. Ik vermoed dat hierdoor er bij de douane iets mis ging omdat er ook een andere boot net was aangekomen die uit Palermo kwam. Op ons schip stonden schat ik zo’n 250 auto’s, op het andere schip waarschijnlijk idem dito. En die wilde allemaal tegelijk door de douane heen. Jammer dus. Ik vermoed dat de douane sowieso niet erg efficiënt werkt, maar met zo’n hoeveelheid auto’s ging het helemaal mis. Reed om 20:30 van het schip af en was om 00:30 klaar bij de douane. 4 uur dus, en voor wat? Voor eigenlijk een formuliertje. Maar door allerlei omstandigheden duurde en duurde het maar, dan stond ik weer in de verkeerde rij, dan was ik aan de beurt en waren net de formulieren op zodat ik achteraan in een andere rij moest aansluiten (dit gebeurde 2x!!!) enfin, geen prettig Tunesisch welkom.
Om half een in de nacht reed ik in Tunis.

Moe als ik was wilde ik alleen maar slapen. Het begon ook nog te regenen en ik parkeerde mijn auto op het eerste de beste grote parkeer terrein die ik zag.
Dat bleek de volgende ochtend het parkeer terrein van een enorme moskee te zijn. Heerlijk heilig geslapen dus, met het huis van Allah om de hoek. Wel geluk dat er geen mensen vroeg naar het gebed kwamen.

Reed in de ochtend de stad Tunis in en met behulp van een taxi (koste 1 euro) vond ik de Nederlandse ambassade vrij snel. Helaas was die dicht, het was een Nationale feestdag. Gadver de pielekes. Nu ik er zo bij na dacht was het inderdaad vrij rustig en stil maar ik dacht dat dit vanwege het vroege uur was. Wat nu. Tunis in gaan heeft ook geen nut als alles dicht is, dus besloot om de snelweg naar Sousse maar te pakken. Ik kende Sousse van een jaar of 8 geleden, toen was ik er ooit op een 10 daagse strand vakantie.

Vond, na 200km snelweg, de plaats redelijk onveranderd terug. OK, er stonden een paar extra hotels en zo, maar er was voldoende plek op de boulevard om te parkeren en zette mijn auto aan het strand. Zocht ook een prima parkeer plek voor de nacht op, aan de haven met gratis wifi. Jammer dat het weer niet helemaal mee hielp. Er waaide een koude wind.

De volgende dag was het weer iets beter en liep wat op het strand en in de medina van Sousse. Leuk zo weer die Arabische markten, toch heel anders dan zuid Amerika en heel typisch. Het is hier in Sousse wel erg toeristisch maar dat mocht de pret niet drukken en ondanks de vele ‘ He friend, come my shop‘ was het aangenaam wandelen. De geuren van spijzen en kruiden, de thee en koffie cafeetjes, de vage slagertjes waar de kop of de vacht van het net geslachte dier buiten aan de muur hangt, om te tonen welk vlees er verkocht word, en veel zoef zoef habibi.

De stads poort van Tunis

De zondag begon met regen en toen in de middag het nog steeds koud was (maar wel droog) besloot ik, na een bezoek aan de Carrefour, toch maar terug naar Tunis te rijden. Kon dat hele paspoort gedoe maar aan de gang zetten, dan kon ik daarna rustig relaxen. Reed dus weer terug naar Tunis, wist nu precies waar ik mijn auto moest parkeren. Sliep rustig in de woonwijk. Om 8 uur zou de ambassade open zijn (zo stond op hun website), dus om 8 uur stond ik ook voor het hoge hek. Het was nog steeds koud, al helemaal zo vroeg in de morgen. Zag eigenlijk weinig beweging rond de ambassade dus las eens wat formuliertjes die buiten in een vitrine kast hingen. Daarop stond dat de afdeling consulaire zaken pas om 8:30 open ging, ik was dus een half uur te vroeg. Lekker zo die tegenstrijdige info. Met een koude kop en vingers wilde ik om half negen net op het belletje drukken toen achter het getraliede hek een mijnheer mij vroeg of hij me kon helpen. Ik vertelde dat ik mail contact had gehad, en kwam om mijn paspoort te verlengen. Ik stond niet op de afspraken lijst zegt die mijnheer. Dat klopt , zeg ik, ik ben pas in het land, wilde vrijdag al komen maar jullie waren dicht. De man, die overigens erg vriendelijk was, zegt dat ie het even gaat vragen. Hij laat me buiten staan en loopt naar binnen. 3 minuten later komt ie terug met de vraag of hij mijn paspoort mag zien. Natuurlijk, ik geef hem mijn paspoort door het tralie hekje en hij verdwijnt vervolgens weer om dit keer 15 minuten lang weg te blijven. In plaats van dat de man terug komt, gaat ineens mijn telefoon. Ik had, in mijn mail aan de ambassade mijn telefoon nummer gegeven voor noodgevallen en blijkbaar vond mevrouw Agnes Fonteyne dit een noodgeval. Ze zat 10 meter verderop achter glas, maar belde liever, via Nederland terug naar Tunesië. Lekker duur, daar ging mijn bel tegoed dat ik voor noodgevallen heb.

Op een geaffecteerde toon vertelde deze mevr. Fonteyne me dat ik nog wel 19 lege bladzijdes in mijn paspoort had. Blijkbaar vermoede ze dat ik dat,  het gewone volk, niet kon tellen. Zo kwam ze echt over, vanuit de hoogte en had het gevoel dat ze daar binnen op haar troon zat. Ik vertelde haar, ondanks dat ik dit in een mail ook al gedaan had, dat ik naar Zuid Afrika onderweg ben (dat zijn mijn inziens 19 landen alleen al op de heenweg) en ik wil graag met een vers paspoort beginnen. Mevr Fonteyne vond dat blijkbaar maar raar, en op een koude afstandelijke toon werd me vermeld dat ik dan maar een afspraak moest maken om de verlenging in gang te zetten, maar dat ze pas een gaatje had over 7 dagen. WAT!!. Ik moet 7 dagen wachten om een formuliertje in te vullen? Nee, zegt ze, zo moet ik dat niet zien. Hoe ik het wel moest zijn werd me niet duidelijk. Ik stond nog steeds buiten in de kou, mijn eigen bel tegoed op te maken. Ik heb geprobeerd om vriendelijk en beleefd haar over te halen dit allemaal wat eerder te doen. Kom op jongens, ik weet dat er ambtenaren zijn die vinden dat ze een hoge werkdruk hebben, zeker na de zojuist genoten drie vrije dagen, maar dit slaat nergens op. Op audiëntie bij de paus gaat sneller.

Begon langzamerhand de kou niet meer te voelen omdat er stoom uit mijn hoofd kwam. Was ik speciaal naar Tunesië gekomen omdat ik vermoede dat de Ambassade in Marokko wel eens een puinhoop zou kunnen zijn, was de puinhoop dus hier. Dat, gecombineerd met de manier waarop dit allemaal gebeurde deed bij mij ineens duidelijk worden waarom er zo weinig Tunesiërs in Nederland wonen. Ik zou ook niet naar een land willen waar je, bij de ambassade van dat land, zo behandeld word. Heb ooit een Amerikaanse groene kaart gewonnen en die daarna geweigerd omdat ik op de Amerikaanse ambassade in Amsterdam als vullis werd behandelt. In een land wat zo met mensen om gaat wil ik niet wonen, al smeekten ze me. En de Nederlandse ambassade flikt dat nu ook.

Boos, teleurgesteld en enigszins aangeslagen liep ik terug naar mijn auto. Na het maken en drinken van een bakje koffie besloot ik het hele paspoort ellende maar even te laten voor wat het was, en indien mogelijk, maar te gaan genieten van Tunesië. De boot terug was op 12 januari, dus ik had dik 3 weken de tijd. Reed naar een camping in Hammam-Lif, een plaats 30 km ten oosten van Tunis. Helemaal alleen was ik daar op deze best mooie camping, kon mijn zonden eens goed overdenken.

Het hele ambassade verhaal borrelde in mijn hoofd. Ik ben bij een een aantal ambassades van Nederland geweest (of er contact mee gehad) en heb altijd slechte tot zeer slechte ervaring met deze mensen. Afstandelijk en onvriendelijk, onpersoonlijk, koud, ambtelijk en soms bot. Op een uitzondering na, en dat is het Nederlandse Consulaat Generaal in Kathmandu. Wat is dat met die ambassades dat ze zo handelen?

De twee hoofd functies van een ambassade lijken me om
1-Nederland te vertegenwoordigen en promoten in het land van vestiging en
2-Het helpen van Nederlanders in dat betreffende buitenland.

Van beide functies heb ik eigenlijk nog nooit wat gemerkt. Kan me de Nederlandse ambassade in Ankara nog wel herinneren toen ik een ‘ letter of recommandatie’ moest hebben voor mijn Pakistani visa. Ook zo’n flessentrekkerij trouwens. 30 euro of zo, voor een standaard brief die zo uit de tekstverwerker rolde. Maar allemaal op zo’n manier en met zo’n bek, dat je denkt, mens, ga een andere baan zoeken.

Vandaar dat ik besloten eens een onderzoekje te gaan doen naar het functioneren van de Nederlandse ambassades in het buitenland. Niet zozeer cijfertjes en feiten, maar gewoon, hoe open zijn ze tegenover een persoon uit ‘ eigese’ land als die bij hun met een vraag of verzoek komt. Hoe gaan ze om met onverwachte dingen, hoe flexibel zijn ze. En, erg belangrijk, hoe komen ze over op mij, en dus ook de bij de gemiddelde buitenlander, die dus denkt dat heel Nederland zo is. Hoe zetten ze Nederland neer. Net zoals in Tunis…een kouwe, meedogenloze onvriendelijke machine met gouden regels die niet gebroken dienen te worden? Of een vriendelijk uitstralende organisatie die blij is iemand te helpen zoal in Kathmandu? Hoe snel reageren ze? Reageren ze op e-mail?. Geven ze de info waar je om vraagt? Het resultaat zal ik zeker publiceren, wie weet is er wel een krant of weekblad in geïnteresseerd.

Ambassades kosten ons belasting betaler veel geld, en ik heb het idee te veel, zeker voor wat we (ieder geval ik) er voor terug krijgen. Laten we eens kijken of we waar voor ons geld krijgen. Zo niet, moet daar wat veranderen lijkt me. Ervaringen van jou hoor ik ook graag trouwens. Word vervolgt.

De volgende dag karde ik maar rondom de zo geheten Cap-Bonne, dat is de punt van Tunesië zo daar rechts boven. Had verwacht stukken langs de zee te komen maar die zag ik in het geheel niet. Het landschap was mooi maar niet spectaculair. Golvende heuvels met veel olijven bomen en wat andere gewassen. In tegenstelling tot Europa mooi groen. Maakte een tussenstop bij de ruïnes van Kerkouane. Resten van beschaving van ver voordat men ooit een godsdienst had uitgevonden, oh wat een heerlijke tijd moet dat zijn geweest. Ambassades hadden ze toen ook vast nog niet.

Kalibia had een erg mooi fort boven op een berg. Oud Spaans fort geloof ik, helaas was het door het leger bezet dus kon niet naar boven om het te bekijken.
Eindigde in Nergla. Was hier al eerder langs gereden en had gezien dat er hier zowaar parkeerplekken aan het strand waren. Jammer dat het dan gelijk weer zo’n zooitje is. Afval, plastic zakken, puin, het wordt er allemaal gedumpt. Vond toch nog een redelijk schoon stukje en maakte me op voor een rustige nacht. Dat werd het ook, nadat twee agentjes op een mobilet kwamen kijken wat ik daar deed. De politie is nooit ver hier in Tunesië.

In de ochtend was het schitterend weer. Geen wind en om 10 uur was het al 24 graden. Vermaakte me met wat in de zon luieren en wat kleine dingekies doen. In de middag reed ik terug naar Sousse want de vliegen begonnen irritant te worden, dat krijg je met zoveel afval. Op een rotonde stond een politie auto te controleren. Ik was er net voorbij toen ik achter me een dreun hoorde en vervolgens mijn auto voelde trillen. Ow shit, had er iemand tegen me aan gereden? Ik stopte en stapte uit. Duurde even voor ik in de gaten had wat er gebeurt was.
Er was een auto in volle vaart achter tegen de politie auto gereden, die vervolgens vooruit was gesprongen en mij had geramd. Het was eigenlijk wel een beetje komisch, en zo in eerste instantie zag ik alleen wat witte verf strepen van de politie bumper op mijn zandplaten, niks om me zorgen over te maken dus. Geluk dat ie me daar geraakt had, op elke andere plek zou er flink wat meer schade zijn. Na wat heen en weer praten mocht ik verder rijden en zette mijn bolide aan het strand van Sousse. Toen ik nog eens keek bleek echter de schade toch groter dan ik dacht. De klap had de ophang banden van mijn diesel tank verschoven, en dat had weer geresulteerd in het naar beneden klappen van mijn accu bak, die aan die banden hangt. De twee accu’s hingen nu scheef net boven de grond, en ik had super geluk dat die niet doorgeschoten waren en op de grond waren gekomen, dan was de ellende veel groter geweest. In plaats van in het heerlijke zonnetje aan het strand te zitten, moest ik dus gaan sleutelen.
Midden op de boulevard haalde ik de zandplaten eraf, mijn accu’s er onder uit en stond ik een garage na te doen. De vele toeristen die langs kwamen drentelen keken hun ogen uit. Na veel buig, hamer en vloek werk zat alles weer redelijk recht, alhoewel ik de zandplaten er nog niet op kon krijgen, daarvoor moest ik alles dus nog eens eraf halen, maar dat zou ik later wel doen.

Spendeerde de volgende ochtend samen met Ritwan, die ook in Sousse was. Hij was daar geboren en deel van zijn familie woonde er nog. Hij had ook familie in Duitsland en Frankrijk, een internationale familie. Kon goed met hem praten over van alles en nog wat, en het was prettig eens met iemand over dingen zoals Islam te praten, zonder dat daar gelijk emoties mee spelen.
Zo leerde ik dat je pas een echte moslim bent als je je aan 5 zaken houd:
Je gelooft in Allah
Je bid elke dag
Je houd je aan de Ramadan
Als je kan, ga je naar Mekka
Geef een klein percentage van je geld aan armen.

In de middag reed ik naar het rustige strandplekje om daar nog eens goed de schade te repareren. Viel gelukkig allemaal mee en was sneller gedaan dan verwacht. Zo pendelde ik dan in de ochtend weer naar Sousse, liet mijn klote kwaliteit zuid Amerikaans muggengaas deels vervangen door stevig Nederlands.

Tweede hands kleding markt

Dat is ook zo wat raars. In landen waar veel muggen zitten, kan je geen goed muggengaas kopen. Had in India en Nepal dat probleem ook al, in Zuid Amerika dus idem-dito. Er is wel muggengaas te koop, maar van zulks belabberde kwaliteit dat er al een gat in zit als je er naar kijkt. (Nee Gon, ik heb het niet over sigaretten er tegen houden).
Tweede kerstdag vond ik het wel weer tijd om te gaan rijden (van Kerst zelf niks gemerkt). Volgens weeronline.nl zou het nog twee dagen duren voor de zon op volle sterkte door zou komen, dus besloot het zuiden van Tunesië een bezoek te gaan brengen. Reed via Monastir, wat er uitgestorven uitzag, richting het zuiden. Kan niet helemaal de kustweg volgen omdat die deel was afgesloten. Ik had op het internet een GPS kaart van Tunesië gevonden en daar stonden wat campings op. Omdat mijn watertank half leeg was werd het tijd een camping op te zoeken. De weg naar een van de weinige campings was op zijn zachts gezegd avontuurlijk. Via kleine en smalle weggetjes door agrarische dorpjes kwam ik uiteindelijk bij een kustweg die apart te noemen is. Het strand was gewoon plat en hard gereden. Door de jaren heen was door het verkeer er een soort weg gereden, en ik reed ongeveer 1 meter van de waterlijn af. De camping vond ik, maar die was gesloten. Men was aan het verbouwen. De zeer vriendelijk eigenaar bood wel aan dat ik op zijn terrein mocht staan. Ik zag ze echter al timmeren in de avond of in de vroege ochtend dus reed een halve kilometer verder en zette mijn auto met de wielen zowat in de middellandse zee voor de nacht.

Hier op het platte land hebben de mensen geen auto. Hooguit een brommer of scooter. Vrijwel elk huis heeft een stuk akker, een paar koeien, een waterput en een ommuurd huisje. Doet me wel iets aan India denken.

Door naar Sfax. Dit is een van de weinige steden waar geen toeristen zijn in Tunesië. Het was ook zondag dus het verkeer viel mee en ik besloot naar het centrum te rijden om een van de weinige nog originele Medina’s te bezoeken. Ommuurd door de nog complete stadsmuur met kantelen was dit zeker de moeite waard. Er zijn drukke straten met winkeltjes maar je kan ook in de achteraf straatjes en steegjes wandelen. In tegenstelling tot in de toeristen steden, ben ik niet èèn keer aangesproken of lastig gevallen. Het slenteren door de woon straatjes van deze Medina is toch wel apart. Boven wonen vaak gezinnen, onder zijn kleine werkplaatsjes.

Het is er redelijk rustig, er is natuurlijk geen verkeer. Wat je hoort zijn ratelende naaimachine geluiden, komend van diep in de hoge huizen. In veel ateliertjes word leer geknipt voor schoenen. Ook hoor je het kloppen van de vele schoenmakers. De schoenen worden geheel handmatig gemaakt, alleen de zolen leken me uit China te komen.
Een man zit aardappels te schillen op straat. Om de hoek klinkt het geluid van voetballende jeugd. De straat die ik in liep loopt dood, ik moet op mijn schreden terug keren. Het geluid van een kermende oude vrouw komt van alle kanten en galmt door de straatjes maar ik krijg haar niet te zien.
Ik hoorde boven in een huis een moeder tegen een jongetje schreeuwen. Ik hoorde het jongetje terug schreeuwen, blijkbaar brutaal, want 3 seconde later hoorde je PATS en begon het jochie te jammeren. De (goede) ouderwetse opvoeding hoort bij het leven op deze ouderwetse medina.

In de medina kan je met een brommer wel komen, vandaar dat veel bewoners dit vervoer middel hebben. In de drukke straatjes hoor je een brommer van verre aankomen en de menigte gaat vanzelf op zij. Hoe meer herrie de brommer maakt, hoe sneller de mensen op zij gingen. Ik had gniffelend meelij met die oude man die op zijn nieuwe Chinese elektrische scooter problemen had om door de menigte te komen. Misschien moet hij eens een goede toeter aanschaffen.
Ik scoorde een halve kilo zwart uitziende Arabische koffie voor 2 dinar, net een Euro. Heerlijk hier in Tunesië is koffie goedkoop en smakelijk. Ook weer zo’n product waarmee je in Europa flink genaaid worden. Waarom kost een kilo dure melange hier 2 euro en in Europa het drie dubbele?
Verder door naar het zuiden, richting Libië . Zag onder het rijden de eerste flamingo’s en de eerste dromedarissen. Leuk !!

Bleef zuidelijk rijden over de hoofdweg. De wegen zijn van bedenkelijke kwaliteit in Tunesië. Niet slecht, maar het scheelt niet veel. De wegen zijn erg oneffen en er is veel spoorvorming. Veel wegen zijn bijna stuk, dat wil zeggen, een regenbui en er komen gaten in. Ik denk dat ze wel eens een inhaalslag teren mogen beginnen, anders verslechterd hun infra structuur te veel.
Richting bordjes zijn er wel veel, alhoewel ik nu al een paar keer op een cruciale kruising geen bordjes vond, of alleen in het Arabisch.
In Gabes zou weer een camping zijn, dus ik denk, ik probeer het nog eens. Was blij dat het nog zondag was, want anders zou het me uren gekost hebben. Nu reed ik vrij snel de lelijke en vieze stad in. De camping bleek een parkeer terreintje bij een sportveld te zijn, precies onder de luidsprekers van een moskee. Nee dank je, dat Allah Akbar was mij te luid en te vroeg, dus reed ik weer door zuidwaarts.

Uithangborden kunnen winkeltjes hier niet altijd betalen (en daarbij is het ook lelijk). In Tunesië zetten ze daarom een krat op straat met daarop de producten die ze verkopen (of een indicatie). Een paar kratjes met daarin een bezem, een gasfles of gewoon paar lege cola kratjes zijn teken dat er een winkel is.
Omdat ik toch zo ver zuid was besloot ik het (schier) eiland Djerba eens te bekijken. Dit is de drukste toeristische streek van Tunesië. Reed tot vlak voor de ferry naar dit eiland en parkeerde voor de nacht boven op een klif. Aan de overkant zag ik Djerba.

Ook deze plek was qua locatie erg mooi, en ook hier lag het , net als alle andere plekken die ik gezien heb, vol met afval. Vooral plastic zakjes zijn een crime, die liggen overal. Maar ook zie je hier veel kapot glas en lege bierblikjes rondzwerven (en dat in een moslim land…geeft je te denken) , het is doodzonde want een mooie landschap bederf je er helemaal door. Ik snap dat de lokalen daar geen boodschap aan hebben, maar de regering zou er toch eens wat aan moeten doen. Met een verbod op plastic zakjes en een statiegeld op blikjes en flessen, zou dit land er heel anders uit zien denk ik.

Klote stoelen van Xenos

Djerba was redelijk rustig. Ik had een massa aan toeristen verwacht maar dat viel reuze mee. Alle hotels liggen ten oosten van de grote stad (Houmt Souk) hier op dit eiland , elk hebben ze een grote lap grond met alle faciliteiten. Veel toeristen komen nooit buiten het hotel. Reed over een zeer mooi kustweg rond het eiland en zette mijn auto naast het fort van Borj el Khin. Had gelijk een open wifi verbinding te pakken en update eerst even mijn website. Daarna liep ik de stad in. Het was markt, en dat is altijd gezellig. De binnenstad had eigenlijk wel een heel hoog Torremolinos gehalte. Of eigenlijk was het gewoon Torremolinos van 30 jaar geleden. Hier dus veel toeristen en veel terrasjes. Ik denk in de zomer best gezellig.

Laat in de middag liet ik de stad voor wat ie was en reed verder rond het eiland. Dat was eigenlijk verder niet zo spanend. Het leek wel pampa. Maar dan Pampa met af en toe een palmboom. Er waren twee campings maar de eerste was niks, en op de tweede stonden, op de enige 4 plekken, vier Fransen campers. Mwaaah, daar had ik niet zo’n zin om tussen te gaan staan. Na wat twijfelen reed ik maar door. Moest eigenlijk langzaam wel water tanken, maar kon ook nog wel een of twee dagen wachten.
Verder was het eiland eigenlijk niet veel bijzonders. Reed richting Sahara en parkeerde voor de nacht ergens aan de middellandse zee.
De Sahara zelf was nog wel even rijden. Passeerde rakelings langs Tripoli ( 200 km ), de hoofdstad van Libië. In Ben Guerdane kwam ik weer eens een grote markt tegen. Deze was gehuisvest in een soort stadium. Het was nog vroeg, dus kon makkelijk mijn auto kwijt om eens te gaan neuzen. Wat een zooi wordt er verkocht. Vooral veel kleding. Wilde eventueel een nieuw training jasje kopen, zo voor in de ochtend. Niet dat ik trainen ga, maar het is wel lekker warm. Vond er een (met broek) voor 7,50 euro, made in China. Ach, als het maar warm zat, en dat deed het. Het was een soort fleece, als er een vonk op komt doet het waarschijnlijk WWOEPS en wordt ik lekker crispy, maar dat mag de pret niet drukken.

Verder inlands werd het wat spannender. De borden werden spaarzamer, er kwamen bergen en de weggetjes werden smaller. Ik had een heel oude kaart en ik had geen idee of de wegen er nog op klopte. Via allerlei kleine weggetjes kwam ik wel in de buurt van waar ik wilde wezen. Reed minimaal 30 keer fout, maar het mooie van een GPS is dat je, ondanks dat je geen goede kaart hebt, toch ziet dat je de foute kant op rijd. Ach, ben je daar ook eens geweest denk ik dan maar. En keren is meestal zo gedaan. Maar soms kom je via een andere weg ook. Wilde eigenlijk naar de oase Ksar Ghilane. Hoorde van meerdere mensen dat dat erg mooi moet zijn, dus wie ben ik om er dan niet naar toe te gaan.

Het waaide vandaag nogal. Met een heiige horizon was de lucht zwanger van het zand. temperatuur was wel lekker, rond de 25 graden en het zonnetje scheen uitbundig. Ik wilde eigenlijk al een paar dagen op een camping gaan staan, vooral om water te nemen, maar kon geen lekker plekje vinden. Midden in het droge gebied zag ik echter ineens een kraan langs de kant van de weg. Er stond een jochie bij, van een jaar of 12. Ik denk, ik vraag gewoon of ik water kan tappen. Toen ik gestopt was bleek het een publieke kraan, maar het jochie was zo geschrokken dat ie het hazenpad had genomen. Ik dacht, ik ga eerste even lunchen, en onder het eten hang ik dan wel de slang in de tank. Had net me soepie klaar staan toen Pa met jochie aan kwam. Hij keek heel boos en had een groot mes in zijn hand. Gelukkig was het niet voor mij en zijn boze blik was denk ik voor zijn zoontje bedoeld. Mijn zoon was erg geschrokken van je zegt ie, hij stond op brood te wachten. En inderdaad, lag er , op een muurtje vlakbij waar ik stond, een zak met 10 stokbroden. Haha, het kwam wel grappig over, ik wist niet dat ik er zo angstaanjagend uit zag. Ik vroeg de man of ik water mocht tappen. Geen probleem zegt ie, het is goed drinkwater. Gaf de man een thermosfles die ik weg wilde gooien en blij liep Pa met zoon (die me nog wel een hand durfde geven, staande achter pa zijn rug) terug naar huis om denk ik te gaan lunchen. Vast stokbrood.

Met weer een volle watertank haalde ik die dag de oase niet en sliep midden in het niks. Heerlijk rustig, geen verkeer, geen Allah Akbar om 6 uur in de ochtend.

https://ctjansen.nl/test/wordpress/wp-content/uploads/P1000197-768x1024.jpg
De volgende dag bleek de oase Ksar Ghilane duidelijk de zandbak voor de rijken. Het lag dan ook wel mooi, aan de rand van de zandduinen. Het was ook echt een oase, er kwam water uit de grond borrelen en er stonden een flinke hectare met groene bomen. Tot zo ver was er nog niks aan de hand. Echter is het winter en vakantie in Europa, gevolg dat het er vol met toeristen zat. Heel veel er van waren met eigen vervoer hier gekomen, en 80% er van met motor. En die wilde allemaal door het zand gaan crossen. Ook hier heb ik alle begrip voor. Toen ik echter bij het eerste ‘ campement’ kwam (dat is een kruising tussen een camping en een hotel) was het er zo afgeladen vol dat ik er niet eens met de auto in kwam. Het tweede ‘ campement’ had een grote generator draaien vlakbij het parkeer gedeelte, dus daar zag ik ook van af. Het derde campement heb ik nooit kunnen vinden, maar dat kan vast aan mij liggen. Je moest door een flink partij zand heen, en ik ben geen zandheld. Moet dan sowieso eerst de banden driekwart leeg laten lopen, allemaal gedoe. Waarom zou ik eigenlijk in een campement gaan staan. Parkeerde mijn auto dus ergens bij wat lokale hutjes en had al snel wat lokalen rond me hangen, wat ik veel leuker vind dan met een berg toeristen optrekken. En ik stond ook midden in het zand.

Oude pakhuizen, door star wars gebruikt in een van hun films volgens mij

Mohammed verkocht benzine (voor woekerprijzen) in de oase, en nodigde me uit. Zo zat ik ‘s avonds aan een vuurtje woestijn brood te eten onder de sterrenhemel (en de ijskou). Woestijnbrood? Dat zal ik je vertellen want ik zat er bij en keek er na. Pak een kilo meel, doe er een flinke scheut zout doorheen, meng het geheel met water tot een lekker deegje.
Ondertussen heb je het vuurtje al een poosje aan en is in het zand een flink hoopje hout aan het gloeien. Maak van je deegje een dikke ronde koek, schuif de kooltjes opzij zodat er alleen maar as en zand ligt, leg daar je deeg in, schuif de kooltjes er over heen en wacht een half uurtje. De korst moet hard zijn en het brood gaar (klop er op, het hoort hol te klinken, desnoods draai je het eens om). Blaas en klop je as en zand van je brood, en je hebt een heerlijk woestijn broodje. Overigens werd het zo ook in Tibet gedaan, en vast ook wel in andere delen van de wereld, alleen heet het dan geen woestijn brood.

Mohammed woonde in het schamele hutje met zin twee broers. Zijn ouders woonde 200km verderop. Normaal woont hij daar ook maar het is nu druk en er valt geld te verdienen. Zijn oom kwam helpen het brood te maken, zijn broer runde de dromedaris-voor-toeristen business en het allerkleinste broertje liep de hele dag zich te vervelen en klieren.

Ik zou en moest die avond met mijn auto naast het hutje slapen. Had er eigenlijk niet zo zin in maar ze hadden geen geiten/kippen/honden of luide moskeeën dus stemde toch maar toe. De mensen woonde eenvoudig, hutje met twee kamers en een keuken. In een kamer stond de benzine voor de verkoop, in de ander lagen de matrassen op de grond, die dienst deden als bed, stoel, zitplaats en hangplek. Geen tafels, stoelen of tierelantijnen. Gewoon cel-blokken muren, niks er aan, er was ook geen elektra in de oase dus lampen waren ook niet interessant.

De volgende ochtend besloot ik toch de oase maar te verlaten, helemaal nadat er een stoet van 19 Italiaanse campers binnen kwam rijden, al heel snel gevolgd door een stoet van 25 motoren uit diverse landen. Het begon echt over bevolkt te raken hier. Bij het bekendmaken van mijn vertrek werd me verzocht of ik Mohammeds twee broers mee wilde nemen naar Douz, een stad op 150 km afstand. Ik moest er dan 50 km voor omrijden, maar ach, ook geen straf. Ik stemde toe, en zei dat ik over een half uurtje weg zou rijden. (het was 8 uur). Nee zegt Mohammed, ga pas over een uur, dan kan ik de dromedarissen nog even weg brengen. Ok, geen probleem, dus om negen uur stond ik al in de start blokken toen ineens een ‘Oom’ langs kwam (iedereen is hier broer of ‘uncle’ van elkaar). Nee zegt ie, je kan nog niet weg, want….. en er kwam een of ander vaag verhaal. Wacht nog een half uur aub. Beetje gepikeerd gaf ik toe, maar, ik zou echt om half 10 weg rijden hoor. Jaja, geen probleem, dus bestede mijn tijd aan het uitvegen van zand uit de auto (zinloos maar goed). Om half tien, geen hond te zien. Dus startte ik de motor en begon langzaam weg te rijden toen er uit de verte iemand wild zwaaide. Ja hoor, daar kwam iemand aan, met een ezel met kar. Tsokke tsjokke, lekker langzaam, achterop een paar jerrycans met water, net gehaald in de oase. Enfin, het duurde tot half 11 voor ik eindelijk weg reed, allemaal niet zo erg, maar ik vind het nooit zo leuk vind hoe men met je ‘ bespeelt’ en hoe men je manipuleert.

De rit naar Douz was niet echt spannend, maar daar aangekomen maande het broertje me te stoppen bij een of andere grote markt. Ja, ik moet wat boodschappen voor de familie mee nemen. Wat dan, vroeg ik. Ja, stammelde hij, wat fruit en zo. Dus ik mee die markt op. Het was een soort feest markt en er stond niet een kraampje met groente of fruit, het waren allemaal kleding, zoetwaren en vreet tentjes. Leek meer op een halve kermis dan een markt. Broer kocht wat zoetwaren voor de familie (ik zag hem stil hopen dat ik zou betalen), en hierna door naar zijn ouderlijk huis. Op de markt was ie nog twee vrienden tegen gekomen, die moesten ook allemaal mee rijden, dus zat nu met z’n 5’ en in de voor cabine. Het was gelukkig maar 10 km. Bij zijn huis aangekomen waren alleen de vrouwen thuis. Die waren blij  iedereen weer te zien. Ik werd in de sjieke kamer gezet. Stel je er niks van voor. Hier in Tunesië gaat het als volgt. Er wordt een stuk grond gekocht, als eerste wordt er een muur omheen gebouwd. Dan gaat de familie er een simpel huisje bouwen in een van de hoeken. Gewoon 4 muren en een plat dak. Geen kamers, geen toilet. De toilet word in een andere hoek van het stuk grond gebouwd, klein hokje, zonder deur (maar de rem&gas pedaal toilet wel uit zicht). Er worden wat matrassen op de grond gegooid, een TV in een hoek gezet en het huis is klaar. Dan komt opa/oma er ook wonen, dus wordt er in een ander hoek van het ommuurde stuk grond weer een stenen hutje neergezet. Dan gaat een van de kids trouwen, er komt weer een huisje bij, en dat gaat zo door tot de binnenplaats vrijwel niet meer bestaat. In dit geval lag er waterleiding (gewoon een dikke plastic slang), maar de familie kon het water niet betalen en haalde water met jerrycans bij een bron elke dag.
Na een tiental minuten kwam er een grote schaal couscous op tafel, met drie lepels er in. Iedereen at van zijn kant van de schaal. Couscous is wel lekker hoor, maar ik hoef het niet elke dag te hebben.
Hierna had ik mijn plicht voldaan, en werd het tijd om weer te vertrekken, reed weer richting kust uit en spendeerde een zeer rustige oud&nieuw in het midden van de woestijn.

De volgende dagen reed ik weer langzaam terug naar het noorden. Terug in Sousse maakte ik nog wel wat vervelends mee. Parkeerde mijn auto op een veldje in een woonwijk van Sousse voor de avond. Ik stond nog geen 5 minuten of er kwam een troepje kids aan, van een jaar of 8 a 10. Na het gebruikelijke hallo en ‘ sa vas’ , begonnen ze een beetje brutaal te worden. Niet dat ik begreep wat ze zeiden, maar de toon waarop was niet echt vriendelijk. Uiteindelijk begreep ik dat ik op hun voetbal veldje stond en ze er niet blij mee waren. Ze maakte geen aanstalten om te voetballen en kreeg ook niet het idee dat ze dat wilde, maar uit beleefdheid zei ik dat ik mijn auto wel zou gaan verzetten. Ik stapte in om dat te doen, en zag 4 kloot jochies achterop mijn achterbumper springen om mee te liften. Daar had ik geen behoefte aan, zeker niet toen ik er een aan de touwen van de fiets zag sjorren (lang leve de camera achterop), dus stopte om ze er af te halen. Ik kreeg gelijk een grote bek voor me kiezen maar ze gingen er vanaf, om, toen ik me rug draaide er gelijk weer op te springen. Ik werd wat boos en liet dat ook blijken, waarna er een jongen een steen pakte en die tegen me auto gooide. Dat moet je niet doen, me auto is me huis, dus ik liep op het snotjong af om hem een draai om z’n oren te geven, waarop een aantal andere jochies ook stenen begonnen te pakken en begonnen te gooien. Toen hield ik me niet meer in en pakte ook een hand stenen (fijn zo’n afval veldje), de jochies peerde hem snel. Die haal je natuurlijk nooit meer in, maar besloot maar wel ergens anders te gaan slapen. Bij controle van de auto was er alleen wat lak schade, maar voor hetzelfde geld hadden ze een ruit kapot kunnen gooien.
Besloot dan ook als er ooit zoets weer zou gebeuren, ik eerst een foto van de monsters zou maken voor ik ze weg zou jagen of voor het escaleert, zodat ik later weet wie ik een schop moet verkopen of bij de politie aan moet geven. Nu waren het gewoon een paar jochies die ik tussen 10 andere jochies er waarschijnlijk niet eens uit haal.

Overigens is dit gedrag wat ik vaker in Tunesië zou tegen komen en erg irritant is. Maar ook gedrag waar ik waarschijnlijk mee om moet leren te gaan omdat het in de rest van Afrika nog ernstigere vormen aan neemt. (Achteraf helemaal niet waar) Heb hier in Tunesië onderweg een keer of drie meegemaakt, dat ik ergens parkeerde om wat thee te drinken of te eten. Dan kwam er eerst een jongen aangelopen, keek verlegen naar binnen. Komt dan 3 minuten later terug met vriendjes en is dan gelijk niet meer verlegen. Dat groepsgedrag begint eigenlijk gelijk al met ‘ Geef me een Dinar’. Als ik dan wijs naar waar de bank is, wordt het ‘ Geef me je fiets, geef me kleding of geef me een pak sigaretten (let wel op, niet een sigaret, maar een pak sigaretten). Als ik de boel blijf negeren, blijven ze door zeuren, en worden ze steeds brutaler. We hebben het hier over 8 of 12 jarige ventjes. Een keer kwamen er ineens drie grote jongens aan lopen die het kleine grut weg stuurde (met een paar stenen), om vervolgens zelf te gaan zeuren. Geef me bier, geef me whisky, geef me geld. Niet eens de moeite doen om te vragen waar je vandaan komt, gelijk….GEEF. En dit gebeurde ook in absoluut niet toeristische gebieden. Jammer, want het haalt de hele ervaring van het land een stuk naar beneden. Gelukkig zijn er maar weinig negatieve ervaringen en is men verder vrij beschaafd, aardig en terughoudend geweest. Dus ik ga er maar van uit dat dit een jeugd probleem is. Weet nu ieder geval wel hoe zo’n Israëlische militair in Ramala zich voelt als 40 van die kutjochies stenen op je mooie tank gooien :-).

Tunesië is verder op zich een leuk land om in te verblijven. Het is niet duur, het is niet al te groot. Er zijn mooie kusten en er de mooie Sahara. Verder is er veel ruimte en kan je op veel plaatsen wild kamperen. Er zijn redelijk veel toeristen (en het is nu winter). De invlieg toeristen die allen in een groot hotel zitten komen voornamelijk uit Duitsland, Engeland, Nederland en de Scandinavische landen. De campers die er rond rijden zijn vooral uit Italië en Frankrijk, wat logisch is. Beide landen hebben een directe boot verbinding. Voor de Italianen is het vrij goedkoop over te steken (het is immers niet zo ver), en de Frans voelt zich hier wel thuis omdat het merendeel van de bevolking wel wat Frans poekelt en ze hier stokbrood verkopen.

Tunesië is natuurlijk wel een moslim land, maar wel een die de regels niet zo heel streng na leeft. Er wordt heel wat af gezopen, er wordt flink gelogen en bedrogen. (Dat doen ze overigens in alle moslim landen weet ik nu achteraf).Zeker in de toeristische gebieden. Het land leeft van toeristen. Bij de Carrefour kan je zelfs varkensvlees kopen. Dat is echt de eerste keer dat ik dat in een moslim land gezien heb.
Dat brengt ook weer mindere dingen met zich mee. Wat ik gedacht had alleen in India en Zuid Amerika mee te maken gebeurde me hier ook. Ik stond voor de nacht op het strand van Nergla. Twee tot drie kilometer kust, verlaten, ruimte, stilte. Net na het donker worden komt er een auto aan, en parkeert 10 meter van die van mij. Enfin, je voelt hem aankomen. Radio hard aan, deuren open, bier erbij. Na een uur begint men hard en vals met de muziek mee te lallen…tijd voor mij om een paar honderd meter verder op te gaan staan. Ik heb nooit begrepen wat die mensen bezielt. Met al die ruimte, waarom zoeken ze mij steeds op. In al drie continenten nu dus. Zou ik lekker ruiken? Gebruiken ze mijn auto als windscherm? Ik zelf denk gewoon dat ik er erg aantrekkelijk uit zie, dat is het gewoon, dus laten we het daar maar op houden.
Tunesië is goedkoop in verhouding met Europa, en voor mij helemaal. Mijn grootste kosten post is diesel, dat kost hier 910 milimes, oftewel 48 cent per liter of zo. Maar ook groente en fruit, op de markt, is goedkoop. Paar voorbeelden. Bloemkooltje van ene kilotje, 25 cent, kilo verse erwten, 50 cent, kilo wortelen, 40 cent. Biertje (in de winkel) kost 50 cent, op zich niet goedkoop maar wel voor een moslim land waar alcohol normaal gesproken best duur is.

De volgende paar dagen hing ik wat rond in en rond Sousse, zat wat aan het strand, de boulevard en zo, deed het gewoon rustig aan. Kocht een setje ratel sleutels, een stuk nood glas (van dat plexiglas), liep wat met de Mac te spelen, enfin, een heleboel niks. In de avond reed ik weer naar Hergla en sliep daar dan heerlijk rustig op het strand (op die ene keer na dan).

Had gezien dat het vanaf de 9e een stuk kouder zou worden en nam me voor dan maar het noorden van Tunesië te gaan bekijken. Inderdaad was het de negende in de ochtend erg koud (4 graden) maar de zon scheen, ik ik vertrok richting Kairiouam. Voor de Islam is deze stad, Na Mecca, Medina en Jeruzalem de 4 na belangrijkste stad . Er komen ook hier veel pelgrims en de grote moskee is erg oud. Het was rustig in de stad, die midden op een grote stoffige droge zandplateau ligt. Wilde vlak bij de moskee parkeren maar er kwam gelijk een ventje dat ie geld wilde, dus zette mijn auto twee straten verder (achteraf bleek ie officieel te zijn en koste het 25 cent). Liep wat rond de moskee. Die had een grote binnenplaats maar ik vond de 8 dinar om een heilige plaats te mogen zien niet waardig, dus dat sloeg ik over. Liep wat rond in de stad maar alles was erg toeristisch en overal hingen vrij hoge prijskaartjes aan. Ik zal persoonlijk niet gauw geld neerleggen om een Kerk, tempel of moskee te bezien. Het zijn immers plaatsen van verering en die moeten geen geld kosten. En als ze dat wel vragen, is het geen juiste instelling. Ik ben wel geen Moslim, maar moet ik dan 8 dinar betalen, wat best veel is, als ik zou willen bidden? Denk het niet.
Ook in Kairouam liggen twee grote reservoirs met water die, volgens de legende, via ondergrondse rivieren met Mecca verbonden zou zijn. Ook hier moest je voor betalen maar parkeerde mijn auto bij een zij-ingang en kon zo naar binnen lopen. Goed dat ik er niet voor betaald had, want het stelde niet veel voor, twee bassins met een kniehoogte water er in.

Verder door de binnenlanden langzaam noordwaarts. Het waaide erg hard en de wind was koud. De weg voerde afwisselend door dalen en over kleine berg ruggetjes heen, maximale hoogte 900 meter of zo. Er waren veel (nog lege) akkers, veel kleine dorpjes. Ik besloot richting Dougga te rijden. Daar was een vrij grote oude romeinse stad. Kwam daar eigenlijk te laat aan om die nog te bezoeken maar had gehoopt dat ik op het terrein op het parkeer terrein zou kunnen overnachten. Dat mocht niet en het koste veel moeite om een geschikte slaap plek te vinden. Wilde niet weer in aanvaring komen met de Tunesische zeur-jeugd, maar buiten de dorpen was alles akkers en nergens een cm vrije ruimte. Parkeerde uiteindelijk maar naast een restaurant en sliep daar rustig.

De oude romeinse stad was immens. Veel groter dan alle andere oude steden die ik gezien heb, met uitzondering van Efesus in Turkije misschien. Wel was er weinig gerestaureerd en lag alles alsof een grote reus een partij rotsblokken over het land had uitgegooid. Een hele grote mooi gebouw stond nog vrijwel overeind alsook het amfitheater. Vanaf de ruïnes een prachtig uitzicht over de omgeving. Jammer dat het zo koud was en het zo hard waaide, had er graag wat langer willen blijven.

Het plan om de hele Noordkaap even rond te rijden liet ik varen toen het begon te stortregenen. Op naar Tunis, daar geparkeerd met internet, yeahhhh. Een van de mails die ik kreeg was van Grimaldi, die me zowaar waarschuwde dat de vertrektijd van het schip terug naar Italië liefst 12 uur later was!!

Helaas kan je niet van Tunesië, via Algerije, naar Marokko toe. Dat zou de richtste weg zijn om richting zuid Afrika te gaan. Maar deze twee landen hebben al decennia lang strijd, dus zijn die grenzen gesloten. Dat betekende dus een slordige 1000 km omrijden en wederom de boot terug naar Italië. Maar dat betekende ook dat ik een aantal vrienden zou kunnen bezoeken onderweg. En zo reed ik via Italië door Frankrijk en Spanje, op weg naar Marokko.

In plaats van 6 uur te laat, zoals op de heen reis, was het Grimaldi schip dit keer 12 uur te laat. Gelukkig had ik een mail hierover van Grimaldi ontvangen, zodat ik niet 12 uur voor niks aan de haven stond. In Tunis bleven het Afrikaanse taferelen, gemixt met een vleugje Italiaanse saus. Had ik op de heenreis nog vermoed dat de chaos werd veroorzaakt omdat er twee schepen tegelijk aan kwamen, nu heb ik die mening bijgesteld. Het is er gewoon altijd een zooitje. Het begon bij het zeuren van de douane om geld, bier, parfum etc. Het eindigde in een file van 400 auto’s die alle tegelijk het schip in wilde rijden waardoor het daardoor gigantisch vast stond. Men gunde elkaar geen millimeter. Het was ook zo dom geregeld dat de auto’s van 4 kanten aan kwamen, en die moesten dan invoegen. Niks ritsen. Duwen!. Er stonden wel 100 uniformpjes te kijken, geen een er van nam de moeite om enige soelaas te bieden. Het was zo erg dat op een gegeven moment alle auto’s tegelijk begonnen te claxonneren, dat was eigenlijk wel weer gaaf.

Eenmaal aan boord gereden was de Italiaanse bemanning duidelijk gestrest. Men liep te schreeuwen en wijzen, op zo’n manier dat het geheel onduidelijk was wat ze nu bedoelde, dus deed ik maar wat,  waardoor ze harder gingen schreeuwen. Duh, Italiaanse logica. Parkeerde de auto maar aan een kant, sloot de boel af en sloot mezelf op voor de rit , eum vaart, van 24 uur.

Dat doet me herinneren aan de vorige dag toen ik in Tunis liep. Er was een drukke markt, het was duwen en trekken, en heb minimaal een keer een zakkenroller gehad die probeerde mijn jaszak even open te maken. Gelukkig ben ik ondertussen wijs daar in en kreeg hij die kans niet, maar toch. Leuker was dat op een gegeven moment iemand blijkbaar wat probeerde te stelen van een ander. Geen idee of het ook een zakkenroller of gewoon een dief was, maar er duwde zich een vrij grote kerel dwars door de menigte, iemand liep er achter aan en schreeuwde wat. De reactie van de omstanders was onmiddellijk. Iedereen duwde de vluchtende dief, in een poging hem om te gooien, één man begon lukraak op hem in te slaan, recht in zijn gezicht. Gewoon een omstander dus he, die waarschijnlijk niet eens wist wat er aan de hand was. De gehavende dief bleef echter vluchten, en strompelde steeds moeilijk door een haag van mensen die hem belaagde, om even later om een hoek uit het zich te raken. Een politie agent, waarvan er altijd wel een op de hoek van de straat staat, stond verveeld toe te kijken en deed absoluut niets.

Ik ben in Tunesië bij de kapper geweest om me te laten scheren. Uiteraard aan de man gevraagd of hij een schoon nieuw mesje gebruikt, wat hij natuurlijk beaamde. Maar toen hij het nieuwe mesje in zijn scheerding deed, draaide hij met zijn rug naar me toe en kon ik niet echt zien dat hij het ook werkelijk deed. Onder het scheren sneed hij me twee keer. Ik maakte me er een beetje zorgen over, immers heb je zo een portie hiv in je bloed, om over andere ziektes nog maar te zwijgen. Later sprak ik er met Ritwan over en die verzekerde me dat er altijd een vers mesje ingaat, dus ik was weer wat gerust gesteld. Mocht ik volgende maand aids hebben… het is de schuld van de kapper in Sousse, de kapper die naast de groentemarkt in de Medina zit.

In Nederland hebben jullie het glad gehad, veel sneeuw en ijs, maar ik heb in Tunesië ook last van de gladheid gehad. Niet van ijs, maar van olie. Op de ochtend van de 8e januari motregende het een beetje, ik reed van mijn strandplekje richting Sousse. Voelde ineens mijn auto wegschuiven. Heel vaag gevoel en ik snapte het eerst niet zo. Gelukkig reed ik langzaam dus er gebeurde verder niet zo veel, tot er ineens een taxi vlak voor me stopte om een passagier op te pikken. Ik trapte vol op de remmen maar voelde dat, ondanks dat ik ABS heb, de auto gewoon door gleed. Ik hield al rekening met de klap toen gelukkig de taxi chauffeur gas gaf en zo een flinke botsing werd vermeden. Reed heel langzaam verder, maar de weg was echt spiegel glad. Dat krijg je als het er weinig regent en de auto’s een olielaag op het wegdek achter laten. Bij lichte regen word het dan net een ijsbaan, maar wel een die je niet aan ziet komen en daardoor des te gevaarlijker.

Toen ik in de woestijn van Tunesië Sahara brood te eten kreeg, wilde ik wat terug doen en pakte uit de auto een stuk peperkoek. Vol trots riep ik ‘en dit is Nederlands brood’ en zette het in het midden zodat iedereen kon pakken. Een klein jochie pakte als eerste een stuk, stopte het in zijn mond en spuwde het onmiddellijk weer uit, al keel-schraap geluiden makend. Iemand anders pakte iets later ook een stuk en ik zag dat ie het, na een paar seconde, terug in zijn hand spuugde. Ik heb verder niemand van de peperkoek zien eten, en na een paar minuten werd de restanten brood als ook peperkoek verwijderd. Ik vermoed voor de dromedarissen, want de Tunesiër is duidelijk geen fan van peperkoek (of ontbijtkoek zoals het ook heet).

Tunesiërs zijn, net als vele andere Afrikaanse en Aziatische volken, niet echt super weg gebruikers. Rode stoplichten worden op grote schaal genegeerd, er wordt te hard gereden en onverantwoord. Men is asociaal in het verkeer.
Heb op mijn drie weken in dit land erg veel ongelukken gezien (en er zelf dus ook een gehad). De nodige kop en staart botsingen maar ook auto’s van de weg en zo. In het noorden van Tunesië was er een bizar ongeluk gebeurt. Een grote dieplader met granieten rotsblokken (van die 10 ton blokken) was waarschijnlijk te hard de bocht door gegaan en had twee van zijn blokken verloren. Die waren midden op de weg terecht gekomen (dikke deuk in het asfalt) en waren toen door geschoven naar de zijkant. De chauffeur mag van geluk spreken dat er geen tegenligger was, die was zo plat als een duppie geworden. Het was net 15 minuten eerder gebeurd toen ik er langs kwam. Moet er niet aan denken….
Toch zijn er erg veel politie controles (echt erg veel), ook op snelheid, maar blijkbaar werkt dat niet goed genoeg. De overheid heeft al gesteld dat er geen auto’s ouder dan drie jaar het land mogen worden ingevoerd, om op die manier de oude wrakken van de weg te krijgen.
Ook zijn er erg veel plekken waar je maar 50 mag, net als in Nederland. Maar voor de gemiddelde Tunesiër is dat niet een reden om 50 te gaan rijden, wel een reden om goed te kijken of er niet een controle is. Ook een eenrichting verkeer bord is niet een teken dat je er niet in mag, maar een teken dat je er voorzichtig in mag…

Na de 24 uur boot tocht die ik heerlijk in de auto heb doorgebracht was ik weer terug in Italië. Er was weer eens 0,0 controle. Geen paspoort, geen auto papieren, zelfs geen poging tot.
Omdat de boot om 12 uur in de nacht aan kwam, was het wat moeilijk een slaap plekje te vinden. Sliep een paar uur op een dicht benzine station en reed bij het eerste licht richting de camping waar ik op de heenreis ook geweest was. Had me er helemaal op verheugd, en me er ook helemaal op voorbereid. Dat wil zeggen, had al twee weken de was niet gedaan of schoongemaakt. Doe ik lekker in Italië dacht ik. Dom natuurlijk, eenmaal bij de camping aangekomen was ie net dicht voor 2 maanden ‘ vakantie’. Daar stond ik dan met me vieze was en camper. Uit wrok maar richting Frankrijk gaan rijden, waar ik 2 dagen later bij Joël aankwam.

Joël kende ik van het Grimaldi schip tussen Zuid Amerika en hier. Hij is een cineast en had in Argentinië een film gemaakt voor het komende tweehonderd jarig bestaan van dat land. Omdat hij al in Dakar van boord ging en ik waarschijnlijk toch in zuid Frankrijk kwam op weg naar Afrika, had hij gevraagd of ik zijn immense statief mee wilde nemen. Goud van hart als ik natuurlijk ben, heeft dat grote ding 6 weken in mijn auto in de weg gelegen. Toen  de avond voor mijn aankomst bij hem, een sms stuurde kreeg ik gelijk de melding terug dat hij de volgende dag naar zijn moeder ging, met andere woorden, kom de boel brengen en rot maar weer op. Het was niet anders. Ik dacht een aardige Fransman gevonden te hebben. Helaas, ik moet verder zoeken.

De tol op de Franse snelwegen is schrikbarend. Veel en vaak. Er zaten stukjes tussen, waar je van het ene peage station bijna het andere kon zien. Bedragen van 20, 30 en zelfs een keer 50 euro!!. Stelletje gekken.
Bij Joël aangekomen aten we wat samen in de avond en de volgende dag reed ik door naar de Franse Alpen waar Nelly en Marcel op me wachten. Die had ik in Iran en Turkije ontmoet (in die volgorde) en ze bezitten een leuk huisje op het niet-zo platte land van de uitlopers van de Pyreneeën in Zuid Frankrijk. Daar verhuren ze ook kamers. Het is een erg mooi gebied bleek en er is veel te doen. Wandelen, para-gliden, wild water varen, gewoon zonnen of zwemmen, enfin, noem het maar op. Als je ook eens een weekje lekker wil relaxen, moet je ze zeker bezoeken, kijk voor meer info op www.bourgdemat.com

Bij Nelly en Marcel bleef ik een dag of drie. Kreeg van Marcel, als Apple freak, heel wat hulp op dit gebied. De tweede dag besloot Marcel dat de inmiddels opgegroeide kippen, die hanen bleken te zijn, beter in de pan konden liggen dan met z’n allen vechten om die twee kippen die er nog waren. Dus in de ochtend de hanen bij de vleugels gepakt en toen ik de achterkant vast hield en Marcel het kopje, gaf hij een flinke zwengel met zijn hakbijltje. Hiermee hakte hij niet alleen de kop van de haan er af, maar ook een flink stuk van zijn hand. Hij bloede harder dan de haan (die koppetje aan het duiken was ), het zag er lelijk uit. Omdat hij echt flinke stukken uit zijn hand had gehakt kon het, leek mij, niet gehecht worden. Naar een doktor gaan had dus geen zin en ik heb hem, met mijn EHBO cursus kennis zo goed en kwaad als het ging verbonden. Heb naderhand zelf de rest van de hanen maar een kopje kleiner gemaakt, zonder hakbijltje dit keer. Dat ging wel snel, het plukken daarna was wat tijdrovender. Ach, zo kom je de dag ook door.

De volgende dag leek het redelijk te gaan met de hand van Marcel en ik besloot richting mijn Zwitserse/Colombiaanse vrienden te gaan, die momenteel in Noord Spanje zaten. (Nelly en Marcel, nog bedankt voor drie enerverende dagen.

Armin en Marisol zaten in het huisje van hun (schoon)ouders in L’Escala, net over de grens met Frankrijk. Ik besloot echter via Andorra te gaan rijden, dwars door de Pyreneeën, niet alleen omdat het een mooie weg moest zijn, maar ook omdat diesel daar erg goedkoop zou moeten zijn. De weg was inderdaad mooi, ondanks dat het weer niet echt mee hielp. Andorra ligt hoog en het kost wel wat PK om naar boven te komen. Eenmaal daar was het koud, er werd overal geskied, en de diesel was 90 cent per liter. Denk dat het financieel gezien een onverstandige keuze was, zeker nadat ik twee toltunnels van 20 euro per stuk tegen kwam, en ontdekte dat de diesel in Spanje ook maar 1 euro kost, het blijft natuurlijk belachelijk veel belastinggeld

Dali Museum

Op de wegen in Noord Spanje kom je vrijwel overal prostitutie tegen. Heel vaag. Vaak zo midden in het niks, zit dan een schaars gedoste dame, op een klapstoeltje, langs de kant van de weg. Bij de eerste dacht ik nog…die zit haar koe te bewaken of zo. Hé, soms ben ik ook naïef hoor. Bij de tweede, een paar kilometer verder, begon ik toch andere gedachtes te krijgen en rondom de kust stond er in elk weiland wel een wulpse dame. Rare meiden, zo met die kou, midden in het weiland met een kort rokje. Kind, je krijgt blaas ontsteking. Blijkbaar is er toch vraag naar, anders zouden er niet zo veel staan.

Dali maakte een hoop tekeningen, sommige erg vaag, maar met veel niveaus er in

Bij het huisje van Armin en Marisol was geen plaats om te parkeren maar er was boven op de berg een oude toren met parkeerplaats en die voldeed prima. Bracht ook drie dagen bij hun door en bezocht onder andere het Dalí museum wat ik eigenlijk heel erg leuk vond (en een aanrader is).

Boven op de berg bij Armin en Marisol

Ik ben niet zo’n museum mens, als ik de oude potscherven al ruik begin ik al last van slaapziekte te krijgen, maar het Dali museum is echt interessant en boeiend.

Na drie gezellige dagen reed ik naar Barcelona. Daar zat Leo. Een Mexicaan die ik nog uit de India/Nepal tijd kende. Via sms spraken we voor de volgende dag in het centrum van Barcelona af. Om 1 uur. Maar ik ben altijd vroeg wakker dus pakte om 9 uur al het treintje van El Masnou naar het centrum van Barcelona en liep in een dikke drie uur half het centrum door. Vanaf de Plaza Catalunya met omwegen naar de Sagrada Familia. Een knot maffe kerk-achtig bouwwerk die je gezien moet hebben.

Omdat het ondertussen 12 uur was wilde ik er niet naar binnen en liep daarom via de Arc de Triomph (jaha, echt niet alleen in Parijs) naar de ontmoetingsplek met Leo. Daar aangekomen was hij er niet. Ik sms-de hem nog eens maar kreeg geen antwoord. Na 15 minuten wachten sms-de ik maar dat ik aan nam dat ie nog lag te ronken en ik verder zou gaan lopen en het wel zou horen als ie bij positieven zou zijn. Beetje teleurgesteld ging ik lunchen bij een Chinees buffet (eten was lekker maar alles was koud) en liep daarna nog een uurtje door de oude stad Barcelona.

Arkos de triomphos

Leuke kleine en smalle steegjes met plots verassende binnenplaatsjes. Om 5 uur terug in de auto was ik kapot. Ik had twee dagen daarvoor nieuwe schoenen aangetrokken omdat de hond van Nelly en Marcel mijn schoenen lekker had gevonden (en er hele happen uit had gegeten). Zo veel lopen op nieuwe schoenen, afijn, je weet hoe het is.

De volgende dag wilde ik maar met de toeristen bus rond gaan rijden in het centrum en niet meer lopen. Het regende echter en de bus eigenaren hadden daar geen rekening mee gehouden. De dubbeldekkers die ze er voor gebruikte waren van boven open en ik had geen zin om 22 euro te betalen om dan de rest van de dag nat en koud te zijn (naast zere voeten). Ging dus redelijk vroeg weer terug naar de auto waar in de middag ineens Leo voor mijn neus stond. Hele avond zitten kletsen, hij liet me trots zijn film zien over zijn afgelopen 3 jaar reizen.

De volgende dag, ondanks dat het weer er beter uit zag, toch door gereden naar het zuiden. Het bleef echter koud, onderweg kwam de regen ook weer terug. Week van de grote doorgaande route af door net voor Valencia naar rechts af te buigen. Het verkeer werd gelijk een stuk minder. De weg steeg langzaam omhoog en het landschap veranderde van uitgestrekte mandarijn velden (waar veel bomen nog vol zaten) naar uren lang van olijf bomen velden. Als de weg hoger of lager was, wisselde de olijven zich voor uitgestrekte graan velden (die overigens nu leeg waren) of uren lange velden met druiven stronken. Na en rond Albacete mooie glooiende wegen (super-perfecte wegen trouwens) en heuvels, fraaie uit en ver gezichten, beekjes, een genot om te rijden. Het bleef echter koud en wisselvallig.

De Mexikaan Lyos

Een aantal dorpjes hadden een oplossing bedacht voor de automobilisten die hard hun pittoreske dorpjes door scheurde. De stoplichten sprongen op rood als je harder dan 40 reed, en dat werkte perfect moet ik zeggen.

Voor ik het wist stond ik op een camping in Fuengirola, aan de Costa del sol. Daar was het lekker weer maar ik schrok wel een beetje van de enorm hoeveelheid campers die er stonden en reden. Als dat nu al zo was, moet ik er niet aan denken hoe dat in de zomer is. Op de camping van Fuengirola paste ik nog net ergens tussen. Veel bejaarde Noren, Zweden, Duitsers en Engelsen die hier overwinterden. Noch dure grap voor 25 euro per nacht. Reed op de fiets door het Fuengirola van weleer (ik heb er ooit in mijn jeugd 2 jaar gewoond). Was het in de 70’ er jaren al een volgebouwde bende, nu is het een nog voller gebouwde overgeorganiseerde bende en ik besloot om niet meer te gaan kijken naar mijn oude woonplek. Beter om dat maar positief in mijn geheugen te laten. Het enige wat nog redelijk intact was, was het flatgebouw Las Gaviotas in Los Boliches, waar ik ooit een prettige zomer door had gebracht.

Er wonen toch blijkbaar nog wel een hoop Nederlanders in Fuengirola. Er was zelfs reclame in het Nederlands op de lokale radio.
Na een dag bijkomen zag ik op de weerkaart al weer donkere wolken dichterbij komen en besloot niet meer op mijn familie te wachten die over 16 dagen een week zouden komen skiën in de Sierra Nevada, hier vlakbij. Reed door naar Algeciras waar ik die zelfde avond een boot boekte om op zondag 28 januari om 8 uur in de ochtend het Europese continent te verlaten, op weg naar zuid Afrika.

Mijn korte verblijf in Europa heeft me toch wel weer wat doen schrikken. Je ziet dingen gebeuren in Europa (maar eigenlijk in alle westerse landen) die je waarschijnlijk pas ziet als je een poosje bent weg geweest. Een van die dingen die angst aanjagend is zijn de prijzen. Voor producten die elders in de wereld zeg 1 euro kosten, betaal je in Europa gewoon het dubbele, of meer. Niet alleen brandstoffen, maar ook etenswaren en diensten zijn belachelijk duur. Ik haalde al eerder het voorbeeld aan van koffie. Waarom kost het 100km verder maar de helft? Dat kan niet aan de grondstoffen prijzen liggen, ook niet aan markt fluctueringen. Als ik, voor een stukje snelweg in Frankrijk, van nog geen 20 km, 15 euro aan tol moet betalen (das bijna 1 euro per km) dan denk ik, waar zijn we mee bezig? Als ik in Italië, 3 euro voor een bakje champignons moet betalen, of 1,50 voor 2 plakjes ham, dan is dat toch niet meer normaal. Een liter diesel…1,2 euro (dat is in oud geld 2,60 gulden), terwijl het in andere landen 10 cent kost, zit er ergens wat scheef. Een oprolbare waterslang van 20 meter moest in Barcelona 115 euro kosten !!! (de oude die stuk was had me 17,50 gekost 4 jaar terug). Drie bakjes Bulgaarse yoghurt, in een supermarkt in Barcelona, 2,49 euro. (overigens vond ik diezelfde yoghurt later bij de Lidl in de buurt van Valencia voor 1,10…raar of wat?).

Ik denk dat er vier grote boosdoeners zijn die deze soms belachelijke prijzen veroorzaken. (ok, 4 ½ ).
Ten eerste de belastingen die overal op drukken,. Niet alleen verkoop belasting (BTW) maar invoer rechten (is ook belasting), inkomsten belasting, BPM belasting, vennootschap belasting etc. De belastingdruk in Europa is geloof ik (in totaal) 60% of zo, dus tel maar uit. Ik heb het nu over alle belastingen samen. Die belastingen worden geheven om onze welvaart staat te betalen, maar krijg langzamerhand het idee dat de kosten veel groter zijn dan de baten..

Tweede oorzaak is de middelman. In Europa wordt niks rechtstreeks gekocht, alles gaat via via. Tussen consument en product zitten vaak zoveel tussenpersonen die er allemaal aan willen verdienen dat hierdoor de prijs veel te hoog geworden is. Dus de koffie word eerst door een Europese koffiehandelaar gekocht van een koffieboer (die willen er alle twee aan verdienen), dan wordt het verscheept (de verscheper wil er aan verdienen), dan wordt het opgeslagen (het op en overslag bedrijf moet er aan verdienen), dan wordt het gebrand en verpakt (die willen er aan verdienen), het wordt dan aan zeg Simon Levelt geleverd (en die wil er ook vet aan verdienen). Bij elke tussenstap komt de overheid ook nog eens handje ophouden met hun belastingen en invoerrechten. Gevolg is dat de 10 cent per kilo, die de armlastige boer krijgt, niets maar dan ook niet meer te maken heeft met 8 euro per kilo die we er hier in Nederland voor betalen, dat is dus 80 keer de productie prijs!!
Diegene die de middelman uit kan schakelen heeft een gouden toekomst…, maar dat is weer een ander verhaal.
Derde reden is natuurlijk dat er een aantal bedrijven schatrijk van deze koffie worden, en dat zijn bedrijven waar je normaal gesproken niet veel van hoort.
Vierde reden is dat de Europese consument als een halve zool alles maar goed vind en zich nergens meer voor interesseert. Men is zo druk met produceren en consumeren dat al het andere er bij in schiet. Dat ze daarbij aan alle kanten de poten uit het lijf worden getrokken laat men gewoon toe. Enig kritisch denken of gezonde weestand is weg.

Vierde reden is gebakken lucht. Marketing is een kostenpost die niets wezenlijks aan een product toevoegt. Het enige wat marketing doet is om te proberen de consument een (zijn) product te laten kopen. Dit wordt vaak gedaan door een image op te bouwen. Neem Nike schoenen, die 150 euro kosten. Je kan mij niet vertellen dat die 7 keer beter zijn dan de 20 euro schoenen van de Schoenenreus. Ze zijn vast marginaal beter, maar geen 7x dus. Maar, Nike promoot zijn schoen op zo’n manier dat men toch liever die dure schoen koopt. Slim van Nike natuurlijk, maar die 130 Euro extra betaal je dus voor de image, oftewel gebakken lucht. Elke advertentie op TV, in dagblad of op internet, betaal je zelf. Heb je daar al eens over nagedacht? En we worden zo overgoten met advertenties dat je er niet eens meer naar kijkt.
Neem als voorbeeld de lampen van mijn auto. Die gaan een keer stuk, alhoewel men volgens mij lampen kan maken die nooit stuk gaan. Maar dat is niet interessant want dan zou men nooit meer lampen verkopen. Dus nu maakt men lampen die na zoveel brand uur gewoon stuk gaan. Het bewijs daar voor is dat mijn linker lamp stuk ging, en twee weken later de rechter ook. Kan geen toeval zijn. Volgens mij is dit met veel producten zo, die worden gemaakt op zo’n manier, dat ze na een bepaalde tijd stuk gaan. Toen ik nieuw peertje ging kopen waren er 5 of 6 verschillende merken. Prijs varieerde van 1,20 euro tot 22 euro. Voor het zelfde lampje !! zo een verschil kan je toch niet wegpraten?

Alom al denk ik dat we in het westen flink zijn doorgeschoten met onze consumptie maatschappij en vraag me af wanneer dat mis gaat. Is dat doom-denken? Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat als je een poosje niet in Europa bent, je je wezenloos schrikt als je terug komt.

Hoe dan ook, ik rijdt Afrika in, en zal per land een verslag maken en hier neerzetten. Het eerste verslag zal dus Marokko zijn.