CamperCassie

Cambodja ✓

Cambodja staat bekend om Ankor Watt, en dat ging ik natuurlijk bekijken. Maar eerst een paar dagen in de hoofdstad, weer zo’n mieren nest. 2.572 woorden, 14 minuten leestijd.

Nadat ik met de groep reizigers met de boot bij de Vietnamese-Cambodjaanse grens was gedropt (en ook hier moet je niet te veel van voorstellen), werden al onze paspoorten ingeleverd, en moesten we wachten. Het was rond 12 uur, en dan weet je het wel, want tussen 12 en 4 is het slaaptijd. Gelukkig was er een houten hutje dat versnaperingen verkocht, dus als snel zaten we met zijn alle aan het water, de rijst, of de noedels, of een glaasje warme fris.

Na een half uurtje kwam de douane beambte terug, met de mede deling dat ze twee of drie vrijwilligers wilden die ze konden controleren, en ondanks dat ik het een beetje raar vond dacht ik, kom op, ik zit hier toch maar niks te doen. Bleek dat ze een spiksplinternieuw  hyper moderne scanner hadden gekregen/gekocht, nog op de pallet, midden op de stoffige zandbodem, en die wilde ze even proberen.

Was wel lachen, want ze wisten niet hoe het moest dus ik heb ze nog een beetje geholpen, waar ze heel dankbaar voor waren, en ik mocht dan ook als eerste de het stoffige zandpadje af, de grens over, naar Cambodja.

Welkom in Cambodja

Daar aangekomen, herhaalde het ritueel zich, de bekende formulieren (incl. SARS formulier) moesten worden ingevuld, en de douane beambte moest zijn potje kaarten laten vallen om de paspoorten te gaan stempelen. Nadat alle formaliteiten waren afgewerkt, lag er een snelle boot om het groepje backpackers (stuk of 10) met de boot naar de hoofdstad van Cambodja, Pnhom Penh te brengen. Tenminste, het grootste gedeelte, want het laatste stuk moest met een mini busje.

Na die heerlijke boottocht werden we gedropt, en was het wachten op het busje. Of eigenlijk, op de chauffeur, want het busje stond er, de chauffeur zat waarschijnlijk ergens in de kroeg of zo. Daar niemand ook maar enige info had, was het gewoon maar wachten, en na een uur kwam mijnheer opduikelen. Met zijn 8én in de Minibus gepropt, met alle rugzakken erbij ging allemaal net. Had de fout gemaakt helemaal achterin te gaan zitten, niet wetende dat de wegen in Cambodja zo slecht waren. Daar de chauffeur dacht de verloren tijd in te halen, reden we met een noodgang over de slechte weg, met het gevolg dat ik (en mijn buren ook) regelmatig met het hoofd tegen het plafond zaten. Toch de rit levend voltooid, en we werden bij Royal Guesthouse gedropt, in het midden van PP (ik kort het maar ff af).

PP is wel een stad die anders is dan andere. Een vieze rotzooierige drukke stad, waar geen enkele weg heel is, je vaak alleen maar in dollars kan betalen, en waar je continu door zwervers en bedelaars word lastig gevallen, om maar niet over de brommer taxi’s te spreken, die om de 10 seconde vragen of je van hun services gebruik wil maken. Ondanks dat is het toch een boeiende stad, ook al omdat ie zo anders is.
Die zelfde avond hadden we met het hele groepje backpackers bij Happy Pizza afgesproken, en ik had geen flauw idee waar dat happy voor stond, maar daar kwam ik snel achter toen we eenmaal aan het bestellen waren.

Je kan aan de namen zien wat voor een volk het trekt

Als je je Pizza ´Happy´ wilde, bedoelde je dat je er Marihuana op wilde, en alle backpackers namen happy, behalve saaie Casper natuurlijk. Ik drink wel bier.

Was  gigantisch moe, en ben om half 10 naar geusthouse terug gekeerd om vroeg naar bedje te gaan. De volgende dag flink door de stad wezen lopen, alle WATS (dat zijn de tempels) bekeken, de markten en de boulevard, en verder weinig uitgevoerd behalve wat ge-internet.

Wat een geld gaat er weer om in die religie zeg, zonde, maar wel mooi. Ook het paleis van de koning

De dag daarna (de 20ste dus) een scooter gehuurd, en wat rond getoerd. Omdat het bar warm was, dacht ik, ik ga zwemmen, maar het enige publieke zwembad was dicht voor reparaties, dus hier en daar eens wat gaan vragen bij lokale mensen, tot een persoon, genaamd Polly (hoe verzin je het) , en die zei dat ie het wist, en dat ie bij mij achterop de scooter zou wijzen waar het was. Zo gezegd, zo gedaan, en na een ritje van 15 minuten kwamen we bij het zwembad van een Hotel aan, en dat koste 1 dollar per persoon. Ik denk, ik ga me zwembroek halen, maar Polly zei dat ie ook wilde zwemmen, en desnoods in zijn ondergoed, dus, ik in mijn boxer, hij in zijn onderbroek, hup het zwembad in, en geen haan die er moeilijk over deed (er waren maar 3 andere zwemmers).
Na het zwemmen wilde ik Polly weer terug brengen, maar ik had honger dus zijn we eerst wast gaan eten, en toen had hij het idee om naar het Thai-Boxen te gaan,  leek me ook wel cool. Dus wij, op de scooter, naar de Thai-box arena,  het was zondag, dus lopende gevechten de hele dag, met de TV camera’s er bij. Onderweg werd ik aangehouden door de politie, die een soort valstrik had opgezet, een half bord dat je er niet met de brommer in mocht. Hij begon eerst heel moeilijk te doen, maar na wat babbelen kon ik het met 6 cola’s of 3 dollars afdoen, dus het laatste maar gedaan.

Als bedelaar ga je gewoon midden op de weg liggen

Bij binnenkomst in de Thai-box-arena werden we gefouilleerd door soldaten met Uzi’s of andere machine pistolen en al gauw zat ik, op 2 meter van de ring, naar een stel lui te kijken die mekaar zo onwezenlijk voor rot aan het slaan, schoppen, stompen en hakken waren, dat ik er gewoon van moest lachen. Ik heb het 6 partijen volgehouden, waarvan er 3 knock-outs waren (een heel erg, die gast is niet meer bijgekomen, maar op brancard afgevoerd) en 1 gaf het op, en twee werden door de scheids beslist. Het geheel werd vergezeld door het meest mono-tu-euze (dit is vast geen goed woord, maar het was erger dan monotoon) deuntje, die elke ronde precies hetzelfde was.

Al om al, was het een leuke bloederige ervaring, en nadat ik Polly nog een Hamburgertje en een pilske had aangeboden, was het tijd om huiswaarts te keren, daar ’s ochtends vroeg de bus naar Siem Raap klaar zou staan om 7 uur ’s ochtends (dat dacht ik toen nog, maar daar over meer in het volgende verhaal, we moeten het een beetje spannend houden nietwaar)

21 april 2003, van Phnom Penh naar Siem Raap

Zoals gepland, zat ik om 7 uur ’s ochtends aan de voorkant van het guesthouse te wachten op de bus. Was extra vroeg opgestaan om toch nog snel te kunnen ontbijten en de boel te pakken natuurlijk, dus ik zat om 7 uur al weer te zweten als een trol. Tja, je snapt het, om 7 uur geen bus, en om 7:15 ook niet, en om 7:30 begon ik me zorgen te maken. Langs de receptie gelopen om info te vragen, die je vervolgens dan niet krijgt, en men je letterlijk wegwuift zo van… wacht maar, die komt wel. Dat is iets waar ik moeilijk aan kan wennen, ze sturen je zonder info als een klein kind weer de stoel op, en soms wordt me dat een beetje te veel. Dus toen om 7:45 nog geen teken van een of andere bus was te zien, toog ik weer naar de informatie (not) miep, en vroeg op een wat meer dringende manier waar de bus nou bleef.

Ze klom eindelijk in de telefoon en na wat Cambodjaans gebrabbel, gebaarde ze dat ik in de auto van het guesthouse moest gaan zitten, en dat die me naar het bus kantoor zou brengen. Ik voelde het al aankomen, ze waren natuurlijk vergeten om me op te halen. Aangekomen bij het bus kantoor stonden daar al een paar inboorlingen te lachen, want de bus was dus net 3 minuten geleden naar mijn guesthouse vertrokken om mij op te halen (zucht). De bus was dus ieder geval nog niet vertrokken richting Siem Raap, en na een minuut of 5 kwam de bus (je) er aan. Omdat ik het laatste was om in te stappen, moest ik helemaal achterin plaats nemen, en ik snapte wel dat als de wegen slecht zouden zijn ik aardig zou gaan stuiteren (de achterin plaatsen stuiteren het hardst van de hele bus, daarom waren ze ook nog vrij). Maar goed gemutst als ik was (not), nam ik zonder morren plaats, want, (dacht ik nog met me stomme kop) , op de achterste bank kan ik lekker lang uit liggen als ik slaap krijg.

De rit was gepland om om een uur of 3 aan te komen, maar we  lagen dus al meer dan een uur achter op schema. Enfin, we waren nog geen 3 minuten onderweg of er moest getankt worden, 3 minuten later en de bus reed de garage binnen om naar de banden te laten kijken en zo ging het door. Dat zijn dingen daar ben ik langzamerhand aan gewend.

Om 8:30 vervolgde de weg zich eindelijk richting Siem Raap, en de eerste 2 uur waren best leuk, mooi uitzicht, redelijke wegen, en een hele achterbank voor mezelf.

De weg was goed, het uitzicht ook, dus wat kan mij het schelen..

Toen gebeurde het, want de bus stopte in een of ander plaatsje, en na veel geruzie en gebaren van de chauffeur met wat mensen (vast en zeker om geld), werd de bus vol gestouwd, en werd mijn plek ingekrompen door bagage en mensen die op goed geluk erbij gepropt werden. Ook nogal wat kinderen werden ingeladen en ik zag het lijk al schreeuwen eum ik bedoel drijven. Eenmaal weer op weg vielen die echter allemaal als een blok in slaap (das toch wel ideaal) dus daar had ik geen last van. Naast mij zaten wat mensen met mondkapjes op (ik dacht nog vanwege de sars, maar dat bleek later toch iets heel anders te zijn).

Na een minuut of 20 ging de weg ineens over van een geasfalteerde weg met hier en daar wat gaten, naar een zandweg, met ALLEEN maar hobbels en kuilen. Omdat alles zo droog was (regenseizoen nog niet begonnen), stofte het ook als een gek (vandaar dus die mondkapjes) en achterin de bus was het goed vasthouden om niet met je hoofd tegen het plafond te komen. Al om al geen pretje, en ik was al best wel wat gewend, maar van deze rit gingen pardoes al je tanden los zitten. Dit duurde tot 16:30 ’s middags, (met een half uurtje pauze in de middag), en ik heb me echt verbaast over hoe die kinderen (alle leeftijden, zo tussen de 2-8 jaar schat ik) gewoon doorsliepen, hoe hard ze ook heen en weer gegooid werden. Al om al was het geen prettige reis. Het landschap deed me denken aan Afrika, want het was dor en droog, met hier en daar wat palmbomen. In het regen seizoen, als al dat droge land verandert in rijstvelden zal het heel mooi zijn denk ik.
Om 17:00 uur ingecheckt in een geusthouse, kamer voor $4, zonder a/c of TV (slik) heb wat gegeten, wat rond gelopen, en om 21:30 gaan slapen want de volgende dag stonden de Ankor tempels op me te wachten.

22 april 2003, Siem Raap & Ankor Wat

Siem Raap is de toeristische trekpleister van Cambodja. Hier werden in de vorige eeuw de gebouwen en tempels van Ankor ontdekt, overgroeit door het oerwoud, en men is sinds dien bezig om ze uit de jungle te ontworstelen en te restaureren. Dit valt niet mee, want de complexen zijn enorm, vergelijkbaar met vallei der koningen of de Pyramides van Egypte, en bestrijken vele vierkante kilometers.

De Tempels zijn wat jonger dan dat, gebouwd tussen het jaar 800-1500 , maar zeker niet minder indrukwekkend.
De Fransen waren al bezig om de boel in kaart te brengen sinds de late 19e eeuw, maar door de vele oorlogen en andere ellende die dit land vaak treft gaat het met horten en stoten. En als je de boel de boel laat, komt het oerwoud en slokt alles weer op. (zie de foto’s van de bomen op de muren).

Zo hadden bijvoorbeeld de Fransen een van de tempels steen voor steen afgebroken, om het daarna weer netjes te willen opbouwen. De stenen hadden ze netjes gedocumenteerd naast de tempel gronden gelegd, (en ik heb het hier over stenen van een kubieke meter). Helaas kwam de Kmher Rouge en onze grote ‘vriend’ phol phot,  die vermoorde iedereen, en verbrande alle papieren. Toen na 20 jaar er weer Fransen het land in konden, was er geen documentatie meer waar welke steen hoorde. Ze hebben het de grootste legpuzzel van de wereld genoemd (ik geloof 2 miljoen stenen), en ze hebben het toch voor elkaar gekregen, met behulp van computers, om alles weer min of meer in mekaar te krijgen.

De meest bekende tempels zijn die van Ankor Wat, ook al doordat er diverse films (Tomb Raider en ik geloof ook Indiana Jones) zijn opgenomen, en het de grootste en best bewaarde temples zijn. Het is heel moeilijk de grootte en de indrukwekkende ‘ooohh’ te beschrijven die je uit, als je de tempel gronden binnen komt lopen, laat staan het uitzicht van de bovenste verdieping op je in laat werken.

Immens die tempels

Het is net als de meesterwerken in Egypte, je kan er pas over oordelen als je er geweest ben, vanuit plaatjes lijkt het mooi en zo, maar het is allemaal zo gigantisch groot dat je je dat alleen maar kan voorstellen als je er voor staat.

Het hele complex van tempels is zo uitgestrekt, dat je het met een taxi of brommer moet bezoeken, want het is niet te belopen, en de meeste mensen hebben een week nodig om alles te zien. Nou ben ik een snelle jongen en een cultuur barbaar, dus ik heb het in een dag gedaan (haha), en me alleen de mooiste en grootste en indrukwekkendste dingen laten zien. Het heeft me toch echt een hele dag gekost, van veel lopen, veel klimmen (want heel veel is niet gerestaureerd, dus moet je over stenen en rosten klimmen, door het oerwoud heen) en veel zweet, maar aan het eind van de dag had ik wel een voldaan gevoel.

Steile trapjes

Na zon ondergang worden ook deze tempels een waar circus, waar op elke hoek en elke vierkante meter wel een verkoper staat, die probeert je steeds hetzelfde waren aan te smeren, en daar word je af en toe wel eens erg moe van. Nadat je voor de 30489 keer hebt gezegd dat je geen postkaarten wil, of geen koude cola (het meisje van een jaar of 10 zei tegen me… if you don’t buy my cold coke, i will cry), kan je wel eens boos worden. Maar goed, de mensen bedoelen het goed, maar laat ze eens wat commerciëler denken.

Vandaag (de 23ste) ga ik mijn reis naar Bangkok regelen, wat zwemmen als ik een zwembad kan vinden, en in het algemeen gewoon niks doen (en als het heel erg gaat jeuken misschien een klein tempeltje bezoeken).

Ik heb bewust niet de geschiedenis van Ankor verteld, er zijn genoeg websites die dat al doen.