Zonder kaart reed ik Peru in, dat me onmiddelijk aan Azië deed denken. Wanorde op straat, toeterende auto’s, leuke marktjes. Via Arequipa (en het klooster) reed ik door naar Cusco. Probeerde tevergeefs de Machi Pichu ye bezoeken en toog via het Titicaca meer maar naar het volgende land. Dit verslag heeft 4.569 woorden, 24 minuten leestijd.
Ik had nog steeds geen kaart van Peru dus ik reed maar wat. Wist wel waar ik naar toe wilde maar zonder kaart is het wel lastig. Had gelukkig wel mijn Atlas en de worldmap van Garmin, daarbij had ik een kompas dus ergens komen doe ik altijd. De eerste grote stad in Peru is Tacna.
Op goed geluk mijn auto geparkeerd, bij een bank gepind. Geen idee hoeveel een Sole nu waard is. Als ik het opzoek is een Sole 25 eurocent. Zie overal op de borden dat diesel 8 sole kost. Lijkt me duur, dus ik zal wel iets niet goed doen.
Kocht een oude tweedehandse kaart, alles beter dan niets. Mijn eerste indruk is dat Peru veel meer op Azië lijkt. Rommelig, druk, veel toeterend verkeer, geen verkeersborden.. De mensen hebben een beetje een Tibetaans uiterlijk. Ronde gezichten met spleetachtige ogen. Maar dan wel grote neuzen. Peruaanse vrouwtjes met vrolijke gekleurde kleren , paardenstaarten en gekke hoedjes. Ik mag dat wel.

Noordwaarts was het nog steeds woestijn. Als je Peru denkt, denk je bergen, Inca’s, regen en groene landschappen. Jammer dus. Zand en zand, en nog saai zand ook.
In Moquegua had ik het wel gezien voor vandaag. Maar een parkeerplaats vinden vond ik niet makkelijk. Uiteindelijk maar op een braak liggend stuk grond gaan staan naast een benzine pomp. De bediende vond het geen probleem.
Door naar Arequipa. Daar was een Hotel met grote parkeerplaats. De weg er naar toe was nog meer zand. Omdat Arequipa op 2300 meter ligt was het laatste stukje nog wel even klimmen. Zelfs een tolpoort voor de stad, bah bah, 8 soles dokken (2 euro waarschijnlijk).
Het Hotel Mercedes was snel gevonden. De parkeerplaats was maar klein en er stonden twee hele grote overlander trucks en de Fransen die ik al eerder gezien had in Arica maar nooit mee gesproken had. De mensen van het Hotel waren echt super vriendelijk en ik voelde me dan ook snel thuis.

Plaza des Armas van Arequipa
Het hotel ligt bijna midden in de stad dus als eerste maar eens een snuif Peru genomen en wat in het centrum gaan lopen. Moet zeggen, wat ik zag beviel me bijzonder. Ik was wat voorzichtig geworden door alle enge verhalen, maar de Peruanen zijn hele aardige behulpzame mensen. Het centrum was erg fraai, alles mooi gerestaureerd en een hele fraaie ‘Plaza des Armas’.
Er was een markt gebied dat me erg aan Azië deed denken. Heel veel kleine winkeltjes, lekker rommelig en veel kleur. Winkeltjes zaten bij elkaar qua assortiment. Een heel gebied met 300 schoen winkeltjes (met niet een die de maat groter dan 42 had), dan weer een gebied met elektronica zaakjes etc. Geen grote malls maar familie zaakjes. Men wilde je graag helpen (lees : wat verkopen) en de verkopers waren kundig moet ik zeggen. In de twee dagen dat ik er rondliep liet ik bijvoorbeeld nog eens een sleutel van mijn deur namaken. Had ik in Chili al twee keer laten doen en twee keer was het een klote-kopie, hier in Peru was het in een keer goed.
Ook liet ik de mijn claxon repareren, klasse werk. Peru, zover mag ik het wel.
Arequipa word ook wel de witte stad genoemd. Het ligt onder aan drie vulkanen, is in de geschiedenis vaak (en nog steeds) door aardbevingen getroffen en is de tweede stad van Peru. In de Lonley planet staat dat het de witte stad wordt genoemd vanwege het feit dat veel gebouwen uit een soort wit vulkaan marmerachtig steen zijn opgetrokken. Maar, van een Peruaanse hoorde dat dit larie is. De stad heeft de bijnaam witte stad omdat er vroeger erg veel Europeanen woonde (witte mensen). Je ziet nog steeds hier en daar iemand met blond haar of Europeaanse gezicht trekjes rondlopen.

Ik bezocht het fameuze klooster Santo Catalyna. Dit was een klooster met een gouden randje. Zo groot als een dorp, ligt het midden in de stad, omgeven door hoge muren. Gebouwd in Spaanse stijl stamt het uit 1570 en was apart omdat er alleen maar dames van stand in mochten. Niet zomaar in, nee, die moesten zich inkopen. Ook werd er voor de Dame in kwestie een huis gebouwd op het klooster terrein en ze mocht zelfs een bediende meenemen. Het was dus een soort 5 sterren klooster en ziet er magnifiek uit. Tot ergens in 18zoveel, de Paus het niet langer pikte en een regel-zuster stuurde om de boel in het gareel te krijgen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het klooster is nog steeds in gebruik. Grootste gedeelte is nu open voor het publiek en van deze inkomsten leven de 12 overgebleven zusters. Die wonen in nieuw gebouwde modernere huisjes die midden in het kloostergebouw staan.

Op zondag verder naar het noorden. Het eerste stuk links en rechts zand, niet echt spannend. Echter kwam er plots, na een dubbele politie controle, zee in zicht en de weg zou de komende paar honderd kilometer langs de stille oceaan oplopen. Geen mooie rechte weg maar een erg kronkelige op en neer gaande weg. Dat resulteerde dan wel in soms erg mooie plaatjes van uitzichten. Het landschap bleef vol met zand en toch was het elke keer weer anders. Dan weer scherpe gemene puntige rotsen waar de zee zich wild op stuk sloeg, dan weer parelwitte mooie stranden met veel vogels.
Aan de land kant was het ook afwisselen met als hoogtepunt de zand duinen bij Chala. Plots waan je je in de Sahara, prachtig golvende en stuivende zandduinen, zand op de weg. Erg mooi.

En zo kronkelde ik verder. Wilde eigenlijk een stop maken in Peurto Inca, had gehoord dat je daar goed kon kamperen. Maar toen het donker werd moest ik nog een klein uurtje en dat wilde ik dus niet. Had net mijn auto op een verlaten strandje gezet toen ik, via luid getoeter, hoorde dat de toeristenbus die ook in Arequipa stond, me voorbij reed. Die vond ik de volgende ochtend dus precies op mijn plekje in Peurto Inca staan, tenten opgezet voor alle passagiers, camping was dus lekker vol. Geen zin om daar te blijven (en dat was achteraf mijn geluk) en reed dus door naar Nasca.

In Nasca heeft met vreemde figuren in de woestijn gevonden. Deze vage figuren zijn echter zo groot dat je ze alleen maar vanuit de lucht kan zien. Een ouderwetse beschaving heeft die ooit gemaakt, waarschijnlijk zo tussen 500 voor en 500 na Christus. Niemand weet hoe of waarom. De figuren zijn bijzonder groot en mathematisch perfect.
Parkeerde mijn auto op het gras van Hotel Condor, wist dat je daar gratis kon kamperen als je je vlucht boven die figuren via hun boekte.
Volgende dag stapte ik al vroeg naar de receptie om te vragen hoe laat mijn vlucht zou gaan. Eum, stamelde de man, er is vandaag staking, we weten niet of er überhaupt wel vluchten gaan. Een blik op de weg deed me inderdaad zien dat er geen verkeer was en dat er overal stenen op de weg lagen alsof er oorlog was.

In Nasca werd Peru grimmig
Wat bleek, vandaag was er een weg blokkade door mijnwerkers begonnen. Die hadden zo hun problemen (ja wie niet) en vonden dat reden genoeg om minimaal 3 dagen lang de wegen te gaan blokkeren. Ik pakte de fiets en zag de verschrikkelijke puinhopen op de weg. Het leek Nepal wel. Duizenden stenen, brandende autobanden, autowrakken, alles was op de weg gegooid om te boel te blokkeren. De sfeer was grimmig, er stonden veel mijnwerkers, helmen op de kop, stokken in de hand, en als er iemand langs kwam met iets van een motor (dus auto, brommer etc) werden er met stokken geslagen en stenen gegooid. Het duurde niet lang of er was geen verkeer meer. Ook vliegtuigen mochten niet vliegen, men had gedreigd tijdens opstijgen of landen stenen te gooien. Zat niks anders op dan wachten. In de avond, na al een dag wachten werd het grimmiger. Agenten in oorlog formaties trokken op naar de barricades. Ben ze niet gevolgd, maar er heerst een spanning die te snijden is. En zo sta ik hier dus, en omdat ik niks anders te doen heb en WiFi heb.

Peru. Land van Inca’s. Land van Titicaca meer. Land van vrouwen met vage hoedjes. Maar ook land van armoede en (of maar) trotse mensen. Land van harde werkers. Land van verscheidenheid. Immers heeft het oerwoud, woestijn, bergen, koude en warmte, enfin, je kan veel vinden in Peru.
Ik had op een ergere locatie kunnen staan. Had de beschikking over Wifi, koude douches, zwembad en mooi grasveld, dus ik ging me wel vermaken. Het was ook nog feest, alhoewel ik dat pas een paar dagen later door had. Ik was die dag precies 1000 dagen onderweg met mijn vrachtauto.
Nadat de oproer politie de boel had schoon geveegd begonnen er die zelfde avond weer auto´s te rijden dus ik vermoede dat het ergste over was.
Dat betekende dat ik de lijnen van Nasca kan zien. Tja, hoe moet ik die lijnen uitleggen voor diegene die niet weten wat ze zijn.
In principe zijn het hele grote tekeningen in het zand. Omdat het hier nooit regent, zijn deze tekeningen tot nu toe goed gebleven. De grote van de tekeningen zijn tussen de 70 en 100 meter. Op zich heel knap hoe ze gemaakt zijn, echter zijn ze 2000 jaar geleden gemaakt, en dat maakt het nog veel knaperderder. Recente studies vermoeden dat een deel van de Nasca lijnen zelfs nog veel ouder zijn.

De tekeningen zijn niet alleen heel knap gemaakt, ze zijn wiskundig verantwoord en ze doen je nadenken. Een van de tekeningen is namelijk een buitenaards wezen. !!! Van andere tekeningen wordt vermoed dat ze landingsbanen zijn…..vaag of wat?
Er gaan diverse theorieën over het waarom van deze tekeningen. Een er van dat men ze maakte voor de goden die boven in de hemel woonde. Die konden ze dan van boven goed zien. Maar het blijven raadsels wie en waarom…

Het buitenaards wezen, als enige tekening op een bergwand.
Om 11 uur n de ochtend stapte ik dan ook vol goede moed in een klein cesnatje. Ik mocht weer voorin en een Duits stel ging achterin. Opstijgen gaat snel in zo’n klein ding en in no-time kwamen, al hobbelend, de eerste tekeningen in zicht. Wow, camera ….klik…klik. O.K. zegt de piloot, (een dikke-vette Peruaan die nauwelijks in zo’n klein Cesna-tje paste), nu gaan we er even omheen draaien zodat je het aan de andere kant ook kan zien. Hij gooit letterlijk zijn stuur om en wham, we zakken 20 meter en draaien en stijgen en draaien en hobbelen en ik voel me toch een partij misselijk worden. Ik concentreer me op de horizon en het gaat iets beter, maar al snel komt de volgende tekening er aan, tja dan moet je toch kijken. En weer stuur omgooien alsof ie in een formule 1 auto zit. Voel weer zo’n misselijkheid golf over me heen komen. Het vliegtuigje bleef verschrikkelijk dansen en ik had al mijn concentratie nodig om mijn maag binnen te houden. Dan kan je je niet zo goed op die lijnen concentreren, dat was wel jammer, maar heb ze natuurlijk wel allemaal gezien. Achteraf gezien was het wel spectaculair!!
Later in de middag vertrokken vanuit Nasca richting Cusco. Dat betekend dwars de Andes door. Die weg bleek bijzonder slecht te zijn. Ik kreeg Indiase deja-vu’s. Er zaten héél veel gaten in de weg, die ook nog eens van 600 meter naar 4000 meter steeg. Er liepen zelfs koeien en Lama’s op de weg, begon bijna uit gewenning links te rijden. De omgeving was schitterend. Sliep ergens in de rimboe, dat was wel weer lekker rustig.
De volgende dag werd de weg alleen maar slechter en steeg verder. Op een gegeven moment was er helemaal geen asfalt meer te zien tussen de gaten en het schoot dus niet echt op. Je kan laveren tussen de gaten, maar als er zoveel gaten zijn kun je alleen maar de minst diepe uitzoeken.

Peruaanse Lama’s lijken familie van het schaap te zijn
Vanwege de hoogte was er weinig begroeiing en op een paar lama’s na was er weinig te zien. Werd dan ook een beetje pissig toen ik plots tol moest betalen. Dat was in China ook al zo, alleen liep die discussie met die juf op niks uit omdat we elkaar niet verstonden. Nu dus wel, maar het had ook weinig zin. De antwoorden ‘Het is nou eenmaal zo’, en, ‘we werken er aan’ waren van een categorie eersteklas politica. Had ze eerder van een bankier in Nederland dan van een tol miep verwacht.

Zanderige bergen
Toch werd de weg, na 70 km slecht geweest te zijn, ineens stukken beter en het genot dan dus ook. De kale zandgrond maakte plaats voor groen. Prachtige omgevingen, mooie vergezichten en heel heel veel bloemen overal. Wat raar is want het is herfst hier, bijna winter zelfs, maar als bloeit er weelderig op los. Opeens rook het zo lekker dat ik moest stoppen. Het was een blauw bloemetje, geen idee wat voor een. Heb een bosje geplukt en in mijn auto gelegd, het ruikt nu, naar een paar dagen, nog steeds lekker.
Het was zwaar rijden die dag. Een paar keer naar 4500 meter, weer naar beneden, een en al bocht. Als ik een euro voor elke 240 graden haarspeldbocht had gekregen had ik niet meer hoeven werken . Wel lekker weinig verkeer en de weg bleef goed. Laatste 50 kilometers langs een rivier, alsmaar dalend. Sommige stukken waren, gevaarlijk. Zoals een bord beweerde…’Zona Inestable’.

Langzaam werd het groener
Parkeerde in Abancay bij een benzine pomp. Er kwam plots een Franse familie naast me staan, echtpaar met drie meisjes. Spraken slecht Engels natuurlijk dus was voor mij de lol er snel van af. Had geen zin om Frans te praten tegen ze, dan weet ik het precies…blablablabla, en er geen rekening mee houden dat ik maar middelbaar school Frans ken. Laat ze maar Engels leren. Overigens ben ik er achter dat de diesel (en benzine) hier per Gallon word gerekend, dat is ongeveer 4 liter. 9 Soles zijn 2,25 euro, is dus ongeveer 60 cent per liter.
Volgende dag een schitterende weg (sorry, het word saai maar kan het ook niet helpen) naar Cusco gereden. Vanaf Abancay steil omhoog naar de 4000 meter en dan langzaam zakken, geweldige mooie bergen die vanwege akkerbouw als lappendekens zich uitstrekte.

Mooie lappendeken bergen
Daarna een rivier volgend en het deed heel erg Nepal-achtig aan. De omgeving, de weg, het weer. De koeien langs de weg, het weinige verkeer. Moet wel zeggen dat de kleuren hier veel mooier zijn, feller. Komt misschien door de felle zon, je zit hier natuurlijk veel dichter bij de evenaar. Maar in Nepal is het altijd een beetje hei-ig, hier verse heldere lucht. Plots een vrijdags markt. Alleen voor lokalen. Er werden koeien en groenten verkocht. Het was ook de gelegenheid voor de lokalen om gezellig mekaar te ontmoeten en een stukje samen te happen en vooral te drinken.

Peruaanse vrouwen met de bekende hoedjes
Heel gezellig. Kocht een halve liter verse yoghurt, die volgens de miep geheel natural was. In de auto even proeven… gadver, kilo suiker er in. Het koste maar 74 cent dus maar zo gelaten maar wel jammer. Had wel weer zin in yoghurt.
De weg bleef langzaam dalen. De begroeiing paste zich aan, begon palmbomen en vijgenbomen te zien, fel rode bloem struiken, fel groene velden, het deed bijna pijn aan je ogen. Veel kleinschalige akkertjes met graan of mais, aardappels en koeien. Veel koeien. Temperatuur was heerlijk lente achtig, prima rijden weer dus.

Bloeiende cacti
In Cusco aangekomen vond ik, na wat zoekwerk de camping van Helmie en Gonna. Een Nederlands stel wat hier al 6 jaar woont en de camping Quita Lala eigenlijk als een soort tijdverdrijf er bij doet. Dat schetst dan gelijk de sfeer, lekker ongedwongen en rustig. Het is ook de enige camping in Cusco, wat ik wel wat vreemd vind.

Cusco is mooi. Veel erg mooie uit grote stenen opgetrokken gebouwen. Kleine smalle steegjes bestraat met lokale stenen (soort kinderkopjes), mooie imposante kerken, prachtige ‘Plaza des Armas’, enfin, de cultuur druipt er af. Cusco is ook de uitval plaats om de Machu-Pichu te bezoeken, evenals een aantal andere Inca ruïnes. En dat trekt veel toeristen. Heel veel toeristen. Gevolg, op elke hoek een pizzeria, een reisbureau een een winkeltje met z.g.n. Peruaans snuisterijen. Je komt om in de wollen mutsjes a la Nepal, postkaarten en schilderij verkopers. Voordeel is dan natuurlijk dat je alles kan krijgen, heerlijke koffie gekocht.

De Plaza des Armas van Cusco
In de avond ging ik met een Duits echtpaar uit eten. Die hadden een redelijk betaalbaar restaurant gevonden waar het eten goed was. Hij wilde een stuk varkensvlees dus bestelde hij een Guinea-pig. Grote verrassing toen hij een grote hamster op zijn bord kreeg, kop er nog aan. Dat is lokaal voedsel. Veel vlees zat er niet aan, en echt lekker was het geloof ik ook niet. Ik had een eenvoudig stukje vlees met wat friet en groenten, biertje er bij, 35 Peruaanse Soles (9 euro). Ter vergelijking at ik de dag ernaar in een lokaal restaurantje een menu. Eerst een grote bord soep met aardappels, vaag vlees en wat groente, daarna een grote bord rijst met een gefrituurd stukje kip en een mini slaatje. Was prima te eten. Prijs… 3 soles (75 cent).
Wilde natuurlijk wel Machu-Pichu bezoeken, immers een van de meest bekende toeristische attracties van zuid Amerika. Het zat me echter niet mee. Informeerde de eerste dag eens rond wat georganiseerde tour zouden kosten maar dat hakte er flink in. Besloot op eigen houtje te gaan, en stond dan ook op zondagochtend om 7 uur bij het station om een kaartje voor maandag te kopen.

Machu Pichu ligt op ongeveer 100 km van Cusco af en is nooit door de Spanjaarden ontdekt. Snap niet dat die Spanjaarden die Inca stad nooit gevonden hebben want jij rijd er zo naar toe met auto en trein. Als er tenminste kaartjes zijn, en daar zat het knelpunt. Er bleek op dinsdag en woensdag wederom een nationale staking te zijn afgekondigd, dit keer door de boeren. Er zouden die dag dus geen treinen rijden. Iedereen was dus bezig hun trein rit om te boeken naar maandag, alles zat dus vol. Dan kon ik wel wachten tot donderdag maar dat betekende drie dagen hier rond hangen, en zo mooi vond ik het nou ook weer niet. Besloot dus om de Machu maar de Pichu te laten, en dit de volgende keer dat ik hier was te gaan bekijken. Immers zijn er naast deze bekende ruïne nog wel een aantal meer, je hebt gewoon tijd nodig dat te bekijken.
Ook in Cusco bestaat 80% van het verkeer in de stad uit taxi’s en busjes. Taxi’s zijn dan ook erg goedkoop, voor een euro rijd je de hele stad door. Het zijn veelal van die kleine Suzuki alto dingen, benen in je nek en scheuren maar. Wel handig, want de camping licht boven de stad. Naar beneden lopen doe je in 20 minuten, maar terug naar boven is een ander verhaal. Om dan voor een euro met de auto naar boven te worden gereden is geen straf.
Tja, als men staakt, kan ik niks doen, dus besloot de volgende dag maar door te gaan rijden. Had nog een pak speculaasjes bij me en daarvan genoten Gonna, Helmie, Bert en ikzelf onder het genot van een kop heerlijke koffie op het terras van Quinta Lala. Gonna moest nog gniffelen toen de speculaasjes dreigde op te gaan. Maar goed dat jullie niet in Nederland zijn, daar gaat de speculaas koek trommel na één speculaasje hermetisch dicht. En verdomd als het niet waar is…

Maandag de 18e door richting Titticaca meer. Dinsdag zou alles plat gaan, wilde proberen zo ver mogelijk te rijden in de hoop dat daar dan geen staking zou zijn. (een staking heet hier een Parro). De weg richting Puno was eigenlijk best wel saai. In de stad is het druk met verkeer, maar zo gauw je de stad verlaten hebt is het stil op de weg. Reed door brede valleien met weinig begroeing. Geen spectaculaire bergpassen dit keer, ondanks dat de weg toch op een gegeven moment tot 4400 meter steeg. Ik wilde graag Puno bereiken maar het schoot niet op. 50 km voor Puno was er een klein stadje, het was net India. Het gehucht heet Juliaca, en je wilt er echt niet blijven, al kreeg je er voor betaald. Al het verkeer moest door het centrum, één smalle straat. Tot grote ergernis puilde de lokale markten over op straat, de boel nog smaller makend. Alle bussen en taxi’s stopte midden op straat om te laaien en lossen (en ook hier 80% van het verkeer taxi of bus, dus dan weet je het wel). Het gevolg was een verkeer chaos van jewelste, heerlijk. Maar niet als je haast hebt, want het was al een beetje donker aan het worden. In mijn haast zag ik een agent niet, die ergens verstopt op een kruising het verkeer stond te ‘regelen’, en prompt werd ik 100 meter verder op tot stoppen gemaand. Ik had al wel door wat er fout gegaan was, maar je snapt, plots vergat ik ineens al mijn Spaans. Ik kreeg een ‘Multa’ zei de agent, en pakte zijn bonnen boekje. Ik bleef vriendelijk en smeekte hem het door de vingers te zien (in het Engels natuurlijk). Zowaar liet hij zijn bonnenboekje zakken en begon wat aan me te vragen. Ik verstond het dit keer echt niet. Ik vermoed dat ie een ‘cadeautje’ wilde, dat had ie niet moeten doen. Ik bedankte hem uitvoerig en reed door, nagestaard door de verbaasde agent.
Door heel Peru staan langs de kant van de weg borden met ‘handige’ opmerkingen. Veel over natuur en milieu, dat is wel opvallend. Laat onze fauna intact, gooi geen vuil op de straat, recycle je afval, vecht tegen de opwarming van de aarde, ons planten zijn onze ziel, dat soort teksten. Erg vooruitstrevend voor een arm land als Peru.
Het werd al donker en ik haat in het donker rijden. Het was nog 20km tot Puno en de weg was super slecht. Die combinatie maakte het bijzonder onprettig rijden, zeker omdat ik nachtblind ben. Ik weet niet hoe, maar ik kwam aan de andere kant van Puno terecht ipv in het centrum en ik parkeerde moe mijn auto bij een tankstation aan het Titicacameer. Ik was zo moe dat ik niet eens ben gaan kijken.
In de ochtend was het wederom rond het vriespunt. Niet raar op 4000 meter natuurlijk, maar wel koud. Gelukkig zit je dan ook dicht bij de zon dus warmt het snel op. Overdag is dat ook zo. Sta je in de schaduw, dan is het koud en moet je zeker een trui aan. Sta je in de zon, dan is het warm en is een trui veel te veel.
Rijdend langs het Titicacameer was apart. Het is natuurlijk gewoon een meer. Dat het het twee na grootste meer van zuid Amerika is en het grootste-hoogste meer ter wereld, veranderd niks aan het feit dat het gewoon een meer is. Ook niet dat de Inca’s hier geoogst hebben, dat de Spanjaarden hier huis gehouden hebben en dat de weg slecht was. Het blijft gewoon een meer. Maar wel het Titicacameer!!!
Ik had de locatie van een bijzonder plek gekregen die spectaculair zou moeten zijn en reed om die plek te vinden. Viel inderdaad niet mee. Moest door heel veel en heel kleine landweggetjes heen maar vond wel de mooie plek. Op een schiereiland, boven op een land punt, het meer overkijken, aan de overkant de besneeuwde toppen van Andes net ten noorden van La Paz. Door een fris windje bleef het koud (11 graden) maar besloot toch de dag op deze mooie plek te blijven. Kreeg na een paar uurtjes bezoek van een lokaal die vermoede dat ik slechte dingen aan het doen was. Heb hem gerustgesteld. Later in de middag kwam er een oude man die blijkbaar onder aan de berg woonde. Hij had geen tanden meer en zijn tandvlees was op een rare manier naar buiten gegroeid. Hij vertelde dat ie 7 maanden geleden zijn vrouw had verloren en nu helemaal alleen in zijn gammele huisje onder aan de berg woonde. Lijkt me ellendig.

De volgende ochtend kwam er een rimpelig oud vrouwtje met 2 ezels voorbij lopen. Wat ik dan maar deed hier?. Ik was toch zeker wel een smokkelaar, anders zou ik niet zo maar daar gaan staan. Nu snapte ik het. Aan het andere kant van het meer ligt Bolivia. Dat was natuurlijk ook wat de andere vent vermoede, dat ik iets smokkelde. Ook het oude vrouwtje mijn auto laten zien en een tijdje met haar staan te kletsen, ze was overtuigd. Ik moest zeker terug komen vermelde ze toen ze weg liep, ze had nog wat echt Peruaans spul liggen wat ze graag aan mij wilde verkopen. Wollen mutsjes en gebreide giraffes. Hoe bedenk je het zo, kan me niet herinneren ooit een giraf in Peru gezien te hebben.
Door naar Bolivia. De grens (er zijn er twee) lag aan het eind van het Titicacameer ongeveer 100 km verderop. Daar aangekomen bleek de grens gesloten. Een wat lui, tegen zijn hutje aanhangende, douane beambte vermelde dat er aan de andere kant, in Bolivia dus, een staking aan de gang was en ik er waarschijnlijk niet in kon. Maar, zegt ie, loop de brug maar open en ga het maar vragen. Ik Bolivia dus in. Het was er gelijk rommelig en het stonk vies. Navraag bij twee uniformpjes leverde de info op dat er inderdaad gestaakt werd, vandaag en waarschijnlijk morgen ook, en dat niemand er door mocht. Ook geen aardige kale toeristen.

Gewoon, langs de kant van de weg…
Geluk bij een ongeluk is dat er nog een andere grensovergang in de buurt is. Dat betekende wel 100 km omrijden en een ‘veerpont’ nemen, maar beter dan 2 dagen te moeten wachten en zo’n stink gehucht. Na een dik uur omrijden de andere grenspost bereikt. Overgang ging vrij makkelijk. Aan de Boliviaanse kant ging de douane zelfs in een record tijd. Nog nooit zo’n snelle beambte gezien. Hij pakte het carnet (ik was de enige met en auto), twee stempels, wegwezen. 45 seconden denk ik. Ik stond met open mond te kijken, geloofde het niet, inspecteerde de stempels. Ja hoor, alles klopte, dus bedankte de man, vertelde hem dat hij de snelste douane beambte ter wereld was, en reed Bolivia in.
Om te onthouden:
Peru heeft de SOL, die is 25 eurocent waard.
Diesel kost tussen de 8 (zuiden aan de kust) en 10 (bergen) Sol per Gallon (3.8 liter), ongeveer 50-60 eurocent dus per liter.
Je moet regelmatig tol betalen, tussen de 1 en 3 euro per keer. (ik rijd een vrachtwagen).
Politie altijd vriendelijk en behulpzaam, geen problemen mee gehad.
Bij de grens wilde men dat ik het Carnet gebruikte.
