CamperCassie

Thailand 2 ✓

Nu mijn technische zaken verholpen zijn wordt het weer tijd wat van Thailand te gaan zien. Ik reed dus zuid waards langzaam richting Maleisië. Dit verslag telt 7.277 woorden, 39 minuten leestijd.

Zondag morgen (de 20ste januari) uit Bangkok vertrokken. Ik wist ongeveer hoe ik moest rijden. Ervaring en een beetje geluk deden de rest en in een keer deze joekel van een stad uit. Die verhoogde snelwegen zijn ideaal, je zoeft over alle ellende heen. Toch duurde het vrij lang voor het verkeer wat minder druk werd, waarschijnlijk ook omdat ze de hele weg nummer 35 aan het verbouwen zijn, waardoor er rare weg situaties ontstonden. Op weg nummer 4, (de A2) naar het zuiden was het niet veel beter. Veel weg opbrekingen en erg slechte wegdek. Geen gaten, want die zijn allemaal gevuld, maar op zo’n manier dat de weg zeer hobbelig word. Niet prettig rijden.
Had als doel Prachuap Khiri Khan, omdat er in de LP stond dat dit een slaperige stad was. Niet te druk dus, en er was strand. Daar aangekomen om een uur of drie werd zelfs ik er slaperig van. Het is een provincie hoofdstad, maar wel een hele layed-back versie. Ik houd daar wel van, niet zo veel verkeer, niet zo veel toeristen, gewoon Thailand zoals het hoort. Zocht een plekje op het strand op, en ik stond daar vrijwel moederziel alleen. Bijna midden in de stad. In de avond kwam er wat meer volk, maar het bleef vaag. Kwam Roy tegen (weer een Roy’), uit Canada, die hier woont en werkt. Iets met olie platforms en zo. Aardige gast, hij vertelde me dat ik de militaire basis op kon rijden, en dat daar een veel beter strand was. Iets voor morgen wellicht. Hij was nog niet weg of Rose belde. Rose en Dave ontmoete ik in India, we hebben steeds contact gehouden. Ze zitten nu in Noord Thailand en vertelde me dat ze over 10 dagen in Bangkok zouden zijn. Jammer, daar ben ik dus al weg, dus een tweede ontmoeting met hun zat er niet in. Zij gaan China in, om via de Stan landen terug naar huis te gaan. Ze hebben een grotere auto gekocht, en gaan die dan ombouwen, en gaan dan Afrika en Amerika doen. Wellicht kom ik die nog eens tegen ergens.

Eerste deel afzakken in Thailand

Parkeerde mijn auto eerste onder aan de tempel, de tempel die dit gehucht zo siert. Die tempel staat boven op een berg, de hele omgeving overziend. Omdat Thailand hier maar 12 km breed is, kan je van boven zelfs Myanmar zien. Maar ik wilde die berg morgen vroeg beklimmen, zonsopgang geeft mooiere foto’s. Kocht wel vast een zakje maïs voor de apen. Er lopen er hier honderden. Verkaste de auto voor de nacht naar de zee en bracht een heerlijke rustige avond aan de waterkant door.

Volgende ochtend om half 6 op om die berg te beklimmen. Het waren 370 trappen, dat viel eigenlijk wel mee. Zo vroeg, het was nog donker, waren er nog geen apen, sterker nog, er was helemaal niemand. De stank van de apen hing er wel, en overal op de trappen uitwerpselen. Jammer. Bijna boven aangekomen begon het te schemeren. Blijkbaar slapen de apen helemaal boven op de berg, want plots een lawaai. Er stormde 200 apen van boven de tempel op me af, die hadden me aan zien komen. Ik schrok me wild, probeerde het maïs weg te gooien maar de eerste aap graaide gelijk die maïskolf uit mijn hand. Ik zag de andere 199 op me af stormen en in een paniek reactie gooide ik de hele zak met kolven weg, de trappen af. Dat werkte wel, want alle 200 stormde de plastic zak achterna en vergaten dat ik er was. Pfew, dat was schrikken.

Zonsopgang vanaf de hoge tempel.
Helemaal boven aangekomen was de tempel niet veel bijzonders, maar het uitzicht was des te mooier. De apen hadden de tempel flink gesloopt, alle dakpannen eraf gegooid en niemand die er wat aan doet. Toen ik terug bij de auto was zat die ook onder de apen. De mormels hadden de spiegels lekker verzet tijdens het omhoog klimmen en de katoenen cover van mijn kraan kapot gescheurd om te kijken wat daar in zat. Je zou het maar kunnen eten. Ik had mijn katapult uit India nog, maakte er hier een apenpult van.

Zal ik jou auto eens onder scheiten. Duivelsaap

Na ontbijt verkast naar het strand binnen de luchtmacht basis. Daar was goed te zwemmen maar het was een beetje saai. Vandaar in de middag een stukje gaan rijden, wat andere strandjes bezocht en het ‘science museum’ van de buitenkant gezien (volgens de gids was er niks bijzonders te zien). ‘s Avonds wee op dezelfde plek gaan staan aan het strand in Prachuap Khiri Khan.

Volgende dag op zoek naar Ban Krut. Met wat zoeken gevonden. Dit deel van Thailand is niet zo op toeristen ingesteld, vandaar dat veel borden alleen in het Thai staan. Maar met kaart, GPS, postduiven gevoel en veel verkeerd rijden kom je er toch wel. Ach, en zo kom je nog eens ergens, zoals bij de vreemde tempel (Wat Tan Sai) boven op de berg. Lonely planet beschreef dat het een hoog Disneyland gehalte had, en met die torens leek het er inderdaad wel een beetje op. En natuurlijk een immense (hoe kan het ook anders) Boeddha die over het water uitkijkt, richting Sinoukville. Doe moet mij dus aan hebben zien komen.

Die had me al lang aan zien komen.

Het strand van Ban Krut was een parel van 10 km lang. Kon wederom met de auto op het strand staan, onder de palmbomen dit keer. Bond mijn hangmat tussen twee palmen en daar legde ik, of eigenlijk daar hing ik. Een reisbrochure zou het niet mooier kunnen laten zien. En het was wederom erg rustig. Misschien wel omdat de zus van de Koning was overleden. Dat betekend in Thailand 100 dagen rauw. Er mag niet uitbundig gefeest worden, er zijn bepaalde kledings voorschriften en karaoke mag al helemaal niet.
Ondanks deze rust kwam er toch een Duitser langs die tegen me zei: jij stond drie weken geleden in Sinoukville. Die was daar toevallig ook en had me daar gezien. Was wel boeiend hoe hij Cambodja afkraakte. Hij vond het absoluut geen land voor een vakantie, iets waar ik het helemaal mee oneens was. Alles en iedereen was corrupt (dat klopt), niks van het geld gaat naar de gewone mens, alles gaat in de zakken van de regering. (klopt ook). Maar, en daaruit blijkt mijn andere manier van reizen, ik vond het juist een boeiend land omdat de mensen arm zijn en daardoor oprecht, met je willen praten om te praten. Hij vond het maar niks dat als je in Phnom Pen aan de boulevard zat, er kleine kinderen van de honger komen bedelen om eten, terwijl iets verderop een Hummer met een regering functionaris voorbij rijd. Deze man gebruikt in zijn ritje naar het restaurant even veel geld aan benzine als dat die arme bedelaar in een hele maand ziet.
Als je zo redeneert, kan je maar weinig landen bezoeken. Armoe is niet leuk, zeker niet als je honger hebt, maar wegblijven uit een land daarom, maakt het volgens mij alleen maar erger. Maar die Duitser en ik werden het niet eens, zo heeft iedereen zijn eigen manier om naar een land te kijken.

Daar legt ie weerrrr.
Ook een uur staan kleppen met 4 andere Duitsers die op twee brommers aan het verkennen waren. Veel gezwommen ondanks dat het water niet erg helder was. Het enige minpuntje. Er zaten veel algen in het water, dat op zich weer een goede voedingsbron was voor enge beesten. Zag dus veel krabben, inktvissen en ook een hele grote kwal. Blij dat ik die niet aan heb geraakt in het water, dat kan zeer pijnlijk zijn. Bestede de dag verder een beetje met het bestuderen van de vele dingen toeristische bezienswaardigheden die er blijken te zijn, hier in zuid Thailand. Van grotten en watervallen tot natuurparken en stranden. Het is natuurlijk niet te doen die allemaal te gaan bekijken, dus moest een soort route uitstippelen. Komt bij dat de onrust in het zuiden van het land, waar Moslim separatisten door middel van bommen gooien zo hopen hun zin te krijgen. Dat ‘conflict’ sluimert al jaren maar is nu weer verhevigd. Elke dag staan er wel verhalen in de krant over ontplofte bommen. Dat deel van Thailand moet ik dus in een versneld tempo doen.
Wilde ook nog naar Phuket, het Torremolinos van Thailand, of misschien beter het Lloret. Bekend om full-moon rave parties, drank orgiën, disco’s en dancings, dikke restaurants, resort hotels, luxe en decadentie, en natuurlijk niet vergeten de mooie zee. De nacht maar aan het parelwitte strand door gebracht, ik weet het, het wordt saai. Sorry.

En die kids… ze zien er niet uit….

Ben ondertussen de 500 dagen gepasseerd. 500 dagen onderweg. Het lijkt veel, toch is het alsof ik vorige week weg reed. De tijd vliegt. Echt vliegen he. In die 500 dagen heb ik bijna 50.000 km gereden, dat is dus gemiddeld 100 km per dag. Ik heb 17 landen bezocht, sommige meerdere keren. Ik heb goede en slechte tijden meegemaakt, veel slechte wegen gezien en weinig goede. Dagen regen gehad, maar ook maanden van droogte. Veel leuke mensen ontmoet en een paar minder leuke. Maar vooral, ik heb het 500 dagen lang naar mijn zin gehad, en zou voor geen goud terug willen.
Zou ik iets anders willen doen? Mmm, misschien wil ik nog meer zien, minder rijden, langer op bepaalde plekken blijven. Dat is niet altijd mogelijk, maar ik zou het wel willen.

Gaat dat wel goed met die boven leiding

De volgende dag een heel stuk naar het zuiden afgezakt. Ik kwam wat moeilijk op gang, zere rug, wat buik krampen. Het begon te regenen. Voor het eerst sinds twee maanden dat ik weer regen zie. Dat alles samen brengt dan een ‘wat doe ik hier in Godsnaam gevoel’ op. Want in Thailand kan je best eenzaam zijn heb ik gemerkt. De Thai laten je voor wat je bent, en zullen niet snel op je af komen. Tenzij je als een advertentie pontificaal en uitnodigend buiten gaat zitten, zo van… en wie komt er met mij praten. Maar zo werkt dat niet bij mij. De bui duurde gelukkig niet zo lang. Het weer klaarde wat op, de weg stak Thailand over, door mooie groene heuvels, door wouden van palmbomen (kokos is een belangrijk product hier). Ik reed dus van de Golf van Thailand of Zuid-Chinese zee, naar de Andaman zee of Indiase oceaan. Lijkt heel wat, maar Thailand is in dit stuk niet zo breed, 30 kilometer of zo, van zee naar zee. Zag ook erg veel boten op vrachtwagens geladen, die van de ene zee naar de andere werden vervoerd. Dit was veel sneller dan varen.

In dit deel van Thailand veel Tsunami waarschuwingen.

Overigens zijn er al een paar maal studies gedaan om hier een kanaal te graven. Dat scheelt een heel stuk omvaren, vooral de Chinezen zijn er erg happig op, en financieren dan ook de huidige studie.

Thai zijn niet perse slechte rijders. Ze hebben allemaal goede auto’s, je ziet geen wrakken en over het algemeen rijden ze rustig. Des te verbaasder was ik dat ik vandaag 7 !!! eenzijdige ongelukken heb gezien. Allemaal pick-up trucks, die op de een of andere vage manier van de weg waren geraakt. Een ervan was zelfs over een vangrail heen gedoken, een lantaarnpaal meenemend. Zou het iets met de regen te maken hebben, ik weet net niet maar ik vond het wel erg vaag.

Ik wilde vandaag meer dan alleen rijden, ik wilde ook wat toeristische dingen zien. Er staan overal langs de kant bordjes met dingen om te zien, en ik besloot daar vandaag eens een paar van te gaan bekijken. Ben gelijk genezen.
Het eerste bordje wees naar een waterval. De Cum Saeng waterval, klinkt spannend…toch? Ik de B-weg op, na 3 km kwam ik bij de plek waar die waterval moest zijn. Waarschijnlijk staat ie alleen tijdens het regen seizoen aan, nu stroomde er geen water. Pech.

30 kilometer verder een bordje, twee watervallen. Ik denk jippie, twee vallen in een klap. Ik links af de heuvels in. Jammer dat er niet op de bordjes staat hoe ver die vallen zijn. Maar het stond goed aangegeven, tot ineens na 20 km (!), een splitsing, geen bordjes meer. Kut. Gokken. Na 2 km… fout gegokt, de weg houdt op. Moeilijk keren op die smalle b-wegen, terug rijden en andere vork nemen. Na 4 km, bordje waterval, rechtsaf, een landweg op die zo smal was dat een fietser er moeite mee zou hebben. En op het bordje stond nu ineens wel een aftstand… 7 km. Ja daaaag. Bijna 50 km voor niks.
De tweede waterval was helemaal verdwenen dus ik gaf het op. Weer 50 km verder, bordje met ‘scenic viewpoint’. Had zin in thee, dus ik denk ik ga op dat viewpoint staan, en een bakkie doen. Er stond weer geen afstand bij, maar de weg was goed. Na 12 km, weg splitsing en geen bordjes meer. Niet weer dacht ik, gokte maar weer en gokte weer verkeerd. Toch vond ik, met wat geluk de scenic viewpoint. Dat was een uitkijktoren die aan het water stond, in een resort waar ik met mijn auto niet in mocht. Zo, nou, die bordjes doe ik dus niet meer. En al helemaal niet als er geen afstand op staat of als het vaag is naar welke weg ze wijzen. Dat gebeurt ook regelmatig. Soms staat een wijzing naar een weg al 1 km van te voren, soms 10 meter voor de weg. Zoek het maar uit.

Ik bedacht een ander plan. Als het op mijn Nelles kaart staat, dan is het de moeite waard, anders ga ik niet meer kijken. Dit werkte beter. Op de Nelles kaart stond de Penyaban waterval. Ik had geluk, die was pal aan de weg, dus hoefde er niet voor om te rijden. Hij was beter dan de eerste maar niet spectaculair. Als ik douche, zie ik meer water. Het tweede wat op de Nelles kaart stond waren de Hot-water springs bij Ranong. Die waren gelijk een schot in de roos, en heerlijk mijn zere rug in het hete water lopen los maken. De baden waren officieel alleen maar om je voeten in te weken, maar ik kon het niet laten er helemaal in te gaan zitten. Dat was dus een manier om erin te houden, lang leve de Nelles Kaart.

De very hot springs

Jeee, vandaag de 50,000 km gepasseerd. Ik was in zuidwest Thailand, vlak bij Ranong, op zoek naar echte watervallen. Even ter herinnering. De 40.000 was in China, tussen Dali en Kumming, de 30.000 was in Pokhara in Nepal, de 20.000 was in zuid India, vlak bij Agonda.
Bij een van de non-watervallen had ik een foldertje gepikt van het Laemson National park. Dat zag er mooi uit, een bospark aan het strand, dus besloot het hele eind er naar roe te rijden. Pfff geintje, kwam er toch langs, en het was maar 50 km. Om 10 uur in de ochtend stond ik dus als voor de deur van het park. Ze waren aan het bestraten op de parkeerplek, ik mocht gratis naar binnen. Normaal kost dat minimaal 200 bath. Dat is mooi verdiend, de hele dag genoten van een lange strandwandeling, een heerlijk dutje en, toen de stratenmakers er mee op hielden, een heerlijke rust.

Verder doorstomend naar het zuiden voerde de weg zich door groene bergen. Dat betekend kronkelwegen maar ook mooie natuur. Thailand is wel vrij dicht bevolkt zodat je maar weinig door stille stukken natuur komt. Er staan altijd wel huizen of er zijn dorpjes. Echt stil is het pas in die National Parks, en daar hebben ze er dan ook vrij veel van.

Phuket is een eiland. Het hangt wel tegen het vaste land aan, maar je moet toch een brug over, dus technisch gezien is het een eiland. Al ver voor ik bij Phuket in de buurt was merkte je  dat het aantal buitenlanders sterk toe nam. Je zag ineens blanke huidjes op brommertjes, roze velletjes op de straat waggelen en bordjes langs de kant van de weg, in het Engels, met teksten als ‘Internet’, ‘Coffee’, ‘happy hour’ en dat soort westerse kreten. Khao Lak was de eerste echte badplaats waar de blanke duidelijk in de meerderheid was. Eenmaal bij Phuket aangekomen was er meer blank dan bruin te zien. Om een beetje te wennen wilde ik het strand van Hat Mai Khao bezoeken. Dit omdat in de Lonely Planet stond dat het een  stil en verlaten pracht stuk strand was, en twee omdat hier grote schilpadden kwamen om hun eieren te leggen, en dat wilde ik wel eens zien. Het strand vinden viel niet mee. Blijkbaar houden de Thai het een beetje geheim om de schilpadden rust te gunnen. Kan me voorstellen dat het ‘niet lekker eieren leggen’ is als er 30 Farang naar je staren en met grote regelmaat de flitsers van hun digitale camera’s in je schildpaddenogen doen afgaan.

Na wat speurwerk vond ik het strand (denk ik), en het was inderdaad een mooi verlaten stuk wit zand. Heb helaas geen schildpad gezien. Had ook geen idee of het wel leg seizoen was, misschien moeten ze eerst op stok of zo.

Na een zwempje door getuft naar Patong, omdat ik van een andere overlander een mooie parkeerplek had doorgekregen net ten zuiden hiervan.  Wat een drukte op de wegen hier, en wat een hoeveelheden toeristen. Ik dacht dat het in Bangkok erg was, maar hier is het veel erger. In Patong aangekomen was het één grote massa van hotels, restaurants, disco’s, souvenir shoppies, bars en andere goedbedoelde toeristen lokkers. Maar zo choc-a-bloc dat ik niet eens het strand heb kunnen zien, terwijl ik er meters vandaan reed. En wat een volk op de been…alsof heel het westen hier zat.

Snel door naar Karon. Dit was even erg, maar minder groot en er was inderdaad een parkeer mogelijkheid, op het strand. Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer vertellen, en vijf minuten later zat deze Jansen zijn ogen uit te kijken naar al die toeristen, terwijl al die toeristen hun ogen uit zaten te kijken naar mijn auto. Nou, das een mooie verdeling zo, die houden we erin. De volgende dag mijn claxon gemaakt, die was de dag ervoor er ineens mee opgehouden. Dat is erg in Azië, zonder claxon rijden is als praten zonder dat je een mond hebt. Dat jobje stond dus boven op mijn lijstje. Het toeval wilde dat ik wat koffie over mijn stuur had gemorst, en dat was niet ver voor de toeter problemen begonnen., dus eerst daar maar eens gaan kijken en meten en ja hoor, goed gegokt. De koffieplak had een contact vastgeplakt, en dat was weer snel verholpen. Daarna een aantal gesprekken met toeristen gehad, een vrachtwagen chauffeur uit Finland, (die me vertelde dat naar Vladivodstok rijden mogelijk moest zijn, in het najaar, niet in de winter), een Italiaan die verliefd werd op mijn auto,  een Zwitser wiens droom het ook altijd was…. Enfin, de lijst is lang, maar allemaal leuke mensen om mee te kletsen.

Besloot te gaan duiken. Had natuurlijk niet voor niets ooit mijn duik brevet gehaald en Phuket staat bekend om zijn mooie duikwaters. Boekte een duik dag met de firma South Siam Divers, en verwachte, zoals reeds eerder in Thailand was gebeurd, als vee door het water te worden gesleurd. Die verwachting werd absoluut niet waar, want het werd een zeer leuke dag.

Om 7 uur opgehaald, precies op tijd. Na het ophalen van wat andere toeristen (vier russen, twee Zwitsers en twee Zweden) werden we efficiënt en snel aan boord gezet. Een fraai schip, met plaats voor 25 man, dus met zo weinig, plaats genoeg. De zee was erg ruw vanwege een harde wind. Het nam al mijn concentratie om, tijdens de anderhalve uur durende vaart naar het Racha Yai eiland, niet zeeziek te worden. In de luwte van het eiland zelf werd de zee wat rustiger en binnen een mum van tijd lag ik 9 meter onder de zeespiegel. Uiteraard met fles, masker en dergelijke. De eerste duik maakte ze makkelijk omdat het al drie jaar geleden was dat ik gedoken had, ik was wat roestig. Maar net als fietsen verleer je duiken niet snel en als een volleerd dolfijn zwom ik al snel tussen de andere vissen. En dat waren er veel.

Er was niet zo heel veel koraal, maar echt superveel vissen, en in de mooiste kleuren, raarste vormen en alle maten die je maar bedenken kan. Zo kwam ik een morene tegen, die me gevaarlijk aankeek en me met zo’n blik van ‘kom nog dichterbij want ik heb honger’ mij op een afstand hield. Een blauwvlek rog, miljoenen gele, blauwe, groene en pimpelpaars gestippelde en gestreepte vissen waarvan ik de namen niet ken, kreeften, opblaasvissen (die maken zich rond als er gevaar dreigt, vierkante grote ogen vissen (ik moet toch een naam verzinnen) enfin, te veel om op te noemen. Na een perfecte lunch een tweede duik gedaan. Die was wat dieper (tot aan 18 meter) maar minder spectaculair dan de eerste, wat niet wil zeggen dat er niets te zien was natuurlijk.

Zou je moeder trots op je zijn?

Er was nog een spectaculair ding wat te zien was, en dat was de boot van een rijke Rus. Ik kan zijn naam niet herinneren, maar hij schijnt de voetbal club Chelsea te hebben gekocht. Dat ie geld heeft laat ie merken. Jezus, niet normaal. Vier verdiepingen, helikopter er op, jetski en speedboot erbij, je snapt, ik was vet jaloers. Ik denk dat ik met al het geld wat ik heb, dat bootje een halve dag kan huren.

Kom wat dichterbij, ik heb honger

Al om was de duik dag geslaagd, en ik kan iedereen deze duik firma aanbevelen. (www.southsiamdivers.com).

In mijn boek, en ook van andere overlanders, hoorde ik dat het Hat Nai Han strand ook erg geslaagd was. De volgende dag op naar deze plek. Na wat fout gereden te zijn kwam ik op een strand aan wat absoluut niet prettig was. Je kon er niet vlak bij parkeren en het was er erg druk. Maar doorgereden en na wat omzwervingen kwam ik in Phuket terecht. Dit bleek ook niet veel bijzonders, dus ook hier weer door gereden en gestopt bij een immense Big C, Hypermarkt. Er waren ook andere winkeltjes, ben hier helemaal geslaagd. Zowel een nieuwe draadloze wifi adapter voor mijn computer als een korte broek en wat etenswaar. Besloot ook ter plekke om Phuket maar te verlaten. Het enige wat het bood was leuke (maar drukke) strand plekken, en die zou ik vast nog wel heel veel tegen gaan komen in de komende weken. Want zuid Thailand als ook Maleisië stikt van de mooie strandplekjes.

Vlak bij Phang-Nga bestond er de mogelijkheid om met een boot, door een mangrovebos naar het James Bond eiland te gaan, uit de film.

The Man with the golden Gun. Een van de eerste Roger Moore JB’s geloof ik.  Na oeverloos onderhandelen voor 500 Bath met een longtail boot er naar toe. Ik moest nog 200 bath entree voor het park betalen maar daar kwam ik met wat gepraat onderuit, en besloot die 200 maar aan de boot mijnheer te geven, want zijn boot was zo lek als een mandje. Als ie niet elke 5 minuten flink hoosde, zonk de boel geheid. Het water kwam tussen alle naden door.

Het James Bond eiland was zoals ik het verwachte, een leuke toeristische attractie. Leuk voor 10 minuten, maar ik heb het er wel 15 uit gehouden. Bij het zien van de omgeving kon ik me de film weer herinneren, wel leuk.

Na een warme nacht (geen zuchie wind, dus erg benauwd) was het een Nationale Park dag voor mij. Het boek der boeken, de bijbel der reizigers, mijn toeverlaat, mijn bron van informatie, en tevens het boek met de meeste fouten er in, de Lonely Planet (LP), beschreef twee parken erg smakelijk, en die lagen op de weg naar het zuiden. Het eerste park was ver weg van alles, ook van nodige bezoekers. Wellicht komt dat omdat de LP vond dat je op een gegeven moment links af moest slaan, terwijl dat rechts was. Hoe dan ook, ik vond het park wel.

Het Manora Forest Park zag er erg netjes uit, met een parkeerplek die ik voor me zelf had. Behalve wat veeg meisjes was er niemand. Zelfs in het kantoor, wat open was, was niemand. Het park ingelopen, en dat was inderdaad erg mooi. Beetje poppetjes achtig, alles mooi aangeveegd en geharkt, paadjes gemaakt, uitleg borden (alleen in Thai), veel beekjes die over rotsen stroomden, kleine zwembadjes met water vormend. Echter na 10 minuten lopen was ik al aan het eind van het park. Besloot dus maar voor de lunch door te rijden naar het Than Bokkharani park een kilometer of 50 verder op. De weg was voor een deel prachtig, minimaal 20 BPK, veel groen en weinig verkeer. Dat kwam omdat het meeste verkeer via een nieuwe weg reed, die veel sneller en breder was , en vast veel minder mooi, vermoed ik, maar dat zal ik nooit weten. Bij het Bokkie park aangekomen eerst maar eens een lekkere tonijn salade gemaakt. Je moest in dit park entree betalen (200 Bath, best veel), dus ik wilde met volle buik naar binnen. Helaas pindakaas was dit park minder mooi dan het eerste. Er was net als in het vorige park een soort rivier die zich in allerlei splitsingen als een soort octopus door een bos stroomde. Ook hier liet het minder heldere groene water veel vijvertjes en kleine zwembadjes achter, waar de Thai gebruik van maakte om zich in te vermaken. Het park was mooi hoor, maar niet de 200 bath waard vond ik, en toen ik op een gegeven moment zo zwaar werd aangevallen door een tros muggen besloot ik maar om het park te verlaten.

Zo terug lopend moet ik mijn handdoek met zwembroek hebben verloren die ik achter op mijn rugzak gebonden had. Ik weet zeker dat iemand dat gezien moet hebben, het was best druk in het park, maar geen hond die me waarschuwde. Zoiets zou in veel andere landen nooit gebeuren, en het was voor mij, achteraf, een bevestiging dat Thailand geen land voor mij is, en de Thai geen volk dat mij na aan het hart ligt. Ik weet het, het klinkt stom, maar ik het al die tijd dat ik in Thailand ben nog geen enkel leuk contact met lokale bevolking gehad. Ja, als ze je wat willen slijten, dan ben je er, anders niet. Ik heb dit drie jaar geleden ook geschreven, mijn mening is nog steeds niet veranderd.

De Farang wordt aardig gevonden als melkkoe. En meer niet. Is misschien ook wel te begrijpen, er zitten hier zo ontzettend veel buitenlanders. Ik kan het fout hebben maar ik blijf bij mijn mening. Er zullen ongetwijfeld veel buitenlanders zijn die dol op Thailand zijn. Ik denk dat het ook heel anders is als je hier twee weken op een strand vakantie naar Phuket gaat. Maar voor diegene die in Thailand geweest zijn, denk eens na, hoeveel contact met lokalen heb je gehad zonder dat er een financiële gedachte aan ten grondslag ging?…eerlijk…?

Tuurlijk is de ober aardig, buigt het kamermeisje en vouwt ze zo lief haar handen voor haar voorhoofd. Zeker is de masseur/masseuse een toffe peer. Zeker is de man van het reisbureau een goeie gast. Maar die verdienen allemaal aan je, en dat weten ze donders goed. En dan zullen ze ook aardig zijn, en je ook helpen, zolang het niet te moeilijk is hoor. Als het moeite kost, mmm, dan schudden ze meestal het hoofd. Zo zoek ik al een tijdje gewoon een stuk hout, MDF of spaanplaat, van 50×63 cm. Ik ben zeker 10 hout winkels in geweest, allemaal hebben ze hout, maar allemaal platen van 3×2 meter. Op de vraag of ze wat kleiner hebben of wat willen zagen voor me, wordt onmiddellijk nee geschud, en men is dan onmiddellijk niet meer geïnteresseerd in je. Krijg een beetje China gevoel hier.

Ik heb ieder geval meer kontakten met buitenlanders gehad dan met Thai, en dat vind ik jammer. Want op zich zijn de Thai verder vriendelijk, maar schuwen gewoon contact. Vind het ook heel raar dat , in een land als Thailand, waar al 30 jaar zo veel toeristen komen, de bevolking zo slecht Engels spreekt. Genoeg geklaagd over dit land, het gaat gewoon in mijn zware boekje, punt uit.

Wat gaat er weer een geld om (verloren) aan religie

Door gepoekelt naar Krabi, waar ik na 3 verschillende parkeerplekken te hebben geprobeerd pontificaal voor Tha Kong Ka ferry terminal ben gaan staan. Omdat ik nodig de was moest doen besloot ik de volgende dag ook te blijven. Ik heb geen wasmachine aan boord zoals sommige, en doe kleine wasjes wel zelf met de hand, maar lakens en beddengoed, lange broeken zoals jeans, dat is toch beter die af en toe in een wasserij te laten doen.

De dag gespendeerd aan het rondlopen door Krabi. Kwam het reisbureau tegen waar mijn zus vier jaar geleden een stinkende ruzie heeft staan maken. Dat deed weer herinneringen opkomen. Gegeten op de avondmarkt en een Durian ijsje na gegeten. Durian is een grote vrucht, die stinkt naar een combinatie van zweetvoeten, stink kaas en verrot vlees. Men zegt dat ie wel lekker smaakt, maar dat vond ik nooit. Dat ijsje heb ik wel opgegeten, maar die Durian is nog 4 uur lang elke kwartier op komen borrelen. Bah. Ook een hele slechte nacht gehad. Om het uur werd ik wakker omdat er of iemand tegen mijn auto stond te pissen, of er een groep zatte lui luidkeels aan het ‘vergarderen’ waren naast mijn auto, er een bus met passagiers aan kwam en natuurlijk 10 meter van me vandaan alles moest uitladen, er weer eens zo’n herrie makende longtailboat voorbijkwam, diep in de nacht, en nog meer van dat soort ongein. Het leek India wel.

Verder afgezakt naar het zuiden. Die weg was niet zo bijzonder. Vrij vlak, wel veel groen, veel rubber en veel kokos olie plantages. Wat wel op viel was de hoeveelheden van Moskee ‘s. Het rare is ook dat de meeste moskeeën gewoon langs de kant van de weg staan, en dat ze allemaal netjes een bordje hebben met een pijl : Moskee. Vaag, zouden de gelovigen het zonder bordje niet vinden of zo? Ik bedoel, een moskee valt echt wel op. Het zal wel zijn omdat er voor de tempels, de Wat, altijd ook een bordje staat, dus moet het voor de moskee ook.

Mijn doel was de hotsprings bij Kao Chai Son. Die stonden op de Nelles map, en daar had ik mijn geloof aan gegeven. Tja, ook bij Nelles kan je bedrogen uitkomen. Het begon natuurlijk alweer doordat halverwege de bewijzering ineens ophield. Dat is de vierde keer dat me zoiets gebeurt, uit de vijf keer dat ik deze toeristische borden heb gevolgd. Wat een sukkels die Thai. Toen ik toch de goede kant uit reed, reed ik het prompt voorbij omdat er geen woord Engels op stond (en op de bordjes wel). Geparkeerd en op zoek gegaan naar het hete water. Ik vond 30 huisjes, wat daar in zat weet ik niet, waarschijnlijk kon je daar in privé badderen. Maar ze waren allemaal op slot. Er was ook geen info punt of iemand die ik aan kon spreken. Vond uiteindelijk  één soort zwembadje, waar water in stond tot kniehoogte. Ik voelen, Jezus. Dat water was zo heet dat je er absoluut niet in kon. Men was bezig er eieren in te koken !! Dat was jammer, was er best ver voor om gereden. Dan maar door naar de kust. Immers was het duidelijk welke kant ik heen moest, en als de bordjes weer eens ophielden wist ik tenminste welke kant ik uit moest. Vond een perfect plekje aan het Thale Luang meer. Het waaide er ontiegelijk zodat het er heerlijk koel was. Had de nacht ervoor slecht geslapen, dus dat ging ik even inhalen.

Tweede deel zuid Thailand

In de ochtend mooie Hollandse luchten boven het meer. Helaas ook luidkeelse een (vermoedelijke) tempel, die om 6 uur door luidsprekers begon te kleppen. Het rijden bleek vandaag hopeloos. Ik wilde naar het noordoosten maar niet over de grote weg. Die was slecht en hobbelig, uitgeleefd door zware bussen en vrachtwagens. Ik wilde over de berg heen. Hier ligt de hoogste berg van het zuidelijke schiereiland Thailand, maar liefst 1800 meter hoog. En dat leek me een prima berg om mijn nieuwe versnellingsbak eens goed uit te testen. Voor diegene die er ook zijn, ik wilde eerst naar Piphun, en vandaar uit naar Phipun. Het begint al verwarrend. Het werd nog veel erger. Na de afslag van de hoofdweg begonnen er ineens bordjes naar plaatsen te verwijzen die op geen enkele kaart stonden. Tenminste, niet een van de drie kaarten die ik had. Dus maar een beetje op postduiven gevoel gereden, en wonderbaarlijk kwam ik ineens in Phipun terecht. Vanaf daar werd de bord situatie alleen maar erger, dat is heel hinderlijk in Thailand. Op de vele T-splitsingen verwezen borden je de ene kant uit naar plaatsen die niet op de kaart stonden, naar de andere kant stonden helemaal geen borden. Als dat één keer gebeurt kan je nog gokken, maar, zoals al meerdere malen in dit land, werd het er alleen maar erger op. Tot ik een keer, na 10 km op een doodlopende weg bleek te zitten die een meer in reed. Het was een nieuw stuwmeer, de weg liep nu dus onderwater. Geen borden of waarschuwingen. Kan gebeuren, maar na 3 keer T-splitsingen zonder goede borden gehad te hebben reed ik plots helemaal de verkeerde kant op. Naar het zuiden, terwijl ik noord oost wilde. Maar er waren geen wegen noordoost, ieder geval , ik heb ze niet gezien. 5 uur later was ik terug bij de hoofdweg.  5 uur rijden zonder stoppen, voor niks. Dank je wel Thailand. Langs de kant van de weg op een groot veld gaan staan voor de nacht, de volgende dag via de hoofdweg (zucht, hobbel, boink) naar Khanom gereden. Dat is aan de oostkust rechts van Surat Tani, net onder Khao Plu (zeer toeristisch eiland). De lonley planet schreef dat hier zeer mooi strand was met glashelder water en erg weinig toerisme, kortom, het echte Thailand. Ik weet niet wanneer ze dat verhaal hebben gecheckt, maar er klopte een paar dingen niet. Jazeker, er waren idyllisch mooi strandjes. Maar alles was volgebouwd met resorts of huizen, het was dus tamelijk moeilijk een plekkie te vinden. Er waren ook erg veel buitenlanders, niks stil. Nou heb ik daar niet zo’n problemen mee, maar toen ik een erg mooi leeg stukje grond aan de zee zag, en er op ging staan met mijn auto, had iemand anders daar wel een probleem mee. Geen Thai, die zouden je toelachen en niks zeggen, nee, twee Duitsers kwamen aangereden op de brommer, wat ik in Godsnaam hier deed. Ik zeg… net als jullie, genieten van dit wonderschone uitzicht. Maar de manier waarop ze het vroegen merkte ik al wel dat er iets niet goed zat. Nee, zegt die ene dikke Duitser, die duidelijk over zijn toeren aan het raken was. Dat is niet zo. Je staat op ons land. Oh, zeg ik, sorry, ik dacht dat het een leeg stuk land was. Als jullie willen ga ik wel weg hoor, geen probleem. De tweede Duitser zegt “wil je de grond huren voor een paar dagen dan’? Die dikke Duitser begon echter een beetje rood aan te lopen, en te blazen van hoe ik het in mijn hoofd haalde om zomaar een stuk land op te rijden. Ik zat er verder niet zo mee, dus ik zeg dat ik mijn spullen zal inpakken en weg zal gaan, stiekem in de hoop dat ze dan misschien wat afkoelde en zouden zeggen ‘ach, blijf ook maar’. Maar nee, dus spullen gepakt en 500 meter verderop een even goed plaatsje gevonden. Gekke Duitsers, die denken dat ze nog in Duitsland zitten. Leeg stuk land. Geen bebouwing, alsof ik wat stuk kon maken of zo. Naja, westerse mentaliteit.

Het is in Thailand vogel-zang-tijd. Ieder gezin heeft wel een zang vogel, in een mooi houten kooitje, met een erg fraai overtrekje voor de nacht of als men op reis gaat. Eens per jaar zijn er de zang wedstrijden, dan komen er 30-50 vogelkooitjes bij elkaar (met bazen natuurlijk), worden ze in lange rijen opgehangen (leuk gezicht) en dan komt de jury. Tsjiep Tsjiep. Ach, als jet je sport is zal je het wel leuk vinden. Ik zie steeds van die pickups rijden met achterin 3 of vier geblindeerde kooitjes. Ik weet nu waarom. <br><br>

Deze verhuizing vanaf Duits grondgebied bracht weer een stuk geluk, want ik stond nog niet op mijn nieuwe plek of er kwam weer een buitenlander op een bromfiets aan. Die zegt, I am sorry to disturb you, but do you mind if I ask you something. Ik zeg, sure, you probably going to tell me this is private property and ask me to leave?

Maar dat was helemaal niet het geval, hij wilde alles over mijn auto weten. Hij zegt, ik heb een restaurantje iets verder op, je bent welkom, mijn naam is Emmet. Ik zeg, ik ben Casper, waarop zijn ogen twee keer zo groot werden. Zie je wel, zegt ie, ik dacht het wel. Hij zegt :we hebben elkaar al eerder ontmoet. In Iran. 3 of 4 jaar geleden. Shit inderdaad, in Qazvin heb ik samen met een paar andere, en ook Emmet en zijn vrouw, in een restaurant gegeten. Haha, wereld is klein. Nu had hij, en zijn vrouw, dus een restaurantje hier aan de kust. Gezellig lopen kletsen, bij zijn restaurant wat gedronken en weer verder gekletst met twee Amerikaanse vrouwen. Na een uurtje toch maar wat gaan zwemmen, in een erg onrustige zee, sterke stroming en hoge golven, gevaarlijk maar wel lekker.

Besloot de volgende dag maar te blijven staan. Had niet zo’n haast. Hoe verder ik naar het zuiden ga, hoe groter de kans op regen word. Het is tot half februari daar regen seizoen. Ondanks dat ik de vorige nacht wreed in mijn slaap was gestoord door een auto die van harde rap-doenkie-doenkie hield, om twee uur in de nacht, vermoede ik dat dat alleen een zaterdag avond probleem was geweest. Bestede de dag dus aan… eum, moet eerlijk zeggen dat ik het niet meer weet. Ja, heb een uur met een Nederlands stel staan kleppen, heb wat internet gedaan en wat in het dorpje rond gehangen, maar daar vul je de dag ook niet mee. Oh ja, heb nog wat gezwommen in de woeste zee, en ik denk dat de rest van de dag mijn verstand gewoon uit heeft gestaan of zo.

Dat Nederlandse stel waar ik mee zat te kwekken kwam al een paar jaar elke winter 3 maanden naar Thailand. Die vertelde dat ze legio mannen kende, die met een Thaise getrouwd zijn, en na verloop van tijd alles kwijt geraakt zijn. Maar dan ook alles. Huis & haard. En de Thaise vrouw maar lachen.

Verschil tussen Laos en Cambodja met Thailand?

In Laos en Cambodja zie je om 8 uur in de ochtend alle kinderen naar school fietsen en lopen. In Thailand zie je alle kinderen door Pa of Moe worden weggebracht op de brommer/motor of met een schoolbus worden opgehaald.

Zakte verder de oost kust af. Vond eindelijk een stuk hout bij Tesco. Het was eigenlijk een tafelblad, met het abc erop, een kindertafel dus, maar na het afschroeven van de poten paste ie precies in de deuropening. Een idee dat ik van de Fransman Guy had gekregen, zo kan ik de deur open laten staan, maar mensen kunnen vrijwel niet meer naar binnen kijken en helemaal niet naar binnen klauteren.

In Nakon Si Thamarat was een grote tempel, uiteraard bezichtigt. Mee gelift met een stel Nederlanders (met hun toestemming hoor) die een rondleiding kregen door een gids. Wat fraaie foto’s gemaakt. Ook wat dingen geleerd. Ik dacht altijd dat veel van die beelden aan het bladderen waren, maar de Thai, als ze geld hebben, kopen een paar cm bladgoud en plakken dit op het door hun vereerde beeld. Als offer. Maar het ziet er niet uit.

Een Boeddha meer of minder merkt niemand

Blijven slapen op de parkeerplaats van het City park, midden in de stad. De stad zelf was geen klote aan. Heel langgerekte stad met veel nauwe straatjes, armetierige winkelstraten. De winkels gingen om 5 uur al dicht, dat maakte het nog troostelozer. Slapen was redelijk, alleen beetje veel muggen.

Verder naar het zuiden had ik gehoopt dat de weg mooi zou zijn. Immers leende de weg zich er voor. Links de golf van Thailand, rechts het Thale Sap en Thale Luang meer, en er tussen in, op een erg smalle strook, de weg. Helaas was de weg saai, want aan weerskanten stonden de hele 100 km huizen, en waren er viskweek vijvers. Honderd kilometer lang viskweek vijvers, kan je het voorstellen. Een opklarinkje, er kronkelde een slang van een meter of zo de weg over, ik kon hem niet missen al wilde ik het. Sorry slang, je plek op de weg is nu ‘all-over’.

Ontdekte een erg mooi strandje, de lunch daar genoten. Maar het waaide hard en er waren hoge golven, ik durfde het water niet in. Verder naar het zuiden kwam ik bij Sonkhla, dat was ook mijn doel. Wat in de stad rond gereden maar er was niet zo veel te zien. Ben maar op de , wel erg mooie, boulevard gaan staan aan het strand en de wind door mijn haren laten waaien. Ook eens pontificaal buiten gaan zitten, ik denk dan komt er wel een Thai kleppen, maar nee hoor. Van een aftstandje kijken en dan, de andere kant uitkijkend voorbijlopen. Dat is de Thai. Kwam wel een Ier tegen die uiteraard wel bleef kletsen. Hij woonde al twee jaar in Bangkok en toen hij me vroeg of ik Thailand leuk vond zei ik keihard NEE. Haha, hij keek er van op, maar was het roerend met me eens. Sterker nog, hij zei precies datgene wat op mijn lippen lag, en herhaalde mijn mening over de Thai. Alleen aardig als ze wat aan je kunnen verdienen. Ja zegt ie, ze noemen de Thai wel de Fransman van Azië. Hehe, bingo.

Al om al besloot ik maar om de volgende dag het land te verlaten, had er geen zin meer in. En in het aller zuidelijkste deel is het hommeles met bommen en zo, en dat ken ik. Dan zijn er vee politie controles, checkpoint, is de sfeer slecht en is het nog minder leuk.<br>

Nog even dit. Ik schreef in een eerder verhaal dat er in midden Thailand veel rubber en dadel plantages zijn. Dat rubber, dat klopt, maar die dadels, daar zat ik fout. Het lijken wel dadels, hele trossen met kleine eitjes, zo groot als de grootse meloen die je ooit gezien hebt, of 6 voetballen of zo? Die ‘eitjes’, daar word denk ik kokos olie uit gemaakt. Die trossen zijn net Alien eieren, hele enge lugubere grote ballen.

Ik ga Maleisië in, en bericht weer vanuit daar.