CamperCassie

China en Songpan ✓

Ik had het eigenlijk wel gehad met China maar toch ging ik nog een keer terug. Dit keer om naar Tibet te gaan, en ik deed een tripje per paard door de bergen van Song-Pan. Was allemaal best wel leuk eigenlijk. 3.535 woorden, 19 minuten leestijd.

Zo gezegd, zo gedaan, Vietnam verlaten, brug over lopen, en achteraan in de rij aan sluiten bij de grenspost van China. Eerst natuurlijk de nodige SARS formuliertjes invullen. Ik weet ondertussen zowaar me paspoort nummer uit me hoofd, ook wanneer en waar die af is gegeven, dat krijg je dan he. Bij de Chinese autoriteit aangekomen, keek die heel vreemd naar mijn paspoort (ze zagen niet veel buitenlanders denk ik). Na 10 minuten zat ie nog te mompelen ‘ik weet niet wat te doen’ achter dat bureautje.

Ik werd er verder niet koud of warm van, maar omdat er maar één ventje zat, werd de rij achter mij hoe langer hoe breder en langer en begonnen mensen te zuchten en zo. Ik ook, want ik had me rugzak nog om, en die banden begonnen na 30 minuten ook weer lekker te snijden. Eindelijk zag de goede man het licht denk ik, en hij stempelde mijn paspoort. ik mocht (na mijn bagage door de X-ray machine gehaald te hebben) door lopen, en werd al gelijk door de eerste tout opgewacht met een ‘ welkome to China’.

Nou ben ik langzamerhand bedreven geworden in het omgaan met tauts (voor nieuwkomers, dat zijn personen die toeristen opwachten om ze van alles en nog wat aan te smeren). Ik gebruik ze (misbruik ze soms) door info van ze los te krijgen, en gooi ze dan aan de kant als een stuk papier. Nouja, beetje overdreven natuurlijk, maar je begrijpt wat ik bedoel. Dus ook deze, nam mij netjes mee naar het trein station (ik wist natuurlijk niet waar dat was) en hij begon al te zeggen, geen trein vandaag. Niet geloven natuurlijk, en bij het station aangekomen zaten alle deuren op slot. Om eerlijk te zijn geloofde ik het nog steeds niet, want de rails lagen er, en zagen er gebruikt uit. En die taut maar vertellen… ja regenseizoen, de lijn is dicht blabla. Ik denk, sure ventje, je probeert me zeker een hotel aan te smeren of zo, dus ik zeg… ik ga naar het busstation, want ik wil naar Kunming vandaag.

Nee, geen bus vandaag zegt ie nog (de vuile huichelaar bleek dus achteraf) maar ik loop stug door, en bij het busstation aangekomen bleek er om 12:30 een bus te gaan naar een plaatsje halverwege op de weg naar Kunming, dus ik denk, ik neem die, ben ik van die taut af, en ben halverwege onderweg, en als ik dan daar strand, heb ik de volgende dag niet zo veer meer te gaan.

Ik ben weer terug in China. En dit is een schone toilet hoor, de vieze bespaar ik je

Het eerste gedeelte van de trip was fenomenaal, ondanks de zeer slechte bus, en super hobbelige wegen. Het bewijs dat het de afgelopen tijd hard en veel heeft geregend was overal te zien. Er waren meer stukken weg door modderverschuivingen ondergestort dan dat er normale weg was. Het was echt niet normaal, en ik ben blij dat ik er niet in het donker en zeker niet was toen het regende. Soms waren er stukken weg weggeslagen, nou, het angstzweet stond me in me bilnaad af en toe. Het was enorm bergachtig, en de bergweggetjes waren angstaanjagend hoog, verschrikkelijke afgronden, en natuurlijk 0,0 vangrails of afrastering. Ik had af en toe het idee dat het achterwiel van de bus in de afgrond hing.

Maaar… mooi was het, en de ene hoge pas na de andere ging voorbij, de ene diepe afgrond na de andere volgden mekaar op. Na 5 uurtjes in die bus, kwamen we aan bij Kaisjou( zo hete het plaatsje geloof ik) en ik wachtte op het eind punt waar de bus zou stoppen. Maar de bus bleef maar door rijden, en ik begon ineens te vermoeden dat die bus helemaal niet naar de plek toe ging die ik dacht. Dus ik de Chinese letters voor op de bus gelezen, in de Lonely planet gekeken, en ja hoor, wat stond er voor op de bus : Kunming. Die stink bus ging dus wel naar Kunming, terwijl die stomme tout me steeds iets anders had voorgehouden, in de hoop denk ik dat ik bleef steken bij de grens, en hij aan me kon verdienen.

Onderweg met de hele bus eten, ook de chauffeur dronk een biertje

Ik was natuurlijk blij, want dat betekende dat ik me hele reis in 2 daagjes kon voltooien. De bus reis duurde nog tot 10 uur in de avond, en ik was kapot toen ik aan kwam.

De wijze les voor vandaag: Hoe erg je denkt een tout te belazeren, hij/zij belazert je harder

14 september, Stone Forest in Kunming

Ik was in Kunming, dat is in het zuiden van China, en het stenen bos was een van de hoofd attracties in dat gebied. Het zijn grote stenen punten van tot een meter of 30 hoog, die overgebleven zijn na aardverschuivingen en erosie. Je kan dat uiteraard met een georganiseerde toer doen, maar ik wilde graag gewoon de lokale bus nemen, dus ik was in de ochtend, om 8 uur bij het bus station voor een bus naar het 120 km verderop gelegen stenen bos. Niet ver dacht ik nog, uurtje of twee met de bus….. fout!!!

Want ik was nog niet bij het bus station gearriveerd of ik werd al opgevangen door een Chinese dame die precies wist dat ik naar het stenen bos wilde, en ze dirigeerde me naar een nette bus. Ik moest 40 Yuan voor een retourtje betalen, iets meer dan ik verwachte, maar ok.. ik ben toerist in China dus ik helaas verwacht ik dan iets meer te moeten betalen.

Moest in de bus wachten tot die vol was, dat is een normale gewoonte in Azië, dus ik ging lekker zitten. Langzaam kwamen er wat mensen bij, en na een half uur was de bus half vol, en besloot men om actie te ondernemen. Die actie betekende dat we allemaal de bus uit moesten, en lopen naar een andere oud gammel minibusje.

Slim van ze, want als ik dat geweten had, was ik niet met dat ding gegaan. Maar nu was het te laat, ik had immers al betaald en we zaten met 8 mensen in het minibusje. Allemaal Chinezen, twee Japanse meisjes, en een Hollander (dat was ik dus). Veel conversatie was er dus niet, maar ik zat aan het raam, lekker naar buiten te kijken.
Na een half uurtje stopte de bus ineens, en iedereen ging naar buiten. Ik dacht, ik hoef niet te plassen, dus ik blijf zitten, maar nee hoor, ik moest er uit. Bleek het toeristen val nummer 1 te zijn. Een of andere fabriekje van prullaria waar je geacht werd een snuisterij te kopen en ik weet zeker dat de bus mensen er dan commissie van kregen. Het was er propvol, want vrijwel elke bus stopte er, maar wat men verkocht was kitsch en zooi en duur. Je snapt, kopen deed niemand blijkbaar (zucht). Naja, niet getreurd, na 30 minuten reden we verder, en potverdorie, nog geen 35 minuten later, toeristen val nummer 2. Een volgend prullaria fabriekje. Ik weigerde de bus uit te gaan, waarop de Chinese vrouwelijke gids erg boos werd, maar ik deed alsof ik een domme toerist was (niet zo moeilijk) en bleef zitten waar ik zat. Ze gaf het op, en ik pakte mijn Gameboy met spel Advance Wars 2 en de tijd vloog voorbij. Na een half uur kwam de rest ook weer in de auto, en hup, op naar het stenen Bos. Ondertussen had ik een Chinees zo ver dat ie wat Engels brabbelde, zodat ik een aanspreekpunt had. We waren weer een minuut of 35 onderweg, en Bingo… de volgende toeristen val. De tempel van huppel de pup (ik weet echt de naam niet meer.

In die tempel stand het zo blauw van de wierook dat ademen moeilijk was

We kregen een bid sjaaltje om (vol met haken kruizen, echt waar) en er werd ons bijna gesommeerd om grote pakken wierook te kopen (ik was ineens weer een domme toerist) en na een rondleiding van anderhalf uur !!, konden we de bus weer in.

Nou, ik hoopte nu eindelijk bij het stenen bos aan te komen, want het was ondertussen bijna 1 uur, maar helaas, we stopte WEER (grrr) bij een restaurant. Het was uiteraard vast een die commissie aan de chauffeur gaf, want de prijzen waren erg hoog, en zelfs de Chinezen weigerde nu om te eten en begonnen ook te morren over het vele stoppen.

De bediening was in traditionele klederdracht, en denk traditionele lange smoel

Na wederom een half uur, ging de reis verder en kwamen we eindelijk aan bij het stenen bos, om na een entree van 80 Yuan (!@!) daar op eigen houtje rond te mogen lopen. Het was erg indrukwekkend, een gebied van zeg maar 2×2 km, vol met stenen kolossen waar je tussendoor kon lopen, er waren allemaal bruggetjes en paadjes tussendoor gemaakt, en het was een heel wir-war van weggetjes, waar je erg makkelijk de weg kwijt raakte.

Het stenen bos, messcherpe stenen punten

Om 16:30 werden we weer terug bij de bus verwacht, en na slecht een toeristen val waren we om 6 uur terug in Kunming, moe en hongerig..

17-20 September 2003, Songpan

Ondertussen was ik verkast naar Chengdu, de sprinkplank om Tibet te bezoeken. Chengdu ligt vrij dicht tegen Tibet aan, en als test voor het echte werk dacht ik dat een drie daagse paarden trektocht door de bijna-Tibetaanse bergen wel eens een goed idee zou zijn.

Vanuit Chengdu moet je dan met de bus naar Songpan, een klein dorpje in de bergen, en vanuit daar ga je drie dagen de paarden op, de lanen in. Ook hier kon je alles weer laten organiseren door het Hotel, maar je snapt ondertussen dat ik dat niet zo een goed idee vond. Daarbij was ik via dit Hotel ook al naar de Panda’s geweest en ook de trip door the ‘Three Gorges’ had ik via hun geboekt, en over beide had ik best wel wat opmerkingen. Dus, ik boekte een bus naar Songpan op eigen houtje.

Die bus vertrok om 7 uur in de ochtend, en de rit zou tussen de 8 en 10 uur duren. Zo gezegd zo gedaan, en om kwart voor 7 in de ochtend was ik per taxi naar het busstation gebracht, om daar te horen dat de bus om 7:30 vertrok. Natuurlijk vertrok die pas om 8 uur, maar who cares.

De rit was weer wonderschoon, en ondanks de hobbel bus en hobbel weg, waren de bergen waar we doorheen reden erg mooi.
Jammer van die diepe afgronden langs de weg zo af en toe, waar ik weer het idee had dat als de bus een cm meer naar rechts stuurde, we in een diep diepe afgrond zouden vallen, maar dat is risico van het vak.

Aangekomen in Songpan om 4 uur in de middag, werd ik al opgewacht door iemand die een guesthouse had en ik maakte natuurlijk dankbaar gebruik van zijn gratis vervoer naar het dorps centrum. Het guesthouse was erg eenvoudig, geen water (in het hele gebouw niet), een thermoskan warm water om thee/koffie te maken en je te wassen. Dit laatste in een teiltje wat in de kamer aanwezig was. Daar stond verder alleen twee bedden, een kaal peertje aan de muur, en een tafeltje. Maar ja, ik klaag niet, de kosten waren 15 yuan per bed (1,50 Euro) per nacht.

Douchen kon aan de overkant van de straat bij de publiek douches, maar ik vond het belangrijker om te gaan kijken of ik me paarden trektocht kon gaan boeken, dus het dorpje ingelopen. Het was niet meer dan een lange straat maar erg gezellig en heel vredelievend. Het liep er vol met vreemd geklede mensen in lokale klederdracht, en het was er al vrij koud. Binnen de kortste keren had ik de paardrijd club gevonden en had ik een drie daagse toer geboekt, inclusief overnachting in tenten, eten, en alles wat er nodig was onderweg. We zouden tot 3600 meter hoog de bergen in trekken, en onderweg hot Springs tegen komen en een bron van mineraal water.

Vertrek was de volgende ochtend om half 9, de hemel was blauw, wat kon me gebeuren. Na wat gegeten te hebben ben ik vroeg gaan slapen, immers was ik er al vroeg uit, en zo een busreis is erg vermoeiend.

De volgende ochtend stonden om half 9 netjes 11 paarden klaar. Er was een Canadese familie (pa, moe en twee kids, uit Quebec, dus Frans sprekend) en een Chinese uit Sjanghai, ikzelf uiteraard en 5 gidsen. Helaas was in de ochtend de lucht niet meer blauw en begon het precies op dat moment te regenen.

De paarden werden geprepareerd, banden opgepompt, olie gecontroleerd etc

Men voorzag ons van dikke rubberen regen poncho’s, die alles drooghielden (tot aan de knieën), waardoor je van knie naar beneden doorweekt werd. Omdat je op een paard zat, beweeg je je voeten weinig, en vanwege de hoogte veranderde mijn voeten al snel in heerlijke ijsklompen. Enfin, mijn paard luisterde goed naar mij en we gingen op weg. Al snel werden de weggetjes smalle paadjes, en we waren het dorp nog niet uit, of de paadjes gingen stijl omhoog. In eerste instantie dacht ik niet dat een paard zo stijl omhoog zou kunnen, maar daarin vergiste ik me lelijk, want supersteile gladde modderige en rotsige paadjes waren geen probleem voor de beesten. Af en toe voerde de paadjes ons langs steile afgronden, maar de beesten wisten zich goed te redden en de uitzichten werden al mooier en mooier hoe hoger we kwamen. Het bleef regenen en het duurde niet lang voordat we in de wolken zaten.

Na twee uur zo gereden te hebben, moesten we een stuk naar beneden en dat moesten we lopen om de paarden wat rust te gunnen. Immers hadden die ons met onze zware bepakking omhoog gebracht, en omlaag leek me niet zo een probleem. Tenminste… als het niet zo regende, want het water maakt elk paadje in een modderbad. De steile bospaadjes naar beneden werden hierdoor spekglad en het koste mij alle moeite om niet te vallen (wat overigens niet is gelukt, want ik lag twee keer languit in de modder op me snufferd). Beneden aangekomen stonden de paarden op ons te wachten en ik kon me niet onttrekken aan het idee dat ze stonden te lachen bij het gezicht van deze toeristen die helemaal doorweekt ondertussen, vol geplakt met modder op schoenen en kleding naar beneden kwamen strompelen.

Baggeren door rivieren en modder poelen

Ondertussen was het met regenen gestopt, en we reden naar een stuk weide om daar kamp op te maken. Er werden op een stukje grond wat takken neergelegd, daar over heen werd een tentdoek gespannen, en dat was het onderkomen voor twee personen. Grondzeil??? nooit van gehoord. Waterdicht doek??? wat is dat. Enfin, je kan het al wel raden, het was geen luxe. Al dat rijden zou me hongerig moeten hebben gemaakt, maar door de grote hoogte had ik niet echt trek, alhoewel ik wel wat heb gegeten van de lunch van rouwe tomaten met suiker en azijn. Vreemde combinatie, maar het was wel lekker.

Het bleef ondertussen droog, en de zon verscheen af en toe zelfs, dus iedereen probeerde zijn/haar kleding te drogen. Later in de middag werd ons verteld dat de ‘hotsprings’ even verder op in de heuvels waren en dat bezoek zag ik wel zitten, want het was behoorlijk koud. Vol goede moed liepen we met zijn allen naar deze warm water bronnen toe, helaas bleek het in een soort nationaal park te bevinden waardoor je 33 yuan entree moest betalen. De Canadese familie haakte af, die vond dat te duur en ging terug naar kamp, ik ging met de niet Engels pratende chinees uit Sjanghai op zoek naar de warm water bron.

Na een minuut of 10 lopen op het terrein van het park (het was gewoon een vallei hoor, niks park) hoorde ik het ruizen van een beekje en vol goede moed stapte we er op af.
Daar aangekomen, was het ijskoud water, en ook niet bezwembaar, dus we snapte het niet zo en liepen maar verder. Onderweg naar boven kwamen we wat chinese steendragers tegen (die met loodzware granietblokken op hun schouders liepen te sjouwen) en de chinees vroeg steeds welke kant we op moesten voor warm water bronnen. Het bleek dat we ieder geval de goede kant op liepen. Als ik geweten had hoe ver het was, was ik denk ik niet gegaan, want het duurde anderhalf uur lopen, voor we bij de bronnen aan kwamen. De weg was wel heel idyllisch, via houten vlonders en over meertjes aangelegde weggetjes (soms half onderwater), door mooie plekjes waar je echt gewoon naar stond te staren uit mooiigheid.

Eindelijk de hotsprings. Een soort houten zwembad, waar het water omhoog borrelde, daar moest in worden gezwommen. Het stonk er naar sulfer, dat heb je wel vaker bij dat soort bronnen. Toen ik het water voelde, schrok ik me te pletter, want het was ijs en ijs koud.
Bij nadere inspectie stond er een bord, dat het water 21 graden was, maar ik denk dat ze vandaag de kachel niet aan hadden of zo, het was meer 15 graden dan 21. Ik was niet voor niks zo ver gekomen en was vast besloten om dat water in te gaan, dus gestript tot op me boxer shorts, met een voet het water in en … aaaaaaaaaaahhhhh koud.

Er stonden 20 chinezen me aan te gapen dus ik moest wel ..

Er waren ondertussen een stuk of 20 chinezen die aan een pad aan het werken waren 100 meter verderop komen kijken, die wilde wel eens een westerling dat koude water in zien gaan, blijkbaar gebeurde dat niet vaak, ik kon me dus niet laten kennen en liet me in het ijskoude sulfur water zakken. Jeming wat was dat koud, maar na een paar minuten wende het wel en heb ik een paar baantjes getrokken.
Het water stonk echter en deed zeer aan de ogen en lippen, dus lang heb ik het niet uitgehouden, en na afdrogen en omkleden (gewoon en-publiek, daar doen ze hier niet moeilijk om) weer het hele eind terug gelopen naar ons base-kamp. Daar was ondertussen een lekker vuurtje gestook, er was thee, en de gidsen ontpopte zich als echte koks, want ze maakte met de meest rare ingrediënten en de meest vieze potten en pannen, op het kampvuur een heerlijk maaltje.

Het eten zat nog niet achter in de keel, of het begon weer te regenen, en iedereen heeft nog geprobeerd om rond een kampvuur het droog te houden, maar rond een uur of 8 gaf men het op, en dook iedereen de tent in om te slapen. Helaas waren de tenten dus niet water dicht, met gevolg dat na de eerste nacht niet alleen de kleren die ik aan had nat waren maar ook alle andere spullen die ik bij me had waren vochtig of nat.

In de ochtend, na een niet al te beste nacht het kamp opgebroken, paarden bij elkaar gezocht (die werden gewoon losgelaten) en hup, in de regen op naar het volgende punt. Ook nu stopte het met regenen om een uur of 12, zodat we een beetje op konden drogen, en ook nu weer waren de steile modderige paadjes, mooie en soms spectaculaire uitzichten niet op een hand te tellen. De dag herhaalde zich een beetje als de vorige, om een uur of 2 bereikte we het tweede kamp, heel mooi naast een wonderschoon meertje en na een lunch van komkommer met brood, werden we een beetje aan het lot over gelaten, tijd dus voor een middag dutje.

Ook op de tweede dag regende het hard en lang

In de avond was het redelijk droog gebleven, en hebben we met ons alle rond een groot lekker warm kampvuur gezeten, en werden de liederen die gezongen werden al snel dronkenman liederen (die Tibetanen drinken echt vuurwater) zodat ik al snel afhaakte. In de nacht begon het weer te regenen en dat is eigenlijk niet meer gestopt tot ergens ver in de middag. We waren toen al bijna terug in Songpan. Mijn kleding was ondertussen behalve nat en vochtig, ook stinkig en modderig, maar dat was bij iedereen zo, dus het maakte niet uit.

Het was ondanks de ontberingen (of misschien wel juist daarom) een hele ervaring en heb goed gemerkt dat we op meer dan 3000 meter hoog zaten.
Kortademigheid, snel moe, weinig honger, zijn allemaal kenmerken van de hoogte en ik had daar allemaal last van. Laat dat een wijze les zijn voor Tibet waar ik morgen naar toe ga, en waar de hoogtes tot 5000 meter geen uitzondering zijn. Eerst acclimatiseren dus.

Verder was dit een trip die zeker de moeite waard was en als het mooi weer was geweest was het een super ervaring geweest, nu was het een natte super ervaring.