CamperCassie

Tibet en Lhasa ✓

Na mijn nat paarden avontuur had ik alle permits binnen om naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet te vliegen. Officieel is het geen hoofdstad meer omdat het nu een provincie van China is natuurlijk. Daar was weer ergveel te zien. Dit verslag telt 3.961 woorden, 21 minuten leestijd.

Van Kunming vloog ik naar Tibet, nadat ik alle vergunningen had geregeld. China controleert alles wat er in en uit gaat, zonder papiertje ben je niet welkom. De vlucht duurde niet lang, maar de uitzichten waren spectaculair

Ik ben nu bijna twee dagen in Lhasa, de hoofdstad van Tibet, het dak van de wereld. Lhasa ligt op een hoogte van 3700 meter, en dat is goed te merken. Vanaf het moment dat ik hier aan kwam was ik kortademig, alsof ik een kettingroker ben. Na elke trap moet je effe wachten, even hardlopen is er niet bij. Je snapt dat ik dus best wel moe was toen ik eenmaal in me guesthouse was geïnstalleerd, maar de mooiigheid van deze stad en dit gebied doen je dat allemaal vergeten. Ik had verwacht dat het mooi zou zijn hier, maar dit had ik niet durven dromen. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik zal het toch proberen.

Ten eerste is het hier super mooi weer. De zon schijnt, en je snapt, op 3700 meter hoogte schijnt ie dan ook echt. Het licht is erg fel, en de zon is erg warm. Daarbij is de lucht erg ijl, en dat geeft zo een soort wintersport atmosfeertje.Dan de omgeving, die is zoo mooi. Aan alle kanten reizen de bergen hoog op, sommige toppen met sneeuw bedekt, ondanks dat het hier nog geen winter is.

Verder is het hier een achtergestelde zooi, je waant je 150 jaar terug in de tijd, en dat is juist het mooie. De bebouwing, de wegen en de mensen lijken allemaal stil gestaan te hebben. En over die mensen gesproken, die zien er allemaal toch zo apart uit. Bijna iedereen draagt een gek hoedje, iedereen heeft van die rode blos wangen, en alles en iedereen lacht en is vriendelijk. De mensen zijn veel donkerder gekleurd dan de normale chinezen.

Verder is Lhasa een bedevaart oord voor het Boeddhistische geloof, en dat kan je wel zien. Er lopen heel veel monniken in oranje en vooral rode gewaden. Er wordt vrij veel om geld gezeurd door ze, maar altijd met een lach, ook al geef je niet.

Monnik zijn is een vermoeiend beroep

Erger zijn de honderden pelgrims die in de stad rondlopen, en vooral rond de belangrijke kloosters (die er hier erg veel zijn). De mensen lopen dan klokswijs rond het klooster, al biddend met een rozenkrans in de hand, maar vaker met een soort ratel die niet ratelt, maar die ze constant rondjes laten draaien als een soort tol op een stok (het ding heet een Mani). Vooral oude mensen en arme mensen lopen daar veel mee rond, dus het is een strompel en zwalk partij van jewelste rond die tempels.

Alle leeftijden, draaien en rondjes lopen

Daarbij komt dat er mensen zijn, die voor hun geloof bij elke stap met het gehele lichaam de grond moeten raken, dus dat is stap doen, neervallen op straat, bidbeweging maken, opstaan, en herhalen die hap, totdat je helemaal rond ben (en dat kan uren duren). Komt er nog bij dat de commercie natuurlijk brood ziet, dus het hele parkoers is beladen met kleine stalletjes, en dat maakt het allemaal super gezellig. Je ziet de raarste dingen en mensen, en je kan er uren naar kijken. Alles gaat hier ook heel gemoedelijk, en niemand maakt zich druk.

Er zijn wel erg veel toeristen, kwam zelfs een meisje uit Utrecht tegen (de wereld is klein). Dit komt omdat nu het mooiste seizoen is (ook de reden dat ik er ben natuurlijk) want de kans op mooi weer is nu het grootst, en het is nog niet te koud. Betekend wel dat alle prijzen lekker opgedreven worden, want gek zijn ze natuurlijk niet, die Tibetanen.

Op deze manier gaat hetniet snel.

Omdat ik een trektocht door de Himalaya wil gaan maken had ik schoenen en een jas nodig. Na erg lang zoeken vond ik redelijke stevige loopschoenen maat 45, want dat was eerder ook al een probleem, een jas vinden was geen punt. Ze hebben hier (ik denk echte) North Face jassen, van Goretex, met fleece voering etc, voor 17 euro. Tja…ik schat dat die in Europa wel 100 euro kosten als het niet meer is. Dus maar een gekocht, en om in Hollandse sferen te blijven, in het Oranje. Heeft me allemaal wel de hele dag gekost, maar beter goed voorbereid dan straks bevroren ledematen nietwaar.

Verder besteed ik me dag met me niet te druk maken, want dat acclimatiseren aan de hoogte kost enige tijd. Om een vergelijk te geven, een van de hoogste ski-oorden in Europa die ik ken is Kaprun, en dat ligt op een gletsjer op ik dacht 3000 meter. Straks ga ik naar hoogtes van 5000 meter, als ik het uit kan houden.

Tja, verder is het eten hier wat vreemd. Ze hebben geen koeien, alleen maar Yaks. En Yaks produceren veel melk, daar word boter van gemaakt, en dat doen ze dan weer in de thee. Smaakt niet echt lekker moet ik zeggen. Yak vlees heb ik vandaag op, smaakt erg veel naar koe, dat valt wel mee. Verder kan je gelukkig veel chinees en Westerse dingen krijgen, tenminste… hier in Lhasa. In andere delen van het land schijnt dat moeilijker te zijn.

26 September 2002, Rondjes lopen…

Wat een gedoe zeg. Heb ik, samen met een Duitse, een Belg, een Maleisiër en een Nederlands meisje twee dagen lang een trip naar de berg van Kailash lopen voorbereiden, komt die k^t van de chauffeur ineens zeggen dat het niet door gaat. 14 dagen hadden we geplanned, met twee loop-treks van 3 dagen er bij (een zwaar, een minder) rond een van de allerheiligste bergen in het Boeddhisme en Hindoeïsme, waar veel pelgrims rondjes omheen lopen. Nou ja, lopen, soms kruipen zelfs, en het is erg zwaar, maar het geloof zegt dat als je een rondje rond die berg (van 7000 meter hoog) loopt, al je zonden zijn vergeven. Tja, dat had ik natuurlijk net nodig.

Toen het idee op kwam was ik nog een beetje sceptisch maar naar gelang de planning verder ging werd ik enthousiaster. En er moet veel geregeld worden. Auto, chauffeur, vergunningen, waar naar toe, waar stoppen, waar lopen, waar slapen etc. En nu ineens komt de chauffeur met een of ander lam excuus dat hij wat anders moet doen. Ik denk eerder dat we iets te hard onderhandelt hebben met hem, en hij er dus niet genoeg aan kon verdienen.

Via een overheid reisbureau (wat officieel de enige manier is om in dit land te mogen reizen) koste die trip maar liefst minimaal 22000 Yuan (2500 Euro) en dat is zonder eten en slaap/verblijf kosten, dus je snapt, best een duur geintje. Je gaat met 4 of 5 toeristen in een jeep, dus je kan het delen, maar toch, zelfs dan blijft het veel geld. Via via hadden we een chauffeur gevonden, die niet bij een reisbureau hoorde, die het wel voor 12000 yuan wilde doen na wat praten, dus dat scheelde bijna de helft. Blijkbaar toch te veel.

De geplande trip was wel erg cool. Het rondje rond de zeer hoge Kailash berg, zou 3 dagen duren, en ons naar een hoogte van 5000 meter brengen, en daarna zouden we een 3 daagse rondje rond een heilig meer lopen. Rondjes lopen, dat is een vervloeking hier. Rondje rond de kerk… eh tempel lopen, dat doet de helft van de bevolking hier, en anders rondjes draaien met je bid-wiel, of een rondje rond het een of andere heilige ding lopen.

Hoi, ik kom uit tibet, en ik me vorig jaar nog gewassen

Het is best moeilijk iets te plannen. De stad zit vol met toeristen, die allemaal een trip naar het een of ander willen plannen, en in elk hotel en guesthouse hangen briefjes van mensen die een trip plannen en andere toeristen zoeken om de kosten te delen. Zo kan je naar Mount Everest (wil ik ook nog doen), of dus naar Mount Kailash, naar het Namtso meer (ga ik morgen naar toe) of een klooster tocht doen. Alles is moeilijk, want je moet vergunning na vergunning aanvragen en officieel een gids en chauffeur er bij hebben, en dat loopt allemaal flink in de papieren, dus iedereen loopt allerlei trucjes te bedenken om het goedkoper te maken. Dat dat dus niet altijd werkt blijkt bij deze.

Onze groepje splitst zich nu op, ik ga morgen met het Nederlandse meisje en de Maleisiër (die in Singapore woont) minimaal twee dagen naar het meer van Namtso. We moesten ook weer via het reisbureau, maar dingen veranderen hier dagelijks, en omdat de Maleisiër Chinees praat, heeft me (ons) dat veel geld bespaard. Het bleek ineens net voor dat we wilde boeken, dat er vanaf morgen een gewone openbare bus naar het meer zal gaan rijden (blijkbaar omdat er deze week het bathing festival is, dat is de week waarop de Tibetters zich eens in het jaar wassen). Daar hebben we dus kaartjes voor gekocht, en we vertrekken morgen om 9 uur, en zien wel waar het schip strand. We gaan over een pas van 5700 meter, en de weg moet schitterend zijn. Ik hoop dat de hoogteziekte niet toe slaat, want daar word je vink ellendig van, en het kan zelfs gevaarlijk zijn.

Ik ga dan als ik daar van terug ben, via het Mount Everest Base Camp naar Katmandu in Nepal toe.

Nog even over de was gewoontes van de Tibetanen… die zijn er dus niet. Die mensen slapen in hun kleren, en wassen zich echt maar eens in het jaar. Ze ruiken dan ook erg sterk en naast een Tibetaan zitten is vaak geen pretje. Verder zijn er erg veel bedelaars, de ergste zijn de kleine kinderen. Die klampen zich aan je been vast, en laten gewoon niet los voor je wat geeft.

Tja, dat ik zo stink, dat doe ik zodat je sneller geeft.

Overigens schijnen er bij her meer ook erg veel kind bedelaars te lopen, die met stenen gaan gooien als je niks geeft. Wie weet, krijg ik dus wel een steen tegen me harsen, ik vertel alles als ik weer terug ben.

29 september 2003, Nam-Tso meer

Omdat onze (mijn) trip naar Mount Kailash niet door ging, ging ik twee dagen naar het meer van Nam-Tso. Dit meer ligt op 4700 meter hoogte en schijnt erg mooi te zijn. Dus in de ochtend de bus van 9 uur gepakt, die uiteraard pas om tien uur vertrok, voor een trip van 5 uur naar het bewuste meer. Ik werd vergezeld door Marion uit Eindhoven en Dan uit Maleisië, dus het was gezellig. De rit ging voorspoedig, en de wegen waren best aardig moet ik zeggen, totdat we na een uur of drie de afslag naar het meer namen, en de weg een zandpaadje werd, die stijl de bergen in ging.

Oh, voor ik ut vergeet, voor we die bergen in moesten, mochten we nog wel even 40 yuan p.p. betalen aan de poort, daar zijn ze wel goed in in Tibet. Al hotsend en hobbelend gingen we de bergen in en behalve dat mijn vullingen weer eens los kwamen te zitten en mijn nieren achter mijn oren hingen, begon de bus ook aan alle kanten te rammelen. Toen we boven aan op de pas aankwamen ik schat op 5500 meter was er een prachtig uitzicht over he meer en de achterliggende bergen, maar de bus begaf het ter plekke.

Boven op de pas begaf de bus het ter plekke

Daar stonden we dan op grote hoogte, in de kou en harde wind. Ondanks dat toch snel wat mooie foto’s lopen maken, en omdat het boven op de berg was, hing die zoals altijd hier, vol met bid vlaggen. De bergtop werd gelijk een tering zooi, maar (schijn) heilig werd je er natuurlijk wel van. Ondertussen was de bus chauffeur hard bezig met de bus te repareren en na wat gemier met een diesel leiding konden we de bus weer in en hoppa, aan de andere kant de berg af over het hobbelpad. Dat heeft precies 35 meter geduurd, de bus stond weer stil. Iedereen had het koud en een man werd helemaal onwel door de hoogte. Hij kreeg een bakkie Yak-thee en wat hoogteziekte medicijn van andere, maar dat hielp blijkbaar niet veel want na 5 minuten lag hij ineens voorover buiten op de ijskoude grond. Enfin, na deze consternatie en een half uurtje kijken naar de chauffeur die met een schroevendraaier en een hamer in de weer was, konden we weer op weg, dit keer was het hem gelukt. Eenmaal de berg weer af waren werd de zieke man ook weer snel beter en het uitzicht was ook wonderschoon, alleen daarvoor al was het de tocht waard.

Tentenkamp met de eeuwige bid vlaggen

Na nog anderhalf uur hobbelen kwamen we bij… ehhh het dorpje…. nee, zo zou ik het niet noemen, het tentenkamp aan. Het was aan de voet van een grote rots, vrijwel aan de kust van het meer, met een schitterende witte pieken van de hoge bergen in de verte, en alles straalde lokale yak lucht uit. Het was best koud want het tentenkamp stond op 4700 meter hoogte, de jas die ik gekocht had kwam goed van pas. Na aankomst was het een guesthouse zoeken, en we hebben gezamenlijk een tent gehuurd, voor 35 Yuan de man (en vrouw).

Geriefelijke tent maar de dekens riekte een beetje

Er stonden 4 bedden in elk bed voorzien van twee dekbedden, en een deken en er stonden zowaar twee nachtkastjes. Verder bestond het kamp uit veel tenten van lokale bevolking, die er kwamen bidden (en dus bidvlaggen overal neer hingen.  Blijkbaar was het meer of de berg bij het meer heilig.

Het hoogste meer van China, mooi blauw (en koud)

Ook rond deze berg kon je een rondje lopen, en dat hebben Dan en ik dan ook gedaan, in het heerlijke middag zonnetje, terwijl Marion wat bij lag te komen van wat hoogteziekte problemen.

Na het rondje was Marion na een dutje weer helemaal de man  en zijn we heerlijk (lees dat met een beetje een sarcastische ondertoon) gaan eten. Er waren twee tent-restaurants, en we hadden de mooiste uitgekozen. Helaas hield de kok van zout, maar ja, klagen helpt niet en je zit 3 uur rijden van de bewoonde wereld dus vreten die hap. Savonds  werd het erg koud, en omdat er geen vertier was, was het vroeg slapen geblazen. Wakker gehouden door ongeveer 15 honden die de gehele nacht naast mijn tent hebben staan blaffen. En niet gewoon blaffen, maar het was net alsof ze geen adem hoefde te halen, dus 2x blaffen per seconde en dan door blijven gaan. En als je dan net sliep begonnen ze weer. Heb een keer op het punt gestaan om naar buiten te gaan en een steen te gooien, maar toen ik me voeten op de grond zette was het zo erg koud, dat ik weer heel snel onder de wol kroop. Je snapt, zo een tent is niet winddicht, en al helemaal niet isolerend, en ik kan je nu vertellen, op 4700 meter is het nachts KOUD.

De volgende dag al vroeg wakker natuurlijk, en ben om half 8 de berg opgeklommen om de zons opgang te zien. Erg mooi moet ik zeggen. We hadden ondertussen besloten om maar een nacht te blijven, en ik begon erg veel last van een kies te krijgen, dus vond dat een goed idee, na nog wat wandelingen rond het meer hebben we de bus van 2 uur gepakt. De hobbelweg terug ging prima, en ondanks wat roekeloos rijgedrag van deze chauffeur waren we veilig en wel om 7 uur weer terug in Lhasa, waar ik ondertussen een erge pijn aan me kies had gekregen, en er van overtuigd was dat het een wortel ontsteking was.

30 september 2003, auw auw me bekkie

Ik had vanaf Chengdu al wat last van een zere kies, maar je weet hoe dat gaat, je stelt het uit om wat te doen, in de hoop dat het over gaat. Helaas was dat niet het geval. Op mijn trip naar Lake Namtso werd de pijn steeds erger, wellicht ook door de grote hoogte verschillen die we over brugde, en op de terugweg trok de pijn door naar me kaak, mijn neus en mijn linker oog. Ik kan je vertellen, geen pretje, dus er moest wat gebeuren. Na aankomst terug in Lhasa heb ik wat antibiotica gekocht (kan je hier gewoon in de winkel kopen) in de hoop dat het de volgende dag over was, maar helaas. Er was dus maar een oplossing, naar een tandarts. Helaas waren er die niet in Lhasa (geen betrouwbare) dus op naar het ziekenhuis.

Om 10 uur in de ochtend liep ik samen met Dan (de Maleisische jongen die ook chinees spreekt en wel als tolk mee wilde) naar het lokaal ziekenhuis.

Bij binnenkomst was het een drukte van jewelste, iedereen liep door elkaar, maar dat is wel vaker zo in ziekenhuizen. Er was een info balie, en die vertelde ons dat ik eerst een ticket moest kopen. Beetje raar, maar het is niet anders, dus hup, in de rij staan (het was zowaar een nette rij en geen duwen en trekken) en bij het loket aangekomen moest ik een kaartje van 4 Yuan kopen (halve euro). Daarna op naar de tweede verdieping, de afdeling tandartsen, en daar was een grote zaal met lange rijen met tandarts stoelen.

Naast de stoelen de normale spuugbakkies, met dien verschil met Nederland dat deze vrijwel allemaal onder de bloedvlekken zaten, omdat er geen spoel mechanisme in zat, en er ook niet in je mond werd gezogen zoals bij ons. Het is dus spugen geblazen. Er waren een paar mensen, maar veel waren het er niet, en ik was snel aan de beurt. Ik werd op de stoel gezet, en een heel aardige jonge tandarts mevrouw vroeg me in vlekkeloos Engels wat er aan de hand was. Ik schrok er een beetje van, want dat had ik niet verwacht, ik had juist Dan meegevraagd als tolk, maar dat was dus niet zo nodig. Ok, ik legde haar het probleem uit, en fluisterde haar ook in dat ze wellicht beter wat foto’s kon laten nemen (ik wist niet eens of die mogelijkheid daar wel aanwezig was, maar ze legde me plat op de stoel en begon wat in me mond te rommelen. Het oordeel was duidelijk, het was ernstig, ik zag het aan haar gezicht.

Ze schreef ineens wat op een briefje, en sommeerde dat ik naar beneden moest, en bij een ander loket moest ik 10 yuan gaan betalen. Beetje rare volgorde, maar ik wilde niet klagen, want ik had flinke ‘pien aon de bek’. Voor die tien yuanen maakte ze wel 3 foto’s van me kiezen, (eigenlijk was er maar een nodig, maar ja, als je niet kan fotograferen moet je het 3 x opnieuw doen nietwaar).

Na het ontwikkelen van de foto’s bleek inderdaad dat mijn vermoeden juist was, een ontstoken wortel, en de kies zat ook al aardig los zij ze, dus dat ding er uit jassen was eigenlijk het logische gevolg. Dat wilde ik natuurlijk niet, dus na wat heen en weer gepraat bleek dat er wel medicijnen waren die ik dan ook op een receptje kreeg (je raad het, naar beneden gaan, betalen, daarna terug om medicijnen te krijgen). Ik had nu echt een hele reeks pillen, en heb ze snel ingenomen want ik barste nog steeds van de pijn.

We zijn ondertussen anderhalve dag verder, en de pijn en de zwelling aan me kaak is redelijk gezakt, dus ik heb wel het idee dat het goed komt.

1 oktober, en Chinezen zijn afzetters

Vandaag met de fiets naar het Norbelinka klooster geweest, dat is het zomer paleis van de Daila Lama en daar een paar leuke dingen meegemaakt.
De kogel is door de kerk wat betreft de trek naar Nepal. Ik vertrek vrijdag a.s. met een 4 wheel jeep, 4 toeristen (Marion, Dan, een Iers meisje Seline en ikzelf) een chauffeur en een gids via allerlei stoppunten van Gletsjers en heet water bronnen, kloosters en andere ziens waardigheden, naar Mount Everest om daar twee dagen rond te lopen, dan door naar de Nepalese grens en door naar Kathmandu

Overigens, voor ik het vergeet, met me kies gaat het redelijk goed. De penicilline en antibiotica doen hun werk, en ben sinds vandaag voor het eerst redelijk pijn vrij. Bidden dat dat zo blijft, want 10 dagen onderweg zal er ook geen ziekenhuis in de buurt zijn.

Maar goed, wij gingen dus met z’n drieën (de drie musketiers) op de fiets naar het zomer paleis van de Daila Lama. Het was vandaag 1 oktober, nationale feestdag in China, ter herdenking van de stichting van de staat of zo, dus het was best druk. Met de fiets daar aangekomen, ging ik bij het loket staan om een kaartje te kopen, en ik zag bij de persoon voor me dat de lokale bevolking 3 Yuan entree betaalde. Nou, schappelijk dacht ik nog, maar toen het mijn beurt was was er het verzoek om maar even 60 yuan neer te tellen. Nou, dat schoot mij ff verkeerd. Dat een toerist meer betaald, ok, maar 20x meer? Schande. dus ik drukte miep 3 yuan in de hand, en die weigerde mij een kaartje te verkopen. Ik werd heel snel steeds bozer, en dat had ze ook wel in de gaten, en na een paar minuten waar ik op boze toon op haar had ingepraat (helemaal fout om dat in China te doen) verkocht ze me een kaartje voor 3 Yuan.

Mijn twee reisgenoten deden hetzelfde, en bij de kaartjes controle aangekomen wilde ze me niet er door laten. Ik kookte nog wel even, dus drukte ze het kaartje in de hand en liep gewoon door. Een wat grotere chinees probeerde me tegen te houden door mijn rugzak vast te pakken, maar ik liep gewoon door, en men had dus geen keus.

Voldaan was ik binnen in het zomer paleis, wat op zich niet eens zo veel voor stelde. Wat kloosters, die er allemaal hetzelfde uit zien, een droge tuin, veel verkopers van alles wat maar vooral etenswaar. Dus, ik dacht nog, mooi dat ik daar geen 60 yuan voor heb betaald, maar terwijl ik dit dacht kwamen we bij een tweede kaartjes controle, waar we het echte paleis in konden. Tja…je snapt het, of we maar even 60 yuan wilde betalen. Ik had daar echt geen trek in want ik zag weer dat de lokale er maar drie hoefde te betalen, dus ik gooide er weer drie op tafel en wilde door lopen. Marion, die hetzelfde deed durfde ze niet tegen te houden, mij zette ze echter met twee man vast zodat ik niet verder kon. Ik heb gepraat als Brugman, gelogen, bedrogen, gesmeekt en gedreigd, maar ze wilde me niet door laten. Toen ze op een gegeven moment iemand gingen bellen ben ik maar afgedropen, leuk zo bluffen, maar je moet wel weten wanneer je te ver gaat. Marion was wel binnen en kwam na een minuut of 30 terug, met de mededeling dat het allemaal niet spectaculair was, en we niet zo veel gemist hebben. Gelukkig maar. Ik snap echter niet dat die Chinezen er dan een prijskaartje van 60 Yuan op durven zetten. Dat is voor China echt een Gods vermogen, en ik werk niet mee aan deze uitbuiting.

En Sint was er ook