Is Laos nog steeds het relaxte land van weleer? De wereld verandert snel maar ik heb de ijdele hoop dat Laos nog is zoals ik het 4 jaar geleden aantrof. Relaxed, easy going en erg mooi. De eerste indrukken waren wat verwarrend. De tweede indrukken waren erg nat, dat krijg je in de regentijd. Dit zijn twee verhalen tezamen dus erg lang et 10.216 woorden, 54 minuten leestijd.
De eerste Laos kilometers waren wat verwarrend om twee redenen. Ten eerste werd mijn paspoort netjes gestempeld bij de grens, maar van een douane was geen sprake, alleen immigratie dus. Bij navraag bleek de douane 28 kilometer verder te zitten in het eerste dorpje. Dat dorpje was echter 18 kilometer verder volgens de KM paaltjes, dus ik hield mijn ogen maar open voor een douane post.

En ik maar denken dat ze de R niet konden zeggen, Lom lom lom.
Die vond ik inderdaad (niet dat er maar ergens een bord stond) 18 kilometer verder. Al mijn papieren aan de enige man die wat Engels sprak gegeven, en die ging ze uitvoerig zitten bestuderen. Ik had geen idee of ik überhaupt iets nodig had, en kreeg het idee dat ze in Laos niet het Carnet de passage gebruikte. Na 20 minuten minutieus al mijn papieren te hebben doorgekeken (en ik weet zeker dat hij er geen zak van snapte) verwees hij me door naar het hoofd van de douane, die zat 500 meter verderop zegt ie. Hij schreef de naam van de baas op een papiertje, en ik stapte weer in. Die 500 meter bleek 3 km te zijn maar ala, waarschijnlijk nam de man altijd grote passen.

Na de goede persoon te hebben gevonden heb ik hem verteld wat ie in moest vullen op mijn carnet en ik was hierna snel weer onderweg. Ik zit hier in een van de armste landen ter wereld, dus kan niet te kritisch zijn.
Tweede verwarrende aan Laos is dat volgens mij alle plaatsen wel 6 verschillende namen hebben. Ik beschik over 2 gewone kaarten (een Nelles en een ‘Rough guide’ map en een elektronische kaart) en geen één plaats op een van die drie kaarten is het zelfde. Sterker nog, ook alle wegnummers zijn op alle kaarten anders. Nog sterker zelfs, kreeg het idee dat als je een dorp in kwam rijden er naam XXX stond, en als je er uit reed, en je keek achterom wat er voor een naam opstond voor de mensen die van de andere kant kwamen, dat daar YYY op stond.

Als ik in dit dorp woon zou ik verhuizen
Vervelende dan is dat als er eens een bord staat, je niet weet welke plaats erop staat, want wat er op het bord staat, staat weer vaak niet op de kaart. Grote plaatsen wel, maar betrapte veel borden dat ze niet naar Vientiane verwezen, de hoofdstad van Laos, maar er stond ‘Capital City’ op. Dit is denk ik makkelijker voor het geval ze wederom eens besluiten de namen te veranderen, dan blijft dat bord ieder geval geldig.
Het is dus even puzzelen hoe te rijden, met wat Sherlock Holmes technieken kwam ik er uit. Die zei immers, elimineer al het onmogelijke, dan blijft de enige optie over, hoe onwaarschijnlijk die ook is. Zoveel wegen zijn er hier ook niet, was dus al rap op weg naar Louang Prabang al waar ik een weekje wilde blijven.
Zo rijdend in Laos is er toch wel een last van me afgevallen. Geen schema meer, geen Ting Ting lijk naast me, geen datum dat je een grens over MOET, geen verplichte toeristische Hotels, ik kan weer doen en laten wat ik wil. Heerlijk, ik weet zeker dat ik hier weer van ga genieten.
Luang Prabang was niet zo heel erg ver, 300 km of zo, maar ik onderschatte de te halen snelheid. De wegen waren super bochtig, soms wel 15 BPK, en veel van die bochten zijn dan nog 180 graden ook. Werd er bijna wagenziek van. Kwam bij, dat de weg wat schade had door de regen denk ik. Gemiddeld dus maar 30 km p/u kunnen rijden. Wel in een heel mooi berg cq heuvelachtig super groen landschap. Echt, de jungle is hier zo dicht dat als je er een gat in hakt en even gaapt, hij al weer dicht is gegroeid. Eerst staan er bomen, die zijn overgroeid door klimplanten die op hun beurt weer door andere klimplanten met kleinere bladeren worden overgroeid. Het is dus dringen maar erg mooi.

Noord Laos is groen, heel groen.
Men woont hier veelal in huizen op palen. Ook als er geen water in de buurt is, dan snap ik niet helemaal. Zou het vanwege ongedierte zijn? Of om de koeien onder te laten staan, en dan zelf boven te wonen? Moet het toch eens vragen. Die huizen zijn overigens meestal van rieten matten gemaakt, meestal met een rieten dak, heel soms een golfplaat dak. Het is hier natuurlijk nooit koud, en dat is een goedkope constructie zo. Het kan hard regen dus moet ieder geval wel water dicht zijn, en dat zal dan ook wel (van boven dan he). De mensen zijn ook heel anders dan de Chinezen, als je stopt komen ze op je af. Niet zoals Indiërs die gelijk midden in je auto staan, maar op een eerbiedig afstandje gaan ze staan kijken. Als je te kennen geeft dat je wel contact wilt, door een sabadie (hallo) of zo, dan komen ze wel hoor. Men spreekt slecht Engels, dat is jammer, maar men is erg vriendelijk. Overal spelende en zwemmende kinderen, kleine restaurantjes, vrouwen die de was doen, mannen die aan de kant van de weg niks zitten te doen, enfin, het leeft weer, ten opzichte van China. Had in een halve dag Laos al weer meer contact met lokalen gehad dan in 40 dagen China. Ik wil overal stoppen om met de mensen te ‘praten’ maar ja, dan kom ik nooit ergens natuurlijk, dus bedwing me enigszins en rijd wat door.
Er zijn hier veel E-groepen zoals dat tegenwoordig heet (of is het I-groepen). Dat zijn dan groepen van mensen die een bevolkingsgroep vormen die anders zijn dan de rest. Ze zetten een ander hoedje op of dragen een speciaal soort schoenen, kunnen misschien een leuke ouderwetse dans en hoppa, het is gelijk een nieuwe e-groep. Die groepen moeten natuurlijk speciale bescherming krijgen om hun etnische kunsten te waarborgen, ondersteuning van het wereld huppeldepup fonds, waarnemers van westerse ‘hulp’ organisaties komen kijken. Als ze hun petje af doen en hun schoentjes uittrekken zien ze er allemaal hetzelfde uit als de normale bevolking hoor haha. Het is de heden ten daagse mode, die mensen doen hun dansje of trekken hun petje scheef aan en hele hordes toeristen komen kijken en zeggen oh en ah en knippen lustig met hun digitale camera’s. Ondertussen natuurlijk Ting Ting kassa. (niet te verwarren met Ting Ting , mijn Ex. Iedereen vaart er wel bij dus iedereen happy.

Zij had een bad hairday.
Trouwens wisten jullie wat Ting in het Chinees betekend…, en dus Ting Ting eigenlijk als naam heeft ? Ik maar er maar weer eens een wedstrijd van, als je het weet dan stuur je een mailtje en wie weet, maak ik een nieuwe e-groep van je als hoofdprijs.
Had wel wat moeite een slaap plek te vinden hier in de jungle. Klinkt raar maar ik houd niet zo van echt aan de kant van de weg te gaan staan, ondanks dat er super weinig verkeer hier is. Maar links en rechts jungle, berg of afgrond, niet echt lekker om te parkeren, dat duurde zo nog al een tijdje. In de dorpjes zelf is helemaal geen parkeer plek, mensen hebben geen auto dus waarom een parkeerplek maken. De bussen en busjes parkeren midden op de weg. Vond ineens een stukje grond naast een vis vijver en parkeerde mijn auto daar. Had al snel wat lokalen om de auto en ik vond het heerlijk om weer een gebaren taal praatje te maken en mijn Chinese frustraties kwijt te raken. Het bleef wel super vochtig. Ondanks dat het maar 28 graden was voelde het aan als 36. Je zweet je rot en ook alles in de auto blijft vochtig.
Om 6 uur is het hier pikkedonker. En je weet, in de jungle is het donkerder dan elders. 🙂 (en veel enger natuurlijk) Om 8 uur, net het eten door de keel, plots hoor ik kuchen buiten. Ik keek, zag een man met geweer. Deed mijn grote licht aan, maar hij legde niet gelijk zijn geweer in de aanslag dus ik denk het is veilig. Deed de deur open en vroeg wat ie wilde, zag gelijk nog 3 andere met geweer. Twee er van hadden leger uniform, maar dat zegt hier niet veel. Ik houd niet zo van geweren in de donkere nacht dus ik bleef voorzichtig. Een van de mannen vroeg of ik mijn naam en paspoort nummer op een papiertje wilde schrijven, men wilde blijkbaar weten wat voor een vlees men in de kuip had. Ok, kan ik inkomen. Hierna toch maar weer snel de auto in gegaan, je weet het maar nooit.

Na een prettige, redelijk koele nacht, door gereden naar Luang Prabang. Weg kwaliteit werd iets beter maar het bleef een heen en weer gooi weg. Veel mensen en dieren op de weg, zeker in de vele kleine dorpjes. Ik weet zeker dat ik één kip heb dood gereden, maar waarschijnlijk zijn het er wel een paar meer. Kan moeilijk elke keer voor elke kip gaan stoppen. Daarbij zien die beesten er hier niet uit. Op van die hoge poten, zonder stukkie vlees eraan, nee, die zijn beter af als ik ze dood rijd. Het lijken wel Hamas kippen, van die zelfmoord beesten die net voor ik aan kom rijden toch nog even de weg over gaan steken. Dan vraag je er om hoor. Gelukkig geen gordel van explosieven er om. Kunnen de lokalen ze op de BBQ leggen, dat vinden zie hier een prima zaak.
Er lopen ook veel buffels op de weg, maar in regenstelling tot India zijn ze hier vaak wit. Misschien moet ik er eens een naar India sturen, dan ontdekken ze er vast een nieuwe god in.
Niet alleen beesten die op de weg lopen hoor, er vliegt ook van alles door de lucht. Het aantal vlinders van enorme afmetingen is frappant. De kleuren zijn echt bijzonder, maar er vliegt van allerlei zeer vage dingen door de lucht hier. Insecten die in een SF-film van Steven Spielberg niet zouden misstaan. En dan ook vaak nog met bijzonder mooie kleuren. Dan hoor ik ineens weer ‘TOK’ en dan vliegt er weer iets fleurigs tegen mijn vooruit.
Op een geven moment hele rare bergen, van die haaie tanden. Gewoon in heuvelachtig landschap ineens… BAM een soort van omgekeerde vaas midden in het landschap. Maar dan wel een van denk ik een kilometer hoog, wellicht meer, de top zat in de mist. Steile wanden waar elke bergen beklimmer het water van in zijn mond zou krijgen. En alles bleef groen, heel groen. Temperatuur en vochtigheid stegen nog wat toen ik de bergen uit kwam en Luang Prabang in reed.

Luang Prabang, tempel dorp aan de mekong.
Hier in Luang Prabang (LP) even moeten zoeken voor ik een redelijke plek gevonden had om mijn auto te parkeren. Dat werd gewoon een woonwijk, als je daar van kan spreken, maar wel met één kant aan de rivier, en daar ben ik lekker aan gaan staan. Alle andere plekjes worden bezet door restaurantjes, terrasjes, winkeltjes en dergelijke. Het is in die 3 of 4 jaar dat ik hier niet was, best een stuk drukker geworden. En commerciëler. Veel van de leuke winkeltjes zijn vervangen door massage salon. Jammer maar op zich geen probleem. Maar lijkt echter alsof elke tweede winkel een massage salon is, dat riekt naar Thaise praktijken, heel vaag. Kreeg ook bij het even rondlopen gelijk de vraag of ik boem-boem lady wilde. Mmm, iets met vuurwerk te maken misschien? Jammer, want LP was een hele rustige mooie plaats, vol met Tempels (nog steeds) en monniken in oranje gewaden en paraplu’s tegen de zon. Die laatste zijn er nog steeds, maar tussen de vele toeristen wat minder opvallend als vorige keer. Heerlijk gegeten aan de Mekong, voor een slordige anderhalve euro met een grote fles Beerlao (veel lekkerder dan dat Chinese water-bier), en wat varkensvlees met boontjes en 6 kleine vegetarische loempia’s. Nou, met zo’n uitzicht er bij, daar kan je niets van zeggen, behalve HEERLIJK. Toch weet ik niet of ik het hier langer dan een of twee dagen uit houd. Het is er erg druk en erg veranderd. Alle tempels heb ik natuurlijk al gezien. Kreeg zowaar msn contact met mijn zus. Die vertelde dat de halve familie boos op me is, ik heb blijkbaar iets verkeerds gezegd. Jammer. Zoveel horen we toch ook niet van elkaar, maar het zal zeker aan mij liggen.
Het eten in Laos is een mengeling van Chinees en Thai’s (raar he) maar wel minder gekruid. Ze eten ook veel vis, kan je ook zien aan de vele vis-farms die je langs de kant van de weg tegen komt. Moet allemaal zoet water vis zijn, want Laos heeft geen zee maar natuurlijk wel veel rivier. Verder eten ze buffel, varken en kip.
Nam gisteren een stokbroodje (Jaja, Franse invloeden) bij een straat tentje, op alles wat de eigenaresse vroeg of dat erop moest heb ik ja gezegd. Bah bah, geen idee wat ik gegeten heb. Er zat, zo leek het, stukken touw tussen, vlees, vis, groente en een paar dingen waar ik geen benaming voor kan vinden. Het smaakte raar maar niet vies.

Laotiaanse fuik
Heb het inderdaad twee dagen in LP uitgehouden. Het is er mij te toeristisch. Heb de dingen gedaan die ik op de planning had staan. Wat gerust, geïnternet, paar dingen gezien die ik vorige keer niet had gemist en wat geklungeld aan de auto. De tempels blijven erg mooi. Alleen een kleine aanvaring met een slang gehad. Ging erg vroeg in de ochtend naar een tempel boven op een berg, die berg staat midden in de stad (het dorp eigenlijk) en stond op een steen naar beneden te kijken en van het uitzicht te genieten toen ik uit mijn ooghoek wat zag bewegen en ik plots een gif groene slang van 50 cm op me af zag komen. Puur uit reactie sprong ik weg, nog van geluk spreken dat ik niet de afgrond in sprong.
Op maandag 1 oktober 2007 in de vroege ochtend vertrokken via de B-weg nr 2501 richting de watervallen van Khouang Si. Die zouden erg mooi moeten zijn, in diverse boeken worden ze goed aangeschreven. De weg er naar toe (30Km) was wat smal maar verder goed. Wat enge bruggetjes maar na mijn ervaring in Bardia in Nepal durf ik alles aan. De watervallen waren inderdaad erg mooi. Zeker nu in de regentijd, water spoot van alle kanten naar beneden.

Er waren ook drie zwem watertjes bij en hiervan dankbaar gebruik gemaakt. Ook hier het aantal beesten in de jungle is overweldigend. Vooral de vlinders trekken aandacht vanwege hun mooie bonte kleuren en vanwege hun afmetingen. Maar ook de bloemen, de verscheidenheid aan planten, adem benemend.

Heerlijk gezwommen in deze waterval-zwembaden. En je snapt wel waar dat touw voor is hoop ik.
Om twee uur, na een stop bij de lokale markt, richting zuid gereden. Wederom berg weggetjes met tropische groen. Zelfs de rijst die hier staat is nog groen, terwijl die in China allemaal geel was. Vraag me af hoe dat komt, zouden ze hier later planten?
Op een geven moment staan er drie vrouwtjes aan de kant van de weg, elk met een tros enorme levende ratten in de hand. De ratten zijn met de achterpoten aan een touwtje gebonden en als ik passeer houden ze de tros omhoog, ik neem aan om ze te koop aan te bieden. Ik kan niet anders begrijpen dat dit is om te eten. Ratten houden als huisdier is hier niet echt een optie. Mm, zal misschien best goed smaken maar toch maar geen aankoop gedaan.

Rustige mooie wegen
Om half 6 gestopt langs de kant van de weg. Het is hier om 6 uur echt al pik donker en dan wil ik niet op die berg weggetjes rijden. Er is zo weinig verkeer dat langs de kant stoppen geen probleem moet zijn denk ik. Toch kan je niet zomaar overal stoppen. Tenminste, het kan wel maar niet verstandig. Zeker in de regentijd kan er van alles de berg af komen donderen dus je moet niet onder een steile wand of onder een zanderige berg gaan staan, anders heb je zo ineens een zandbak in en op je auto. Ook moet je niet er boven op gaan staan, als er een landslide ontstaat en je auto gaat mee, lijkt me geen pretje. Niet te dicht bij een dorp, dan heb je teveel staarders, ook niet te dicht langs de weg, dan maakt het weinige verkeer je wakker. Nee, een goede parkeerplek vinden is een kunst en lukt mij ook niet altijd. Je moet ook wat geluk hebben soms. Maar ook dit keer bleef het erg rustig op de herrie van kikkers, sprinkhanen en cicaden. Hier heb je een variant daar op, waarvan de toon een flink aantal octaven hoger ligt dan de Fransman. Hierdoor lijkt het een soort cirkelzaag geluid. Je went er snel aan maar onder het rijden kan het nog wel eens lastig zijn, ieder keer denk ik dat er wat aanloopt onder de auto of zo.
Werd wakker in de mist, dat was jammer want de vorige avond leek het een mooi uitzicht te zijn . De resterende 170 kilometer naar Vang Viang gereden. De weg kwam na Kasi de bergen uit en werd daardoor veel sneller. 15 bochten minder per kilometer scheelt een stuk in de snelheid hoor.

Petje af voor de watervallen.
Vang Viang staat bekend als backpakkers oord eerste klasse. Geloof dat het bij BNN op reis een prijs gewonnen heeft en het heeft ook wel wat (en ook wel wat niet). De meeste backpakkers oorden hebben een groot voordeel en een nadeel. Nadeel is dat het vaak vol zit met backpakkers. Haha, sorry, open deur intrappen natuurlijk. Nou heb ik niks tegen backpakkers, ik was er zelf een, maar je hebt er wel wat slechte tussen. De groepen met hangende en wiet rokende Israëliërs en Europeanen, zijn niet mijn favo bevolkingsgroepen. Maar ach, die hebben ook een uitlaatklep nodig , misschien moeten we maar een e-groep van ze maken. Het grote voordeel van een backpakkers oord is dat er veel voorzieningen zijn, winkeltjes, internet plekkies, restaurantjes etc en dat het er in verhouding tot dikke hotels goedkoop kan zijn en je er redelijk met rust gelaten word. Bij aankomst tevergeefs geprobeerd een guesthouse te vinden met parkeerplek voor mijn auto maar alles was te klein. Nou ja, geen probleem, heb dus mijn auto maar op landingsbaan van het vliegveld geparkeerd. Gelukkig voor mij was het het oude vliegveld, dus er zal niets meer landen maar het is wel een gigantisch lange strip rechte grond die door niemand en iedereen gebruikt word. Plan ik een paar dagen te blijven om wat te klooien. Heb wat tips van Rosier van den Bosch gekregen over het oplossen van mijn versnelling probleem (die overigens niet erger geworden is, misschien zelfs wel minder erg), nu eens echt mijn scooter drager uit elkaar halen, enz.
Zuid Laos
Nadat ik anderhalve dag op de landingsbaan van Vang Vien stond kwam de politie aankakken. Ik was net klaar met het uit nemen van mijn gasflessen. Ik had ze gewogen en geconstateerd dat mijn gas verbruik goed mee viel en ik dus in die 3 maanden tijd nog geen halve fles had gebruikt. Plots twee brommertjes. Een uniformpje op de ene en op de ander twee mannekes. Nou schrik ik daar niet van, ik doe niets verkeerds maar ik had het idee dat zij daar anders over dachten. Een glimlach kon er niet van af toen ze me om mijn paspoort vroegen. Ik hielp ze er aan, vertelde wat ik hier deed en waarom ik hier stond. Mmm, gegevens uit mijn paspoort werden overgeschreven en na een kijkje binnen ontdooide de agentjes wat. Toch bleef ik er geen goed gevoel over hebben en vroeg me af wat ze van me wilde. Er werd via een mobiel getelefoneerd met het bureau en dit resulteerde in de vraag of ik mee wilde gaan, hun baas wilde me graag ontmoeten. Tja, dat kon, moest ik wel eerst alles sluiten. Gen probleem, ze wachten geduldig tot ik eerst mijn handen had gewassen, zonnescherm opgedraaid had, alle ramen en deuren had afgesloten en wat schonere kleren had aangetrokken. Ik op mijn eigen scootertje naar het politie bureau wat 2 km verderop was en daar ontmoete ik de baas. Aardige man, daar niet van, maar hij vroeg me het hemd van mijn lijf. Wat ik daar deed, waarom, hoezo, hoelang, wanneer enzovoort. Gaf netjes antwoord. Na een minuut of 10 kwam het hoge woord eruit. Men had helemaal niet gesnapt wat ik nu voor een auto had, wat ik daar aan het doen was en waarom ik daar stond. Waarschijnlijk vermoede men dat ik enge dingen smokkelde of zo, misschien nog wel erger. Sommige agentjes zijn wat paranoïde heb ik het idee. Daarbij kwam dat de wet van Laos stelde dat elke toerist zich in een Hotel of Guesthouse most bevinden. Dat deed ik niet, dus ik overtrede de wet. Ok, dat was minder. Ik had niet zo’n zin om mijn auto in een veel te kleine parkeerplek van een lawaaiig guesthouse te proppen, vol met Israëliërs en ander stoned dopers die domme comedy films zaten te kijken met het volume op 10. God wat kan ik weer lekker generaliseren, maar goed, je snapt vast wat ik bedoel, ik stond hier wel ok. Vroeg dan ook beleeft of hij niet een uitzondering wilde maken en hij beloofde mij dat ie met zijn baas zou praten en ik er nog van zou horen. Moest nog een kopie van mijn paspoort zelf gaan maken en ik mocht weer gaan.
Alsof de duivel het gehoord heeft komt er, net nadat ik de laatste letter van de vorige paragraaf had getypt mijnheer agent-baas aanrijden. Het is nu 3 dagen later, dus veel haast had men niet, maar hij kwam vertellen dat ik hier wel mocht blijven staan en er geen problemen waren.

Ik heb het niet gedaan, echt niet
De dag na mijn bureau bezoek wilde ik eigenlijk wel gaan Tuben. Voor diegene die dat niet weten, tuben is op een hele grote binnenband zitten, met je benen over de rand en je kont in het water en zo heerlijk relaxed de rivier af zakken. Helaas regende het die dag nogal dus ik stelde het uit naar de volgende dag. De dag daarna regende het ook, en je kan je voorstellen hoe het de dag daarna was…. Regen. In eerste instantie zij het weerbericht (www.weeronline.nl) dat het zaterdag wel beter zou zijn, toen ik vrijdag nog eens ging kijken had men dat veranderd in tekens van dikke wolken. Er was blijkbaar een tyfoon die via Vietnam richting Thailand aan het waaien was en daar kregen we hier een staartje van mee in de vorm van nattigheid. Dat bracht mij in dubio. Ik zou en moest gaan tuben, had daar 4 jaar lang naar verlangd. Niet in de regen want ik wilde de lange variant doen (12 km), als je dan de hele tijd nat bent is dat niet prettig. Het is hier niet koud is (was het maar zo) maar toch. De natte dagen maar besteed met….beetje internetten, beetje verhalen vertalen naar het Engels, beetje teer spetters en plekjes van mijn auto afpoetsen tussen de buien door, water verzamelen door een ton onder mijn zonnescherm te zetten, boekje lezen, tukje doen, je ziet, ik houd me wel druk.
Kan dat niet zeggen voor de rest van de toeristen hier. Die hangen de hele dag rond in de ‘lounge’ plaatsen en kijken naar domme tekenfilms of de serie Friends, al dan niet stoned of beschonken.. Als het niet regent, bewegen ze zich over de rivier, liefst in een tube. Dat is nog begrijpelijk, vind ik ook leuk. 4 jaar geleden de highlight van het jaar. Lekker rustig.

Nu zijn er een flink aantal bars aan de oever ontstaan die allemaal een soort bungee-jump paal hebben geplaatst waar je met een machtige zwier het water in kan plonsen. Dit alles vergezeld van het nodige bier en ander alcohol, harde muziek en het macho gedrag van wie kan er het stoerst aan dat touw hangen, wie laat de grootse bilspleet zien en wie heeft er de grootste boezem. . Heel leuk om eens naar te gaan zitten kijken, de rust van weleer is helaas weg. Het kan nog veel erger natuurlijk, het is nog geen Lloret de Mar, maar als de ontwikkelingen zo door gaan gaat het hard die kant uit. De Laotianen zijn ook niet dom, die hebben deze ‘poelen des verderf’ aan die rivier midden in de jungle gebouwd zodat geen enkele lokaal zich stoort aan het westerse gedrag. Slim. En het brengt een hoop werkgelegenheid en geld binnen voor dit arme lang.

Van het tuben hele grote rode plekken aan de binnenkant van mijn armen gekregen. Dit komt omdat het water redelijk snel stroomt en je af en toe hard bij moet peddelen om in de juiste stroom te komen. Daarbij schuren je armen tegen de band aan en dat gaat dus op den duur irriteren. Kan me dat niet herinneren van de vorige keer, misschien komt het nu omdat ze de banden geverfd hebben. Ik lijk net een verslaafde joh, met van die rode naalden plekjes.
.
Op dinsdag de 9e naar Vientiane gereden en daar aan de Mekong gaan staan. Had al eerder gehoord dat de politie het niet zo leuk scheen te vinden als je daar de nacht door bracht, maar ik had weinig keus. Vientiane is een oude Franse koloniale stad. Straatjes klein, hotelletjes ook en van een parking hebben ze nog nooit gehoord. Dus de nacht de auto op de betaalde parking laten staan (3000 kip, oftewel een kwartje), mijn oordoppen ingedaan en ventilator aan (het was warm) en helemaal niks van alle herrie gehoord. Ook niet van eventuele politie die me zouden hebben willen verwijderen. Ook de volgende dag en nacht blijven staan, prima plekkie ondanks de herrie. Tevergeefs op zoek naar de Cambodjaanse ambassade. Na een fiets-zoek tocht van een paar uur (en een paar liter zweet) terug gekeerd en met een tuk-tuk nog een poging gewaagd. De ambassade bleek hééél ergens anders te zijn dan mijn boek had aangegeven. Krijg je met oude boeken. Daar aangekomen bleek hij ook nog eens drie dagen dicht te zijn. Maar gelaten voor wat het was.

Regentijd betekend veel water
Donderdag rustig richting het zuiden af gaan zakken. De weg 13 bleef erg rustig en hoe verder van Vientiane hoe beter. De weg volgt de Mekong rivier voor honderden kilometers, soms er vlak langs (pracht gezicht, die brede bruine stromende massa), soms er wat verder vanaf. Het was een beetje rare gewaarwording. Ik reed immers nog geen kilometer van Thailand vandaan aan de ene kant (aan de overkant van de MEKONG Rivier is Thailand), terwijl op in het oosten ik vlak bij Vietnam was. Bangkok was twee dagen rijden (als ik zou willen), Pnhom Pen (Cambodja) 3 of 4 dagen. Ho-Chi-Min-City oftewel Saigon lag daar weer een dag rijden vandaan. Leuk!!!
Had wel moeite om een rust cq lunch plekkie te vinden. Ook hier aan beide kanten diepe geulen voor water afvoer. De enige stopplekken zijn dan in dorpjes, voor winkels of huizen, en dat is dan gelijk weer niet zo prettig. In de avond vond ik bij een truck-weeg station een perfect plekkie. Er kwamen wat veel lokaaltjes kijken, maar die dropen om 8 uur (met wat hints van mijn kant) weer af. Perfect geslapen. De volgende ochtend besloot ik ter plekke om hier een dagje te blijven staan. Kon dan wat klusjes doen die ik als maar uit had gesteld. Een er van, het omgooien van de berghokken, had ik veel ruimte voor nodig want ik moest mijn halve auto er voor uitpakken, het liefst zonde mensen in de buurt want die zouden alles aan gaan raken. En dat was hier dus het geval. Hele dag heerlijk gerommeld. Als je zo bezig bent kom je steeds weer wat anders tegen dus kwam zelfs tijd te kort. De douche vloer schoonmaken, dat stond op de planning en daar kwam ik niet eens meer aan toe. In de avond kwam de politie langs. Ze zijn echt paranoïde hier. 6 agentjes, met diverse uniformen. Alsof ik Boris Boef was. Ze spraken erg slecht Engels en ook nu weer kreeg ik een slecht gevoel van die agenten. Alsof ze wat wilden van me. Heb me zoals altijd maar weer van de domme gehouden. Zo in de trend van, dit is mijn auto, je mag overal kijken, hier is mijn paspoort met visa, zeg maar wat het probleem is. De agent die het ‘woord’ voerde bleef maar in mijn auto hangen, zei niet wat ie wilde of wat het probleem was, maar na verloop van tijd, en na belofte dat ik de volgende dag zou vertrekken gaf ie me toch mijn paspoort en waren ze weer verdwenen.

Het dieet van die lokaaltjes deed mij er van weerhouden om bij iemand thuis te gaan eten. Men kwam veelal met dingen aan die gevangen waren voor het avondeten en daar zaten aparte zaken tussen. Hele grote schelp-slakken en kikkers, dat kon ik verwachten in een Frans georiënteerd land. Niet mijn lieveling kostje. Erger was dat men ook die herrie beesten, die cicaden op at. De mensen vinden ze hier in het donker door een licht aan te steken. Het zijn net motten, ze komen er op af als een bezetenen. Je moet nog oppassen ook want echt goed vliegen kunnen ze niet en ze komen hard aan als ze tegen je aan vliegen, ik kan uit ervaring spreken. Maar de lokalen vangen ze, breken onmiddellijk de vleugels er af en stoppen ze dan in hun zak of een plastic tasje. Geroosterd op een vuurtje vinden ze het lekker, dat was duidelijk, maar ook dit aanbod heb ik afgeslagen. Een iemand kwam met een hele mooie vogel aan. Soort aalscholver , maar helaas, het zal een panscholver worden, deze gaat namelijk ook de pot in. Stond nog vers in me geheugen hoe die vrouwen in de bermen mij ratten aan boden, al om hebben ze hier een rare eetgewoonte.
Zoals beloofd netjes de volgende dag vertrokken, rustig rijdend over de nog steeds uitstekende weg nr 13. Ook nu weer niet zo heel spectaculair. Na Paxe of Pakse veel rijstvelden, heel veel kleine dorpjes. Iedereen woont langs de weg, 30 meter weg-uitwaards staat geen huis meer. Maar hierdoor lijkt het erg druk bevolkt. Het verkeer op deze weg is vrijwel nihil. Af en toe een tegenligger, maar 1 per 5 minuten of zo. Wat wel opvalt in heel Laos trouwens is dat van de niet bussen/vrachtwagens ongeveer 90% pick-ups zijn. Veel Japanners, eigenlijk bijna allemaal denk ik. De rest van de weg gebruikers zijn bromfietsers en twee wielige tractoren, die je aan deze kant van Azië erg veel ziet. Van die tractor motoren met twee wielen eronder en een heel lang stuur. Heb ooit op mijn vorig bezoekje aan Laos daar wel een foto van gemaakt volgens mij.
Het wordt ook steeds armer en minder ontwikkelt hoe verder je van Vientiane af komt. Zag al diverse pomp stations die de benzine en diesel uit gewone vaten tapte. Winkeltjes worden steeds kleiner en minder er van, enfin, hier begint het echte arme Laos. Toeristen zie je hier overigens vrijwel niet terwijl je daar in Vientiane over struikelt. Dit deel van Laos blijkt niet boeiend te zijn. Snap het niet zo, want in principe is het een rechte weg van Pnhom Pen naar Vientiane (en dus China). Misschien zijn er snellere wegen of is er gewoon geen verkeer tussen die twee landen. Ik weet dat ze niet de beste vrienden zijn. Lang moeten zoeken naar een goede slaap plek. Was er eindelijk eens een veldje, hadden ze er op de helft er van een kermis staan. Op z’n Laotiaans dan, met ballonnen prikken en opblaas trampolines. Dat leek me dus geen optie. Ook nu had de vele regen goede slaapplaatsen omgetoverd in water en modder plekken, ik was bang om zo maar zo’n veld in te rijden, de regen zou het wel eens in een drassig onzichtbaar modderveld hebben kunnen veranderen.
Ik ben hier in Laos een Farang. Maar omdat ze de R niet leuk vinden ben ik een Falang. Dat is de indochina versie van het Hindi woord Gora, Het west Afrikaanse Toubab of het oost Afrikaanse Muzungu, oftewel blanke, buitenlander, vreemdeling, het is maar hoe je het vertaalt. Soms boezem je hier als Falang wel angst in. Ik zat te lunchen paar dagen geleden naast mijn auto, lekker tomaten salade. Er stonden een stuk of 10 man naar me te kijken. Zat er verder niet zo mee want die Laotianen zijn niet zo opdringerig en wel aardig verder. Ik stond wat plots op om wat water te gaan pakken, de groep stoof uiteen. Vooral de hele kleine kinderen liepen voor hun leven, de oudere deden een paar stappen terug. Ik lag in een deuk, het was zo’n stom gezicht, en nadat men zag dat ik geen kwaads in zin had schuifelden men langzaam weer terug. Maar… het spel was begonnen, en iedere keer als ik ineens BOEH riep stoven die kids weer weg. Op een gegeven moment hadden ze wel door dat ik ze aan het pesten was, maar ik heb tenminste goed gelachen.
Heb wat problemen water te vinden. Rivieren genoeg, maar dat bruine water lijkt me geen goed plan. In India heb je overal wel pompen langs de kant van de weg staan, Nepal ook wel, in China kon ik van de Hotels wel jatten. In Noord Laos kwam ik af en toe wel iets tegen dat de berg afstroomde en helder was, maar hier in midden en zuid Laos moet ik echt diesel gaan tanken, en voor het tanken eerst vragen of ze ook water hebben. Zo nee, rijd ik naar het volgende tankstation. Tot nu toe nog gelukt, maar handig is het niet. Vraag me af hoe de lokalen water krijgen. Zie geen putten of water pompen naast de huizen, dus moeten ze dat anders regelen. Zie wel erg veel van die 10 liter bronwater flessen, maar die moet je kopen.
Vraag me sowieso af wat voor een bestaan de mensen hier hebben. Naast rijstvelden zie je weinig activiteiten. Geen industrie, geen toerisme. Weinig business. Af en toe eens een meubel maker of een garage, maar aantallen zijn het zeker niet. In veel Aziatische steden heb je in elk dorp wel 4 smeden en 7 winkels met van alles en nog wat zitten, hier is de commercie duidelijk minder. Af en toe een winkeltje met de bekende cola’s en chips en koekjes, maar je moet er wel naar zoeken. Net als groente, wat je overal in Azie langs de kant van de weg kan kopen, moet je hier ook echt naar zoeken. In de wat grotere dorpjes zie ik af en toe wel iets wat op een soort marktje lijkt, maar het aanbod is beperkt. Als er zo weinig commercie is, zou dan iedereen op het land werken? Het is nu wel rijst oogst seizoen, maar vind het toch een beetje vaag.

Het oogsten van de rijst, wat nu in volle gang staat, word merendeel met de hand gedaan. Ik zie wel dors machines, die de gesneden rijst stengels van de rijst ontdoen. Die machines zijn denk ik van de overheid en vermoed ik te huur of leen voor de boeren. Die snijden dan hun rijst met de hele familie, vader moeder, opa en oma, de kinderen en eventueel de buren en halen dat dan door de machine. Rijst word in 20 kilo zakken thuis opgeslagen, ik neem aan voor eigen consumptie. Wat over is zal wel verkocht of geruild worden.
Ik moet hier in Laos regelmatig tol betalen, net als in China. Gelukkig niet zo vaak en niet zo veel, en niet zo dringend. Zo eens of twee keer per dag kom ik een tol post tegen. Geen slagboom, maar gewoon wat rode pylonen op de middenstreep en een tafeltje waar een ventje onder een parasol zit. Als je wilt kan je zo door rijden, maar de manier waarop het gebeurt, nodigt dat niet uit. Mensen lachen altijd, de tol is altijd redelijk (meestal 10.000 kip, of 80 eurocent) en de afwezigheid van dwingende maatregelen als slagbomen en verkeersdrempels maken het allemaal heel gemoedelijk, niet iets om misbruik van te maken.
De gemiddelde kleding dracht van de Laotiaan is simpel. Een T-shirt, meestal van een voetbal ploeg of land (Engeland is erg populair) , een voetbal broek met, neem ik aan, daar onder ondergoed. Verder (teen)slippers. De wat oudere, zeg boven de 35, hebben als ze wat meer gekleed willen zijn, een lange broek met t-shirt aan. De vrouwen dragen meestal een sarong achtige rok met een shirt. Verder zie je de meeste vage hoedjes, petjes, hoofddeskels etc.
Lopen met ontbloot bovenlijf is voor de mannen geen probleem, vrouwen doen dat niet. Kleine kinderen onder de 2 of zo lopen vaak met niks aan, ik denk dat dat makkelijker is dan steeds de boel te moeten wassen.
In de avond lekker bakkie spaghetti gemaakt (nog volkoren spaghetti uit NL), hierna een filmpje gekeken en Pipas gegeten. Dit laatste zijn zonnebloem pitten en de, spaanse naam er voor. Geen idee hoe ze in het Laotiaans heten. Die zijn lekker, je moet er veel voor doen en krijgt weinig binnen, dus goed voor de knabbel lust ivm mijn letten op het gewicht.
De rest van het stuk naar Pakse was zo gepiept in de ochtend. Vlak voor de stad was een brug, maar die was zo smal dat ik er bijna niet door kon. Een agent stopte me en verbood me er door te gaan. Dacht eerst dat het de hoofdweg was, maar het bleek dat ik een afslag had gemist (er bleek ook geen bord te staan toen ik terug reed), die voerde me over de nieuwe brug. In Pakse eerst de auto in een straatje gezet en met de fiets de boel verkend. Plekje aan de mekong rivier uitgezocht en hierna mijn auto gehaald en die er neer gepropt. Dat is het ideale als je in de ochtend aankomt, dan heb je alle plek. Ik weet zeker dat het hier in de middag en avond vol zal zijn, het is immers zondag vandaag en de Laotianen houden van op terrasjes zitten. Die zijn er dus genoeg hier.
Pakxe, de grootste stad van het zuiden van Laos, stelt eigenlijk niet zo veel voor. Het is lopend goed te verkennen, dus helemaal op de fiets. Er zijn twee wel leuke markten, maar ze verkopen er niks anders dan wat ik overal in Azië zie, daar hoef je dus niet voor te gaan. Het is wel leuk om te gaan om mensen te zien, handel en wandel te bekijken en zo, maar dit staat blijkbaar op zondag op een laag pitje want het was allemaal een beetje doods.
Ondanks dit heeft het stadje toch één pin automaat en, sinds volgens mij nog niet zo lang, een brug over de Mekong. En daar zijn er niet zo veel van, want die Mekong is hier al bijna een kilometer breed, misschien zelfs wel iets meer. Daar bouw je als arm staatje dus niet even een brug over. Er zijn in heel Laos, waar de Mekong van noord naar zuid helemaal doorheen stroomt, maar drie bruggen over die rivier. De rest gaat, zoals vanouds per ferry of bootje naar de overkant.
De eigenlijke reden dat ik in Pakxe was gestopt was dat ik wilde weten hoe ik in Champasak moest komen. Champasak ligt 40km ten zuiden van Pakxe, maar helaas pindakaas, aan de andere kant van het water. Dan zijn er dus twee opties om er met de auto te komen, of de auto te laten staan en met ander vervoer te gaan. Met de auto kon ik (en dat leek mij in eerste instantie de meest logische weg), in Pakxe de rivier over en dan via binnendoor weggetjes afzakken naar Champasak. De meeste toeristen die daar naar toe gaan, gaan of per boot vanuit Pakxe (lijkt me ook wel leuk), of gaan per bus naar het zuiden en steken dan met de ferry de rivier over ter hoogte van Champasak. Ik kon me niet voorstellen dat ze een ferry zouden hebben waar mijn auto op zou kunnen, dus dat had ik eigenlijk al opgegeven. Schetst mijn verbazing dat drie onafhankelijke mensen me vertelde dat ze daar ook een grote ferry hadden en mijn auto er wel op zou passen. Blij dat ik dus ben wezen vragen, anders was ik vet omgereden en misschien wel via hele slechte wegen.

Houtjes touwtjes ferry
De reden om hier naar toe te gaan is de aanwezigheid van de Wat-Pou temples, een zuster tempel gebied van Ankor-wat zeg maar. En Ankor-wat, voor de cultuur barbaren, zijn de meest imposante oude tempels die ik ooit gezien heb. Tig vierkante kilometer met oude, door de oerwouden overgroeide joekels van tempels. En Wat-Pou zou hier een kleinere versie van zijn..
Je ziet in Laos erg veel netten, fuiken en dergelijke. Elk stroompje water heeft wel een paar netten die alle vis tegen houden. Heb gezien hoe groot die visjes dan zijn die ze vangen, die vullen mijn holle kies nog niet eens. Maar er komen ook vaak kikkers in, die zijn al van een groter kaliber. Toch vraag ik me af of op die manier vissen, niet de visstand in gevaar brengt, want je vist vrijwel alles uit het water. Op een gegeven moment moet het toch een keer op zijn lijkt me.
Wat-Pou, ook wel Wat-Pu, Vat-Pu en Vat-Pou gespeld, om het de bezoeker makkelijk te maken, viel een beetje tegen. De weg er naar toe was des te spannender. De veerpontjes die men gebuikte om over de zeer snel stromende Mekong heen te komen waren, op zijn minst gezegd, gammel. Bij aankomst aan de veerpont plek zag ik al niks, vond het wat raar. Na wat lokalen te hebben aangesproken bleek er ineens een mijnheer zijn pontje wel te willen halen, ik moest maar even wachten. Na 15 minuten kwam er een ding voor varen, tja, hoe moet ik het beschrijven. Een soort omgekeerde metalen doos met aan beide kanten een extra kano ter ondersteuning. Over dat geheel lagen planken. De schipper deed echter niet moeilijk over mijn auto , dus ik denk, die zal het wel weten. Bij het oprijden kraakte er van alles, maar het bleef heel en het bleef drijven. Sterker nog, er gingen nog 5 andere auto’s bij en hoppa, in galop de Mekong op. Die stroomt zo sterk dat die pontjes niet naar de overkant sturen maar naar een punt ver stroomopwaarts, om, hoe raar het ook klinkt, toch gewoon aan de overkant uit te komen. Hier weer hetzelfde proces van kraken en steunen, maar ik kwam er heelhuids af. In eerste instantie wilde de geinige gozer 150.000 kippen hebben ter betaling. Dat vond ik wat veel, had natuurlijk al hier en daar wat geïnformeerd. Een auto betaalde 20.000, een minibusje 30.000 kippen. Dan zou ik 50 of 60.000 kippen voor mijn auto wel reëel vinden. 150.000 was wat veel. Enfin, na een hoop blabla, schouder geklop, hoofgeknik en handgebaar de boel afgemaakt op 80.000. Dat is dan een dikke 6 euro, nou daar ga je ook niet al te moeilijk voor doen. Laat die man ook een goede dag hebben.
Wat-Phu (spreek uit Watpoe) was erg vervallen. En dan zeg ik het netjes. Het lag er mooi, in de jungle, tegen een berg keten aan. De fallus die men in de bergketen zou moeten herkennen was blijkbaar een Loatiaanse fallus, en die is denk ik anders dan die van ons, want ik zag niets wat er op leek hoor. Was speciaal voor dat ding er naar toe gegaan, dat snap je. Ahum. Deze fallus zou een van de redenen moeten zijn waarom Shiva aanbidders deze plek hadden gekozen voor de tempel.

WatPu was een ruïne.
Shiva is een fallus-verslaafde dus. Ach ja, daar zijn er meer van in de wereld, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Watjepoe zou een Unesco erfgoed moeten worden of zijn, kon daar niks over terug vinden. Ben de berg opgelopen (puf puf, het was warm) , boven wat een ingezakt restant en een soort oud tempeltje. Het uitzicht was wel ok, maar daar ging ik natuurlijk niet voor.

Toen het begon te regenen maar snel weer berg afwaarts gelopen en me lopen te bedenken wat ik zou doen. Aan de ene kant kan ik door naar de Cambodjaanse grens. Er is nog een waterval te bezichtigen onderweg, dat is in een dag ook wel gebeurd. Zou betekenen dat ik al de 18e of zo Cambodja in ga, dat vind ik wat te vroeg hoor, heb ik nog een hele week visa over. Dus maar terug gereden naar Pakxe, kan ik daar nog wat klooien. Op de terugweg was de overtocht minimaal zo eng als de heenweg. Naast me stond een vrachtwagentje volgeladen met rijst, minimaal even zwaar als ik. De schipper moest eerst keren om de goed kant uit te varen en stond met z’n achtersteven vrijwel helemaal in de bosjes op de uiterwaarden. . Ook nu is alles weer goed afgelopen. Ben maar terug gereden naar Pakxe en weer op hetzelfde plekje geparkeerd. Morgen zak ik dan langzaam af naar de Cambodjaanse grens. Vermoed dat mijn eerste internet mogelijkheid in Phnom Pen zal zijn, dus tot dan.
Ik wil nog even een antwoord geven op de vraag die ik stelde in het begin van mijn Laos avontuur. Is Laos nog steeds het lekkere relaxte land van weleer was toen mijn vraag aan mezelf. Ja en nee. Ja, het is nog steeds een relaxed land maar ook hier veranderen dingen. Het land ontwikkelt zich, langzaam maar zeker. En dat is natuurlijk niet tegen te houden, maar wel jammer. Toch kan je in Laos nog bijzonder prettig toeven. Het is schijnbaar een land zonder stress, een land waar de mensen prettig in de omgang zijn, waar de doorgaande wegen redelijk goed zijn, een land dat goedkoop is, een land dat, op het juiste tijdstip, een goed klimaat heeft, een land waar je visa van een maand op is voor je er erg in hebt.
Volgende dag rustig zuidwaarts afgezakt, zonder noemenswaardige zaken. Parkeerde voor de avond in het niks. Dat wil zeggen, midden in de natuur. Met niks bedoel ik niks mensen. Ok, ik ben gestopt bij een weegstation. Daar horen trucks te stoppen om zich te laten wegen zodat ze niet met overgewicht de weg stuk maken of een gevaar op de weg zijn. Maar, er komen hier helemaal geen trucks. Tenminste, ik heb er in die paar uur nog geen gezien. In het weegstation werken 3 mensen, die blijkbaar de hele dag niks doen. Ik zou er gek van worden, hier hebben de mensen er geen problemen mee. Niks doen en er voor betaald worden, wat is nou een beter leven.
Wel een beetje vreemde plek voor een weeg station trouwens, want het ligt midden in het X Pian natuur reservaat. Vandaar de afwezigheid van dorpjes en mensen. Ik had al diverse parkeerplekjes onderweg gezien, ze lonkte en ze lonkte, om de een of andere reden vond ik het echter een beetje eng zo midden in de wildernis. Het is maar een gevoel, daar ga ik toch op af. Ik zag de ‘veilige’ parkeerplek van dat weegstation en aarzelde geen moment. Pats, daar stond mijn auto. En nu zit ik hier, met het kwaken van de krekels en het tsjirpen van de kikkers, het gillen van de cicaden en het ruizen van een zacht windje. Verder geen geluid, behalve dan misschien de boink van de ondergaande zon, die is schitterend. Vermoed dat hier wel veel wild leeft, anders had men er vast geen natuur reservaat van gemaakt, geen idee of ik gevaar loop. Onder dit typen van deze tekst kleurt de hemel, eigenlijk de paar wolken, donker rood. Het duurt niet lang maar het is schitterend. Een vogel (denk ik) begint een geluid te maken dat ik nog nooit gehoord heb. Soort van ‘okkee’, het zal wel een okee-dinges-vogel zijn. Zou die lekker in de pan zijn…..
Het is wel weer eens lekker zo in de rusten te parkeren. Zowel in Luang Prabang, Vang Viang, Vientiane als in Pakxe was het altijd druk om de auto. Het zijn schatten die Laotianen, daar gaat het niet om maar de constante aandacht begint soms Indiase afmetingen aan te nemen. Het vervelende is dat er geen proporties mogelijk zijn. Je wilt graag aardig doen. Dat vat dan iedereen gelijk op als uitnodiging. En als het er een of twee is, nee, het worden er meestal 10 of 20. Want als je aardig bent tegen iemand haalt die de familie er bij, dan zijn vrienden en ach, je weet hoe het gaat. Je kan ook niet zeggen dat er maar 5 mensen mogen rond hangen, zoiets snappen ze al helemaal niet. Het alternatief, om niet aardig te doen, vind ik niet aardig. Dat hebben de Laotianen niet verdiend. Alhoewel…..ze hebben wel lange vingers, ik mis tot twee keer toe iets. Geen bijzondere dingen maar wel vervelend. Dat betekend dat je goed op je spullen moet letten.
Stopte vanmiddag om mijn auto te gaan wassen. Er was een veldje met een ondiep beekje wat redelijk helder was. Mijn waterpompje en slang doen dan wonderen. Heb dan gelijk 20 van die K-kinderen om je heen. Ja sorry, het zijn vast allemaal aardige jongens en meisjes maar als ik bezig ben lopen ze in de weg. Ten einde raad een van de oudere jongens, van een jaar of 10 of zo, de slang met spuit in de handen gedrukt. Ik deed het wassen met de bezem, hij deed, tot zijn groot genoegen, het spuiten met water op de auto, op zijn vrienden en vriendinnen, op zijn moeder (die borden stond te wassen in het beekje), op mij, op eigenlijk de hele omgeving. Maar het hield de meute op afstand. Toen ik klaar was begonnen die kids te zeuren om… ik denk geld, weet het ook niet. Irritant is dat altijd, en in dat soort situaties moet je goed oppassen, dan verdwijnen er dingen.
Sprak gisteren een Thai die al jaren in Laos leeft en die onderstreepte dit. Hij zegt dat de Laotiaan veel steelt. Maar nooit met geweld, altijd als gelegenheid dief. De Cambodjaan daar in tegen steelt ook veel, maar vaak met geweld. En de politie daar is erg corrupt en wil vaak geld zien. Ik ben dus gewaarschuwd.
Ik zit hier dus in zuid Laos een beetje te treuzelen. Heb nog niet zo’n zin om de grens over te gaan. Er is echter ook niet zo heel veel meer te zien in dit deel. Kijken hoe lang ik het nog kan rekken. Heb nog ieder geval de watervallen te goed, dus dat is weer minimaal een dag. Nou ja, een dag…veel stelde die watervallen nou ook niet voor.

Geinig, maar ik zou er niet durven zwemmen.
Het was eigenlijk een soort grote stroom versnelling. Het was mooi al dat denderende water maar spectaculair was het niet echt. Op mijn vraag of ik voor de nacht daar mocht parkeren werd negatief geantwoord, ik moest maar naar het grote ressort, 2 km terug, gaan vonden ze. Mijn auto maar een paar km voor de grens gezet, er is hier absoluut geen verkeer, en na 7 uur in de avond al helemaal niet. Echt dus NIKS. Heerlijk geslapen, dat snap je. (Nawoord: erg onverstandig Casper, in grens streken is wild kamperen een extra risico i.v.m. smokkelaars, mensen handel etc, dus niet doen )
Vroeg uit de veren, vandaag is grens dag. Dat betekend alle papieren opscharrelen die zo her en der zijn verborgen. Dollars klaar leggen voor het Visum, kijken of alle drugs goed verstopt zijn (geintje hoor!!!), boel een beetje aan kant maken en mezelf netjes aankleden. Immers zal een douane beambte een groezelige ongeschoren buitenlander met verkreukelde kleding anders behandelden dan iemand die er gewoon netjes uit ziet. Niet dat ik ooit een halve baard heb of vieze kleding, maar een korte broek en ouwe afgetrapte sandalen wissel ik wel voor wat nettere versies.
Het uitstempelen van het Carnet was zo gebeurd. Die Laotianen zijn allemaal zo relaxed. Ah joh, kom hier met dat papiertje, waar wil je dat ik stempel? Zo gaat dat ongeveer. Dus goed gemutst stapte ik in op zoek naar de immigratie. Die, vertelde ze bij de douane, was een paar kilometer verder op. Maar, zegt ie nog, ze zijn met de weg bezig, dus rijd voorzichtig. Pfff, de dwaas. Stel je voor he, ik rijd weg bij die douane, ik ben de enige auto die ik sowieso als bijna een dag lang heb gezien, en na 1 km houd het teer op. Dit is de enige grenspost tussen de twee landen !! Geen probleem, de weg loopt door. Zandversie kan ik ook wel hebben. Plots zie ik, in een bocht, de meeste sporen van brommers en zo, naar rechts afbuigen, zo het oerwoud in. Ik kon me niet voorstellen dat dit de hoofdweg was dus ik vervolg op de half affe zandweg (men maakt een nieuwe weg met nieuwe grenspost).

Er is verder geen hond te bekennen, geen mens ook niet. Na 2 km, jammer, einde oefening, de weg houd op.
Ik stap nog uit om te kijken, maar echt, de jungle heeft hier duidelijk gewonnen. Logische redenering is dat dan dat bospad waar al die sporen naar toe gaan de weg moet zijn. Er was geen andere aftakking dus omkeren en het bospad op. Van borden hadden ze nooit gehoord. Ja logisch eigenlijk, er komt hier geen drol, waarom borden zetten. Dat bospad was erg slecht en maar een auto breed. Als ik tegemoet komend verkeer zou krijgen had ik een probleem. Gelukkig gebeurde dat niet, het was nog vroeg. Het bospad werd hoe slechter hoe langer, en het duurde maar. Volgens mijn GPS zat ik al lang in Cambodja en ik begon me wat zorgen te maken. Straks is dit een of andere smokkel route. Ik heb een weg gemist en rijd nou illegaal het land in !!. Straks staan er ineens 20 Cambodjaanse militairen met bazooka’s op de weg die denken dat ik van het Nederlandse invasie leger ben. Straks liggen er hier mijnen. Van de spanning moest ik naar de plee, maar ik durfde eigenlijk niet zo goed te stoppen. Je weet echter hoe dat gaat, als je niet wilt maar wel moet, word de drang alleen maar groter. Toen het de weg ergens iets breder was, de auto stopgezet en op de wc gaan zitten, maar echt lekker zat het niet, mijn werk zo snel mogelijk afgemaakt.
Na ongeveer een uur bospadderen kreeg ik dan toch eindelijk een slagboom in zicht. Hier was de Laotiaanse immigratie dienst, in 2 houten hutjes en een huuske. Alles wederom heel gemoedelijk. Men wilde allemaal wel graag de auto zien. Normaal ben ik daar niet zo blij mee, maar bij deze relaxte mensen kan ik er niet mee zitten. Achteraf blij toe. Na een lolletje, een grapje en een stempel in mijn paspoort, verliet ik Laos door niemandslandjungle. Bij de Cambodjaanse grenspost aangekomen was het gelijk mis. Ik stapte vrolijk op een aantal zeer vermoeid uitziend, zeer weinig uitvoerende uniformpjes af (het was 10 uur in de ochtend). Sprak de man aan die van de douane bleek. Officieel uniform aan, en hij had een soort mini sikje. Net onder zijn lip had ie gewoon een klein plukje haar zitten. Aziaten hebben niet van die behaarde gezichten als wij westerlingen, dus het zag eruit alsof hij zijn mond niet goed had afgeveegd, of dat hij het scheren een klein plekje vergeten was. Het maakte hem ieder geval in mijn ogen onsympathiek. Hij zag het Carnet in mijn handen en schudde van nee. Ik denk nog, Cambodja erkent het carnet niet, dat weet ik, ik ga wel zonder naar binnen hoor. Er werd een tolk gezocht en die vertaalde voor me dat ik niet met de auto de grens over kon. Ik mocht die laten staan, in Phnom Penh (500km verder) een papiertje gaan halen, als ik dat had mocht ik verder. Mijn bek viel letterlijk open tot op kruishoogte. Die had ik niet aan zien komen. Wist ook niet goed wat ik moest zeggen, hier had ik me niet op voorbereid. Let wel, niemand had naar mijn paspoort gekeken, naar mijn auto (die 100 meter terug stond) of überhaupt wat gevraagd. Alleen maar gezegd… het kan niet.
In mijn ervaring kan dat twee dingen betekenen. De eerste, en meest waarschijnlijke, dat sjakie uniformpie geld wilde. De tweede (kan ook) dat het echt niet mocht. Ik heb nog nooit gelezen dat mensen met auto van Laos, Cambodja in gaan, over deze grens. Andere grensposten wel, maar deze niet. Andersom wel, naar Laos, dat was geen probleem.
Tja, daar sta je dan met je goeie gedrag. Ik dacht, als die man geld wilde, dan komt ie er wel om vragen zo. Dus ik zeg dat ik in mijn auto ga zitten om te denken wat ik moet doen, ga daar rustig koffie zetten, in de hoop dat Sjakie op kwam dagen maar niks hoor. Koffie was op, Sjakie zat nog op zijn luie stoel. Dan heb ik zo van, ja luister eens, graag of niet hoor. Ik betaal liever geen smeergeld, maar omrijden is ook duur. Ik besloot dat als die man 10 dollar vraagt, ik dat betaal, anders stopt ie het hele land maar in zijn kont. Ik keer demonstratief mijn auto op het hele smalle zandpad (20 keer steken, flink gassen en lawaai maken, half Cambodja heeft het gehoord), maar nog steeds geen actie. Ik laat mijn motor draaien, stap uit, loop nog eens met al mij papieren naar Sjakie en vraag hem nog eens of het mogelijk is. Hij geeft maar een reactie, hij schud met z’n hoofd van nee. Ik draai me om, stap in en rijd weer terug naar Laos over het prachtige hobbelpad.
In eerste instantie ben ik boos, maar dat duurde niet lang. Dit betekende dat ik mijn plannen om moest gooien, maar dat is geen ramp, zou belangrijk zijn die plannen van mij niet. In plaats van naar Cambodja ga ik dus eerst naar Thailand. En als ik dan toch naar Thailand moet, rijd ik liever gelijk door naar Bangkok om daar de MAN garage te gaan bezoeken en wat onderhoud aan mijn auto te laten plegen. Rijd dan wel wat in Thailand rond, en ga dan de grote grenspost Cambodja in, dat moet geen probleem zijn. Of ik ga terug naar Laos. Of ik doe iets anders wat ik nog niet verzonnen heb. Ik zie wel, ga er niet wakker van liggen. Dus terug gereden naar Pakxe, wederom op dezelfde plek de nacht doorgebracht aan de mekong (die mensen daar zullen wel denken, heb je hem weer). Volgende dag de 40 km naar de grens van Thailand gereden en die zonder grote problemen overgestoken. Mensen waren aller vriendelijkst en erg behulpzaam, kreeg zelfs een flesje water omdat het langer dan 3 minuten duurde, enfin goed geregeld. Kreeg een maand Visa, wat papieren mee, en een advies over welke weg te volgen en hoppa, Thailand in. Het is hier weer links rijden. Op zich geen probleem, laten we hopen dat dat zo blijft. Wel weer goed voor mijn auto denk ik. Immers helt een weg altijd wat om water af te voeren, dus nu helt de auto weer eens een poosje de andere kant op.
Nou, nog even een ding vergeten te vertellen.
In Laos is koffie erg belangrijk, men verbouwd het ook zelf en men is er erg trots op. Toen ik dan ook op de Markt in Vientiane koffie zag aangeboden kocht ik een kilo. Ik vond het er vaag uitzien, de man bezwoer me dat het echte Laotiaanse koffie was. De eerste keer dat ik koffie in een filter gooide en er water op kwakte, verdween als ie koffie door het filter heen. Dat was raar. De koffie was ook zóóó zwart, dat als je een slok nam, je teen nagels onmiddellijk krom trokken en zwart kleurde. Toen ik dus die koffie nog eens goed bestudeerde bleek het waarschijnlijk Laotiaanse oplos koffie te zijn. Soort Nescafé, maar dan wel even een graatje sterker. Heb maar een van mijn laatste pakken Douwe Egberts tevoorschijn getoverd en ga wel wat mixen.
Nog wat dingen om te onthouden uit Laos:
Fles bier 8000-10.000 Kip
Citroensap liter 6000 Kip
6 liter water 5000 Kip
kilo koffie 15-20000 kip
een ei = 1000 kip
stokbrood 3000
liter diesel 8000
Groente vond ik duur.
