Op 6 februari reed ik Maleisië binnen. Het verlaten van Thailand deed me geen verdriet en ik had zin in de nieuwe uitdaging van Maleisië. Een heel ander land dan Thailand, merendeel moslim met grote groepen India-ers en Chinezen. Omdat ik mijn bezoek aan Singapore hieronder heb geplakt bevat dit verhaal 10.042 woorden, 53 minuten leestijd.
Dat werd al gelijk duidelijk aan de grens. Veel hoofddoekjes, strenge gezichten en mannen met snorren. Tot je een glimlach laat zien, dan verschijnt er onder die snor een rij met tanden. Zo ook bij de douane. Vier geüniformeerde mannen met wichtige uniformen , pistolen en knuppels aan hun riem. Ik had al op de borden gezien dat je geen planten het land mocht in nemen, hele waslijsten van dingen die verboden waren maar ik denk, ik ga er niks van zeggen. Mijn plantje, die ik al bijna 4 jaar rond de wereld sjou, ga ik niet zo maar opgeven. De inspectie van de auto kwam, en ik leidde de man zoveel mogelijk af door allerlei kastjes open te doen en de ramen te laten zien (kijk, ze kunnen ook open), en wonderbaarlijk lukte het, ik mocht door.
Had al sinds India geen auto verzekering meer, ik wilde die eens afsluiten. Stopte bij het eerste de beste hutje met het woord ‘Insurance’, vroeg wat het koste. 130 Ringit voor 3 maanden, zeg maar 30 euro. Zeg tegen die gehoofdoekte miep, laat maar komme. Ze dook achter een computer, en pas na een minuut of 5 hoorde ik toetsaanslagen. Het duurde en duurde, en steeds hoorde ik de BEEP van Windows als je iets niet goed hebt ingevuld. Na een kwartier…BEEP BEEP, en dat bleef maar door gaan. 20 minuten later vraag ik aan de, overigens aller vriendelijkste, dame of alles goed ging. Ja, alles was goed, ze moest mijn rijbewijs hebben. Ik naar de auto en terug, maar nog steeds BEEP BEEP. Na 45 minuten zegt ze schuchter…. Sorry, het gaat niet, ga maar naar een ander kantoor hiernaast. Pfff.
Bij het andere kantoor hadden ze het snel voor elkaar omdat ik mee kon kijken op het scherm en af en toe wat sturing gaf. Na betalen werd me verteld dat ik naar een kantoortje aan het eind moest, kantoor van het ministerie van transport. Die moesten het certificaat uitgeven dat ik op mijn raam kon plakken. Papieren daar afgegeven. Ook hier weer moeilijke gezichte. Jeming, dat kan niet, buitenlandse auto, 3 maanden, jee, we moeten bellen. Ook dit duurde erg lang. Kon het de mensen niet kwalijk nemen, ze bleven proberen, en na veel beraad, bellen en proberen rolde er toch mijn verzekering bewijs uit de computer.

Eerste deel door Maleisië
Het is wel prettig dat je hier weer eens borden hebt met normale leestekens. Dat is al heel wat landen geleden dat ik dat gehad heb. Niet dat je alle borden begrijpt, want ze staan natuurlijk wel in het Maleisisch, maar de tekens zijn tenminste van het westers alfabet. Dus domme dingen kan je begrijpen. Hotel is….hotel, skols is school en awas is…..?

Verder naar het zuiden stopte ik in de eerste de beste plaats die ik tegen kwam, Alor Setar, of zoals lokalen het noemen, Alor Star. Ik vond een leuk plekje net aan de rand van het centrum, in een woonwijkje, pakte de fiets en reed door de stad. Geinig stadje, leuk centrumpje, maar het was 5 uur en alle winkels begonnen al te sluiten. Liep een groot winkelcentrum in, en zelfde verhaal. Na wat navragen, bleek dat het vanavond Chinees nieuw jaar was. Alles zou minimaal twee dagen dicht zijn. Dat is minder, want de volgende dag was ook echt alles dicht, alsof het bij ons 1 januari is. Dat maakte de stad er minder levendig op, maar wel makkelijker om met mijn fietsje naar de te bezichtigen dingen te gaan. Al fietsend zag ik de wonderschone moskee, Mashid Zahir. De TV toren was al om half 10 al open, dus hoppa, op naar de top. Mooi uitzicht. Besloot toch maar verder te rijden, richting Penang.

Kreeg niet zo heel veel van het Chinese Nieuwjaar mee. Ja de files en af en toe wat klappertjes en de dichte winkels. Maar verder. Het schijnt dat het vooral thuis gevierd word, heel de familie bij elkaar, lekker eten (en drinken) en zo. De dagen daarop wordt gespendeerd met het bezoeken van familie en de tempel, offeren van dingen voor goed geluk e.d.

De TV toren, en je kon er op
Penang is een eiland, hierop ligt de stad Georgetown. Daar was ik al eerder geweest, ooit met mijn zus en neef, een halve dag hoor. Het regende, alles was toen ook dicht (1 mei), en het was er niet prettig. Laten we eens kijken of het nu beter gaat. Koos de lokale weg naar het zuiden, niet de snelweg, die lopen zo langs elkaar. Er was erg veel verkeer, iedereen was natuurlijk vrij, en dan ga je de auto in. Hoe dichter ik bij Georgetown kwam, hoe drukker het werd.
Panang is verbonden met het vaste land door (naar men zegt) de langste brug van Zuid Oost Azië, en al het verkeer ging die kant op. Bij de brug aangekomen stond er dan ook een flinke file, want er kwamen drie snelweg samen, en er was een tol-post, en dat moest dan daarna allemaal die brug op. Zag het lijk al drijven, en ging uit voorzorg maar helemaal naar de linker kant rijden, zodat ik bij invoegen maar op een kant hoefde te letten. Jammer genoeg rijden de Malei net als India’ers, ook hier geld de ‘Me First’ regel. Het duurde dus niet lang voordat een of andere sukkel, zijn auto tegen die van mij reed. Nouja, niet zijn auto maar wel zijn spiegel. Ik kon echt niet verder naar links, vind het best dat ie me van de weg af wilt duwen maar ja, hij had maar een Hyundai-tje. Dus ik hoorde KRRRRAAAAKKK, keek in mijn spiegel en zag die man zijn spiegel naast zijn auto bungelen.
Hij stapt uit, springt op mijn treedplank en begint te jammeren. Ik zeg, kom, aan het eind van de brug zullen we even samen kletsen, hier blokkeren we het verkeer. Hij kon niet anders dan instemmen. Er was een kleine nood-parkeerplek midden op de brug waar hij stopte. Dan krijg je het welles-nietes verhaal, ik had hem geen gelegenheid gegeven, bla bla, je kent dat wel. Op een gegeven moment liet ie zich vallen dat zo’n spiegel wel 400 Ringit kost (85 euro), en dat ik die moest betalen. Ik bleef volhouden dat het zijn eigen schuld was, als je je auto tegen de mijne rijd heb ik daar geen schuld aan volgens mij. Hij wilde de politie gaan bellen, deed erg moeilijk. Zat er verder niet zo mee maar had ook geen zin om uren te staan wachten op een stel agenten met alle ellende van dien. Om van alle ellende af te zijn, bood ik hem 200 Ringit. Ik zeg, we zijn allebei fout, we hebben allebei pijn, dus jij de helft, ik de helft. Duurde even voor ie dat accepteerde, maar met 200 Ringit in zijn zak reed hij (en zijn vrouw en kinderen) weer door. Geen prettig begin van Panang.
Het werd er niet beter op. De file bleef, waar ik ook naar toe ging. Het is gewoon de koninginne dag van Maleisië. Besloot maar niet de stad in te gaan, dat zal wel helemaal nokkie zijn, en begon aan een rondje rond het eiland, in de hoop een rustig plekje te vinden. Die vond ik na anderhalf uur rijden. Bewegwijzering is slecht en verandert elke keer, de wegen zijn erg smal en bergachtig en ik weet niet waar ik allemaal geweest ben, maar het schoot niet op.
Volgende dag vroeg richting Georgetown gereden, ik denk, zal toch potverdorie die stad eens zien. Om 8 uur parkeerde ik dan ook aan de Jalan Tun Syed Shed Barakbah. En dat is midden in het centrum naast het Esplanade food centre (dus honger zal ik niet krijgen) en naast Fort Cornwallis. Lekker puh. Grootste gedeelte van de dag met mijn fietsie de stad rond gereden. Het was heerlijk rustig. Chinees nieuwjaar duurt officieel twee weken (!).

Diverse mensen gevraagd of alle winkels dan ook twee weken dicht bleven, maar kreeg er geen eenduidig antwoord op. Vanwege het weinige verkeer was ik snel klaar met mijn rondje fietsen en ben maar naar de film gegaan. Rambo 4, wat een bloed en afgerukte ledematen en ontplofte lichamen komen daar in voor. Doe moeten wel 1000 liter ketchup hebben gebruikt. Nou, eigenlijk waren de meeste bloedige scènes ingelaste computer animaties, knap verwerkt in de film.

Vage was dat er in de film een knaapje van een jaar of 6 zat. Wel samen met zijn moeder (denk ik) maar toch. Later sprak ik op de boulevard met een stel lokalen die ook hun dochter van 6 hadden meegenomen naar deze wel erg gruwelijke film. Onvoorstelbaar.
Bleef de nacht maar in de stad slapen. Had me ingesteld op veel lawaai, dat kreeg ik dan ook. Na een flinke bier sliep ik wel om 10 uur, maar om 3 uur werd ik wakker omdat ongeveer 30 motoren een wedstrijd aan het houden waren. Rondje rijden kon goed in deze buurt, en dat deden ze dan ook. WWWWvvvvroeemmmm, en dat met z’n 30’en, dat komt wel aan. Na een minuut of dertig was echter alles weer stil.
He Do, ze hebben hier nog steeds de jassen achterstevoren aan op de brommer. Ook als het mooi weer is. Het is zo’n vaag gezicht, van die wapperende knopen op je rug. Moet toch eens vragen wat daar nou de bedoeling van is.

Ze lopen wel een paar honderd jaar achter hier
Volgende ochtend wilde ik nogmaals proberen wat te kopen. Had dringend wat voor mijn computer nodig. Maar ook nu, in het grote winkelcentrum, vrijwel alle winkels dicht. Dat was de derde dag op rij. Hoe leven de mensen joh, ze moeten toch huur betalen. Dan maar niet, dat is mijn tweede bezoek aan Georgetown, en voor de tweede keer is alles dicht.
Vertrokken, richting zuid. Kreeg het idee dat ik dan maar naar Kuala Lumpur (KL) moest gaan voor mijn boodschappen, maar dan pas op maandag, als ik zeker wist dat de winkels weer open waren. Dat zou me de gelegenheid geven om op zondag morgen de stad in te rijden en een geschikte parkeerplek te vinden. Zo gedacht, zo gedaan, Koos wederom niet voor de snelweg, zonder reden eigenlijk. Dus reed over de lokale enkelbaansweg richting Taiping en Ipoh. In Taiping was een mooi park, dus ik denk, daar ga ik mooi met mijn karretje staan voor de nacht.
Druk dat het was op de weg, niet normaal. File bij elk stoplicht (en dat zijn er wat in Maleisië), overal drammende automobilisten. Had al eerder opgemerkt (herinner de KRAAAK) dat er duidelijk enig Indiase trekjes zijn overgewaaid. Kan ook niet anders als 7% van de bevolking uit India komt natuurlijk. Maar het was zo druk dat het erg onprettig rijden was dus ik was blij dat ik in Taiping aan kwam. Wat ik bij dat park aantrof is niet te beschrijven. Buiten het feit dat ik natuurlijk eerste verkeerd reed omdat de bordjes ineens ophielden, was het alsof heel Maleisië naar DIT park was gekomen. Er loopt een weg rond dat park, en er zijn twee parkeerplaatsen, maar die waren alle twee niet herkenbaar meer door de file met auto’s. De hele omgeving was een grote auto parkeerplek, auto’s in het park, langs de weg 3 rijen, op trottoirs, alles puilde uit. Ja, denk ik, hier ben ik geen zin an hoor. Vluchtte dus halsoverkop uit Taiping, verder naar het zuiden. Ik denk, ik rijd gewoon naar Ipoh toe, over de weg nummer 1. Je snapt het, het schoot niet op.

Vage en irritante strepen op de weg
De overheid hier is zich terdege bewust van het feit dat de gemiddelde Maleisiër niet goed auto rijd. Je ziet overal auto’s links inhalen, over de vluchtstrook inhalen, niet stoppen voor verkeerslichten, hard en onbezonnen rijden, stoppen midden op de weg, enfin, alles wat niet verstandig is. De Maleisiër rijd met een soort haantjes gedrag, is erg onvriendelijk en asociaal in het verkeer, zal nooit iemand voorlaten of er tussen laten, je kant dat wel. Er zijn elk jaar heel veel verkeersdoden, vooral onder motor rijders die er hier heel veel zijn. Om daar wat aan te doen heeft de overheid een aantal maatregelen genomen:
- bij elke zijstraat, maakt niet uit of er ooit verkeer uit komt, staat een stoplicht.
- bij elke flauwe bocht, bij elk stoplicht, of afwijkende verkeer situatie staat een groot bord met het woord AWAS (ik denk dat het gevaar betekend)
- Men maakt met dikke gele verf, hele vage strepen op de straat. Maar dan zo dik, dat je auto er van gaat stuiteren. Doe dit bij elke bocht, bij elke oversteekplaats, elke stoplicht, voorsorteer strook, school, of overstekende mier.
- Zorg dat er veel hobbels in de straten zitten, zodat het verkeer niet te hard gaat.
- Zorg dat er veel putten in de weg zitten. En uiteraard moeten die niet op gelijke hoogte met het normale wegdek zitten maar minimaal 20 cm hoger of lager.
- Controleer niet op mensen die over de vluchtstrook gaan (heel normaal), links inhalen, stoplicht negeren of veel te hard rijden.
Nou, dat laatste is niet helemaal waar, want de politie controleert wel, maar het helpt geen zier.
Anyhoe, omdat het verkeer niet echt opschoot, heb ik voor Taiping maar een plekkie op een veld langs de kant van de weg gezocht maar de volgende dag was het verkeer minimaal even erg, dan wel niet erger. Besloot ik de snelweg te nemen. Haha, ik reed daar nog geen 10 minuten of ik stond al in de file (het was ochtend). Zo door gesukkeld tot vlak voor Kuala Lumpur en mijn auto geparkeerd bij de Batu Caves, een stel grotten in een vage berg. In die grotten hebben Hindu’s een tempel gebouwd. Het is dan ook een belangrijke plaats voor Hindu’s, meestal natuurlijk van Indiase afkomst. En, ze hadden een heel groot parkeer terrein, dat ‘s avonds vrijwel leeg was (en rustig).

De Batu caves
Volgende dag Daphne gebeld. Daphne en Thomas Foo zijn twee Maleisische overlanders die hun hobby omgetoverd hebben tot hun werk. Thomas is met motor heel de wereld door geweest, woont nu al 20 jaar met Daphne, die even gek is op 4×4 rally rijden. Samen hebben ze een kampeerwinkel, (de enige in Maleisië) , een organisatie bureau die 4×4 tochten organiseer door Afrika, Zuid Amerika of welk ander wereld deel, een rally organisatie bureau. Ook doen ze wat andere business dingen er naast, zijn ze alle twee auto gek.

Ik mag als overlander gratis op hun terrein staan, met voorziening van toilet, water en douche en elektra, gratis, midden in Kuala Lumpur. En het zijn ook nog eens heel aardige mensen.
De eerste paar dagen in Kuala Lumpur (KL) gespendeerd aan het bijwerken van website (gratis internet), het kopen van een nieuwe laptop en het instaleren van alle software (wat een k** karwei). Windows Vista crashte om de haverklap, dat maakte het niet makkelijker. Maar alles draait weer zoals het moet op mijn nieuwe Acer, dus tijd voor wat nieuwe verhalen nietwaar.
Heb het toch een hele week uitgehouden in KL. Dit vanwege de vriendelijkheid van Thomas en Daphne en omdat er op zondag een trouw partij was tussen twee overlanders. Een uit Maleisië met een man uit Argentinië, en ik zou en moest mee. Leek me ook wel leuk, er kwamen veel overlanders ook uit zuid Amerika, en dat is behalve leuk, misschien ook wel nuttig. In de tussen tijd de KL toren beklommen, gegeten in China town, rond Little India gelopen, op de fiets naar de Carrefour geweest (wat een klere-eind) en meer van dat soort bezigheden. Tijdens het eten met Thomas en Daphne werd er bier besteld. Ze zijn van Chinese afkomst, dus die drinken wel. Maar wat ze mixte leek me wat vreemd. Ze bestelde een fles Guinness en een fles gewoon bier, en mixte dat half om half. Het leek me heel vies maar het was eigenlijk best wel lekker, een soort bier met drop smaak.

De trouwpartij was immens groot. In het Hilton was een zaal met 100 tafels of zo, gasten uit allerlei landen en windstreken. Midden op elke tafel een hele grote ronde metalen pan, waar, zo later bleek, het eten al de hele tijd inzat, warm gehouden en wel. De bruid was Moslim en de bruidegom was , om te kunnen trouwen , ook tot moslim bekeerd (auw). Er was dus geen drank op het feest, desalniettemin was het een vrolijke boel. Veel mensen die elkaar lange tijd niet gezien hadden. De meeste droegen een gebatikt gewaad, zwart moslim hoedje op, de dames droegen mooie jurken, een beetje Indonesische stijl. Het zag er al om al heel fleurig uit. Toch blijven dat soort grote partijen een beetje stijfjes.

Na een paar toespraken kwam het bruispaar binnen, onder mooi ontroerende muziek Na nog wat geblabla werd het eten startschot gegeven door het binnendragen van 2 brandende zwaarden, De dekschalen werden van de grote metalen koepels gehaald die in het midden van alle tafels stonden. Daarin diverse soorten vlees, vis en curry, heerlijk. De avond duurde nog tot een uur of elf, maar niet zoals een trouwpartij bij ons. Het was eten, wat speechen en vertrekken.
Op maandag 18 februari 2008 ontmoet ik Mark, een Duitser die al een jaar in zijn vier-wiel-drive volkswagen busje aan het rondrijden was. Hij was stuntman die een ongelukje had gehad. Dat koste hem een oog, rot voor hem, en des te knapper dat ie zo rond kart.
In de middag reed ik naar de verscheper. Die zat aan de andere kant van KL. KL is een wirwar van snelwegen, tunnels, overpasses, onderpasses, verbind wegen en super snelwegen. Ondanks dat vond ik het redelijk snel en afgesproken dat ik in de tweede week van maart mijn auto naar Chennia in India zal verschepen. Gelijk maar doorgereden naar het zuiden over de goede tol-snelweg, en dit keer was het een genot. Geen Chinees nieuw jaar, dus normaal verkeer.
Haalde het tot vlak voor Port Dickinson waar ik op de parkeerplaats van een snelweg, met mijn nieuwe snij apparaat, probeerde om wat worteltjes te snijden en pardoes dan ook het topje van mijn wijsvinger eraf snee. Niet een paar millimeter, maar wel een halve centimeter (ook een manier om af te vallen natuurlijk) .

Dat mes was dus erg scherp. Pats, bloed, spuit, bloed en bloed. Ik schrok me de pest-pokke-tifus-tering-pleuris en zo. Dat is toch wel wat beangstigend, helemaal alleen , geen sterveling in de buurt, je zal maar dood bloeden. Mijn EHBO cursus kwam nu eindelijk eens van pas, mezelf zo goed en kwaad als het kon met de andere hand verbonden. Het was belangrijk druk erop te houden om het bloeden te stoppen en na een uurtje leek het alsof het bloeden was gestopt. Toen ik twee uurtjes later het verband eraf haalde om het te verversen spoot alles natuurlijk weer open. Dat is iets waar ik nooit raad mee weet. Iemand , of mezelf, verbinden, dat gaat wel, maar als je dan na een poos het verband eraf haalt om te kijken hoe het gaat, of om te verschonen, trek je alles weer open want het plakt natuurlijk lekker aan elkaar. Daar moesten ze toch eens een oplossing voor verzinnen, niet plakkend verband of zo.
Verder door naar Melaka, een stad waar ik al eens geweest was en die wel ok was. Maar met eigen vervoer is anders dan met openbaar vervoer. Een hobbelige weg die niet opschoot. Met vage borden die je in heel Maleisië wel ziet. Bewegwijzering snap ik niks van, het zal vast aan mij liggen.

Er was veel parkeer gelegenheid in de stad, dat was geen probleem. Wel vaag is dat ze in Melaka een een-richting verkeer systeem hebben (eerste dat ik in Azië tegenkom), dat zo gemaakt is dat ze je ALTIJD de stad IN jagen. Ja echt, hoe je het ook went of keert, je MOET altijd midden door de stad, dwars over de drukste straat. Rare mensen die melakenen. <br>
Bij het verschonen van mijn verband begon alles weer heftig te bloeden en begon me daar nu wel zorgen over te maken. Dook een apotheek in en kocht wat ‘non stick’ verband-gaasjes. Dat bleek een ideale uitvinding, de volgende dag zag alles er een stuk beter uit. Hing wat in Melakka rond maar kon niet zo veel. Had de sites vorige keer al gezien en kon niet gaan zwemmen of zo i.v.m. mijn vinger. Filmpie gekeken in de bios (Jumper) en de volgende dag maar verder naar het zuiden afgezakt. <br>
Eind feb 2008, West en zuid Maleisië
Voor diegene die mijn log boek bekijken, moet het opvallen dat ik bijna bij de evenaar ben. De waypoint coördinaten zijn nu zo dat ik nog maar 1 graad boven de evenaar zit. Ik begon zo rond de Noord 55 graden en zit nu dus bijna op 0. Helaas zal ik de 0 nu niet halen, omdat de evenaar net in Indonesië ligt. En daar ga ik deze keer dus niet naar toe. Moet het dus doen met het zuidelijkste puntje van Maleisië, en dat is bij Johor Bahru, de grens plaats met Singapore.
Je ziet in Maleisië veel nationale vlaggen. Ook op auto’s en gebouwen, zo van ik ben de beste, ik ben Maleisiër. Nou mag je best trots zijn op je land, maar dit zijn wat nationalistische trekjes (die je ook in Thailand ziet en) die volgens mij toch achterhaald zouden moeten zijn. Mijn inziens hoor…

Vanaf Johor Bahru is er maar een weg, weer terug naar het noorden langs de fraaie oostkust van Maleisië. De weg voerde over golvende heuvels, afgewisseld met palmen en moeras. Moeras met dooie bomen en struiken, of zoals de Engelsen zeggen… Shrubbery (ik vind dat zo een mooi woord). Dat moeras werd langzaam minder, wat overbleef waren de palmen. Palmen en palmen, voor honderden kilometers lang. Ik heb al de eeuwige jachtvelden gehad, de eeuwige rijstvelden, eeuwige zandvelden, eeuwige rubberplantages en nu dus de eeuwige palmvelden. Zou een grond niet uitgeput raken door dit soort mono-cultuur?

Palmen en Palmen, mooi en erg groen.
Officieel is het hier aan de oostkant nog regen seizoen, dat duurt tot eind februari. Tot die tijd staan alle toeristische zaken op een laag pitje. Zo parkeerde ik voor de nacht bij een strand parkeerplek. Het was een perfecte mooie plek met douche en water voorziening. Ik was er geheel alleen. Men had voor het regenseizoen helaas het water dichtgedraaid en de douches op slot gedaan. Jammer.
Zo’n 200 km naar het noorden kwam ik in Mersing. Dit via de weg nr 3, die in dit deel erg hobbelig is. Net als veel wegen in Maleisië is deze ook gemaakt door mensen die de waterpas niet kennen. En als het dan maar alleen schuin naar rechts is dan is het niet erg, maar het golft op en neer, je schud dus heen en weer van links naar rechts alsof je in een boot zit.

Dit zijn palmboom vruchten waaruit palmolie word geperst, ik vind het net Alien eieren.
Mersing is de plek waar de boten naar Tioman eiland gaan en ook een paar andere kleinere eilanden. Ik had me voorgenomen een bezoek aan een van die kleinere eilanden te brengen, het onderwater leven is daar zo mooi. Helaas zat ik met twee problemen. Mijn vingertopje was op zich wel aan het genezen maar het was nog niet echt dicht. Als ik daar mee het zoute water in zou gaan zou ik het denk ik uitgillen van de pijn, naast het feit dat je er misschien wel infecties van kan oplopen. Tweede was dat er een heftige wind stond en de zee erg ruw was. Dat betekend een vieze zee, niet goed om te duiken of snorkelen.
Dat werd bevestigd door een Nederlandse backpakkers paar wat net terug kwam van het eiland. En ja, als er onderwater niks te zien is….
Toen ik ook nog eens een mail kreeg dat ik al de 6e maart mijn auto bij de haven van Kuala Lumpur moest aanbieden, dat februari maar 29 dagen heeft en dat ik nog een week nodig heb voor een visum van India, dat ik nog langs de MAN garage wil om een rammel te laten oplossen, dat ik nog wil laten proberen om mijn ouwe laptop in KL te laten repareren, dan heb ik niet zo veel tijd meer. Druk druk druk
Ten noorden van Mersing werd de weg veel beter maar veel saaier. Er zaten zelfs stukken twee-baans bij hier en daar. Ik vond de weg saai, maar ik denk als je net vers uit Nederland zou komen je je ogen uitkijkt. Palmboompjes, af en toe een dorpje, af en toe een stuk langs de kust. Maar ja, ik ben verwend en palmbomen zijn gewoon goed.

Je raad het al, nog meer palmen
.
Ik wilde de stad Kuantan in maar werd via borden buiten het centrum omgeleid. En dat terwijl ik graag een Tesco had gevonden. Ach, dan maar in een volgende grote stad.
In Cherating aangekomen was ik op bekend terrein. Een slaperig backpakkers strandoord waar ik ooit na 3 dagen regen weg ben gevlucht. Nu regende het niet, maar het was wel flink vol gebouwd. Tenminste, dat dacht ik, maar achteraf besefte ik me dat dit vrijwel zeker kwam omdat ik vorige keer met een rugzak aankwam, en nu met een grote vrachtwagen.
Het seizoen was ook hier duidelijk nog niet begonnen. Veel restaurantjes en winkeltjes waren nog dicht, een aantal voorgoed. Het was duidelijk achteruit gegaan sinds de laatste keer dat ik hier was. Het moet concurreren met de schitterende eilanden niet zo ver hier vandaan, en dat valt niet mee. Ik had een geluk, men had net een grote bus parkeerplek aangelegd midden in het dorpje, het asfalt glimde nog, maar de bussen hadden het nog niet gevonden. Parkeerde helemaal in mijn eentje op deze mega privé parkeerplaats. Bleef de dag erna maar hangen, vermaakte me met een strandwandeling, het schoonmaken van mijn toilet (ja moet ook zo af en toe eens gebeuren) het kijken waar die rammel vandaan kwam (bleek een houder van mijn luchtinlaat pijp te zijn afgebroken). Vond een publieke douche, altijd prettig ondanks dat ie niet zo schoon is. Maar ik ben ondertussen meester in douchen zonder wat aan te raken (behalve water en zeep natuurlijk). Het bleef de hele dag dreigend weer, maar hield het droog.

Sommige doen alles uit op het strand, en sommige alles aan.
Had een raar gesprek met een lokale man die aankwam op z’n brommertje. Achterop een meisje van een jaar of 7 of 8 met sluier om (belachelijk), voorop een joggie van een jaar of 3. Je kent dat soort gesprekken wel, ‘waar kom je vandaan Daan, en waar ga je naar toe…’. Ik vraag die man hoeveel kinderen hij heeft, hij zegt 8. Ik zeg nou, das veel voor een Maleisische familie. Ja zegt ie, terwijl zijn dochter en zoontje naar hem staan te kijken, ik maar er een hoop werk van, onderwijl de beweging van zijn blijkbaar favoriete seksuele standje na te doen. Ik denk, dat doe je toch niet met van die kids voor je neus, maar blijkbaar heel gewoon. Geen wonder dat die kleine kinderen al hoofddoeken om moeten.
Tja, dan het verhaal waarom ik terug ga naar India. Op zich is het natuurlijk niet logisch, maar als je er over nadenkt toch weer wel. Ik MOEST vorige keer India en Nepal uit terwijl ik dat diep in mijn hart eigenlijk niet wilde. In Nepal had ik mijn visa tijd opgebruikt en in India mijn auto-verblijf tijd. Veel keuze heb je niet, en China was toch ook wel een grote wens. De hoogste weg van de wereld, de weg naar Leh heb ik nog steeds niet gereden, die was lang dicht vorig jaar. In verband met veel sneeuw ging die pas ergens in juli open. En iedereen die er geweest is zegt dat het een must is. Dat wil ik dus eigenlijk toch heel graag nog doen. Dat is reden nummer 1.
Tweede reden is omdat ik vermoed dat verschepen naar Zuid Amerika, veel goedkoper is vanuit India dan vanuit dit deel van Azië. Twee keer verschepen is altijd duurder dan een keer, maar ik denk dat het verschil wel mee gaat vallen. (later kreeg ik hier bevestiging van)
Derde reden is, dat ik toch wel een beetje India mis. Ik weet het, ik heb veel op India gescholden, er zijn veel ergernissen in India, maar het is een land waar je heel makkelijk contact hebt met de bevolking en dat mis ik gewoon een beetje in deze contreien. Ook Nepal mis ik wel, vond dat een schitterend land. Ga ik ook zeker weer bezoeken.
Vierde is, dat ik geen haast heb. Toch. Het wordt nu winter in Zuid Amerika, mijn volgende traject, en ik denk dat ik beter kan wachten tot het weer zomer word daar.
De volgende dag had ik wederom contact met de verscheper in Kuala Lumpur. Behalve dat de prijs maar even 500 euro omhoog ging, vertelde ze me ook dat de goedkoopste boeking naar Buenos Aires die ze kon vinden maar liefst 20.000 USD was. Blij dat ik naar Chennai ga, daar is verschepen naar Buenos Aires een stuk goedkoper.
Werd al vroeg wakker door de vogels. Hier, net als in vele delen van Azië, heb je de langzaam-snel gillers. Je zou denken dat ik heel langzaam dacht dat die beesten heel snel weg moesten vliegen. Dat klopt wel, maar dat is niet de reden van de naam. Die vogel begint met tussenpozen van 4 seconde te gillen als een hitsige aap , dan om de 3 seconde, dan 2 en dan bijna continu. En dat beest heeft een paar longen waar een voetbal hooligan trots op zou zijn. Dus als er twee of drie bij je in de buurt zitten, ben je snel wakker.
Ook heb je in deze buurt de kabelrammer. Die maakt een geluid alsof ie op een hoogspanningskabel slaat met een baseball knuppel, een geluid dat ook net zo door vibreert. Heb je ooit de film Jaws 3 gezien, waar mijnheer Brody (zo heet die dacht ik) door middel van met zijn roeiboot paddel op een elektra kabel te rammen, de haai lokt? Nee? … jammer dan, want zo klinkt het precies.
Een vogel die ik hier allen in Maleisië hoor is de Blèrende-Baby. Je snapt het, die gilt als een baby wiens tandjes doorkomen. Maar dan wel alle tandjes tegelijk, en niet de babytandjes maar gelijk het hele melk gebit. Whaaa-whaaa
Ook een plaatselijke is de ambulance-vogel. Het is net alsof er een hels ongeluk gebeurd is op de hoek. Gelukkig is het maar een vogel, en als ik die in mijn handen zou krijgen, was een ambulance niet meer nodig.
Ander bekende herriemakers zijn natuurlijk de cirkelzaag en de gillende keukenmeiden, beide varianten op de Europese cicade.
Soms heb je wel eens van die rijd dagen dat je denkt, pff, wat een rot dag, er is niks leuks om even te stoppen, en ik heb eigenlijk ook helemaal geen zin om te stoppen. Had zo’n dag van Cherating naar het noorden. Het begon dat ik bij het wegrijden aan de verkeerde kant van de weg ging rijden. Dat is me lang niet gebeurd (ja ze rijden hier nog steeds links). Verder, en het klinkt blasé maar die plekjes aan zee heb ik nu wel gezien en die weg ging heel lang langs die stomme zee. En als het dan ook nog regent, soms met bakken, dan word het er niet prettiger op. Tja en dan rijd je maar door. Tijdens lunch stop ik in de stromende regen en liep een eet tentje binnen. Allemaal lange gezichten. Niks van ‘kan ik je helpen’of zo. Ik had mijn zinnen gezet op wat Roti Canai, dat is een soort brood-pannekoek die ik tot nu toe alleen in Zuid India en in Maleisië heb gevonden. Dat is heerlijk (ongezond-vet-bladerdeeg achtig) gebakken brood. Maar men had alleen maar rijst en wilde geen brood maken. Ja pech, en dan ook nog met zo’n lange snoet, graag of niet hoor, dan kook ik wel zelf (niet dat dat te vreten was).
Elk stoplicht wat ik tegen kwam stond op rood, het was gewoon echt niet mijn dag.

Vanaf deze kant is het mooi
Na, net voor de Thaise grens, links af te slaan op de 4, werd het wat spannender met heuvels en kleine bergen. Sliep dan ook voor het eerst weer op bijna 500 meter hoogte, midden in de jungle, met nog meer vage geluiden van vogels en andere enge kruipende of vliegende beesten. Het is hier geen regen-woud, maar regen-oeroud-oerwoud, want het bos staat hier al een paar miljoen jaar.

Als je de andere kant uit kijkt een zooi
Ik lag nog niet in bed of het begon me toch te regenen. Het kwam niet met bakken uit de lucht maar met stralen. Het was alsof er een elftal engeltjes flink aan het bier had gezeten en mijn autodak als urinoir gebruikte. Meestal duurt zo iets niet lang in de tropen, maar deze keer werd het steeds erger en erger. Ik stond geparkeerd naast een heuvel en begon me zorgen te maken over landslides en zo. Na een kwartier begon het er ook nog bij te onweren. Ook dat gaat er heftig aan toe in de tropen. Tellen tussen flits en donder heeft geen zin, want het aantal flitsen is zo groot dat je geen idee bij welke flits welke donder hoort. Tja, ik moest er dan toch maar uit om mijn auto te verzetten, anders zou ik geen lekkere nachtrust hebben. Ik zou bij elk geluid vermoeden dat die heuvel omlaag kwam zetten. Na 2 seconde buiten was ik doorweekt natuurlijk, en ik had de auto nog geen 3 minuten verzet of de regen begon af te nemen. Maar heerlijk dat ik geslapen heb….

Verkiezingen blijven mij achtervolgen. Was het in Thailand raak, nu ook in Maleisië. En dat pakken ze hier wat anders aan dan ik gewend ben. Twee weken voor de verkiezingen worden de kieslijsten gepresenteerd. Dat was gisteren, op een zondag. Op maandag hangt het hele land vol met vlaggen van de diverse politieke partijen met posters van de hoofden van de verkiesbare. En ik bedoel niet een paar vlaggen hoor. Ik bedoel alles, maar dan ook alles wordt onder de vlaggen bedolven. Zonder te overdrijven denk ik dat ik er zo een paar honderd duizend ben gepasseerd vandaag. Het land word er niet mooier op. Zie ook de logica er niet van. Of zou de gemiddelde Maleisiër stemmen op de partij die de meeste vlaggen plaatst?
Ik moet eerlijk bekennen dat de eerste indrukken die ik van Maleisië had, enigszins negatief getint waren vanwege het Chinees Nieuwjaar. De drukte op de wegen, de dichte winkels, dat was gewoon niet zo leuk. Nu echter is dat allemaal voorbij en vind ik Maleisië een leuk land. Dat wilde ik nog even kwijt. Dat ze a-sociaal rijden, daar blijf ik bij.
Volgende stuk ging dwars door de binnenlanden van Maleisië heen, door het groene hart. En geloof me, dat is groen. En schitterend. De weg zelf is ook perfect, het was een genot om te rijden. Aan de andere kant van Maleisië aangekomen iets naar het zuiden gereden, om vervolgens wederom de bergen in te duiken, nu richting Cameroon Highlands.
Mmm, tja, het is een weer zo’n heuse toeristische attractie, maar wellicht in de zomer een aanrader. Nu niet. Het is lekker koel op 1500 meter, 17 graden momenteel, dat is heerlijk en heel lang geleden. Maar het is een beetje als Shimla in India. Veel smalle bergweggetjes, alles volgebouwd, veel verkeer, en wat er eigenlijk te doen is… geen idee. Ja aardbeien plukken, maar die groeien in een ander seizoen., Dus de honderden borden die daarvoor adverteren zijn nutteloos. Vanwege de lage temperaturen hier (winter 10 graden, zomer max. 23 of zo) groeit het hier goed. Vooral fruit en bloemen, aardbeien en groenten. Beetje Hollands klimaat. Ze hebben op elk stukje berg een soort kassen gemaakt. Meestal gewoon plastic over wat palen gespannen. Ik vermoed vanwege de slagregens die ook hier het regen seizoen bepalen, of misschien tegen vogels die alles opeten. Het siert het landschap er niet op, en er schijnt erg veel illegale boom kap en berg afgraaf praktijken geweest te zijn die voor veel problemen zorgen in deze bergen. Landslides, dichtgeslibde meertjes en dat soort ellende.

Illegale kap en afgravingen en de plastieken kassen maakte Cameroon er niet mooier op.
Verder rijden er hier honderden (afgedankte) landrovers, Toyota 4wd en andere vage jeepjes rond. Die landrovers zien er uit zoals je een landrover verwacht, vol roest, deuken, vies en smerig. Blijkbaar is dat een mode of misschien wel een must. Misschien zijn er wel hele slechte wegen die ik nog niet gezien heb. (slik).
Toch was het lekker in Cameroon, vooral door de temperatuur. Had het voor het eerst in anderhalf jaar koud in de nacht, maar was te lui om op te staan en iets warms aan te doen. Dus had het de hele nacht koud. Het was 17,8 graden. Wat wil je op 1623 meter hoogte. Héérlijk. Na anderhalf jaar van klamme bezwete plakkerige nachten was dit even wat anders.

In de ochtend iets vaags. Ik had een wig onder mijn achterwielen gezet om de auto iets recht te zetten, dat slaap beter. Toen ik daar in de ochtend vanaf reed, zaten er in de holle ruimtes van deze wiggen, en in de holle ruimtes van mijn banden, het profiel dus, honderden maaien en honderden kleine zwarte torretjes. Het rare was, echt alleen maar onder de wielen. Bah, vies. Maar wat die daar deden en hoe die daar kwamen, ik snap er nog steeds niks van.
Eenmaal weer geproefd van het koele klimaat in de ‘highlands’ besloot ik om op weg naar Kuala Lumpur maar een stop-over in Bukit Frasier oftewel Frasier Hill te doen. Dat was dan gelijk een mooie tussendoorsteek naar Rawang, alwaar de MAN dealer was waar ik toch een mening wilde gaan halen over een rammeltje.
Het eerste stuk was het vervolg op de weg van gisteren, de weg zonder nummer, de weg van Ipoh naar het oosten, naar Gua Musang. Die weg is nog steeds schitterend, stukken dubbelbaans, prachtige natuur en vrijwel geen verkeer. Het is ook hier winter, dus de bossen hebben prachtige kleurschakeringen. Ook nu weer een lust om te rijden, ik wilde bij elk vergezicht stoppen om foto’s te maken en heb dat dan ook vaak gedaan. Lang leve de digitale camera.

Aan het eind van deze weg, in Gua Musang sloeg ik rechts naar het zuiden. Deze weg (de nr 8), midden door het land was niet zo spannend. De weg was smal en hobbelig en er was veel vracht verkeer. Vooral enorme trucks met afgezaagde boomstammen, die zo zwaar waren dat ze stapvoets heuvel op gingen. De weg was net breed genoeg voor twee vrachtwagens om elkaar te passeren, maar een stuurfout en het zou fout aflopen. Daardoor moest ik me erg op het verkeer concentreren en kon ik niet de omgeving bestuderen. Niet dat die zo spannend was, wederom veel Palm-olie bomen. Toen het ook nog begon te regenen werd het zwaar om te rijden.
Eenmaal bij de afslag naar Bukit Fraser werd het stukken beter. Sterker nog, de weg werd super smal en ging dwars door het groene woud, er was vrijwel geen verkeer. Omdat het ook hier erg geregend had (te oordelen door de plassen water overal) hing de begroeiing van twee kanten over de weg heen, een soort tunnel effect makend. Schitteren, maar wel slecht voor de lak op mijn dak. Op 800 meter hoogte begon de eigenlijke klim naar Fraser, maar die weg was geblokkeerd door een afzetting. Wat nou, er stond een uitleg bij maar daar klopte niets van. Was even bang dat de weg afgesloten was ivm een landslide of zo. Er was niemand om het aan te vragen.

Dichte weg, maar geen idee wat nu.
Maar doorgereden en na een paar kilometer was er plots nog een weg naar de berg van Fraser, maar die weg was zo smal dat er alleen maar eenrichtingverkeer mogelijk was. Oneven uren kon men naar boven rijden, even uren naar beneden. Ik mocht gelijk door, het was kwart over 5. Deze weg was super spannend. Echt, 8 kilometer héél erg smal, met overhangende bamboe en varens en minimaal 30 BPK. Halverwege waren ze nog de restanten van een landslide aan het opruimen. Boven aangekomen was er niet zo veel. Ook hier was het off-season, maar het was er heerlijk koel. Parkeerde mijn auto-tje met uitzicht op de golfbaan, en genoot van het koele klimaat. Hoorde bij de toeristen informatie dat de nieuwe weg inderdaad afgesloten was doordat er een heel stuk weg was weggevaagd door een landslide. De oude weg was net een paar uur open nadat ook hier een landslide de boel uren had geblokkeerd. Die oude weg was overigens vroeger door een aantal Europeanen met de hand gebouwd. Knap staaltje werk.
Men gebruikte de nieuwe weg voor verkeer na beneden, en de oude weg voor naar boven, maar dat ging nu niet meer dus moest men weer rouleren, zoals het blijkbaar vroeger altijd ging.

Weg naar Fraser hill was nogal bochtig
Na wederom een heerlijk koele nachtrust weer afgezakt richting hitte. Was al vroeg mij de MAN garage. En die kwamen ook onmiddellijk in actie, dat was prettig. Het rammeltje was een combinatie van versleten rubbers en wellicht verdroogde rubbers. Maar ze draaiden een paar dingen extra vast en het probleem zou voorlopig verholpen zijn. De andere dingen die ik had opgemerkt waren geen probleem vermoede men, dus ik reed ene half uurtje later met een gerust hart richting Kuala Lumpur, waar ik een uurtje later wederom parkeerde bij Thomas en Daphne. Ik zou mijn verscheping gaan regelen, mijn Indiase visa en nog wat dingen.
Kreeg het echter plots erg druk. Ontmoete Leonardo, een Mexicaan die op een motor aan het rondtoeren was en interesse had om zijn motor op mijn flatrack mee te laten liften naar India. En, en dat was het leukste, toen ik in de middag terug kwam na een bezoekje stad, zat er een kaartje onder mijn raam…. Van Ad & Susan. Die kende ik nog uit Nederland, zijn ook onderweg, met een DAF vrachtwagen (moedig he ), en zaten hier in KL te wachten tot hun auto van het schip uit India af kwam. Ik snelde de winkel in, en ja hoor ze waren er nog. Goh dat was leuk om ze te zien. Had er al wel een beetje op gehoopt maar via hun website kreeg ik het vermoede dat ze al weg waren. Ze hadden Cristha bij hun, een leuke meid die een tijdje met hum mee reisde. Het was ook al weer lang geleden dat ik Nederlands gesproken had.
De volgende twee dagen zijn we veel samen op stap geweest, hebben we veel gepraat (en veel geluisterd) dingen uitgewisseld, naar de film geweest, gegeten, nog eens gegeten enfin, het werden twee gezellige dagen.

Eigenlijk twee en een half, want we konden geen afscheid nemen van elkaar. Sterker nog, op het moment dat ze de auto hadden ontvangen belde ze waar ze stonden. Leonardo zou een reserve GPS van Ad kunnen krijgen (aardig van hem) en ik een stukje software, dus wij met z’n twee op de motor van Leonardo, op naar Klang, normalerwijze een 45-60 minuten ritje. Halverwege echter begon het heel hard te regenen. Na wat schuilen onder een brug bleef het stromen en we besloten maar langzaam verder te gaan. Nat tot op het bot, en dan erger arriveerde we bij Ad en Susan. Zijn auto had de verscheping goed doorbracht, hij miste alleen wat stickers van zijn auto. Een Duitse auto die tegelijkertijd verscheept was had het er minder goed vanaf gebracht met een gebroken schotel antenne en een afgebroken railling.

Ad repareert iets
De auto van Ad en Susan is bewonderenswaardig, met een aantal zeer knap gevonden oplossingen en voorzieningen, zeker gezien het feit dat Ad zelf alles gebouwd heeft in een zeer korte periode.
5 maart bracht ik mijn auto naar de Haven van Kuala Lumpur, Port Klang geheten. Door een communicatie fout reed ik gelijk naar de verpakker, die mijn auto op een zo geheten flat-rack zet, ipv naar de verscheper. Maar Port Klang is zo groot, ik zou het nooit gevonden hebben. Zelfs met een waypoint van Ad kwam ik er niet (wel vlakbij bleek achteraf).

Zoveel kost het om te verschepen
Dat was al de tweede keer dat onze GPS apparaten niet compatible waren. Een waypoint van Ad, ingevoerd in die van mij, zorgde er voor dat ik een paar honderd meter verder dan bedoeld aan kwam. Ja, waar heb je dan een GPS voor. Ik ben er nog steeds niet uit wat er niet klopte.
De pakkers, een bedrijf dat CFW enterprises heet, waren zo vriendelijk om ons even naar het kantoor van de verscheper te brengen en na het achterlaten van een hoop geld, terug naar de verpakker. Daar stond ondertussen een enorm flat-rack klaar waar ik wel twee keer op kon. Een Flat-rack is een container zonder muren, dus alleen de bodem. Het ding was 40 foot lang om precies te zijn, dus 13 meter of zo. Het was erg lang, maar de breedte was maar net genoeg, sterker nog, ik vermoede dat ik wel eens met de wielen over de rand zou gaan hangen. Men had al een oprit gemaakt van stalen platen en ze reden er nog een heftruck bij die deze extra ondersteunde. Prima geregeld dus. Na wat heen en weer steken stond ik naar tevredenheid en begon men met dikke staalkabels mijn auto aan het flat-rack vast te zetten. Dit moest, volgens de verscheper, zo sterk zijn, dat mocht het flat-rack ondersteboven vallen, mijn auto er op zou blijven. Ik kreeg een rilling bij de gedachte.

Daar stond ie, zielig alleen voor de reis naar Chennai
Na wat extra hulp van mij, (dat zich beperkte tot wat aanwijzingen en het aanbrengen van wat extra rubberen bescherming stukken (lees afgeknipte autoband) tussen kabel en auto, het afhalen van mijn luifel omdat ie uitstak (zo nauw komt het) en het inklappen van de spiegels), stond mijn auto mijn inziens prima vast. Natuurlijk weer door en door nat geregend, terug richting Kuala Lumpur, voor het eerst in 2 maanden zonder auto, zonder huis…..
Omdat ik geen eigen auto had besloot ik een paar dagen Singapore te gaan bezoeken. Daar kom je namelijk met eigen auto niet in. Daar ik nu toch een paar dagen te spenderen had was dat een mooie en nuttige oplossing.
Singapore
De busreis naar Singapore was de eerste keer in twee jaar dat ik een lange rit met het openbaar vervoer maakte. Was om kwart voor 9 bij het Putraya bus station en werd gelijk overvallen door bus ronselaars. Nu weet ik ook wel dat die je alles vertellen wat je horen wilt, dus met een gezonde doos ‘ik geloof toch geen woord van wat je zegt’ werd ik door een van die mannekes het bus station voortgesleept naar een loket. Ja, de bus ging nu zegt het manneke, maar toen ik het zelf aan het loket ging vragen bleek de bus pas op 10 uur te vertrekken. Liet de man dus staan op zoek naar een andere bus maatschappij, er zijn er, denk ik, wel 100 en de helft er van heeft regelmatige bussen naar Singapore. Het mannetje liep zenuwachtig achter me aan, die zag zijn commissie weglopen. Plots wist hij zich een bus te herinneren die echt NU zou vertrekken en zenuwachtig gebood hij me volgen naar het busplatform. Al lopend was hij een ticket aan het uitschrijven en bij de trap naar het platform aangekomen duwde hij me het ticket in de hand en vroeg me 35 Ringits. Ik wist dat de bus 30 koste, dus 5 was zijn commissie. Had er geen problemen mee die 5 extra te betalen, maar ik vroeg hem eerst om mee te lopen naar de bus. Hij wilde niet maar kon niet anders want ik had het geld in mijn hand. Beneden staan alle bussen en daar aangekomen wees ie op de bus die daar stond. Nice bus, nice bus zegt ie nog. Ik vraag aan de chauffeur waar die naar toe ging, bleek heel ergens anders te zijn. Nee nee, zegt ie ineens, de bus komt er zo aan, betaal me maar dan kan ik verder. Ik zeg dat ik er niet over pieker, tot ik de bus zie. Het duurde nog een kwartier voordat de bus kwam aangereden. Ik vraag de chauffeur of ie naar Singapore gaat of naar Bahru (de stad aan de grens met Maleisië en dan moet ik overstappen en dat wil ik niet). Nee, Singapore, zegt ie, om 9 uur (het was al 10 over 9 maar ok). Ik betaal het manneke zijn geld, stap in de bus, helemaal leeg nog, zoek een stoel uit en ga zitten voor de 5 uur durende rit. Prima stoelen, moet ik zeggen, lekkere airco aan, niets om over te klagen. Behalve dat de bus pas om 10 voor 10 weg reed….
In Bahru aangekomen, je snapt het al, een heel zenuwachtig ventje gebood de mensen die naar Singapore gaan onmiddellijk de bus te verlaten en heel snel een andere bus in te stappen. Snel snel snel, zegt ie nog. Dus toch overstappen in een lokale bus, gatver, openbaar vervoer in Azië is toch meestal met verwachte en onverwachte eigenaardigheden. Gelukkig stond de andere bus vlak bij, het was zo gepiept, met de slavendrijver achter me… quick quik quick. Duurde natuurlijk 10 minuten voor die bus weg reed, waarom ik zo snel moest lopen was mij een raadsel.
Na 2 minuten rijden de immigratie van Maleisië. Allemaal de bus uit, naar boven lopen, stempeltje halen, weer de bus in en weer 5 minuten rijden over de brug naar Singapore. Daar de bus weer uit, ander gebouw in, trap op en ……. 1000 mensen stonden er al in de rij voor de Douane van Singapore. Duurde lang voor dat dat klaar was. Een andere bus stond weer klaar, erin gesprongen en uitgestapt in Little India, op zoek naar een Hotelletje. Na een uur lopen en 8 hotels, had ik alleen maar het antwoord ‘alles is vol’ gehoord. De rugzak begon zwaar te worden en toen ik een wat duurder uitziend hotel vond koos ik dat maar. Wel 70 euro voor een nacht, maar de kamer was erg luxe. Flatscreen TV, mooi bed en zo.

In de avond naar Ruffle gebied geweest, rond de haven gelopen. Singapore is hier erg mooi, met legio terrasjes aan het water, restaurantjes en barretjes. Heel gezellig, en natuurlijk zeker niet goedkoop. Is Singapore van huis uit al duur, op dit soort plaatsen is het, net als in westerse landen, dubbel zo duur. Maar wel heel sfeervol. Verder geslenterd langs het parlement gebouw en een mooie oude kerk tot ik een soort van beurs tegen kwam. Een soort HCC beurs, met alleen maar computer spullen. Tja, dan weet je het wel he, dan is Caspertje verkocht.
De volgende dag ben ik echt de toeristische attracties gaan bekijken. De mooie Chinese tempel Thiang Hock Keng, het eiland aan de zuidkant met de kabelbaan en wat rondgelopen downtown en in Little India. Singapore is op zich een prettige stad, heel erg westers natuurlijk, met een efficiënte en moderne metro. Er zijn overal stoepen en oversteekplaatsen, er staan bankjes om op te zitten en het verkeer is redelijk normaal.

Lijkt me handig zoveel armen
Singapore is, zoals iedereen wel weet heel schoon. Toch heb ik echt wel zwerfvuil gezien, ook mensen die bij weg oversteken bij rood licht (een zware zonde), zelfs een keer een wildplasser (een oude man met een zwakke blaas). Toppunt zijn de zwervers die ik hier en daar onder afdakjes of bushoekjes zag slapen. Verder is Singapore redelijk sfeerloos vind ik. Chinatown heeft niks van de huzzle en buzzle van de meeste China towns, geen straatjes waar je ogen en neus tekort komt van de indrukken. Alles is beetje steriel en goed geregeld. Ook Little India lijkt in geen mijlen op India. Alles is netjes, straatjes aangeveegd. Hier en daar brand de wierook en blèrt de Bollywood muziek, je ziet veel Indiase gezichten en restaurants maar daar blijft het bij.

Hier komt dus zwarte piet vandaan
Dit is allemaal natuurlijk prettig als je er woont, maar voor mij als wereld toerist is het ietwat saai. Vandaar dat ze in Singapore een andere hobby hebben uitgevonden.
In Singapore hebben ze het shop-til-you-drop tot een kunst verheven. Het aantal shopping centrums, zeker downtown is onvoorstelbaar. Het is zo erg, dat het vaak makkelijker is om door shopping centra’s heen van punt A naar B te komen dan buiten langs. Zo liep ik naar het Metro station en volgde de bordjes MRT, ik werd aan een stuk door lange gangen met winkels geleid, ik denk wel een half uur lang. Veel van die shopping centrums zijn aan elkaar gebouwd zodat je, zonder dat je er erg in hebt, van de ene in de andere loopt. Het is echt onvoorstelbaar wat er hier te koop is. En zeker niet altijd goedkoop, maar wel het nieuwst van het nieuwste.
De lunch was Kaya toast en koffie. Kaya toast is heel erg lekker. Ze roosteren een volkoren sneetje brood. Snijden die hierna door midden (zodat je dus twee nog dunnere toastjes krijgt, op zich al heel knap) en smeren er dan een soort kokos smurrie op (erg zoet). Op het moment dat je de toost bestelt, pakken ze die warme sneetjes, doen er koude dunne schijfjes boter op en als je dat dan in je mond steekt smelt dat……oooooooooooooo. Dat hoort, samen met de rotti Canai, zeker tot een van mijn favorieten.
Had op de IT beurs twee hele kleine volwaardige pc’tjes gezien, en had bij Ad en Susan gezien dat ze hun laptop als GPS gebruikte, en dat wilde ik ook wel. Dus, na veel overdenken een klein PC tje gekocht, met Windows XP, dat crashed tenminste normaal gesproken niet (windows vista om de haverklap).

Weer terug naar Kuala Lumpur was omgekeerde verhaal van twee dagen daar voor. Overigens blijft het verbazing wekken hoe een bus, in veel delen van Azië, bij vertrek enorm treuzelt, in de hoop nog een extra passagier te vangen. Stukje optrekken, dan weer stoppen, net doen alsof je weg gaat, weer stoppen, rondje rijden, weer stoppen. Dat verlies in tijd probeert men dan weer in te halen door super hard te rijden. Maar volgens mij verstoken ze dan zoveel brandstof dat het allemaal erg ‘niet lonend’ is om zo te wachten.

In Singapore was het duidelijk anders. Half 11 gaan we, en om half 11 gingen we ook. En prompt om half 4 in de middag was ik weer terug in Kl, in mijn oude Hotel (comfort in) en zelfs op dezelfde kamer.
De vlucht naar Chennai was op donderdag en op dinsdag had ik nog steeds geen Visa uit India, dus toog ik voor de derde keer richting ambassade. Na uitleg over mijn vlucht beloofde het balie meisje dat ze zou proberen dezelfde dag nog een visum te regelen. Kon mijn oren niet geloven. Eerst gaat alles zo moeilijk en nu ineens zou ze het zomaar proberen. Toen ik aan het eind van de dag terug kwam, had ik inderdaad een 6 maanden dubbel entry visum.
Valt me op dat er in KL veel geld wissel kantoortjes zitten. Dat moet dus blijkbaar lonend zijn. Vind dat wel raar als er op elke hoek van de straat wel een ATM zit (pinautomaat), waar je ook met een buitenlandse kaart gewoon geld kan pinnen. Valt me dan ook ineens op dat er bij deze kantoortjes vaak Afrikaans uitziende mannen staan met pakken met geld. Mmmm, is dat onze ontwikkelingshulp, of denk ik te zwart. Oops, zwart geld…?
Heb aan een stuk of 4 verschillende mensen gevraagd waarom, alleen in Maleisië, de brommer rijder zijn jas achterstevoren aan heeft. Wilde nou wel eens uitsluitsel, want het blijft een vaag gezicht. Helaas kreeg ik op de vier keer vragen ook vier keer een ander antwoord. Tegen de zon zegt de eerste. Tegen de wind zegt de tweede. De derde weet zeker dat het tegen vuil en beestjes is, de vierde zegt dat die mensen lui zijn en zo in hun jas schieten. Nou, alle vier de antwoorden vind ik vaag en niet logisch. Wie weet het wel? Prijsvraag?……
Dan nog even voor de talen wonders onder ons, Tera Mekasi betekend bedankt, Salemat Jalang is tot ziens, Polisie is politie (jaja), Koppi is koffie, Parang is hakmes, en awas is…..?
En als laatste om te onthouden (een Ringit is 22 eurocent). Een liter diesel in Maleisië kost 1.58 Ringit. Fles bier (0.6 liter) kost 14 Ringit (moslim land, duur dus) . Bus van KL naar Singapore (5 uur) 30 Ringit. Koffie in een lokaal tentje tussen de 80 cent en 1.5 Ringit. Koffie bij Starbucks of ander buitenlandse keten tussen de 8 en 12 Ringit. Eten in straat tentje tussen 3 en 8 Ringit. Roti Canai per stuk tussen 0,7 en 1,5 Ringit.
Om 6 uur in een donkere en natte ochtend in Kuala Lumpur, stond ik buiten mijn hotel om richting vliegveld te gaan. Ik kon per monorail en dan trein, maar besloot het stukje monorail per taxi te doen omdat ik anders weer een minuut of 10 moest lopen vanwege de overstap van monorail naar trein. Het openbaar vervoer is hier goed geregeld, behalve het overstappen van een systeem naar het andere. Alle systemen zijn los van elkaar gebouwd dus sluiten niet direct aan op een ander systeem. Zo heb je monorail, metro, light rail en trein. De trein naar het vliegveld koste 35 ringit, dat wist ik, en de taxi chauffeur vroeg 15 om me naar het station te brengen. Maar, zegt ie, ik breng je helemaal naar het vliegveld (60 km) voor 70. Tja, dat is dan snel besloten. Die taxichauffeur dacht waarschijnlijk dat ik haast had en scheurde er met 120 op los. Hij nam ook een zeer vreemde route, want steeds als er een bord richting vliegveld stond, sloeg hij af de andere kant op. Ik vroeg hem naar de reden en hij vertelde me dat hij de route nam met de minste tol. En dat is de route die de overheid werkers nemen. Die wonen veelal in een bepaalde wijk, en de snelwegen van en naar die wijk kosten minder tol dan alle andere. Zo bevooroordeeld de overheid haar eigen werknemers.
Netjes op tijd op het vliegveld, netjes ingechecked, so far so good. KL heeft een mooi vliegveld, daar kan je niks slechts over zeggen behalve dat er geen draadloos netwerk beschikbaar is. Het is er wel, maar je moet halsbrekende toeren uithalen om een paswoord te krijgen, en daar had ik even geen zin in
De vlucht naar Chennai was verder soepeltjes maar wel wat ‘bumpy’. Werd wel op een typisch Indiase manier op hun grondgebeid verwelkomt. Iedereen die wel eens gevlogen heeft weet hoe dat gaat net na het landen. Er wordt omgeroepen of je aub wil blijven zitten tot we van de landingsbaan af zijn en het vliegtuig stil staat. Maar Indiase mensen blijven Indiase mensen haha. Dus de wielen hadden de grond nog niet geraakt of en masse stond iedereen op om de luiken naar de handbagage open te doen. Een steward schoot uit zijn slof en schreeuwde hard ‘waar willen jullie in gods naam naar toe? Zal ik de deur open doen, dan mag je springen’. Dat had het gewenste resultaat…. Voor 5 seconde,, want al remmend over de landingsbaan stond de andere helft van de passagiers op en begon de handbagage te ontladen. De steward gaf zijn pogingen duidelijk op en zat zuchtend neer op zijn uitklapstoeltje. Welkom to India…
