CamperCassie

Nepal raften en hiken ✓

Om toch wat bezig te zijn ging ik eerst een paar dagen raften op de Kali Gandaki rivier om daarna een paar dagen eenvoudig te lopen. Nepal is toch zo mooi. Dit verslag telt 2.517 woorden, 13 minuten leestijd.

Twee dagen wilde ik gaan raften. Blijkbaar was de rivier die ik wilde gaan bezoeken (de Seti) niet populair genoeg en er waren te weinig mensen om die trip te doen. De door mij geboekte 2 dagen werden omgezet naar 3, ik werd bij een andere groep gevoegd die de Upper Kali Gandaki rivier gingen bevaren. Die rivier is wat moeilijker dan de Seti, wat wilder dus en ik vond het wel een beetje eng, maar ik wilde me natuurlijk niet laten kennen.

Ik heb heel wat van die rivieren gezien hier, en dat zijn vaak kolkende massa’s water die naar beneden denderen, meestal afkomstig uit de Himalaya dus nog ijskoud ook.

Op de 28ste oktober stonden er dus een hele stoot mensen klaar om per bus rit naar het startpunt te gaan. Ik schrok een beetje van de grootte van de groep, want met 28 toeristen, en een stuk of 8 begeleiders was de bus snel vol. Ook alle proviand, 5 boten, 3 kajaks, drinkwater etc. werd boven op de bus geladen, en hoppa, na een busritje van 3,5 uur kwamen we aan bij het ‘instappunt’. De rivier was niet super groot, een meter of 20 breed schat ik, maar stroomde erg hard en snel.

Alles werd in gereedheid gebracht voor de trip

Na een uur ‘safety instruction’ en les op het droge, een lunch van brood met wat beleg, het opblazen van de boten, het inpakken in waterdichte zakken van alle bezittingen en dit vast sjorren op de boten, het insjorren van de mensen in zwemvesten en valhelmen, vertrokken we stroom afwaarts. Er waren 4 grote rubber boten, met elk 8 toeristen en een stuurman/gids, 3 saftey kajaks die voor ons uit peddelde voor het geval iemand over boord sloeg (en dat gebeurde dus regelmatig) en een proviand boot. We waren nog geen 3 minuten onderweg, of we moesten al stoppen omdat we bij een grote stroomversnelling waren aangekomen, en die moest eerst bestudeerd worden voor we die konden bevaren, want als je de verkeerde route door het water neemt sla je geheid om. Dat gaf ons een beetje een angstig gevoel, want voor de meeste was het de eerste keer op zo een wilde rivier.

Daar komt de eerste rapid aan

De eerste ‘rapid’ hete small brother, en die was in eerste instantie heel eng, maar toen we er door waren heel cool, totdat we hoorde dat om de hoek de big brother rapid lag, en dit was echt een beest van een stroom versnelling. Iedereen moest zich echt heel goed vast houden om niet uit de boot te slaan maar ook moest je uit alle macht roeien om te zorgen niet op een steen te pletter te slaan. Je kan je dat wel voorstellen, grote rotsen net onder het zeer sterk stromend water, waar als je daar op kwam, met boot en al om zou klappen. Verder donderde het water soms meters tegelijk naar beneden, dus dat deed je met de boot ook. Toch was het een machtige ervaring, zeker als je heelhuids aan de ander kant van de rapid was gekomen. Als snel was iedereen zeik en zeik nat, gelukkig scheen de zon en was het lekker warm.

Sommige rapids waren levensgevaarlijk

Naarmate de dag vorderde werd iedereen wat vertrouwder met het water, met de stroomversnellingen die om elke hoek op ons lagen te wachten en met het peddelen, en de sfeer in de boot was goed te noemen. Om een uur of vier werd er afgemeerd aan een eenzaam strandje (het stonk er wel naar stront), de boten werden leeg gehaald, op z’n kant gezet en een dekzeil er over om een soort tent te maken, en er werd eten gekookt door de gidsen en begeleiders.
Omdat de groep erg groot was, klikte het niet echt tussen de groepjes die er waren. Zo was er een frans groepje van 3 die alleen maar apart gingen zitten om jointjes te roken, een groep van 3 Franse meisjes die dicht tegen elkaar aangingen staan en uren lang heel zacht liedjes gingen zingen (heeeel vaag), een groepje Israëliërs die weinig contact met andere hadden. Uiteraard waren er ook Hollanders, maar die deelde zich snel op in groepjes omdat ze mekaar al langer kenden. Verder nog een stel Belgen, een denk ik stel Denen en een Schot. Iedereen op zich was aardig en vriendelijk, maar toch klikte het onderling niet echt, dat krijg je in zo een grote groep.

Het eten was eenvoudig maar heerlijk

Het eten dat werd gekookt door de gidsen was simpel maar erg lekker en de eerste avond sliep iedereen erg vroeg, vermoeid van de dag. Het slapen in een slaapzak op het koude strand (zand koelt snel af) onder een simpele plastic dekkleed als dakje of gewoon in de open lucht was niet super comfortabel te noemen, maar als je moe bent slaap je meestal wel goed.

De volgende ochtend vroeg op, en na een paar uur wachten op het ontbijt alles weer in de boten pakken en vast sjorren, was het weer een dag om niet te vergeten. We waren ondertussen veel zekerder van ons zelf, dus namen de rapids als volleerd mountaineers, er was zelfs sprake van dat we de boot expres zouden doen kantelen om te kijken hoe dat was. Er waren ook wat rustigere stukken rivier, waar de onvermijdelijke water gevechten uitbraken tussen de boten, we leken af en toe wel kleine kinderen.

Af en toe een watervalletje als douche

Ook waren sommige rapids rustig genoeg om zwemmend te doen, ook een hele coole ervaring (water was erg koud, maar alles went). De tweede avond wederom op een eenzaam strandje geslapen, alhoewel een paar lokalen het gepresteerd hadden om wat flessen bier en rum en chocolade de berg af te slepen om aan de toeristen te verkopen.

Sommige stukken waren rustig en vredig

Die nacht erg slecht geslapen, het was erg mistig in de ochtend en het hele ritueel van ontbijt (dit keer pannenkoekjes en gekookte aardappelen met groente en brood) smaakte wederom perfect.

Het laatste stuk rivier was wat minder wild, er werd dus veel gezwommen en met water gegooid (en mensen van ander boten met vereende krachten in het water gegooid, enfin, een kinderlijke bedoeling maar af en toe wel lachen. Om 12 uur waren we bij het einde aangekomen, moesten alles boten en spullen 500 meter de berg opgesleept worden naar de bus, en wederom volgde er een 4 uur durende busrit terug naar Pokhara. Moe en voldaan ging ik aldaar vroeg naar bed, om om 3 uur wakker te worden geschreeuwd (terwijl ik me oordopjes zelfs in had) door een troep gillende Nepalese vrouwen. Uit het raam kijkend bleken er een paar dieven in de tuin van het hotel te lopen, de hele buurt was in rep en roer, en men probeerde door zo veel mogelijk lawaai te maken om iedereen uit de hele buurt te waarschuwen.

De volgende dag met de bus terug van Pokhara naar Kathmandu, de rit duurde eeuwig doordat er super veel checkpoints waren en overal zwaar bewapende soldaten liepen, het was erg sinister.
Al om een ervaring om wel eens te herhalen, want het wildwater varen is erg enerverend, het geeft een super goed gevoel en is heel spannend (maar niet zonder gevaar).

5 november 2003, Hiken in Nepal

5 dagen zou ik gaan rond banjeren in de bergen (of eigenlijk heuvels) van Nepal, rondom Kathmandu, genaamd de Helambu regio. Er bestaat een gigantische hoeveelheid aan loop en klim mogelijkheden in dit land, zoals je wel kan verwachten, maar ik had niet zo’n zin om me te pletter te klimmen, daarom had ik een wat makkelijkere hike ´besteld´.

In eerste instantie wilde ik 3 dagen gaan, maar op aanraden van het organiserende bureau werden het 5 dagen. Dom dat ik daar intrapte maar ik had tijd zat en lopen is gezond (ook een domme gedachte dus).

De avond van te voren ontmoete ik mijn gids, ik ging dus alleen met een gids op stap, geen tour groep deze keer. Ik had al eerder een gids toegewezen gekregen, een echte toffe peer waar ik het onmiddellijk heel goed mee kon vinden, maar omdat eerst mijn griep tussendoor kwam en daarna de extra twee dagen raften in Pokhara, was die gids hem mooi gevlogen, 21 dagen met een groep Fransen (haha, zal ie spijt van krijgen).

De gids die ik nu toegewezen kreeg was een stuk minder, hij sprak minder Engels, was minder spraakzaam en minder gevoel voor humor. Toch wilde ik er het beste van maken, en de volgende ochtend om 8 uur vertrokken we met ons tweeën richting Sundarijal, een klein plaatsje aan de voet van de eerste bergen/heuvels. (het zijn bergen van 2500 meter hoog, maar dat noemen ze hier heuvels). In Nederland zouden we gelijk hoogtevrees krijgen. Daar aangekomen begonnen we aan een klim die zijn weerga niet kende. Het was een looppad voor lokale bevolking, en het pad ging steil omhoog de bergen in. Grote gedeelte waren zo stijl dat er trappen gemaakt waren, trappen van oneven treden, en dat was erg moeilijk lopen. Ik ben trappen gaan tellen, maar raakte na 250 de tel kwijt, ook al omdat ik buiten adem even ben gaan zitten.

Toen ik aan de gids vroeg of we bijna boven waren lachte ie een beetje, en maakte zo een opmerking van … we zijn net begonnen joh…en ik kreeg een naar gevoel er van.

Kijk, dat takkenwijf is het gewend, al dat klimmen, ik niet dus..

Hij had echter wel gelijk, want de klim duurde nog zeker een anderhalf uur, elke keer dacht ik… we zijn boven, en dan kwam er om de hoek weer een heuvel die we ook op moesten. De paadjes werden steeds smaller en zwaarder, en eenmaal boven aangekomen was ik drijfnat van het zweet, en vervloekte ik mezelf dat ik zo een zware rugzak had meegenomen.

Ik was weer een beetje bij adem gekomen, en vroeg de gids of de hele 5 dagen op deze manier zouden gaan. Dit werd positief bevestigd, met andere woorden, 5 dagen lang berg op, heuvel af, erg zwaar, en eerlijk gezegd had ik daar dus niet zo’n zin in.

Als ik wandelen ga, wil ik best een beetje klimmen, dat verwacht je van een land als Nepal, maar uren lang alleen maar trappenlopen was niet mijn idee van ‘having a good time’ , en om er dan ook nog voor te moeten betalen…..

Er waren ook toeristen die het zo deden

Eenmaal boven aangekomen was het een kwestie van aan de andere kant naar beneden lopen, en omdat het pad erg rotsig en stijl was, was dit ook niet makkelijk (maar beter dan omhoog). Redelijk vroeg in de middag kwamen we aan in Chisopani (vertaald : koudwater), waar er 4 guesthouses naast en tegen elkaar aan waren gebouwd. Meer was het niet. De guesthouses waren heel slim, want ze hadden afspraken met elkaar gemaakt dat alle kamers 200 roepies kosten per nacht (dat is zeg maar 3 euro) , maar dat je verplicht bent om te eten in het guesthouse waar je slaapt, en je snapt dat de prijzen van het eten erg duur waren.

De menu’s waren in elk guesthouse hetzelfde. Verder was er in het gehucht van 4 huizen dus niks te doen en op het moment dat de zon achter de bergen verdween werd het gelijk ijzig koud. Tijd om met mijn gids te praten, want ik wilde wel eens weten of er alternatieven waren, 5 dagen traplopen… nee, dat niet dus.

Ik heb de goede man uitgelegd dat mijn idee van hiking is, het lekker lopen door de bergen, ontmoeten van lokale mensen, het zien van mooie uitzichten en niet al te moe worden. Wat ik hem niet vertelde, was dat ie heel erg nodig onder de douche moest, want hij stonk een uur in de wind en ik kon hem makkelijk volgen met mijn ogen dicht.(later bleek dat ie net terug kwam van een trektocht van 21 dagen, en dus nog geen douche had genomen). Anyway, tezamen een ander plan opgesteld, via Nagarkot (waar ik al eens eerder was geweest met de motor) via een circle weer terug naar Kathmandu te lopen. Dat zou op zich een dag minder tijd kosten, maar daar zat ik niet mee. Het betekende dat we de volgende dag 8 uur zouden moeten lopen, met aan het eind een toch wel steile klim, de gids adviseerde me om die dag in twee keer te doen. Ik besloot om dat ter plekke te bekijken.

Tibetaanse Momo´s, die gaan er overal wel in

Later in de avond raakte het dorp wat voller met andere toeristen, maar iedereen ging vroeg naar bed, dus dat lot restte mij ook. In de ochtend was het erg koud, gelukkig hielden de stinkende dekens van het guesthouse me wel warm (deed me aan Tibet denken) en na een ontbijt van twee pannenkoekjes en een bakkie warme chocolade melk waren we om 8 uur in de ochtend op pad voor een lange dag.

Ik zou wel uren naar dit soort uitzichten kunnen kijken, maar de show must go on

De weg was ERG mooi en redelijk vlak, de uitzichten spectaculair, het zonnetje scheen, met andere woorden, een prachtige wandeling. Ik keek mijn ogen uit, en vermaakte me echt perfect. Dat was wat ik leuk hiken noemde. Om 12 uur kwamen we aan in een klein dorpje (Chouki Bhanjyang) alwaar we in een mini restaurantje wat geluncht hebben. De vraag was dus, bleven we hier slapen, of door stoten naar het 4 uur verdere Nargakot. Omdat ik sterk en in de piek van mijn sterke gezondheid en in top vorm ben (ahum-ahum) besloot ik dat het door lopen geblazen werd. Ook in de middag was het een erg mooie tocht. Inderdaad, de laatste 3 kilometer waren weer erg zwaar omhoog, maar je kon het eindpunt zien liggen, dat helpt. Om 4 uur aangekomen in Nagarkot, en na een gedeeld biertje en zo waar een warme douche was het weer vroeg bedrust.

Geslapen van 20:30 tot 6:00 in de ochtend. De volgende dag waren mijn benen nog wat beurs en stijf van de lange loop, maar al gauw werden die benen erg warm, omdat we weer een uur lang stijl moesten klimmen, om vervolgens de hele dag lekker naar beneden te kunnen lopen over zandpaadjes en idyllische bergtoppen.

Af en toe een dorpje , waar mensen nog 100 jaar terug in de tijd leven

In de avond was ik weer terug in Kathmandu, en ik ga dan hier ook eerst lekker uitrusten om dan mijn trip naar India te gaan plannen.
Al om al was de drie daagse hike toch heel leuk en mooi. De gids stonk, maar het landschap was adam benemend wonder mooi, het weer goed, en ondanks dat ik het niet weer zou doen, is het toch prettig het gedaan te hebben.

Ik zou er zo kunnen wonen

7 november 2003, Ik ga Kathmandu verlaten

Ben er speciaal voor naar het long-distance busstation gegaan op de motor die ik gehuurd had. Die motor had vanochtend wat opstaan problemen, want na 10 minuten starten (helaas niet automatisch) en door 3 man aangeduwd te zijn, wilde ie nog geen geest geven, dus zat er niks anders op naar de motor verhuurder te lopen (snif). Die haalde de bougie er uit, maakte hem schoon en de boel liep weer, maar dat kost wel weer een uur tijd.

8 november 2003, van Kathmandu naar Birganj

Jeming de peming, kan wel weer merken dat ik in de buurt van India kom. Ik heb een busreis achter de rug die zijn weerga niet kent. Deze reis komt zeker in de top tien van horror busreizen hoor.
Het begon allemaal onschuldig en goed, 6 uur opgestaan, om 6:45 uur was ik op het busstation, en om 7:15 reed de bus weg. Het was een klein busje, zeg maar een soort half brood, met een plek of 20 erin. Bus zat niet helemaal vol, de chauffeur was wat aan de te jonge kant naar mijn smaak (ik heb liever oude chauffeurs, die hebben wat meer ervaring). De reis koste 195 roepies (zeg 3 euro) en dat voor een trip van 8-12 uur. Valt mee dus.

We waren Kathmandu nog niet uit, of de ellende begon. Die gast begon me toch een partij te scheuren dat je er eng van werd. Hij moet gewoon te veel naar het sport kanaal gekeken hebben en dan vooral naar de formule 1 wedstrijden, want hij kon het niet verkroppen dat er een auto/bus/vrachtwagen of brommer voor hem reed, hij moest en zou het voorbij gaan. Geen uitzicht? Scherpe bocht in aantocht? Diepe afgrond? Wegopbreking? Mist? Boeieeeennnnn, inhalen die hap. Echt, ik heb de eerste 4 uur doodsangsten uitgestaan. Je moet bedenken dat de wegen in Nepal niet zo breed zijn, en je kan mekaar passeren, maar dan net. Als er niks anders op de weg is natuurlijk, maar helaas, Nepal is net India, dus op de weg lopen koeien geiten kippen en ander beesten, verder lopen er veel mensen op de weg, steken die ook vaak over zonder te kijken, er zijn brommers, tractoren etc. Dus als je gaat inhalen net VOOR een bocht, is het gewoon gissen hoe het af gaat lopen. Vaak ging het goed, maar ook een paar keer niet, en dan is het vol in de remmen, of extra gas geven, beide opties zijn niet al te best voor het gestel. Het tweede gedeelte van de weg was heel erg slecht, waardoor hij niet veel in kon halen, maar als ie het dan deed, was het des te engerder. Langs en op de weg stonden uitgebrande bussen, bus wrakken van ongelukken, vrachtwagens met gebroken assen, lekke banden, kapotte ramen, zelfs heb ik een vrachtwagen half over de rand in een afgrond zien hangen. Het leek wel Irak, zo veel wrakken stonden er langs de kant, en de chauffeur lachte volgens mij in zijn vuistje. Er waren heel veel aardverschuivingen en wegverzakkingen, soms balanceerde we echt met een wiel over de afgrond heen.
Toen ik er wat van zij tegen de bus-boy, werd er alleen maar gelachen, en zo van, ach, alles komt wel goed hoor. Ondertussen hang je dus wel 4 uur met beide handen stevig aan iets, anders donder je van de ene naar de andere kant. Geen lekkere ervaring dus helaas. De bus had absoluut geen grip op de weg omdat ie zo hard reed en de boel zo stuiterde.
Goed nieuws was… om een uur of 2 kwamen we plotsklaps de bergen uit, en dat was dan ook echt plotsklaps. Van het ene moment op de andere, veranderede het landschap in een vlakte, steeg de temperatuur 10 graden en werden de wegen stukken beter. Het was net alsof je in een andere wereld was, heel erg apart.
We hebben veel leger checkpoints ontmoet, en dan moet iedereen de bus uit, dan controleren ze je tassen (maar niet datgene dat nog in de bus ligt of op het dak, dommerds) en soms gaat het fout, want de bus was al 5 minuten van het checkpoint vertrokken toen we er achter kwamen dat we een oude man hadden vergeten, dus weer helemaal terug. Iedereen lachen (behalve die oude vent, die had volgens mij niet eens wat in de gaten).
Er was eergisteren in Kathmandu een aardbeving van 4,2 op de schaal van richter, niets van gemerkt, Raar want ik was wel wakker op die tijd.
Morgen India in, en hoop daar een trein te kunnen vinden naar Patna.