CamperCassie

Cambodja ✓

Na meer dan twee weken in de MAN garage van Bangkok te hebben gestaan was het weer lekker rijden, mijn doel was een rondje Cambodja. Dit verslag telt 7.573 woorden, 40 minuten leestijd.

Op 15 december eindelijk verlost van mijn MAN gevangenis.  Vroeg vertrokken uit Bangkok. Ik kon kiezen uit twee wegen richting Cambodja. Of de 304, of de 305. Ik koos voor de eerste omdat ik wist waar de afslag daar naar toe was. Dat ging helemaal goed. Kreeg pas de eerst groene dingen na 35 km te zien, zo groot is Bangkok. In de buurt van Chachoengsap ging het fout. Daar hebben ze nog niet van borden gehoord. De weg was ook niet één weg die ik kon volgen maar ging steeds over in een ander. Moest dus vaak of links of rechts. Tja, als er dan geen borden staan hoef je maar een keer fout te gokken, en dat deed ik natuurlijk. Het resultaat was niet zo heel erg, ik ging wel de goede kant op en door een prachtig gebied op een B-weg (de 3481). Koste dus wat meer tijd, maar het was heerlijk rijden in de natuur na 23 dagen luchtverontreiniging gehapt te hebben.

De nieuwe banden hielden zich goed, reden ook veel rustiger dan mijn oude noppen banden. De versnellingsbak leek het ook goed te doen en mijn nieuwe accu’s bleven ook op zijn plaats. Laten we hopen dat ze dat op de minder goede wegen in Cambodja ook doen. Het viel wel op dat ik wat problemen had met de cruise control, die automatisch uit moet gaan als ik het rempedaal aanraak. Dat ging niet helemaal goed en is dan erg gevaarlijk.
Ben trouwens blij uit Thailand weg te kunnen want de 23ste zijn er verkiezingen. En met wat ik elke dag in de krant lees hier, lijkt het me beter hier dan niet te zijn. Kan nog wel eens in ruzie en relletjes ontaarden.

In Aranyaprathet (grensdorp) aangekomen was het bijna 3 uur. Ik zou na de grensovergang dus nog maar een uurtje licht hebben. Een nieuw land, en dan ook nog Cambodja… mm, ik vond dat het beter was de nacht in Thailand door te brengen zodat ik morgen de hele dag de Cambodjaanse situatie kan opnemen. Omdat ik tijd had, bezocht ik dus de Talat Rong Kleua. Dat is de grens markt. Hier komen de arme Cambodjanen handel drijven met de rijke Thai. Ongeveer 3000 winkeltjes moeten er zijn. Ik heb ze echt niet allemaal gezien, want was het na een half uur al zat. Veel van hetzelfde en heel veel oninteressants, voor mij dan. Veel tweedehandse kleding, veel gordijnen en badkamer matjes (wat moeten ze er in godsnaam mee), veel oude legerkleding, naja, veel zooi dus. En omdat het 3 uur in de middag was, was het warm en erg rustig, dus ook geen sfeer. Mijn auto maar een paar km terug gereden en op een veld gaan staan, genietend van frisse lucht en relatieve stilte. Morgen wordt het C-day

Het passeren van de grens was niet moeilijker dan anders. Op een ding na, het was er druk. Al die handel van die markt, moet de grens passeren, en dat gaat allemaal met duw karren, in veel gevallen geduwd door kinderen. Honderden stonden er in de rij bij de grens. Blijkbaar hebben ze geen paspoort nodig en hoeven ze geen invoerrechten te betalen. Meeste producten die uit Thailand Cambodja binnen geduwd werden (wat ik kon zien) was vers fruit en groente. Aan de Cambodjaanse kant van de grens was een Visa snel geregeld (1000 bath oftewel 20 euro), mijn carnet werd zonder problemen getekend en ik reed na een uur de puinzooi van Cambodja binnen. Jezus het leek wel India. Veel afval dat overal ligt te rotten, veel (urinerende)  mensen en veel gaten in de weg. Eigenlijk moet ik dat omdraaien, want de weg was meer gat dan weg, dat beloofde wat. Ik was gewaarschuwd en herinner me de Cambodjaanse wegen, die zijn erger dan de Indiase en dat bleek. In India doen ze een poging een mooie weg aan te leggen maar door geen onderhoud of te weinig budget omdat het geld in de zak van de een of andere Tulband gaat, wordt de weg na een paar maanden een gaten kaas.

Cambodjaanse stoflongen.

In Cambodja hebben ze gewoon nooit geprobeerd om er wat van te maken, dus is het alleen gaten, zonder de kaas. Ik weet niet wat erger is. Van de grens naar Siem Raap is ongeveer 150 km, ze rijden hier ook weer rechts. Dat stuk heeft me de hele dag gekost. De weg was zand, veel wasbord ribbels en veel gaten. Het was droog, het rode zand stofte heerlijk en bij elke tegenligger of auto die je inhaalde, zogen je longen weer een kilo stof-zand naar binnen. Men was overal met de weg bezig, maar dat was men 4 jaar geleden ook al. Waarschijnlijk voor de schijn. Maar, sommige stukjes zand hadden ze gewalst en waren netjes glad zodat je bijna 40 of 50 kon rijden. Helaas maar kleine stukjes, dan werd het weer ouderwets hobbelen.

gammele bruggen.

Kwam een Noor op de fiets tegen die claimde dat hij al 2 maal de wereld rond was gefietst, maar al gaande het gesprek begon ik toch wat aan zijn verhaal te twijfelen. Het was verder toch wel een kleurrijk figuur. Maar de echte leukste fietser kwam ik een paar dagen later in Siem Raap tegen, een Engelsman op een oude circus fiets, was al helemaal van Engeland via Tibet hier heen gereden. Respect.
Langs dit stuk weg liggen nog steeds veel landmijnen. Naar schatting liggen er nog zo’n 6 miljoen in dit land, elk jaar vallen er honderden slachtoffers. Meestal spelende kinderen of boeren die een stuk land ontginnen. Aan de kant van de weg staan durf ik wel, maar er vanaf gaan en parkeren in een veld is vragen om problemen.

Zo de wereld rond is een kunst.

Om 5 uur reed ik Siem Raap binnen. Hemel wat was het hier druk. Het is hoog seizoen hier, en dat is te merken. Het aantal motorfietsen was vergelijkbaar met Vietnam en de te smalle weg zorgde er voor dat je daar vaak achter hing. Het normale personen vervoer gaat hier niet per bus, die hebben ze niet (ja voor toeristen) maar per bromfiets. Een moto heet dat. En als je meer kan vervoeren kan je meer verdienen, dus maken ze achter de brommer een aanhanger (echt) met daarom voor lokale een platte laadvloer, daar zit iedereen dan op. Soms wel 20 mensen, knap voor zo’n 125Cc brommertje. Voor toeristen hangt er een luxe riksja achter, erg comfortabel moet ik zeggen.

Het vinden van een parkeerplek bleek lastig. Elke vierkante meter werd bezet door Hotels (en geen kleintjes), winkeltjes, eten stalletjes of ambulante handel. In het centrum was al helemaal geen plek dus reed richting de Ankor Wat tempels, die 6 km buiten de stad liggen. Parkeerde mijn auto maar langs de kant van de weg en pakte de fiets om het centrum in te rijden. Pinde nog even wat geld (er komen hier dollars uit de muur, geen Riel zoals het lokale geld heet), Heerlijk (echt lekker) gegeten voor 6 dollar (4 euro), met voorgerecht en een fles bier. De nacht was rumoerig omdat ik langs de kant van de drukke weg stond, en de volgende ochtend dan ook als eerste een andere plek gaan zoeken. Vond die 500 meter verder om de hoek. Een perceel met een hek erom, maar binnen in alleen maar zand en gras, ideaal. Geen idee wie eigenaar is, als ik hier niet mag staan komt ie vast wel langs. Op de vele vliegen na is het een prima plek, net buiten het centrum en rustig. Later merkte ik dat ik naast een kroeg stond. Dus om 6 uur muziek op 10, tot een uur of elf. Ik kan tegenwoordig wel wat hebben, ik zet de ventilator aan als ik ga slapen, en dan hoor ik niks meer.

Onderweg naar Siem Raap viel het mij op dat er hier ontzettend veel gevist word. In elk stukje water zijn horden mensen (veel kinderen) bezig vis te vangen met een net. Dat net is in een cirkel geknipt en aan de buitenkanten verzwaringen aangebracht. Het is een kunst het net zo uit te werpen dat het zo groot mogelijk word, dan raakt het het water en de zijkanten zinken dan als eerst, zo de vis op te sluiten. Het stomme is dan dat men dan het water in gaat en met de handen gaat voelen of er wat onder het net zit.

Angkor Wat blijft spectaculair.

Maar wat me meer opviel was dat door de hoeveelheid aan vissers, de visstand niet vernietigd word. Een duidelijk teken van de rijkdom van de natuur hier. En dat is vooral te danken aan de Mekong rivier en het Tonle Sap meer. Als het regentijd is en de Mekong hoog staat, stroomt het meer vol, vol met vers Mekong water en vis natuurlijk. Als het waterpeil van de Mekong zakt loopt het meer weer langzaam leeg, het is een soort overloop meer dus. Maar wel een van 100 bij 50 Km of zo.
Dit verschijnsel zorgt er voor dat de gronden vruchtbaar blijven door het zilt wat de Mekong er iedere keer weer in perst. Ook is het meer een goede broedplaats voor vis, en dat houd de Cambodjaan in leven. Minder leuke is dat de Chinezen bezig zijn een aantal dammen in de Mekong te bouwen waardoor men vermoed dat de visstand heel hard achteruit gaat lopen en het water niveau van het meer drastisch zal zakken, met alle gevolgen van dien. Cambodja kan wel weer eens honger gaan lijden als het inderdaad zo ver komt.

Na een dagje rust uiteraard Angkor Wat gaan bekijken. Ben hier 4 jaar geleden ook eens geweest, Angkor heeft toen een diepe indruk op mij gemaakt. Wil het dus nog eens zien.
In de volksmond wordt het Angkor Wat genoemd, maar Angkor is slechts één van de vele tempels in dit geweldige gebied. Deze tempels stammen uit de periode vanaf 800 en liggen verstrooid in kilometers jungle.


Het verhaal gaat dat een Prins uit India (Praeh Thong) verbannen werd uit Delhi en al varend kwam hij de beeldschone dochter van de heerser hier tegen, een slangen vrouw (Naga). Hij nam haar tot zijn vrouw en de heerser van dit gebied dronk al het water op en gaf het droog gelegde land als bruidsschat, en noemde het Kamudja.
Helaas hoeft dit niet perse waar te zijn (!) want er gaan andere verhalen in de rondte, dit is er slechts een van. Maar dat de Temples van Ankor Indiase invloeden hebben is duidelijk, immers wordt de God Vishnu en Shiva aanbeden in een aantal van deze tempels.

Lang niet alles is gerestaureerd

Ooit moeten hier miljoenen mensen gewoond hebben. De geschiedenis is echter niet altijd duidelijk, ach, het was ook zo lang geleden….maar daarom zijn de tempels waarschijnlijk de grootste religieuze bouwwerken ter aarde. Ik heb er best al wel wat gezien (Taj Mahal, Rode moskee, Blauwe moskee, en nog wel meer, maar Angkor staat nog altijd bovenaan mijn lijst van wereldwonderen.

Erg vroeg in de ochtend van 18 december stond ik dan ook op de pedalen van de fiets om de tocht van 26 kilometer langs alle bezienswaardigheden te gaan doen. Het is in de middag erg warm, dus om half 8 had ik de 6 kilometer naar de ingang er al op zitten, en na het achterlaten van 20$ mocht ik een dag lang naar binnen. Dat het hoog seizoen is en dat Angkor steeds populairder aan het worden is, was duidelijk te merken. Duizenden toeristen hadden allemaal dezelfde gedachte als ik. Gelukkig kan dit, door de uitgestrektheid van het gebied wel wat hebben, maar het was zeker twee keer zo druk als de laatste keer dat ik hier was. Ook nu bleef het complex mij boeien en na een totaal van 36 kilometer fietsen en nog een paar extra lopend had ik er om 3 uur er genoeg van en begon de tempel-moeheid in te zetten om nog maar niet over zadelpijn te spreken.

Ik zat in dubio wat ik de volgende dag zou doen, maar dat werd mij door het lot vanzelf ingefluisterd. Toen ik in de ochtend besloot mijn achterband van de fiets wat op te pompen floepte het ventiel helemaal de band in. Het ding was al stuk sinds een of andere halve zool er met zijn poten aan had gezeten en het half af had gebroken, maar nu was het einde verhaal. Gelukkig had ik een nieuwe achterband bij me, dus fiets ondersteboven, gereedschapskist erbij en sleutelen maar. Dat was de eerste keer dat het achterwiel eraf ging dus koste wat tijd en na een uurtje pielen zat de nieuwe achterband erop. Maar hééé, poppelepéé, die band is veel te groot volgens mij. Toch eens proberen, maar bij het oppompen kwam mijn buitenband op sommige plekken 3 cm ophoog, en dat leek me niet lekker fietsen. Dan moet je inventieve dingen gaan doen want ik had dus een te grote achterband met een goed ventiel, en een goede met een kapot ventiel.

Omdat het zo’n stom Frans ventiel is kan je het niet uit elkaar halen, als je het los draait floepst het grootste gedeelte de binnenband in. Tja, maar een oplossing die ik kon bedenken. De nieuwe banden vakkundig ge-chirurged, klein incisie onder de navel, eum ventiel bedoel ik, goede ventiel los schroeven en via de incisie uit de band drukken. Zelfde kleine snede in de oude band, ventiel naar binnen prutsen en dan de boel met bandenplak spul zorgvuldig hechten eum ik bedoel plakken. Dat ging allemaal goed, het was al weer 12 uur en ik had honger, dus als proefrit de fiets naar het centrum gepakt. Halverwege hoorde ik al gevaarlijke geluiden en eenmaal bijna in de binnenstad durfde ik niet verder te fietsen, mijn achterwiel was helemaal los gaan zitten en er kwam een onheilspellend geluid uit de achter naaf. Mijn boodschappen maar lopend gedaan, ik was er nu toch. Met de fiets in een tuk-tuk weer terug naar de auto. Boel weer uit elkaar, je snapt het wel, ik had het gewoon niet goed gedaan. Na een half uur was alles weer perfect in orde, maar het was alweer half twee. Besloot ter plekke om er maar een nuttig dagje van te maken, dus schroefde de gasfles uit de auto en ging, samen met dezelfde tuk-tuk ventje op zoek naar een gas-vullert. Ik had dat ook al in Thailand geprobeerd, maar daar keken ze vies van mijn Europese fles en die wilde ze niet aanraken. Veels te gevaarlijk claimde ze. Pffff.

De loake blokker zoals blokker zou moeten zijn

Gas halen in Cambodja is een lachwekkende zaak, dat kan ik vast verklappen. Wat een stel prutsers in dit land zeg. Ik vond het in India al erg, maar dit slaat alles. Bij de eerste gasboer aangekomen neem ik de fles uit de tuk-tuk. De man kijkt, en begint een heel verhaal in het Khmer (Cambodjaans) af te steken. Na 10 minuten vertaalde de tuk-tuk rijder dat we elders moesten zijn. De tweede zaak was nog erger. Er zat een miep achter een bureau, die al hoofdje schudde voor ik goed en wel binnen was. Het leek China wel. Binnen was men, let op, oude aansteker gas vul flesjes aan het vullen, en dan ook nog op zo’n enge manier dat ik de hele tent zo de lucht in zag gaan. Van enig veiligheid procedure was niks te merken, en toen durfde die miep tegen me te zeggen dat ze mijn fles niet durfde te vullen, dat vond ze veel te eng. Heb toch wel laten merken dat ik hier niet blij mee was. De derde zaak die ik bezocht was bijzonder behulpzaam. Helaas hadden ze geen logisch denk vermogen. Ik had een stuk of 10 hulpstukken, koppelstukken, verlengstukjes en zo meegenomen om wellicht het een aan het ander te kunnen laten passen, en die mensen hebben met 5 man personeel, een uur lang geprobeerd om met die hulpstukken hun vulslang aan mijn fles te hangen. Ik had al lang gezien dat dat zo niet ging, maar ze bleven maar door proberen tot ik er kriegelig van werd. Alle lof voor hun proberen, maar hun hersens bleven op null.

De vierde zaak was bingo. Daar aan gekomen keek het personeel eerst appelig maar toen de baas ineens naar buiten kwam schreeuwde die wat bevelen, er werden van achter wat koppelstukken getoverd en binnen no time was mijn flessie weer vol. Daar kan ik weer een paar maanden mee vooruit.
Dan denk je, Caspertje, je bent weer nuttig geweest vandaag, wordt je daar niet moe van. Jaaaaa, maar dan gebeurt er natuurlijk iets onverwachts. Zette de gasfles terug op zijn plek, en daarna de zandplaten er voor. Die zitten met 4 stevige bouten vast. Een er van was al eens een beetje gaar gedraaid in India, en die begaf het nu helemaal, tegelijkertijd de schroefdraad van de draag bout opvretend natuurlijk. Tering, nieuw stuk schroefdraad zoeken (oh wat was ik gelukkig dat ik dit in een vooruitziende blik uit NL had meegenomen) Maar goed, spul passen, schroefdraad afzagen, spul allemaal weer plaatsen, het was donker toen ik klaar was. En als je dan terug denkt…. Wat heb ik voor een leuks gedaan vandaag….. NIKS. Zo zie je maar weer, reizen is een hard bestaan.

Het verkeer hier in Cambodja is heerlijk chaotisch. Merendeel van de mensen doen maar wat, Men rijdt links, of rechts, naar gelang je humeur. Als men af moet slaan wachten ze niet tot het te gemoed komend verkeer voorbij is, neee, stuur omgooien en zien wat er gebeurt. Vaker nog begint men al een kilometer van te voren aan de andere kant van de weg te rijden, tegen het verkeer in dus. Alles gaat kriskras door elkaar. Echt, het verkeer op een kruising zonder stoplicht (en dat zijn de meeste), daar kan je een film over maken, het is net een Louis de Funest film dan. Het verkeer rijd zonder ogenschijnlijk een systeem, toch gaat alles goed. Heb natuurlijk al genoeg van dit soort verkeer meegemaakt dus ik weet hoe me te gedragen. Gewoon rechtdoor blijven rijden, wat er ook gebeurt, en alleen als het ECHT niet anders kan, en op het moment dat een ongeluk echt niet te vermijden is, dan rem je. Gelukkig rijd niemand hier hard, dus als er eens wat gebeurt is het meestal klein zeer. Ook dit doet heel erg aan India denken.

Wat wel anders is dan in India is het rijden als scholen beginnen of uit gaan. Dat is levensgevaarlijk. Net als in Laos gaan er hele hordes met scholieren de straat op. En die hebben meer oog voor hun vriendjes en vriendinnetjes dan voor het verkeer. Ik vertrek liever nadat de scholen begonnen zijn. Gelukkig beginnen ze vroeg (half 8 of 8 uur of zo) dus ik hoef niet lang te wachten.

Over scholen gesproken, spring ik nog even van de hak op de tak. Zoals misschien bekend is ook Cambodja een oude Franse kolonie, net als Laos. En ook hier hebben de Fransen twee goede dingen achter gelaten, koffie en stokbrood. Maar verder dan ook helemaal niks. Echt helemaal niks. Toen de Fransen het land werden uitgedonderd in 1953 was er zeggen en schrijven één school in het hele land. Er was geen infrastructuur, eigenlijk was er gewoon niks. Als je het zo bekijkt is het niet raar dat zo’n debiel als Pol Pot de macht grijpt en dat niemand daar dan wat aan doet.

Na 3 dagen in Siem Raap had ik het er wel gezien. De tempels zijn schitterend, maar tempel moeheid zet snel in. En de geweldige plek die ik had gevonden om te parkeren, bleek naast een Karaoke bar te zijn. Nou ben ik wel wat herrie gewend, en als ik de ventilator aanzet in de slaapkamer dan hoor ik vrijwel niks. Toch kwam het valse gezang van een dronken Cambodjaan er nog boven uit. Buiten dat was het een ideale plek, net buiten het centrum op een verder rustig stukje veld.
De weg naar Phnom Pen is 300 km en stukken er van zijn redelijk goed, andere stukken zijn slecht. Niet zo erg als vanaf de Thai grens, maar zeer hobbelig en met onverwachtse gaten. De weg deed me wat denken aan de oost-west verbinding van Nepal. Er is weinig te zien qua natuur of zo, uitgestrekte rijstvelden zijn in deze tijd van het jaar uitgestrekte stoppel velden. Toch was ik om 4 uur in de middag in Phnom Pen. Het zoeken van een parkeerplek werd vergemakkelijkt omdat ik er al ooit geweest was, dus parkeerde mijn auto al snel op het parkeerterrein van het koninklijke paleis. Dat leek me een prima plek, maar wat er daar die avond gebeurde had ik niet verwacht. Tientallen eten tentjes zette hun waren op, rond mijn auto. Ze legde matten op de vloer waar de gasten konden gaan zitten eten en ik was helemaal ingesloten. Op 10 cm van mijn auto zaten mensen te eten, rondom, ik zou niet eens weg kunnen al zou ik het willen. Het was heel gezellig, daar niet van, ondanks dat ik een van die tentjes die hele vieze stinkende gedroogde inktvissen verkocht naast mijn raam had staan. BAH wat een lucht. Toen een aantal van de eters ook begonnen te drinken en wat luidruchtig werden heb ik het maar voor gezien gelaten en heb ik een korte en rumoerige nacht doorgebracht. Want om 10 of 11 uur worden de eten tentjes langzaam opgedoekt, maar dan komen er andere voor in de plaats, tentjes die rijst verkopen in bamboe stokken, ballonnen verkopers en andere vage figuurtjes. Dit gaat zo de hele nacht door, en toen ik om half 5 wakker werd door herrie werden er ontbijt tentjes opgezet. Elk tentje word door een persoon of een familie gerund, ze verkopen hun waar en doeken dan een paar uur later weer alles op. Sommige hebben stoelen en tafeltjes bij zich, een zelfs een hele keuken achter in een pick-up truck. Na hun business wordt de grond netjes schoon gemaakt en achtergelaten voor de volgende. Op deze manier kunnen er een heleboel mensen, een klein beetje verdienen.

In de ochtend, tot grote ontevredenheid van de parkeerwachten, mijn auto naar een hoek verhuisd waar het volgens mij rustiger was en de dag besteed aan het zoeken van een winkel waar ik nieuwe hoezen voor mijn trap en stokken kon laten maken. Beide liggen boven op het imperiaal en de hoezen zijn ernstig gescheurd. Ik had ze in Pakistan laten maken, een jaartje gelegen en ze zijn duidelijk op. Ik vond de oplossing in de Russische markt. Een groot labyrint van kleine winkeltjes in een laag, bloedwarm gebouw. Na de stof gevonden te hebben moest ik zoeken naar iemand die het kon naaien en die vond ik in het midden van de markt, waar ongeveer 30 naaisters zitten om al het materiaal wat op de markt gekocht word te maken/vermaken. Alles samen was ik 15 $ kwijt aan materiaal en stof (na flink onderhandelen, maar niet al te flink, ze mogen natuurlijk ook best wat verdienen). Kon het ook niet laten om wat dvd’s te kopen. Alle 10 seizoenen van Friends voor 20$ en nog wat van dat soort dingen. In de avond was het weer feest. Ik stond nu geparkeerd in het arme gedeelte waar mensen wat kwamen picknicken. Dat betekende veel spelende kindertjes om de auto, veel zittende omatjes. Allemaal erg gezellig en gemoedelijk maar niet zo makkelijk om uit de aandacht te ontsnappen.

Het begon op India te lijken

De dag er na was het zondag en was het dubbel zo druk. Heel Cambodja ging er op uit met een kleed en een koelbox met eten. Wat denk je, ze zoeken de natuur op. Neeeee, heel Cambodja komt rond de auto van Casper zitten. Ok, het is misschien iets overdreven maar zo leek het wel. De grasvelden rond het paleis, waar ik naast stond waren bezaait met matjes en mensen. Alle kindertjes speelde er lustig op los, de ouders hielden ze geen moment in de gaten. De ouders zaten lekker te vreten op het gras, en maar lullen. Ik voelde me net alsof ik in het midden van een kermis stond met mijn auto. Kan zijn dat het iets met volle maan te maken had, hoorde van een andere toerist dat dat hier een speciale dag is. En dan ook nog zondag, het feest kan niet op. Wat tijd besteed aan het ontleden van het raadsel van de automatische snelheid piloot die nu helemaal niet uit wilde schakelen, echt levensgevaarlijk dus. Kwam er achter dat mijn remlichten het ook niet deden en na wat logisch nadenken en speurwerk vermoede ik dat de monteurs van de MAN garage in Bangkok gewoon slordig werk hadden geleverd. Na een uurtjes prutsen kon ik die bevinding bevestigen en had ik alles weer aan de praat, maar goed dat ik steeds bij die reparaties er bij blijf zodat ik weet waar ze met de tengels aan hebben gezeten.

De mensen hier zijn allemaal erg vriendelijk. Af en toe probeert er iemand een gesprek te beginnen maar door het gebrekkige Engels houd dat vaak snel op. Toch kan ik wel duidelijk maken wat mijn auto is en wat ik doe (dat willen ze allemaal weten). Dan doen ze de duim omhoog ten teken van ‘OK joh, dat doe je goed.
Stond even te praten met een bedelaar. Het was een man in een rolstoel, zonder armen en noemenswaardige benen. Hij werd rond geduwd door zijn kleinere broertje en stopte bij elke toerist. De armloze man kon natuurlijk zijn hand niet ophouden dus hij keek bijzonder zielig. De invalide man hete Jackie, zijn kleine broertje hete Chan. Een vader met humor dus.

In de avond aan de boulevard gegeten. Zit dan drie meter van de straatkant verwijderd. Het verkeer wat langs komt is bijzonder. Ben eens gaan tellen. In één minuut komen er 70 brommers langs, een kant uit. Brommers zijn hier meestal 125 CC Honda’s of Chinese constructies. De snelheid is minimaal en het geluid wat ze produceren ook. Toch, 140 per minuut (beide kanten) is erg veel. Tel daar bij nog de auto’s, vrachtwagens, riksja’s, fietsers en ander vervoer, tel daar bij op de bedelaars, boekverkopers, schoenpoetsers en bedelende vouwen met kleine kinderen, die over de smalle stoep voorbij lopen en je kan je voorstellen dat je ogen en oren tekort komt.
De nieuwe bedekking van trap en stokken zijn klaar, ziet er goed uit. De dag voor Kerst richting Sinoukville gereden, dat is het strand ressort van Cambodja. Niet dat de Cambodjanen veel aan het strand liggen maar wel veel buitenlanders.

De weg er naar toe was vrij goed, ik moest zelfs twee maal tol betalen (2,75 $ per keer) en was in de namiddag aan het strand. De weg was vrij saai, daar valt weinig over te vertellen. Wel opvallend is het toeter gedrag van de Cambodjanen. Kijk, in India toeter je altijd en overal en zo hard mogelijk. In China toeter je als je gaat inhalen, logisch. In Laos toeter je als waarschuwing, in Thailand wordt weinig getoeterd. De Cambodjaan toetert als ie een tegenligger tegen komt, of nadat ie iemand heeft ingehaald. Ik kom er niet achter wat ze er mee bedoelen en vind het redelijk onlogisch.
Ik vroeg de weg aan iemand, hij wees me netjes dat ik rechtdoor moest rijden. Toen hij dat uit had gelegd, ging zijn hand omhoog en riep ie ‘One dollar’. Die was gek, maar geeft wel aan hoe men gewend is om te bedelen. En het geeft ook aan dat alles hier minimaal ‘one dollar’ kost.

Opmerkelijk hoeveel Europeanen hier rond lopen, er zijn zelfs al ressorts gebouwd, er is zelfs al een 5-sterren hotel. Toch is Sinoukville nog een gehucht wat uitgestrekt is langs de kust. Ik vond een mooi plekkie aan het strand, beetje vergelijkbaar met Agonda Beach in Goa. Tien meter van de blauwe zee vandaan, geen huizen of andere bebouwing in de omgeving en op het vele zwerfvuil na (net als in India) is het een perfecte plek. Over 3 jaar is het hier niet leuk meer denk ik. Er wordt erg veel gebouwd, niet altijd logisch. Zo is er een gloednieuw vliegveld. Echter zijn er geen vluchten hier naar toe. Er is door Japanners een spik-splinter nieuwe water zuivering centrale gebouwd. Helaas is het bij bouwen gebleven, de centrale is niet in werking. De week er op aan het strand door gebracht. Beetje zonnen, beetje zwemmen, boekje lezen, wat muziek luisteren, enfin, je kent het wel. Nou… mag ik ook eens vakantie?

In de nacht durfde ik niet zo goed aan dat strand te blijven staan. Het is er erg stil en verlaten. In Thailand zou ik het zonder meer durven maar de Cambodjanen zijn arm en staan niet bekend om hun zachtaardigheid in het verleden. Geweld tegen toeristen is zelden, maar het gebeurt wel. Ook stelen is een veel voorkomend euvel, en ik wil nou niet de kat om het spek binden. In de avond verkas ik mijn auto naar wat meer bewoond gebied. Ik wil ook niet elke keer op de zelfde plek gaan staan dus had verschillende plekken uitgezocht om de nacht door te brengen. Tot nu toe gaat dat nog goed.

Toen ik een van de ochtenden al vroeg terug naar het strand reed (ben om 6 uur wakker, dus om 7 uur ligt deze toerist al in het water) zag ik een troep mensen ergens naar kijken langs de weg. Ik reed er langzaam langs en zag een, hoogst waarschijnlijk, dooie man, onder het bloed, armen en benen uitgespreid langs de kant van de weg liggen. Iedereen staarde er naar, ik ook. Die man was echt niet door een aanrijding om het leven gekomen, zag er naar uit dat ie met messteken of zo was omgebracht. Niet erg prettig gezicht zo vroeg in de ochtend, en een welkome herinnering om voorzichtig te zijn in Cambodja.

Trek veel met Rick en Marie op. Rick is een Nederlander die mij eens aansprak, dat doen er wel meer. Hij woont hier 4 maanden per jaar met zijn Cambodjaanse vriendin. Aardige gast, zijn vriendin is dat ook, we hebben gezellig een aantal dagen doorgebracht en ‘s avonds gegeten.

Ik weet nog steeds niet wanneer ik terug ga rijden richting Thailand. Mijn Visa voor Cambodja loopt de 16e januari af, en ik hoef eigenlijk niet zo veel meer van het land te zien. Met andere woorden, ik blijf lekker in de buurt van dit strand, zo lang dat gaat. De terugweg duurt minimaal 3 dagen (tenzij ik binnendoor kan steken) dus ik zal wel zo rond de 10e hier weg gaan en dan via een dagje in Pnhom Pen richting Thailand gaan scheuren. Maaaaarrrr, plannen kunnen veranderen nietwaar…

Had een rustig plekje gevonden wat verder van het dorp, dat ook nog redelijk schoon was. Dat was niet makkelijk, want de Cambodjanen gooien, net als de India-ers, alles maar dan ook alles op de grond. Het is soms diep droevig te zien wat ze achterlaten. Hele stapels met half afgekloven vis, botten, flessen, papier, plastic, alles word in de mooie natuur achtergelaten. Ook willen ze de, schaarse bomen die er hier staan ook nog even molesteren door er hele stukken af te breken, zodat ze met hun kont op de bladeren kunnen zitten en niet in de door andere achtergelaten zooi. Gevolg van dit is dat het er hier wemelt van de vliegen.

De mensen hier hebben weinig drive. Een veel gehoorde kreet is ‘Pol Pot killed all the clever people, only the dumb have survived’. En dat geloven ze dan ook zelf stellig. Met zo’n zelfdunk kom je niet ver natuurlijk.

Een mooi uitspraak van Rick, een Apeldoorner die samenwoont met een Cambodjaanse schone was als volgt: Marie (de Cambodjaanse), het enige wat ze uit haar zelf doet is poepen, piesen en adem halen. De rest moet je haar allemaal vertellen, zelfs gebieden om te doen, anders doet ze gewoon de hele dag niks. Schoonmaken… als het echt moet en de vliegen dik op het aanrecht in de keuken zitten, pas dan zal ze er misschien een vies doekje over halen. Bah bah. Nou geloof ik niet dat er zoveel uit Rick zijn handen kwam (hint hint), maar dat van die Marie was wel erg extreem maar helaas zeker herkenbaar en voorstelbaar in dit land..

Eergisteren werd ik om 5 uur in de nacht wakker met een raar gevoel. Nee, niet dat. Al luisterend hoorde ik in de nacht, op afstand veel lawaai. Sirenes, knallen, schreeuwende mensen. Kreeg het idee dat er een invasie aan de gang was of zo. Kon ook niet meer slapen daarna, het klonk allemaal wat onheilspellend.
Later hoorde ik dat in de nacht de hele markt van Sinoukville was afgebrand, alles maar dan ook alles weg. Het vage was, dat de eigenaar van de grond van die markt, al tijden heeft geprobeerd om die markt weg te krijgen om op die grond een hotel te zetten. Doet je denken nietwaar? Zo gaat dat hier in Cambodja. Het probleem is nu dat er geen markt meer is, de hoteliers en restaurateurs weten niet waar ze hun vlees en groenten moeten kopen. Dat wordt lachen.

Ontmoete Roy en Michelle uit Brazilië. Ze reden in een landrover rond de wereld, leuke lui, die ik in Brazilië zeker ga opzoeken indien mogelijk. We brachten een gezellige dag op het strand door, veel ervaringen uitwisselen natuurlijk.
Ik was er ondertussen nog steeds niet achter welke weg terug naar Thailand ik kon nemen. Het krijgen van informatie is in dit land niet makkelijk, niemand weet wat, en als iemand claimt wat te weten blijkt dit achteraf niet waar te zijn. Kan ieder geval de zuidelijke route rond het meer terug nemen, met een stop-over in de ‘floating village’. Daar waren Roy en Michelle helemaal lyrisch over.

Stelde mijn terugreis richting Thailand steeds een dag uit. Morgen ga ik dacht ik dan. Maar dan werd ik in de ochtend wakker en was het mooi weer, het strand riep van ‘kom nou, kom nou…’. Reed dan maar weer naar het strand ipv naar Phnom Pen. Ach, je leert wat lokalen, je leert de weg, begint de goede winkels te kennen, maakt alles makkelijker. En dan wordt het steeds moeilijker om weg te gaan. En zo slepen de dagen zich voort. Als je al anderhalf jaar richting het onbekende rijd, verlang je wel weer eens naar het bekende. Gelukkig kwam er geen Tsunami, dan was ik de pineut, op 10 meter van de zee vandaan.

De 16e verloopt mijn visa, dus uiteindelijk moet ik wel weer terug. Had geen uitsluitsel kunnen krijgen over de hele zuidelijke weg via Thon Kong. Hij was in ieder geval van slechte kwaliteit, en de een zei dat ik wel met de ferry over de rivieren kon steken, de ander zei weer van niet. De gok dus maar niet genomen en de 10e weer naar Phnom Pen gereden. Parkeerde dit keer maar om de hoek van het paleis, hoopte dat het daar in de nacht wat rustiger was. Twee dagen in Phnom Pen was wel weer prettig en mijn tijd besteed met het laten doen van de was en wat internetten. Eindelijk, sinds een jaar denk ik, ben ik up to date met mijn Engelse versie van de website.

Op de 13e van Phnom Pen richting Thailand gaan rijden, via de weg nummer 5, dat is de zuidelijke route om het Tom Lap meer heen. Die weg was de eerste 80 km niet zo denderend, erg hobbelig maar wel zonder gaten. Dat stuk gaat pal langs de Ton Sap rivier, en stinkt de hele weg naar vis, af en toe rottende. Ik weet niet wat ze met die vis doen hoor, maar volgens mij smeren ze het op de weg.

De Brazilianen die ik in Sinoukville had ontmoet waren helemaal lyrisch van het drijvende dorp, en dat lag nou toevallig precies op mijn weg. Daar aangekomen een bootje gehuurd voor 2 dollar per uur (er werd nog over me gevochten). Lekker op de Mekong rond gepeddeld, tussen de drijvende wrakken. Het was geinig om te zien, maar ik vond het niet zo geweldig als mijn Braziliaanse collega’s. Er werd op al die bootjes veel, heel veel in vis gehandeld. Wat een hoeveelheden word er uit die Mekong gehaald zeg, het is onvoorstelbaar.

Allerlei lekkernij. Slangen, schorpioenen, kakkerlakken, torren, sprinkhanen en ander gezond voedsel

Ik werd zo rond geroeid in een gammel bootje, tussen de honderden andere gammele bootjes op de rivier. Lekker rustig, al kijkend naar het leven op het water, concentrerend om in balans te blijven, bang dat mijn camera de plomp in zou gaan als het bootje om zou slaan. Hoor ik ineens een lawaai aankomen niet normaal. Een sirene en een geloei van jewelste, alsof er een tsunami aankwam. Achteromkijkend zag ik een draagvleugelboot vol geladen met toeristen in volle vaart aan komen razen. Onderweg van Siem Raap naar Phnom Pen denk ik, op volle snelheid en met alle claxons, sirenes en loeiers op volle sterkte voorbij scheurend, een grote golf producerend zodat alle vissers in hun gammele bootjes alles moesten doen om niet om te slaan. Fijn die toeristen.

Na een vette lunch van noedels voor 3000 Riel weer verder gereden. In Battambang had ik het rijden wel gezien en zocht ik een leuk plekje op. Tot mijn grote verbazing stond er een andere MAN camper op de plek waar ik wilde gaan staan. Die was helemaal uit Frankrijk gekomen om mij hier te pesten. Maar serieus, het was Guy uit Frankrijk die in zijn eentje al twee jaar in zijn Unicat aan het scheuren was. Aardige gast, voor een Fransman, we hebben wat gegevens uitgewisseld. Ik kreeg zijn logboek, en het was eng te zien op hoeveel van dezelfde plekken hij had gestaan als ik. Blijkbaar denken wij wereldreizigers toch vaak hetzelfde.

Bleef de volgende dag in Bantambang hangen. Niet dat er zo veel te zien was. Er was de tempel met de bijzondere beelden. Die waren wel erg apart.

Het was verder een kleine en daar door prettige, Frans achtige stad. Omdat de weg ernaar toe nog niet zo lang af is, is het nog niet zo overspoeld door toeristen. Kreeg contact met wat lokalen, en stond in de middag een potje te voetballen, komt er ineens een meisje van een jaar of 15 op me af en zegt ‘…I love you’…..giegelt wat en loopt weer door, om vanaf een afstandje te gaan staan staren. Zo makkelijk is het in Cambodja om aan een ‘vriendin’ of vrouw te komen, vandaar dat er ook erg veel buitenlanders hier wonen.

.
Ik hoorde via BBC news dat er vandaag in India een nieuwe auto wordt geïntroduceerd. Op zich niets nieuws, behalve dat dit door de Indiase firma Tata word gedaan, speciaal ontwikkeld voor de Indiase markt en met een verkoopprijs van 2500 $. In India hebben zeven op de duizend mensen een auto, tegenover 500 op de duizend in het westen. Het is onvoorstelbaar dat het verkeer in India dan al zo een puinhoop is. Kan je je voorstellen als straks al die India-ers een goedkope auto hebben, geen rijbewijs, en dan met z’n allen, zonder ook maar enig onderhoud aan de auto te doen, de ‘weg van gatenkaas’ op. Jezus, ik denk dat de derde wereldoorlog uit zal breken. Een voordeel, als het gaat zoals ik verwacht, hebben ze straks genoeg schroot om al die gaten in de weg mee te vullen.

Terug naar Thailand ging in een dag. Was freudiaans vergeten hoe slecht dat stuk weg van Poipet naar Sisophon is. Maximaal 15 km per uur, maar meestal was zelfs dat onmogelijk. Ik werd links en rechts voorbij gestoven door pick-uptrucks die niet vol, maar super vol geladen worden, eerst de vracht en daarop de passagiers. Vaak motorfiets daar weer boven op gebonden, en als dat niet past, er achter op.

Op de slechte wegen na, is Cambodja best een lekker land. Ok, het is af en toe vies en vuil, en de mensen zijn arm, maar ze zijn over het algemeen ook aardig, het is makkelijk contact er mee te krijgen, en dat vind ik juist leuk. Wel jammer is dat het land dan weer vergeven is met westerse doe-goeders, die vinden dat ze een arm land onmiddellijk onder hun vleugels moeten nemen, en door middel van het opdringen van westerse waarden en normen het land moeten ‘helpen’. Het stikt er van de NGO’s en privé organisaties die blijkbaar zo hun eigen schuld gevoel proberen weg te werken. Maar waarom ze een schuld gevoel hebben omdat een ander land minder rijk (maar gelukkiger) is dan de hunne is mij een raadsel. Of zouden ze gewoon het doen om thuis te kunnen pochen en interessant te zijn omdat ze helpen, of om gewoon een betaald verblijf in het buitenland te krijgen…. God mag het weten.

De Cambodjanen zijn verder een redelijk preuts volk. Je ziet weinig affectie, eigenlijk nooit zoenende mensen of zo. Ook zullen ze zich niet in het openbaar wassen, zoals de Indiaers dat weer wel doen. Wel zie je weer veel prostitutie en wordt er door mannen onder mekaar veel over boem-boem gesproken. En zo gauw men moet zeiken (de mannen dan), dan gaat alle schaamte overboord, hup handel naar buiten, maakt niet uit wie het ziet.

.

Hoe armer vaak een land, hoe religieuzer meestal. Dat is ook hier zo, alhoewel het geloof niet zo aan de oppervlakte ligt. Zeker, je ziet veel tempels en veel monniken, toch ze je mensen niet zo vaak bidden of offers brengen als in India. Men is meer bezig met de orde van de dag, dan de orde van het bidden.
De Cambodjaan gelooft nog steeds dat een grote familie de oplossing van alle problemen is. Gezinnen met tien kinderen is dan ook zeer normaal. Dat geeft weer drang op de scholen, vandaar dat een kind vaak een dagdeel les heeft, het ene kind heeft in de ochtend school, de ander in de middag. Zo kan je met de dezelfde hoeveel leraren 2 keer zo veel kinderen aan les helpen. Ik geloof niet dat het niveau van de educatie hier zo hoog is. Kreeg ooit een schoolboek van een tien jarig meisje onder mijn neus geduwd, het leek meer op een van onze groep drie of zo. Maar ja, heb wel het idee dat de meerderheid van de kids naar school gaan, en dat is dus al een goed begin.

De Cambodjaanse douane was geen probleem, behalve dat het er erg druk was en lange rijen stonden. De Thaise douane toverde echter ineens een konijn uit hun hoge hoed. Of ik maar even wilde bewijzen dat ik goede verzekerkering had. Ik voelde een ‘als je die niet hebt dan verkopen wij je wel een dure’ truc aankomen. Zei dus met stalen gezicht dat ik internationaal verzekering had. Tja, zegt die pet, maak er maar even een kopie van, en breng dat maar even. Oops, dat was minder. Gelukkig sprak hij geen Nederlands. Moest terug lopen naar Cambodja, men had hier geen kopieer apparaat zeiden ze (leugenaar), en daar mijn oude groene kaart gekopieerd, mijn internationale rijbewijs en mijn kenteken bewijs, ik denk ik overdonder hem met papieren, dan ziet ie door de bomen de leugen niet meer. Hij kan toch niet lezen wat er op stond, en met stalen gezicht gezegd dat dit mijn verzekeringspapieren waren. Hij trapte er gelukkig in, en na een hoop papierwerk mocht ik het land weer in. Nu maar hopen dat ik geen brokken maak.

Terug rijden naar Bangkok was verder een eitje. Hier en daar is het druk, maar alles went. Wat wel opvalt, is dat de drukte op de weg vaak omgekeerd evenredig is met de breedte van de weg. Dat was in India ook al eens opgevallen, maar het is overal zo. Op zich ook niet zo gek natuurlijk.
Had extensief telefoon contact met Klaus Darr, een ervaren reiziger en een MAN vaarder, die net in noord Thailand zat. Ook hier telefonisch ervaringen uitgewisseld, ontmoeten kwam er net niet van.
Bij de MAN garage aangekomen werd me beloofd dat ze de punten die ik op een lijstje had staan binnen een dag zouden verhelpen. Een van die punten was dat ze nu eens GOED moesten controleren hoe het met de motor-ophang rubbers was, want ik hoorde van bijna alle MAN bezitters dat die een probleem zijn. En ja hoor, de twee voorste rubbers zijn gebarsten, het kon niet uitblijven. Gelukkig dat ik een setje reserve mee had genomen uit NL, maar hier hadden ze dat werk nog nooit gedaan. En het vergt enig vakkundigheid, je moet die rubbers, zo groot als zeg maar een halve liter melk, door een heel klein gat persen. Dat moet met een hydraulische pers gaan, met de hand is dat niet te doen, en het heeft even geduurd voor men dat onder de knie had. Maar goed, ook dat euvel is weer verholpen, ik ga onderweg naar zuid Thailand. Tabé