CamperCassie

Maleisië ✓

Mijn zus en neefje waren nog met mij aan het reizen en zouden in Kuala Lumpur terug vliegen. Dus genoten we nog even. Na hun vertrek zakte ik verder af richting Zuid Maleisië en uiteindelijk Indonesië. Dit verhaal telt 4.164 woorden, 22 minuten leestijd.

We verbleven op 30 april op het Eiland Lanta, in Thailand nog, alwaar we een heerlijke anderhalve dag op een bountry strand hebben doorgebracht en uiteraard in een ochtend rood verbrand zijn. ’s Middags hebben Do en ik een scooter gehuurd en zijn we naar de andere kant van het Eiland gereden (gedeeltelijk in de stromende regen) waar we old-Lanta hebben bezocht, een pitoresk plaatsje wat in 100 jaar niet is veranderd (en dat bleek ook). Ook nog Yuks viewing point bekeken, dat was een giller
Volgende dag zijn we om 7 uur ’s ochtends met de bus naar Georgetown op het eiland Penang in Maleisië gereist. Dit had natuurlijk de nodige voeten in de aarde, want zoals alles in Thailand, liegen ze de boel bij elkaar om je maar een buskaartje (of iets anders dat maakt niet uit, zolang ze maar je geld krijgen) te verkopen.

Ik kan hard rijden joh

We konden namelijk uit diverse reistijden kiezen, een vanaf 7 uur, en dan zouden we om 4 uur middags in Georgetown zijn, de andere vertrok om 11 uur, maar dan zouden we er pas avonds laat zijn. Jaja, en zoals altijd in Thailand, gaat het dan fout. Ik heb er al een beetje mee leren leven, maar me zus, nog net vers uit Nederland, ontplofte.
We waren halverwege de reis, aangekomen in Hat-Yai, net voor de Maleisische grens, en daar bleek dat ze ons 3 uur op een bankje wilden laten wachten, ergens in een verloren kantoortje. Dat resulteerde dan dat we pas erg laat in Georgetown zouden aankomen, en dus onze hele dag alleen maar uit reizen zou bestaan.

Zusje had natuurlijk minder tijd dan ik, die had maar 2 weekjes. Er werd heftig gediscussieerd aan de balie, wat resulteerde dat we, met wat bijbetalen, meteen konden vertrekken. Ondanks alles waren we nog pas om 5 uur in Georgetown, de een na grootste stad van Maleisië, en volgens de Rough Guide-gids boek, een van de leukste steden van dat land.
Toen we daar aankwamen regende het, en het is er nooit meer goed gekomen (met dat weer dan). Ondertussen was Yvo onderweg ziek zwak en misselijk geworden, en heeft ie zijn ontbijt (dat bestond uit een vage hamburger en een choco shake) er onderweg uitgegooid.

Hiervan werd Yvo zo ziek zwak en misselijk dat ie er een week beroerd van was

Die hebben we in Georgetown dus een beetje ontzien, en in bed laten liggen, terwijl mijn zus Do en ik, de stad zijn ingelopen. Wat we vergeten waren , was dat het 1 mei was, en de hele stad zowat gesloten was, en dit, samen met het slechte weer, maakte de stad niet aantrekkelijk, sterker, het was gewoon een duffe en saaie boel. Ter plekke dus maar besloten om de volgende dag door te gaan naar Kuala Lumpur, wat we ook gedaan hebben, met de nodige bus strubbelingen natuurlijk.

Toch nog snel even de toerist spelen in Georgetown

Die bus zou om 11 uur vertrekken, maar om 12 uur stonden we er nog. Uiteindelijk eenmaal onderweg bleek de chauffeur zijn luchtvering leeg te hebben laten lopen zodat het net was alsof we in een schip met zwaar weer aan het varen waren.
S middags om 3 uur kwamen we in Kuala Lumpur (KL) aan, dat was tenminste eens een levendige stad. Veel verkeer en mensen, veel kleur, veel herrie, en veel luchtjes, precies zoals je een Aziatische stad verwacht.

Kuala Lumpur is een Aziatische stad zoals je ze graag hebben wilt, bruisend en prettig

Ze betalen hier met de Ringit, en een zo’n ring is 25 euro cent waard, en al om al is Maleisië qua prijs niveau vergelijkbaar met Thailand. De vrouwen dragen hier heel veel hoofddoekjes, dus ik voel me echt weer thuis. Toch doen ze wel veel mee in het economisch verkeer, en zijn niet aan huis gebonden zoals je dat veel in Nederland ziet. Mensen vind ik veel sympathieker dan in Thailand, het land is ook minder toeristisch. We slapen in een duur hotel, 75 ringen per nacht, wel met tv en warm water, dus de luxe kan niet op. We zitten midden tussen China-Town en Little India in (2 wijken in de stad) en zijn van alle gemakken voorzien. Op loodafstand bevinden zich 3 Macs, 1 BurgerKing, een KFC, een StarBucks een 7-11 en nog veel meer eten en drinks gelegenheden. We hebben ’s avonds dan ook heerlijk in Chinatown op een terrasje genoten van het eten, een drankje de mensen en van het gevecht tussen politie en marktkramen. Elke keer als er politie in de buurt kwam pakte ze als een haas hun kraampjes op, verstopte die, en wachten tot de politie weer weg was.

Gebakken kut, toch maar van afgezien

We hebben vandaag (3 mei), met z’n twee-en (Yvo voelt zich nog steeds niet lekker) de Petronas Towers bezocht, dat zijn de hoogste gebouwen ter wereld, maar helaas mocht je maar tot de 42 ste verdieping gaan, waar ze tussen de 2 torens een verbinding hebben gemaakt, midden in de lucht. Het uitzicht is natuurlijk spectaculair.

Verder het bijbehorende winkelcentrum ontleed, en daarna naar de New-Market gegaan, maar dat bleek een grote toeristische ellendige trekpleister te zijn, dus zijn we maar terug naar het Hotel gegaan om te kijken hoe het met zieke Yvo was, die helemaal alleen op zijn hotel kamer was gebleven (vond ie geloof ik niet zo erg, want hij had Zelda op zijn GBA, dus die was wel effe zoet).

7 mei 2003, Van linksonder naar rechtsboven

Zus en neef op het vliegtuig gezet en ik had een goed plan. Van Kuala Lumpur naar Tumpa, dat is voor diegene die slecht zijn in topografie, van linksonder in Maleisië, naar rechts boven. En omdat me zus en neef terug naar Nederland waren kon ik wat meer op de bonnefooi gaan. Had in het boek gelezen dat de jungle railway wel leuk was, want die ging immers door de jungle (hoe bedenken ze het he).

Je kon ook met de expres trein vanaf KL gaan, maar die reisde merendeels nachts, en ik wilde die jungle wel eens zien, dus besloot om het boemeltje te nemen.
Omdat te doen moest ik in Gemas overstappen, dus ik vertrok de 5e mei om 2 uur middags met de sneltrein naar Gemas, dat op de kaart wel een fikse stad leek te zijn. De trein was geheel van Airco voorzien, en die had blijkbaar maar een stand : vriezen. Jezus wat was het koud in die trein, ik zat op een gegeven moment gewoon te rillen. De reis duurde 4 uur dus dat viel gelukkig wel mee, maar toen ik in Gemas aankwam was ik net een ijspegel, en als je dan uitstapt de vochtige hitte in van 34 graden….  dan loop je leeg, smelt je weg.

Aangekomen in Gemas, schrok ik een beetje, want het was een gehucht, en dan wel een echt mini-dorp. Het was rond 6’en en mijn eerste prioriteit was een bed vinden voor de nacht. Na een kwartier met volle bepakking in de hitte te hebben gelopen kwam ik tot de ontdekking dat het dorp nog kleiner was dan ik dacht, en bestond uit een soort centrale rotonde, waar alles wat er bestond aan was gevestigd, en meer was er gewoon niet. Het rondje lopen had mij geleerd dat er maar 2 ‘hotels’ waren, dus ik pakte de dichtste bij het station, ondanks dat dat de minst uitnodigende was. Nou zag die ander er ook niet lekker uit, dus het was kiezen uit twee slechte. Op de vraag of ze een kamer met badkamer had, keek ze me al vreemd aan. Nee, dat bestond niet in het dorp, en nadat ik vroeg om de kamer te mogen zien die 20 ringgit moest kosten (5 euro), bleek dit een vierkant hok te zijn, met een oud bed erin en een ventilator. Het kussen leek zijn beste tijd gehad te hebben, de ramen sloten niet, en gordijnen waren er helemaal niet. Verder zag het er in het geheel niet echt fris uit, en het zou me niet verbazen als het bed vol luizen of ander ongedierte zou zitten. Ik heb de vrouw des huize dan ook (in het Nederlands) gezegd dat ik liever met mijn hoofd op de rails zou slapen dan in die kamer, om haar vervolgens vriendelijk in het Engels te bedanken voor het laten zien, en dat ik er nog over zou denken (not dus). Tja, daar zat ik dan , een beetje met me handen in het haar, want ik moest toch ergens slapen. De jungle trein vertrok pas om 8:15 de volgende ochtend. Tuurlijk, ik kon wel op het station gaan liggen, maar ja, ook zo wat.

Nog een nagekomen foto van Ko Lanta

Na wat heen en weer geloop, toch maar naar het andere hotel gelopen, en dat leek er erg dicht uit te zien, maar na ergens op een belletje te hebben gedrukt, kwam er een super vriendelijk oud chinees vrouwtje naar buiten, die kirde van plezier zo van

‘ oooohhhh.. een gast, ooooh wat fijn, oooh wat leuk’

en zo ging ze maar door, mijn hele humeur werd er gelijk een stuk beter van. De kamers waren een klein beetje beter dan mijn vorige hotel bezoek (maar niet veel), ze had zelfs een kamer met airco, en die heb ik toen maar prompt genomen. (nee, niet het vrouwtje.. he, je denkt ook altijd vunzig he) . Toen ik het gastenboek invulde zag ik dat het al een paar dagen gelden was dat die kamer bezet was, dus ook hier had blijkbaar de SARS ellende toegeslagen, en dat verklaarde natuurlijk ook waarom ze zo blij was. Enfin, de airco had weinig zin, want de ramen sloten ook hier niet echt. Ook het bed was niet alles want toen ik op het bed ging zitten zakte ik er prompt door heen. Van de voorkant schoot een het los en plofte op de grond, de rest van het bed kraakte gevaarlijk. Ik heb geprobeerd het weer in mekaar te zetten, maar dat was onmogelijk.

Ik dus weer naar beneden naar het oude vrouwtje, die prompt 120.000.0000 excuses aanbood, met me mee naar boven ging om het bed te maken (haha, zo’n oud mens met een hamer in de hand, leuk was dat), maar ook wij samen kregen het niet voor mekaar. Ten einde raad heb ik om een stuk hout gevraagd, dat er onder gezet als een wig, en gezegd dat dat het wel een nachtje uit zou houden. Na nogmaals twee miljoen excuses van het oude vrouwtje kon ik eindelijk onder de koude gemeenschappelijke douche (het was eigenlijk een toilet, waar ook een douchekop in zat, de deur kon niet op slot, en de hele buurt kon door een paar gaten naar binnen kijken maar ja.. boeit het).

Vervolgens maar op zoek gegaan naar een biertje, en dat viel niet mee. Ik kon goed merken dat ik KL uit was, en moslim land in was getrokken, want er waren een paar ‘restaurants’ annex cafés, die keken me raar aan toen ik een biertje bestelde, en pas bij de laatste mogelijkheid bleek ik bij een chinees te zitten, die wel bier had. Ik bestelde een grote fles natuurlijk, en wat zoetzure kip met rijst. Terwijl ik zat te eten/drinken, merkte ik dat er paar tafels verder een grote vent ook aan het bier zat, en die draaide zich om en begon met zijn Australisch accent tegen me te praten van : ‘ hey, I didn’t see you come in mate’ . Al snel zaten we met z’n tweeën gezellig te eten en zuipen. Hij bleek in Gemas te werken, al 8 maanden, en ik was de 7e of 8e westerling die die had gezien, dus hij was heel blij me te zien. Hij werkte via zijn baas aan de bouw van een legerkamp voor 70.000 militairen, een grote opdracht, en moest nog twee maanden ‘ dienen’.  Hij onderschreef dat het super saai was in Gemas, en dat hij zijn tijd verdreef met illegale DVD’s kijken (x-men2 en zo was al te koop op dvd), af en toe wat golfen op een duur resort, en zuipen.
Ik had het na 3 bier helemaal hangen (let op, het zijn flessen van 0,66 liter) dus ik ben terug naar mijn bed gestrompeld, waar ik met me half zatte kop nog mijn muskieten net heb opgehangen en ben gaan slapen. Het was 22:30.

Werd om 1 uur nachts wakker met koppijn, want de kussens waren veel te hoog (of  het het alcohol niveau was te hoog) en wederom om 2, 3, 4 en 5 uur, waarna ik wakker bleef, want het vrachtverkeer kwam op gang, en raasde op 3 meter langs mijn raam, om precies er onder terug te schakelen i.v.m. de rotonde. Lekker nachtje dus, en dit alles in een schuin bed, met me voeten steeds verstrikt in het half opgehangen muskieten net. Je zou er een film van kunnen maken.

Enfin, na een heel vies ontbijt bij de lokale indiase ontbijt tent (er is er maar een) van hele vieze zure pannenkoekjes met prutjes (ja daar zijn ze weer) en een zuurdeeg broodje en een kop warm iets (mmm koffie of thee, dat was niet te proeven), op naar het station, alwaar de trein al op me stond te wachten. De reis begon om 8:15, de aankomst tijd zou 21:00 uur bedragen (maar het boek waarschuwde voor vake vertragingen) en die hele rit koste maar liefst 19,50 ringgit (5 Euro). De trein bestond uit 4 passagiers wagons, 2 vracht wagons, en een restauratie wagen. Van de 4 passagiers wagons waren er 2 met en 2 zonder airco, en met de rillingen nog van de vorige dag ging ik in de niet airco wagon zitten, nagewezen door de lokale, die allemaal vonden dat ik gek was. Ik zat dus als enige in de hele wagon, en dat bleef het grootste gedeelte van de reis zo.

Af en toe kwamen er wat vrouwen in hoofdoekjes binnen, of wat lokale mannen, die dan 2 haltes verder weer uitstapte, al om al was het wat menselijke interacties betreft een super saaie reis.
De trein ging vaak met een slakke gang, en voor elk gehucht werd gestopt, meestal was er niet eens een station, alleen een km bord, en alles was groen.

Het hoofd station van Tembeling, op een paar kippen na verlaten

Ik heb nog nooit zo veel groen in mijn leven gezien. Links en rechts, vaak tot tegen de trein aan, was alles vol gegroeid en overwoekert, en dat vrijwel de hele reis.
De trein was oud en vies, alles plakte, de deuren konden niet meer dicht en halverwege sprong er een water leiding (ik denk van de airco van de volgende wagon) en lekte het met bakken naar binnen. Maar toch was het een leuke ervaring, ook het landschap was erg mooi, zoals gezegd, heuvelachtig en groen, en naarmate we in het noorden kwamen werden de heuvels hoger en kreeg je van die rare rots formaties die ineens ergens omhoog staken.
Verder was de trein zowaar op schema, we lagen zelfs 10 minuten op schema voor. Dat duurde tot een uur of 6 avonds. Tot 2 maal toe werd er gestopt om op een tegenliggende trein wachten (het was een enkelbaans treinbaan) en dat duurde beide keren zo’n drie kwartier, dus we kwamen toch nog een dik uur te laat aan.

Ik was tijdens de reis in mijn gids boek aan het lezen, en besloot om twee stadions eerder uit te stappen, in Whakaf Bharu, om met de taxi vandaar naar Baku Bharu te gaan, een iets grotere plek, met een leuke nightmarket. En daar kwam ik om 10:20 moe en vies aan (vergeet niet dat het diesel locs zijn, die een vieze damp afstoten, en die komt lekker naar binnen waaien, dus ik was zo vies als wat).

Nog even nagekomen foto

Ik heb heerlijk geslapen, dat zal ik je verklappen. En als je dan vraagt… wat heb je van die jungle gezien…. bar weinig, een grote groene streep eigenlijk..

11 mei 2003, Niet gebaart, toch een taart

Na twee nachten in Boka Bharu te hebben doorgebracht, besloot ik om naar het zuiden af te zakken, langs de oost kust.

De markt in Bahru was mooi maar stil

Volgens mijn gids-boek, was het plaatsje Cherating een heel mooie en rustige strand plek. Dus, de bus hiernaar toe gepakt, en toen ik daar werd gedumpt bleek het een zeer fraai stuk strand te zijn met een stuk of 10 guesthouse en een paar restaurants en winkeltjes, en dat er vrijwel geen toeristen waren.

Blijkbaar afgeschrikt door de SARS was het er een dooie bende. Nou is dat op zich niet zo erg, als je het strand en de zee hebt om je te vermaken, maar toen het dan ook begon te regenen en het er naar uit zag dat het bleef regenen, was het tijd om verder te reizen.

Weer via mijn boek, besloot ik om naar het Pulau Tioman Eiland te gaan, dat in Time magazine tot een van de tien mooiste eilanden ter wereld werd uitgeroepen. Aldus gedacht zo ook gedaan, en omdat het nog steeds slecht weer was in Cherating, was ik niet rauwig om te vertrekken.
De busreis naar Mersing verliep vlekkeloos, de bus van 9 uur vertrok om 9:10 (een record) en kwam netjes om 12 uur in Mersing aan, alwaar er om 13:30 een ferryboot naar het eiland op me zou wachten.

In de tussentijd even snel gepind, want ik wist niet wat ik op het eiland kon verwachten, en heele vieze noedels gegeten in een restaurantje. Daarna voor 10 ringgit extra mijn ferry omgezet naar een speedboot, want dat scheelde een uur reistijd, en niet dat ik haast had, maar ja, twee uur op een boot of 1 uur, is toch een uur verschil (wat een logica). Aangekomen op het eiland, bleek het inderdaad een heel mooi bounty eiland te zijn, met parel witte stranden, glas helder water, en terwijl ik van de boot pier naar het land liep zag ik al barracuda’s zwemmen, en tig soorten verschillende vissen, dus kwa natuur zat het wel goed.

Super mooi eiland

Het eiland is qua Nederlandse maatstaven niet echt ontwikkeld. Er zijn een paar baaien, en daar staan wat huisjes tussen de busch busch in, sommige wat luxer (en duurder) dan andere, en dat noemen ze dan een resort, en zo’n huisje kan je huren (kosten tussen de 40-150 ringgit afhankelijk van de luxe die je wilt). Vaak is er een dan een restaurantje bij, en langs het strand loopt een betonnen looppad, daar zijn wat kleine winkeltjes en een duikschool en zo gevestigd, en dan heb je het wel gehad. Dat looppad houd aan het eind van de baai op, en meer is er niet. Geen disco’s (een enkele Engelse pub), geen telefoon, geen TV, alles heel lay-back en easy going, alles draait om het water en de natuur.

Op Tioman is het relaxen tot je er van neervalt…

Op het eiland lopen veel varanen, dat zijn van die hele grote hagedissen van een meter of 3. In het begin schrok ik er steeds van, dacht dat het krokodillen waren of zo, maar ze doen geen vlieg kwaad (nou ja, de vlieg nou juist wel eigenlijk). Het strand grenst aan de jungle, en als je je spullen op het strand laat liggen als je gaat snorkelen, moet je alles goed opbergen want die varanen komen uit de jungle je lekkere hapjes opeten, en slepen als je pech hebt je spullen mee de jungle in.

Hij dacht dat ik hem niet zag

Verder was het vandaag (de 11e) nog steeds bewolkt, dus ik stond vanochtend op het punt om het eiland het eiland te laten en verder te trekken. Toen dacht ik… tja, er is hier nog zo veel te zien, doe dat nou niet, en tegen beter weten in (met de donkere wolken aan de horizon) ben ik toch gebleven en heb ik een snorkel trip naar Coral Eiland geboekt bij de lokale boot pief. Die bracht ons (samen met een familie van 10 lui uit Singapore) met een speedboot naar een eiland zo’n 15 minuten varen, en dropte ons bij een stel rotsen, en daar hebben we een uurtje gesnorkeld, en wat je dan in dat water allemaal ziet is onvoorstelbaar. Wel 50 soorten koraal, van hersen koraal, allerlei vreemd gevormde herten gewei koraal (ik weet niet of die namen kloppen, maar daar leek het gewoon op) , tot vreemde schelpen met lange tongen die zichzelf dan weer naar binnen trokken als je te dichtbij kwam. En vissen, zulke mooie prachtige kleuren. Fel groen, groen met geel, paars, rood, de meeste vreemde combinaties er van, en geen enkele vis was bang, dus je zwom er gewoon tussen in. Ook lagen er veel van die hele dikke zee-wormen (ik moet eens vragen wat het zijn), en ondertussen begin het zonnetje zo heel af en toe een beetje door te breken en dat maakte de kleuren alleen nog maar 20x zo mooi. Daarna zijn we met de boot via Monkey Beach (waar vaak apen uit de jungle komen, en alleen bereikbaar is per boot) weer terug gegaan, en was ik om 3 uur weer op me plekkie.

Maar ik zag hem wel

Na een heerlijk middagdutje werd ik wakker omdat de zon zo fel scheen (jaja, de ploert was weer terug) en kwam ik dus tot de ontdekking dat ik vet verbrand was op me rug door het snorkelen, ondanks dat er bijna geen zon was geweest. (vandaar de niet gebaard, toch een taart).
Ondertussen heb ik dus maar besloten om morgen hier ook te blijven, en heb een duiktrip (met flessen) geboekt, en daar moet ik vanavond nog even een boek voor lezen en een klein examentje voor afleggen, want ik heb wel mijn duikdiploma, maar die heb ik al 7 jaar niet gebruikt, dus ben een beetje roestig.

De vissen eten uit je hand

Ook hoorde ik dat er ’s ochtends in de baai voor mijn hutje veel grote schilpadden zwemmen (hump-back-turtles), dat zijn van die joekels, dus ik ga morgen vroeg even om 7 uur ’s ochtends het water in.

Malakka

Voor dat ik Maleisië zou verlaten had ik nog een dagje in Malakka, en dat heb ik gebruikt om nog eens wat siteseeing te doen. het was die dag een nationale feestdag, want er was een of andere boeddhistische profeet jarig, en dat kan je niet zo maar laten gaan natuurlijk. Half het land was dus vrij, en ik viel met me neus in de boter.

Ik was lekker vroeg door Chinatown aan het banjeren, eigenlijk veel te vroeg want er was weinig open, maar beter te vroeg dan te laat dacht ik. Ik schrok ook een beetje toen ik ineens een processie zag naderen, vergezeld van een paar hoorn blazers, met rare ventjes die via vleeshaken in het vel van hun rug, allerlei vreemde dingen voort bewogen.

Moet wat over hebben voor je God nietwaar

Een paar hadden er een karretje met daarop een of ander offer achter hun rug hangen (letterlijk dus), andere hadden de haken aan touwen vastgemaakt zodat er achter hun een ander persoon een wat tegen gewicht kon geven, en hun vel dus lekker uitgerukt werd. Het was een vreemd, bizar en ook een beetje een goor gezicht, en op een gegeven moment werd er een onwel (zou ik ook doen) en moest de hele processie pauzeren. Ik natuurlijk hevig aan het fotograferen, dat snap je. Ook liepen er van die vage gasten met speren of grote stokken door hun wangen gestoken, het was allemaal heel gezellig.

Deze saté pen ging niet alleen door wangen, maar ook door zijn tong…

De rest van de dag nog wat rondgelopen, de weg kwijt geraakt en weer terug gevonden en weer kwijt geraakt. Enfin, voor ik het wist was het 2 uur middag, en om half 3 begon de film Matrix deel 2 waar ik een kaartje voor had. Wat een coole film zeg, en wat een schijt einde, maar ja, wordt vervolgt zullen we maar zeggen.
De volgende dag ging ochtends om 9 uur mijn snelboot naar Indonesië, en ik heb de avond aan inpakken gespendeerd, en de volgende ochtend vroeg op. Ik vond het jammer dit Guesthouse te verlaten, want het was een perfecte plek, maar ja, we moeten blijven moven nietwaar. Met wat stunt en vliegwerk kon ik net mijn Maleisisch geld zo indelen dat het uitreis betaling van 9 ringgit die je blijkbaar voor straf moet betalen als je het land verlaat, echt het laatste was dat ik over had, en prompt om 20 voor 10 vertrok de boot van 9 uur dan ook richting Indonesië.

Hollandse invloeden in Malakka