Dewali vieren in India is iets speciaals. 3 dagen feesten. Hierna een escursie gemaakt naar Chitrakot, wat een soort mini Varanassi zou moeten zijn. De vele (illigale) tol heffingen onderweg maakte het rijden niet zo leuk. Dit artiekel heeft 3.157 woorden, 17 minuten leestijd.
Dit jaar viel Dewali in India op 21 oktober. Dewali is waarschijnlijk het grootste, maar ieder geval het leukste, Hindoeïstische feest van het jaar (tenminste, in zover een hindoeïstisch feest leuk kan zijn, want hindoes houden van geluid en drukte). Het duurt officieel 5 dagen, het hoogtepunt is echter op de bewuste avond van 21 oktober.
De hele week hebben zich er winkeltjes gevestigd op stoepen, in steegjes en in vrijwel elke ongebruikte hoeken en gaten. Ze maken het toch altijd al drukke straatbeeld van de gemiddelde Indiase stad of dorp nog een factor drukker. In deze tijdelijk extra winkeltjes (lees eigenlijk een soort markt kraampjes, maar vaker nog wordt de waar gewoon op de grond uitgestald) worden allerlei prullaria verkocht.
Op de eerste dag van Dewali wordt elk huis grondig schoongemaakt. Op z’n Indiaas dan hé. Stoepjes worden extra goed geveegd, muren worden geklakt en ik heb zelfs hier en daar een paar mensen een open riool schoon zien maken (maar de vieze zwarte drek die er uit kwam werd gewoon op straat gedonderd). Dat kalken gaat overigens gewoon over de oude eventueel aanwezige verf heen, zonder ontvetten of schoonmaken dus dat houd het echt geen jaar vol. De stoepen voor de huizen worden met een soort krijt in vakken verdeeld en beschilderd, dat ziet er wel erg leuk uit.

Op de stoepjes worden vakken met krijt getrokken.
Op dag twee van het feest wordt er wat nieuws gekocht. Vandaar dus ook die winkeltjes. Liefst iets nieuws wat lang meegaat, omdat men op dag drie namelijk de Puja doet, dat moet geluk en rijkdom brengen en het nieuw gekochte zal hierdoor extra lang meegaan.
Dag drie is het hoogtepunt van het feest. In de ochtend wordt er gewassen in de gore beek , rivier of meertje sloot of put. Deze zijn dit jaar extra goor omdat er het hele jaar nog geen regen gevallen is. De meeste meertjes zijn dus opgedroogd en diegene die er nog wel zijn, zijn echt goor. In de avond wordt er Puja gedaan. Ik ben bij zo’n Puja geweest en het is een typisch Hindu gelegenheid. Ieder huishouden doet Puja, en het betekend zowat het zegenen van het nieuwe jaar om geluk en rijkdom af te dwingen. Er worden dan tig kaarsjes aangestoken (lees walmende olie kaarsjes), wierook afgestoken en vervolgens met allerlei rituelen en gebeden richting goden om het geluk af te dwingen. Ondertussen is het kleine huisje een walmende rookmassa geworden en staat alles zo blauw dat je mekaar bijna niet meer kan zien. Er wordt vage voedsel korreltjes van suiker en vermoedelijk rijstemeel uitgestrooid over plaatjes van goden die aan de muur hangen, wierook onder hun gezichten gehouden en rond gedraaid, de grond wordt aangeraakt met voorhoofd, de gebruikelijke rituelen die kenmerkend zijn voor Hindoes.

Walmende vetlampjes in kleine huisjes.
Dan wordt er met verf en de vingers de woorden ‘Geluk” op de muur van het huis geverfd en daarna wordt er iets (mieren) zoets eerst gezegend en dan gegeten, waarna dan eindelijk de walmende kaarsjes voor het huis gezet worden, liefst in de geruite vakken op de stoep, zodat de goede geesten de weg naar je huis kunnen vinden. Hierna mogen eindelijk de rotjes en vuurpijlen afgestoken worden. Omdat alle huishoudens dat doen is dit alles een tering herrie vergelijkbaar met onze nieuwjaar nacht, en een leuk gezicht zo op die in vakken verdeelde stoepjes in het donker van de nacht. Iedereen loopt dan in het dorp rond en wenst mekaar happy Dewali, en als je niet oppast krijg je een rotje of strijker tussen je benen geworpen.

Op de vierde dag van Dewali wordt er gebeden om water en voorspoed. Helaas begint dat bidden om water al om 5 uur in de ochtend, niet zomaar in een tempel maar nee, de hele gemeenschap moet het horen dus via grote megafoons. (het was dus weer een vroegertje vanochtend). Mensen komen uit de omliggende dorpen naar het grotere dorp in troepjes, meestal per tractor. Men draagt elk een pauwen veer en gaat langs huizen om te dansen en via die dans om water te vragen aan de goden. Deze dansende mensen mogen niet praten, alleen maar dansen. Verder worden er dansen opgevoerd die variëren van ritmische dansen tot vecht dansen met stokken..
De laatste dag van Dewali is de broer-zus dag. De broers gaan allen op bezoek bij hun zus, die dan een tikka plaatsen bij hun broer (tikka is de gekleurde stip op de voorhoofd). Deze symboliseert de kracht van God, en geef de broer kracht. De zus wordt vaak afgescheept met wat zoetigheden of een mooi kledingstuk. Ook vandaag worden er weer genoeg rotjes afgestoken, dus je snapt, ik ben blij dat Dewali over is….
Begin november 2006, Chitrakot India
En zo sta ik al een week of twee in Khajuraho, niks te doen eigenlijk. Dat kan hier heel goed, en daar kan je het dan ook erg druk mee hebben. Ik bedoel, ik sta elke dag om 6 uur in de ochtend op (niet omdat ik dat graag wil maar omdat dat hier niet anders kan, hierover later meer). Ik ga om 9 uur in de avond naar huis (mijn auto) en rond tienen slapen, soms haal ik dat niet eens en lonkt het bed al om 9 uur en toch heb ik tijd tekort. Rara hoe kan dat. Dat komt omdat dit India is. Alles wat je wilt doen neemt minimaal twee keer zoveel tijd in beslag als in Europa. Daarbij kent iedereen iedereen en ik dus langzamerhand ook
Als ik dan in de ochtend naar het dorp ga op de scooter of fiets, doe ik dat meestal rond 10 uur. Het is hemelsbreed nog geen kilometer denk ik, toch duurt het soms bijna 2 uur voor ik er ben. Niet omdat de weg zo slecht is maar omdat je om de haverklap weer mensen tegen komt die je kent (of die je wilt leren kennen), dus even een praatje over niks, als het niet anders kan komt er een kopje Indiaase zoete melkthee erbij en voor je het weet staan er 10 man in het groepje te praten en is er een kwartier voorbij. Als dat dan vier keer gebeurt op de weg naar de markt, dan ben je dus makkelijk een uur verder. .

Heilige Sadu’s
Kom ik eindelijk bij het internet cafe aan, moet eerst de computer opgestart worden. Dat gaat niet zo snel want alles zit ander de virussen en alleen de computer opstarten duurt al 10 minuten. Dan nog verbinding maken met internet, weer 5 minuten voorbij. Ondertussen komt er vast weer iemand langs, praatje maken enfin, je snapt het. De halve bevolking loopt hier niks te doen en is daar ook erg goed in. Niet helemaal waar eigenlijk. Ze zijn allemaal wel bezig met iets, maar niet met iets productiefs. Wachten op een taxi, een bus of een lift, kan zomaar een uur duren (of langer). Wachten op een argeloze toerist die langs loopt, want die kan je goed afzetten (en daar zijn ze hier echt meesters in). Favorieten zijn toch wel de groepen met Hollanders die via Djozer komen (als ik dat goed spel). Ik heb ze ook wel langs zien komen hoor, van die groepen met witte langbenige Hollanders, zenuwachtig omdat ze belaagd worden door horden souvenirs, prentkaarten en andere verkopers, op de voet gevolgd door bedelende kinderen die gebaren dat ze zo’n honger hebben (terwijl ik ze een half uur geleden uitgebreid heb zien eten). Het is wel een komisch gezicht. Ik was ooit ook zo’n toerist, op zich niks verkeerd mee, gelukkig ben ik geëvolueerd.
Van dat niks doen wordt je op een gegeven moment echter ook een beetje suf en na wat rondvragen en informeren bleek het plaatsje Chitrakot wel het bezoeken waard te zijn. Het ligt ongeveer 200 km van Khajuraho en zou een beetje op Varanassi moeten lijken, maar dan in het klein. Varanassi ligt aan de heilige riool (euh sorry rivier) de Ganges, dus willen alle hindoes daar met geweld in baden, hun haar in wassen en hun tanden in poetsen. Dat er 10 meter stroom opwaarts een lijk drijft of iemand heerlijk en openlijk in het water staat te pissen, dat maakt niet uit, het water is immers heilig.
Banti zou mee gaan, en hij zou ook een gastje meenemen die voor ons thee zou zetten, de boel schoon zou maken en algemene hand en spandiensten zou doen. Afgesproken had ik dat ie om 9 uur bij mijn hotel zou zijn, en we dan zouden vertrekken.
De volgende dag kwam mijnheer niet om 9 uur maar om 10 uur aankakken, en hij had geen één iemand maar twee gastjes bij hem, en eigenlijk zonder ook maar een woord werd er maar aangenomen dat ik die ook mee zou nemen (en natuurlijk alles voor zorgen, eten drinken etc). Dat is India, en daar valt moeilijk mee te leven soms. Toch maar even slikken en met z’n 4’en op stap, ik wilde de rit niet met ruzie beginnen.

Geparkeerd voor een tempel in Chitrakot.
Er waren vele wegen om in Chitrakot te komen en we besloten via Mahoba en Banda te gaan. Achteraf een slechte keus. Het eerste gedeelte van de weg was redelijk en erg idyllisch, door het echte Indiase platteland, waar ze waarschijnlijk nog nooit een buitenlander hebben gezien, laat staan een met zo’n auto als ik.
Vlak bij Mehoba was er een weg blokkade, de politie had de weg afgesloten. Iedereen stond wat gelaten te wachten, dat zag ik natuurlijk niet zitten , ik ben namelijk Gora, dat betekend dat ik een blanke ben. Hoe raar het is, een blanke wordt hier nog steeds als een meerdere gezien, en heeft dan ook meer rechten dan een lokaaltje. Nou sta ik daar meestal niet zo op, maar soms is het wel handig. Dus deze Gora naar de agent bij de wegblokkade, waar hij me onmiddellijk door verwees naar zijn superieur, een man met lintjes en sterretjes op zijn revers, en vertelde me dat er verkiezingen waren en daarom de hele dag geen verkeer in het hele district mocht rijden. Ik wilde natuurlijk wel verder, dus was erg hoffelijk naar die mijnheer, legde hem uit dat ik toerist was , op weg naar Chitrakot (heilige plaats). Misschien wilde mijnheer de officier even mijn auto van binnen zien? Dat treft meestal wel doel, en na een korte blik in mijn auto was hij zo onder de indruk dat terstond de barricades opzij werden getrokken. ‘U bent toerist in ons land en mag uiteraard wel door rijden’ was zijn mededeling waarnaar ik de weg voortzette.
Voor de plaats Banda begon de weg kwaliteit beduidend af te nemen en kwamen er ook ineens een heleboel toll gates over de weg. Een toll gate is een lange bamboe stok die ze over de weg hebben liggen als een soort spoorboom en die ze met een touw omhoog kunnen hijsen. De meeste tolpoorten waren niet bemand maar ik zag het lijk al drijven. Ja hoor, bij een brug, 95 roepies. Na wat praten werden dat er 50. Dit omdat ze de buitenlander gewoon standaard het hoogste tarief berekenen, dat van een volgeladen vrachtwagen of een hijskraan of zo. Erg irritant hier in Noord India, en zeker in dit gedeelte van UP en MP. Na nog een brug (60 roepies) werd de weg zo slecht dat ik maximaal 20-30 km per uur kon rijden en toen ik op een tolpoort e stuite die me road tax wilde laten betalen weigerde ik pertinent. Sowieso hoeft een buitenlander geen tax te betalen vind ik, maar voor deze kwaliteit wegen moeten ze MIJ geld geven. Enfin, dan krijg je de normale Indiase taferelen. Ik weiger te betalen, men weigert de hefboom omhoog te doen,, ik blokkeer dan de doorgang (de ervaring heeft me geleerd dat je dit standaard al gelijk moet doen dus ik zet hem midden op de weg voor die poort), verkeer achter me begint ongeduldig te toeteren, ik doe alsof ik absoluut geen haast heb en na verloop van tijd gaat iedereen er zich dan mee bemoeien waarna de toll-heffer dan op een gegeven moment me wel doorlaat rijden. Ook heb ik al geleerd dat je heel uit de hoogte moet doen, absoluut geen respect voor de toll-heffer moet hebben en eigenlijk net moet doen alsof ze er niet zijn.

Deze mijnheer was wakker geworden met roze haar. Zijn kinderen hadden hem een poets gebakken
Ook nu weer hield ik me echt van de domme. Ik moest stoppen en liet met een typisch Indiaas gebaar uit mijn raampje weten ‘eum, wat moet dat?’ De man begon in Hindi tegen me te lullen, en ondanks dat ik donders goed verstond wat ie zei, speelde ik de domme toerist. Dus met een glimlach en mijn beste Nederlands legde ik hem uit dat ie dom was en ik absoluut niks wilde betalen. Hij keek me aan alsof ie het in keuken hoorde donderen, kwam met een briefje aangelopen waarop alleen in Hindi staat dat ik moest betalen, maar aangezien ik dom ben kan ik dat niet lezen natuurlijk, dus ik weigerde het briefje aan te pakken, stapte uit de auto en liep op de man af, begon rustig in het Engels te vertellen dat ik geen idee had wat er aan de hand was en of ie aub die poort open wilde doen. De man begon gefrustreerd en onzeker te raken, precies wat ik hebben moest, en uiteindelijk wuifde hij me door.
Het gaat me niet om het geld hoor (alhoewel het aardig aantikt hier in India) maar om tol te gaan vragen voor een weg die zo slecht is dat een ezel er nog problemen mee heeft vind ik absurd.
Helaas verbeterde de weg niet echt met gevolg dat ik vrij laat in Chitrakot aan kwam. Nieuw in die plaats was het moeilijk om een goede parkeerplek te vinden en na wat rond gelopen te hebben kwam ik een man tegen die me voor een schappelijke prijs een hotel kamer aanbood en waar ik de auto voor de kamer kon parkeren. Ik wilde een hotel omdat ik het niet zo zag zitten met z’n vieren in de auto te slapen en omdat ik dan de douche kon gebruiken en zo water van de auto kon sparen. Het hotel was een Ashram, een soort open klooster (maar dan voor Hindoes). De kamer was niks bijzonders (wat wil je voor 2 euro) maar had wel een douche en hurk toilet, de auto stond inderdaad voor het raam van de kamer, maar wel aan de straatkant. Dat heb ik geweten. Ik was nog niet geparkeerd of er stonden drommen met mensen. Allemaal nieuwsgierig naar mijn auto. Dat op zich kon ik me wel voorstellen, maar Indiaers kijken niet met hun ogen maar met hun handen, dus na 20 keer ‘wil je dit aub niet aanraken’ gezegd te hebben begon mijn geduld snel op te raken. Toen er ook ineens een jongen van een jaar of 15 zo maar ongevraagd de dichte deur van mijn auto open maakte en naar binnen wilde stappen werd het me te veel, en op luide toen zette ik die jongen te kijk. Dat vond ie niet leuk (bleek achteraf) en het jong droop af, de omstanders waren ook even stil. Helaas was het maar even, want na 20 seconde begon iedereen zenuwachtig te lachen en werd er vrolijk weer overal aangezeten. Ik hing vervolgens het bordje op wat ik in Manali had laten maken. In Hindi staat daar op ‘Mutjo ma deko, nie banderne nihoe, dondebat’. Dat betekend vrij vertaald, kijk niet naar me, ik ben geen aap, dank je wel. Een half uurtje en 200 mensen later was dat bordje verdwenen, gewoon door iemand in zijn zak gestoken. Jezus, het begint op Nederland te lijken hier. Ik begon er schoon genoeg van te krijgen, al die mensen rond de auto die echt OVERAL met hun tengels aan zaten en besloot om hier niet langer dan een nacht te blijven.
De zelfde avond nog een ander hotel gezocht, maar pas de volgende ochtend verkast immers had ik de hotel kamer al betaald. Het volgende hotel had een parkeer plaats binnen in het gebouw. Het bleek ook weer een tempel te zijn maar dat vond ik niet zo boeiend. De hele dag allerlei belangrijke plaatsen bezocht, tempels, nog meer tempels en ja… je raad het, als toetje nog een paar tempels.

Half aap , half mens, maar wel een GOD. Er is nog hoop voor me
Dat krijg je als je met Indiërs op stap gaat. Mij zeggen die tempels erg weinig, ik bedoel er zijn iets van 44000 goden in India, wie kan ze nog uit elkaar halen. Mijn reisgenoten echter bogen zich een ongeluk, vouwde hun handen zo vaak voor hun voorhoofd dat ze er volgens mij een deuk van in kregen en vonden alles bijzonder boeiend.
Als meest interessante plek bezochten we een bron in een berg. Dan bedoel ik ook echt binnen in een berg. Die bron stroomde al duizenden jaren die berg uit en had zo een gangenstelsel uitgeslepen waardoor je naar binnen kon lopen. Al wadend door het water, tot knie hoogte, kon je zo de berg in lopen, door smalle doorgangen tot je uiteindelijk bij de bron zelf aan kwam. Er was niet zo veel te zijn, een klein soort meertje, maar India zou India niet zijn als er niet weer eens een beeld van een of andere God stond. Iedereen weer buigen en handjes vouwen natuurlijk (*zucht*). Toch was dit een welkome afwisseling van al die tempels en een aparte gewaarwording.

In de avond met een bootje rond het Ghat gevaren (bid en bad plaats) en de Puja bekeken (Gods verering) en een beetje rondgehangen, waarna we met z’n vieren een potje monopoly in de auto zijn gaan spelen (en ik schandalig verloren heb).
Volgende dag weer terug naar Khajuraho gereden, dit keer via Satna en Panna. Die weg is erg mooi (wel smal) en redelijk van kwaliteit, zowaar geen tol heffingen en vroeg in de middag weer terug op mijn plek bij het Payal Hotel.
Het is nu ook zeker dat Jonathan, een goede vriend van mij, 3 weken met me mee komt rijden. Hij vliegt 6 en komt 7 november aan in Khajuraho, waarna we, na een of twee daagjes rust, de weg richting Mumbai (Bombay) in zullen zetten. Maar hier over later meer, ik ga tot die tijd weinig doen. Ga wel kijken of ik hier ene klein stukje grond kan kopen. Lijkt me op zich een goede investering want India is een snel groeiend land. Prijzen liggen zo tussen de 1 en 10 euro per vierkante meter, er een huisje op bouwen kost geen drol.
