CamperCassie

India, 8 ✓

Ik was weer terug in India, wachtend op mijn camper. Die stond ergens op een schip en werd in 3 dagen verwacht. Uiteraard maakte de India’ers er een puinzooi van en had i moeite om niet een paar mensen te vermoorden. Toen ik eindelijk mijn auto had reed ik naar Kajuraho. Dit verhaal telt 7.330 woorden, 39 minuten leestijd.

Na het vinden van een redelijk betaalbaar hotelletje (195 roepies) in de Egmore buurt, sprintte ik gelijk door naar de agent die mijn auto moet inklaren. Deze oet, zoals Ad hem noemde, was een echte Indiase man. Zittend achter zijn bureau gaf hij orders aan de tientallen medewerkers terwijl hij verveeld met zijn mobiel zat te spelen of telefoon gesprekken maakte waarvan ik het nut niet in zag.

Als eerste zegt die mijnheer Kumar dat hij mij een kranten artikel moet laten zien. Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag hem hoe zo. Hij zegt, ja, het is belangrijk voor je. Ik krijg gelijk argwaan, dus vraag of er goed of slecht nieuws in staat. Slecht als jij het bent zegt ie. Ik snap er niks van en vraag of de boot gezonken is of zo? Hij lacht wat, en vind het juiste krantensegment, vouwt die open en daar staan, tussen allerlei andere artikelen, een grote foto van twee buitenlanders. Een man en een vrouw. De man is kaal geschoren, en op de foto zou je, als je vluchtig kijkt, kunnen denken dat ik dat was. Op zich een compliment, de man was zeker 15 jaar jonger dan ik. Op mijn vraag om uitleg zegt Kumar, deze mensen hebben hun auto over laten komen uit Kuala Lumpur, en toen de politie de auto inspecteerde vonden ze een Raketwerper. Dus mijn vraag is, zegt Kumar, ben jij dat. Ik barst in lachen uit, whaoaoaoa, hoe kan je nou zo dom zijn. Ik verzeker Kumar dat ik het niet ben en dat ik , zo ver ik weet, geen rocket-launcher in mijn auto heb.

Hij vertelde me dat mijn auto momenteel in Colombo Sri Lanka was, en de verwachting was dat hij de 18e hier zou zijn. Inklaren zou een dag in beslag nemen meende hij. Ik nam dit alles met een korreltje zout, had al wel wat verhalen gehoord over deze mijnheer Kumar. Maar de 18e of de 15e zijn wel drie dagen later, en over een tussenstop in Colombo hadden ze het in Maleisië nooit gehad.

Had dus wat tijd te verdoen in Chennai. Grote stad, warm en erg regenachtig, ondanks dat ook hier het regenseizoen op een andere tijdstip was. De eerste paar dagen maar besteed aan het rondlopen in de stad. Niet dat er veel te zien is, maar India snuiven neemt een hoop van je energie.

Op zondag kwam er een kennis (Kesevan) langs die 200 km hiervandaan woont en die ik nog van 3 jaar geleden ken. Het is een echte plattelands jongen, zoals 80% van de Indiërs. Hij  werkt in een apotheek maar maakt verder niks van zijn leven. Zoals bij elke bezoek, bracht hij een kennis mee, een Indiër komt nooit alleen. Ze wilde graag het strand zien, want dat hadden ze nog nooit gezien. Ja op TV zeiden ze, maar niet echt. Dus wij op naar het strand. Tjokvol met mensen zo op zondag, iedereen stond aan de waterkant over de zee heen te staren. Een paar moedigen gingen zwemmen, maar veel waren het er niet.

De kennis van Kesevan wilde ook het water in. Hij ontklede zich tot onderbroek en liep het water in. Het was een goed zwemmer zei Kesevan, en dat bleek ook wel, in een mum van tijd was ie erg ver van de waterkant. Wij wenkte dat ie terug moest komen, wat ie dan ook deed, maar terwijl hij de kant op liep kwam er een (dikke) politie agente aan met een lange bamboe stok en gaf hem zomaar twee lellen. En niet zomaar klappen, maar met volle kracht. Zonder waarschuwing, zonder wat te zeggen,  en dit alles omdat ze vond dat hij te ver van de kant af was geweest. De reactie van de kennis is zoals bij veel dingen in India, hij begon te lachen. Al hinkend liepen hij het strand af, gevolgd door mijzelf, de bek nog open van verbazing. Hij zou er nog een week lang last van hebben.

Omdat ze beide nog nooit een shopping centre hadden gezien, trakteerde ik ze op een bezoek aan  Spencer Plazza. Dat is een shopping Centre, maar dan wel India stijl. Maar, en dat moet ik wel zeggen, het is duidelijk dat India hard vooruit gaat. Een winkelcentrum met roltrappen, dat is voor het eerst dat ik dat gezien heb in India. En er zaten zelfs wat winkels in die erg mooi waren. Modern en goed uitgelicht. Zelfs een KFC en Domino’s pizza. Wauw. Die twee keken hun ogen uit, leuk om ze voor het eerst van hun leven op een roltrap te zien, apegapen naar winkels vol elektronica en zo. Na een vroeg avondeten heb ik ze weer op de bus terug naar huis gezet, ik was duidelijk uitgepraat. Er zit weinig bij dat soort mensen, alsof ze maar een halve hersen inhoud hebben. Daarom zijn ze natuurlijk niet minder aardig.

Tweede opmerkelijke ontmoeting was de vlak voor mijn Hotel. Ik wilde een middagdutje doen en toen ik net aan het dommelen was begon er trom geroffel en geschreeuw. Natuurlijk wakker, besloot ik te gaan kijken. Aan de overkant van de weg, in een sloppenwijk, stonden twee mannen op trommels te rammen terwijl er wat andere mannen bij aan het dansen waren. Stond zo even te kijken, geen idee wat het feestelijke feit was, toen een van de mannen me aansprak en na een heleboel blabla me mee troonde naar een huis 30 meter verder. Zonder waarschuwing stond ik ineens oog in oog (mmm, niet helemaal correcte uitspraak) met een dooie vent. Gelegen op een tafel, gewoon aan de straatkant, het lijk van een oudere man van na later bleek 60 jaar, die was die nacht de pijp uit gegaan. In zijn gewone kloffie, alleen de handen op zijn borst gelegd, lag hij daar dood te zijn, wat strepen met witte verf op zijn hoofd gekalkt, terwijl zijn familie om hem heen zat (vooral vrouwen) en de mannen aan het dansen waren. Kinderen speelde er om heen, niemand huilde, eigenlijk was het wel een vrolijke boel. Het blijft toch een rare ervaring.

En maar wachten op die boot. En als het dan langer duurt dan verwacht, dan duurt het ook langer. Waar ik geen rekening mee had gehouden is dat het in het weekend van 22 maart Pasen was. Inclusief goede vrijdag. Zou in een Hindu-land geen probleem moeten zijn, maar laten er natuurlijk nou net in Chennai veel Christenen wonen. De overheid was dus gesloten van vrijdag tot en met maandag. Het schip kwam eindelijk aan op woensdag nacht, op donderdag werd de flatrack uitgeladen, en helaas pindakaas, op maandag konden de papieren pas geklaard worden. Weer 3 extra dagen wachten dus.

Omdat ik Chennai wel gezien had, besloot ik om het weekend naar wat vrienden in Sumaithangi te gaan, die hadden al gebeld en gezegd dat ik moest komen. Vrijdag morgen, na het plaatsen van de kronen op mijn kiezen, stonden er twee Indiase plattelanders voor me hersens. Het zijn echte boeren, waren een keer in deze stad geweest die 150 km van hun dorp af ligt. Ze hadden van Kesevan al gehoord dat Spencer plaza de bom was, dus om ze een beetje te vermaken zijn we eerst naar dat grote winkelcentrum geweest. De zee hadden ze ook nog nooit gezien, dus dat was het volgende bezoekje, gevolgd door een bezoek aan een tempel (waar ik niet in mocht) . Daarna op naar het plattelands dorp. Het begon plots bijzonder hard te regenen. Na een uurtje gewacht te hebben in mijn hotel bleef het hozen en besloten we toch maar te gaan, maar met de trein i.p.v. de bus. In dit soort regen weer zouden veel straten blank staan en dat zou het weg verkeer wel eens kunnen belemmeren, trein heeft daar wat minder moeite mee. De auto-riksja op weg naar het station reed het grootste gedeelte door knie diepen plassen, water dat zich in heel Chennai vormt als het eens hard regent. Ondanks dat dit ontelbare keren per jaar gebeurt, kan het riool systeem het water niet aan en stroomt alles onder.

Trein reis was zoals meestal in India, je komt ogen tekort voor de vele mensen die erin zitten, de vele verkopers die er voorbij lopen, het landschap dat voorbij rolt en de gesprekken die men graag met je voert. Na nog twee korte busritjes was ik terug in Sumaithangi, de plaats waar ik een aantal jaren geleden een paar weken had gestaan en waar ik veel ‘vrienden’ had gemaakt. Het was er redelijk uitgestorven, men zei door de vele regen, maar ik zag veel dichte huizen en vermoed dat dit dorp te dode is opgeschreven. Velen die naar de stad verhuizen, getrokken door financieel belang, terwijl er in het dorp eigenlijk niks is, en er ook nog eens een snelweg midden door loopt. Het was al laat, dus dat werd gelijk slapen. De halve familie ging op de grond liggen zodat ik een bed had, ik voelde me schuldig, maar kon er weinig aan veranderen. Daarbij was het bed ook niet meer dan een paar houten planken met een deken als onderlaken, een paar harde kussens, zwart van het vuil. Gebruikte mijn eigen laken als bovenlaken. En zo bracht ik een redelijke slapeloze nacht door in het dorp van weleer. Beesten liepen elke paar minuten over mijn lichaam, het bed was oneffen en plakkerig. Maar, je schikt je er in, de mensen die hier wonen hebben en weten niet anders.

Lekker springen in de put

De volgende dag is het om 5 uur opstaan. Geen idee waarom, want men gaat dan een beetje rond zitten te hangen tot het licht word. Gewassen wordt er niet, daar is het dan ‘te koud’ voor. Maar, om negen uur, na een kopje warme melk, richting zwembad (lees diepe grote put) getrokken en lekker gebadderd. In de middag naar Walaja getuft op de brommer van de buren en in de middag wat gehangen, gekletst en gegeten. De hoeveelheden eten die er naar binnen geschoven word is onvoorstelbaar. Het ontbijt is om 11 uur, dat is erg laat. Idly, dat is een soort gefermenteerde rijst bergjes. Je behoort deze dan in de curry te soppen en wordt veel  als ontbijt gegeten. Dan volgt een lunch om 3 uur, maar ik zat nog vol van het ontbijt. Dosa, knapperige pannenkoeken van rijstmeel, uiteraard curry en wat andere prutjes, een soort donut maar dan hartig en nog wat andere liflafjes. Super lekker. In de avond ging men  ‘all-out’, en had men een kilo kip aangeschaft. Dat kostte 80 roepies per kilo hoorde ik, een bedrag dat men absoluut niet kan missen, maar voor de witte buitenlander worden alle kleine beetjes bij elkaar geschraapt, geen moeite is teveel.  Ik had een continu ‘ik zit vol’ gevoel en snap niet dat de mensen hier zo dun zijn. Dit aannemend dat ze altijd zo veel eten.

Zondag met de bus terug naar Chennai. Dat ging redelijk probleemloos, drie uur later was ik terug in mijn Hotel kamer, klaar om nu eindelijk mijn auto terug te krijgen op maandag.

Maar, India is nooit zoals je het verwacht. Om 10 uur zat ik in het kantoor van de verscheper, maar die kwam zelf pas om 11 uur binnen. Toen ook Leonardo nog eens niet op kwam dagen wegens zwaar verkeer (en vermoedelijke te laat vertrek) begon de dag goed. De wachttijd gespendeerd  aan het proberen van krijgen van verzekering, maar het bleek niet mogelijk. Sterker nog, de verzekering die ik eerder al had, bleek helemaal waardeloos te zijn. This is India.

Om 12 uur eindelijk richting bonded warehouse, een groot terrein waar veel van de containers uit andere landen tijdelijk worden opgeslagen, zonder dat ze hoeven te worden ingeklaard. Na een riksja ritje van bijna een uur, kreeg ik eindelijk mijn auto in zicht. Ik was als de doods voor beschadigingen dus het eerste wat ik deed was een rondje rond de auto lopen. Wat viel gelijk op? Dat er zo te zien geen grote schade was. Wel was er een slot-kapje afgebroken en er waren diverse stickers van mijn auto verdwenen, een van de bindbandjes was van de fiets verdwenen zodat de nieuwsgierige India’ers onder de afdekking kon kijken, maar verder zag het er goed uit. Voor de zekerheid ook even op het dak geklommen want ik was bang dat er schade aan de zonnepanelen was. Wat ik daar zag was triest. Al mijn angsten werden waarheid. Wellicht waren de zonnepanelen heel, maar een van de grote dakramen lag helemaal in gruzelementen.

Nadere inspectie leerde dat men, tijdens transport, vermoedelijk van de haven van Chennai naar dit terrein, onder een boom was gereden die laag hing. De stukken hout lagen rond het raam. Ik heb zo een supergeluk gehad dat ik zo slim was geweest om mijn raam-covers over de ramen te spannen aan de buitenkant, zodat de boel wel waterdicht was gebleven, anders was de ellende nog veel groter geweest.

Ik mocht verder de auto niet in, moest wachten op de douane die de boel moest inklaren. Die zou om 2 uur komen. Jaja. 3 uur, niks, vier uur, niks. Om kwart over 4 een telefoontje van de heer Kumar, de agent die alles regelde. Die kwam met de leuke mededeling dat de verscheper maar even 2000$ ging rekenen voor het afladen van mijn auto. $2000 !!!!. Gevolg, als de douane ooit zou komen vandaag, kon ik toch de auto niet meenemen. GVD. Wat een tering zooi hier, die lui zijn echt gek. Eerst zijn ze bijna 2 weken te laat, dan beschadigen ze mijn auto, en dan vragen ze ook nog eens belachelijk veel geld.

Nadat de douane eindelijk om 5 uur kwam en elk kastje en spleetje van mijn auto controleerde, wilde ze onze paspoorten meenemen naar het Douane kantoor. Dat is onacceptabel voor mij, maar ook voor Leo, en na heel veel over en weer gepraat besloten om na twee uur de paspoorten zelf op te gaan halen bij het douane kantoor, uiteraard helemaal aan de andere kant van de stad. Hierna onverrichterzake weer terug naar mijn hotel in de avond. Dit zijn van die dagen die je meemaakt op reis en waar je van te voren voor vreest. Dagen die je lang bij zullen blijven, dagen die hel zijn. Met een grote bier in mijn knars toch heerlijk geslapen.

Volgende dag op naar het kantoor van Dhr Kumar. Zijn verhaal over die hoge kosten rammelde aan alle kanten. We vermoede een samenwerking tussen Kumar en de verscheper, om maar eens wat geld uit die arme buitenlanders te trekken. Vervelende is dat je aan de goden bent over geleverd. Ze hebben al je papieren en ondanks dat ze vrolijk blijven discussiëren over het te hoge bedrag, stralen ze een ‘dan betaal je niet, ga je toch verder met de trein’ bericht uit. Wij dus op naar het kantoor van de verscheper. Dit alles met in het achterhoofd dat als we vandaag onze auto en motor niet konden krijgen, er vanaf morgen staangeld door het bonded-warehouse zou worden berekend. Ik weet zeker dat ook dat geen misselijk bedrag zou zijn. De verscheper, Sricon shipping, een zekere heer Sudaka (ik haat die naam) was vrij resoluut. Hey, dat zijn de kosten, ik heb het al wat naar beneden gebracht (het was nu nog maar 27000 roepies voor mij)  en that was it. Als ik niet betaalde, kreeg ik geen auto. Leo, wiens motor ooit 1000 USD heeft gekost, piekerde er niet over om te betalen en zij dat ie dan de motor maar moest houden. Hij zou voor het bedrag wel een nieuwe motor in India kopen. Ook hier werd erg luchtig over gedaan. We hebben gedreigd met een advocaat, we hebben gesmeekt, gescholden, het hielp allemaal niet.

Er rest dan maar een ding, betalen en kijken of je het later kan verhalen. Dus, mijn rekening werd 27000 en 19000 is 46000 roepies, oftewel 736 euro. Dit samen met de 4000 euro die ik in Maleisië heb betaald, is dit een van de duurste uitgaven op mijn reis ooit. Snel in een taxi naar het bonded warehouse, auto uitgeklaard, (dat duurde nog eens twee uur) en om 7 uur stond ik geparkeerd in het Youth Hostel in Adyar, zuid Chennai, en kon ik de wonden gaan likken, reparaties uit gaan voeren en mijn auto weer in een bewoonbare status te brengen.

In de tussentijd had Leo het spelletje van ‘Houd die motor maar, ik koop wel een nieuwe’ hard verder gespeeld en tevens ook met de advocaat gedreigd. Hij had een veel betere onderhandeling positie dan ik en speelde het klaar om zijn rekening, die net als die van mij absurd hoog was, omlaag te krijgen. Hij betaalde, voor de totale inklaring slechts 16000 roepies, zeg maar 300 euro.

Na grondige inspectie bleek pas hoe men tekeer was gegaan met mijn auto. Ik vermoed dat men voor het transport, van de haven naar het ‘warehouse’,  een ritje van zo’n 30 km, een te hoge auto heeft gebruikt. Hierdoor komt de totale hoogte van het geheel (mijn auto, de container vloer en dan nog eens de transport auto) boven het toelaatbare uit. Gevolg is dat elke boom en elke elektra of andere kabel tegen de voorkant van de auto kletst. En dan hoeft er maar een dikke boomtak tussen te zitten en je dakraam sneuvelt. Net als bij de Duitsers hun satelliet antenne en een van hun dakrails eraf was geramd. Aan de voorkant miste ik op vele plekken de lak, die was eraf geslagen door takken of leidingen. Aan de zijkanten zaten hier en daar wat dikke krassen, maar die kan ik waarschijnlijk nog wel weg poetsen. Op het dak zaten diepe krassen, die niet meer poetsbaar zijn, daar moet een spuiterij de schade gaan herstellen.

Claxon was ook aan gort

Gelukkig is het kunststof zodat het niet gaat roesten. Dat kon ik niet zeggen van de metalen stellage op mijn rijders cabine. Ook daar hadden de takken en kabels flink wat verf eraf gehaald, en hier was het roesten reeds begonnen, daar moest ik dus snel wat aan gaan doen.

Een dag later reed ik naar Walaja, een gehucht waar ik mijn auto tussen de rijstvelden parkeerde om daar, rustig, aan de herstel werkzaamheden te werken, wat overpeinzingen over de toekomst te doen, belasting aangifte te doen en wat ander werkzaamheden te verrichten. Helaas werden ook nu mijn plannetjes gedwarsboomd, dit keer door mijn eigenste lichaam. Begon met een keelpijntje, en een dag later lichte koorts, wat resulteerde in drie dagen hoge koorts. Toen ik 39.5 op de thermometer zag begon ik me toch zorgen te maken, het kon zo maar malaria of knokkel koorts (dengue fever) zijn. Zulke hoge temperaturen, dat is niks voor mij, nooit gehad ook, dus het was wat angstig. Alles in me lichaam deed natuurlijk pijn. Besloot het nog een dagje aan te kijken. Er kwam niks uit mijn handen, lag de hele dag half bewusteloos te slapen, en de koorts zakte niet echt. Volgende dag, onder invloed van een combiflannetje (dat is een combinatie pil van paracetamol en ibuprofen) op naar het ziekenhuis van Walaja. Op zijn Indisch.

Gebouw zag er niet uit, overal mensen, op stoelen, op de grond, alsof het oorlog was, en toen bleekscheet Jansen binnen kwam was ik gelijk als eerste aan de beurt, de lokale moesten wachten. Vond het niet zo erg dat snap je, De aller-vriendelijke  doctor deed een halfwassen onderzoekje, luisterde naar mijn longen en kwam al na twee minuten tot de conclusie dat ik een zware griep had. Hij schreef 4 medicijnen voor, overigens die ik alle vier gewoon zelf ook bij me heb (Paracetamol, amoxicilline, Cetrizet en een hoestdrankje). Om 12 uur lag ik weer terug in bed.

Maar de volgende ochtend had ik nog 39 graden koorts. Toch had ik goed geslapen, van 8 uur tot 7 uur, maar liefst 11 uur, met een kleine onderbreking omdat mijn vader me belde. Vanaf de volgende dag ging het weer berg opwaarts. Het duurde nog wel een paar dagen voor ik me weer helemaal fit voelde, dat krijg je van die hoge koorts denk ik.

Al liggend in mijn bed heb ik besloten om NIET meer vanuit India te verschepen. De kosten en de schade, de laksheid van de mensen, de onwaarschijnlijke ondoorzichtbaarheid, de gemene afzetterijen, de onmacht en woede, dat wilde ik niet nog eens meemaken. Ik ga dus retour rijden richting Europa, ondertussen proberen een plaatsje te bemachtigen op een van de Grimaldi schepen. Die varen vanaf Hamburg, via Rotterdam, Antwerpen en nog wat Europese havens naar Zuid Amerika. En het mooie is, je mag je eigen auto het schip op rijden en er weer af, en je mag met het schip mee. Dat kost wat duiten, maar dat koste het kleine schijt stukje van nu ook. Maar om nu weer hetzelfde stuk terug te rijden is misschien wat saai, dus daar moet ik dan even wat op gaan verzinnen. Kan natuurlijk ook proberen om rondje middellandse zee te doen, dus zeg via Iran oversteken naar Koeweit, dan Saudi Arabië en en dan via Jordanië door naar Egypte en doorstoten. Of Turkije en dan afzakken in Syrië en dan Egypte. Of, kan natuurlijk ook de noordelijke route nemen, via zeg Iran, Azerbeidjaan, Georgië en dan Rusland in of de zwarte zee oversteken naar de Oekraïne. Ach, er zijn zoveel mogelijkheden. Jammer dat je niet vanuit Pakistan rechtstreeks Tajikistan in kan, dan was het helemaal mooi geweest. Ieder geval, ik ga van India proberen te genieten.

Na alle narigheid achter me te hebben gelaten was het tijd om te genieten van India. Dat is niet altijd makkelijk, maar met wat ervaring kan je er toch het beste van maken. Besloot eerst een weekje of zo te blijven staan op de relatief rustige plek te midden van de rijst en suikerriet plantages. Natuurlijk doe je dat niet helemaal onopgemerkt, met een grote witte auto, maar toch was de overlast aanvaardbaar. Soms is het zelfs leuk. Twee of drie boeren op een fiets, op weg naar hun akkertje, die dan stoppen om mijn auto te ‘bepraten’. Ondanks dat ze hier Tamil spreken, en geen Hindi, kan ik dan toch wel een aantal dingen opmaken over wat ze zeggen, en ik kan het dan ook niet nalaten om flink te gniffelen.

Natuurlijk regelmatig bezoek in de auto

Uiteraard, zegt de een dan tegen de ander, heeft deze auto volwaardige airco en is het heerlijk daarbinnen. Ja, zegt de ander, en water, hoe komt ie aan water. Ik kan me dan niet weerhouden om de gekke Indiër, die alles gelooft, eens flink wat op de mauw te spelden. Kijk, zie je dat pijpje daaronder (en wijs op mijn vuilwater afvoer pijp), dat laat ik in de grond zakken en zo pomp ik gewoon grondwater op. Ooooohhhh…..Ahhhhh. De volgende dag staan er twee andere boeren naar mijn auto te staren en discussiëren hevig over de geweldige uitvinding van automatisch water tappen.

Drie kleine kinderen staan schuchter op een afstand naar mij te staren. Ik loop na een kwartier op ze af, ze lopen nog net niet angstig weg. Ze spreken een beetje Engels, dat leren ze op school. Ik vraag waarom ze zo naar me staan te kijken. Ja stamelt de een, wij vinden jouw auto heel mooi. Wat zijn die dingen op je dak (en hij wijst naar de zonnen panelen). Ik zeg… dat zijn helikopter land plaatsen. Voor het geval er nood is, of ik een lekke band heb of zo. Oooooohhh, Ahhhhhhhh, je snapt het wel, de wildste geruchten gaan door de streek. Hierdoor, en dat is dan mijn eigen fout, willen er nog wel eens een soort van bermtoeristen langs komen, die dan op het muurtje iets verder op gaan zitten, en dan uren lang naar me gaan zitten staren en de meest fantastische verhalen over mijn auto aan elkaar kunnen vertellen. Ach, dat is India, en als je de handleiding goed gelezen hebt is het best vermakelijk af en toe.

Je kent vast wel die mop van die Koe en die Belg, die moet overgewaaid zijn uit India, kan niet anders. Die Indiërs kunnen soms zo dom zijn, onvoorstelbaar is. Deel is natuurlijk cultuur erfelijk, maar deels kunnen ze echt zooooo dom zijn. Nog wat voorbeelden dan? Ja? ik weet dat je ze leuk vind.

Komt een Indiër op me af, een jaar of 22. Heb er al een keer eerder woorden mee gehad omdat ie zo dom deed en maar niet de hint wilde begrijpen dat ik hem liever weg wilde hebben. Enfin, hij stapt, oliedom als ie is (terwijl ie wel op een technische universiteit zit) op me af en zegt: Casper, can I talk with you.

Ik, al gniffelend vanwege de domme uitdrukking in zijn ogen, zeg aardig…sure, but I have litlle time, so you have to talk fast. What do you want to talk about.? Dan houd het gesprek al op, want die gast heeft geen idee wat ie moet zeggen. Na een minuut of vijf stilte komt ie ineens met een vraag. Casper, rijd je auto op diesel?  Weer zo’n oerdomme vraag, maar goed, ik vertel hem dat mijn auto op water rijd, dat het een nieuw experimentele auto is die ik aan het uittesten ben. Het gesprek valt nu helemaal stil. En na een minuut of 10 (ik ging gewoon door met de afwas), vertel ik hem dat ik nu toch echt door moet gaan met mijn werk. Hij druipt af.

Oh die Belgenmop? Ja die ging zo… wat valt je op als je een Indiër naast een Koe zet. De intelligente blik van de koe. Dit keer geen grap, maar waarheid haha.

Ondertussen verdoe ik mijn tijd met het wegwerken van alle krassen, het bij tippen van alle verf schade, schoonmaken van binnen en buiten, het instaleren van XP op mijn nieuwe laptop (Windows Vista is een aanfluiting en een afrader en heeft me uren en uren gekost). Nu moet je je niet voorstellen dat ik uren achter elkaar werk, want daar is het echt te heet voor. Dus het is om 6 uur wakker worden (dan wordt het licht) , wat ontbijten, wat water halen uit de grote water put annex zwembad, afwassen en wat poetswerk doen, dan uitgebreid aan de koffie natuurlijk, ondertussen de diverse bezoeker of te woord staan of afsnauwen en wegjagen, afhankelijk van mijn humeur en hun manier van mij benaderen.

Dan begint het warm te worden, het is dan al 11 uur of zo, dus even rustig in het resterende stukje schaduw zitten. Boekje er bij, bakkie koffie, het is dan nog enigszins uit te houden als je stil zit. In de middag loopt de temperatuur richting veertig graden in de zon. Soms ben ik moedig en fiets ik de 15 km naar het dichtstbijzijnde dorp om wat groente, fruit, melk en water en zo te halen, ook even de mail te checken. Dit laatste als er internet verbinding is bij het enige internet café. Vervelende is dat je ook weer terug moet met al die boodschappen en in die bloed hitte en met die zware tassen (water weegt toch echt een kilo per liter) kom ik dan met de tong op de schoenen weer bij de auto.
Tot nu toe is het alleen laten van mijn auto goed gegaan. In de late middag is het , indien mogelijk wat zwemmen in een van de omliggende diepe putten (bore-holes heten die in het Engels geloof ik).

Lyo met zijn nieuwste vlam

Is niet altijd mogelijk want als de boer op die dag water uit de put pompt staat het water niveau nog wel eens zo laag dat je niet meer uit de uit kan komen. Er zit een soort trapje langs de zijkant maar die treden gaan niet helemaal tot de bodem.
De omgeving hier is droog, ook hier heeft men last van langdurige droogtes. Er groeien heel veel doorn struiken. Bijna alles wat groen is heeft dikke vette scherpe doorns, je moet echt oppassen waar je loopt. Maar zelfs met uitkijken trap je regelmatig in een flinke scherpe doorntak en prikt de doorn door je schoenzool je voet in. Pijnlijk, ik heb zeker 40 extra luchtgaatjes in mijn schoen, en ook in me voet dus. Wonder dat de lokalen veel op blote voeten lopen. Af en toe zie ik ze zo’n doorn uit hun voet trekken om dan weer vrolijk verder te lopen.
Volgens de lokalen hebben de Engelsen die hier geplant, hoe ze daar nou bij komen…

De 14e april weer gaan rijden, het begon weer te kriebelen.

Bij de staatsgrens tussen Tamil Nadu en Andra Pradesh eens aan een drie sterren officier gevraagd (die perse mijn grens documenten wilde zien, maar me wel op koffie trakteerde ) en die verzekerde me dat ik Highway 18 moest nemen vanaf Chitoor. Dat ging ook vrij goed tot aan Cudappa. De weg was wat smal maar het was niet druk en het was prettig rijden, het ging dwars door het platteland.. Het was wat On-Indisch met weinig verkeer en dorpjes en mensen. Die mensen die je zag zagen er arm uit, ook de huizen waren armetierig. De omgeving was niet echt wonderschoon., Van die bergen met keien, die je ook in Hampi had gezien, verder was het erg droog en warm.

Vlak droog land met af en toe een handje stenen

Plots een bord dat ik een weg niet in mocht tussen 8 en 20:00 uur. Verboden voor vrachtwagens. Maar, zei de agent die de wacht hield bij het bord, voor 50 roepies mocht ik wel door. Ja dikke zeg ik, en maak aanstalten om terug te rijden. Ok ok, zegt ie, doe dan maar 20 roepies. Ik zucht, druk hem twee tienen in de hand (32 cent) en rijd verder. Na Cudaappa werd de weg van Indiase kwaliteit en het verkeer werd drukker. Dat schoot niet zo hard op en Hydrabad, mijn doel was toch maar even 600 km. Na 295 km in een veld geparkeerd en ongestoord de nacht doorgebracht. Was wel vroeg wakker, want om kwart voor vijf in de ochtend begon er al een tempel in de buurt te mekkeren. Met luid gezang en geklap (ik neem aan een bandje) werd de nieuwe dag ingeluid. Wel wat vroeg hoor.

Ik heb in eerdere verhalen een aantal buitenlandse wetten besproken, tenminste, zoals ik vermoed dat ze in het wetboek van dat land staan, De wet van eigendom van India zal ongeveer zo luiden. Als het niet van jou is, mag je er ieder geval naar kijken. Als het van een buitenlander is , MOET je er naar kijken en mag je het aanraken. Als je de buitenlander niet kent, MOET je het aanraken, betasten, bevoelen, er op drukken, er aan trekken. Als het dan nog niet stuk is moet je de hele serie herhalen.
Eerste Amendement op wet…Dit mag je ook doen als je de buitenlander wel kent, maar het liefst als ie niet kijkt.
Amendement 2.

Mocht het voorwerp los komen, afbreken of kapot gaan , is het jouw eigendom en mag je het meenemen. Ook is het niet jou schuld dat het kapot gegaan is.

Bij een spoorwegovergang wordt nog steeds alles geblokkeerd

Verder door naar het noorden richting Hydrabad was als een trip met louter deja-vus. Men was het stuk weg van national highway 7 aan het four-lanen, dat betekend dus 250 km weg opbrekingen, India style. Omdat het landschap erg leek op dat van eerdere trips, en het bouwen van 4 baans weg veel leek op eerdere trips, was het net alsof ik deze weg al had gereden. De dorpjes leken zelfs hetzelfde, en af en toe kan ik zweren dat ik er al geweest was. Ik snap trouwens absoluut niet waarom ze maar 4 banen maken. Dat heeft helemaal geen zin in India, want als die klaar zijn worden die buitenste banen gelijk gebruikt voor van alles behalve verkeer.

Mooie God, maar vind die truck mooier

Ze kunnen beter gelijk 12 baans maken, 6 elke kant. Dan kan de buitenste baan gebruikt worden voor pissende mensen (Indiërs stoppen te pas en onpas om te zeiken. Is ook niet zo raar, na elke maaltijd klokken ze 3 of 4 glazen water naar achteren, en wat er in gaat…). Ze kunnen dan de vijfde baan gebruiken om verkoop stalletjes op te bouwen. De vierde baan voor auto’s en bussen om te stoppen, de derde baan voor al het langzame verkeer als ossen, koeien, fietsen, vreet-karretjes, goden op wielen, naakte Sadu’s  en meer van dat soort ongein. Dan zijn er nog twee banen over voor normaal verkeer, dan zit er tenminste schot in.
Maar goed, het verkeer werd steeds drukker naarmate ik bij Hydrabad in de buurt kwam. Reed op een paar cm na een riksja oftewel tuktuk omver. Die kwam gewoon de hoofd weg op zetten, zonder te kijken of er verkeer aankwam, ik reed net bijna 60 en kon door vol in de remmen te hangen hem echt nog maar net ontwijken. Niet dat ie sorry zei of zo, dus heb hem maar even gesneden, en hem in het Nederlands verteld dat ie de grootste uilskuiken van India was, en dat als ie zelfmoord wilde plegen, of die dat dan eerst aan zijn uitpuilende klanten wilde vragen. Na een paar ferme klappen op zijn dak, ben ik weer fluitend verder gereden.

Ook als er een God op wielen over straat gaat, wordt gelijk alles stilgezet

In India heerst een onderbroeken cultuur. Men schaamt zich niet om in ondergoed de straat op te gaan. Veel wegwerkers, werken vanwege de hitte in ondergoed. Het is een kledingstuk dat normaal is. Heb zelfs van de week een man in zijn onderbroek gezien, en daar haalde die uit een piepklein zakje (nee niet die) wat losgeld. De onderbroek is verheven tot jeans van India. Wat een lol. (inkoppertje).

In Hydrabad aangekomen op zoek naar het fort aldaar, wilde er voor de nacht parkeren. Volgens de LP is het DE cq HET attractie van Hydrabad, dus ze zullen er toch wel een parkeerplek hebben neem ik aan. De weg er naar toe was belachelijk en schandalig, echt op z’n India’s. Je zou denken dat zo’n top attractie toch een redelijke weg heeft, maar nee hoor. Via weggetjes die zo smal waren dat ik echt bang was om vast te komen te zitten, moest ik 10 km naar het fort, gedeeltelijk door het eigenlijke fort zelf, wat nog bewoond is. Mijn auto paste nog net door de ingang van zware beslagen deuren met punten, tegen de olifanten. Deze Olifant perste zich overal doorheen, om moe te parkeren op een stoffige naar pis ruikende zandparkeerplaats.

Gelijk overvallen door een horde kinderen, maar daar had ik even geen zin in, zeker niet toen ik ze wat oneerbiedige dingen hoorde roepen. Toen ik even naar het Fort liep om te kijken hoe laat ze open waren, zag ik bij terugkomst twee kids tegen mijn banden staan schoppen. Die lui zijn toch echt helemaal van lotje. Ze zagen me niet aankomen en toen ik achter ze stond schreeuwde ik ze eens flink in de oren dat ik hun zo zou gaan schoppen. Ze holde weg, maar 5 minuten later kwam de grootste, van een jaar of 14 terug om zich te verontschuldigen. Ik vroeg hem wat hem bezielde om zo tegen een auto aan te gaan schoppen. Ja maar uncle, ik vond je wielen zo groot, en je auto zo mooi. Dus, zeg ik tegen hem, dat is Indische stijl, als je iets mooi vind ga je het maar vernielen? (en dat is ook zo). Hierop werd ie rood en wist niks te antwoorden en droop af.

Het fort van Hydrabad, aardig maar niet spectaculair

Bij het Fort wemelde het van de muggen, als je even buiten stond ‘s avonds werd je echt aan gevallen. Met de generator en de airco aan was het wel te doen om binnen te zitten, maar toch zaten er ochtends minstens 50 muggen binnen. Blij dat ik een muskieten net heb, maar zelfs daar zaten 3 muggen in (hoe presteren ze het?).

Het fort was geinig, maar niet meer dan dat. Het verhaal doet de ronde dat er een kamer is die zeer akoestisch is, zodat je aan de ene kant het gefluister van iemand aan de andere kant kan horen. Dat is leuk in India, want hier hebben ze natuurlijk de klepel gehoord, maar de klok niet gezien. Alle Indiërs, inclusief de gidsen, lopen dus in elke kamer, door het hele fort te klappen of geluidjes te roepen. Verder was mijn entree 20 maal hoger dan de lokaal, was er vrijwel geen uitleg ergens, en was er geen stukje muur onbeklad of ongekrast, namen, kreten en andere ongein. Weinig respect voor hun eigen erfgoed hoor.
Het uitzicht van boven was wel aardig, maar voor ik boven was, was het bijna 10 uur en was de zon al weer zo fel dat foto’s erg flets werden.

Hierna maar door gaan rijden, maar voor ik verder kon moest ik me eerst door Hydrabad en Secondrabad worstelen, van een rondweg hadden ze hier nog niet gehoord. Wellicht is die er wel, maar ik heb hem niet gevonden.

Dat nam twee uur in beslag. Hierna kon ik me lol weer op, ze waren ook dit stuk weg aan het four-lanen. Toch viel dit keer de overlast mee, tot op een gegeven moment een stuk heel erg slecht werd. Toen me auto maar in een veld neergezet om half zeven, het was nog steeds 36 graden. Puf.

De dagen erna gestaag door naar het noorden gekacheld. De wegen werden steeds slechter, maar ik was wel wat gewend. Toch presteerde ik het op een dag om 6 keer alle vakken in de cabine leeg te krijgen. Meestal als je een hobbel of snelheid heuvel (lees berg) niet ziet. Dan zit je met je kop tegen het plafond en ligt de inhoud van alle vakken op de grond. Dat het eens gebeurt, ach dat weet je, soms let je iets minder goed op de weg conditie, maar meestal zijn het hobbels die echt niet te zien zijn. Na de 6e keer heb ik wel mijn frustratie even uit het raam geschreeuwd ondanks dat het natuurlijk eigenlijk mijn eigen schuld is. Als je niet goed kijkt….Kawaaaammmm.

Ik weet dat ze een mooie rondweg hadden rond Nagpur maar vanuit het zuiden komend kon ik die niet vinden en ik moest de hele stad door, warm druk en zwaar. Gelukkig kon ik met behulp van mijn tracklog de goede keuzes maken bij splitsingen, want ook hier hebben ze nog nooit van een bord gehoord. Gokken en vragen is dan het devies.

Vlak voor Jabalpur vond ik een perfect slaap plek, zo schitterend en rustig heb ik ze weinig gehad in India. Aan een rivier die voor 90% droog stond, in een vallei, het werd een schittereden nacht. Was het om 9 uur in de avond nog 32 graden, later in de nacht koelde het af naar 21 graden, zo lekker. Heb die nacht dan ook super geslapen.

Haalde de dag daarop zowaar Khajuraho, een van mijn favo tussenstops. De vorige keer moest ik 100 km ervoor overnachten omdat ik het niet haalde. Zo zie je dat de wegen toch echt verbeterd zijn. Hier en daar een mooie (maar dure) bypass, hier en daar vers nieuw asfalt ter vervanging van de gatenkaas, jaja, India gaat langzamerhand vooruit. Als ze dat onderhoud nou eens beter deden dan kon het best nog wel eens wat worden.

Aangekomen in Khajuraho parkeerde ik bij het Payal Hotel. Daar waren ze een zwembad aan het bouwen en hadden maar even vrijwel alle bomen wat …kort gewiekt, maar dan super kort. Gevolg was dat er geen schaduw meer was en na 2 dagen kon ik de hitte niet meer uithouden en verkaste naar Hotel Nahil, iets verderop maar met genoeg beschutting om het uit te kunnen houden.

Er heerste nog steeds een ernstig water probleem in dit gebied (trouwens in grote delen van midden India). Het heeft hier al drie jaar niet geregend. Kan je je het voorstellen wat er dan gebeurt. Het grondwater peil zakt steeds verder, en water wordt schaars. De mensen halen hier hun water nog uit putten en waterpompen maar die vallen op een gegeven moment droog. De lokale bevolking moet dan water gaan halen bij de paar pompen die diep genoeg zijn aangeslagen om nog water te geven, gevolg is overal zie je mensen die slepen met water kruiken en plastic containers. Een paar slimmeriken zijn gaan graven, en dan moet je diep gaan hoor. Maar als je dan water hebt, heb je een goed handeltje. Een tankwagen met water levert 10.000 roepies op en in principe kost het water hun niks. Het graven wel natuurlijk, maar als je eenmaal water hebt dan vloeit het geld ook binnen. Je mag niet zomaar een groot gat graven, dus wat doet men, offer je huis op, binnen de vier muren ga je graven en bingo.

Er komt een nieuwe weg, dus hak hak hak

De hitte is beklemmend, dit jaar weer erger dan het jaar er voor. 44 graden in de middag is niet lekker. Als er dan een windje staat is het een föhn die zo warm is dat je lippen hoort kraken. Een ventilator aanzetten is ook niks, wat die blaast alleen maar super warme lucht. Maar goed, de tijd krabbelt zo voort. Ik ga eens naar het bijgelegen Chhatarpur voor wat boodschapjes, praat eens met die of geen, en probeer mijn gezondheid er boven op te brengen. Er is dus niet zo veel te melden, dus ik zal een paar kleine dingetjes aanhalen die me opvielen.

Mooi al die gekleurde Sari’s

Ik stond met een ‘kennis’ te praten, die zich afvroeg of ik geen baantje voor hem had. Ondanks dat ik drie keer zei dat ik dit niet had, vroeg hij of ie langs kon komen bij mijn auto om daar over te praten. Ook niet de lulligste zei ik ok, wanneer wil je komen, zorg ik dat ik er ben. Trimorrow zegt ie. Ik frons mijn wenkbrauwen`, had geen idee waar ie het over had, tot het lampje ging branden. Two-morrow is morgen, dus tri-morrow moet overmorgen betekenen. Haha, lekker Inglish is dat. Trimorrow, die houd ik erin.

De 9 uur bus naar Chatarpur, die ook door rijd naar Agra (aankomst daar 12 uur later), maakt een ontzettende lawaai. Dit keer niet alleen de toeter en de motor, maar alle ramen zitten los in de aluminium panelen en ratelen bij elke hobbeltje, constant dus.

Gisteren reed er een jeep hier 100 meter verder de weg af, kwam op zijn dak terecht. Toen ik zei dat het wel een Indische chauffeur geweest zal zijn werd ik berispt. Nee, zei men, die man is een heilige, hij heeft twee kinderen gered die op de weg stonden. MMmm, ja, zo kan je het ook omdraaien natuurlijk. De waarschijnlijkheid dat die man of te hard reed, of niet goed uit keek (anders had je die kids toch al lang gezien), of gedronken had of een combinatie van deze factoren, daar werd niet aan gedacht.

Ik sta hier omdat ik wacht op de komst van mijn bovenraam. Ik heb twee adressen waar ik vast kan staan, dat is hier of in Nepal. Maar daar regent het nu veel, en ik durf het niet te gokken om daar pas mijn raam te zetten, want misschien lekt het oude raam wel. Dus genoodzaakt om het hier in de hitte af te wachten.
Zolang ik dus niks mee maak, zal ik weinig te melden hebben. Nou ken ik mezelf, het zal dus vast wel goed komen.