Nepal verwelkomde me met mooi weer en een super mooi landschap. Bovenop de bus richting Kathmandu. Eenmaal daar bezocht ik o.a. de Gatt’s waar ze lichamen creemeren. Dit verslag telt 1.972 woorden, 10 minuten leestijd.
Raar maar waar, geen douanier te bekennen, dus we liepen maar aan de andere kant van de kloof naar beneden. Een drukte van jewelste overal, je zag onmiddellijk het verschil tussen de twee landen. Mensen zagen er erg ‘ indiaas’ uit, wat onmiddellijk opviel dat de mensen zich gewassen hadden (jaja) en schone kleren aan hadden, en vriendelijk waren en graag met je prate. Er bleek wat verderop de berg af, een klein kantoortje te zijn, daar zat een ventje achter een houten tafeltje, en dat was alles. Snel de juiste formulieren ingevuld, 30$ voor de Visa betaald, ik kreeg een sticker in me paspoort, en ik kon weer door. Nou, dat was in een poep en een scheet gebeurt, ik vond het land NU AL leuk haha. Ze keken niet eens naar me bagage, laat staan een SARS controle. Ze dachten waarschijnlijk, laat dat de Chinezen maar doen.
Wij liepen verder met onze bepakking berg afwaarts, op zoek naar de bus naar Kathmandu. Helaas, die bus was er niet, maar wel eentje naar een plaatsje halverwege en die stond op het punt om te vertrekken. Marion ging de kaartjes betalen (75 roepies=75 cent) en ik lade de rugzakken in de bus. 3 minuten later vertrokken we over de super slechte zandweg.

Nepal kan zo mooi zijn, zeker van boven op een bus
Wat is Nepal mooi zeg, ik durf zelfs wel te zeggen mooier dan Tibet, maar wel anders, veel groener, veel meer natuur. De watervallen die er naar beneden denderde, de bloemen het was een heerlijkheid dat te zien na al die weken van kale bergen. (ik houd niet van kaal dat weet je toch). Een slecht punt over Nepal. Er heerst oorlog. Het klinkt vreemd, maar toch is het zo. Het haalt het wereld nieuws niet, want men vind Irak belangrijker (pfff), maar in Nepal vechten de Maoïsten tegen het regering leger, en er is dagelijks wel een vuurgevecht en/of een bom ontploffing. Er gaan dus dagelijks mensen de pijp uit, vorige week is er nog een Amerikaanse toerist dood geschoten, en het land leeft op gespannen voet, dat blijkt ook wel uit mijn verhaal.
Om er mee verder te gaan, we waren nog niet 15 minuten op weg, of de bus stopte bij een leger post, waar aan weerskanten van de weg militairen met machine geweren in de aanslag, van die zandzakken aan weerskanten waar achter nog meer lagen, veel prikkeldraad, spijker matten op de weg, het leek Israël wel. Iedereen moest de bus uit, langs de wegversperring lopen, waar tas en lichaam werden gecontroleerd, en dan verder lopen. Hierna werd de bus gecheckt, en die mocht dan door rijden, om ons aan het eind van de checkpoint weer op te pakken. De soldaten waren erg vriendelijk, toch heerste er een gespannen sfeer. Dit oponthoud duurde even een half uurtje, en je raad het al, het bleef niet bij een keer, maar ik denk dat er wel 8 of 9 checkpoint gedurende de reis naar Kathmandu.
Na twee uur heen en weer gehobbeld te hebben, moesten we halverwege van bus verwisselen. Op zich geen probleem, het hele ritueel van kaartjes kopen herhaalde zich gewoon, alleen was deze bus al een beetje vol, en er was dus geen plek. Geen nood, want in deze landen ga je gewoon BOVEN op de bus zitten als ie van binnen vol is. Zo gezegd, zo gedaan, na de rugzakken flink vastgebonden te hebben op het dak, gingen we er gewoon naast zitten, en dit tezamen met een mannetje of 30. Gezellig op de bus, en een mooi uitzicht. Al snel was er kontakt met de lokale bevolking, en toen onze buurman ons erg levendig over de door hem ervaren oorlog begon te vertellen werd het sfeertje een beetje sinister. Hij vertelde over dat ie op de weg waar wij reden, vuurgevechten had gezien, en bommen zien ontploffen, en geloof het of niet, terwijl hij dit aan het vertellen was ….BAMMMM!!!!!!!!!
Ik schrok me helemaal wezenloos, en ik zag de kogels al vliegen, maar het bleek een achterband te zijn die letterlijk ontploft was. Tja, na de schrik was het dus weer van de bus af klimmen, wachten tot de band gewisseld was en weer het dak op, om 15 km verderop weer een controle te hebben en weer de bus af te moeten. Enfin, die trip schoot niet op want weer 5 km verder was er een wegverzakking, dus weer iedereen de bus af… pfff.

Gezellig boven op de bus
Het was wel gezellig en leuk op die bus hoor, daar niet van, maar na 5 uur daar bovenop zitten kreeg ik er langzamerhand wel genoeg van. Op een gegeven moment, het werd al wat later (en frisser), moest iedereen de bus in, want, zo werd gebaard, vanaf de volgende checkpoints mocht er niemand boven op de bus zitten. Helaas paste dat dus niet, en omdat Marion en ik als laatste beneden waren, paste we echt de bus niet meer in. Tja, dan was er maar een oplossing, boven op de bus, maar dan wel gaan liggen zodat we niet door de militairen gezien zouden worden. Ik vond dat geen probleem, en het lag heerlijk languit zo, maar toen het eerste checkpoint kwam werd het toch wat angstig. Ik bedoel, als ze ons eens zagen en gingen schieten, omdat ze dachten dat we maoïsten waren die zich verstopte. Enfin, dat soort gedachten gaan dus door je heen, en we hebben zo bijna anderhalf uur op het dak gelegen, het was koud, maar de sterrenhemel mooi, en uiteindelijk arriveerde we zonder schram of kogelgat in Kathmandu.
20 oktober 2003, Boudha en Pashuppatinath
Putuwie??? zal je wel denken. Nee, dit is geen reclame voor Paturain, het zachte smeerkaas…. ach laat maar zitten ook, het onderwerp is daar niet zo geschikt voor.
Wat is het wel? Laat het me even uitleggen. Ik had dus nu op hike moeten zijn, maar door ziekte zit ik nog in Kathmandu, en ik dacht, moet toch wat, dus ik maak een dag trippie naar twee beroemde dingen.
Boudha is een hele heilige Stoepa (ik moet toch eens uitzoeken wat dat woord nou betekend) en een van de grootste van Nepal.
Pashuppatinath is een van de heiligste Hindhu tempels, waar behalve feesten en partijen, ook de dooien worden verbrand en gedumpt.
Ik had de vorige dag al een Riksja rijder gesnaaid en een prijs afgesproken om me naar de twee bezienswaardigheden te brengen. Eigenlijk is het te ver per Riksja, maar ik dacht, het is wel een leuke trip, en ik zocht een Riksja waarvan ik dacht dat die gast het geld wel kon gebruiken, en wiens kop me wel aan stond.
Ik zeg nog zo, denk er om half 10 bij het Hotel, en jij, niet een ander. Yes sir, Yes sir, al ja/nee bewegingen makend met zijn hoofie.
Toen ik om half tien uit me Hotel kwam, stond de gast er inderdaad, maar niet met zijn Riksja. ‘ This is my brother, and he take you’ . Jaa, decht niet, die broer had een onbetrouwbare tronie, dus ik zeg, bekijk het… en loop weg. Hah, die gast rook geld, en karde achter me aan, maar ben een taxi ingestapt en voor minder geld (maar minder leuk) naar Boudha gereden.
Ook deze taxi chauffeur bood me al zijn diensten aan, van gids, tot taxiritjes, bus tickets, massage en massage met happy end (om het maar netjes te zeggen). Maar Casper, onvermurwbaar, liet zich bij Boudha af zetten en liep richting de beroemde stoeppa.

De grote stoepa, opgericht ter ere van alle Tibetaanse vluchtelingen in Nepal
Tja, het leek een beetje op de Jokarta in Lhasa, een grote ronde mmmm, punthoed?, met er om heen een wirwar van winkeltjes vol met afschuwwekkende prullaria en andere goedbedoelde onzin. De tempels leken op die van Tibet, alleen hadden ze het hier nodig gevonden om er nog mooie flits en kerst lichtjes in te bouwen, zodat alles nog prullaariaarder leek (?).
Overal klonk die monotone muziek, die je gebruikt om in trance te komen en bij te bidden. Die muziek hoor je uit bijna elke winkel en is overal hetzelfde, ik heb het nu zo vaak gehoord dat ik het misschien wel leuk ga vinden. Uiteraard moest je ook hier weer kloksgewijs rond het gebouw lopen, en al lopend kan je dan weer aan de bidwielen draaien of kleine dingen offeren in de vele kleine mini tempeltjes die zich rondom de stoeppa hebben verrezen. De hele vertoning was bekend, erg toeristisch en bood weinig nieuws, dus ik was binnen 20 minuten uitgekeken.

Winkel in Kathmandu, zou na een opknapbeurt zo mooi zijn
Omdat ik zo snel hier klaar was besloot ik om gewoon lopend naar Pashuppatinath te gaan. Volgens de kaart was het een km of 4, dus een uurtje lopen, was te doen. Ik was nog wel een beetje zwakjes van mijn griep, maar langzaam lopen kan ik ook, dus op weg door velden en paden, langs vage dorpjes en stinkende vuilnisbelten.
Of de kaart was verkeerd, of ik had snel gelopen, na een minuut of 35 was ik al gearriveerd. Het hele complex was op een berg in het bos gebouwd, dat bos zat vol met apen (die ook dingen van je jatte als je niet oppaste) en door het dal stroomde de rivier die dienst deed als afval emmer. Naast een erg mooie tempel, waar ik niet in mocht omdat het alleen voor Hindoes is, waren er op de berg allerlei oude mooie gebouwen, en aan de rivier een soort stenen platformen waar de lijken op verbrand werden, ook wel Ghats genoemd.

Ik neem aan dat je snapt wat daar ligt te fikken
Deze lijken werden eerst gewassen, in gewaden gewikkeld, en dan op een grote brandstapel gelegd, de hens erin, en dan duurt het wel een paar uur voor dat uit gefikt is. Je snapt, dat er veel mensen dood gaan in een grote stad, dus er was plek voor een stuk of 20 brandstapels tegelijk. Als de boel was uitgefikt werd het in de rivier geschoven. Dat inclusief evt ziektes e.d. gaat gewoon de rivier in. Ben blij dat ik niet aan die rivier woon. Nou is het vuur heet en dan vergaan de meeste enge dingen wel, maar toch.

Je kan er gewoon langs lopen en naar kijken, daar doet men niet moeilijk over
Al om laat het toch een indruk achter op je, ook al omdat het zo anders is als bij ons. Zo stonden er gewoon hordes met vreemde mensen te kijken hoe een lijk gewassen werd en later verfikt, kleine kinderen speelde 2 meter van het lijk vandaan, en verdomd als het niet waar is, ze waren balletje hoog aan het houden met als bal een bloem van het lijk. Er waren mensen die lachte en vrolijk praten, er zat iemand een instrument te bespelen 10 meter verder en een echte bedelaar zonder benen vroeg geld aan de familie leden, dat soort dingen zou bij ons nooit gebeuren.

Hoppa, daar gaat je vader..
Verder is het overal aangeraden om bij dit soort gebouwen toch enige respect te tonen door schouders en armen en zeker benen te bedekken. En dan toch zie je weer hele hordes toeristen, die naar een begrafenis staan te staren vol met rouwende mensen, terwijl hun tieten zowat uit hun decolleté staken, of van die sukkels in spandex broekjes waar hun vermenigvuldiging organen aan alle kanten uitpuilde. Ik snap dat niet he, het toont erg weinig inzicht en of respect.

Laatste opvallende was dat ze aan de overkant van de rivier, nog geen 20 meter van de lijkverbrandingen, stonden ze in de rivier hun afwas te doen… bah
