Door Iran is altijd verrassend. Het land is groot, de wegen goed maar brandstof is een probleem. Vrolijk karde ik zuid oost waards, richting het 3 landen punt van Iran, Pakistan en Afghanistan. Dit artiekel is 3.201 woorden, 17 minuten leestijd.
Sorry mensen, hier komt weer een reis verslag. Het is weer een lapje lezen, en als je daar geen zin in hebt hier de korte versie in een zin:
Alles gaat goed.
Mijn laatste avond (en maal) in Turkije gezellig doorgebracht met Job & Janny, twee collega reizigers die in Nederland ook de boel hebben gelaten voor wat het was en voorlopig op stap zijn gegaan. Leuk is dan altijd dat ieder zijn eigen ervaringen heeft maar toch veel van dezelfde. Ze waren in veel van dezelfde landen geweest als dat ik bezocht had dus gespreksstof was er voldoende.

Door Iran route
Had ook afgesproken dat ik ’s avonds een biertje (mijn laatste voor Iran) zou gaan drinken bij Christine en Manfred, een Duits stel dat in Frankrijk woonde en met hun Renault aan het rondtrekken geweest waren door wat xx.stan landen. Helaas waren ze ’s avonds ineens van camping verkast, dus dat feest ging niet door. Een van de drie biertjes zelf maar verorbert, en de andere twee verstopt voordat de Iranese douane ze zou zien.
Job & Janny had ik uitgenodigd om met me mee te rijden naar de grens in de ochtend, en om half 8 vertrok ik dan ook met z’n drieën richting Iran. Dat was eens wat anders. Ik was eigenlijk wel een beetje zenuwachtig, dit vanwege al die verhalen over de scooter/brommers die resoluut zouden worden terug gewezen.
Het Turkse deel van de grens was chaotisch, mannetjes achter raampjes die er niet waren, (de mannetjes dan he), vage ventjes in kantoortjes die zich bezig hielden met van alles waardoor een simpel stempeltje in de paspoort zomaar een half uur in beslag neemt, en een hoop ‘official’ money changers, die zoals bekend, je een flinke poot uitdraaien. Een van die gastjes hielp me met mijn stempels en loodste me door de papieren rompslomp heen. Zonder hem had ik het ook wel gekund maar had het wat langer geduurd, dus als beloning wisselde ik 10 euro in Iranese rials bij hem. Later, aan de andere kant van de grens hoorde ik hoeveel ik was afgezet. Ik had niet anders verwacht, maar dat het verschil zo groot was…grrr. (Bank wisselkoers is 1 euro = 11000 tot 12000 rial, ik had voor 10 euro er 60000 gekregen, dus bijna de helft. Maar goed ook dat ik niet op het aanbod van die gast op Murat camping in ben gegaan, die wilde me nog minder geven.
Na zo’n 60-70 minuten verliet ik het Turkse gedeelte van de grens, er werd een zwaar hek open gedaan aan beide kanten en ik mocht door rijden. Angstig dus reed ik Iran binnen. Ik werd onmiddellijk zowat om de hals gevlogen door de officiële toeristen bureau informant. Bijzonder vriendelijke man, die het hele proces van paspoort en carnet stempels voor me regelde. Niemand wilde in mijn auto kijken en over een scooter is geen woord gerept. De grote baas van de dag was een poepie, echt, die man was helemaal gek. Hij zat maar grapjes te maken, en zelfs kushandjes naar andere te gooien. En dan niet zo van ‘ik ben verliefd op je’ want dat soort uitingen zijn taboe in Iran, maar op zo’n manier als eigenlijk alleen Aziaten dat kunnen (dacht ik). Het lijkt een homo trekje maar is gewoon goedbedoelde gein. Ik vond het allemaal best, trok mijn grootste grijnsbek de hele tijd en gaf de man een van mijn dankbiljetten (lijkt op een bankbiljet waar mijn foto op staat en toen was het helemaal dolle pret). Na goed anderhalf uur stond ik weer buiten met alle nodige papieren en stempels. Ik verwachte nog elke seconde dat er iemand me na zou schreeuwen ‘hè… wat staat daar achter op die camper’,… maar nee hoor alles ging perfect.
Totdat er nog één kleine formaliteit moest worden afgehandeld. Ik moest met een onguur uitziend figuur meerijden (of hij met mij dus) naar een gebouw 1 km verderop waar mijn auto geregistreerd moest worden en dan kan ik vertrekken. Ik vertrouwde die gast al voor geen cent, en er werd mij tot twee keer toe door andere mensen ingefluisterd’ geef ze geen geld’. Alleen maar dat, verder niks.
We waren nog niet op weg naar dat registratie kantoortje of zijn telefoon ging al. Die kreeg ik even later in de hand gedrukt, en een onbekende stem vertelde me dat ik vergeten was de 100$ road tax te betalen en of ik dat maar even aan deze mijnheer mee wilde geven. Ik heb hem gelijk verteld wat ie kon, en duidelijk gemaakt dat ik dat niet zou doen, maar ja, hij moest nog wel even die registratie regelen, dus ben er verder niet meer op in gegaan en gewoon maar ja geknikt. Toen die registratie klaar was en ik dus kon gaan, heb k eerst al mijn papieren en mijn paspoort van hem terug gevraagd en daarna gezegd dat ie de boom in kon. Hij was niet blij. Pech.. Dat was wel een domper op een verder perfecte behandeling van de Iranese grens posten, mijn complimenten hier over.
Nog snel even bij de bank 50 euro gewisseld, een pak Khomeini’s (een Khomeini is 10.000 Rial en heet zo omdat die gast zijn kop erop staat) er voor terug gekregen, en koers naar het zuid-oosten gezet. Bij de eerste benzinepomp wat diesel gekocht, maar ik kon maar 120 liter krijgen. Later die dag bleek hoe moeilijk het toch weer is om diesel te tanken in Iran. Veel stations hebben niets, of ze hebben wel maar moet je bepaalde bonnen hebben, of ze weigeren je gewoon. Het heeft me best moeite gekost om een tank vol te krijgen, maar dat is nu geregeld.
Onderweg was ik niet zeker of ik goed reed, en toen ik even stopte om het aan iemand te vragen stapte ie gelijk in, want hij moest ook die kant op. Tja, dat was niet helemaal de bedoeling maar kon hem moeilijk eruit zetten. Hij had zijn zoontje bij hem (jaar of 6 of 7) en beide spraken geen Engels, dus de conversatie was vrij nihil. Verder is het rijden in Iran erg prettig (tot nu toe) en hoop ik snel Kerman te bereiken, waar Kees en Els op mij wachten.
Na een prettige nacht geslapen te hebben in de droge bedding van een rivier, in de morgen om 7 uur mijn reis voortgezet. Het was 15 graden en voelde erg koud aan maar dat was juist heerlijk (stom he, waarschijnlijk omdat je weet dat het zo weer oventje wordt). In het veld vlak bij mijn auto stonden wat Iranezen al vroeg hooi te oogsten maar ze keken nog niet om naar me. Wauw, was dat in India ook maar zo.

Weinig bijzonders te vertellen. Ik was om half 10 in Zanjan, waar ik even bij de garage stopte die me vorige keer zo goed had geholpen. Ik gaf de man een dankbiljet en ik had wat moeite om hem te overtuigen dat het geen echt geld was (jeming, me eigen harsens staat erop). Ik belde ook Mohammed Reza (alias Jason) en Vahid Makki, (alias GG), personen die ik toen ontmoete en waarmee ik nog steeds via internet contact had gehouden. Beide waren niet thuis, of men begreep mijn Engels niet, dat was een beetje een domper. Plots vertelde de eigenaar van de garage (terwijl ie een complete motor in elkaar aan het schroeven was, en dan bedoel ik dus dat alles uit elkaar is geweest), dat zijn broer mij wilde ontmoeten en of ik aub mee wilde komen. Ik had allemaal geen flauw benul waar het om ging, maar ala waarom niet. Met mijn auto, met naast me de garage eigenaar, in een zwarte broek die ooit een andere kleur geweest was. Hij loodste me door Zanjan heen en we kwamen bij een niets zeggend gebouw met een hek erom. Het kon een moskee zijn, of een gevangenis of een bordeel, ik had geen flauw idee. Het bleef het hoofdkwartier van de Iranese oliebedrijf te zijn (afdeling Zanjan dan) en zijn broer was daar hoofd financiële zaken. Aardige man, wat zitten praten. Plots kreeg ik een vraag waardoor ik in verlegenheid werd gebracht, namelijk wat die rare foto op mijn website was. Ik wist gelijk wat ie bedoelde, maar hield me even van de domme. Echter bleef ie volhouden, en hij doelde op een aantal moslim bidders, die op straat gebogen zitten, en er een bidder stiekem een ander van achter pakt. Het was een geintje, maar vergat helemaal dat ik die op mijn site had staan. Wist dus niet zo goed wat ik moest antwoorden dus wimpelde het wat af met ‘ach, daar moet je de humor van inzien’ . Terwijl ik dat zei dacht ik ineens aan de Deense cartoons en snapte dat zei de humor er niet van in zouden zien. Dus ik brabbelde wat en zei dat ik het weg zou halen, en veranderde snel van onderwerp.
Later, weer terug bij de auto en de garage, ik wilde net weer weg gaan richting Pakistan, kwam toch ineens Vahid aankakken. Die had op de een of andere manier toch gehoord dat ik er was en kwam me hartelijk begroeten. Toen kwam verlegenheid nummer twee. Hij kwam ineens met een wandelstok aan, waarvan het handvat als je er aan trok, vastzat aan een joekel van een degen. Die had ie voor mij gekocht. Ik wist niet hoe ik de man moest bedanken, en had eigenlijk niks om terug te geven, Dat zijn van die momenten, dan voel je je ongemakkelijk en ik reed dus maar snel weg.
Verder die dag weinig bijzonders gebeurd, weer strijd gehad met de diesel maffia, zo waar gewonnen want op dit moment zitten alle twee mijn tankjes helemaal vol (dus das 500 liter). Gestopt vlak voor Savén. Omdat ik vanuit het oosten aan kwam rijden, ik ben namelijk om Teheran heen gereden via Takestan en Hamedan, sta ik nu boven op een berg, midden tussen de niksigheid, met naast me twee bouwvallen lemen hutjes die verlaten zijn (tenminste, dat hoop ik, en anders merk ik het vannacht wel.
De volgende dag als een beest gereden. 700 km op een dag, das echt te veel van het goede. Zeker omdat mijn rug, of liever mijn linker zij pijn doet. Het word tijd om wat te rusten denk ik. Ik had twee volle tanks, dus theoretisch kon ik er tot Pakistan mee komen. De dag verliep verder redelijk probleem loos. Een keer door oom agent aan gehouden , omdat hij het leuk vond. Wilde perse binnen kijken, en mijn rijbewijs zien en paspoort. Daarna weer door. De wegen waren over het algemeen goed en ik kon flink door karren. Na bijna een dag rijden was mijn eerste tank bijna leeg dus stopte ik bij elk tank station. Helaas pindakaas, overal werd me nee verkocht. Op een gegeven moment zwaaide er een vrachtwagen chauffeur naar me. Vond me zeker knap. Hehe, nee, dat gebeurt veel hier, mensen die uit vriendelijkheid naar je zwaaien. Dus ik zwaaide uiteraard uitbundig terug. 50 km verderop was er eindelijk een tankstation die diesel had en waar de rij met vrachtwagens acceptabel was. Ik sloot dus achteraan, en na 2 minuten kwam die zelfde chauffeur langs.
Hij zag me in de rij staan, ging midden op de snelweg vol in de remmen, parkeerde zijn 18 tonner op de vluchtstrook, holde naar me toe, stelde zich netjes voor en vertelde me dat ik helemaal niet in de rij hoefde te gaan staan. Hij klom bij me in de auto (na verzoek van mij natuurlijk) loodste me langs de rij wachtende vrachtwagens, en binnen 3 minuten had ik weer een volle tank.

Super aardige vrachtwagen chauffeur annex leraar
Tja, zoveel vriendelijkheid, dat s typisch Iran. Ik nodigde de man uit voor een colatje in mijn auto, en daar kwam het hele verhaal….. broer woonde in Holland, hij zag mijn nummerbord… de rest kan je wel raden. Zijn Engels was goed. Hij was officieel leraar mechanica, maar omdat dat te slecht betaalde had ie een baan als vrachtwagen chauffeur genomen. En dat gaat niet zoals in Holland hoor. Hij reed ´s ochtends weg uit Teheran, reed aan een stuk door naar Bandar´abas waar die rond 3 uur nachts dan aan kwam. Daar werd er even geslapen, om dan de volgende dag na het slapen weer terug te rijden. Ritten van 20 uur dus. Bah bah. Enfin, ter plekke werd met zijn mobiel zijn broer in Holland gebeld , bleek in Hellevoetsluis te wonen, maar wat zeg je dan door de telefoon….?
Verder een bakje koffiethee met hem gedronken. Ja echt. Hij deed nescafe in een kopje en schonk daar thee boven op. Het smaakte niet echt lekker maar met een stukje peperkoek er bij om het weg te spoelen ging het wel. Om half 7 was ik in Yazd. Jezus, wat was dat verandert in die korte tijd dat ik er niet was geweest. Ik bedoel, de straten en zo alles was wel het zelfde, maar het was me toch een partij druk, niet normaal. Duizenden brommertjes en scootertjes zoemde als vliegen om een stuk stront om me heen, elke vierkante cm werd benut, en het was zeer onprettig rijden. Bij Silk road Hotel aangekomen, waar normaal gesproken een rustig voorplaatsje was om je auto te parkeren, was het nu een stoffig parkeerterrein geworden, vol met mensen en dezelfde kleine motortjes die heen en weer scheurde. Dat gecombineerd met het geluid van de moskee die volgens mij de speakers continu hebben blèren, was het geen rustig plekje meer. Omdat het donker was toch maar gebleven, maar lekker was het niet. En met om 9 uur nog 33 graden was het wel drukkend warm. Besloot dan ook om de volgende dag verder te rijden. Niet in de ochtend vroeg maar ergens in de middag, om dan halverwege Bam ergens in de woestijn te slapen, dat geeft me dan even tijd om adem te helen, boodschapjes te doen en wat huishoudelijke zaken te regelen (internet en zo) .
Ik had net een lekker stuk vlees gekocht om vanavond door de gehaktmolen te halen, was onderweg naar mijn auto om te gaan vertrekken toen ik plots Hadi Safaeian tegenkwam. Die had mij vorige keer geholpen met het wassen van de auto (tenminste, mij naar een goede plek gebracht). Hij staat ook in de Lonely Planet als zijnde een goede gids, en hij weet inderdaad veel van Yazd. We stonden even te praten, hij moest mijn auto natuurlijk zien, en al pratende merkte ik dat ik honger had (het was half twaalf en ik was om 5:30 al opgestaan). Ik besloot Hadi uit te nodigen voor de Lunch, hij weet alle goede restaurantjes. Dat was erg gezellig, er kwam nog een vriend van hem bij en na wat heerlijke chicken kebab ben ik vertrokken richting Bam. 50 km voor Kerman de woestijn ingereden, auto tussen twee zandkorrels in geperst en de gehaktmolen te voorschijn gehaald. Het was voor het eerst dat ik dat ding gebruikte, en dat was wel te merken. Het vlees zat OVERAL. Van keuken tot aan de ramen, afwasborstel, alles vol met gehakt. Maar een lekker bakkie macaroni was het wel.

De volgende dag vroeg vertrokken en om een uur of tien kwam ik Bam binnen rijden. Het Hotel was makkelijk te vinden, dat lag immers aan de hoofdweg. Maar wat zag ik in eens, een groot bord voor het Hotel met daarop ‘Welkom Casper”. Dat was een leuke hart verwarmende groet van Kees en Els, die ik dan ook een paar minuten later in de armen sloot.

Eindelijk rust, het snelle rijden was voorbij. We hebben de hele dag zitten kletsen in de schaduw. Volgende dag ook rustig aan gedaan, Bam in geweest en nogmaals de totale vernieling van de stad aanschouwt (wat dus nog steeds niet echt opgebouwd is). Men is nu wel hard bezig, maar toch…

De plannen werden ondertussen gesmeed. We wilde in een keer met twee auto’s vanuit Bam de Pakistaanse grens over steken. Er gingen geruchten over rellen in Quetta. Dat is in Pakistan, maar ook in Zahedan, de Pakistaanse grens stad was het niet pluis. Dit is bandieten stad nummer 1 (grenst aan Pakistan, Iran en Afghanistan, dan weet je het wel).

Het plan verliep prima op een detail na. De weg na Bam is beduidend minder druk en daardoor wel prettiger rijden vind ik. Tijdens een korte lunch keek Kees onder mijn auto en zegt heel droog…’Je schokbreker hangt los. Inderdaad hing de schokbreker van mijn linker achterwiel als een lam vleugeltje onder de auto. Zo, dat is slecht nieuws, zeker als dat hier in bandietenland gebeurt. Op zich kan het niet zo heel veel schade doen, maar het is wel opmerkelijk dat dat nu al gebeurt. Wellicht kon dat ook verklaren waarom mijn auto zo danste op die slechte Turkse wegen. Na inspectie bleek dat er een grote bout was los getrild en uitgevallen. Een 20 mm bout, met andere woorden een forse, ik zou moeten wachten tot Quetta om dat probleem op te lossen en ondertussen voorzichtig rijden.
Met de nodige strubbelingen waren we om 6 uur in de middag lokale tijd bij het PTDC motel in Taftan. (het grens gehucht aan de Pakistaanse kant van de grens) De grens overgang was erg rommelig, ze waren nieuwe huisjes aan het bouwen dus alle papierwerk moest weer in andere huisjes dan voorheen. Niet dat er ergens bordjes stonden of wat, dus na heel wat zoekwerk de Iraanse grens gepasseerd. Aan de Pakistaanse kant was ik weer bang dat men wat zou zeggen over mijn scootertje. Ik probeerde steeds mijn auto zo te parkeren dat de achterkant onzichtbaar was. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een overgang zonder problemen (wel een uur wachten omdat de mijnheer die de papieren deed nog even te druk was met zijn middag dutje).
Iran achter me latend, moet ik ook nu weer zeggen dat het een prettig land is om als toerist te zijn. Mensen zijn erg vriendelijk en bereidwillig, je wordt niet gevolgd of gestalked, de wegen zijn goed en vrij staan met de auto is meestal nergens een probleem (behalve dan in het zuidelijke Zahedan). Wel is Iran veel drukker dan voorheen. Het verkeer is drukker, vooral tussen de steden, vrachtverkeer van Bander’abas naar Teheran is continu. Het krijgen van Diesel vond ik nog moeilijker dan vorige keer. Daar moet je echt rekening mee houden, en als je maar 100 km in de buurt van een of andere grens bent (zij het Pakistan, Turkije, Irak of Afghanistan) dan is er vaak geen drup te krijgen. Als je het dan wel vind is het lachen naar de bank zoals dat heet, want voor iets meer dan een cent per liter gooi je graag je tankje even vol. Rijden in Iran is verder ook leuk omdat iedereen naar je lacht, zwaait of hallo roept, en die vriendelijkheid maakt dat je vanzelf meegaat in de vrolijkheid en vriendelijkheid van de mensen.