Leh Ladakh en de hoogste weg ter wereld.
Sinds ik in Azië rijd wil ik graag naar het uiterste noorden van India rijden, de zo genaamde Leh en Ladakh regio. Dit is het gebied wat grenst aan China, er is geen duidelijke grens lijn en zo af en toe waren er ….eum laten we zeggen vergissingen aan beider kanten, dan laait het geweld tussen de twee landen weer even op. Komt bij dat het westelijke gedeelte tegen Pakistan aan ook niet altijd rustig is. Hier wonen veel moslims, een doorn in het oog van India, dus die worden wat onderdrukt. Ook de grens met Pakistan is niet duidelijk. En je kent de moslims. Als die hun zin niet krijgen volgen er aanslagen, er worden bommen gelegd en geweld breekt weer uit.
Ondanks al deze onzekerheden is de regio een van de wonder schoonste ter wereld, zeer schaars bevolkt en de weg naar het verre noorden is… laten we zeggen een flinke uitdaging. Avontuur dus, en dat is natuurlijk wat ik zoek.
Maar elke keer kwam er wat tussen. Je kan niet ten alle tijden hier naar toe rijden. In de winter zijn de passen dicht, in het regen seizoen heb je de kans van weg geslagen wegen, rivier beddingen waar je niet meer doorheen kan etc. Dus het was elke keer de verkeerde tijd, of er waren ernstige onlusten, maar nu was het zo laat.
Dus eindelijk reed ik, na een bezoek van een paar dagen aan Manali, richting het noorden, niet wetende wat me te wachten stond.
Het begon al bij de eerste hobbel, de eerste hoge berg, de Rothang pass. Voor de mensen uit bijvoorbeeld Delhi is dit een leuk uitje, omdat hier soms nog wat sneeuw ligt. Dus die boeken een auto met chauffeur en doen een weekje de bergen in. Ik heb het geweten, want al deze Indiase dag toeristen scheuren dan de pass op vanuit Manali, spenderen een paar uur boven en scheuren dan weer terug naar Manali voor warme chocolade melk en een curry. De weg naar boven is erg small, ik rijd met een vrachtwagen en ben dus niet snel. Je snapt het resultaat. Toeterende files achter me. Tja, ik kan er niks aan doen dat er geen gelegenheid tot passeren is, maar irritant is het wel. Zo erg dat ik het op een moment even gehad had. Ik stopte, op een steil stukje, uiteraard midden op de weg. Liep demonstratief en langzaam rond mijn auto, inspecteerde mijn banden, schopte er eens tegen en liep naar het eerste autootje achter me. Wat is er, vroeg ik. Je toeterde de hele tijd dus ik dacht wellicht heb ik een lekke band of zo? Ik zag de chauffeur rood-heet worden maar ik lachte, groette vrolijk en vervolgde mijn weg. Dacht je dat het toeteren op hield? Dan ben je nog nooit in India geweest.

Eenmaal boven was de situatie lachwekkend. Het was er 10 graden of zo, zonnetje scheen, maar er lag nog wat sneeuw, wellicht 100×100 meter of zo. De rest was al gesmolten. Dan zie je dus lui, die beneden een dikke jas, handschoenen, pet en sjaal hebben gehuurd (en er dus zijn ingetrapt) trots op dat stukje sneeuw. Foto moment dus.

Ik heb het even aanschouwd en ben weer verder gereden. Tja, als je helemaal naar boven bent gereden, moet je ook weer omlaag. Wat denk je, brede weg? Vangrails? Haha, kijk maar naar de foto.

Eenmaal beneden vervolgde de weg zich door het dal, om na verloop van tijd ergens weer omhoog te klimmen, en, je raad het al, aan de andere kant weer naar beneden te gaan. En zo tufte ik langzaam verder, met heel af en toe een uitgestorven soort nederzetting van 2 huizen en een tent. Een er van hete ZingZingBar. Leuk. Ik kan niet zingen en ik zag ook geen bar. Iets groter plaatsje was Keylong, ook daar stopte ik niet.
De wegen werden steeds slechter, de ver gezichten steeds mooier, de afgronden steeds dieper. Ik was begonnen met elke keer bij mooie plekken te stoppen en foto’s te maken, maar na verloop van tijd heb ik dat achterwege gelaten, achter elke bocht was weer een mooi zicht.


Het was ondertussen 5 uur in de middag en tijd om een slaap plekkie te vinden. Maar ik zat op 5000 meter en wilde eerst een stukje dalen. Zo dalend kwam ik drie vrachtwagens van het leger tegen en er was geen plek elkaar te passeren. Dus moest ik, in het schemer, achteruit op een weg met een afgrond van 1 kilometer diep. Dat koste me bijna mijn leven, ik had een gat met afgrond net gezien. Het scheelde misschien 5 cm of ik had dit niet meer kunnen schrijven.
Na nog wat zakken vond ik een veldje met uitzicht op mooie rooie bergen en parkeerde voor de nacht. Ik sliep die nacht erg slecht, had last van de hoogte en toen het begon te schemeren om 5 uur in de ochtend vertrok ik ook maar. En zo hobbelde ik een totaal van 4 dagen door, dan omhoog, dan omlaag, dan door rivier beddingen of door dalen. Dorpjes waren er niet meer, het was geheel verlaten.

Uiteindelijk in Leh aangekomen, de hoofdstad van Ladakh, viel dit me een beetje tegen. Het lag in een vallei en leefde duidelijk van het toerisme. Maar, ik was natuurlijk niet alleen voor de stad gekomen dus plande mijn opties. Ten eerste het Hemis klooster, waar het zomer festival werd gehouden, dan de hoogste weg ter wereld en daarna, op de terugweg het Moriri meer dat grenst aan China.


Het Hemis klooster festival was er een om nooit meer te vergeten. Er word, door de monniken, een verhaal nagespeeld , verteld en uitgebeeld, maar op zo’n manier dat je niet eens tijd hebt om te blinken. Ik zal een paar foto’s plaatsen, ik heb er te veel om allemaal te publiceren.





Eenmaal terug van Hemis was de hoogst berijdbare weg ter wereld aan de beurt. Dus vrolijk begon ik weer aan een hobbelpad omhoog. Deze weg werd als maar nauwer en slechter, ik snap dit niet. Geloof dat dit een van de toevoerwegen voor het Indiase leger is. Maar daar heb ik niet meer zo’n hoge pet van op.

Anyway, de boeken en documentatie en de Indiërs melde dat deze weg tot 5600 meter liep. Bijna boven begon ik te twijfelen, helemaal boven gaf mijn GPS 5385 meter aan. Toen ik het boven begon na te vragen kreeg ik ontwijkende antwoorden, excuses en lariekoek op mijn mauw gespeld.

Nu is 5385 ook hoog hoor, maar geloof niet de aller hoogste ter wereld. Dus hobbelde ik weer terug dezelfde weg af, niet na een bezoek gebracht te hebben aan de fameuze zandduinen in de Himalaya. Die waren zo on spectaculair dat ik je de foto onthoud.

Als laatste bleef het Moririr meer over, dus na inkopen gedaan te hebben in Leh toog ik me op naar een van de hoogstgelegen meren ter wereld en de grens met China. Nu melde kennissen die deze kant op waren geweest dat het Pangon meer ook erg mooi was, dus besloot ik beider te bezoeken. Ook nu weer hobbelen, ach je wendt er aan. Vlak voor het Pangong meer paniek. De weg was weg geslagen en er was maar één omweg mogelijk, via een rivier bedding. Maar omdat het al later in de middag was stroomde deze rivier welig (gletsjer water stroomt harder in de middag) en was het een groot risico. Kwam nog bij dat er een bus kapot was gegaan idden in die beek, dus je moest daarvoor ook nog eens uitwijken. Met zwetende peentjes en een natte bilnaad lukte me er over te komen en spendeerde een hele rustige nacht in mijn uppie aan het meer.

In de ochtend terug.

De kapotte bus was weg en er stond bijna geen water in de beek, dus hoppa, zonder problemen terug. Ik kende de weg naar Manali, maar twee keer dezelfde weg is ook zo wat, dus nam ik een shortcut. Ahem, dat werd dus een hele spannende. Ik reed uren over zandvlaktes zonder een enkel spoor van een weg of sporen van andere auto’s, ik was helemaal de weg kwijt. Ik kon op mijn GPS zien dat ik de goede kant uit ging maar had geen idee of ik bij de doorlopende weg uit zou komen of ergens vast zou komen te zitten.
Met al mijn rijders kunsten, een beetje geluk, de GPS en alle goden kwam ik andere auto sporen tegen in het mulle zand. Ik erachter aan. En na verloop van tijd lukte me het om op de bestaande weg terug te komen, maar dit heeft me bijna een dag gekost. Short cut, me hoela.

Tja, verder terug was meer van hetzelfde. Ik bedoel dus, slechte wegen, mooie uitzichten, verlaten landschappen. Ik genoot met teugen. Tot ik plots op een helling een colonne met militaire vrachtwagens tegemoet kwam. Ik ken dat ondertussen. Zijn de Indiërs in het normale verkeer al lomp, die militairen die niet in hun eigen auto rijden zijn dat nog eens dubbel, en vinden zichzelf erg belangrijk. Dus zou gauw ik ze in de verte aan zag komen een uitwijk plak opzoeken, zo ver mogelijk aan de kant gaan staan. Dat duurde weer even want het waren er nogal wat.

Uiteindelijk belande ik weer bij de Rothang pass, en kroop i de eerste versnelling en in High Gearing weer omhoog richting bewoonde wereld.

Ik denk nog vaak terug aan deze rit, een van de hoogste hoogtepunten van mijn reis.
