3.974 woorden, 21 minuten leestijd.
Door China rijden is avontuur. Avontuurlijk is het rijden zelf maar avontuurlijk was ook het organiseren er van. Want, zoals de kenners weten, kan je niet zo maar bij de grens aankomen zo van : Hier ben ik. Nee, alles moet georganiseerd worden. Behalve de papieren, zoals een chinees rijbewijs, ook de route en…. de gids. Je moet verplicht een gids mee nemen. En alles moet van te voren worden goedgekeurd, afgestempeld en georganiseerd.
Deze etappe van de reis zal ik je besparen, maar eenvoudig was het niet en de route werd keer op keer weer veranderd.
Hoe dan ook, eind augustus 2007 melde ik me aan de Chinese grens. En niet zo maar een grens, maar de grens met Pakistan. Om hier te komen moest ik de Karakoram Highway slechten. Geloof me, de weg was High maar niks highway (maar wel super super mooi).

Had qua tijd een ruime marge genomen want op deze route kan er van alles gebeuren. En dat deed het ook, maar toch kwam ik ruim op tijd bij de Chinese grens aan.
Vlakbij de plaats Kashgar wachtte ik hier op mijn gids. Het bleek een jonge vrouw te zijn, genaamd TingTing. Na een korte kennismaking hielp ze me met het slechten van de Chinese bureaucratie. Dat verliep traag maar zonder grote problemen. Op een klein hindernisje na.
Bij het inspecteren van mijn camper werd me onder andere gevraagd of ik wapens bij me had, drugs bij me had, (drank mocht blijkbaar wel) of propaganda, zoals boeken over Tibet etc. Ik had gelukkig het Free Tibet vlaggetje nooit op mijn auto geplakt, dus mij zouden ze niet pakken. Totdat een van de beambte, na het open trekken van elk kastje en laatje, mijn wereldkaart zag die aan de wand van de camper hing. En op die kaart, die ik gewoon in een reis winkel in Nederland had gekocht, was de kleur van het land China en de kleur van het eiland Taiwan anders.
Iets waar je als westerling zelfs niet eens naar kijkt, laat staan dat het op valt, maar de Chinees vond het onacceptabel. Immers, in zijn optiek, zijn de beide één land, dus behoren dezelfde kleur te hebben. Hij begon om de kaart van de wand te halen onder de mededeling dat deze nooit het land in zou kunnen komen. Ik was het hier natuurlijk niet mee eens en er ontspon zich een discussie. Ik had de kaart van mijn moeder gekregen melde ik, het was allemaal niet erg, ik heb de kaart niet gemaakt. Enfin, ik haalde alles uit de kast maar de Chinese Douanier bleef er bij, deze kaart komt het land niet in.
In een vlaag van opstandigheid pakte ik een schaar, knipte Taiwan uit de kaart, gaf hem het land Taiwan en hing de kaart weer op zijn plek. Onder het motto van ; Als je Taiwan zo graag wil hebben, altjeblieft.

De Chinees stond met grote spleetogen te kijken, ik was even bang dat hij boos zou worden, maar uiteindelijk draaide hij zich om en zonder een woord te zeggen verliet hij mijn auto en kon ik China inrijden.
Na een dag op een Hotel parkeer terrein in Kashgar, waar TingTing lekker in het Hotel sliep en ik dat mocht betalen, begon onze reis. Ik had geen idee wat ik moest verwachten en reed dus langzaam en rustig Kashgar uit. De eerste dag voerde de weg zich zuidwaards richting Hotan. De wegen waren ietwat hobbelig en small maar verder wel goed. Dit was duidelijk geen hoofdweg. Kwam veel ezel en paarden karren tegen en verder was er niet erg veel verkeer.

Wederom werd er een Hotel voor Madam TingTing uitgezocht, ik sliep op de parkeerplaats. In de volgende dagen reden we door de fameuze Taklamakan woestijn. Hier zag ik voor het eerst het Chinese wonder. Een super mooi aangelegde weg, dwars door deze woestijn, die niet voor de Sahara onder doet. En langs de gehele weg van 500km hebben de chinese bomen en helmgras aangeplant en voor de hele weg een systeem van water punten en irrigatie opgezet. Fenomenaal. Dat moet een immens karwei geweest zijn en ik ben heel benieuwd hoe dat er nu uit zal zien.

Via Yanqi en Toksun reed ik in een paar dagen naar Urumqi, een plaats die nu in de schijnwerpers staat om vermeende onderdrukking van de moslim.
Zoals alle grote steden van China is ook Urumqi een parel waar we in het westen een puntje aan kunnen zuigen. Mooie brede wegen, goed openbaar vervoer, ruimte voor de fiets en leefbaar.

Na Urumqi weer dezelfde weg terug via Turpan oostwaarts. Turpan is het laagst gelegen deel van China met 150m onder de zeespiegel, en dat maakt het ook het heetste gedeelte van China. Men doet hier veel aan druiven teelt, die door de hitte erg zoet zijn, en aan het drogen van druiven. Hiervoor heeft men speciale drooghuizen die, in de hitte, de druiven natuurlijk drogen.
De wegen richting Lanzhou zijn duidelijk belangrijkere wegen. Soms vierbaans, soms tweebaansweg, maar altijd goed. TingTing had een bezichtiging van een druiven drogerij op de planning, maar ik vergat te remmen en we reden snel door. Het was mij te warm.

Bij het oversteken van de prefectuur grens naar Xinjang verslechterde de weg. Xinjang is de grootste provincie van China en het koste me bijna een week om er doorheen te rijden. Gedeeltelijk kwam dit ook door de belabberde weg. Het teer was in veel plaatsen door de hitte opgebold of gesmolten, dat haalde de vaart eruit. De omgeving was ook wat saai, beetje pampa achtig met veel zand en wind.

Toen ik in de middag besloot om te stoppen en wat te eten, hoorde ik een sissend geluid uit een van mijn banden. Een grote bout stak er uit. Lekke band, mijn eerste.
Bij de overnachting in Anxi mochten we in het uitgezochte hotel niet blijven, ze hadden geen vergunning voor buitenlanders. (pfff China, nog steeds?)
De weg werd langzaam minder droog. Groen verscheen langzaam in de natuur en de weg was weer beter, het werd weer een genot om te rijden. TingTing was erg stil de hele reis. Ze zou nooit vanuit zichzelf gaan praten, alleen antwoorden als ik wat vroeg. Verder zette ze een grote zonnebril op en deed alsof maar ik zag dat ze veel sliep.
In Jiayuguan hield ik een rustdag, bekeek een stuk oude Chinese muur (die hier niet gerestaureerd was) bezocht een markt en wat mooie Chinese oude gebouwen.

Door naar Wuwei wat een leuke stad bleek te zijn. Na wat toeristische dingen te hebben gedaan de volgende dag door. Ondanks dat de weg erg goed was kreeg ik toch een scheur in mijn brommer drager. Met hulp van TingTing een lasser gevonden die dit even vakkundig repareerde.
Door naar Lanzhou, weer zo’n erg mooie megatropolis. Met de kabelbaan naar boven voor een mooi uitzicht.

Vanuit Lanzhou reed ik richting Chengdu, een stad die ik kende van mijn backpack tijd. Het was 1000 kilometer en als de wegen goed waren is dat met een vrachtwagen in twee dagen te beslechten. Het begon inderdaad met prima weg maar veranderde na een paar honderd kilometer in India’se bagger. Hier hadden de Chinese ingenieurs zich nog niet over gebogen. En hoe verder ik kwam, hoe erger het werd. Kwamen ook nog eens bergpassen met kronkelweggetjes bij, dus de snelheid hield niet over.
Dat geeft dan mooi de gelegenheid om eens met TingTing van gedachten te wisselen over het verschil in onze culturen. Ook maakte ik haar duidelijk dat ik naar China was gekomen om de cultuur te snuiven, Chinezen te ontmoeten, maar zij mij daar steeds voor afschermde. Ik dacht dat ze het wel snapte maar bij de volgende gelegenheid deed ze precies hetzelfde, ze praten met lokalen in een restaurantje en negeerde me compleet in plaats van me te betrekken in het gesprek. Jammer.

Het duurde dagen hobbelen voor ik Chengdu bereikte. De wegen bleven bagger maar de uitzichten en omgeving waren erg mooi. Dus hobbelde ik voort terwijl TingTing zich achter haar zonnebril verstopte.
Eenmaal aangekomen in Chengdu was deze stad in die paar jaar dat ik er niet was geweest compleet getransformeerd. Van een regionale boeren hoofdstad was het een moderne metropolis geworden met brede wegen en winkel centra. Bah bah.

Mijn reisorganisatie zat in Chengdu en de eigenaar, een joviale man, nodigde mij uit een avondje stappen. Met alle gevolgen van dien, want de Chinezen kunnen drinken en doen dat dan ook fanatiek. Voorbeeld, we gingen met z’n tweeën op een terras annex kroeg zitten en hij bestelde 24 bier in een keer. Dat was goedkoper dan elke keer los bestellen. Het was erg leuk en boeiend en hoe ik thuis ben gekomen wil je niet weten.
Na een paar dagen Chendu was het tijd af te zakken richting Laos, via Dali en Kumming. Over landweggetjes met gigantische rijstvelden bezocht ik het zeer toeristische Lijiang en Dali. Mooi maar erg veel poppenhuis. Helaas hielp het weer niet mee, de wegen waren ook niet geweldig. Maar weer die uitzichten he, bah bah, zo mooi.

Zowel Lijiang als Dali zijn erg mooi gerestaureerde dorpen waar de tourgroupen met Chinese toeristen in overvloed en luidruchtig aanwezig zijn. Maar alles is goed geregeld, tot in de puntjes afgewerkt en typisch chinees. Maar de moeite waard, zeker voor een dagdeel.

Naar Kumming was verder mooie snelweg en enigszins saai, maar het schoot wel lekker op. In deze stad fietste ik wat rond, verdwaalde gigantisch maar genoot er van.
De laatste etappe was naar de grens met Laos. Mooie weg met super mooi aangelegde bruggen, het was duidelijk dat men Laos bereikbaar had willen maken. Bij de grens aangekomen wilde ze me er niet uit laten omdat ze bij binnenkomst niet de juiste papieren voor mijn scooter hadden gemaakt. Ik weigerde het ding achter te laten en liet het probleem bij TingTing. Kon ze eindelijk ook eens werken voor haar geld.

Goed, dan de terugblik die ik in 2007 zelf schreef. Ondertussen is er denk ik een hoop veranderd in China, men is wat opener geworden dussen een aantal opmerkingen zullen nu niet meer van toepassing zijn. Maar toch, ik schreef dit, en let op de laatste paragraaf, die is nu erg actueel, ik wist het in 2007 al:
China, het mysterieuze land in het oosten. Zo hete het vroeger, en zo zou het nog steeds moeten heten vind ik. Ik ben er 40 dagen geweest. Doorkruist van west naar oost en heb er 7000 kilometer gereden. Ben in Moslim gedeeltes geweest, in boeddhistische gedeeltes en in de stukken waar religie weinig tot geen rol speelt. Ben ik grote plaatsen geweest en in kleine dorpjes waar ze weinig tot nooit een buitenlander zien. In de jungle van het zuiden, in de woestijn van het westen.

Dit is mijn derde bezoek aan China. Twee eerdere bezoeken met de rugzak afgelegd, 3 jaar geleden (of is het al 4?). Toen was ik niet erg blij met China, sterker nog ben zelfs een keer ‘gevlucht’. Hoe is dat nu, wat vind ik nu van China? Vind ik het ‘ het geld en de moeite waard’ om er door heen te reizen met eigen vervoer? Hier mijn persoonlijke mening. Let op, persoonlijk dus!.
My route door China.
Om maar gelijk met de Chinese deur in huis te vallen, China is nog steeds een moeilijk en soms zelfs onprettig land om in te reizen. Dit vanwege de mensen, maar daar kom ik zo op terug. Er is veel te zien in China, dat maakt het reizen in dit land nog enigszins boeiend.

Op veel plaatsen heb ik een gevoel van onbehagen, het gevoel niet welkom te zijn en dat maakt voor mij het reizen in China niet bijzonder prettig.
Waarom vind ik China niet prettig?
In de eerste plaats denk ik omdat de gemiddelde Chinees niet van buitenlanders houd. Ting Ting, mijn gids, blijft volhouden dat dit niet zo is. Ze beweert dat Chinezen niet met buitenlanders spreken omdat ze zich schamen voor het niet spreken van Engels of omdat ze verlegen zijn. Ik geloof die uitvluchten niet meer. Ik zie beide eigenschappen nergens in deze maatschappij. Sterker nog, de Chinees is brutaal, luidruchtig en asociaal en absoluut niet verlegen. En de taal niet spreken, dat doe ik in veel landen niet maar kan daarom altijd met handen en voeten communiceren. In China is dat bijna niet te doen.
Als je alleen reist zoals ik, is het superbelangrijk dat je (goed) contact met de bevolking hebt. Daar reis ik voor een groot deel voor. En dat kan je wel vergeten in China. Af en toe eens wat oppervlakkig contact, men wil bijvoorbeeld mijn auto zien of zo. Maar geen vragen van waar ben je geweest, waar ga je naar toe etc, alleen kijken en dan weer wegwezen. Dieper contact heb ik niet gehad in China. Sterker nog, de Chinees in het algemeen schuwt volgens mij het contact met de buitenlander. Misschien komt dat om dat ‘de buitenlander’ in het algemeen een negatief imago heeft. Iets uit het verleden wellicht, ik weet het niet.

In de tweede plaats vanwege het gebrek aan Engels, Engelse kennis en Engelse tekst. Het is niet erg als men in een land geen Engels spreekt of kent (wel makkelijk). In India of Pakistan is dat veelal ook niet. Maar met wat moeite en gebaren kom je er dan toch wel uit. Die moeite en of gebaren, daar neemt men hier (meestal) niet de moeite voor. Sterker nog, men draait zich bot om, of loopt gewoon weg. Heb het meegemaakt in restaurants of winkels. Als ik mijn vertaal gidsje niet bij me had, en ik wil wat eten, dan doet men heel erg moeilijk en heeft liever dat je weggaat. Omdat vrijwel niemand een woord over de grens spreekt of wilt spreken is het dan dus erg moeilijk.
Was gisteren nog in een winkel met auto onderdelen. Ik wilde een nieuwe antenne voor mijn auto, dus wees naar de antenne die ik hebben wilde. Stonden netjes achter glas, lijkt me kat in bakkie. De verkoper keek me aan zo van… wat wil je nu. Let wel op, deze winkel verkocht alleen auto radio’s, speakers en antennes. Tot 4 keer gebaren dat ik een (die dus) antenne wil kopen, wijzen, gebaren, men blijft je dom aanstaren. Ja, dan is weglopen het laatste wat je maar doet, maar het blijft onprettig.
In de derde plaats draait deze maatschappij om geld. Geld is de drijfveer voor vrijwel alles. Nu is dat in het westen ook wel zo, toch ligt het hier veel meer aan de oppervlakte dan in het westen. Geen geld, jammer, dan heb je niks. Geen geld… kom je het land niet in met je auto. Neem het voorbeeld van dat ik ging lunchen en mijn auto parkeerde op het gigantische grote LEGE parkeerterrein van een ander bedrijf ernaast. Toen bleek dat ik daar geen business ging doen maar naar het restaurant er naast ging, kreeg ik de volle laag. Moest onmiddellijk mijn auto weghalen of heel veel geld parkeergeld betalen anders dreigde er oorlog.

De Chinese overheid vindt de westerse automobilist een cash-koe. Gewoon dik dokken, anders kom je er niet in.
Ten vierde het grote cultuur verschil. Ja, denk je nu, maar daar ga je toch voor naar China toe, om dat verschil te zien? Dat is waar, maar de verschillen zijn soms zo abnormaal groot dat ze niet meer te begrijpen zijn, dat wij er met onze westerse mentaliteit geen begrip voor kunnen vinden (en de Chinees geen begrip voor de onze). Daarbij is cultuur verschil interessant als je ook goed uitgelegd krijgt waarom iets zo of zus gedaan word, waarom men zo denkt of hoe het zo gekomen is. Maar daar krijg ik dus nooit een goed beeld van, niemand, ook niet TT legt mij nou eens uit waarom de Chinees nou iets doet of nalaat. Zo is het nou eenmaal, krijg ik dan vaak als antwoord.
Het verschil in cultuur is soms te groot en veroorzaakt nogal eens onbegrip (bij mij in ieder geval) en irritatie. Lijkt me niet de bedoeling als je prettig door een land wil reizen.
Ten vijfde vind ik China niet leven. Ik weet niet, kan er niet goed een vinger opleggen, kan het dus ook niet goed uitleggen. De maatschappij is zo anders dat ik het moeilijk vind om het te beschrijven. Neem bijvoorbeeld kinderen. In alle landen waar ik geweest ben zie je kinderen overal in de maatschappij. Niet dat ik wat met kinderen heb (maar er ook niet tegen) maar kinderen zijn vaak een goede ingang naar de rest van de familie. Kinderen zijn vaak spontaan en onbevooroordeeld, spelen buiten en maken plezier (en lawaai). In veel landen kan je, door bijvoorbeeld een klein cadeautje aan een kind te geven, de harten van de ouders stelen en zo contact leggen. In China zie je geen kinderen boven de 5-6 jaar op straat. Boven deze leeftijd gaan ze namelijk naar school, en als ik TT moet geloven is dat niet mals. School begint tussen de 7 en 8 uur in de ochtend en duurt, afhankelijk van de klas en school, tot 8 of 9 uur in de avond. Dit minimaal 6 dagen per week. Die kids worden dus goed bezig gehouden. De vrije dag moet men huiswerk maken en wat er dan nog over is aan tijd met de familie besteed en aan sport. Vergeet niet, de kids zijn voor de Chinees de oogappels, hun trots. Zeker te meer omdat het vrijwel allemaal 1 kind gezinnen zijn. Dit maakt het opbrengen van kinderen heel erg streberig. Het gebrek aan kinderen in het straatbeeld geeft het wel iets van een steriel karakter.

In de zesde plaats, maar dat geld puur voor mensen die met de auto rijden, is het meenemen van een gids geen pretje. Had al eens zeer slechte ervaring met een verplichte ‘gids’ in Tibet, mijn ervaring deze keer is niet veel beter. Het is een verplichting iemand van Chinese nationaliteit mee te nemen, een verplichting die de overheid stelt. Heb het idee dat de overheid de toerist wel een leuke cash-koe vind. Nog steeds mag je niet in elk Hotel logeren, nog steeds moet je voor een aantal delen van het land (dure) permits aanschaffen. De gids, ach, je moet die flink betalen, maar geloof maar niet dat je er wat aan hebt. Je kan het natuurlijk treffen, maar uitzonderingen daargelaten hoor ik van andere hetzelfde. Zet een zak zout in je auto en je hebt hetzelfde effect. Wellicht een goed advies voor de overheid in Peking, geef alle buitenlanders een 30 kilo zak met zout mee, teken er een gezicht op, klaar is Chinese Kees.
In de vijf en een halfde plaats (want het hoort een beetje bij het vorige) mag je niet overal met je auto parkeren omdat je buitenlander bent. Met andere woorden, ik MOET in een Hotel parking parkeren. En dat is nou net NIET waarom ik deze auto heb, die heb ik om overal te parkeren BEHALVE in een hotel.

In de zesde plaats worden veel van de leuke bestemmingen binnen China verknald door binnenlands toerisme. Ik weet het, als een plaats mooi, boeiend, interessant of leuk is, dan zullen er ook andere toeristen zijn. Daar valt niet aan te ontkomen. Maar in China is dat dan in zulke grote getallen dat je er als buitenlander een beetje door in de drang komt. Daarbij is dan vaak de hele infrastructuur opgezet voor de Chinees, en dat strookt niet altijd met wat wij westerlingen graag zien. Verder heffen ze soms toegangsprijzen waar ik als Europeaan ziek van word zo hoog (en onzinnig). Wellicht een methode om sommige af te schrikken.
Om een voorbeeld te noemen de rijen van toeristische winkels in Lijiang. Ting Ting vond ze allemaal leuk en wilde elke winkel binnen. Ik had zo van… nou, niet echt mijn producten die daar verkocht worden. Van de 1000 winkeltjes die er daar zijn, zijn er 200 die thee verkopen, 200 die gedroogd vlees en vruchten verkopen, 200 die kleding verkopen (vaak lokale klederdracht) en de rest verkoopt Chinese medicijnen, sieraden, bordjes met wijze Chinese spreuken (in het chinees natuurlijk he).De 5 winkels die er dan nog over zijn, nou, daar wil ik dan wel eens in gaan snuffelen maar ben meestal snel klaar.
Op de zevende plaats kleed de chinees zich slecht. Ok ok, ik hoor je al denken, is dat nou een reden om het land niet leuk te vinden. Klopt, het is een bijkomstigheid. 50% van de Chinezen, draagt een trainingspak. Dit waarschijnlijk omdat dit het verplichte school uniform is (elke school zijn eigen kleuren, maar wel trainingspakken). Jong geleerd, oud gedaan nietwaar. Maar of ik het nou mooi en charmant vind…. Nee. Het geeft de mensen hier een beetje een lomperige uitstraling.

Is er dan helemaal geen reden om naar China te gaan. Behalve dan om Myanmar te omzeilen? (overigens een land dat een bijzondere strategische positie heeft en de hele ontwikkeling van Azië tegen gaat door er geen verkeer toe te laten). Jawel, natuurlijk, want China is natuurlijk een land waar veel te zien is, een land dat gigantisch groot is. De positieve en leuke kanten die ik van China zie:
Ten eerste is er veel te zien. Vanwege de grote van het land kan je woestijnen, bergen, laagvlaktes, jungles en fraaie meren bezoeken. Wel goed kiezen wat je gaat zien, je kan bedrogen uitkomen.
Ten tweede is het eten erg lekker en gevarieerd. Soms wat vettig, soms wat heet, maar altijd lekker.
Ten derde vanwege de andere cultuur. Dit staat ook in mijn negatieve lijstje, maar het is ook een positief iets. Immers is het zien van een andere cultuur altijd wel boeiend en je kan er een altijd van leren. Al is het maar om je zelf in bedwang te houden haha.
Ten vierde denk ik is het goed om te zien wat China is, wat de Chinezen zijn. We krijgen met ons allen in de toekomst veel met die Chinezen te maken, daar ben ik van overtuigd. Dat zal niet makkelijk zijn, wie weet komt er ooit zelfs oorlog van. Dan is het nuttig om zelfs maar een beetje te weten hoe die Chinees in elkaar steekt. De werklust van de Chinees is ongekend, het land ontwikkeld zich vele malen sneller dan welk ander land dan ook. Wij zullen in de toekomst echt niet zo blij met China zijn. Dat is een voorspelling die zeker uit gaat komen.

Nu een antwoord op de hamvraag. Zou k de volgende keer weer door China rijden als ik de keuze zou hebben en alles hetzelfde zou zijn als nu. Het antwoord is helaas NEE. Ik vind het te veel geld voor wat het bied. Ik zou er voor kiezen om mijn auto te verschepen en met de rugzak het een en ander te gaan zien, maar ik zou niet meer door China heen gaan rijden. Als men de verplichte ‘gids’ eis zou laten vallen waardoor het en makkelijker en goedkoper zou worden, dan wil ik er nog wel eens over nadenken.
Verder denk ik dat wij in de toekomst erg veel moeilijkheden met de Chinezen zullen gaan krijgen. Er heerst momenteel een onbegrip voor elkaars culturen. De Chinees maakt het verder volgens mij ook niet zo veel uit, die gaan gewoon hun eigen weg. De economische ontwikkelingen gaan hier zo snel dat het niet lang duurt voor China met gemak andere hun wil op kan en zal leggen. En geloof me, men heeft daar geen enkele moeite mee. Men profiteert nu van het westen, men kopieert alle technologieën, men misbruikt de zwakheden van het westen. Als China straks met kop en schouders boven de meeste landen uit zal steken, dan zal het zijn wil opleggen. En dan zijn we nog niet jarig.
