CamperCassie

Naar Leh ℉§✓※

Eindelijk kon ik de weg naar Leh en Ladakh in slaan, een super spannende route die me dagen lang door verlaten bergen en valleien zou voeren. Dus toog ik eerst naar Manali voor wat inkopen. Dit verslag heeft 3.666 woorden en veel foto’s , 19 minuten leestijd

India en Nepal worden gescheiden door een rivier, en aan de andere kant is het heel erg anders. Stom he, het is maar 100 meter of zo, maar die honderd meter maken wel het verschil tussen bijvoorbeeld lekker aan een rivier te parkeren (Nepal) , of lekker aan de rivier te parkeren en midden in de stront en pis lucht te staan (India).

Nu ik het toch over stront heb, wilde ik even kwijt dat ik het poep gedrag van de Indische vrouw niet snap. Jaaa, daar kan je vast een studie van maken. Kijk, die vrouwen zitten langs de kant van de weg te schijten, maar als er dan iemand voorbij komt, staan ze op. Dat lijkt me dus heel vervelend. Zit je net te persen, moet je opstaan. Lijkt me ook heel lang duren zo, vooral als het een druk straatje is. Rare mensen die Indiërs hoor.
Nu ik dit zo schrijf, snap ik ineens waar al die mensen vandaan komen als je denkt te parkeren in een stil veld. In velden of wegen niemand te zien, maar als je je motor hebt uitgezet staan er al 10 man om je heen. Die zaten natuurlijk allemaal te scheiten……

Na twee maanden weg te zijn geweest uit India is het weer even wennen aan het vreemde weg gedrag alhier. Niet alleen dat het veel en veel drukker is en dat iedereen en alles veel asocialer gaat, maar gewoon het stomme en domme gedrag. Midden op de (snel) weg stil gaan staan om je ramen schoon te maken, stoppen midden op een smalle brug, zodat men naar beneden kan kijken (terwijl er 10 meter verder een parkeerplek daar voor is gemaakt). Enfin, ik heb het allemaal al eens eerder beschreven dus laat ik het maar zo laten, maar af en toe op mijn tong bijten is er wel weer bij.

Vanaf de grens richting de weg naar het noord/westen gaat door een van de vruchtbaarste gebieden van India. Velden met rijst, suikerriet, aardappelen, van alles groeit uitbundig. Ik geloof dat ze hier wel drie oosten per jaar halen. Het is dan ook erg druk met boeren verkeer, en dat is soms wel eens irritant rijden, veel van die tractoren rijden maar 20 of 25 km p/u en ik wil graag wat sneller. Ook veel landarbeiders met fietsen op de weg, levensgevaarlijk.
Gelukkig (voor mij dan) begon het nogal hard te regenen. Dan gaat iedereen schuilen en zijn de wegen een stuk minder druk. Ondanks de harde regen kan ik dan een stuk sneller opschieten. Toch was het dorp Rampura (dat nu Rudrapur heet volgens mij) een super drukke plattelands stad waar het zo druk is met boeren en buitenlui dat het dorp me een half uur koste.

Haalde de plaats Karnal, wederom een record afstand afgelegd.
Vanuit Karnal vertrok ik de volgende ochtend richting Manali. Stond in Chandigar een half uur vast in verkeer. Daar hadden ze een hele domme constructie gemaakt. Je kon op een gegeven moment niet rechtdoor, moest linksaf slaan. Het verkeer moest dan na een paar honderd meter een u-turn maken om weer terug te rijden en zo alsnog via linksaf te slaan de weg ‘rechtdoor’ te kunnen pakken. Maar dat gaat op z’n India’s, gigantische files, duwen drukken, persen, snijden. Gelukkig was de rest van de weg beter, en via een tussenstop bij mijn favo supermarkt, mijn favo benzine station en mijn favo bier-shop, verder richting noord doorgestoomd. Dat ging als een speer. Maakte niet weer de fout die ik al een paar maakte, en dat is het volgen van de bordjes richting Manali. Dan kom je op een doodlopend stuk weg.

Volgde nu mijn GPS track van vorige keer en dat ging perfect tot dat ik een uur of twee in de bergen reed. Bang, file, alles vast. Nog geprobeerd om de file voorbij te rijden (op z’n Indisch) maar raakte al snel vast in geblokkeerd verkeer. Er bleek een vrachtwagen ergens de weg te blokkeren. Wachten is het enige devies maar omdat iedereen dat moet doen, is het een drukte van jewelste. Iedereen verveelt zich en het openen van mijn camper deur is dan geen goed idee. Mensen zijn allemaal aller vriendelijkst maar ja het is wel India hier. Toen ik een krant en een stoel tevoorschijn toverde om wat te gaan lezen stonden er gelijk 30 man om me heen, me aan te staren hoe ik de krant las. Boos worden heeft geen nut, zeker niet als je vast staat in het verkeer en dus niet kan vluchten hehe.

Het bleek later een landslide te zijn ipv een defecte vrachtwagen. En als het eenrichting is is het in India altijd puinhoop.

Na anderhalf uur begon het verkeer weer langzaam te bewegen maar het duurde nog een uur voor ik uit de file met vrachtwagens was. Ondanks dit oponthoud redde ik het die avond toch tor Sundernagar, waar het goed parkeren is aan het meer voor de nacht (behalve dan die keer dat die dronken stenen gooiers andere gedachten hadden). Heerlijk rustig geslapen en ik werd om 6 uur in de ochtend wakker door de trippelende voetjes van vogeltjes op mijn dak, met een temperatuur van 22 graden… genieten dus.

Net na Mandi de volgende dag krijg je een mega hyrda-electriciteit project. Men heeft gigantische tunnels in de berg geboord en laat hier denk ik water doorheen denderen. Op zich een heel knap staaltje van engineering. De laatste keren dat ik er reed was het altijd zooitje. Weg opgebroken, water dat over de weg stroomde en zo. Nu was alles af en zag het er prima uit, petje of voor de Indiase ingenieurs. Het duurt lang, maar dan heb je ook wat. Het enige wat niet zo netjes is is de kilometers lange tunnel die ze voor het verkeer door de berg hebben geboord. Ook dit is een knap staaltje werk. Echter zijn ze vergeten afzuiging te regelen, hebben ze geen nood plekken gemaakt zodat er bij een panne gelijk een mega file ontstaat en is de verlichting zo slecht dat het levensgevaarlijk is om harder dan 20 of 30 te rijden. Kwam zelfs dit keer in de donkere en -vol uitlaat gassen- mistige tunnels plots voor een kudde koeien te staan die uiteraard midden op de weg liepen. Had niet veel gescheeld of ik had gratis runderlapjes. Dat is dan India..

India veranderd wel. De wegen worden heel langzamerhand beter, de winkels moderniseren, het assortiment ook. Maar, het blijft India. Je kan een strontvlieg op een taart zetten. Het blijft een strontvlieg. Daarbij vind ik dat India niet te veel moet veranderen, maar een paar zaken zijn wel essentieel, vooral op het gebied van ontlasting en afval. Het zal nog wel een generatie of twee duren voordat die zaken op een aanvaardbaar niveau zijn.

De firma Tata gaat overigens wel als een speer. Tata is een familie bedrijf dat volgens mij immense proporties heeft. Behalve dat ze bijna 100% van alle trucks en bussen in India, Nepal, Bangladesh en Pakistan maken (en dat zijn er wat miljoenen hoor), maken ze ook personen auto’s, hebben ze een Telecom bedrijf, verbouwen ze thee, maken voedsel producten en nog een gigantische rij van andere zaken. De personen auto’s die ze nu maken beginnen er best aardig uit te zien, nadat ze jaren lang alle Europese modellen schaamteloos hebben gekopieerd (en niemand wat van heeft gezegd). Tata is het bedrijf wat de goedkoopste auto ter wereld aan het produceren is. Voor 2000$ krijg je een aardig uitziend koekblik, iets wat wereldnieuws heeft gehaald en wellicht het wegen beeld van India totaal gaat veranderen (en niet in positieve zin).
Diesel in India blijft betaalbaar. Prijs van tussen de 34 en 37 roepies per liter. Omgerekend is dat …zeg maar tussen de 60 en 65 eurocent.

Als je een platteland Indiër, een tulband Henkie of zo, in Nederland los zou laten, zou ie zonder schroom, tijdens spitsuur, bij Ouderijn lopend de A2 oversteken, waarschijnlijk een Buffel of geit met zich mee sleurend. En als er niemand zou toeteren zou ie echt denken dat er absoluut geen verkeer is.

Op een gegeven moment reed ik achter een militaire auto, beetje dezelfde soort als die van mij, en die reed wat langzaam. Er kwam een bus die hem wilde passeren maar die kon niet omdat de militair een beetje teveel naar rechts reed. De bus, gaf vol gas, reed over de vluchtstrook (lees zandstrook), duwde/ramde de militaire auto naar rechts zodat hij er door kon en gaf gas. Dit alles 30 meter voor mijn ogen. De bus was van dezelfde maatschappij als de bus die hetzelfde geintje met mijn uithaalde 2 jaar geleden. De bus moest hierna voor een stoplicht stoppen en de militair sprong uit zijn auto, sprintte naar de bus toe om de chauffeur eens een paar klappen te geven. Dat had ik graag gezien maar de bus chauffeur had angst en gaf gas, door het rood de kruising over. Dat is India.

Het is Mango seizoen, en dat is te merken. De heerlijke zoete mango’s kosten echt geen drol (20 to 30 eurocent per kilo!!) en staan echt overal te koop. Op elke hoek, elke winkel, elke standje verkoopt bergen met mango’s. Toch zijn er vele die dat ook niet kunnen (of willen) betalen en die halen dan de raarste capriolen uit om een gratis mango te bemachtigen. Langs veel van de wegen hebben ze indertijd mango bomen geplant. Die zijn nu erg groot en dragen duizenden mango’s per stuk. Veel (ook oudere) jeugd gaat er met trosjes op uit om een boom te plunderen. Ze klimmen er in, schudden er aan, maken hele lange bamboe stokken met messen er aan, klimmen op elkaars schouders, gooien stenen of stokken, alles om zo’n heerlijk stuk fruit te pakken te krijgen.

Mijn auto, onder de modder en zand, zag er niet uit. Ik mekte echter dat het kloppen op de auto, het aanraken van de wanden en het betasten van elk onderdeel door de Indiërs een stuk minder werd. Dat is iets wat ik zeker uit blijf proberen want dat zou een stuk ‘irritatie’ schelen.

Na 2 dagen in Manali te zijn geweest (erg druk) vertrok ik op woensdag 2 juli richting Leh. Dat ligt 470 km verderop in de Himalaya. Als eerste uitdaging wachtte me de Rothang pas op 50 km afstand, een van de gevaarlijkste bergpassen ter wereld zegt men. En dat bleek ook. Ik ben wat gewend, heb de Karakoram Highway in Pakistan gereden, Heb de Bolan pass gedaan, maar dit was toch weer wat anders. De weg was belabberd, en dan zeg ik het netjes. Zoals vaak in India, er word ooit asfalt op gelegd en dan denkt men dat het de komende 50 jaar wel goed blijft. Ja, dan weet je het wel. Dat, in combinatie met een weg die vrijwel stijl omhoog gaat, het vele verkeer en de soms zeer gevaarlijke bochten maakt de Rothang pas inderdaad de gevaarlijkste en engste weg die ik gereden heb. In het begin valt het mee, en kom je slechts ongeveer 500 winkeltjes tegen (ik overdrijf echt niet want de winkels zijn genummerd) die warme kleding verhuren. Dit voor de Indiase toerist die zijn/haar zaakje blijkbaar graag warm houd.

Boven aangekomen is het een circus. Wat was ik blij dat twee dagen geleden het Indiase vakantie seizoen afgelopen was. Maar zelfs nu was het erg. Veel India’ers, gekleed in hun gehuurde dikke kleding staan te apegapen naar een minuscuul stukje sneeuw wat er nog ligt.

Met z’n allen op een klein vies stukje sneeuw

Dit wordt dan ook zo druk bevolkt dat je de sneeuw niet eens meer kan zien van de viezigheid. Uiteraard kreeg mijn auto ook de nodige bekijks, en toen ik niet snel genoeg de deur achter me dicht trok stond er een India’er bij me binnen. Ik heb hem met een ferme duw eruit gewerkt met de opmerking dat Indiërs blijkbaar geen manieren hebben (wat een hoongelach bij zijn vrienden teweeg bracht).

Ik heb die outfit gehuurd dus zal hem dragen ook. Dat het 12 graden was en de zon scheen, das dan maar jammer

Een van de nare dingen van die weg zijn die Indiase toeristen. Die huren benee een auto met chauffeur en stomen dan zo snel mogelijk die berg op. Ze moeten in een dag op en neer, dus tijd is belangrijk. Die chauffeurs hebben de toeter ziekte natuurlijk, en daar heb ik een leuke ding op gevonden. Leuk voor mezelf, want ik zit me op te vreten als er achter me een auto continu blijft claxonneren dat ie voorbij wil, terwijl die kan zien dat het niet mogelijk is.

Wat doe ik dan, ik stop mijn auto op een zeer smal stuk weg zodat er echt niemand langs kan schieten, stap uit, en vraag wat er aan de hand is. Met een dom gezicht zeg ik…je toeterde zo veel, ik denk ik heb een lekke band of zo? Haha, je ziet die chauffeur koken, maar hij kan niet boos worden want ik ben toch heel oprecht (ahum). Zijn toeter gedrag kost hem dan 5 minuten, en ik heb tijd zat.

Na de top van de Rothang pass, die een hoogte van 4000 meter heeft gaat het onmiddellijk weer super stijl naar beneden. Daar aangekomen, in het plaatsje Koksar was ik kapot. Het was bijna 4 uur dus hield het voor gezien. Heb die dag, in bijna 9 uur rijden, 70 km gereden. De stoptijden eraf getrokken geeft dat een gemiddelde snelheid van 13 km p/h.

Ook naar bene veel haarspeldbochten en geen vangrails

Volgende dag werd de weg iets beter. Let wel op, relatief. Maar het grootste verschil was dat er weinig verkeer was. Al die dagjesmensen die naar de Rothang gaan, stoppen daar en gaan weer terug. Dus alles wat overblijft is lokaal verkeer en redelijk veel vrachtwagens en tanker trucks. Maar die zijn gewend om in de bergen te rijden en gaan niet al toeterend achter je lopen dreinen als een klein kind.

En daar tufte ik op 4000 meter

Kwam wel Rick tegen, een Amerikaan/Fransman die naar Leh onderweg was…op de fiets. Heb hem een bakkie thee gemaakt. Verder rijdend kwam ik in ZingZingbar. Luidkeels gezongen maar ik kon geen bar vinden.
De weg volgde een rivier en ging dus door dalen heen. Niet echt spectaculair. Had wel wat hoofdpijn en nekpijn waarschijnlijk wat last van de hoogte. Na een paar uur was ik bij Keylong. Dat is een kleine plaats met nauwe straatjes. Daarna een leger plaats en vanaf daar werd de weg weer spectaculair.

Slechte wegen maar spectaculair mooi

Man man wat kunnen die Indiërs een klote wegen maken, maar oh oh wat spectaculair. Zo stijl een helling omhoog, klim partijen van bijna 1000 meter per keer, haarspeldbochten…de een na de andere. Op een plek ware er 29 zigzags na elkaar. Soms werd ik echt duizelig van de afgronden en vergezichten. Op de kaart ( GPS) leek het of je stil stond want je reed in principe alleen maar zigzaggend omhoog. Afgrijselijke afgronden, ijzingwekkende smalle weggetjes, ik had 150% concentratie nodig. Soms stukken weg dat ik denk…hoe kom ik in Godsnaam hier doorheen. Gelukkig staat mijn MAN zijn mannetje en lukt het op den duur altijd wel weer. Gletsjers met hangende pakken sneeuw pal boven je, het is met geen pen te beschrijven. Halverwege de tweede pas werd de weg weer superslecht en schoot het dus niet op. Ik had gelukkig een iets kleinere draaicirkel dat Ad en Susan (www.diverontheroad.com) zodat ik bij haarspeldbochten niet hoefde te steken.

Het leek de maan wel af en toe

Boven aangekomen (bijna 5000 meter) was het al 5 uur. Naar beneden hobbelend met een vaartje van 5 km p/u kwam ik op het eerste stuk drie vrachtwagens tegen terwijl er geen paseer mogelijkheid was. Links een gapende afgrond, en ik moest een heel stuk achteruit rijden. Dat koste me bijna mijn leven want ik zag het stuk weggezakte weg niet en reed er bijna in. Ik denk dat het 5 cm heeft gescheeld. Besloot om een slaapplekje te zoeken. Die vond ik op 4600 meter, op een grasveldje met uitzicht op schitterende rode bergen.

Uitzicht op schitterende bergen

Ik genoot van het uitzicht en de stilte want toen het eenmaal donker was, was er geen verkeer meer. Wel werd het koud, erg koud, en die nacht zakte de temperatuur naar 4 graden! Oh wat lekker. Minder leuk was dat ik ‘s nachts last van de hoogte kreeg. Ik sliep erg slecht, schrok om de paar minuten wakker met een ademgebrek en lag dan weer een paar minuten te hijgen. Na weer ingedommeld te zijn werd ik na een paar minuten weer wakker, alsof iemand mijn strot had dicht geknepen en moest ik weer een paar minuten hijgen om bij te komen. Ik werd een beetje bang want hoogteziekte kan dodelijk zijn als het ernstig word. En daar stond ik, midden in de vergetelheid, op een berg op 4600 meter hoogte, geen persoon in kilometers omtrek. Er is maar een oplossing en dat is afzakken naar lagere hoogtes. In het donker op deze enge wegen rijden was in mijn opinie echter een laatste redmiddel dus ik probeerde de ochtend te halen. Om 4:45 was er voldoende licht om te rijden en besloot ik mijn wonderschone plek te verlaten. Was nog even bang dat mijn diesel de kou niet zou hebben overleefd (en zijn gaan vlokken), maar dat viel mee.

Mooi plekje, maar niet zo lekker geslapen

De weg, die super super super slecht was ging langzaam omlaag en na 2 uur rijden was ik op 4000 meter, voelde ik me een stuk beter en stopte ik voor een welverdiend ontbijtje.

Verder hobbelend was het schitterend. Stopte om koffie te maken en terwijl ik dat deed stopte er een motor naast me. Hierop zaten Becky, Sam en Isaac, een Engels stel met hun 3 jarig zoontje. Die hadden ook een truck maar hadden ze in Keylong laten staan en waren met de motor verder gegaan. Hun truck was een oude man CAT, een joekel en een diesel slurper. Ondanks dat ze 1000 liter diesel konden meenemen wilde ze die niet verstoken op deze bergen en waren overgestapt.

Becky en Sam

We dronken wat koffie en namen afscheid. Ik nam nog wat foto’s maar elke keer als ik de auto uit ging en een stukje liep was het net alsof ik de vierdaagse had gelopen. De hoogte sloeg wederom toe. Toen ik om half 4 in Pang aankwam (een tentenkamp) zat Sam en Becky al op me te wachten. Het was een leuk stel en we kookte in mijn auto en dronken een biertje. Ik zou ze de volgende dag weer tegenkomen, maar in ongelukkigere omstandigheden.

De vierde dag rijden begon wederom met stijl omhoog gaan. Op 4700 meter was er een plateau. De weg waren ze aan het opbreken en je was bijna verplicht om offroad te gaan rijden. Nou vond ik dat niet zo erg, dus scheurde ik heerlijk over de zandvlakte, een vette pluim met stof achter me latend. Ik voelde me net mijnheer de Rooy, die met zijn MAN altijd de Paris-Dakar reed.
Echter werd het terrein steeds meer oneffen en de kans op een onverwachte hobbel werd steeds groter, mijn snelheid dus steeds minder. Aan het eind van de zandvlakte wederom een steile klim en halverwege die klim haalde Sam&Becky mij in op hun motor. Ik vroeg hun om wat foto’s van mijn auto te maken als ze wat verderop waren.

Af en toe nog sneeuw op de weg

Vreemd genoeg stonden ze stil op de weg een paar kilometer verder en zat Sam op de grond. Een hele grote steen was waarschijnlijk door de band van een tegenligger omhoog gesprongen en had met vol op zijn arm geraakt. Hij vermoede dat het gebroken was. Als motorrijder was dat een probleem. Hij nam een paar aspirines en keek het even aan. Na wat overleg parkeerde ik mijn auto op een paseer plek, we lade al zijn bagage in mijn auto, zijn vrouw Becky en kindje Isaac ook, en hij verbeet de pijn en reed met zijn motor richting Leh. Dat moet hel geweest zijn voor hem maar een ander oplossing was er niet. Boven op de hoogste bergpas aangekomen (5200 meter) was er geen zicht op Sam, die dus blijkbaar doorgescheurd was. Er was wel zicht op een rood lampje op mijn dashboard. Oh jee, het EDC lampje ging branden, en das niet best. Moest er niet aan denken midden op deze berg te stranden met een stukke auto. Echter, toen ik aan de andere kant weer naar benee reed en ik onder de 4900 meter kwam ging het lampje weer uit. Pfew. De weg was weer erg slecht maar de uitzichten wonderschoon.

We zijn er bijna…..

Onder aangekomen bij het eerste durpske zat Sam daar al te wachten. Zijn arm was heel pijnlijk maar hij kon nog wel door meende hij, dus hoppa, op naar Leh, dat nog maar 50 km over redelijke wegen was. Dit was ook het mooiste stuk weg, naar beneden door een nauwe kloof met schitterende gekleurde bergen aan beide kanten.
Kan de volgende dagen genieten van leh, en mijn auto ontstoffen, want alles maar dan ook alles zit onder een dikke laag stof…

Nog een gouden tip voor iedereen die in India rijd of gaat rijden. Zet je spiegels niet helemaal vast. Niet los laten bungelen maar zo dat als je er een klap tegen geeft, ze mee geven. Dit zodat als er een kneus tegen je spiegel rijd (en geloof me, dat gebeurt) dan breken ze niet af maar schuiven met de klap mee. Op sommige wegen is het elkaar passeren millimeter werk, en Europese spiegels steken erg ver uit. Dat heeft mij toch al wel zeker 3 keer een spiegel gescheeld.