Arg./Chili deel 3

Calafate moet je snel te verlaten.

Dat rijmt niet voor niks, de mensen hier weten het ook. En wie ben ik dan om ze te negeren. In de ochtend eerst 2 uur lopen slepen met jerrycans diesel. Uiteindelijk waren mijn tanks vol en dat was nodig want ik had geen idee waar en wanneer ik wederom diesel zou kunnen krijgen. Mijn route voerde naar het noorden over ruta 40, de bekendste en beruchtste weg van Argentinië. Berucht omdat ie langs  is en voor een groot deel onverhard. Sommige stukken rijden redelijk, maar er zijn stukken bij……dat doet aan India denken.

Na 40 km kwam ik een klein riviertje tegen waar ik met mijn auto pal aan kon gaan staan.  Dat lonkte natuurlijk, hoppa, auto parkeren, pomp slang en schrobber er uit en auto wassen met eeuwen oud gletsjer water. Mijn auto was ontzettend smerig aan de buitenkant maar veel daarvan was er de afgelopen dagen weer af geregend. Ik weet dat ik weer stoffige weg ga krijgen als ik weg rijd, maar vind auto wassen niet erg. Daarbij kan je zo ook beschadigen aan je lak ontdekken en bijwerken.

Het mooi asfalt hield na 80 km op en de bbb (beruchte bibber baan) begon. Zo reed ik in twee dagen een flink aantal honderd kilometers naar het noorden. Er was niet veel te zien, ook hier is pampa, dus het verhaal word kort deze keer (hé!, wie hoor ik daar juichen?).

Besloot in plaats van bij Ruta 43 linksaf Chili in te slaan (bij Chili Chico), dit een weg eerder te doen namelijk ruta 41. Dit was een smal landweggetje en ging eigenlijk nergens naar toe. Op mijn GPS ging die weg niet door naar Chili, maar op alle twee de landkaarten die ik had, stond dat er aan het eind wel een grensovergang was. Het weggetje was inderdaad erg smal en ook niet zo best, maar wel heel rustig (zag in twee uur tijd 1 auto) en ik kon mooi parkeren bij een schitterend meer met prachtig uitzicht op de besneeuwde toppen van de Andes. Vond een perfect grasje maar toen ik wilde gaan slapen voor de nacht, en ik donkere wolken her en der zag, besloot ik mijn auto toch maar te verkassen naar een stuk hardere ondergrond. Als het zou gaan stortregenen zou ik in de ochtend mooi niet meer weg kunnen.

De weg werd steeds mooier maar ook steeds beroerder. Het aantal wasborden nam toe en dat rijd zo vervelend. Zag uren lang geen auto of mens en begon me een beetje zorgen te maken. Had de GPS het dan toch bij het juiste eind? De eerste auto die ik tegen kwam, dat was om een uur of 11. Ik vroeg of dit de goede weg naar de grens was. Dat werd bevestigd, dus ik reed hobbelend door. Om 12 uur bij de Argentijnse grenspost, een simpel berghutje. Het jochie was nieuw, dat was te merken en moest van baas alles goed doen, dus dat duurde wat langer dan normaal. Na 40 minuten door. De Chileense post was 11 km verderop. Had de avond ervoor van al mijn groente een spaghetti saus gemaakt, en mijn laatste kiwi at ik snel nog even op. Had de vorige keer mijn lesje wel geleerd. Ook aan de Chileense kant was het snel bekeken. Twee keer formulier invullen en hoppa, snel maar weer door..dag señor. Maar eh, stammelde ik, is er geen groente/fruit controle of ten minste een formulier. Neeh, zegt ie, daar heb ik geen zin in. Maar maar…. Ik heb twee aardappelen en twee uien..  Ja, eet die maar snel lekker op, doeiiii. Nou breekt mijn klomp, heb ik daar al die moeite voor gedaan.

De weg werd hoe mooier en mooier, de temperatuur steeg richting 20 graden en ondanks de rotte weg was het heerlijk rijden. Besneeuwde toppen, prachtige dalen met groen gras, veel wild, een slingerende weg, wat wilt een wereldreiziger nog meer. Verkeer was er nog steeds niet dus als er ineens een tegenligger kwam was het schrikken. Soms was het net alsof ik in Afrika reed. Kuddes Guananco’s tussen hoog gras in groene-gele velden. Plots een kudde struisvogels op de weg die uit domme angst niet van de weg af liepen maar voor me uit begonnen te rennen. Ze liepen echt 50 km p/u hoor.

Uiteindelijk kwam ik bij ruta 7 uit, de noord-zuid verbinding van Chili, ook wel de Austral Highway genoemd. Die is ook ripio, maar wat breder. Er was ook beduidend meer verkeer (ja, nu wel 3 tegenliggers per 10 minuten), kwam zelfs joekels van vrachtwagens met aanhangers tegen. Die konden de bochten net halen maar dan moest er geen tegenliggers aankomen, dus dat is gokken.

Werd helemaal blij toen ik aan de kant van de weg een bordje met ‘Se Vende Cerveza’s’ zag staan. Verkoop van bier dus. Zelfgemaakt, want dat doen er vele hier, er wonen ook best veel Duitsers. Helaas, toen ik dichterbij kwam stond er ‘Se Vende cereza’s’, dat zijn kersen. Ook lekker, maar niet het seizoen nog. Tijd voor poetsbeurt van mijn bril geloof ik.

Kon moeilijk een plek om te slapen vinden. Links en rechts was steeds alles afgezet met hekken, hele irritante gewoonte hier in dit deel van zuid Amerika. Parkeerde uiteindelijk maar uit ellende aan de kant van de weg, vrijwel aan het mooie blauwe meer Lago General Carerra (in Argentinië heet hetzelfde meer Lago de Beunas Aires). Nu is er in het donker vrijwel geen verkeer, dus op zich toch rustig. Een paar meter verderop kwam er een klein beekje de berg af glijden en dat gaf me mooi de gelegenheid om de was te doen. Overigens is al het beek water in dit gedeelte gewoon drinkbaar.

Langs de kant van de weg, maar wel uitzicht om te smullen

Moet nog even wat over die hond vertellen die langs kwam. Er lopen hier in Chili, net als in Argentinië, veel loslopende honden.  Of het wilde honden zijn, geen idee, er zijn er wel die een halsband dragen, veel ook niet. De honden zijn over het algemeen heel sociaal, aaibaar en lief. Tenzij ze, zoals de meeste honden, in de nacht gaan lopen blaffen aan een stuk door, dan zijn het rotbeesten. Maar zo stond ik dus voor de nacht, komt er een langharige mooie hond aangelopen en gaat vlak naast mijn auto zitten en kijkt me aan zo van…. neem me mee, ik blijf je eeuwig trouw.  Niet de eerste keer dat zoiets gebeurd, maar dit geval was wat apart. Het is herfst aan het worden en er zijn hier heel veel struiken die een soort kleine bolletjes voortbrengen. Die bolletjes zijn voorzien van een 100 tal stekels met weerhaakjes, zodat dat bolletje overal, maar dan ook overal aan vast gaat zitten. Meestal moet je van je schoenen s’avonds tig van die dingen af pulken. Die hond had lang haar en die was blijkbaar door het veld gelopen want die zat dus helemaal vol met die bolletjes. Echt helemaal vol, van top tot teen, op zijn hoofd, aan zijn lippen, het was echt zielig. Volgens mij kon ie niet liggen, want die stekels van die bolletjes kunnen lekker prikken. Ik had echt met hem te doen maar de enige oplossing was die hond kaal te scheren, en dat was niet aan mij. Vergat uit medelij een foto te maken.

 

De weg verder naar het noorden was zwaar, heel zwaar. Vol met gaten, en als er eens geen gaten waren was er wasbord. Ik denk de slechtste weg tot nu toe in Zuid Amerika. Dat was heel jammer want de omgeving en de natuur waren wonderbaarlijk. Mooie felblauwe meren, groene bossen, machtige bergen, besneeuwde toppen, afgewisseld met groene dalen met grassige velden met koeien erop, het was een soort mix tussen Nederland en Zwitserland. Het zonnetje scheen dus ik wilde graag stoppen en met mijn klapstoeltje eens een uurtje in de zon gaan zitten lezen of zo, maar nergens plek. Aan beide kanten hekwerk, altijd en overal.

Verkeer was er nog steeds niet maar dat is met zo’n weg kwaliteit ook niet raar. Ik bedoel, 10 keer heen en weer en je kan een nieuwe auto kopen. Jammer van zo’n slechte weg is dat je weinig oog voor al dat schoons hebt, omdat je druk bezig bent te proberen tussen de gaten door te laveren (wat weinig zin heeft uiteindelijk).

In Rio Tranquillo was het ook erg tranquilo (kijk maar in je woordenboek hehe). Tankte bij een pompstation, maar de man had geen handen dus het duurde wat langer. Ach, geen haast. Ook vertelde hij dat de weg in het zuiden (waar ik vandaan kwam) geblokkeerd was door een aardverschuiving en dat de weg naar het noorden, waar ik naar toe wil, net weer open was na 3 dagen geblokkeerd te zijn. Beetje mazzel had ik dus wel.

Een bekend Chileens spreekwaard hier zegt….Hij die haast heeft in Patagonia, verliest de tijd.

50 km voor de provinciale hoofdstad Coihaique begon de asfalt weg. Dat maakte het rijden minder avontuurlijk maar zo veel prettiger. Had nu tijd om van de omgeving te genieten. Schitterende weg, gelijk over een klein pasje heen (1100 meter),  heel mooie omgeving. Reed de bergen een beetje uit en kwam in weer een ander soort landschap. Hier moet de bedenker van de teletubbies vandaan komen. Groene heuvels zo ver het oog strekt, koeien er op, zonnetje er bij, tralala. Je zag hier echt letterlijk wolken van insecten. Van ver zag je ze al, als een zwarte waas. Wat voor een insecten het waren weet ik niet, maar toen ik door zo’n wolk heen reed hoorde ik harde tikken, dus muggen waren het niet.

Om 7 uur was ik eindelijk in Coihaique (probeer het maar niet uit te spreken). Het dorp was niet veel bijzonders, maar het had twee grote supermarkten (en dat was weer wel erg prettig). De camping was veel te klein voor mijn kleine autootje en ik gaf het zoeken naar een geschikt plekje op toen het donker werd. Parkeerde midden in de stad. Lawaaiig, maar dacht ik, tenminste wifi. Niks ervan, de Chilenen hadden al hun netwerken goed op slot (shit).

Reed verder naar het noorden en was een beetje bang voor de 300 km steenslagweg die op me te wachten stond. De eerste 100 km was nog asfalt (oh wat heerlijk rijden). Dwars door een nauwe kloof de hoge bergen uit, erg mooie weg weer. Maakte een lunch stop in de haven plaats Aisen, maar dat was niet veel soeps.

Ze hebben er in het dorp zowaar een stoplicht, en dat staat zo stom opgesteld dat ik het te laat zag, het stond op zeg maar donker oranje. En ja hoor, na 20 meter agentje. Shit, ja dit was echt mijn fout, dus als ik moet dokken is het mijn eigen domme schuld. Stoppen. Raampje open. Meest onschuldige gezicht opzetten, mijn prodent-smile er bij en in het Engels tegen de agent zeggen ‘Hello how are you sir’. Ik spreek ineens geen woord Spaans meer dat snap je. De goede man sprak geen woord Engels en ging zijn collega er bij halen. Die sprak ook geen woord Engels en na enig onderling overleg mocht ik door rijden. Pfew, dat was geluk hebben.  Trouwens hebben ze hier van diezelfde Tsunami waarschuwingsborden staan als in Thailand, beetje vaag.

Voor collega reizigers, de diesel in Aisen is goedkoper dan in Coihaique, dat scheelde bijna 10%!!

Door richting ripio. Bij het begin daarvan aangekomen was de weg nog slechter dan ik vermoede. Probeerde het 2 km maar het werd niet beter. Trapte vol op de rem, zette de handrem erop en ging met mijn handen door mijn haar en dacht….moet ik dit nu leuk vinden? Ik loop te schudden en te hobbelen, mijn auto wordt er niet beter van, moet me tot het uiterste concentreren, heb geen oog voor omgeving en mijn humeur word er ook niet best van. En waarom…? Om straks wegwerkzaamheden te krijgen? Een deel van de weg is in de ochtend voor werkzaamheden gesloten, dus dat kan er ook niet beter op worden. Toen hoorde ik ook nog dat de vulkaan  Chalten weer eens actief is en de geplande weg was afgesloten.

Ik reis voor mijn plezier, en dit is geen plezier. Omdraaien met die geit, dan maar 200 km terug rijden. En dat heb ik dus ook gedaan.  Niet helemaal dezelfde weg terug natuurlijk, maar Coihaique richting Balmaceda en daar weer een piepklein grensje over.

Ik mis een mooi stuk natuur, zeker, maar dan moet die natuur maar even op me wachten. Ik wil graag alles zien, maar niet kost wat kost.

Van zo’n toch wel rare beslissing word ik vrolijk. De volgende dag was mijn humeur dan ook zonnig. De eerste 100 km terug over perfect asfalt en mooie omgeving. Dan links af richting Argentinië. Ook nu weer plots de grenspost. Chili verlaten koste 2 minuten. Door naar de Argentijnse grenspost 10 km verder. Dat duurde wat langer, want ze hadden hier een online verbinding via satelliet. Dus moesten mijn auto gegevens ingevuld worden op de computer. De mijnheer was echter aan een kant verlamd dus kon maar half typen. Dat gecombineerd met een Nederlands kenteken  betekende vertraging. Ik had geen haast en zat lekker aan een bakkie toen de goede man riep of ik hem aub kon helpen. Daarna was het zo gepiept. Nam twee militairen mee die op de grenspost waren gestationeerd naar het volgende dorp. Ze vertelde me dat ze de hele dag niet veel deden, beetje paard rijden en rondlopen. Normaal ook met de auto van het leger rondscheuren, maar die hadden ze aan gort gereden. Was ook niet zo raar want de eerste 130 km was weer ripio van het slechte soort. Bij de lunchtijd was ik in Rio Mayo. Ik verwachte een rivier vol frietensaus, maar het was na 1’en in de middag, dus alles leek uitgestorven. Kon wel tanken voor de normale prijs (jippiee) en vervolgde mijn weg over een glad stukje asfalt. Geen ripio meer voor mij mijnheer. Ik had dat nog niet gedacht of een groot bord….wegwerkzaamheden. Weg was dicht, moest op een vers gemaakte ventweg van ripio langs het verse asfalt rijden. ***Knars knars**** Het was maar 10 km, maar dat duurt dan lang.

Wederom door de Pampa. Links niks, rechts niks, voor je niks, achter je niks. Je kan het gladde asfalt kilometers voor je uit zien. Radio hard, meezingen. Plots een bord, maximum snelheid 40km p/u. Ow, wat nu. Nog eens goed in de spiegels kijken, voor je uit turen. Is er een kruispunt misschien? Op de GPS kijken, nog eens turen, in de wijde verte niks. Zou het een politie val zijn, zodat iedereen die harder rijd een lekkere prent aan de broek krijgt. Maar het landschap is vlak en er is geen plek voor een politie auto om zich te verbergen achter een bosje of boompje. Tja, wat doe je dan…je rijdt dus gewoon door met 75 a 80. Later blijkt, voor de zoveelste keer, dat er ooit wel eens wat was, en ze dat gerepareerd hebben en ze vergeten zijn de borden weg te halen. Dat gaat natuurlijk een keer fout, want er komt een keer dat er wel politie achter een bosje staat, en dan is het ach en wee. Maar ja, ik ga echt niet 40 of 20 (heb ook borden van 20 gehad, met in een straal van 40 km geen sterveling te bekennen) rijden in de pampa.

 

Eind van de dag weer de bergen in. Deze omgeving is heel populair bij de Argentijnse toerist, overal langs de weg staan dan ook Cabañas aangeboden (hutjes), voor de zomervakantie die nu ten einde loopt. Elk huis heeft wel een of meer te huur. In El Bolson, de hippie stad van zuid Argentinië vond ik het welletjes. Naar het schijnt is hier de grond en het klimaat perfect voor het groeien van allerlei… fruiten en zo haha. Dus er zijn hier veel hippies blijven hangen en het dorp is een beetje een cult plekkie geworden. Bij het binnenkomen zag het er allemaal zeer vriendelijk uit. Parkjes, grasjes, vol met mensen die zaten te zitten en zitten te zaten. Reed met mijn auto naar Camping Bolson. Om twee redenen. Kan ik de was doen (had al gehoord dat ze wasmachines hadden, en ze hebben wifi. Kan ik eindelijk eens wat mail beantwoorden enzo.

Om te onthouden, een snelheid drempel heet hier een lomo de burro…

En, omdat ik zoveel reacties op mijn vorige vragen heb gehad (not dus), nog maar een vraagje. Als de vos, zo dichte familie van de hond is, blaft dan een vos?

Anyway, na een paar daagjes Bolson ga ik straks weer Chili in, naar het schiereiland Chiloé en wie weet waar ik dan weer terecht kom. Tot dan..

 

 

 

 

Laatste update op oktober 17, 2021