Indonesie 2

24 – 26 mei Siantar Kampong

Even de voorgeschiedenis.

Toen ik en paar dagen in Medan was, liep ik een gast tegen het lijf, die me aansprak en zei: mag ik tegen je praten, zodat ik me Engels kan oefenen, want ik zit op de toeristen school. D was niet de eerste keer dat dat gebeurde, dus ik keek er niet vreemd van op, en ik was net onder weg naar een koffie tentje , dus ik zei, kom gaan we wel effe er bij zitten, het leek me wel een geschikte peer.

Zijn Engels was inderdaad niet zo super best, maar na 10 keer herhalen kwamen we er wel uit, anders spelde hij het even, want die Aziaten hebben last met bepaalde uitspraken. Bijvoorbeeld  zeggen ze poon, en ja, gok dan maar wat ze bedoelen dus. Poon is dus  phone oftewel telefoon, en zo zijn er meerde hoor..
Anyway, na een 20 minuutjes lullen bleek het inderdaad wel een aardige gast te zijn, en van het een kwam het ander, en hij zou me de volgende dag de stad laten zien. Zo gezegd, zo gedaan, ondanks dat ie niet zo veel wist te vertellen, wist ie wel precies waar de leuke dingen te zien en halen waren, en hij was een prettige gast om mee om te gaan, tenminste niet zo’n geld wolf, maar iemand die echt zijn Engels wilde oefenen en graag met toeristen om ging.

Ondertussen wist ie dat ik naar Bukit Lawang ging, en hij wilde heel graag mee om als een soort gids te dienen, maar dat zag ik niet zo zitten, ik reis liever alleen. Toen ik hem dat voor de 10e keer had uitgelegd, bleef ie maar zeggen van “nou dan sta ik morgen wel om 9 uur voor je hotel” en toen dacht ik, nou, laat maar, en zorgde dat ik om 8;30 dus al weg was.
Hij had me ook al uitgenodigd om zijn huis in de kampong (platteland) te bezoeken, en dat stond me dan wel weer aan, want ik wilde dat Indonesische platteland wel eens meemaken. We hielden email contact, en van het een kwam het ander, via mail spraken we af dat hij me de 24ste op het bus station van Siantar op zou halen en me mee zou nemen naar zijn huis. Ik wist verder niet zo wat me te wachten stond, wist alleen dat ze thuis ‘boer’ waren, en koffie en dergelijke verbouwde en hij in een klein gehucht woonde.
Enfin, ik netjes vroeg vanuit Lake Toba weg, om het uurtje met de bus naar Siantar te doen, en ik kwam netjes op het bus station aan, alwaar Janwary (iedereen noemt hem Jan) netjes op me stond te wachten. We moesten nog 1,5 uur met een klein lokaal busje het platteland op, en daarna vanaf de junction of bushalte, nog 6 km met de bromfiets.
Die bus werd op een gegeven moment zo vol, dat we van de conducteur het dak op moesten met een stel, zodat de vrouwen plek hadden om te zitten, en dat was wel een leuke gewaarwording, om boven op een bus te reizen.

Hoe verder we het platte land op gingen, hoe meer opzien mijn kale kop kreeg, mensen gingen de bus nawijzen en naschreeuwen. Maar goed, na 1.5 uur wij van het dak af, en bij een cafétje stond een oude bromfiets, een Honda 100cc denk ik. Achterop met de grote rugzak, Jan stuurde een mooie asfalt weg op, dus dat ging goed. Je snapt, die asfalt weg duurde niet lang, en na een paar minuten werd het een super slecht zandpad, een en al kuil en stenen. Met wat rustig rijden kom je er wel , en na een 15 minuten verscheen zijn dorp. Die village bestond uit een trosje van 12 houten huisjes, redelijk dicht tegen elkaar gebouwd. De huisjes waren wat wij een schuur zouden noemen, planken rondom geslagen (uiteraard met dikke kieren) en een dak schuin erop, met een opening er tussen voor de frisse lucht.


Het huis had een zit kamer met een 2 persoons bed (zonder matras) er in, en twee losse hokjes met ieder weer een twee persoons bed dat even groot was als het hokje zelf, en een keuken . Er was geen badkamer, geen WC, geen ijskast, geen telefoon, geen stromend water, geen TV, geen fornuis, geen klerenkast, etc etc. Alle beesten liepen buiten, maar probeerde ook naar binnen te lopen, zoals vooral de kippen en de honden & katten, maar soms stak een vet-bult-koe ook zijn snuit wel eens naar binnen.
In de zitkamer stonden een stuk of 10 grote balen met rijst, uit eigen productie en voor eigen consumptie, en voor het huis lagen op wat matten op de grond de koffie oogst van de vorige dag te drogen. De muren waren kale planken, er hing niks aan , zelfs geen foto of zo, en er was een grote TL balk in het midden van de kamer. Er werd gekookt op houtvuur, wat binnen in de keuken brandde, met alle rookontwikkeling van dien. De toilet was gewoon de bush bush instappen, er was wel een provisorische stereo installatie, die op de meest ongepaste tijden keihard aan ging. Er was geen tafel in de zitkamer, eten deed men op de grond (en met de handen).

De keuken

Jan had twee broers, een van 10 en een van 21, en een zus van 15, en normaal gesproken sliep in hokje 1 zijn ouders, hokje 2 zijn kleine broer en zus, en in de zitkamer hij en zijn broer.
Goed, dat even de situatie geschetst, naast hun woonde hun tante en in totaal woonde er zo’n 15 families in het dorp. Pa en moe kwamen middags laat van het land, en Jan zei dat we ons moesten gaan wassen voor het eten. Dat was niet zo gemakkelijk, want daarvoor moest je naar de beek toe, en die lag zo’n kwartier lopen van het dorp af, een stijl pad af naar beneden, het moest toch gebeuren. Na 15 minuten door de jungle kwamen we bij een zanderig beekje, waar al een paar andere zich stonden te wassen, sommige met helemaal geen kleren aan, andere in ondergoed, mannen en vrouwen gescheiden (vrouwen stonden wat verderop in de beek, zich te wassen in het zeepsop wat de mannen de beek in gooide), er speelde veel kleine naakte kinderen in de beek, en het was er dus allemaal best druk in dat water……. totdat die gekke buitenlander  ineens verscheen. Ik bedoel, een buitenlander zien ze in die binnenlanden eigenlijk nooit, maar nu zagen ze er een in hun eigen beek, en nog wel met een kaal hoofd ook, nou dat was natuurlijk reden genoeg om alle activiteiten te stoppen en buitenlander-staar wedstrijd te houden. Nou ja, ik heb me dus maar in die beek gestort in me boxer shorts, en ben mezelf gaan insoppen, en daarna onder dompelen en zo., waardoor er allemaal zand in me broek kwam. Ik kon me niet laten kennen natuurlijk, dus geschrobd heb ik . Na het was ritueel, weer de helling op naar boven, waardoor je weer vies bezweet was.

De lokale hadden veelal hun bult-koe meegenomen, met een soort slee er achter, waarom ze dan wat vaten met water uit de beek mee naar boven namen om hun reet mee af te vegen, de afwas te doen en zo. (geen drinkwater, dat werd elders gehaald). Boven gekomen hadden ze al het eten klaar (het was inmiddels 7:30) en we aten rijst (hoe kan het anders) met babi pangang, maar niet zoals we het in Nederland gewend zijn. Het was gewoon varkens speklapjes, half geroosterd, met huid en al eraan, en dat door een heel vaag sausje gehaald. Het was wel te eten hoor, alleen dat zwoerd was erg hard, en iedereen at ze op, dus heb ik ook die huid maar gewoon opgegeten. Verder was er geen groente of niks, alleen wat water, en dat was wel gekookt zeiden ze, dus heb ik dat maar gedronken. Het eten werd zittend op de grond gedaan, in de zitkamer, op een mat, met de benen gekruist (kleermakers zit), een hele moeilijke houding. Voor het eten werd er grof gebid, echt een heel verhaal, in het Indonesisch natuurlijk.

De ouders spraken geen woord engels, de zus en kleine broertje ook niet. Grote broer volgens mij wel, maar die trok zijn bek niet open. Dus de gesprekken waren allemaal wat kort. Na het eten gingen Jan en ik naar de lokale kroeg (naja, een soort hutje waar je koffie en fris kon krijgen) en dronken er wat koffie, uiteraard bekeken door de lokale bevolking, die hun best probeerde om wat Engels te brabbelen, maar niet verder kwamen dan Yes & No en ‘I love You’. Dat laatste heb ik maar niet al te letterlijk genomen.

De koffie was gewoon een glas kokend water, en daarin zoete melk en koffie poeder gegoten, dus het was even wachten dat dat bezonken was. We hebben daarna nog een potje schaak gedaan in dat geweldige -drie sterren café, en daarna werd het bedtijd.

Tja, we moesten dus met zijn tweeën in dat bed (nee hoor, zuiver platonisch), zonder matras. Gelukkig had ik mijn kleine opblaas matrasje bij me dus dat heb ik gebruikt. Verder kreeg ik een deken en een vies kussen, en dat was het dan. Ik dacht wel dat ik zou slapen, maar dat viel dus niet mee. Ten eerste werd de radio keihard aangezet, en ja, dan ga je naar de muziek liggen luisteren. Verder brandde de felle Tl-balk precies in me ogen, Ondanks dat was ik toch bijna weg gedommeld toen er hard op de buiten deur werd gebonsd. Het was pa die terug kwam van ’t een of ander, dus omdat Jan al vast sliep (die lui kunnen altijd en overal slapen, heel bewonderingswaardig), moest ik eruit om open te doen. Na een half uurtje herhaalde dit zich met zijn grote broer, en ik had het ondertussen steen koud gekregen, maar had wel de radio uitgezet.

Speciaal voor mij werd er zoals op een feestdag gekookt

Rondom het huis hoor je dan allerlei vreemde geluiden, want de honden sliepen tegen de buiten muur aan, en blafte af en toe, ook waren er weer rare geluiden die ik niet thuis kon brengen, en toen ik eindelijk, al bibberend om een uur of 1 bijna sliep, begon er een haan keihard vrijwel naast mijn oor te kraaien, en die die kreeg response van 30 andere hanen, dus het was gelijk een feest. Dat kraaien heeft zich de hele nacht aangehouden, dus ik heb geen oog dicht gedaan, werkelijk 0,0. Om 5 uur werd de familie wakker, en we zijn eerst om half 6 naar de lokale koffie shop een warm bakkie en een in bananen bladeren gevouwen rijst builtje gegeten, daarna kwam langzaam de zon op, en werd de temperatuur wat dragelijker. Om 9 uur werd ik door Jan gesommeerd om mee te gaan naar de was plek, nu een andere, want er moest ook drinkwater gehaald worden. Dus hup, met z’n tweeën op de brommer, en 10 minuutjes naar een plek rijden, waar een pvc pijp de bush-bush uit kwam steken en waar dus water uit kwam, 24 uur per dag. Bij nader navraag kwam dit elders van een waterval vandaan, en werd met pijpen daar naar toe gebracht, en dat was het drinkwater voor de hele omgeving. Het was er dus ook druk met mensen die met allerlei dingen sjouwde om water in te vervoeren. Je kon natuurlijk ook onder de straal gaan staan om je te wassen, en dat was precies wat de bedoeling was. Omdat de straal altijd aanstond was het een fikse modderpoel geworden, en je wassen zonder met je gezicht in de modder te vallen viel nog niet mee. We trokken natuurlijk flink wat bekijks, zeker toen Casper zijn hoofd begon te scheren (jaja, ik ben gestopt met me haar te laten groeien, te veel gedoe).

Bij terugkomst in het hutje moesten we ons klaar maken voor de kerk… jaaaa, had je niet gedacht he, dat ik ooit nog een in de mis zou zitten, nou, ik had het zelf ook niet verwacht, maar godsdienst is in zo’n dorp zo een belangrijke aanwezigheid dat ik er niet onderuit kon. Ik heb het echt wel geprobeerd, maar kreeg erg zure gezichten toen ik opperde om thuis te blijven. Ik was natuurlijk de trost van de familie, en die moest getoond worden. De andere reden was, dat de kerk half af was gebouwd, en men geld nodig had om hem af te maken…. dus je snapt het al, of ik effe kon lappen. Nou ben ik niet zo’n godsdienst freak, en geven aan een kerk vind ik eerlijk gezegd een beetje zonde van mijn geld, dus daar probeerde ik onderuit te komen, en na wat onderhandelen met Jan, zou ik 30.000 roepias (3 euro) aan de kerk geven. (ok ok, ons zien zuinig haha). Mijn naam werd ook in het register geschreven, en gedurende de mis voorgelezen. In de kerk (het was een bouwval, met een houten altaar)  werd er lekker op los gezongen, en mijn naam werd voorgelezen als contributie betaler (ik zag de gezichten van de ouders van Jan stralen). De mannen zaten aan een kant, de vrouwen aan de ander, en na de 3e collectie had ik geen geld meer om te geven. Er werden ook trossen bananen tijdens de collectie gegeven, die later in de kerk per opbod werden verkocht. Tja, als je geen geld hebt is dat de beste manier natuurlijk. Verder werd er geen communie gedaan, en na anderhalf uur was het feest over.

Op zondag was er een dorps bijeenkomst

Na de kerk hebben we een beetje rond het huisje gehangen, wat lopen lanterfanten, en ’s avonds zou er een bijeenkomst van dorpsmannen zijn, en toevallig natuurlijk bij Jan thuis. Toen ik vroeg waar het om ging werd me verteld, over de kerk, en de mis en dergelijke, en dat ze dat elke week deden. Ik was kapot, want ik had de nacht daar voor oog dicht gedaan, dus ik liet alles een beetje over me heen komen. Avonds was er weer de eeuwige rijst met wat groente deze keer, en om 9 uur zou de meeting beginnen.

Daarvoor nogmaals in de beek lopen wassen en zandhappen. Toen gebeurde er ineens wat onverwachts. Om 10 voor 9 kwam de oudere zoon des huizes de hut binnen strompelen, onder het bloed, en ik snapte niet wat er aan de hand was. Onmiddellijk werd er druk gepraat, Ma pakte handenvol rijst en gooide dat op het hoofd van bebloede zoon, Jan barste in huilen uit, en het hele hutje was in dikke paniek. Ik snapte er niks van, en de enige die Engels sprak zat op bed te snikken.  Vervolgens pakte Ma een pot met zwarte olie (daar leek het tenminste op) en begon dat op de wonden van die jong te smeren, en dit terwijl de rijst nog op zijn hoofd lag. Als die wonden niet zo ernstig waren, was het lachwekkend. Ondertussen was Jan een beetje bedaard, en kon hij vertellen dat zijn broer een brommer ongeluk had gehad. Een andere brommer was bij hem achterop gereden, en hij was gevallen terwijl die een km of 60 reed, de andere brommer was een veld ingevlogen en de twee mensen die daar op zaten waren naar het ziekenhuis afgevoerd.

Ondertussen voelde ik dat het tijd werd om ook wat te doen, en ik had immers een mooi EHBO koffertje samengesteld in Nederland, dus hup, Doctor Casper in de weer met Jodium om de wonden te deppen. Hij had een hele grote schaafwond op zijn onderbeen, veel kleine op de bovenbenen en rug, en een paar fikse gaten in zijn armen. Met veel jodium boel schoon gepoetst, hem een sterke dosering aspirine tegen de pijn gegeven, en gezegd dat ie de wonden niet moest bedekken, maar lekker in de openlucht moest houden zodat ze konden drogen. Terwijl ik dat allemaal aan het doen was kwamen alle dorps ouderen binnen, en begonnen zich er mee te bemoeien, en er werd nog meer rijst gestrooid.

Enfin, alle commotie was een beetje over, en de meeting begon. Ik moest een Sari aandoen (zo’n rok) en met mijn benen in kleermakerszit in de kring gaan zitten. Men begon gelijk met gebeden zang en een preek, het was gewoon een mis, er kwam zelfs weer een collecte aan. De preek duurde wel een half uur, en de dominee (als het er een was) sprak vurig alsof ie een politiek betoog aan het houden was. Hierna werd er weer gezongen, en ik begon toch kramp in mijn benen te krijgen, zo echt erg. Na een uur was het formele deel over, en ging men praten over wat er in de volgende mis moest komen en welke liederen men moest zingen, dit ging grotendeels aan mij voorbij omdat alles in Indonesisch ging, en erg snel. Er werd nu ook thee geschonken en een soort rijst cakejes  (die s’ middags door ma waren gemaakt) gevoerd, dus het werd wat gezelliger.

 

Om 11 uur ging men eindelijk weg, en toen wilde Jan dus zijn broer opvrolijken met mijn GameBoy, maar dat heb ik een beetje lompig geweigerd, gezegd dat die gast met zijn wonden moest gaan slapen zolang de pijnstiller werkte , want ik wilde ook naar bed. En… deze nacht was ik voorbereid met oordopjes, extra deken, extra voetendeken en een laken, mij kon niks gebeuren. En zo geschiede, ik heb als een blok geslapen, ik werd om 4 uur even wakker omdat ik pijn aan mijn kleermakerszitbenen had, maar dat was waarschijnlijk ook omdat ik zo diep had geslapen dat ik niet omgedraaid had of zo. Om 7 uur ben ik opgestaan (laat hoor), Jan was al lang buiten het pad aan het vegen, en we hebben toen een bakkie Nescafé uit mijn reisbescheiden gemaakt voor de toete-la-familia. Daarna weer opnieuw het was ritueel onder de drinkwater pijp, dit keer op een geleende motor (want hun brommer was immers bij het ongeluk beschadigt), en daarna gepakt, omdat ik de bus naar Padang wilde nemen, die zou ergens tussen 12 en 2 vertrekken, niemand wist precies hoe laat, en niemand had telefoon. Rond 11 uur afscheid van de familie genomen, en ik kreeg als geschenk een soort band mee die je om je schouders moest leggen bij feesten en partijen. Het is een soort kledingstuk en heet Suri-Suri, heel mooi geborduurd, met goud draad er doorheen en zo, ik voelde me een beetje ongemakkelijk, want ik had niet echt iets om ze terug te geven.

De wonden van de broer waren zelfs allemaal al een heel stuk dicht gegaan, dus daar kwam het ook wel goed mee. Dus om 11 uur op de brommer met de grote en de kleine rugzak, en het hobbelpad op in de richting van de ‘junction’ om de lokale bus naar Siantar te pakken, die om het half uur zou gaan. Halverwege stotterde de brommer, en ja hoor, in de middle of knowhere, benzine op. Na een beetje schudden aan het ding, en wat schuin houden zodat de benzine het slangetje in zou lopen konden we weer verder, maar het duurde niet lang of we stonden weer stil. Gadverdepielekus dacht ik nog, maar hulp kwam alweer aangesneld, want er kwamen twee brommers aan, die dezelfde kant uit moesten, dus ik bij de een achterop, Jan bij de ander, en zo haalde we de lokale bus netjes op tijd. Om 3 uur vertrok de bus naar Pedang kwamen we dus achter, en die rit duurde 26 uur, enfin, je kon je voorstellen hoe blij ik daar mee was (not does)

Al om  heb ik een leuke en zeer vreemde ervaringen gehad op mijn twee dagen op het platteland, en sta verbaasd hoe de mensen daar plezierig en eenvoudig leven, en hoe ze de godsdienst nog hun leven laten lijden…

4 juni 2003- Yogyakarta

Na allerlei beslommeringen waar ik ziek werd besloot ik toch naar Yogyakarta te gaan. Na wat goed Rickmanda advies was ik vandaag weer helemaal de man, dus werd het tijd voor een cultureel daggie. En voor de kenners, ik offer me dan echt wel gedeeltelijk op, want je hebt van die dingen…pffff.
YogYakarta, door de meeste mensen Jogja genoemd (dus door mij ook maar vanaf nu), is het centrum van de Batik cultuur (en Batik Mafia, maar daarover zo meer).

Jogja is een hele drukke toeristische stad, en ondanks dat er weinig toeristen zijn, blijft het toch druk. De stad is erg rumoerig en vies, verkeer is vrijwel niet geregeld, dus alles gaat door elkaar heen, en ik heb het gevoel dat iedereen maar wat doet. Veel van de stad bestaat uit piepkleine steegjes (in het Indonesisch GANG geheten) waar geen auto’s kunnen komen, wel brommers, en waar de mensen redelijk dicht op mekaar wonen. Beetje Chinees doet het aan, wel gezellig. Op de straten waar dan wel auto’s mogen/kunnen komen, is het sterven druk. De trottoirs staan vol met eten tentjes (van die wegrij karren, die nooit weg rijden) en de mensen moeten dan dus op de straat lopen. Door al die vreet tentjes worden de straten eromheen smerig, vettig en ranzig, met alle gevolgen van dien.

Toch is Jogja geen onplezierige stad, want het leeft. De contrasten zijn hier, net overigens als in de meeste Indonesische steden, enorm. Was in Bangladesh IEDREEN arm, in Thailand IEDEREEN rijk, hier heb je heel rijke, en heel arme mensen, en die wonen pal naast mekaar. Zou kan je een oud vrouwtje, vies, hongerig en ongewassen, zien liggen voor een hek van een rijke villa met zwembad, of een klein 12 jarig meisje zien bedelen bij een man in een BMW of Mercedes.

Als attractie heeft Jogja het paleis van de Sultan, die er nog steeds woont (hij heet Hamengkubowono de tiende) , maar het is ook gedeeltelijk voor het publiek opengesteld.

 

De Sultan leek meer op Spock dan Spock zelf

 

Verder hebben ze een stuk of tig musea, een water kasteel en ongeveer 12983734 triljoen Batik winkels. Ik heb ze niet allemaal geteld, want na 2 triljoen raakte ik de tel kwijt, maar… ‘you catch my drift’. En als die Batik winkeltjes moeten natuurlijk aan toeristen slijten. Dus wat doen ze…: de bekende weg. Ze geven commissie aan jan en alleman die maar een klant aanbrengt. Nu schijnt dat als er wel toeristen zijn, dit al heel irritant te zijn, maar nu er weinig toeristen zijn des te meer. Elke 10 stappen die je doet krijg je dus de vraag…. ‘ Sir !!! you want to see Batik demonstration’ , of Batik shop, of wat dan ook. Er zijn er die het gesprek proberen te beginnen met ‘hello…how are you..’ of een simpele ‘ where are you from’ maar als je daar op in gaat, heb je na 10 zinnen al 4 keer het woord batik gehoord. (voor de Super cultuur barbaren, Batik is het proces waarmee men via het opbrengen van was op linnen, daarna verf, een mooie geverfde doek krijgt, of schilderij).

Enfin, het is dus gewoon negeren van al die lui, en daarbij komen dan nog eens de riksja rijders, waarvan er volgens mij ook 12983734 triljoen zijn, en die willen graag dat je door hun afgezet word, letterlijk en figuurlijk. Enfin, dat maakt op zich de ervaring er niet zo plezierig op, maar… als je je blik op oneindig instelt, en niet reageert op al het ‘He Mr’ geroep, dan gaat alles goed.

Ben ’s ochtends vroeg dan ook op tijd weg gegaan naar het Paleis toe, een half uurtje lopen, en.. ik moet zeggen, die sultan heeft een aardig optrekje.

Zag er wel relaxed uit, dat optrekje van die Sultan

 

 

Midden in de drukke lawaaiige stad is er een groot stuk grond omringt door muren, en binnen in is het dan zo vredig en rustig, dat je eigenlijk niet meer weg wilt. Binnen valt er de troon van de Sultan van vroeger te zien (volgens mij wonen er nu muizen in, want dat ding zag er niet uit), en zijn er allerlei aparte gedeeltes, allemaal in de open lucht maar met grote daken er boven, dus een soort open veranda’s. Daar was er een voor het eten, een voor meetings, een voor straf uitdelen, en zo voorts, allemaal heel mooi en indrukwekkend.

 

 

Verder was er nog een tentoonstelling, met allemaal spul van Soekarno en het verleden van Indonesië (veel Nederlands spul er natuurlijk tussen), de schrijftafel van Soekarno, enfin, wel wat leuk spul maar ook heel veel goed bedoelde rotzooi, zoals de keuken bestek van Soekarno (blikopener en zo… boeieeeeee).
Het heeft wel een paar uur geduurd voor ik door het hele paleis was, en er liep een Nederlandse gids (oud Nederlands-Indie mannetje) met een Nederlandse OAD groep toeristen, dus daar heb ik natuurlijk lekker van geprofiteerd. De man had maar een oog, en een heel slecht glazen oog, dat veel te groot was, dus het leek net alsof ie heel boos en scheel keek, maar het was wel een humor mannetje, dus me wel vermaakt met zijn uitleg.

Welk oog was nou de echte

 

 

Al om was ik rond 12′ en klaar, en ondanks dat ik ECHT nog wel dat museum had willen zien, kon ik het niet meer opbrengen, en ben ik maar weer terug naar het guesthouse gelopen. (Guesthouse Monica, kleine kamer, koude douche en een plee, verder niks, 45.000 roepias=4,5 euro per nacht, maar wel incl ontbijt 🙂 )

In de middag foto cd en wat papieren op de post naar huis gedaan, en een treinkaartje voor morgen vroeg 7:30 naar Surabaya gekocht (7 uur reis).
Avonds begon er wat koorts op te komen (zul je zien dat ik nog eens de griep krijg ook, lekker dan) maar ik zit nu met een aspirientje toch weer in het super i-net café, zo mooi heb ik ze nog niet veel gezien, alles werkt gewoon !!!.

Nou, we zien wel wat de dag van morgen brengt… u zal denk ik nog wel van me horen…

5 juni 2003, Surabaya, zo maar wat losse flodders

Ik ben vandaag met de trein van Jogja naar Surabaya gegaan, een reis van 7 uurtjes, en daar valt eigenlijk niet veel over te vertellen (saai he). Ik kan natuurlijk wel wat leuke dingen verzinnen, hoe ik in me eentje voorkomen heb dat de trein ontspoorde en zich in een opslagtank met gas boorde, waardoor ik de levens van duizenden mensen heb gered, maar ja, dat klinkt zo pocherig, dus laat ik het maar over wat anders hebben

Wel mooie uitzichten in de trein

In Surabaya, dat de grootste stad van Indonesië is, na Jakarta, valt niet zo veel te beleven, het is meer een door start punt richting Bali, wat ik morgen wil gaan doen. Volgens mijn bijbel waren er drie leuke dingen in Surabaya, de dierentuin, de Chinese wijk, en de islamitische wijk. Nou, van de laatste twee heb ik er al genoeg gezien, dus hup, ik middags op weg naar de dierentuin, met de stadsbus.
Aan de dierentuin kon je goed zien dat het slecht gaat met Indonesië, want geld voor onderhoud was er niet. Toch was het een heel ruim en heel fraai en groen opgezette dierentuin, met eigenlijk alle beesten die je een beetje kan bedenken. Ik heb daar een beetje rond gelopen, wat kiekjes gemaakt, wat gezeten, en toen weer terug naar huus.

Hey, wat hangt daar nou

Omdat ik hier in een mooi i-net cafe zit en ik goede zin heb want ik heb net een pizzahut-pizza op en ga zo naar Starbucks coffee, neem ik dan nu maar de gelegenheid om allelie kleine dingetjes die me te binnen schieten, of die ik heb opgeschreven, eens aan jullie te vertellen.

Op de meeste artikelen in de supermarkt staat niet welke ingrediënten er in zitten, waardoor je dus niet weet wat je koopt, terwijl het er vaak zo lekker uit ziet (en als je de eerste hap eet, het niet te vreten blijkt).

Vrijwel in elk hotel, guesthouse , lodge of losman waar ik tot nu toe in Indonesië geslapen heb, heb ik bezoek gehad van een (vreemd, maar altijd een) dikke vette kakkerlak in de badkamer. Zo eentje van een cm of 4, op hoge poten, en die laat zich dan het liefst naar beneden vallen van de muur of zo, als ik net met me ogen nog half dicht sta te urnoiren. Steevast vermoord ik die beesten, maar ik ruik denk ik lekker of zo….. 😉

Veel steden hebben het vliegveld MIDDEN in de stad liggen, waardoor je dus in de aanvlieg of start route ligt. Medan bijvoorbeeld lag mijn guesthouse nog geen km van de startbaan, dus als er een flinke Jet opsteeg, verging je van de herrie. In Jogja was dat ook zo, alleen was dat in de landing route, en het was soms net of je de wielen aan kon raken. Het schijnt dat de Indonesiërs denken dat herrie de geesten verdrijft, en het daarom wel prettig vinden.

Dingen die ik meegenomen heb en waar ik ERG veel plezier van heb:
-De dikke PTT post elastieken, gebruik ik om van alles dicht te maken of aan mekaar te knopen, hele handige dingen. Onmisbaar.
-het kleine gecombineerde kompasje die ik van mijn vader heb gekregen, in de vorm van een sleutelhanger (met ook temp meter , fluitje en vergrootglas) gebruik ik dagelijks als ik aan de wandeling ben, en heeft me al heel wat keren gered, als ik weer eens de weg kwijt was. Ideaal en onmisbaar.
-Mijn pillen verzameling, uitgebreide EHBO koffer. Hoeveel vrienden ik al wel niet gemaakt heb door ze een aspirientje of ibuprofennetje te geven, wat jodium op een wondje te doen of een pleister ergens op te plakken is onbeschrijfbaar.
-Mijn gids ‘rough guide to Asia’ die me al heel vaak op goede idee-en heeft gebracht (maar ook heel vaak op het verkeerde been heeft gezet).

Je ziet hier in Hotels veel meer lokale bevolking dan dat je dat in Nl doet. In Nederland, als we een klus elders hebben, is het land zo klein dat we s avonds gewoon weer thuis kunnen zijn. In Indonesië kan dat dus niet, dus blijven de mensen in een goedkoop Hotel slapen. Soms alleen de werker, maar ook gaat vaak de hele familie mee (lekker luidruchtig).

In toeristen steden ben je een lopende portemonnee, en zijn de mensen alleen geïnteresseerd in je als ze je geld kunnen ‘kloppen’. In de niet toeristen steden zijn de mensen veel en veel vriendelijker, en willen ze graag met je in contact komen, maar durven ze niet omdat ze vaak erg slecht Engels spreken. Jammer.

In mijn gids boek stond hier een mooie Engelse zin over, die mijn gevoelens precies beschreef:
They have perfected the art of seperating foreign tourists from as much money as possible, in as short time as can be managed. (dit ging over een toeristen attractie in Indonesie)

Ik heb gister een telegraaf gekocht hahahaha. Jaaaa, hij was wel een week oud, en hij koste wel 10.000 roepias (1 euro) , maar wel leuk om weer eens wat van thuis te lezen.

 

 

Ik heb twee keer gepland om een vulkaan te beklimmen, maar heb het twee keer niet gedaan. Ik denk gewoon uit luiigheid, maar ook denk ik omdat ik de mooiste Vulkaan die er bestaat volgens mij, in Costa Rica gezien heb. Deze actieve vulkaan spuwde lava uit zijn krater, en dat was, zeker savonds, een heel mooi gezicht. Een half jaar na mijn bezoek is geloof ik de hele boel daar de lucht in gegaan.

Het Indonesisch kent VELE Hollandse woorden, hier een paar: Doorsmeer, knalpot, Gratis, Stempel, Gang, er volgen er meer….

Uit de Volkskrant:
DE MEERN – Nederlanders mijden uit angst voor de besmettelijke longziekte SARS massaal het Verre Oosten. In de periode half april tot half mei is het aantal zomerboekingen naar Aziatische landen ingezakt tot circa 1800 verkochte reizen, dat is 73 procent minder dan dezelfde periode vorig jaar.

Ik moest ineens aan een opmerking denken die Jan (die gast waarbij ik twee dagen op het platteland ben wezen logeren) me terug kaatste, toen ik als geintje vroeg waarom ze geen internet in hun dorp hadden:
We worry about wether we get enough food on the table, and harvest enough crop this year, and we don’t even know the meaning of the word internet.

In de stadsbus in Surabaya stappen om de paar haltes lui met een gitaar de bus binnen, die dan een liedje zingen en tokkelen (ook al is de bus proppie), en daarna met de pet rond gaan. Is de een klaar, volgt de volgende. Tussendoor kom er een gast met plastic pennen, en geeft iedereen een pen (echt iedereen, als je het niet wilt gooit ie het op je schoot). Hij gaat dan vervolgens ze weer ophalen, in de hoop dat je hem wilt kopen. Hele vage bedoeling daar (hier dus).

Er moeten haast wel veel rijke mensen in Surabaya wonen, want ik zit hier in een super de luxe winkelcentrum, niet normaal, met winkels van Versaci, Critian D’or en zo, allemaal super duur spul, zeker voor de Indonesiërs.

Soms vraag je je af of iets nou duur is voor de mensen hier, of juist goedkoop. Of dat je een riksja neemt, en dan denkt, tja, wat is een normale prijs. Om dat nu eens te proberen op te vangen, ben ik alles in koppen koffie aan het uitrekenen. Een kop koffie kost in Indonesie, op het platteland 1000 roepia’s, en in de stad 3000 (10 en 30 eurocent), dus ik neem gemiddeld 2000. Als ik nou een riksja ritje van 5 min maak, moet dat die man 2 koppen koffie opleveren lijkt me, dus 4000 roepia’s, en als ie meer vraagt krijgt ie een schop. Zo wil ik eens kijken of het handiger is om een prijs bewustzijn op te bouwen.

In de winkelcentrum zijn er nooit hekken bij de roltrappen, zodat je zo naar beneden kan donderen. Ook vaak als je op de 5e verdieping of zo staat, kan je naar beneden kijken via het centrale plein, en dan is er maar een dun glazen muurtje tot kruis hoogte, en daarna een diepe val. Dit geeft een heel eng gevoel, net ook, toen ik op de 7e verdieping van de pizzahut zat, gescheiden door een dun glazen wandje, keek ik 30 cm naast me 7 verdiepingen naar beneden door het hele winkelcentrum heen. brrrr.

Laatste update op augustus 24, 2021