Short Story : Een uur

India is druk. Altijd en overal. Het maakt niet uit waar je bent, hoever je denkt verwijdert te zijn van het dichtstbijzijnde dorp, er zijn altijd mensen, en het zijn er altijd veel. Diegene die India kennen, zeggen dat India als een natte deken is.  Dat kun je niet begrijpen als je er nooit geweest bent. De combinatie van de warmte en de vel mensen, maken dat het is, alsof je continu met 100 man in een 6 persoons sauna zit.

Zo ook die dag in Delhi, waar het, net als in alle groten steden in de wereld, nog eens extra druk is. Ik liep daar met mijn goede vriend Banti.

Banti kende ik al 4 jaar of zo, en hij was mij op komen halen in Delhi. Aardig van hem. Samen zouden wij naar zijn geboortedorp in het midden van India rijden, een rit van een dag of drie of vier, naar gelang de kwaliteit van de wegen. Dat weet je in India nooit van te voren, alhoewel het meestal slecht is. Op de kaart kan de weg er nog zo mooi en groot en belangrijk uit zien, pas als je er rijd weet je of het een gatenkaas of een normale weg is.

In de middag deden we nog wat boodschappen en bezocht ik een bank om wat Travellercheques  om te wisselen. In het midden van India zou dat vast niet meer gaan, of ik moest hoge commissies betalen, dus regelde de zaakjes maar hier in Delhi.

In die middag was het 42 graden, in die hitte liepen we richting mijn auto die vlak bij de buurt Paharganj geparkeerd stond. Had twee zakken verse groente en een bom duiten op zak. Bij de auto aangekomen stond er een gast van een jaar of 30 te kijken hoe ik de deur open deed en naar binnen ging. Ik sloeg daar verder geen acht op, je wordt in India overal aangestaard. Alsof de mensen niks anders te doen hebben.

Eenmaal binnen de boodschappen in de ijskast gelegd en het geld veilig weg geborgen, werd er op de deur geklopt. Het was warempel die gast die net stond te kijken.  Hij zegt, in gebroken Engels, dat ie op mijn auto had gepast, en dat ie wat geld nodig had, of ik hem wat wilde geven. Hij brabbelde iets over zijn zieke zoon. Mijn eerste reactie was om hem een schop te geven, maar om de een of andere reden vond dat geen goed idee. Hij had een beetje rare blik in zijn ogen.  In plaats daarvan pakte ik mijn portemonnee van boven de deur, haalde er 20 roepies uit (40 cent) en gaf het hem. Ga er maar van eten, succes er mee. Een lachje kan er bij een India’er altijd wel van af, maar niet bij dit individu. Zonder te danken of een vriendelijk lachje draaide hij zich om en verdween in de mensen massa.

Bestede er verder geen aandacht aan en ik ging eerst eens een uurtje voor de ventilator zitten om mijn bezwete kleding te drogen. In overleg met Banti zouden we de volgende dag in de loop van de ochtend weg rijden, net na het spitsuur. Nou is spitsuur betrekkelijk hier, want het is bijna altijd spitsuur, maar toch bleek het verkeer rond 11 uur iets minder te zijn dan de rest van de ochtend. Banti sliep in een guesthouse vlak bij, ik wilde in de auto blijven slapen. Zou ook liever guesthouse slapen, dat is veel koeler en rustiger maar ik liet mijn auto ’s nachts liever niet alleen in zo’n grote stad als Delhi.

Na een warme en luidruchtige nacht was het in de ochtend  ‘relatief’ fris, en ik besteedde die tijd aan wat laatste klusjes. Olie en water controleren, toilet leeg gooien. Terugkomend van dat laatste zag ik de man die ik gisteren wat geld had gegeven, snel weglopen van mijn auto. Ik had de deur open gelaten, te toilet dump plek was 50 meter verder. Vond het wat raar maar dacht er in eerste instantie niets van. Na een kwartier viel echter het kwartje en met een naar gevoel in mijn buik liep ik naar de plek boven de deur waar normaal gesproken mijn portemonnee ligt. Jammer dus, weg. Ik twijfelde. Had ik hem er wel neergelegd, zat ie misschien in een andere broek of lag ie naast mijn bed misschien. Helaas pindakaas, langzaam drong het tot me door dat mijn portemonnee met alles drop-en-drin weg was, gestolen door een man die ik een dag eerder nog geholpen had.

Op het moment dat dat tot me door was gedrongen moest ik snel wat gaan doen. De man was nog niet ver en misschien kon ik hem nog achterhalen. In mijn portemonnee zaten behalve wat geld, ook een credit card, mijn Nederlandse mobiele-sim kaart en mijn bankpas. Die laatste twee wil ik heel graag weer terug natuurlijk. Sloot snel mijn auto af en begon zenuwachtig rond Paharganj en het Nieuw-Delhi trein station te lopen in de hoop die man te vinden. Wie echter deze omgeving kent weet dat er duizenden mensen lopen, alles en iedereen kris-kras door elkaar, verkeer er tussendoor, overal rijdende verkopers met karretjes, het was onmogelijk om iemand te vinden. Liep dus zoekend richting het guesthouse waar Banti verbleef en haalde hem op. Ik informeerde hem wat er gebeurt was en samen liepen een uur lang te zoeken, zonder resultaat.

Na een uur besloot ik het zoeken te staken en een telefoon te gaan zoeken waar ik naar Nederland kon bellen om bankpas, creditkaart en telefoon sim stop te zetten. Rond het station van Nieuw-Delhi kan je overal wel bellen, bel kantoortjes op elke hoek en ik pakte de eerste de beste die ik tegen kwam. Had de nummers bij me en begon te draaien naar de creditkaart maatschappij. Terwijl ik zat te wachten op verbinding viel mijn oog op iemand die aan de overkant van de straat me aan stond te staren. Het was de man die mijn portemonnee had. Ik gooide de hoorn neer, gilde tegen Banti die een paar meter verder op stond en sprintte naar de overkant. Banti had snel door wat er aan de hand was en rende ook naar de overkant, maar schuin. De man had mij natuurlijk zien komen en liep weg. Echter waren Banti en ik veel sneller dan hij en binnen no-time had ik hem te pakken. De man deed een slappe poging om zich te verzetten maar ik draaide snel zijn arm achter zijn rug en Banti pakte zijn andere arm. Die ging nergens meer naar toe.

Banti begin in Hindi tegen de man te praten, eigenlijk te schreeuwen en ik hoefde geen Hindi te kennen om te begrijpen wat ie vroeg. De man brabbelde wederom in slecht Engels een antwoord. Hij zei het volgende: Ik heb je portemonnee gestolen, niet om je geld te pikken, maar om je aandacht te krijgen. Ik heb het vlakbij op een veilige plaats, met al je geld en alles wat er in zat nog precies zoals het was.  Ik ben geen dief, maar ik heb wel een heel groot probleem en ik heb daar hulp bij nodig. En omdat niemand mij wilt hebben en omdat het heel dringend is,  ben ik tot deze actie over gegaan.

Ik begon ondertussen wat kalmer te worden. Wilde in eerste instantie die man eens flink wat botten breken, maar zijn kalme en verzekerde manier van praten had invloed op me. Banti echter bleef opgewonden en gaf de man een schop, ondertussen blijven vragend om de portemonnee terug te geven.

Wie ooit in India geweest is weet, dat bij dit soort akkefietjes, je al snel een paar honderd man om je heen hebt staan, en dit was geen uitzondering. Al gauw begonnen anderen  zich er mee te bemoeien en een iemand  gaf de dief zelfs een klap. In de verte hoorde ik al het fluitje van een agent die aan kwam snellen. Wat dat betreft is de politie er altijd als de kippen bij, bang dat een mensen menigte al snel een opstootje zou betekenen. En in India, als je eenmaal zo ver bent, is er geen houden meer aan en gaan mensen om onverklaarbare redenen helemaal door het lint. En dan vallen er dooien. De Hindoe is helemaal niet zo vredelievend als ze zich wel voor doen komen.

Ik zag dus al troubbles, en wilde daar niet midden in zitten dus ik zeg tegen Banti, kom, we nemen die gast mee naar een rustige plek, want hier gaat het fout zo. Ik grijp de man bij de haren en Banti houd zijn arm in een of andere vage greep, samen drukten we door de mensen massa heen in tegenovergestelde richting van waar de politie fluitjes klonken. Twee keer de hoek om, de man met ons meesleurend,  om vervolgens net om hoek 3 met die man een Dhaba (restaurantje) in te duiken die ook een bovenverdieping had, zodat je uit het zicht kon zitten. Het personeel keek wat vreemd op maar ze zijn wel wat gewend hier in Delhi.

Boven aangekomen was het helemaal leeg, mooi bijkomstigheid. We plantte de man in een hoek met zijn rug tegen de groezelige muur en gingen beide aan twee kanten zitten zodat ie niet weg kon zonder over een van ons heen te springen. Nou vertel maar zegt Banti tegen die man. Niks ervan !! gebood ik, ik wil eerst mijn portemonnee terug voor ik zelfs maar naar die man ga luisteren. Hij heeft me beroofd en als ie niet snel over de brug komt dan lever ik hem niet aan de politie uit maar aan  de meute daar beneden, dan weet ik zeker dat ie zijn verdiende straf krijgt.

De man zat me aan te kijken met diezelfde vreemde blik als de dag ervoor. Een mengeling van angst, treurnis en junkie ogen en ik had het er niet zo op. Hij zei echter niks en leek na te denken. Ik geef je 1 minuut de tijd om me ter vertellen waar mijn portemonnee is, dan lever ik je uit bitste ik hem toe. Moet eerlijk zeggen dat ik me bozer voor deed komen dan ik in werkelijkheid was, ik voelde dat er wat anders aan de hand was en dat die man een goede reden had voor deze wanhoopsdaad. Want dat was het mijn inziens.

Na 40 seconde stilte zegt de man, nog steeds in Hinglish (mengeling van Hindi en English) dat hij de portemonnee terug zal geven, mits ik beloof zijn verhaal aan te horen. Ik ging daar onmiddellijk klakkeloos mee akkoord. Niet alleen omdat ik heel graag mijn eigendommen terug wil hebben, maar ook omdat ik die man geloof. Het is een gevoel, maar het gevoel vertelde me dat die man de waarheid sprak. Waarom anders, dacht ik, was ie me gevolgd en liet ie zich redelijk makkelijk pakken.

Ok Bai (broer in Hindi) zeg ik, kom maar op met mijn eigendommen. De man graait aan de onderkant van zijn broekspijp. Het ging snel en omdat ie bukte kon ik het niet zo snel zien. Even schrok ik en dacht ik dat ie een mes aan het pakken was maar toen ie weer overeind kwam lag mijn portemonnee in zijn hand. Jezus, hoe flikte die dat? Nou, het boeide me niet, ik graaide mijn eigendom terug en keek of er wat verdwenen was. Al mijn pasjes zaten er in, mijn sim kaart, en zover ik dacht ook al mijn geld. Ik bedoel, wie weet er nou precies hoeveel geld ie in zijn portemonnee heeft zitten. Ongeveer wel, en dat leek welk te kloppen. Zelfs een paar bonnetjes van winkels zaten er nog in alsook een kaartje van de metro.

Ik haalde opgelucht en diep adem. Ondertussen kwamen er andere gasten naar boven lopen en gingen een paar tafels verderop zitten. De ober, die ik al twee keer terug had gestuurd kwam ook weer naar boven en ik besloot ook gewoon aan een tafeltje te gaan zitten i.p.v. als een menselijke muur tegenover de man. Zette de man aan een tafeltje, wederom in de hoek en Banti en ik gingen beide aan het eind zitten. Heb je honger? Vroeg ik de man. Ja, ik heb al 2 dagen niks gegeten zegt ie.  Dat zal deel van zijn vreemde blik hebben verklaard. Ik had ook nog niet echt ontbeten en het was ondertussen al bijna lunchtijd dus ik bestelde wat Alu-gobi, tomater-paneer en wat chapati’s (pannenkoek-broodjes) evenals  drie chai (thee). Hoe heet je, vroeg ik de man. Ik heet Tawari, ik ben 28 jaar. Ik ben getrouwd maar mijn vrouw is vier maanden geleden overleden in een ongeluk. Ze werd door een vrachtwagen geschept, maar die is doorgereden. Ik heb een zoon van 8 en die is ziek, en daarom moeten jullie mij helpen.

Jaja, zeg ik tegen Tawari, als ik iedereen moet helpen die zielig of arm is, dan ben ik zelf binnen een half jaar arm, dus dat maak ik zelf wel uit. Ja dat snap ik zegt Tawari, maar dit is anders. Ondertussen komt de ober met uiteraard iets anders dan ik besteld heb (dit is India), maar het smaakt toch en we eten zonder veel te zeggen. De ene na de andere chapati vliegen naar binnen maar Tawari, die toch honger moet hebben, at erg langzaam en niet zo veel. Als hij merkt dat ik hem aankijk zegt ie dat zijn maag zoveel voedsel niet gewend is, en hij langzaam moet eten om niet misselijk te worden. Ik drink ondertussen langzaam de gloeiend hete thee op (het is buiten nu gauw tegen de 35 graden aan) en als Tawari blijkbaar klaar is met eten en ook aan zijn thee begint vraag ik hem om de boel dan nog maar eens uit te leggen.

Mijn vrouw en ik zijn, vlak na de geboorte van mijn zoon, die Rajesh heet, naar Delhi gekomen , van het platteland. Daar was veel armoe en in de stad zou werk zijn. Ik had een kennis die een garage heeft en ik zou als leerling monteur bij hem kunnen komen werken. Dit ging allemaal goed, van het magere loontje huurde we een kamertje. Na Rajesh, kwamen er twee miskramen en mijn vrouw leed daar erg onder. Ze zat veel binnen en schaamde zich voor haar onvermogen om kinderen voor me te baren. Mijn werk bleef gelukkig goed gaan en ik verdiende elk jaar een beetje meer. Rajesh ging een aantal dagen per week naar school, was een gezonde en vrolijke jongen en ontwikkelde zich goed. Totdat vier maanden geleden mijn vrouw door die vrachtwagen werd aangereden. Toen begon de ellende. Mijn vrouw wilde heel graag dat haar overblijfselen aan de Ganges verbrand worden. Dat wist ik, we hadden het er wel eens over gehad. Dus wilde ik haar laatste wens in vervulling laten gaan en regelde vervoer van het lichaam naar Varanasi, de heilige stad aan de Ganges, moest hout kopen voor de brandstapel, bloemen om Puja mee te doen, enfin, het koste allemaal veel geld dat ik eigenlijk niet had.  Ik leende bij familie en stond overal in de schuld. Toen ik na twee weken terug kwam in Delhi had de huurbaas mijn kamertje aan een ander verhuurd, met al mijn spullen er bij. Ik had dus niks meer. De volgende dag op mijn werk bleek het dat ze me niet meer nodig hadden. Ik was zo maar 14 dagen weg gegaan en ze dachten dat ik dood was, dus hadden een andere jongere en goedkopere monteur aangenomen.

Zo stort in twee weken tijd je hele wereld in elkaar. Ik had letterlijk niets meer, alleen mijn zoon Rajesh. De komende weken hield ik mij levend door te bedelen. We sliepen in de nacht op straat en overdag bedelde ik samen met mijn zoon voor wat geld, in de hoop dat het me een dag zou lukken om genoeg geld bij elkaar te sprokkelen voor een buskaartje terug naar mijn familie op het platteland. Daar had ik ieder geval onderdak en te eten.

Het zat echter niet mee. Tezamen met mijn zoon lukte het nog wel genoeg bij elkaar te bedelen om te eten, maar na drie weken werd ie ziek. Ik vermoede dat ie malaria had. Immers heb je, bij het slapen op straat weinig bescherming, en malaria is nog steeds een probleem in India. Een dokter kon ik niet betalen en het ging steeds slechter met hem. Hij ligt nu al 2 weken op straat, in een deken, te rillen. Wil vrijwel niet eten of drinken, al helemaal niet meer opstaan. Als ik bij hem blijf, heb ik geen kans om te bedelen en heb ik ook niks te eten, als ik hem alleen laat ben ik zo bang dat ie dood is als ik terug kom.

De tranen stonden Tawari in de ogen en ik moest ook even slikken. Banti’s gezicht was uitdrukkingloos en ik vroeg Tawari waar zijn zoon dan nu was. Die ligt nog gewoon op de stoep niet ver hier vandaan. Als ie dood is wil ik ook niet meer leven. Jullie moeten mij helpen. Daarom deed ik deze actie. Ik had je al gezien in de auto de dag er voor, en je gaf me geld. Dus ik wist dat je een goede man was.  Ik moest dus je aandacht trekken,  misschien op een wat aparte manier maar het heeft gewerkt. Ja, zeg ik, gewerkt heeft het, maar ik kan je nog steeds bij de politie aangeven, want wat je deed was niet alleen heel erg dom maar ook tegen de wet in.

Weet je wat, zeg ik, het onderwerp veranderd, we gaan nu naar je zoon toe, we bestellen hier een glas uitgeperste mango sap, dat nemen we mee, zal hem goed doen. De blik van Tawari werd gelijk een stuk alerter. Ja zegt ie, dat is een goed plan, kom we gaan. We stonden op en Banti wilde Tawari weer in een greep vasthouden maar ik zei dat ik dacht dat dat niet nodig was. Ik betaalde (had nu weer geld) en we liepen de Dhaba uit. Nu was het de buurt aan Tawari om voorop te lopen, maar ik bleef héél dicht in de buurt, je weet het nooit. We liepen door de hoofdstraat van Paharganj, om de 10 meter worden me dingen in het ook gefluisterd door de irritante verkopers. Hash, drugs, massages, andere verboden zaken. Het stikt hier van de backpackers, dus heel veel hotels, guesthouses, internet shop en héél veel souvenir winkeltjes. En zo sleepte we ons door de mensen massa, veel blanke huidjes gemengd met lokalen. We sloegen links af een steeg in en het werd snel minder druk. Nog een paar keer afslaan en we kwamen in het gedeelte dat achter Paharganj ligt en niet echt jofel is. De geur van urine, vermengd met curry en vuilnis. Geen pretje. Weer een hoek om, langs een openstaande tempel waar pappige Hindoes met dikke vetlagen op hun heupen offers aan het brengen waren bij de een of andere vage God.

Na nog 5 minuten lopen een straat waar veel mensen buiten zaten, en halverwege lag een bundeltje kleding op de stoep. Althans dat dacht ik. Daar aangekomen haalde Tawari het bundeltje uit elkaar en daar lag zijn zoon.

Ogen dicht, huid zo bleek als ik nog nooit van een India’er gezien heb. Hij bewoog ook niet en ik dacht even dat ie dood was, maar toen Tawari langzaam over de wang van zijn zoon wreef gingen de ogen open. Grote bruine, bijna zwarte ogen. Het gezicht was uitdrukkingloos en toen Tawari wat tegen de jongen zei, knikte hij flauwtjes. Ik gaf de jongen de beker met Mango sap maar hij was te slap om de beker vast te houden. Zijn vader hielp hem en goot langzaam een paar druppels naar binnen. Hoe raar, dat nog geen halve kilometer hier vandaan, de toeristen zich te goed zitten te  doen aan bakken met vreten, hier ligt een jongetje gewoon dood te gaan op de stoep. Dat is India.

Ik draaide me om, en vroeg aan Banti wat we moesten doen. Ik snapte nu wel waarom Tawari doe wanhoopsdaad had gedaan, om je zoon te redden wil je risico’s nemen. Maar dat neemt niet weg dat ik niet weet wat nu. Nou, zegt Banti, ik weet dat er hier een privé kliniek zit, eigenlijk meer voor de Gora’s (een blanke in India is een Gora), maar misschien kunnen we deze jongen daar wel laten behandelen? Ja, zei ik, maar dat kan duizenden euro’s kosten, en dat geld heb ik ook niet zo los liggen. Ik wil geen prijs op een menselijk leven zetten, en ik wil graag helpen, maar ik wil ook wel oppassen dat ik niet uitgekleed word of voor verassingen kom te staan. Ja, zegt Banti, ik snap dat.

Wat we ook kunnen doen is naar het ziekenhuis voor lokalen gaan, maar dat kan wel eens lang duren. Dat wist ik. Ik was zelf als een paar keer naar een ziekenhuis geweest in India, en eens naar een  publiek ziekenhuis, daar wil je liever niet naar toe, al ben je nog zo ziek. Ik draai me terug naar Tawari, en vraag hem wat ie nu van mij verwacht. Hij kijkt me treurig aan en zegt.. red mijn zoon, dat is het enige wat ik nog heb op deze aarde.

Dat treurige gezicht zal altijd in mijn geheugen gegrift staan. Ik zeg, pak je zoon, en volg mij, we gaan naar de privé kliniek hier iets verderop.

Daar aangekomen loop ik naar binnen en spreek de eerste de beste zuster aan. Zuster, ik zoek een dokter, het is een noodgeval. De zuster, die natuurlijk dacht dat het voor mij was, wees naar een klein hokje iets verderop. Ik liep er naar toe maar hoorde achter mij tumult. Zowel Banti als Tawari met zijn zoon werden door een bewaker tegen gehouden. Het is een kliniek voor buitenlanders, dus de bewaker denkt waarschijnlijk dat het zwervers zijn. Ik liep terug , pak de bewaker zachtjes beet en zeg tegen hem… ze horen bij mij, don’t worry. We lopen regelrecht het hokje in wat de zuster me aanwees. Daar zat een man in een witte jas, ik neem aan een dokter, die schrok een beetje van de ‘overal’ en voor dat ie bekomen is leg ik hem snel uit wat ik wil. Dit is het kind van een goede vriend van mij en die is erg ziek. Ik wil graag dat je hem goed onderzoekt en me verteld wat er met hem aan de hand is en wat er nodig is om hem beter te maken. En ik wil graag dat je het snel doet want ik denk dat de situatie dringend is. Ik betaal de rekening van het onderzoek.  Afhankelijk van zijn probleem en de oplossing wil ik dat ook betalen.

De dokter ziet de ernst van de situatie en begint Rajesh te onderzoeken. Er wordt bloed afgenomen en speeksel. De jongen ondergaat het hele proces zonder ook maar een spier te vertrekken. Op de paar vragen van de dokter antwoord hij zo zacht dat ik geen idee heb wat ie zei.

Na een half uurtje porren, luisteren en onderzoeken komt de dokter op me af. Ik vermoed zegt ie, in perfect Engels, dat deze jongen malaria heeft, in een ver gevorderd stadia. Ik ben er 90% zeker van. Malaria, mits onbehandeld is dodelijk, en als ik het allemaal zo zie denk ik dat deze jongen op het randje staat. Om er echter zeker van te zijn moet ik het bloed onderzoek afwachten, dat duurt nog twee uur. Daar voor kan ik niks doen want als ik hem nu malaria medicijnen zou geven en het is iets anders, kan ik de situatie erger maken dan dat die nu al is. Als het malaria-bloedonderzoek positief is, kan ik gelijk met de behandeling beginnen en ondanks dat hij zwaar ziek is, zal hij er weer boven op komen, de huidige medicijnen werken snel..

In overleg met Banti, stellen we ons vertrek een dag uit, om te kijken hoe het verder gaat met Tawari en Rajesh. We gaan een straatje verderop een koel drankje drinken met z’n twee, wachtend op de uitslag van het bloed onderzoek en laten Tawari en zoon in het ziekenhuis. Daar is het koel. Buiten is het ondertussen tegen de 40 graden en vies.

Als we na een paar uur in het ziekenhuis terug komen en het onderzoek kamertje in lopen, is zowel de dokter als Tawari niet te zien. Ik loop wat rond maar zie helemaal niemand eigenlijk. Doe hier en daar wat deuren open tot ik ineens een soort doctors kantine zie, waar ook ‘mijn’ dokter zich tegoed zit te doen aan een late lunch. Als ie mij ziet verschiet ie van kleur. Ondanks zijn donkere huid kan ik dat toch goed zien. Ik vraag hem waar Tawari en Rajesh is. Weet je het niet dan, vraagt ie? Weet ik wat, wat is er allemaal aan de hand? Kom mee, ik vertel het je, maar niet hier in de kantine.

Bij het behandel kamertje aangekomen laar ie ons zitten. Ik heb treurig nieuws. Rajesh overleed een uur nadat jullie vertrokken waren. Tawari heeft het lichaam meegenomen is is weggelopen, ik kon hem niet tegen houden. Het spijt me.

Ik wist me geen houding te geven en wist ook niet wat ik doen moest. Pff, dat was een wending die ik niet aan had zien komen. Heeft Tawari gezegd waar ie naar toe ging? Nee, zegt de dokter, hij heeft zijn zoon in de deken gewikkeld en is zonder wat te zeggen weg gelopen. Is de uitslag dan nog binnengekomen van het bloedonderzoek? Ja, zegt de dokter, het was inderdaad Malaria. We waren gewoon een uur te laat.

De volgende dag reed ik, met een rotgevoel naar het zuiden. Ook Banti, toch al niet erg spraakzaam normaal gesproken, was nog stiller dan normaal. Tawari heb ik nooit meer gezien. Zo gaat dat in India….

 

Laatste update op oktober 28, 2021