Argentinië deel 5

Vanuit Bolivia reed ik in Argentinië verder zuidwaarts, de weg bleef langzaam dalen. Kon mijn trui uit doen, het was lekker warm hier, zelfs in de ochtend. Zag wel in de verte een dikke laag bewolking hangen, daar lag Salta dus.
Ben nu in het noorden van Argentinië aan het rijden. Het zuidelijkste puntje van Argentinië waar ik begin van het jaar was is hemelsbreed 3500 km hier vandaan. Als ik dat op Europa projecteert, om een idee van de afstanden te krijgen, is dat even ver als van Gibraltar naar Finland. Dat is een heel continent. Hier heb je het over één land..
Liet Jujuy links liggen (spreek uit als Gugui) en stoomde door naar Salta. Jujuy zag er van een afstandje relaxed uit, iets om later terug te komen.

 

In Salta aangekomen stonden daar Anne-Marie en Daniel met kids, Andre en Cristine met kids, nog een twee onbekende Fransen, een met een grote MAN. Ze hadden mini Frankrijk gecreëerd op de grote gemeentelijke camping. Ging er maar niet pal tussen staan, mij te veel blablabla in het Frans. En ik ken die Fransen, over het algemeen zijn ze alleen in elkaar geïnteresseerd.

De volgende dag kwamen Ernst en Christine en de dag er na Marisol en Armin. Zo was bijna het hele Ushuaia groepje compleet. Allemaal mensen die ik in het afgelopen half jaar wel ergens was tegen gekomen en met wie ik wel wat tijd had doorgebracht. Toch wel apart te zien hoe dan de Duitsers/Zwitsers/Oostenrijkers op een hoopje gaan staan en de Fransen op een ander hoopje. Ik stond er tussen in.

Anne-Marie was jarig en blies de kaarsjes uit

De eerste paar dagen was het slecht weer in Salta. Motregen en koud en guur. Dat was ik niet meer gewend maar voor een paar dagen was het wel lekker. De stad zelf stelde op zich niet zo veel voor. De bekende Plaza des Armas die hier Plaza de 9 de Julio hete. Kerken en andere grote historische gebouwen er om heen, winkelstraat en een Mercado central voor groente, goedkope kleding en gekopieerde cd’s en dvd’s .

 

De eerste keer ging ik om 2 uur de stad in om wat te winkelen. Was de domme opening tijden van de winkels vergeten in Argentinië. Om 2 uur in de middag is echt alles dicht en lijkt het centrum uitgestorven. Kon gelukkig nog wel wat verse groente op de Mercado bemachtigen. Lekker verse broccoli.
En zo hing ik een paar dagen in Salta rond, wat werkend aan de auto, wat internetten, wat luieren en veel kletsen met andere overlanders.

De kerk van Salta is wel erg mooi

Salta ligt in het verre noorden van Argentinië. Om de een of andere reden is het er koud, ik vermoed omdat het winter is hier.  Zeker als de zon niet schijnt is het waterkoud, en dat deed die ook niet de eerste drie dagen dat ik in Salta was. In de  grote gemeentelijke camping, dichtbij het centrum van de stad, was een enorm zwembad. Zwembad is eigenlijk niet eens het goede woord, het is meer een klein kunstmatig meertje. Omdat het nu te koud is om te zwemmen, zit er geen water in en was er midden in de camping een enorm gat.

Salta is als stad niet zo veel bijzonder. Dat zijn eigenlijk maar weinig Argentijnse steden. Ik heb het al eerder geschreven, de steden zijn een beetje eenheidsworst met de centrale plaza, kerkje, wat historische gebouwen en een paar winkel straten. Die winkel straten zijn bijzonder eentonig. Blijkbaar lopen de mensen hier veel, want de schoenenwinkels, normaal al veel aanwezig, waren hier nog overduidelijker aanwezig. Op sommige stukken winkelstraat was de helft van de zaken op de voet gericht. Verder viel mij op dat er in Salta erg veel hardware winkels zaten. Hardware op het gebied van schroefjes moertjes en boutjes, bouwmaterialen, gereedschappen. Dat soort zaken. Geen één is er zelf bediening, allemaal nummertje trekken en wachten op je beurt. En wachten zal je. Winkelen in Argentinië betekend geduld hebben. Veel geduld. Zeker op zaterdag.

Je kan aan de producten in de supermarkt zien wat de lokalen eten. Ik heb het er vast wel eens eerder over gehad, maar nu weer terug in Argentinië valt het weer op. Rijen met yoghurts, puddinkjes en slagroom. En alles is ‘light’, dat betekend dat er weinig vet in zit en des te meer suiker. Yoghurt zonder suiker is moeilijk te vinden, maar de bananen, aardbei of andere smaken staan er in dikke rijen. Ik denk dat er wel 100 verschillende soorten kleine puddinkjes staan, allemaal mierenzoet.

Mayonaise is nog zo iets. Een heel gangpad met mayonaise, echt waar. Ook veel frisdrank en bier/wijn, maar dat is bij ons ook zo. Verder zeker een gangpad met Mate (Argentijnse soort thee) en heel veel Nescafé en koffie met suiker er al in voor vermengd. Echt, ze hebben hier gemalen koffie waar 10% suiker in zit. Zonder suiker is 10x duurder en niet altijd te krijgen.

Zaterdag ochtend liep ik in de hoofd winkelstraat, heel gezellig hoor. Om 2 uur waren plots alle winkels dicht. Kon goed zijn dat de winkels geen idee hebben wat er in hun klanten omgaat. Want er liep nog steeds erg veel volk. Ook begonnen lokaaltjes voor de dichte winkels hun waren uit te stallen op de straat, zodat het gezellig bleef gelukkig. Maar de winkels lopen hun handel mis, want de straat venters zijn veel goedkoper.

Bestede een paar dagen met wat klungelen aan de auto, Boliviaans stof verwijderen, wat boodschappen doen. Na 3 dagen werd het ook zonnig, het net alsof ik vakantie had, gek he.

Besloot, nadat het op 2 juni wederom bewolkt en koud was, om op 3 juni verder naar het zuiden te vertrekken. Let wel op, naar het zuiden hier betekend dus eigenlijk richting nog kouder. Reed de eerste dag naar Cafayate, over de route 38. De omgeving was in het begin niet echt boeiend. Veel akkers, koeien, aardappel velden en gele boter bloempjes. Bij La Merced een heel lelijk Christus beeld, die Jezus had al jaren niks gegeten leek het.

Na 100 km veranderde de omgeving drastisch. Ik reed over de ‘Quebrada de Cafayate’.  Dit was een partij schitterende rood-geel-bruin-groen-beige bergen. Eigenlijk meer canyons. De kleuren sprongen je tegemoet met zo’n uitbundigheid dat om elke bocht je mond weer open viel. Steeds weer andere formaties, op andere manieren ge-erodeerde rotsen. Mooi.! Plots een bordje die wees naar een bijzonder diepe smalle kloof. 10 meter breed en ik denk 100 meter hoog, ooit gevormd door duizenden jaren water, nu zo droog als een kurk.

Drogende tabak

Cafayate, een klein plaatsje vlakbij deze mooie bergen, dankt zijn bestaan er denk ik aan. Aan die bergen en hun wijngaarden. Er word veel wijn verbouwd in deze regio. Nu heb ik een hekel aan wijn, ik vind het vies, bocht, gore bedorven druiven. Opgehemeld door…jaja de Fransen natuurlijk.

Dien verstande was er niet zo veel te doen in Cafayate zelf. Een wijn museum, waar ik begrijpelijkerwijs niet naar toe ging en verder was het erg stil. Fietste om 8 uur in de avond over de Plaza heen, er waren genoeg honden te zien maar weinig mensen.

Schitterende rode bergen

Verder door naar het zuiden was niet super spannend. Raakte zelfs een keer de weg kwijt. Bijna elk dorpje heeft een omleiding voor vracht verkeer. Normaal neem ik die natuurlijk niet, maar besloot vandaag eens gek te doen. Geen idee waar ze me naar toe voerden. De weg ging ver om het dorp heen en kwam ergens uit waar ik helemaal niet moest zijn. Niet handig. Doe ik ook nooit meer.

Ten zuiden van Cafayate ligt, tussen de vele kilometers van wijngaarden, het oude Quilmes. Daar zal het bekende Argentijnse bier wel naar vernoemd zijn. Quilmes is een pre-spaans gehucht, dat ook alle Inca contacten  heeft vermeden. Je kan dus zeggen een belangrijk brokje historische cultuur. Het zijn ruïnes, er woont dus niemand meer. Daar aangekomen moest ik 10 peso betalen en kreeg ik erbij vermeld dat ik naar Herman moest vragen, dat was de beste gids. Mmm, zal wel een vriendje van de entree-mijnheer zijn. Parkeerde mijn auto en denk, ik ga eerst een bakkie doen en even lezen over deze plek.

De Lonely Planet legde uit dat Quilmes zo’n 1000 jaar oud is en dat er in betere dagen wel 5000 man woonde. In 1667 hebben de Spanjaarden de laatste 2000 bewoners naar Buenos Aires getransporteerd. Er is nooit meer wat van hun gehoord.

In de folder die me ter plekke werd overhandigd een heel negatief, depressief en vervelend verhaal, maar dan over het heden. De nakomelingen (vraag me dan niet van wie) claimen al langere tijd het land waar de resten van het dorp zich bevinden. Ze baseren zich op een schriftelijke uitspraak van de koning van Spanje. Maar de Argentijnse overheid verkocht het land voor 100 $ aan een zakenman die er een hotel met zwembad op bouwde. Enfin, juridisch getouwtrek alom, nu is het hotel verlaten, het zwembad leeg en wat er nu gebeurt, geen idee. Alom vond ik het een negatief sfeertje uitstralen.

Anyway, on een lang verhaal nog langer te maken, Quilmes is een vervallen dorp waar alleen nog wat ‘muren’ overeind staan, dit alles tussen de gigantische cactussen. Omdat de gidsen alleen maar Spaans spraken liep ik zelf maar wat rond. Men had een pad de berg op gemaakt en boven was een soort fort. Daar verbleef men als er onraad dreigde. Prima verdedigbaar, alhoewel ik niet zo kon zien waar men water vandaan kreeg. Dikke, muren, gemaakt van losse opgestapelde stenen schenen het ook tegen de Spanjaarden 103 jaar te hebben vol gehouden. Dit dorp heeft zeker weten de wereldkampioenschap stenen stapelen gewonnen en moet, vind ik, toch zeker in het Guinness book of records komen te staan.

Ergens verderop, in een ander klein gehucht ineens een draadloos netwerk. Die zijn er wel meer, maar deze had een internet verbinding zag ik. Vol op de rem, maar ik was al te ver door om het netwerk nog op te vangen. Omkeren , terug rijden, auto op een stukje gras midden tussen de huizen zetten , antenne naar buiten en post ophalen. Haha, je moet dan de mensen zien kijken, die denken echt dat ik van een andere planeet kom. Vriendelijk lachend reed ik na 4 minuten weer door, nieuwe post stond op mijn laptop en kon ik mooi die avond even lezen.

Nog even terug komen op die cactussen. Ik bedoel, je hebt cactussen bij tante Truus op het balkon, maar je hebt ook echte cactussen. Paar meter hoog, soms wel 8 meter hoog denk ik. Dat kweek je niet op je balkonnetje hoor.

Moet toch dat dak eens wassen

Ook in Argentinië hebben ze een Copacabana. Zag het pas toen ik er door reed. 10 huizen en een oude stationnetje aan een al lang niet meer werkende spoor. Dit Copacabana doet precies het tegenovergestelde aan van de naamgenoot in Brazilië.  Wel vaag was een paar kilometer na het gehucht. Eerst een losse schoen op straat, 20 meter verder een grote plas nog niet helemaal gedroogd bloed. Getuigen van waarschijnlijk een ongeluk? Wie zal het weten.

In Fiambala aangekomen werd ik vrijwel gelijk aangesproken door een mijnheer die bij de plaatselijke media werkte en vijf minuten later was ik, in het Spaans, op de lokale radio.  Weer even later had ik een TV camera in mijn auto en zo werd ik een lokale bekende.  Spendeerde zo weer 4 dagen in dit gat, maar de heet water bronnen zijn erg lekker en de lokale mensen super vriendelijk. Werd uitgenodigd door een lokale familie op een BBQ op zondag, en dat vond ik wel reden genoeg om nog een dagje langer te blijven. Dit keer geen bakken met vlees, maar hele vette ribben. De hele familie at het vet alsof het appelmoes was en zat mij raar aan te kijken toen ik het weigerde te eten en alleen het vlees eraf sneed. Ik had zelf wat Hollandse gehaktbal mix gebruikt om hamburgers te maken, die gingen er in als koek.

De crisis heeft  ook hier toegeslagen. Pa, moe en 7 kinderen (!), wonen in een klein huisje in de woestijn. Ramen zitten er niet in, de kozijnen wel. In de nacht vriest het hier flink, dus kan me wel voorstellen hoe koud het dan binnen is. De Asado was buiten (overdag is het in de zon nog wel uit te houden)  en men hield mij ook buiten. Tafel en alles werden buiten gebracht, heb het idee dat ze zich schaamde voor de binnenkant van het huis. Pa rijd taxi overdag en heeft ’s avonds een hotdog stand op de Plaza. Ook hier zijn de omzetten duidelijk naar beneden aan het gaan. Ter compensatie rijd ie zo af en toe 300 km verderop naar de dichtstbijzijnde grote stad en koopt daar goedkoop een paar honderd kilo mandarijnen (of wat er dan ook goedkoop is) en slijt die dan weer in het dorp, met hopelijk wat winst. Overigens zijn die hotdogs echte monsters. Grote lange kleffe witte broodjes, gevuld met 2 hotdogs (aan de kleur te zien 100% vet) en daar over heen ketchup, mayo, mosterd, oranje saus en dan een avocado smurrie. En hele bergen van alles. Vet als boter, en dat schuiven ze hier zo naar binnen. Ik heb er ooit een gegeten en was een halve dag misselijk.

Hoe dan ook, die mensen zijn super aardig en als ik ooit weer die kant op ga ga ik ze een leuk kado brengen. Hema worst of zo.

Maandag eerste nog een stuk naar het noorden gereden omdat men had lopen pochen hoe mooi de zandduinen wel niet waren daar. Die vielen wat tegen. Het werd tijd om verder te gaan.

De weg richting Cordoba was niets speciaals. Via Rioja zakte ik af naar het zuiden. Veel wijn plantages, veel cactussen, steeds wisselende soorten. Ook veel Gastta’s. Geen idee wat het zijn, maar heel veel plaatsen eindigen in dit gebied op Gasta. Tinogasta, Aimogasta, Nonogasta, Sanagasta, om er maar eens een paar te noemen. Ook veel politie controles, maar in dit deel van Argentinië zijn de agenten watjes. Controle nummer 1; Waar kom je vandaan waar ga je naar toe blabla. Ik geef antwoord. Ok, zegt de agent, heb je wat geld zodat ik een cola kan kopen? Ik ben plots al mijn Spaans vergeten en zeg…Me no hablo spanjool, geef gas en rijd door.  Controle 2:  Waar kom je vandaan waar ga je naar toe blabla. Ik geef antwoord. Ok, zegt de agent, ik wil je papieren zien. Ik rol met mijn ogen en zeg alsof ik het bijzonder irritant vind: Die liggen achterin, dan moet ik eerste mijn auto parkeren. OK OK zegt de agent, laat maar zitten, tot ziens. Haha. Straks boven Buenos Aires zal ik wel anders piepen.

Op de automatische piloot dus

Veel papegaaien hier. Mooi gekleurde met geel, fel blauw en diep groene vleugels. Die beesten vinden het leuk met de auto mee te vliegen, kon ze dus goed bestuderen. Overigens is het hier koud, en snap niet dat die vogels niet naar een warmer klimaat vliegen.

Zo goed als de doorgaande wegen in Argentinië zijn, zo slecht zijn ze als je in de buurt van steden komt. Het is heel raar. Super wegen voor honderden kilometers, maar komt je het stadje binnen rijden wordt het ineens een hobbel pad. Wel asfalt of beton, maar zo oneffen als de pest. Kan me wel voorstellen dat ze het expres zouden doen om de snelheid eruit te halen, maar denk dat dat niet de reden is. Denk eerder dat de goede wegen door de overheid zijn aangelegd en in de stad doet een of andere gribus aannemer via de lokale overheid het.

Verder door naar het zuiden veranderde de omgeving van droog in groen. Rollende bergen, en in de buurt van Cruz del Eje begon het zelfs wel mooi te worden. Wolken in de lucht, groene velden, het leek Holland wel (op de heuvels na dan). Ook heel toeristisch trouwens. De hotels en souvenir winkels zijn duidelijk aanwezig. Het is nu rustig omdat het winter is maar moet er niet aan denken hoe het hier in de zomer is. In elke tuin wel een bord dat men iets verkoopt en de woorden Artesenal en Cabañas komen me nu de strot al uit.

Nog eentje dan, omdat het zo mooi is

De dichter ik bij Cordoba kwam, de dichter op elkaar de dorpjes lagen, tot het bijna een aaneengesloten dorp was.  In Villa General Belgrano aangekomen vond ik Camping La Florida makkelijk, het lag aan de hoofdweg. Ralph en Bethina, een Duits stel dat hier al 25 jaar woont, is eigenaar van deze camping. Het was duidelijk winter. Er stonden 15 auto’s van overlanders die allemaal terug in Duitsland waren (het merendeel van de auto was Duitser, en een verloren Fransman, Hollander en Belg er tussen) maar er waren verder geen gasten. Ik was geheel alleen, en dat bleef ook zo gedurende mijn verblijf. 12 dagen bleef ik. Had een waslijst van kleine en grote klusjes, maar echt gezellig was het er niet.

Behalve het bezoek aan een goucho dag

Ralph en Bethina zijn aardige mensen hoor, daar niet van, en ze hebben me echt wel geholpen met het een en ander. Zelfs een keer Asado met ze gegeten. Sterker nog, ze schonken een glas wijn die ik voor het eerst in mijn leven niet vies vond.  Tocornal van de wijmakers Concha Y Toro.  Moet je eens proberen, een wijn die sterk tegen druivensap aan hangt, zacht en fruitig.

Toch vond ik de twee Duitsers niet echt hartelijke mensen, kreeg toch het idee dat het allemaal een beetje om het geld ging. Ralph regelde accu’s voor me, maar ik mocht niet mee, en ik mocht ook niet gaan betalen, was allemaal beetje geheimzinnig en raar. Spendeerde meeste van de 12 dagen alleen.

Ok, niet helemaal alleen. Mijn goede vrienden, daar over later meer

Het dorpje Villa General Belgrano heeft veel inwoners van Duitse afkomst. Dat gebruikt met dan ook als toeristen lokker. Op elke hoek kan je wel bierpullen kopen, kuchen eten en schnitzels verorberen.

Verder stelde het hele dorp niks voor, sterker, ik vond het super saai. Alle toeristische dorpjes zien er een beetje hetzelfde uit hier. Op zich wel aardig en smaakvol ingericht, maar als je geen toerist bent en niet een cd met Duitse hoempapa muziek of een lederhozen wilt kopen, dan moet je elders zijn. In oktober is het hier bingo, dan organiseren de lokale bierbrouwers (en dat zijn er wel wat) de oktober feste….ja vul zelf maar in wat er dan gebeurt.

Deze jongen genoot niet zo van het gaucho feest geloof ik

 

De 23ste juni reed ik weg voor een rondje omgeving. Richting San Juan en Vallecito. De weg er naar toe was lang en saai, net als de weg terug trouwens. Rond San Juan olijfbomen, mini versies, dat was het hoogtepunt.

In Vellecito was Difunta Correa, een wat uit de hand gelopen aanbidding oord  á lá Lourdes, maar iets anders. De legende gaat dat Deolinda Correa , ergens rond 1840, haar man die in de burgeroorlog vocht te voet volgde. Ze liep door de woestijn en overleed ten gevolge van uitputting en dorst. Passerende mensen vonden haar lijk, met aan de borst haar, nog levende, kind. Nu word haar leven geëerd in heel het land. Vooral vrachtwagen chauffeurs doen aan deze gekte mee. Door heel het land zie je altaartjes langs de kant van de weg met haar afbeelding. Mensen plaatsen daar volle flessen met water zodat ze nooit meer dorst zal hebben.

Uiteraard was in het Vallecito, waar ze schijnbaar gestorven is, een gekheid van overtreffende trap die wel enigszins lachwekkend is. Dat je bijgelovig bent, ok, maar dit is absurd. Er zijn ondertussen zoveel offers daar gebracht, dat men huisjes heeft gebouwd om het allemaal te kunnen plaatsen. Rondom een berg staan die kleine huisjes, vol gestouwd met offers.

Maar ook buiten staat het vol gepakt. Nagemaakte auto’s, huizen, foto’s, tekeningen, dankbetuigingen, prijs-bekers, lintjes, sculpturen, heel en heel veel kenteken platen en nog meer kleine bronzen bordjes met daarop dank teksten. Het is onvoorstelbaar wat er staat en wat mensen er voor een energie in stoppen.

Enfin, kijk maar op de foto. Van de dankbriefjes en bordjes maak ik op dat mensen haar bedanken voor het helpen van het verkrijgen van bijvoorbeeld een huis of auto. Absurd eigenlijk.

Off-season rijden heeft voor en nadelen. Het is natuurlijk veel rustiger overal, prijzen zijn ook vaak goedkoper. Nadeel is wel dat je hier en daar dingen gesloten vind of er verbouwd wordt voor het komende seizoen. Zo ook in Vallecito, een aantal offer-huisjes was dicht wegens verbouwing.

 

Na deze snuif heiligheid weer langzaam door het saaie landschap terug richting Cordoba. Hoogtepunt dit keer twee  Hyena’s. Tenminste, dat vermoede ik. Ze stonden langs de kant van de weg en waren bezig een dood gereden beest te verslinden. Ze leken veel op honden, maar dan grote hazewind honden met prachtig gemêleerde vachten.

De 25ste hebben Coen en Karin-Marijke een overzicht tentoonstelling van foto’s van hun reis. Ik heb die twee nog nooit gezien maar volg ze al  wel een tijdje via hun website en we hebben zo af en toe Email contact. Ze zijn ook al 6 jaar onderweg, ook in Azië geweest, en daar we nu vlak bij elkaar in de buurt reizen werd het tijd elkaar in levende lijve te zien. Hun tentoonstelling was een goede aanleiding. Via een klein berg paadje dacht ik nog even binnendoor te steken naar Jezus Maria om daar het Jezuïeten klooster te zien, maar dat binnendoor paadje van 30 km nam wat meer tijd in beslag dan verwacht. Daarom maar in de bergen een mooi plekje gekozen en heerlijk geslapen.

Het Jezuïeten klooster was volgende dag niet ver meer. Door mooie landweggetjes in een agrarisch gebied kwam ik aan de rand van het plaatsje Jezus Maria. Er heerste een serene rust in en rond het ouwe klooster wat omgeven is door een mooie tuin met vijver. Ontstaan rond 1600, toen de eerste Jezuïeten deze kant op kwamen. Er wonen geen monniken meer, het gebouw was omgetoverd in een museum. Tja, musea, wat moet ik er nu nog van zeggen. Leuk, al die ouwe zooi van de rommelmarkt…  Kamers vol met scherven van aardewerk, lapjes ouwe stof, geheel verkleurd of weg gevreten door de mot en ‘gebruiksvoorwerpen’ waar je van moet denken…wat moesten ze in godsnaam hiermee, die zijn niet aan mij besteed.

Gelukkig was er ook wel wat aardig spul tussen, zoals bijna een hele kamer vol met munten en gedenk-plakken. Ook oud Nederlands geld. Veel godsdienstige relikwieën uiteraard, kruisen, mis kleding, kelken, enfin je kent het wel. Helaas was de uitleg en beschrijving alleen in het Spaans, en dan mis je toch wel wat. Je moet ook niet vergeten dat we in Europa natuurlijk veel meer van dat soort spul hebben en zo’n mooi klooster staan er in Europa natuurlijk ook zat.

Eindelijk dan Cordoba in. Een grote stad met 1.2 miljoen mensen. Coen en Karin-Marijke hebben vrienden in Cordoba en die hadden een foto expositie van 50 of zo van zijn reis foto’s in een winkelcentrum geregeld. Erg leuk, mooie foto’s, erg herkenbaar ook.  (Kreeg weer heimwee naar Azië er van). Spendeerde de volgende dag met Karin-Marijke en Coen, het was ook nog eens mijn verjaardag, en na een Asado (waar ik onder andere ingewanden en zwezerik heb gegeten) en een fles Legui (Argentijnse likeur) had ik de volgende dag een flinke hoofdpijn.

Karin-Marijke en Coen

Wilde de volgende dag naar de binnenstad van Cordoba en besloot mijn auto eerst op de gemeentelijke camping te zetten en vanuit daar het centrum te bezoeken. Die enige camping was echter dicht en dit gepaard met mijn toch nog wel aanwezige kater zag ik het even niet meer zo zitten. Parkeerde mijn auto vlak bij de ingang van de camping en ging eerst maar eens koffie maken. Nam net mijn eerste slurp toen er een auto achter me stopte. Een Argentijn genaamd (Juan Zuchella) kwam vragen wat ik daar deed. Toen hij hoorde dat de camping dicht was en ik dus eigenlijk naar het centrum van Cordoba wilde, bood hij aan me voor te rijden. Super aardig, want het was wel gauw 15 km en ik vermoede dat hij eigenlijk die kant helemaal niet op moest.  Zo kwam ik dus te weten dat Cordoba een Costanera heeft. Dat is een boulevard, maar deze liep helemaal langs de rivier die door de stad loopt. Die weg had wat laaghangende bomen (kras kras), maar ernstiger was de brug van 3.10 meter (en ik ben 3.45). Omrijden dus, uiteindelijk bracht Juan me naar de uitkijkpost in het park, pal naast het centrum van de stad. Ik kon er ook slapen zei die. Dat laatste heb ik maar niet gedaan want de hoeveelheid gebruikte condooms en kapotte flessen deden mij vermoeden dat het hier in de nacht wel eens niet zo rustig zou zijn. Liep de stad in, en je raad het, alle winkels waren net aan het dicht gaan. Wat is dat toch irritant in dit land, ik kan daar maar niet aan wennen. Zaterdagmiddag 1 uur middag, de binnenstad is uitgestorven en sfeerloos.

Goed, dat was wel een beetje wat ik gedaan heb de afgelopen tijd, ga terug rijden naar Camping La Florida, pak in de avond van 3 juli de bus naar Buenos Aires om Merijn op te halen, dan gaan we tezamen een week of drie toeren.

Laatste update op oktober 23, 2021