20110400 – April 2011, Mozambique

April 2011, Mozambique’,’2011-04-27 04:19:26′,’Mozambique begon goed met makkelijke grens overgang en prachtige stranden. Maar naarmate ik noorderlijker kwam werd de ervaring minder met belachelijke wegenbelasting kosten en argwanende en criminele lokalen.’,’Op 5 april vertrok ik vanaf Nelspruit (in Zuid Afrika) dan eindelijk naar Mozambique. De weg naar de grens (Komatipoort) was een stuk langer dan ik gedacht had. Niet 40 km maar bijna 100. Heel stuk door bananenplantages. Alle trossen hadden een zak over de kop tegen insecten, maar die bananen zien dus ook de zon niet. Hielden de bananen bomen op, begonnen de citrus bomen. Citroenen en sinaasappel bomen zo ver het oog kijken kan, en dan nog wat verder. Maar het mooiste vond ik het grote bilboard langs de kant van de weg met daarop een advertentie van een groot Casino. En die claimde dat ze deden aan ‘responsible gambling’. Moet je daar eens over nadenken. Contradictie in terminus van de eerste orde.
\r\n Ik had van diverse reizigers op internet gelezen dat de grens wel eens problemen zou kunnen geven. Verhalen die zich vooral toespitste op de gigantische bedragen wegen belasting die men zou moeten betalen. Ook over het bedrag voor de Visa las ik diverse verhalen. Een beetje bevreesd reed ik naar de grens toe, ik had me voorgenomen dat als men belachelijke bedragen zouden eisen ik linea recta terug naar Zuid Afrika zou gaan en via een omweg door Zimbabwe het hele land over zou slaan.
\r\nDe Zuid Afrikaanse kant van de grens was een makkie. De vrouwelijke douanier schreef mijn auto echter in het verkeerde boek. Het IN boek ipv uit. Voor me zag ik dat een zekere van Hout uit Utrecht Zuid Afrika was komen binnen rijden. De wereld is klein.
\r\nToen de douanier me eindelijk in het goede boek had staan, melde ik haar dat ze de foute inschrijving nog maar even niet door moest strepen, misschien was ik over een uur wel weer terug. \r\n\r\nAan de Mozambique’se kant werd ik onmiddellijk overvallen door een man of 10. Allemaal hadden ze een soort badge op, en allemaal waren ze ‘officieel’. Geloofde er geen snars van en liet ze allemaal staan, liep door naar het gebouw. De prijs van het Visa viel mee, ook de auto papieren waren snel geregeld. Men was correct en vriendelijk en in een mum van tijd was ik klaar. Niemand zei wat over wegenbelasting of verzekering (beide zouden verplicht zijn). Daar stond ik dan, zo van. Euum, is dat alles? Denk, ik ga niet wachten tot het onheil op me af komt, ik ga pleite. Reed het douane terrein af en was in Mozambique. Kosten, 1 euro voor de auto-invoer papieren en 40 euro voor het visa voor 30 dagen. Kans is redelijk dat ik elders in het land nog te grazen ga worden genomen ivm wegenbelasting, maar dat zien we dan wel weer.
\r\nIk had nog geen lokaal geld. Ze gebruiken hier Meticais, en in de buurt van de grens stonden voldoende wisselaartjes. Ik wist dat de normale koers 45 Meticais per euro is, en toen ik stopte kwam er gelijk een gastje aan lopen die me er 50 per euro bood. Geloofde het onmiddellijk al niet. Pakte 300 rand en hij wilde me er 1500 Meticais voor geven. Ik zeg kom maar op. Hij telt 14 honderdjes en drukt ze in mijn hand (ik houd mijn geld nog onbereikbaar voor hem in mijn vuist). Ondertussen staan er al weer 5 man om me heen en als ik zeg dat het er maar 14 zijn, pakt een ander het pakje uit mijn hand, telt terwijl ik goed oplet, en na 14 pakt hij een extra honderdje en doet dat op de stapel en geeft het aan mij. Ik voel onmiddellijk dat het er geen 15 zijn, sterker nog, ik vermoed dat de helft is verdwenen, het is een stuk lichter dan net. Ik waaier het stapeltje uit en zie in de gauwigheid maar 6 biljetten. Ik geef ze terug en zeg dat ik wel elders ga wisselen. Ik ben niet gek. Maar hoe hij het voor elkaar kreeg, Hans Kazan kan er volgens mij nog van leren.
\r\nAchteraf ben ik nog stom geweest, ik had die 14 moeten houden en hem die 300 moeten geven, was ik nog spekkoper geweest. Dan was die bedrieger ook eens bedrogen. Maar ja, dat is achteraf.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nGereden route door Mozambique


\r\n\r\nIn Mozambique praten ze Portugees. Veel mensen brabbelen wat Engels maar je wilt toch graag wat lokaals poekelen. Maar het valt niet mee, ik ben geneigd Spaans te gaan praten maar dat valt niet altijd goed. De Boa Dia en Obligado’s wist ik nog van Brazilië, maar ik moest duidelijk nog even het woordenboek bestuderen.

\r\nReed door richting Maputo (de hoofdstad) en betaalde de twee keer tol met Zuid-Afrikaanse Rand. De wisselkoers was wel slecht maar altijd beter dan als ik in de wisseltruc zou zijn getrapt. Bij het eerste winkelcentrum parkeerde ik mijn auto (onder luid protest van de bewaker, vrachtwagens waren absoluut niet toegestaan) en pinde wat geld met mijn Visa kaart. Ik kon weer even vooruit.
\r\nVlak voor Maputo begon het weer te regenen en ik besloot de hoofdstad over te slaan. Veel is er niet te zien en nu ik geld had, had ik er ook geen reden naar toe te gaan. Grote steden, ach, soms is het leuk maar ik liet deze maar even schieten.
\r\nReed door de buitenwijken van Maputo, buitenwijken die maar door bleven gaan. Zocht een plekje om te wildkamperen maar de regen had vele paadjes omgetoverd tot modder banen dus parkeerde mijn auto bij Casa Lisa, 40 km ten noorden van Maputo. Het was een eenvoudige campsite, eigendom van een Engelsman, maar als ik geweten had dat zowel links als rechts van me een grote generator aan ging tegen 5’en, was ik er nooit gebleven.
\r\nReed de volgende dag gemoedelijk verder naar het noorden. Het zonnetjes was gaan schijnen en de weg was goed. De omgeving was mooi en ik was duidelijk weer terug in Afrika. Merendeel van de mensen woonde in rieten hutjes. Vrouwtjes die enorme bakken water op hun hoofd droegen, tot de rand vol en zonder wat te morsen. Kleine hummeltjes die pal langs de weg aan het spelen zijn. Kinderen in schooluniform die kilometers lopen met een schoolboek onder de arm. En elk huisje heeft wel wat te koop. Vaak maar 5 citroenen of een zielig half kilootje aardappelen, maar alles is trots uitgestald langs de weg. Automobilisten die persé in moeten halen, om dan 20 seconde later langs de kant stil te gaan staan. En niet te vergeten, links en rechts, palmen, palmen en bananenbomen, ondanks de rode zanderige grond i s het hier blijkbaar vruchtbaar.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nMooie strandjes


\r\n\r\nLangs de weg veel cashew noten verkopers. Er wordt door middel van lege plastic zakjes in de boom gemeld dat er wat te koop is, en de zakjes met noten hangen ze dan aan een stok vrijwel op straat. Die cashews kosten geen drol, een kilo geroosterde noten voor 3 euro als je wat onderhandelt. En let op, niet gefrituurd maar echt geroosterd, die smaken echt heerlijk. Kon het niet laten een kilootje mee te nemen en had achteraf spijt dat ik niet meer had gekocht.

\r\nIn Marcia kocht ik op de markt drie flinke kokosnoten, voor 30 cent per stuk ook nog te doen. Lekker kauwen onder het rijden en een alternatief voor kauwgum.
\r\nMaakte een tussensop in Bilene. Dat ligt aan de zee, en ik denk, als ik een mooi plekje vind, blijf ik daar lekker overnachten. Maar de camping was duur en ik vond niet echt een lekker plekje om wild te kamperen. Het was een echt toeristen dorpje maar er stonden veel huizen leeg en waren vervallen. Dus reed toch maar weer door en eindige in Xia Xia beach. Hier was een camping aan het strand. Die stelde wel niet veel voor maar ik stond veilig. Zwom wat in de zee en maakte wat praatjes met lokale. Er werd veel prullaria verkocht maar iedereen is super vriendelijk en niet lastig opdringerig. Het dorpje zelf was net alsof gisteren de helft van de bevolking door een buitenaards schip is meegenomen. Alles stil, weinig mensen op straat en wat er loopt gaat gemoedelijk en langzaam. Dit was iets dat ik in de meeste dorpen en steden van Mozambique ontdekte. Niks herrie, chaos of druk. Rustig, gemoedelijk en vriendelijk. Vervallen gebouwen waarvan er veel leeg staan en ook de bewoonde gebouwen zien er armoedig uit en kunnen duidelijk een verfje gebruiken.
\r\nTerug bij mijn auto wilde ik net een dutje doen (jaja, de jaren gaan tellen) toen er vroem vroem een grote Unimog naast me kwam staan. Dat bleek Fred te zijn, een Duitser die een deel van het jaar in Afrika zit. Grote Duitse vlag op zijn auto. Kreeg in eerste instantie geen hoogte van hem, het leek me een beetje bla bla figuur dus liet hem maar praten. In de avond kwam hij vragen of ik wat kwam drinken maar ik zat net mijn belasting aangifte te doen dus sloeg het aanbod af.
\r\nIn de ochtend, na een zwempje, een doesje en een koffietje wilde we alle twee weg rijden. Helaas bleek Fred problemen met zijn Unimog te hebben. Die wilde niet starten. Mar hij kende de auto door en door had hij gisteren nog gezegd dus ik liet hem aan de auto prutsen. Wild ook weer niet weg rijden als er iemand met panne staat dus bood aan te wachten tot hij het probleem had opgelost, zo niet kon ik hem misschien ondersteunen of helpen.
\r\nDat duurde tot 13:00 uur, toen had hij eindelijk het probleem opgelost, een minuscuul klein scheurtje in een diesel leiding. Ik melde dat het al wel weer laat was en dat ik een waypoint had van een strand plek 6 km verderop. Het was via een strand weg die erg slecht was en eenmaal daar gekomen was het idd een aardige plek maar stonden er een troep zuid Afrikanen met boot, lawaaiige muziek en diverse braai plekken. We besloten verder te rijden en reden door naar het noorden. Fred wist een plek die erg mooi zou moeten zijn maar daar aangekomen was er alleen maar een resort die een camping had, te bereiken via wederom zo’n zand pad van 8 km. De kampeer plekken bij dat resort waren klein en duur en we reden terug en parkeerde onze bolides aan het Lake Nhambavale meer, vrijwel midden op het zandpad en met de wielen zowat in het water.
\r\nNadat in de avond de lokalen waren verdwenen dook Fred nog in het drappige meer, hij liever dan ik. Daarna ging hij pontificaal vrijwel naakt langs de weg zitten, ik vond het wat vreemd allemaal. Ieder zijn ding hoor. Babbelde wat met hem maar kreeg toch niet zo’n hoogte van hem. Hij deed wat in onroerend goed maar er kwamen wel weer gezwollen verhalen over wat ie allemaal deed.
\r\nVolgende ochtend werd ik gewekt omdat Fred om 6 uur in de ochtend zijn motor startte. Na een paar minuten ging die weer uit en toen ik hem er om een uur of 7 vroeg of hij dat elke dag deed kreeg ik een uitleg die helemaal nergens op sloeg. Ik dit en ik dat en ik vond zus en zo. Een echter Ikker dus. Besloot ter plekke dat ik niet met hem verder wilde rijden. Maar voor ik hem dat kon vertellen kwam hij zelf al met het probleem dat, toen hij naar zijn auto-invoer papieren keek, die nog maar drie dagen geldig waren. Ze hadden hem bij de grens maar 8 dagen gegeven. Hij moest dus terug.
\r\nWe namen afscheid en ik reed richting In Inhambana. Dat is de drukste toeristen plek van Mozambique dus ik was benieuwd. De weg bleef goed (de weg was vers geteerd, alle gaten van het verleden gevuld) en met Hollandse luchten, veel wind en heel af en toe een buitje reed ik door naar het noorden. Door kokosvelden, aan de kant van de weg werd van alles verkocht. Kokosnoten bij de stapels, ananas, sinaasappelen, papaja, banaan en eigenlijk alles wat uit de subtropen komt. Uiteraard nog steeds veel hout (soms zo veel dat je er de tranen van in je ogen krijgt), maar ook bundels met riet, om je rieten hutje te bouwen of repareren natuurlijk. Was al vroeg in Inhambana, een slaperig toeristen stadje dat zijn glorie dagen lang achter zich heeft. Net zoals bijna alle plaatsjes in Mozambique zag het er vervallen uit. Ik geloof dat men toestemming moet krijgen om het huis te verven in dit land, en dat die toestemming ieder geval niet vaak gegeven word. Of verf is zo duur dat men het niet kan betalen, ieder geval ziet alles er sjofel uit. Behalve een aantal overheids gebouwen, die mag je echter weer niet fotograferen (wat een paranoia toch weer). Liep wat rond in het stadje, eigenlijk meer een groot dorp. Bezocht de mercado-centraal en een Chinese supermarkt, altijd leuk. Vond na lang zoeken ook een internet cafe, ik was weer up to date.
\r\nInhambane ligt op een punt maar het strand gebeuren vind plaats in Tofo, 18 km verderop op de echte punt. Hier houden de Zuid Afrikanen huis. Men komt hier in hun vakanties met dikke auto’s, vaak trailer of boot achter de auto, quads gaan mee, en zet de boel flink op stelten. Maar het is wel een inkomen voor de Mozambikanen, geloof echter niet dat ze zo super blij zijn met deze toeristen. Veel van de resorts worden dan ook door Zuid Afrikanen gerund.
\r\nHad diverse adressen gekregen van collega reizigers. De laatste aanbeveling was van een Duitser die me mailde dat ik zeker Bamboozi resort&camp moest bezoeken, het was de beste camping die hij in Mozambique gehad had. Via een zandpad kwam ik eindelijk bij Bamboozi maar dat vond ik nogal tegen vallen. Het was eigenlijk een resort en ik mocht op het gras vlak bij de receptie kamperen. Maar het beviel me niet zo, ik had geen zicht op de zee en de hele dag mensen rond de receptie, dus was ik de volgende dag weer pleite. \r\n


\r\n\r\n

\r\nDe Bar bij Bamboozi had wel een mooi uitzicht


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nHad van Arthur, een kennis van me, nog een tip gekregen die ook in mijn reisgids vermeld stond. De Light house campsite, maar alleen te bereiken met een 4×4 auto. Hoppa, op zoek. Dat duurde wat en ik moest er wel wat moeite voor doen. Reed voor het eerst sinds mijn desastreuze ervaringen in Argentinië weer over het strand, dit keer ging het perfect. Vond na 3 uur zoeken de light house campsite en dat was wel weer het zoeken waard. Op een heuveltje, de mooie blauwe (woeste) zee overkijkend, hagelwit strand en daar stond ik onder wat kokosbomen. Arthur, bedankt.!!
\r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nMaar bij de Lighthouse was het toch beter


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nHet is nu drie dagen later dat ik dit typ. Ik zit buiten, met mijn laptop, en als ik over het scherm kijk zie ik de azuur blauwe zee, iets hoger de diep blauwe lucht. Ik kan moeilijk beslissen welke van de twee mooier is, en dan komt het bijna witte strand er ook nog eens bij. Kwam voor een of twee daagjes, ik sta er nu al vier. En zoals altijd, hoe langer je staat, hoe moeilijker het is om weg te komen. Je leert mensen kennen, je leert de beste zwem en snorkel plekjes. Je leert een visser kennen die je in de middag verse vis aan komt bieden. Gisteren 4 grote lange baracuda’s, maar die vond ik te dun, dan heb je bij elke hap een bek vol graten.
\r\nVeel mensen zijn er niet op het strand. Of en toe komt er een trosje zuid Afrikanen maar die maken zich niet populair hier. Het zijn vaak witte families die nog een tikje apartheid in hun harsens hebben denk ik. Als voorbeeld zag ik gisteren een zuid Afrikaanse familie met de auto het strand op rijden (ondanks de grote borden dat dat verboden is), trailer achter de auto. Ze parkeerde hun auto midden er op, laadde de hele familie uit, oma opa en alle kleinkinderen, 3 kano’s, parasol, en bakken vol met eten. Toen er een half uur later drie kleine lokale kinderen van een jaar of 6 te dicht in de buurt kwamen pakte de man een hele grote stok en begon dreigend op die kinderen af te lopen. IK zat tweehonderd meter verderop mijn ebook te lezen en zat het te observeren. Vond dat soort gedrag belachelijk. Waarschijnlijk hadden die kids om ‘sweety ’gezeurd, dat doen ze hier, maar om dan zo te reageren. Daar maak je je niet popi mee.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nDe Lighthouse van dennis leek het enige gebouw in Mazambique met verf


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nIk heb niet alleen maar geluierd hoor. Ben een dag met Dennis, de eigenaar van de vuurtoren en omliggende campsite, mee naar ‘de stad’ geweest. Inhambane is zo’n typisch super rustig Mozambique’s plaatsje. Als je in de straten loopt blijf je je verwonderen waar iedereen is. Vond een perfect internet plekje en boekte een vlucht naar Nederland voor in Juli. Via Turkisch Airlines. Alleen ging er bij het boeken wat mis dus moest de hele procedure wederom doen, waarna ik twee tickets had. Dat gaf een rot gevoel op zo’n perfecte dag. Probeer dat geld maar eens terug te krijgen.
\r\nIk vlieg nu midden juli vanaf Tanzania voor 4 weken naar Nederland. Mijn moeder wordt 80 en dat kan ik toch niet ongemerkt voorbij laten gaan.
\r\n4 dagen en 5 nachten stond ik daar op die pracht plek in Mozambique. Ik had er zo nog wel een half jaar kunnen staan maar ons kent ons, het begon weer te jeuken. (voor info of reserveringen voor deze prachtplek ga naar www.barralighthouse.com of mail Dennis op farolturismo@teledata.mz ) Reed op 14 april weer over het strand terug naar Inhambane. Deed daar nog wat internet. Zag dat Turkish Airways zowaar beloofde het dubbel betaalde geld onmiddellijk terug te boeken. Tankte water bij het Guesthouse van Dennis, deed wat boodschappen. Kocht nog een kilo geroosterde cashew voor 2 euro. Ze waren net geroosterd en nog warm, oh oh wat lekker. Had zo die hele kilo achter mekaar op kunnen eten maar ik ben nog steeds op mijn gewicht aan het letten (gaat nog steeds goed). Het was dus al weer in de middag voor ik echt aan het rijden sloeg, met gevolg dat ik niet ver kwam. Wilde eigenlijk gewoon wild kamperen maar het is hier nog steeds vol. Vol vol vol. Langs de hele weg staan om de paar meters wel hutjes, huisjes, kleine dorpjes en er is geen plekje vrij om rustig je auto neer te zetten. Nu ben ik niet bang dat ik beroofd wordt hier in Mozambique, maar er is gewoon geen rustig plekje. Ik weet precies hoe dat gaat als je midden tussen de mensen gaat staan. Dan heb je de hele avond aanloop tot laat in de avond, en om 6 uur in de ochtend staan de eerste al weer naar je te staren, daar had ik geen zin in. Dus reed ik over een matig zanderig pad de 15 kilometer naar het strand richting Morrungulo, waar ik Morrungulo Beach resort vond. Vroeg wat het kamperen kosten en dat was best duur. Ging op de camping kijken, en die was wel mooi, vrijwel pal op het strand. Dus maakte maar eens een uitzondering en parkeerde duur voor de nacht. Zonder stroom, want dat koste nog een 7 euro extra, dat vond ik wat overdreven voor die paar spaarlampjes die ik aan heb in de avond.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nVerlaten stranden en gammele bootjes


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nDe volgende ochtend douchte ik extra lang, dacht zal me geld er toch uit halen. De douche had echter maar een knop. Of heet water, of niks. Met een rode rug verliet ik de camping. Reed in een ruk door naar Vilanculo. De een vertelde me dat dit een prettige plek was, de ander vertelde me dat het niks was. Vond er, via een aantal zandpaadjes, het Baobab backpackers resort. Dat was een mengelmoesje van hutjes, een restaurant en een stuk gras waar je camping kon doen. Het was een backpackers prijsje om er te blijven, voor 4 euro kon ik niet klagen. Stond op het parkeerterrein maar het was rustig. Dus besloot om eens wat te gaan verkennen, je zou hier goed kunnen duiken. Deed her en der wat rondkijken en besloot inderdaad de volgende dag twee duiken te maken. De meeste mensen komen naar Vilanculo voor het Bazaruto Archipel nationale park. Want het stadje zelf stelt niks voor. Maar de eilanden voor de kust zouden des te mooier moeten zijn, net als het rif wat daar weer voor lag. Ik zou gaan duiken bij het ‘two mile reef’. Moest er de volgende dag vroeg voor op en na het afhandelen van alle technische zaken (wetsuit, flessen lucht etc) met een opblaas motorboot, tezamen met een 6 tal andere, op naar het rif. Die eilanden voor de kust zijn precies wat je verwacht in een James Bond film. Helder water, wit strand, een paar zandduinen, paar kokosbomen, hier en daar een witte zandbank die boven het water uit komt en waar vogels op lopen. Enfin, je komt ogen te kort om, het allemaal te geloven, zo mooi.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nDuikje op het 2 mile reef


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nOnderweg speelde de rubberboot met wat dolfijnen die op twee meter afstand langs de boot zwommen en ook kwam er plots een enorme zeeschildpad voorbij zwemmen, het schild was zeker een meter lang.
\r\nEenmaal bij het rif aangekomen was het water woelig, tot je eenmaal onder de golven lag, daar was het kalm, helder en aangenaam. Water was 28 graden en al gauw zat ik op 20 meter diepte. Zag erg veel vissen in de mooiste kleuren. Diep blauwe met witte lippen, blauw/geel/groene met witte stippen, enfin, bedenk maar een kleuren combinatie en ik zag ze. Grote joekels van een meter en kleine opdondertjes van 10 cm, scholen van paarse vissen die lui tegen de wand van het rif hingen en met de golfbeweging (want die was er ook op 20 meter diepte) heen en weer bewogen. Verder een zee-appel (paars met wit), twee haaien, weer een schildpad, mijn buddy zag in de verte een rog maar die heb ik gemist.\r\nNa een lunch op een van de eilanden de tweede duik. Op die plek was het water iets minde helder maar ik zag nog meer vissen. De grootste schildpad die ik ooit gezien heb, een Morene aal (een gele), wederom een haai. Ook leuk waren de cleaning fish. Kleine garnaaltjes die onder een steen vandaan komen als je je hand in de buurt legt. Ze proberen dat het vuil van je handen af te eten, onder je nagels vandaan of tussen de plooien van je huid. Leuk. Na het zien van weer een setje haaien in de verte en tienduizenden fraaie vissen was mijn lucht op. Ik had ook minder dan 200 bar meegekregen dus mocht nog een even op de lucht van mijn buddy de duikinstructeur. De duik was over en door de wat straffere wind was de terugweg in de rubber boot nogal ‘bumpy’.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nEenzaam en verlaten oip het bounty strand


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nBij de auto aangekomen had een grote overlander truck zijn lelijke Mercedes pal, maar dan ook pal naast mijn auto gezet. Sliep die nacht slecht. Dronken mensen begonnen om drie uur luid te praten vlak naast mijn raam natuurlijk. Besloot de volgende dag verder te rijden.
\r\nDoor naar het noorden bleef de weg redelijk. Af en toe een tiental kilometer met gaten of slecht asfalt maar overwegend goed. Het bleef mooi groen vol met palmbomen en rijden was plezierig. Sliep voor een politie post in Maxungue en reed de volgende ochtend eerst naar Chimoio, daarna terug naar de kuststad Beira. Vlak voor Beira gebeurde waar ik al die tijd al bang voor was. Een politie/douane post die me deed stoppen. Waarom ik mijn wegen belasting niet betaald had. Je snapt het , ik was de klos. Men was overigens correct en niet onvriendelijk maar wat ik ook als argument aandroeg, ik moest betalen. Op een gegeven moment kwam de grote baas er bij. Die was uit India. En ik ken de mentaliteit van deze mensen. Betalen zul je want dat zijn de regeltjes. En India’ers en regeltjes, pfff, als ze maar kunnen vangen. Alles was officieel, ik checkte ander trucks en die betaalde ook zo veel. Maar die hadden dan wel ladingen van 40 ton of meer.
\r\nNa twee uur als Brugmans te hebben gelult, gelogen en overdreven zat er niks anders op dan 250 US$ !!! achter te laten voor wegenbelasting. Kon dan verder wel door de rest van het land rijden maar het was een onaangename ervaring in dit verder prettige land. Tweehondervijftig dollar is natuurlijk gewoon officiële diefstal, door regering overheid. Belachelijk.
\r\nHet was nu al laat in de middag en Beira was nog een stuk rijden dus gaf gas. In het donker reed ik de stad binnen, zeer gevaarlijk, maar vond toch de Biques. Dat is een Bar/Restaurant op het strand, die een klein stukje land hebben gereserveerd waar je kan kamperen. Het was echt klein, een grote groep zou er niet heen kunnen. Maar het restaurant zag er prima uit, ik stond pal aan de vies bruine zee en ik was moe. Jammer dat de zgn bewaking de hele nacht rond de auto hing met een stel vrienden…blablablabla, je kent het wel. En afrikanen kunnen niet zachtjes praten, die moeten bijna schreeuwen. Mijn nacht midden in het dorp bij het politie station de nacht daar voor was rustiger geweest.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nPost modern kerkje


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nReed de volgende dag, eigenlijk zonder het echt te willen, toch door. De slechte nachtrust en de belachelijke wegenbelasting hadden een beetje mijn lol vergald en ik was duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt. Ik ging eerst de stad in om te internetten en nog wat eten in te slaan. Vond echter geen internet (ja een, met nog 20 wachtende voor me en maar 7 computers), en de grote supermarkt was dicht vanwege een stroom storing. Dus toen had ik hem eigenlijk helemaal hangen en reed gewoon de stad uit, die overigens een flinke puinzooi was. Maar niet voordat me door een straat verkoper levende schildpadden werden aangeboden voor de consumptie.
\r\nOok stond er een ventje dvd’s te verkopen, ik bladerde wat tussen de doosjes en kwam ineens een Nederlandse film tegen. Niemand komt aan Maaskantje. Kon niet nalaten deze te kopen. Tjonge jonge, als dat het beeld is wat mensen van Nederland krijgen is het niet best. Bierdrinkende, joint rokende nietsnutten die te dom zijn om de achterkant van hun kont te vinden. Ik snap dat het een parodie is, een beetje een variant op Borat maar toch. Leuk om een Nederlandse film te zien maar wel zielig typerend voor de huidige Nederlandse maatschappij.
\r\nBeira is een van de weinige steden die in de burgeroorlog gespaard is gebleven, vooral vanwege bescherming van Zimbabwe, die Beira als haven gebruiken. De gebouwen die er dus staan zijn al wat ouder, en dat is te zien. Ook hier is verf een onbekend fenomeen. Maar het bekenste gebouw is toch wel het Grand-Hotel. In aanbouw was dit al imposant, maar het is nu al jaren ingenomen door krakers zeg maar. Die gooien al hun afval gewoon naar beneden en kakken over de rand van het raam kozijn. Immers is er in het gebouw geen water of electra. Langs de rand van het hotel is het dan ook een lekker zooitje. Moet zeggen, vond de rest van de stad ook niet veel beter.
\r\nEenmaal de stad uit moest ik een stuk terug over dezelfde weg en kwam dus weer langs de controle post. Ik had nu mijn belasting betaald dus liep met mijn briefje naar het kantoortje. Waar gaat U heen zegt de ambtenaar, niet dezelfde als gister. Nou, ik wil naar via Caia naar Nampula en daar links richting Mandimba en de grens met Malawi. Oh zegt de man leuk,. Dan moet je nog eens 125 dollar extra betalen. Ik voelde wat bij me opborrelen en wilde de man naar zijn strot grijpen, maar beheerste me. Nee zeg ik, en gaf hem de namen van de baas van gisteren, met zijn mobiele nummer er bij. Bel je chef maar en vraag het maar. Enfin, dat duurde allemaal weer en uiteindelijk gaf hij me gelijk, mits ik nergens onderweg zou laden en lossen. Man, schreeuwde ik hem in zijn gezicht, ik heb je al 3000 keer verteld dat ik een toerist ben, luister toch eens met die grote oren. Ik begon nu echt geïrriteerd te raken en dat zag de man ook. Hij stempelde snel mijn formulieren. Its ok, you can go, melde hij en dat deed ik dan ook.
\r\nIk besloot op het parkeer terrein van die controle post wat lunch te pakken en onder het lunchen begon het toch weer te knagen. Hij kan nu wel zeggen dat het ok is, maar straks kom ik bij een andere controle post en kan ik nog eens dokken. En als ik nog eens 125 dollar moet betalen steek ik het hele land in de fik. Dus ik na de lunch terug naar die man, uitgelegd dat het me niet lekker zat en ik duidelijkheid wilde. Maar hij bleef volhouden dat het nu ok was. Was er toch niet 100% happy mee. Noteerde zijn naam en reed, met toch een naar gevoel, verder.
\r\nDe weg noordwaarts kromde rond het Gorongosa nationaal park met daar in de grote hoge berg met dezelfde naam, die ik steeds aan de linkerhand had. De weg was redelijk en de omgeving mooi. Het was moeilijk ergens rustig te gaan staan want langs de hele weg weer hutjes, mensen en kinderen. De enige mogelijkheid om van de weg af te komen is in dorpjes, waar je onmiddellijk als je stopt overvallen wordt door verkopers. Daarbij zijn de parkeerplekken in de dorpjes ook pal langs de weg dus ook niet echt lekker.
\r\nBij de Zambezi rivier aangekomen was er een enorme nieuwe brug gebouwd. Moest 10 euro tol betalen om er over te mogen maar dat koste de ferry ook toen er nog geen brug was zag ik. Nam mijn lunch aan de oude ferry plaats aan de oever van de Zambezi. Net toen ik weg wilde rijden kwam er een uniformpje aan om te komen kijken wat ik daar deed. Jammer voor hem, ik was net op tijd weg gereden. Stelletje paranoia ’s hier in dit land. Ik reed weer verder, langs hetzelfde landschap, nu aan de andere kant van de Zambezi.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nEn een pre-modern kerkje


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nTussen de dorpjes en hutjes kan je de weg niet af, er is alleen maar hoog en dichte begroeiing. Ik bleef hopen op een veldje of een stil straatje maar toen het om 6 uur donker was had ik die nog niet gevonden. Uit ellende parkeerde ik maar op het talud aan de weg, op een plek waar ik weinig mensen zag. Die nacht was er niet veel verkeer ,maar als er eens een vrachtwagen langs kwam, was ik wakker. Sliep niet echt lekker dus.
\r\nDe volgende dag bleef eigenlijk hetzelfde. Hutjes, dorpjes, mensen langs de weg, kinderen die je aanstaarde in groezelige lompen. Rond de hutjes netjes aangeveegd zand, daar om heen aangeplante mais, cassave en soms gierst of soms wat pinda’s, alles doorspekt met bananen en andere vruchten bomen. Enorme slakken die de weg over staken, sommige hadden het gehaald aan het slijm spoor te zien, andere lagen platgedrukt op de weg. Veel fietsers met enorme zakken houtskool, op weg naar een lokaal marktje om het daar te verkopen. Het was allemaal boeiend maar na 300 km hetzelfde begon het te vervelen.
\r\nNa wederom 300 km van hetzelfde, besloot ik eerder naar Malawi af te slaan. Had geen zin om nog eens 500 km hetzelfde te zien, problemen met parkeren te hebben voor de nacht. Dus boog ik af richting Milange. Dit was een pieste van 200km en ik hoopte dat het daar rustiger zou zijn. Jammer maar helaas, alles was weer vol met hutjes en mensen. De enige lege terreinen in Mozambique bleken school terreinen te zijn. Was wederom genoodzaakt om pal aan de weg te parkeren. En weer sliep ik slecht door af en toe voorbijrazende vrachtwagens en de hanen die om 4 uur in de ochtend luidkeels vonden dat ik te lang in bed lag..

\r\nStoppen om met lokalen in contact te komen heb ik ook in Angola opgegeven. De mensen zijn op zich vriendelijk maar zijn duidelijk argwanend en zelfs soms bang voor je. Meer dan een hallo (Bon Dia) en hoe gaat het, komt dan meestal niet tot stand, men neemt dan vervolgens een 50 meter afstand en gaat naar je zitten staren. De wil om te communiceren is er duidelijk niet, tenzij ze wat aan je kunnen verkopen. Mar dan blijft de conversatie busines- like. En als je eens met iemand staat te praten dan komt er heel vaak weer na een paar zinnen de ‘geef me geld’, ‘geef me je fiets’ zinnen naar voren en vergaat bij mij de lust.
\r\nHet verschil tussen een Europeaan en een Afrikaan is zeer duidelijk te zien in dit land. Een Europeaan, of misschien beter, een westerling, is veel materialistischer dan een Afrikaan. Een Europeaan is nooit tevreden met wat ie heeft, wil meer, wil beter. Wil het nieuwste en het beste en werkt daar vaak hard voor. En op het moment dat ie dat heeft bereikt, zijn er weer andere hogere doelen in zicht.
\r\nEen afrikaan is tevreden met wat ie heeft en zal, als ie dat bereikt heeft, niet naar meer streven maar onder de bekende boom gaan zitten. Zo lang hij onderdak, eten en een vrouw en kinderen heeft, is ie blij. Ik denk dat iedereen het verhaal kent van de Europeaan die de Afrikaan tegen komt op vakantie. Maar voor diegene die het verhaal niet kent zal ik het toch even vertellen. De Europeaan ziet de Afrikaan lui onder de boom hangen en de westerling zegt tegen de man, ga werken. De afrikaan vraagt waarom? De westerling antwoord dat ie zo geld kan verdienen en een mooi huis kan kopen. En dan, vraagt de afrikaan. Nou dan kan je met je geld nog harder werken en nog rijker worden zegt de westerling. Oh, zegt de afrikaan, waarom? Nou zegt de blanke, dan kan je een tweede huis kopen in een zonnig land en als je dan oud ben kan je lekker daar relaxen, onder de boom. Maar zegt de afrikaan, dat kan ik nu ook al dus waarom zou ik.
\r\nDie instelling heeft men hier altijd gehad maar nu dat er zoveel kruisbestuiving tussen culturen is ziet de afrikaan dat er andere zijn die meer geld hebben dan hij, en dus wordt ie jaloers en wil dat ook. Maar niet door harder te werken, maar door zijn hand op te houden.
\r\nWat erg opvalt in Mozambique is dat, zeker op het platteland, de stenen huizen die uit betere tijden stammen, vervallen, ongeverfd en vaak met kapot dak en zonder ramen geheel leeg en verlaten staan weg te rotten, daar omheen staan de traditionele rieten hutjes waar de bevolking blijkbaar liever in woont . De reden snap ik niet helemaal, immers is een stenen huis veel veiliger. Maar misschien is men bang dat de oude (neem ik aan blanke) eigenaar ooit terug komt?
\r\nDe, wat ik vermoede de laatste dag in Mozambique was, verliep niet helemaal als gepland. De piste werd steeds slechter. Het was 200 km naar de grens maar ik maakte snelheden van 30 km per uur. Toen er ook nog eens drie (!) trucks naast elkaar vast zaten en de boel blokkeerde (precies en zelfde situatie als ik in Angola mee maakte) ging ik de grens al helemaal niet meer halen. Prate wat met wat vrachtwagen chauffeurs, een aantal waren Malawinezen en spraken dus goed Engels. Wij rijden alleen overdag, zegt er een. In de nacht snijden Mozambikanen hier namelijk onze dekzeilen stuk en stelen goederen van onze lading. Toen wist ik nog niet dat ik die nacht ook de klos zou zijn.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nGebruikelijke puinhoop op de weg. 3 trucks tegelijk vast in de modder


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nDe weg was verder dus langzaam en vrij saai. Ging maar een nieuw spelletje doen die ik vandaag gevonden heb, kleine kinderen pesten. Die komen bij elk huis aan de kant van de weg staan om naar je te kijken. Ik steek mijn hoofd uit het raam en roep BOEEE!!, de kids sprinten gillend het hutje in. Heel leuk.
\r\n Wijs geworden wat slaap plekken betrof parkeerde ik om half vijf op een veldje 100 meter van de weg af. Vroeg toestemming aan een oude baas die, dacht ik, eigenaar van het veldje was, en het stenen huis wat er op stond. Geen probleem melde hij. Ik beloofde hem wat geld de volgende ochtend. De situatie ontpopte zich in Indiase toestanden. Op een gegeven moment stonde er bijna 50 man naar me te staren. De oude baas had een houten bank gepakt en had die pal voor mijn trap gezet. Niemand sprak Engels en niemand deed enige moeite om met me te praten, typisch weer zo’n Mozambique situatie die ik helemaal net leuk vond. Ging buiten op de trap zitten en zat te kijken naar 50 man die onderling over mij stonden te praten. Wachtte af, maar na een uur had er nog niemand zelfs maar geprobeerd te vragen waar ik vandaan kwam of zo. Dus ging koken, nodigde de oude baas uit voor het eten, hij zag er magertjes uit. Hij schrokte de kip met boontjes naar binnen en ik had er wel genoeg van. Gelukkig taaide iedereen af toen het donker was en ik sliep redelijk rustig. Alhoewel, ik in de nacht wel een paar keer wakker werd. Eerst door vage geluiden. Na een poosje wakker liggen dacht ik de geluiden van een geit te herkennen en sliep weer verder. Later schrok ik wakker door schreeuwende dronken mensen op een afstandje. Agressief gegil. Ik had er een rot gevoel over en nam me voor in Mozambique nooit meer zo wild te kamperen.
\r\nDat mijn gevoelens juist waren ble\r\n

\r\n\r\n

\r\nUren naar me straren, en dan in de nacht wat komen stelen… kloojo\’s


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nek een dag later toen ik tot de ontdekking kwam dat het dekzeil voor mijn fiets achter van mijn auto was verdwenen. Ik gebruikte het ding eigenlijk niet, het zat achter de fiets vastgesjord met wat span band. Die hadden ze in de nacht er af lopen halen. Geen groot verlies maar wel een rot gevoel.
\r\nIn de ochtend was het mistig en om half zes stonden de eerste gapers al weer voor de deur. At snel een ontbijtje, drukte de oude man 2 euro in de hand en maakte dat ik weg kwam. Deed onderweg wel ergens de afwas. Het was nog 50 km tot de grens en dat koste me hotsend en botsend nog twee uur. Ook vandaag weer drommen met mensen die naar de weg zaten te staren, in plaats van eens wat zand in de gaten te gooien. Elk hutje had weer tientallen kinderen, hoe men hier over tien jaar de bevolking moet voeden, laat staan aan werk kan helpen is mij een raadsel. Ik zie nu al veel ontevreden koppies, over tien jaar … Kan me in dit land nog wel voorstellen dat er een burgeroorlog uitbreekt en dat mensen elkaar met machetes een arm been of een hoofd afhakken, zonder er wakker van te liggen.
\r\nGooide van mijn laatste Meticais nog wat diesel in de tanken taaide af naar de grens, ik had Mozambique wel gezien. Daar aangekomen en de gebruikelijke geldwisselaars afgeschud te hebben deed ik de papieren vrij snel. De mijnheer van de wegenbelasting keek lang naar mijn papieren inde hoop wat te vinden zodat ik nog eens kon dokken, maar ook hij vond het verder wel goed en liet me gaan. Ik verliet Mozambique.
\r\n\r\nTja, concluderend vond ik Mozambique niet zo. Het heeft mooi stranden en hier en daar fijne plekken om te staan, maar dat hebben andere landen ook. Ik vond de mensen op zich vriendelijke maar er zat werkelijk niets bij, en er werd te veel gezeurd en gebedeld. Alle mooie plekjes worden door blanke gerund, dat zegt misschien voldoende. Verder is het land verlopen en verlept en is er niet zo veel te zien. De belachelijke wegenbelasting maakte het allemaal erger.
\r\nDe grote doorgaande wegen zijn over het algemeen goed of redelijk maar zo gauw je daar vanaf raakt is het hommeles, alhoewel er wel veel aan wegen word gewerkt. Vrij kamperen is moeilijk en, mijn inziens, ook niet aan te raden. Het land is te dicht bevolkt en van enige rust is geen sprake.
\r\n\r\nWat prijzen om te onthouden:\r\nEen euro is 46 meticai (mtc)\r\nGroene paprika 15 mtc p/s\r\nMiddel Grote wortel 10 mtc p/s\r\nKokosnoot 10- mtc p/s\r\nPapaya groot 15 mtc p/s\r\nKomkommer 15 mtc p/s\r\nLieter diesel 34 mtc\r\nUi bijna 40 mtc per kilo \r