20110500 – Mei 2011, Malawi

Begin Mei 2011, Malawi’,’2011-05-26 13:10:29′,’

Na Mozambique was Malawi een verademing. Er is misschien niet zo heel veel te zien in Malawi, maar het gigantische Malawi meer, hier en daar wat bergen en de super vriendelijke bevoking maakte het voor mij een relaxed en prettig land.’,’Malawi is heel anders dan Mozambique. Behalve dat men Engels spreekt zouden de mensen hier ook heel erg vriendelijk zijn. En dat merkte ik al gelijk aan de grens. De papieren werden zonder dralen snel ingevuld, 30 dagen visa was gratis, wel moest ik wat wegenbelasting bestalen maar dat was met 40 dollar nog te overzien. Ik moest ook een verzekering afsluiten maar toen ik melde dat ik die al vanuit Zuid Afrika had was het onmiddellijk goed. De beambten lachte vriendelijk en het was een genoegen, ik voelde me gelijk welkom.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nGereden route door Malawi


\r\n\r\n\r\n\r\n20 minuten later reed ik Malawi binnen. Onmiddellijk opvallend waren de goede straten en de thee plantages. Overal thee. Na anderhalve kilometer een politie controle, dat zie je vaker in grens gebieden. Ik gaf hem mijn copy rijbewijs en hij vroeg, voor het eerst in Afrika, naar mijn verzekering. Ik gaf hem de papieren die ik al maanden voor in de auto had en de gek ging ze helemaal lezen. Dat had ik nog nooit mee gemaakt in Afrika. Ergens tussen al die tekst stond, als je heel ambtelijk las, dat de verzekering per maand geldig was en in ging op 21 januari. Klopt ook wel, het was een oude polis, ik krijg elke maand een nieuwe per mail maar ik was te lui geweest om die elke maand weer uit te printen. Deze agent had de hele dag weinig te doen en maakte hier een probleem van. Hij melde doodleuk dat deze verzekering dus verlopen was. Ik legde hem uit hoe het zat maar het drong echt niet tot hem door en hij ging zijn baas bellen. Ik ging ondertussen in de auto de nieuwste polis op mijn printer afdrukken en toen ik daar mee aankwam snapte de man er helemaal niks meer van. Het duurde allemaal een half uur voor ik hem zo ver had dat hij het snapte en ik nu echt onderweg was.
\r\nKocht bij een thee plantage een halve kilo thee, die overigens niet echt super lekker was. Stopte ook bij wat thee plukkers en daar bleken ze niet te plukken maar te knippen, met een schaar aan een soort blik viel het geknipte blad meteen in het blik. Als het blik vol is gooide men de thee blaadjes achterover in een korf die men op de rug droeg. Het merendeel van de knippers wren knipsters, vrouwen dus. Ze kregen net te eten, dikke maismeelbrij met bonen.
\r\nWilde ergens op een camping of zo een paar dagen bekomen van Mozambique en vond die aan de voet van Mount Mulanje (3000 meter). Een rustig stukje grond, eigendom van de Presbyteriaanse kerk. Voor 3 dollar per dag was het uit te houden, ze hadden warm water en af en toe stroom. En ook heel veel van die vervelende mout-mout stekende insecten die hier niriri heten. (alhoewel ik later begreep dat dit het woord voor ‘mier’ was)
\r\nWaste de eerste volle dag mijn auto, die was rood van het stof van de Mozambikaanse piste, maakte wat schoon en hing wat in mijn hangmat. Werd erg veel benaderd door lokalen die me van alles en nog wat wilde aansmeren maar iedereen was verder erg vriendelijk. En sommige dingen waren erg mooi. Kocht een wandelstok met de hand ingegraveerd voor 2 euro.
\r\nWandelde door de jungle naar een waterval. Wilde er gaan zwemmen maar de zon verschool zich achter wat wolken en het water was ijs en ijskoud dus liet dat even voor een volgende keer. Werd gegidst door Lenis, een 18 jarige student die erg stotterde en een enorm gat in een van zijn voortanden had. Hij was erg vriendelijk en behulpzaam en we kletste de hele weg over van alles en nog wat. Hij wilde ambassadeur worden, daarin was hij resoluut. Het liefst in Amerika. Liet hem beloven dat als ie dat dan eenmaal was, hij me niet mocht vergeten.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nDe waterval van Mulanje


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nIk had hem 800 Kwacha belooft voor het gidsen (4 euro). Hem zo te hebben meegemaakt vond ik het goed hem een ander aanbod te doen. Ik vertelde hem dat ik van mijn zus een Nokia telefoon had gekregen en dat ik, ipv het geld, hem ook die telefoon wel wilde geven. Daar was hij heel erg blij mee en toen ik hem de telefoon gaf heeft hij hem minstens 2 dagen niet meer losgelaten.
\r\nDe volgende dag stond hij trost naast de auto, oor telefoontjes van de telefoon in. Af en toe liet hij een ringtone horen en keek dan trots om zich heen of iemand het hoorde. Ik wist dat hij geen simkaart had, kon een glimlach niet onderdrukken. Dat zijn de momenten dat ik het erg leuk vind iemand wat te geven. Men vraagt er niet om, zeurt verder ook niet en is zo enorm blij als men het krijgt. Ik had hem geadviseerd de Nokia te verkopen zodat hij zijn verdere studie kon financieren maar of hij dat zou doen….?
\r\n\r\nLeerde Kevin en Michelle Heyes kennen die ook al geruime tijd onderweg zijn, maar alleen in zuidelijk Afrika (www.kevinandmichelle.co.uk)
\r\nNa drie nachtjes reed ik naar Blantyre. Ik had nog steeds geen Malawinees geld (kwacha) en parkeerde bij de grote Shoprite supermarkt. Probeerde 10 pin automaten met mijn gewone pas maar de situatie op dat gebied is duidelijk Afrikaans. Er was maar een bank die mijn gewone bankpas accepteerde en dat was van de Standaard bank. Maar die automaten hadden duidelijk maandagochtend problemen en geld kwam er niet uit. Pinde maar met mijn Visa kaart, wat ik liever niet doe vanwege de hoge kosten maar had geen keus. At een pizza die niet geweldig was en vervolgde mijn weg noordwaarts over de zéér hobbelige M3 weg. Bij Zomba is een nationaal park en daar vond ik na 30 haarspelbochten de Trout-farm camp, prachtig gelegen en verscholen tussen hoge dennenbomen op een hoogte van 1500 meter. De locatie, de omgeving en de natuur luchtjes deden me aan Manali in India denken en ik genoot van deze locatie. Langs de weg naar deze campsite verkochten tientallen mensen aardappelen, avocado’s en vage vruchten voor een drol langs de weg, maar ik kocht een halve kilo wilde frambozen die heerlijk waren in de yoghurt. Maakte in de vroege ochtend (het was 14 graden) een kleine wandeling richting een waterval maar het bospad werd steeds smaller. Het gras en de begroeiing overwoekerde het pad en het werd op een gegeven moment zo begroeid dat ik terug keerde. De natte planten en gras maakte dat ik sopte in mijn schoenen en omdat ik geen idee hoe ver het was gaf ik het op.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nMooie plek boven op de berg


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nReed naar beneden, naar het dorp Zomba om wat internet te doen en gewoon eens rond te kijken in de Malawische cultuur. Parkeerde mijn auto aan de grote markt en moest zowaar parkeergeld betalen. 20 Kwacha. Oftewel 10 cent. Liep wat rond in het winkel gedeelte, kocht een kilo rode bonen voor 75 cent en werd aangesproken door Amos. Het was een Malawische kunstenaar en wilde me graag zijn schilderijen laten zien. Ik had mijn laptop onder mijn arm en zei dat ik eerst ging internetten maar daar aangekomen was er geen stroom. Dus geen internet. Malawi heeft niet alleen te maken met een chronisch tekort aan brandstof, ook elektra is op rantsoen. Dorpen en steden zitten vaak uren, of erger nog, hele dagdelen zonder stroom omdat het elektriciteit bedrijf (Escon) aan ‘loadshedding’ doet. Dat zag je ook veel in Azië en is het verdelen van de stroom over het land zodat elk deel een paar uur stroom krijgt. Doordat het weinig geregend heeft is er in de paar stuwdammen die het land telt, te weinig water waardoor er te weinig stroom kan worden opgewekt. En het land heeft te weinig buitenlandse valuta om elders stroom te kopen (dat is ook deel van de oorzaak van de brandstof problemen). Met andere woorden, geen internet.
\r\nAmos bleek een erg sympathieke gast. Hij was 35, getrouwd en twee kinderen. Maar door familie omstandigheden (zijn grote zus overleed en liet een alleenstaande zoon achter die nu ook bij hem woont) heeft hij er drie. De levensverwachting hier in Malawi is laag. Veel mensen sterven aan malaria of andere enge ziektes, geld voor medicijnen is er meestal niet, laat staan om naar een ziekenhuis te gaan.
\r\nKeek wat door de schilderijen van Amos en die waren kleurrijk en erg typisch afrikaans. Zocht er twee uit en onderhandelde over de prijs. Wilde hem niet het vel over de neus halen natuurlijk, maar ook niet te veel betalen, dus dat kost wel wat tijd. Maar hij was relaxed en vriendelijk, zoals alle Malawinezen tot nu toe, en na verloop van tijd kwamen we tot een akkoord.
\r\nOndertussen was er nog geen stroom en ik wilde maar weg rijden toen Awos met het idee kwam om naar het dichtstbijzijnde meer te rijden. Hij zou me gidsen en dan konden we in de middag weer terug rijden in de hoop dat er dan stroom was. Vond dat een goed plan en al keuvelend reed ik richting meer. De weg stond op geen enkele kaart en werd slechter en slechter en na 10 km besloot ik om te keren. Ik wal al een half uur onderweg en was nog geen 4 km (van de 20) opgeschoten. Had geen zin in zo’n lang stuk, omdat dan ook weer terug te moeten rijden. Als ik alleen was geweest had ik misschien nog aan het meer kunnen slapen maar met twee is dat wat lastiger.
\r\nIk begon meer en meer respect voor Amos te krijgen. Zijn dagelijkse vechtlust om aan geld voor zijn familie te komen, zijn opgewektheid en zijn vriendelijkheid deden me besluiten hem iets verder op weg te helpen. Iets waar ik in veel andere Afrikaanse landen geen behoefte aan had gehad was nu in Malawi voor de tweede keer gebeurd. Ik deed aan ontwikkeling werk en het gaf me een goed gevoel. Ik had zelf ook nog een oude telefoon en bood aan die telefoon te ruilen voor wat van zijn kunstwerk. Hij vond dat een prachtig plan en fantaseerdegelijk over de mogelijkheid om zijn werk naar mij in Nederland te exporteren en ik het daar zou kunnen verkopen. Ik moest die telefoon zoeken, die lag ergens in een doos en wilde dat niet midden in het dorp gaan doen. Dus reed ik naar de Forest Camping, ook weer boven op de berg. Dat was een pel die ik de vorige dag gezien had. Het was ooit een camping geweest maar nu geheel verlaten en verwaarloosd maar het was en mooie plek op een veldje. Had de caretaker al gezegd dat ik misschien zou komen en die was erg blij, ik was de eerste kampeerder in twee maanden. Kreeg de leraar van het naburig schooltje op bezoek en had een geanimeerd gesprek met hem over scholen en Malawi.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nTrots en blij met zijn telefoon


\r\n\r\n\r\n\r\nDe volgende dag reed ik weer het dorp in en er was zowaar stroom, dus bestede een paar uur op het net. Daarna reed ik richting noord. De weg bleef hobbelig en het was niet super spannend. Maar de aardige en altijd lachende mensen aan de zijkant maakte het prettig rijden. Stopte af en toe in een dorpje, iets wat ik in weinig landen doe, gewoon om de mensen te zien en hier en daar een praatje te maken. Mijn doel, het Liwonde nationaal park bleek nog dicht. Ik had er 30 kilometer voor om gereden en kwam bij de toegangspoort. Daar stond Benson, in vol boswachters uniform en deze zeer sympathieke Malawinees legde me uit dat de wegen in het park nog steeds kampen met schade van het regenseizoen en dus niet begaanbaar waren. Reed dus noodgedwongen door.

\r\nMalawi is maar een klein landje en is ongeveer 3x zo groot als Nederland. In vergelijk, het buurland Mozambique is 20x Nederland. Malawi telt 13 miljoen mensen. Het land is lang gerekt en wordt voor een groot deel in beslag genomen door het enorme Malawi meer. Hierdoor is, als je er nog de bergstreken vanaf trekt, een stuk minder land beschikbaar voor bewoning en daardoor is Malawi een van de dichts bevolkte landen in Afrika. De grootste inkomen van het land haalt men uit de export van tabak, suiker, thee en koffie. Maar 75 procent van de mensen leeft van eigen kleinschallige landbouw en visserij. Overigens gaat het met de tabaksbouw niet zo goed. De, in het merendeel westerse kopers, betalen steeds minder voor tabak waardoor de tabaksboeren* steeds vaker om moeten schakelen naar andere gewassen zoals katoen of suikerriet.

\r\n\r\nElk groot dorp heeft een van de twee supermarkt ketens in Malawi, die hier cash and carry heten. De een heet Peoples, de andere Metro. Ze verkopen allebei een beetje hetzelfde, erg basis ingrediënten aangevuld met wat westerse slechte dingen. Dus rijst en maïsmeel, olie, suiker en zout, zeep en schoonmaak middelen. Daarnaast dan cola, chips en sigaretten en als je geluk hebt wat chocolade ( die niet te vreten is zo zoet) en natuurlijk bier. Het lokale bier hier heet Kuche Kuche en is niet zo heel erg lekker maar wel goedkoop. Een halve liter KK kost 80 kwacha in de cash en Carry, omgerekend dus 35 eurocent. Het bier is slap met 3,7% alcohol en smaakt erg zoet. Daarnaast kent Malawi een aantal lokale brouwsels waarvan ik er een heb geprobeerd. De lokale Gin schijnt wel ok te zijn maar ik kocht het goedkoopste van het goedkoopste. Een kwart liter Malawi Brandy, voor 7o eurocent. Geloof me, mixen is de enige manier het te drinken, tenzij je een looien pijp hebt, alcoholist bent t of zelfmoordneigingen hebt.

\r\n\r\nStopte laat in de middag bij Palm Beach camp en parkeerde mijn auto pal aan het Malawi meer.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nMijn eerste ervaring met het Malawi meer


\r\n\r\n\r\n\r\nHet Malawi meer is een enorm plas zoetwater dat redelijk helder is, ondanks de vele vele mensen die er aan wonen en van leven. Er in zwemmen is goed te doen alhoewel er wel plaatsen zijn waar de ziekte Bilhartsiose heerst. Dat is een ziekte die veroorzaakt word door een klein wormpje die zich in het water bevind en zich op je huid vastzet en dan door de huid naar binnen kruipt. Het wormpje kruipt dan onder je huid verder en komt uiteindelijk in de bloedbaan en doet dan van allerlei enge dingen. De ziekte sluimert dan erg lang voordat er ernstige klachten komen en daardoor word er vaak geen verbad tussen het zwemmen en de klachten gelegd. Gelukkig is de worm met een paar pillen te vermoorden, die zal ik binnenkort ook zeker kopen.
\r\nHet Malawi meer zit vol vis. En de arme bewoners van Malawi die aan of bij het meer wonen halen dan ook 60% van hun voedsel uit het meer.
\r\nIk zwom die middag niet in het meer. Er was een harde wind en ik had er gewoon geen zin in. Dus reed de volgende dag verder noordwaarts langs het grote meer. Kwam vlak voor Cape Mcclear, wat mijn doel was, Toys R us tegen. Dat is een standje midden in het platteland en die maken van hout van allerlei voertuigen na, op zo’n manier dat het prachtig is. Ze vragen er dan ook wel een paar centen voor maar de auto’s, mogen er zijn. Bulldozers, landrovers, zandschuivers, prachtig. Op mijn vraag of ze mijn auto na konden maken was het antwoord uiteraard positief. Ik moest twee uur onderhandelen maar uiteindelijk koste me het 40 euro en een t-shirt. Ik heb foto’s achtergelaten en ga over twee dagen mijn Dinkeytoy ophalen.

\r\nHad nog geprobeerd mijn Chinese telefoon te ruilen tegen de auto. Het was best een mooie telefoon, een van de eerste met touch scherm maar ik gebruikte het ding niet. Vincent, de toys ‘r’us eigenaar kwijlde er zowat bij maar hij wilde er te weinig voor geven. Die deal ging niet door, ik moest de auto in cash betalen, ook geen probleem.
\r\nCape Mcclear was ….mmm, laat ik het zo zeggen; het klinkt beter dan het was. Het is een echt afrikaans dorpje, hutjes en héél veel mensen. Ik moest pal midden door dat dorp rijden en reed zowat de slaapkamers binnen of hutjes omver. Ik vond daar de Fat Monkeys, een camp/restaurant en resort waar veel overlanders komen. Vrijwel midden in het dorp, aan het Malawi meer, was het een kleine oase midden in de chaotische Malawinese nederzetting. Had wat meer van de campsite verwacht, het was allemaal wat klein en dicht op elkaar. Toch bleef ik er twee dagen omdat mijn houten auto pas dan klaar was. At wel de lekkerste pizza in Afrika, zwom wat in het meer en kletste wat met collega reizigers. Raakte verslaafd aan Bowa. Dat is een bordspel Afrikaanse stijl. Je speelt het met een houten plank waarin kuiltjes geveild zijn en een berg steentjes of pitten. (arme mensen spelen het gewoon door kuiltjes in de grond te maken) Door middel van het schuiven en afpakken van pitten van je tegenstanders moet je zo proberen te winnen. Het is een ingewikkeld maar erg leuk spel en iedereen hier in Malawi speelt het. Kocht gelijk maar een mooi gegraveerd speelbord en liet mijn naam er nog bij gutsen.

\r\nZat die middag op het strandje vlak bij de Fat Monkeys met wat lokalen te praten. Het strand wordt hier door iedereen gebruikt om de was te doen of zichzelf te wassen, het was een drukte van jewelste. Plots kwam de eigenaresse van de Fat Monkey al scheldend het strand op lopen. Een blanke zuid Afrikaanse met blond kort haar. Ze was duidelijk over haar toeren en liep schreeuwend mede te delen dat als men hier het strand niet op zou ruimen ze haar advocaat zou bellen. Blijkbaar lag er teveel afval voor haar zin, maar of deze arme afrikanen, die niet eens weten wat een advocaat is, nu zo onder de indruk waren van dat soort dreigementen betwijfel ik. De meeste keken haar zo aan van…mens, wat raaskal je nou. Typisch een westerling die niet om kan gaan met de Afrikaanse mentaliteit. Kan me voorstellen dat je er soms moe van wordt maar op deze manier de mensen uit gaan lopen schelden zal denk ik weinig helpen.

\r\nDe volgende dag zou mijn houten auto klaar zijn dus reed ik in de ochtend richting houtsnijders. Tja, dit is Afrika natuurlijk dus de man was nog hard aan het snijden vijlen en plakken. Ze lijmde met superlijm wat hun houtlijm was op dus gaf ik ze mijn houtlijm om te gebruiken. Ik hevelde een beetje over in ene klein potje voor mezelf en liet ze de grote fles houden, waar ze heel blij mee waren. De fiets die ze achter op mijn miniatuur wilde plakken was helaas veel te groot en stak aan beide kant veels te ver uit, waardoor ze, na overleg een nieuwe zouden maken. Maar daar hadden ze vier uur voor nodig dus zette ik mijn auto naast hun werkplaatsje en ging rustig met een bakkie zitten wachten.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nHet is toch mooi wat ze maken, met alleen een vijl, mes en potje lijm


\r\n\r\n\r\n\r\nVincent wilde toch mijn Chinese telefoon hebben en gaf me het geld wat ik al aanbetaald had terug. Vol trots ging hij daarna met zijn verse telefoon zitten spelen en vergat zijn werk.
\r\nDie vier uur werden mede daarom er natuurlijk meer en toen mijn auto eindelijk klaar was, was het half 4 in de middag en mocht ik naast hun kraampje (lees gammel rieten dakje) blijven slapen voor de nacht. Vincent, de eigenaar van de business verzekerde me dat het geen probleem was. Alle mensen zijn bang voor je, dus je wordt echt niet gestoord melde hij. Hoezo dat dan vroeg ik. Nou, alle Malawinezen denken dat elke buitenlander een geweer heeft en zullen je echt wel met rust laten in de nacht. Het kraampje was niet ver van de gebruikelijke hutjes, waar meutes met kleine kinderen in groezelige kleertjes me van een afstandje de hele dag hebben lopen aanstaren. Zo gauw de hout bewerkers naar huis waren kwamen de kinderen de houtsnippers verzamelen om zo die avond een vuurtje te kunnen maken voor de maaltijd, en de houtsnijders stand was zo weer schoon en klaar voor de volgende dag. Sliep inderdaad rustig ondanks de schreeuwende dronken man die een uur lang luid van alles liep te verkondigen. Hij bleef gelukkig op een afstand., Ik had de honkbalknuppel al klaar gelegd, voor het geval dat maar had die dus niet nodig.

\r\nMidden in de nacht kwam er een vrachtwagen voorbij. In het donker, zonder lichten of achterlichten vond deze chauffeur blijkbaar toch zijn weg. Levensgevaarlijk en een bevestiging van mijn policy om nooit in het donker te rijden.
\r\nNa het zetten van koffie voor de houtsnijders de volgende ochtend, vertrok ik verder noordwaarts. De weg was redelijk en volgde het Malawi meer. Het bleef druk overal. Veel mensen zwaaide vrolijk of staken hun duim op om me zo welkom te laten voelen in hun land. Prettig rijden, ondanks dat de omgeving niet echt spannend was. Afwisselende mais veldjes, hutjes, bosjes, Afrikaans hoge geel grasveldjes. Af en toe komt de Baobab boom weer terug, deze typisch afrikaansde reuzenboom met gigantische stammen en rare takken. Bij dorpjes veel patat en vlees kraampjes. Dat kunnen ze goed maken hier en zag er overal zeer smakelijk uit. Helaas ben ik nog steeds zuinig op de koolhydraten en liet daarom de prachtige frietjes voor wat ze waren. Aardappelen en Nsima, dat zijn de twee hoofdingrediënten van de Malawinezen. Nsima is een mix van mais meel met water, tot een dikke dikke pap gekookt en wordt dan als plakken smurrie op het bord gelegd. Het goedje smaakt eigenlijk naar niks en word daarom meestal geserveerd met vis, vlees, bonen of een prutje van het een of ander. De Nsima ligt erg zwaar op de maag en ik verbaas me over de hoeveelheden die er naar binnen gewerkt worden. Ik zou van een zo’n portie minstens twee dagen een vol gevoel over houden.

\r\nIk overnachtte in Senga bay. Daar vond ik de Steps campsite. Die bleek deel van het naastgelegen Sun Bird resort. Een modern mooi aangelegd hotel met alle faciliteiten die je mag verwachten. Het was zondag en erg druk. Veel volk uit de omgeving was gekomen voor een zwempje en een BBQ. Het was er dus druk en lawaaiig , maar er werd me verzekerd dat de meeste mensen om 5 uur ion de middag vertrokken zouden zijn. Dat klopte ook, men liet hopen met afval en voedsel resten achter. De badgasten bestonden voor een deel uit India’ers die hier hun business in Malawi hebben. En ik weet wat ik van deze bevolkings groep kon verwachten, lawaai en rotzooi, en ze stelde me niet teleur. Naast de india’ers waren er ook veel moslims, de vrouwen geheel gewaad op het strand en pa in zwembroek. Omdat me verteld werd dat het de volgende dag een nationale feestdag was besloot ik er niet nog een dag te blijven. Het waaide ook erg hard en het water was zanderig troebel.
\r\n

\r\nHad een ontmoeting met een man die op de ambassade van Mozambique in Malawi werkte. Hij vroeg me naar mijn ervaringen in zijn land en ik loog maar dat ik het erg plezierig vond, op de wegenbelasting na. Daar keek hij van op en schudde toen zijn hoofd. Wij Mozambikanen weten niet hoe we toeristen moeten trekken, dat moeten we echt nog leren. Ik was het roerend met hem eens.

\r\nDe volgende dag reed ik door noordwaarts na eerst nog wat tomaten en uien gekocht te hebben o de PTC van Senga. PTC staat voor People Trading Centre en iedereen kan daar met een kraampje zijn waren verkopen. Het is er altijd levendig op dat soort marktjes, maar ook vaak vies en modderig. Daarom vaak des te leuker er rond te struinen. Vond verderop zowaar diesel zodat ik weer wat geruster verder reed.
\r\nIn Senga overigens wonen wel wat blankjes, en prompt zag ik links en rechts weer kinder opvang tehuizen. Kreeg Nepalese visioenen, waar de kindertehuizen gewone business zijn, het brengt heel wat geld in het latje. In Malawi zie je sowieso weer veel goed-doeners. Organisaties en privé personen die onder het mom van de mede mens te helpen, (soms ongemerkt) de westerse waarde proberen op te dringen of gewoon een leuke vakantie hebben. Hoe vaker ik het zie, hoe meer ik er een hekel aan heb, terwijl de goed-doeners zelf zich vaak van geen kwaad bewust zijn en hun geweten op deze manier proberen te sussen of een vakantie op die manier nog te verklaren.
\r\nOok de bekende hulp organisaties zijn allemaal aanwezig. De dikke auto’s van Unicef, World Health Organisation, UN en andere kom je vaak tegen. Hoppa, daar gaat je goede geld.
\r\nIk vermoed ook dat deze hulpverleners er de oorzaak van zijn dat veel afrikanen ontevreden zijn. Was men vroeger blij met wat men had, door het contact met westerse rijkdommen ziet de afrikaan dat ze een hoop niet hebben wat men in het westen wel heeft. De hulpverleners luisteren naar hun ipod (wil ik ook) hebben vette moderne telefoons, wonen in goede huizen vaak en hebben geld als water (wil ik dus ook , denkt de afrikaan). De goedbedoelde schooltjes die opgezet worden door Europeanen brengt de kinderen in contact met westerse waarden en materialistische denkwijze, de kinderen in opvang tehuizen hebben het vaak beter dan de kinderen in omliggende dorpjes. Dan is het niet raar dat er plots hele troepen wezen zijn, iedereen wil wel zo’n goede behandeling. Het leren dat de blanke geef graag is werkt het bedelen in de hand en ontwricht de normale cultuur van werken op het land voor je brood.
\r\nHet zijn natuurlijk niet alleen de hulp verleners die deze ellende creëren, ik ben daar zelf ook deels schuldig aan. Immers rijd ik met een dikke auto door dorpjes met mensen die niets hebben en geef zo ook het idee dat de blanke geld teveel heeft. Enfin, laat ik er maar over ophouden, het westen leert het toch immers niet.
\r\nBij een koffie pauze kwamen er drie jongens met een 20 tal koeien voorbij. Niet voor de melk maar voor het vlees wist eentje me te melden. Maar de koeien waren mager en de helft er van hadden enorme open wonden op hun rug. Een aantal er van had men afgedekt met een pasta van koeien-stront en stro, waarschijnlijk om de vliegen er af te halen. Als deze koeien voor de consumptie zijn eet ik ze liever niet, maar ja, dat zie je natuurlijk niet als je bij de slager een stukje vlees af laat snijden. Het is in Nederland niet anders vermoed ik.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nHet resultaat mocht er zijn


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nOverigens is Malawi goed bedeeld door de EU. Je ziet overal borden met ‘financed by the EU’ met de Europese vlag er dan bij. Elk dorp heeft wel iets wat door ons betaald is, om nog maar niet over het wegen net te spreken. Ik zag meer EU vlaggen dan Malawi vlaggen, dat zegt genoeg denk ik.
\r\nEr word hier weer, net als in west Afrika, veel yams verbouwd. Die grote lange dikke wortel die erg op aardappel lijkt. De yams kan je herkennen aan de heuveltjes met grond waar ze in worden geplant. Immers kan zo’n ding wel een meter lang worden en als je die uit moet graven ben je een poos bezig. Vandaar dat er eerst heuveltjes met grond gemaakt worden, soms bijna een meter hoog en daar worden de yam plantjes dan in gezaaid. Een yam veld is dan ook net een grote verzameling van enorme molshopen
\r\nMijn doel voor die dag was Nkata Bay maar ik ging het niet halen. Het was nog 50 kilometer tot daar en het was bijna donker. Had van henk-Jan en Maureen (http://metdaffieopreis.nl/) die deze route een half jaar geleden gereden hadden, een waypoint van een plek waar ze voor 2 dagen wild gekampeerd hadden dus ik zocht die plek op om er te overnachten. Het was niet ver van een net huis en ik vroeg aan de man die daar stond te vegen of het een probleem was dat ik daar de nacht stond. Geen probleem en kreeg gelijk een jank verhaal hoe arm hij wel niet was. Hij had 8 kinderen en zijn vrouw lag in het ziekenhuis (hoe verbazend na 8 kinderen). Ik maakte hem blij met wat kleine rekenmachientjes voor zijn kids en stond rustig voor de nacht. Dacht ik. Om 12 uur werd er op mijn auto geklopt. Ik ontwaakte uit mijn slaap en liet de mannen kloppen. Maar na 15 minuten kwamen ze terug en begonnen weer op mijn auto te kloppen. Toen ik naar buiten keek stond daar een man of 6, een er van met duidelijk onheldere ogen. Die melde me dat ik op privé terrein stond en ik echt mijn auto moest verkassen. Probeerde nog in discussie te gaan maar gaf dat snel op. Zette snel alles vast in de auto en startte mijn motor zonder dat ik een auto deur had geopend, ik had mijn nood doorgang gebruikt (een van de eerste keren). Begon met het keren van de auto, wat geen makkie was. Het was pik donker en het zandpad waar ik stond was smal. Na 6 keer steken was ik zo ver en wilde weg rijden toen een van de mannen plots zei dat ik eigenlijk wel mocht blijven staan. Heb hem op een nette wijze verteld dat ik het zeer ongastvrij vond wat ze deden, ik stond aan de kant van een openbare weg (nou ja pad) en deed niemand kwaad, en reed daarna weg. Draaide de hoofdweg op en reed verder noord, midden in de nacht. Probeer maar eens een slaapplek te vinden in het pik donker, dat is altijd heel erg moeilijk. Na een kilometer of 10 zette ik mijn auto maar aan de kant van de hoofdweg, op een plaats waar ik vermoede dat er net zoveel huisjes langs de weg stonden en sliep pas om twee uur weer in.

\r\nAchteraf vermoed ik dat de mannen geld wilde om hun drink gelag voort te zetten. Ze hadden verwacht dat ik uit mijn auto moest komen om voor achter het stuur te gaan zitten. En dan hadden ze misschien wel beroofd of gewoon om geld gevraagd. Dat ik weg zou rijden zonder naar buiten te komen hadden ze vermoedelijk niet verwacht en gooide hun plannetje in duigen. Ja, ik ben niet gek.
\r\nIn elk dorp is er op straat een mooi geelwit geverfde zebra op straat, met daarbij aan beide kanten een STOP bord. Met andere woorden, je zou er theoretisch moeten stoppen. Toen ik vers Malawi in kwam van Mozambique stopte ik bij de eerste zebra dan ook netjes, maar merkte op dat iedereen gewoon door reed. Doe ik nu dis ook maar. Heb nog nooit iemand voor een stopbord zien stoppen. Een flinke tegenstelling tot in veel landen, waar, als je niet helemaal stopt voor elk stopbord je dit een flinke prent op kan leveren. Elk land heeft zo zijn eigen verkeers regels, dat is duidelijk, maar soms wijkt het per land wel erg af.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nMalawi meer


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nDe volgende morgen was het vroeg nog steeds rustig. Om half zeven kwamen er wat kinderen voorbij op weg naar school. In groezelige uniformpjes staken ze angstig de straat over zodat ze me op een afstandje konden passeren. Om kwart over 7 stond ik de afwas te doen en kreeg bezoek van een erg aardige jongeman van een jaar of 17 die erg praatlustig was. Hij was op weg naar de winkel een kilometer verderop om suiker te kopen. Hij was erg aardig en informatief dus ik gaf hem een kilo suiker die ik nog over had vanuit het Himba gebied in Namibië, waar je met suiker een gewild ruil of cadeau object hebt. Ik maakte wat koffie en gaf hem ook een bakje maar om half negen was de lokale bevolking ook wakker geworden. De mensen massa werd steeds groter, een aantal begon vervelende bedel gebaren te maken, de rest staarde alsof ik uit Mars kwam. Dus reed ik verder naar Nkata Bay. Het landschap veranderen iets de laatste 50 km. Het werd heuvelachtiger en op een gegeven moment reed ik een paar kilometer lang door rubber plantages, uitgestrekte wouden met bomen, netjes onderhouden en in rijen geplant.

\r\nRijdend door de rubber plantage werden er voetballen aan de straat verkocht. Jonge mannen stonden aan de kant van de straat hevig met hun ballen te stuiteren, toen ik er bij een stopte bleek de bal van rubberen bandjes gemaakt te zijn, een soort elastiekjes maar dan rechtstreeks van de rubberboom. Als je er een paar honderd omwikkelt krijg je dus een echte rubber bal. De mannen vroegen natuurlijk veel te veel voor die ballen dus ben zonder doorgereden, hevig teleurgestelde mannen achterlatend.
\r\n\r\nJe ruikt hier in de dorpjes ook weer de vieze zure lucht van gedroogde yam. Men maalt de yam tot pulp en laat dat dan drogen langs de weg, vaak in kleine soort sliertjes geperst. Dat geeft een penetrante lucht die je in west Afrika ook ruikt. Ook zag ik weer drank in kleine plastic zakjes. Toen ik om een uur of half 10 stopte om wat koffie te maken bij een dorpje, lag het daar werkelijk bezaait met lege plastic drank zakjes. De rasta die op me af stapte had ook een geopend zakje whisky in zijn hand. Om half 10. Bah bah. Had ik eigenlijk niet verwacht in Malawi, wat toch een, zoals het zichzelf noemt, ‘God-fearing’ land is.

\r\nNu we het toch over God hebben. 80% van de bevolking is Gristelijk. En niet zuinig ook niet. Iets wat overigens door de overheid sterk ‘bevorderd’ wordt. Alternatieve levenswijze zijn uit de boze hier. Zelfde seks verhoudingen zijn hier ,als in vele landen in Afrika, strafbaar. Uganda heeft een wet klaar liggen die zelfde-seks activiteiten met de doodstraf beloond. Er stond vorige week een groot stuk in de krant over de druk, die het westen op Malawi legt om zelfde seks verhoudingen uit de criminele sfeer te halen. Het westen dreigt met het stoppen van hulp gelden. Typisch weer een staaltje westerse bemoeienis die hier niet in dank wordt afgenomen. Met een pagina grote advertentie liet de kerk weten het eens te zijn met de regering en hun standpunt, en het nieuwe wetsvoorstel te steunen waarin ook lesbische activiteiten met 5 jaar gevangenis straf worden beloond. Of de kerk nou zo objectief is in hun mening, is weer een ander verhaal, maar ik kan me best het standpunt van Malawi indenken. Ondanks dat ik tegen straffen op alternatieve levenswijze ben, is een land als Malawi niet klaar om dit te omhelzen. De traditionele familiale levenswijze overheerst en is ook belangrijk,. De familie is opvangpunt en steunpunt en trouwen en (te veel) kinderen krijgen is zorgen voor de toekomst. Als je dat in de war gooit valt het hele systeem uit elkaar, nog los van de religieuze consequenties. Dat we in het westen van God los zijn, betekend nog niet dat je andere daar ook toe moet dwingen als ze dit niet willen of dit gewoon niet in hun maatschappij past.
\r\nIn Nkata bay vond ik de blue backpackers, een guesthouse aan het Malawi meer met een heel klein campinkje. Het weggetje er naar toe was over 500 meter lang en een hele slechte piste die erg schuin liep. Het had er die nacht ook flink geregend. Halverwege had men naast de weg een groot gat gegraven (later bleek het een poep-gat te zijn) en het zand op het pad gegooid. De regen had het zand nat gemaakt en ik gleed met de achterkant van de auto richting greppel die er naast lag. Kon erger nog net voorkomen door de schop tevoorschijn te halen en wat nood reparaties aan de weg aan te brengen maar ook toen scheelde het weinig. Toen ik eindelijk bij het guesthouse op het terrein was bonkte mijn hart nog 20 minuten na.

\r\n5 dagen bleef ik bij de blue backpackers staan. Niet omdat het zo’n geweldige plek was. Het is een hippie achtig guesthouse waar veel rasta figuren rond liepen die leefde van de backpackende meiskes die hier verbleven, halve dag stoned waren en de hele dag keiharde reggae draaide. Ik bleef omdat ik Soviet tegen het lijf liep. Soviet was een artiest-schilder en na wat praten en onderhandelen wilde hij wel alle vlaggen van de wereld op de achterkant van mijn auto schilderen. Dat was iets wat ik altijd al wilde en Soviet ging aan de slag. Hoe lang gaat het duren vroeg ik hem voor hij begon. Ik begin vanavond en dan is het morgen avond klaar. Maar ja, dit is Afrika. Hij deed er dus drie dagen over, veel langer dan ik eigenlijk wilde. Maar de Blue backpackers was goedkoop (2 euro), ik had stroom en douche en beruste me in mijn lot. Malawi werd even Maluiwi. Moet ook eerlijk zeggen dat Soviet goed werk deed en als dank gaf ik hem als deel betaling mijn oude Ipod waar hij héél blij mee was. In die drie dagen deed ik zo nu eens een wasje, speelde Zelda op de game boy eindelijk eens uit en verdiepte me in Bowa (het balltjes spel). Ik won vaak zonder te weten waarom. Kletste wat met mede toeristen, boende de vloer, maakte de polen van mijn huis-accu’s schoon en deed wat reparatie werk aan de weg voor als ik straks op de terugweg weer over dat pokke pad moest. Bracht een bezoek aan de lokale kliniek om wat Bilhartsiose medicijn te kopen. Ik was de enige klant en op mijn vraag waarom het zo rustig was kreeg ik het antwoord; het is hier altijd zo rustig, de mensen hebben geen geld voor een kliniek, doktor of medicijnen.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nSoviet schilderde bijna drie dagen


\r\n\r\n\r\n\r\nMaar na 5 dagen met luide Regge muziek was ik het echt beu en was blij dat de boel af was en ik de volgende dag weg kon.

\r\nHet hoofd vervoers middel in Malawi is de fiets. Er is een Indiase fiets fabrikant die hier goede zaken doet. Alles wordt per fiets vervoerd en overal zie je die dingen. Rijdend kan je mooi in de gaten houden wat er zoal per fiets wordt vervoerd en ik ben tot de volgende cijfers gekomen:
\r\n40 % van de fietsers heeft minimaal een passagier achterop.
\r\n20 % van de fietsers heeft twee of meer passagiers. Vaak een volwassen en een kind op de bagage drager en dan nog een kind voor op de stang.
\r\n8 % van de mensen hebben een lekke band en lopen naast hun fiets.
\r\n5% van de fietsers heeft minimaal 4 lege kratten Coca-Cola achterop.
\r\n2% vervoert een grote, tros bananen van 40 kilo achterop.
\r\n8% van de mensen vervoeren hele grote takkenbossen met hun fiets, uiteraard om het hout te verkopen op de markt.
\r\n11 % van de fietsers heeft een enorme rieten mand achterop waarin brood, vis, mais of iets anders zit. Soms hebben ze het zelf geoogst op hun land en vervoeren het naar huis, andere vervoeren het naar de markt voor de verkoop.
\r\n10 % van de fietsers is bezig met het opleggen van hun ketting, die er dan vervolgens twee kilometer verderop weer afloopt.
\r\n70% van de fietsers is bezig met het knauwen op een suiker riet stengel
\r\n90% van de fietsers heeft geen remmen
\r\n100% van de mensen heeft geen licht.

\r\n\r\nOp 8 mei reed ik weer verder, met mijn mooie vlaggen achterop. De weg naar Mzuzu was erg hobbelig maar te doen. Mooie natuur, het begon bergachtig te worden en de weg steeg naar 1100 meter. In Mzuzu moest ik tanken, maar van de 3 stations was er een met diesel. De rij vrachtwagens was ongeorganiseerd en groot en ik had geen zin er in te gaan staan. Daarbij was ook nog eens de president in de stad. Alles was aangeveegd, overal hingen vlaggen en om de 500 meter stond een agent of militair. Na wat heen en weer gereden te zijn tussen de benzine pompen werd plots de weg geblokkeerd en ja hoor, daar kwam de dikke deur in een grote SUV aan, uiteraard vergezeld door allerlei bewaking en luide sirenes. Hij was snel voorbij en iedereen mocht weer door. Verderop op het kleine vliegveldje zag ik zijn helikopter staan, groot groen leger ding. Ik besloot verder te rijden in de hoop dat er 50 km verderop wel diesel was. Daar aangekomen was het helaas ook 0 op rekwest. Het bestuderen van de kaart leerde me dat de situatie redelijk hopeloos was. Er was nog een pomp 150 km noordelijker, ver voorbij mijn doel. De tank meter stond bijna in het rood en er restte me niets anders dan terug naar Mzuzu te rijden en wachten tot de tank stations bevoorraad werden. De mijnheer bij de Total beweerde dat dat de volgende dag om 9 of 10 uur in de ochtend zou zijn dus parkeerde ik mijn bolide op een veld midden in de stad en bracht er een lawaaiige nacht door. Door deze tegenslag moest ik mijn bezoek aan Livingstonia laten varen en ik zou dan, als er eindelijk diesel was, maar terug naar het zuiden rijden. Eerst een bezoek aan de hoofdstad en dan Zambia in.

\r\nIn de ochtend was er nog steeds geen diesel en op mijn vraag bij alle benzine stations kreeg ik alleen maar het antwoord ‘misschien morgen’ of ‘we weten het niet’. Na wat doorvragen bij en BP benzine station melde de manager dat ik maar eens bij het depot van BP moest proberen, een paar kilometer verderop. Daar bleek men diesel te hebben en na een half uurtje in een rij te hebben gestaan kreeg ik zowaar 110 liter diesel, zelfs voor een grootverbruikers prijs van 245 Kwacha ipv 260. Ook hoorde ik dat het normaal niet zo erg was in Mzuzu, maar omdat de president het hele weekend in en rond Mzuzu was er veel meer verkeer dan normaal en vandaar het gebrek aan diesel.

\r\nIk reed terug zuidwaarts, nu door de bergen heen. Maar niet voordat ik, net buiten de stad vriendelijk doch zeer streng van de weg werd gehaald, de president kwam wederom langs. Hierna tientallen kilometers houtbouw. Heel veel dennenbomen en heel veel houtkap, maar wel alles georganiseerd. Gekapte percelen werden weer netjes beplant. De weg steeg naar 1800 meter en het werd fris, ook al omdat het bewolkt was en af en toe wat miezerde. Lekker rijden zo. Maar ook in dit, relatief, weinig bevolkte gedeelte van Malawi liepen overal mensen. Vele vermoed ik op zoek naar werk in de houtkap, zaten verveeld langs de weg. Na 100 km bergen zakte de weg naar een hoog gelegen plateau (1100 meter) en kwam het beeld van vele huisjes en mensen weer terug. Kleine privé mais veldjes, hutjes en spelende kinderen rond de hutjes. Zouden al die kinderen in dit land toekomstige arbeiders voor Europa zijn?

\r\nHet hoog plateau deed meer Afrikaans aan. Tussen de maisveldjes stukken met geel gras en hier en daar een boompje, en af en toe een berg die als een steenpuit uit het vlakke land op rees.
\r\n In Lilongwe , de hoofdstad van Malawi, vond ik de golfclub campsite, pal in het midden van de stad. Een rustige plek met erg vriendelijke mensen. Zoals overal in Malawi, kan het niet vaak genoeg zeggen.
\r\nLilongwe is een beetje een rare stad die bestaat uit een nieuw en een oud deel. Het nieuwe is modern met mooie huizen en veel kantoren, zelfs wat hoogbouw hier en daar. Het oude gedeelte is een lekkere rotzooi. Spendeerde drie dagen in de hoofdstad, oude deel. Er was een nieuwe GAME supermarkt. Duidelijk dat het een Zuid-Afrikaanse keten was. Men verkocht er alles wat een normale Malawi persoon niet kan betalen of nooit nodig heeft. Het assortiment was niet aangepast op lokale behoefte en het was dan ook stil in deze enorme supermarkt die zich meer richt op non-food. Dure stereo’s en TV’s, alles voor een braai of om te kamperen, elektrische apparatuur. De normale Malawinees kampeert nooit en heeft al helemaal geen geld voor een uitklapstoel, laat staan behoefte er aan. Men was ook bezig een nieuwe Spar supermarkt te bouwen maar die was helaas nog niet open. Er tegenover bevond zich de bekende Shoprite. Ook hier meer personeel dan klanten, maar het personeel was ongeïnteresseerd en de winkel was rommelig en slordig. Veel prijzen ontbraken en de groente waren oud en verlept (en duur). Ik kocht een flesje cola en een flesje bier en leverde mijn oude flessen in. Hier in Malawi hebben flessen statiegeld, wat een goede zaak is.
\r\nNet toen ik aan de beurt was begon de kassa miep uitgebreid haar geld te tellen, zonder zich om de klanten te bekommeren. Toen ik een beetje gemeen melde dat het fijn was dat er aan de andere kant van de straat binnenkort een spar open ging, ging ze me snel, maar met een zuur gezicht helpen. Maar de kassa juf, die werkte alsof ze al drie dagen continu achter de kassa zat, sloeg bij het afrekenen van de flesjes eerst de emballage aan, om vervolgens met een andere handeling de ingeleverde flesjes weer van de rekening af te trekken., Hier moest echter de manager er aan te pas komen, omdat er wat in de min moest worden aangeslagen. Op mijn vraag waarom ze niet gewoon niks rekende (plus 2 en min 2 is immers 0) kreeg ik een beetje zuur gemeld dat ze het systeem moesten vertellen wat er gebeurde. Dat ik er op moest wachten was niet belangrijk, de computer is immers belangrijker dan de klant. Dat dit bijna 4 minuten extra duurde was niet boeiend, ook niet dat er 30 man personeel rond liep en er maar een kassa open was. Op elke hoek bij elke schap stond een security de wacht te houden. Kortom, een onprettige winkel die, als die Spar eenmaal open is, het best moeilijk zal gaan krijgen.

\r\nIk bezocht de centrale markt van Lilongwe. Wat een zooitje. Nauwe padjes met links en rechts houten hutjes en ik kon duidelijk merken dat er hier vaker blanken kwamen. Er werd aan alle kanten aan me getrokken, ik moest hier kijken en daar. De verkoopkunde van de winkeliers (standhouder) was van het niveau India. Kijk, ik heb tomaten, alsof ik dat niet gezien had. Pardoes word er dan een tomaat onder je neus gedrukt. In het begin is dat nog geinig maar als dat bij elke stand gebeurt wordt dat irritant. Ze zien graag blanken, die hebben immers geld. ‘Hey boss!!!’ roept iedereen, en verhoogt de prijs 50% omdat ik blank ben.
\r\nReed rond op de fiets (wat niet mee valt, het is heuvelachtig hier), sloot een auto verzekering af voor Zambia en Tanzania bij Nico Insurance (gesetteld op de Game plaza, pal aan de andere kant van de nieuwe Spar). Een zogenaamde gele kaart. Kosten vielen mee, 15.000 Kwacha voor 2 maanden (70 euro zeg maar). Zonder dat kom je Zambia of Tanzania niet in. Dan moet je het bij de grens aanschaffen en dat is altijd duurder.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nVissies drogen aan net Malawi meer. Je kan je de reuk indenken


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nEr is ook een hele grote kleding markt. Alle is volgens mij tweedehands. Deed een poging een korte broek te kopen maar ook deze verkoper vroeg veel te veel. Hij bleef me nog een half uur achterna lopen met de broek, zijn prijs zakte en zakte. Maar ik had er geen zin meer in dus liet hem maar lullen. Overigens zijn ze erg uitgekookt op die markt. Ik ben op dat soort plekken meestal extra attent, ook hier zijn zakkenrollers en tasjes dieven. Merkte dat er een vent me steeds volgde op een afstandje. Op een gegeven moment was ik het zat en maakte en onverwachtse wending waardoor ik plots achter hem aanliep. Hij wist niet meer wat ie moest doen en dook een standje in. Dit herhaalde zich een paar keer en ik wilde net hem aanspreken om te vragen of ie wat van me moest, toen bleek dat hij had lopen kijken naar welke producten ik keek, zodat hij wist waar ik naar op zoek was, zo kon hij me dan naar het juiste plekje loodsen en streek hij vast en zeker commissie op.
\r\nLiep een beetje te treuzelen verder. Wilde eigenlijk Zambia nog niet in, Malawi is zo lekker relaxed. Maar ik zat vlak bij de grens van Zambia en veel meer was er in Malawi ook niet te zien. Uiteindelijk besloot ik vrijdag de 13e nog eens naar de Malangi berg te gaan en daar een paar dagen misschien wat te gaan lopen.

\r\nDe weg tussen Lilongwe en Blantyre was goed, maar wel 350 km. Ik was te laat weggegaan omdat ik op de markt nog wat groente kocht en nog diesel moest vinden (dus in de rij staan). Halverwege de rit merkte ik dat ik het niet zou halen. Ondanks dat de weg goed was, waren er veel politie controles en veel dorpjes waar je maar 50 km per uur mag (en kan). Bij een van die dorpjes was wederom een politie controle, deze hadden echter een snelheids-pistool. Dom van me, want ik had door de lichtsignalen van tegenliggers kunnen weten dat er iets aan de hand was. Ik moest stoppen en de agent, die overigens super vriendelijk was, melde dat ik 58 reed. Dat was waarschijnlijk ook zo dus echt heel veel kon ik er niet tegen in brengen. Mar ja, je probeert het toch en ik had al snel in de gaten dat hij het ook op een andere manier wilde regelen. Dus reed ik een half uur later verder, 5 rekenmachientjes armer. Door dat half uur verlies besloot ik om niet rechtsreeks naar Blantyre te rijden maar een tussenstop in Zomba te maken waar ik wederom boven op het plateau op de Forest campsite sliep, waar ik net bij het invallen van de duisternis aan kwam. Het is hier om half 6 al donker.

\r\nIn de ochtend was het stervens koud met 11 graden en ik scoorde bij het naar benden rijden nog snel een pondje bramen, een pondje aardbeien en een pondje frambozen bij verkopers langs de weg. Die waren lekker.
\r\nDoor naar Blantyre, de economische hoofdstad van Malawi waren er weer diverse controles. Bij een er van wilde men mijn remlichten controleren. Dat had ik al vaker mee gemaakt. Ik ken mensen wiens remlichten het niet doen, die dan op hun rem trappen en vervolgens gelijker tijd hun stads lichten aan doen. Maar met deze miep (met witte handschoentjes aan) viel niet te spotten. Na de remlichten wilde ze zelfs mijn achteruit rij licht controleren. Je gaat je gang maar miepie, ze vond niks verkeerds en ik mocht weer door. \r\nDat de religie overal uit druipt in Malawi kan je zien aan de opschriften achter op de mini-busjes, zoals:
\r\nIt’s not me, its Allah
\r\nJezus drives me.
\r\nOnly God is faster
\r\nEn zowaar een niet religieuz opschrift achter op een bus: We try, others cry

\r\n\r\nSpendeerde en paar rustige dagen in Malanje. De jongen die ik de vorige keer een telefoon gegeven had, kwam nu zeuren. Hij had de telefoon ergens neergelegd om hem op te laden en iemand had hem gestolen. En nu had hij geen geld om zijn schoolgeld te betalen. Maar hij stotterde zo erg toen hij me dat vertelde dat ik er geen snars van geloofde. Later hoorde ik van iemand anders dat hij de telefoon verkocht had. Ik had me best gedaan, dus verder moest hij het zelf maar rooien.
\r\nNa een paar dagen reed ik weer terug naar Lilongwe, bracht de nacht door op de golf club en vertrok de volgende dag richting Zambia. Die grens was niet ver en de weg was rustig en goed. Bij de grens was ik in no-time uit gestempeld en reed ik Zambia in. Met toch wel een beetje pijn in mijn hart verliet ik Malawi. Het is dan misschien geen paradijs maar wel een erg prettig land om te verblijven. Laten we hopen dat Zambia dat ook zal zijn.

\r\n\r\n*) Later bleek dat de lage tabaks prijzen, een represaille maatregel was van de tabaks fabrikanten. De president van Malawi, die aardige dictatoriale trekjes begint te krijgen, had vorig jaar de drie bonzen van de tabaks firma’s het land uit gesmeten.

\r\nDingen om te onthouden:
\r\nEen euro is 218 kwacha
\r\nStuk gebraden kip met Nsimba (op de markt) 300 kwacha
\r\nFlesje bier (33cl) Carlsberg is 110 kwacha, lokaal bier Kuche Kuche (05 liter) 80 kwacha
\r\nDiesel 260 kwacha
\r\nTomaat kost 10 kwacha per stuk
\r\nEi kost 25-30 kwacha
\r\nMazuka = goede morgen