20110500 – Mei 2011, Zambia deel 2

mid mei 2011, Zambia deel 2′,’2011-06-27 11:51:56′,’

Zambia was redelijk saai, op twee hoogtepunten na. Het nationale park South Luanga, waar ik eindelijk mijn leeuwen zag (en twee luipaarden) beschreef ik reeds in deel 1 hier boven. Dit gedeelte vervolgt het relaas van mijn face to face ontmoeting met de Chipnazee\’s in Chimfunsi, een nooit meer te vergeten ervaring. En de rest van Zambia natuurlijk.’,’Na een bezoek aan Lusaka in de ochtend voor wat etens inkopen besloot ik naar het Kafue nationale park te gaan, in het westen van Zambia. Maar het verkeer in Lusaka stond helemaal vast. Stond al een uur in een heel erg langzaam bewegende file en dacht handig te zijn en een sluipweggetje te nemen, met als gevolg dat ik weer helemaal terug moest en achterin de file aan moest sluiten. Zal me leren. Net als in vele andere grote Afrikaanse (en Aziatische) steden laat het openbaar vervoer hier de boel flink in het honderd lopen. De klein blauwe busjes, waarvan er duizenden zijn in Lusaka (ik noem ze de blauwe maffia) stoppen overal en nergens om passagiers te ronselen, blokkeren de weg en zorgen er voor dat er geen doorstroming is. De andere weggebruikers proberen dan er tussen door te kruipen en blokkeren vervolgens alles nog meer. Het is nog niet zo erg als in India maar als het zo door groeit duurt dat vast niet lang meer. En daar sta je dan in de file. De zon schijnt onverbeten. Uitlaatwalmen van vrachtwagens en bussen stromen je raam binnen. Lopend tussen het verkeer proberen opdringerige mannetjes je van alles aan te smeren. HEY MAN!! schreeuwen ze, en houden een kitscherig tasje omhoog, of een fles met water, telefoon hoesjes, beltegoed, chemisch uitziende jus d’orange. Langs de weg zitten bedelvrouwen in de uitlaatgas walmen je triest aan te staren, inde hoop dat je een biljet laat vallen. Een man met een afgehakte koeienkop in een kruiwagen loopt laverend tussen het verkeer. Kruiers met van allerlei waren wagen hun leven met oversteken. Taxi’s en minibusjes tuteren voortdurend in de hoop klanten te trekken. Enfin, genoeg om naar te kijken en luisteren, maar als het dan zo lang duurt, wordt je er niet vrolijk van.

\r\n\r\nHet was pas middag voor ik eindelijk de weg naar het park op draaide. De weg was goed maar saai en ik stopte om half 5 in de bush bush om te overnachten. Had eerste en ander weggetje ingereden in de hoop op een stil plekje maar die belande plots bij een luchtmacht basis van Zambia. Oeps, geen goede plek om te parkeren, snel weer door.

\r\nWas in Malawi het Kuche Kuche bier niet zo, in Zambia drinkt men Mosi. Dit bier smaakt uitstekend en vind je overal. Ander opvallende zaak in Zambia is dat men geen muntgeld heeft. Alles met briefjes, maar wel veel te veel er van. Het kleinste briefje is van 50 Kwacha, nog minder dan een Eurocent. Daar kan je niks meer voor kopen. Dan heb je vervolgens biljetten van 100, 500, 1000, 5000, 10.000, 20.000 en 50,000 Kwacha. Dat laatste is dan het grootste biljet en is dus omgerekend 8 of 9 Euro. Ga je de supermarkt in en betaal je groot, dan krijg je dikke stapels met biljetten terug. In no time was mijn portemonnee te klein voor al dit papieren geweld.

\r\nIn de ochtend was het koud. Met 16 graden heerlijk koud. En maar goed ook want toen ik in de buurt van het Kafue park kwam begonnen de Tse-Tse vliegen irritant te worden. Had het eerst niet zo goed in de gaten. Toen ik even voor een bakkie stopte had ik al snel had ik 5 of 6 van die horzels (daar lijken ze op) in mijn cabine. En die Tse-Tse beesten zijn enorme sluw en goede vliegers. En onbeschrijfelijk doelgericht. Die sla je niet even van je af, want halve seconde later zitten ze op een andere lichaamsdeel. En als je ze eenmaal te grazen hebt, moet je dat flink doen want het beest is taai en sterk. Deed snel mijn ramen dicht en ging op jacht. Ik bleef er één in de cabine houden, die was zo slim dat ik die niet te pakken kreeg. Op een gegeven moment zat ie op de neksteun achter me, me aan te staren. Ik vermoed dat ie me te grazen heeft genomen zonder dat ik het weet.
\r\nDe Tse Tse vlieg verspreid de slaap ziekte, alhoewel de kans op infectie tegenwoordig erg klein is. Lokalen worden vaak meerdere malen per minuut gestoken en zijn er aan gewend geraakt. Maar ik had liever geen lekken in me lichaam, heb er al genoeg.

\r\nBij een volgende koffie stop deed ik dat in grasland, want in bosjes is het dus niet te doen. In plaats van Tse Tse kreeg ik lokale om me heen. Een oude man op een fiets begon met ‘geef me een sigaret’. Wat kom je hier doen? Vroeg een ander. Wie kom je helpen? In wat geef je les? Zo gewend aan hulpgevende westerlingen waren zie hier verbaasd te horen dat ik een toerist was die wat rond kwam kijken en helemaal niks kwam geven of brengen.
\r\nEen van de mannen had een groot schrift achter op de fiets. Wat is dat, vroeg ik. Een oogst boek. Daarin schrijf ik wat er geoogst word en waar, hoeveel kilo etc. En hoe was de oogst dit jaar, vroeg ik. Mwahh, het ging. Maar alles is duur, pesticiden, kunstmest etc. Waar heb je pesticiden dan voor nodig vroeg ik. Voor het onkruid, om dat tegen te gaan. Maar dat kan je toch ook met de hand doen? Nee, dat is veel te veel en zwaar werk, we bestrooien de boel liever met chemische middelen. Dat is toch ongezond, al die chemie komt in je lichaam. Nee, het is juist gezond, we worden er sterker door. En de oogst wordt er beter door. Echt waar.
\r\nEen staaltje onzin dat de Afrikaan wijs gemaakt wordt, waarschijnlijk door de verkopers van pesticiden. Iets later had ik het volgende gesprek met de oude man.
\r\n\r\nGeef me een sigaret, zegt ie. Ik rook niet zeg ik, want het is slecht voor je gezondheid. Dat is niet waar, het is juist goed voor me. Als ik hard moet werken, dan is roken juist goed voor me want als ik de hele dag sta te hakken (bomen omhakken bedoelde ie) dan moet ik gewoon roken anders houd ik het niet vol. Maar, opperde ik, het is toch slecht voor je gezondheid? Daar heb ik nog nooit van gehoord zegt de man. Het staat groot op jullie pakjes sigaretten. Smoking damages your health staat er. Ik heb nog nooit een pakje sigaretten in me handen gehad, ik koop altijd maar een of twee losse sigarretten, meer geld heb ik nooit, dus dat weet ik niet hoor. Geef me een sigaret herhaalde hij.

\r\n\r\nTegen de middag bereikte ik het Nationale Park. Dit is een van de grootste parken ter wereld, met de grote van 2xBelgië. Maar echt ontwikkelt is het nog niet. Ik wilde proberen vanaf de ingang naar de zogenaamde Karbanga-gate of te wel de noord uitgang te rijden. Dat was dwars door het park maar ik had geen idee of het kon. Bij de park entree wisten ze dat ook niet. Ze verwezen me naar het huis van de Rangers. Die man wist het ook niet. De weg tot Lufupa zou te doen zijn, daarna moest ik het maar vragen daar. Mmm, ik wil best een risico nemen maar als ik vast komt te staan, in me eentje, tussen de leeuwen en tse-tse vliegen, nee dank je. Dus reed ik naar de Mukambi Safari Lodge. Een duur resort, maar ze hadden ook een campsite. Die was met 15 dollar de duurste tot nu toe in Zambia. Het lag dan wel aan de rivier, die vol met nijlpaarden en krokodillen zat, maar dan nog was het te duur. Besloot om die avond een nacht safari te doen. Had zulke goede herinneringen aan die in het Luanga Park, moest het gewoon nog eens doen. Dus om 5 uur werd ik , samen met drie Nederlandse meisjes die ook daar zaten in een bootje, tussen de krokodillen door, naar de overkant gevaren om een toertje door het park te maken.
\r\nHet viel me al gelijk op, dat er grote stukken geel afrikaans gras afgebrand waren. Dat word expres gedaan om te voorkomen dat het gras nog hoger zou groeien en het in de droge tijd in de fik zou vliegen, dan zouden hele delen van het reservaat worden vernietigd. Nu kon het nog gecontroleerd worden. Helaas was men zo hard aan het affikken, dat volgens mij de dieren allemaal naar een ander deel van het park waren gevlucht. Ik zag wel veel soorten herten, maar daar werd ik niet warm van. Ik was al een beetje suf en slaperig van het hobbelen geworden (het pad was erg slecht) toen er ineens geroepen werd : OLFANTEN!! Ja hoor, links in de bosjes stond een groepje van 6 olifanten. De enorme baas olifant begon gelijk te tetteren en met zijn oren te klapperen en begon gelijk boos op de auto af te stormen. De gids gaf gas, maar de weg was zo slecht dat hij niet hard weg kon. De olifant bleef zijn achtervolging voortzetten en kwam steeds dichter bij. Ik begon het een beetje benauwd te krijgen. Weer zo’n boze olifant, minimaal zo groot als mijn vrachtwagen, die tetterend op me af kwam galopperend. Gelukkig vond de chauffeur de tweede versnelling en gaf een beetje extra gas maar de olifant gaf niet op. Ik zag mezelf al gespiesd aan de enorme slagtanden van het woeste beest. Na een minuut, die er wel 30 leken, gaf de olifant het op en kan ik weer normaal adem halen. In de consternatie had ik niet er niet aan gedacht het te filmen. Shit.

\r\nNa een korte stop bij zons ondergang heb ik geen dieren meer gezien. Een hyena in de verte, maar zo ver weg dat het niet boeiend was. Jammer. Een klein beetje teleurgesteld kwam ik terug bij mijn auto.
\r\nDe volgende ochtend werd ik wakker gebruld door een groepje leeuwen. Het geluid kwam van de overkant van de rivier, over water draagt geluid ver. Het was te koud om op te gaan staan en te kijken met de verrekijker.
\r\nBij het afrekenen hoefde ik geen park-entree te betalen, dat scheelde weer 20$ en maakte de teleurstelling van niks zien iets minder. Wilde eigenlijk het park zelf nog wel inrijden maar bij navraag bleken ook hier de wegen niet toegankelijk te zijn. Er stond nog te veel water waardoor ik gegarandeerd ergs vast zou komen te zitten wist men mij te vertellen, dus reed ik maar in een ruk door terug naar Lusaka waar ik een dagje in het Pioneer camp verbleef om de komende weken de route te plannen.

\r\n3 juni reed ik door naar het noorden. Maar niet voor eerst in Lusaka wat zaken bij de supermarkt gehaald te hebben. Ik zat vol plannen. Had tips gekregen van collega reizigers over noord Zambia en Zuid Tanzania, dus ik kon weer even vooruit. Een van die tips van de Fringilla boerderij. Die lag niet zo heel ver van Lusaka af en ik was er al om 2 uur, maar besloot er toch te blijven. Het was een grote boerderij die een eigen slachterij en slagerij had. Kocht er wat heerlijke T-bone steaks en vage worstjes, voor weinig. Na wat geprutteld te hebben op een lekker vuurtje gleden die avond een joekel van een T-Bone en wat vage worstjes naar binnen.

\r\nZambia is geografisch een wat raar land. In het midden heeft Congo (DRC) een flinke hap uit Zambia gegeten, waardoor je eigenlijk Noord en zuid Zambia heel anders zijn. Boven aan het zuidelijke deel van Zambia ligt de zogenaamde koper-gordel. Hier komt een groot deel van de koper van de wereld vandaan. Ik scheerde dan ook de volgende dag vlak langs DRC Congo (een land waar ik liever niet meer naar toe ga) en reed door de koper gordel naar het noordelijkste deel van Zuid Zambia. Het klinkt wat ingewikkeld, maar kijk maar op de GPS kaart boven aan het verhaal. Het was er druk, langs de weg overal kraampjes waar van alles en nog wat werd aangeboden. Vooral tomaten en aardappelen, maar ook kippen, vleermuizen en watermeloenen. Als er een riviertje in de buurt is staan er steevast wat mensen langs de weg die een trosje verse vis omhoog houden, een er van had zelfs een vers gevangen buidelrat om op te peuzelen. Rond de grote stad van Kitwe was er een heel stuk vierbaanse weg, iets wat ik sinds zuid Afrika niet meer gezien had. De mijnbouw brengt veel werk en industrie met zich mee en dat brengt natuurlijk weer mensen met zich mee. Reed die dag veel kilometers en zag enorme hopen met zand, gigantische vrachtwagens en veel, heel veel verkeer. De weg was in diepe geulen gereden door het zware verkeer. De omgeving was niet spectaculair, maar hoe verder ik naar het noord-oosten kwam hoe rustiger, heuvelachtige en mooier r het werd. Er kwam meer groen en eenmaal voorbij de koper gordel werd het weer prettig rijden. Mijn doel voor die dag was de Chimfunsi Farm. Ik had er wel goede dingen van gelezen en gehoord maar wist niet helemaal wat ik kon verwachten. Wist dat er een boel Chimpansees leefde. Het schijnt het grootste Chimpansee opvangcentrum ter wereld te zijn. Arriveerde er net voor het donker en had de hele dag gereden, dus was moe. Parkeerde op hun campsite (lees weiland) en had de volgende dag eigenlijk pas door dat ik een prachtig uitzicht had over de Kafue rivier.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nEchte uitzicht, zonder photoshop tussenkomst


\r\n\r\n\r\n\r\nWerd gewekt door eerst een haan (om 4 uur in de ochtend) en niet lang daarna door het grazende geluid van een koe die vond dat het gras naast mijn auto het lekkerst was. Bij zonsopgang genoot ik van het uitzicht. Dikke wolken mist over de rivier, een machtige gele bol die omhoog kwam zetten en een verre blik over de graslanden die met hoog water onder lopen maar nu droog stonden. Om half 8 kwam Sylvia langs, de dochter van de eigenaresse en die vertelde me een beetje hoe de boel er in elkaar zat. Ik zal het even in het kort vertellen, want het is een indrukwekkend verhaal.

\r\nIn 1947 verlieten Sheila Siddle en haar man David, Engeland in een oude leger truck. Waarschijnlijk waren ze de eerste overlanders en ze reden hun truck, die ze toen al als camper hadden ingericht, via Algiers de Sahara door en kwamen uiteindelijk in zuidelijk Afrika terecht. Na wat omzwervingen kochten ze hun huidige stuk land net ten zuiden van Congo en bedreven er veeteelt. Op een gegeven moment kwam hun zoon thuis met een bijna dode chimpansee baby, die hij van een aantal stropers had afgenomen. Over de grens in Congo DRC wonen nog steeds chimpansees in het wild en die beesten zijn goed verkoopbaar. Het circus, rijke lui die een huisdier willen hebben en de slager vinden dit beest allemaal interessant. Sheila, die altijd al wat met beesten had, nam het op sterven na dode beest in huis en na veel liefde en tijd kwam jet beest er weer boven op en leefde deels bij haar in huis. Dit praatte zich in de rondte en het duurde niet lang of iemand anders kwam ook met een chimp aan en dat bleef zo groeien. Na verloop van tijd kon men de boerderij met land er naast bij kopen en men kreeg een vergunning van de Zambiaanse overheid om Chimpansee opvang centrum te worden.
\r\nHet groeide en groeide, de Chimps kwamen uit Afrika, maar ook uit Zuid en midden Amerika en het midden oosten waar veel sjeiks een Chimp als huisdier poogde te hebben. Alle beesten werden opgevangen en gevoed, alles uit eigen zak. De beestenboel groeide met kippen, pauwen, ganzen, honden (waaronder een super lieve boerboel), een kat (Biggels) en, 20 jaar geleden, een nijlpaard baby van 5 dagen oud wiens moeder was afgeschoten. Sheila nam ook dit beest onder haar hoede en het Nijlpaard Billy woont er nog steeds, nu na 20 jaar. Maar daar over zo meer.\r\n De dochter van Sheila vertelde me dat ik mee kon met de Chimp uitlaatservice die ochtend, maar dat het me wel even 100 $ zou kosten. Normaal zou ik daar van schrikken maar ik had vooraf al van andere reizigers gehoord dat dit echt de moeite waard was. Niet alleen het uitlaten van de beesten, maar ook omdat het geld besteed word voor de opvang en dus goed terecht komt.
\r\nVoor info kijk op http://www.chimfunshi.org.za/
\r\nIk twijfelde dus niet en om 8 uur stond ik, met een overal aan, waarvan ik de zakken volgepropt had met koekjes en snoepjes, mijn bril en pet af en mijn schoenveters dubbel geknoopt, in het chimpansee bos. Dat is een stuk bos van ik weet niet meer hoe veel hectare, geheel omringd door een stroom draad hek, de beesten kunnen daar naar harte lust vrij rondlopen. Maar in de nacht gaan ze de hokken in, en daar kwamen nu dus 6 Chimpansees uit. Ik had geen idee wat ik moest verwachten maar was wel geïnformeerd dat de twee jonge Chimps echte deugnieten waren. Als ze me zouden bijten moest ik maar een tik uitdelen werd me gezegd. Het begon rustig, De beesten kwamen op me af en binnen 4 seconde had ik een Chimpansee op mijn rug terwijl twee andere me vakkundig aan het zakkenrollen waren. De koekjes en snoepjes werden uit mijn zakken gehaald in een nood tempo. De koekjes werden op de grond gegooid, de snoepjes waren duidelijk veel lekkerder. Sprong de ene Chimp van me rug, kwam de ander en zat in me nek, op een gegeven moment had ik drie beesten op me zitten terwijl er een mijn overal-broek aan het uittrekken was op jacht naar meer snoepjes. \r\n


\r\n\r\n

\r\nVakkundig gezakkenrold


\r\n\r\n\r\n\r\nDe beesten waren niet hardhandig, zelfs teder, en ik begon wat meer vertrouwen te krijgen, het zelfs leuk te vinden. Na een kwartiertje dit spelletje gespeeld te hebben werd het tijd om te gaan lopen. Nou ja, ik ging lopen en de beesten werden liever gedragen. Ik droeg Domino, het stoute 4 jarige vrouwtje en onder het lopen hadden we samen lol. Ze probeerde mijn zakken nog eens goed na te voelen en ik probeerde haar er van te weerhouden. Af en toe vond ik nog een gummi beertje onder in een zak en dat at ze smakkend op, terwijl ze in mijn nek zat. \r\n\r\n

\r\n\r\n

\r\nIk houd van kaal, zegt ze tegen me


\r\n\r\n\r\n\r\nBij een open plek in het bos aangekomen gingen de apen met elkaar spelen. Op een na, het wat oudere mannetje had blijkbaar slecht geslapen en zette zich tussen ons in. Hij liet alles met zich doen. Aaien, kietelen (en dat lachte hij als een aap) en ik had eens tijd om deze beesten van heel dichtbij te bestuderen. Opvallend de overeenkomsten met de mens, maar dat wist iedereen denk ik al. Ik vlooide het beeste, voelde aan zijn handen en voeten en hij vond alles best. De voeten van een Chimp zijn net handen en groot en sterk. Na 20 minuten liepen we wat verder het bos in naar een andere open stuk bos en plots dook Domino, zonder waarschuwing, vanuit een boom in mijn nek. Ik had haar helemaal niet gezien en het kwam best hard aan. Ze stak ook nog eens haar vinger in mijn oog. Maar het mocht de pret niet drukken want het was zo indrukwekkend om met deze beesten te kunnen omgaan. Hun mimiek, hun tederheid en speelsheid, de twee uur vlogen voorbij. Ik had nog wel een dag zo door kunnen brengen.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nDie met die blauwe overal, dat ben ik.


\r\n\r\n\r\n\r\nNa het Chimp loopje maakte ik kennis met Sheila zelf, een kranige oude dame die voor niks en niemand bang was. Ze maakte en kopje koffie voor me en melde dat ze even wat werk moest doen. Ik zat in mijn uppie op haar veranda aan het kopje Nescafé toen er plots een enorme zwarte snuit over de veranda rand richting mijn voeten werd gestoken. Ik schrok me de pleuris en deinsde een meter achteruit. Het was Billy het nijlpaard die me ‘welkom’ hete. Er sterven meer mensen door nijlpaarden in Afrika dan door welk ander dier, dus kan je beter respect voor zo’n kolos hebben. Billy kwam melden dat het tijd was voor haar warme melk (koude melk laat ze zo haar bek weer uit lopen). \r\n

\r\n\r\n

\r\nOops, twee seconde eerder lagen mijn voeten op dit muurtje


\r\n\r\n\r\n\r\nVanaf een veilige positie achter een laag muurtje kon ik Billy ‘aaien’. Haar huid is heel ruw met een soort bultjes er op. Hieruit stroomt een constante laag ‘zweet’. Als je met je hand er over gaat heb je en dikke laag slijm in je hand. Sheila melde dat dit zweet geur en kleurloos is (en dat klopte) en dat dit slijm uitstekende zonnebrand melk was. Ook schijnt het een prima anti kanker medicijn te zijn, dus ik heb maar wat op me arm gesmeerd. Zo leer je nog eens wat. Wist je bijvoorbeeld ook dat een Nijlpaard niet over en greppel heen kan of durft. Wil je dus je spullen tegen een nijlpaard beschermen, graaf een greppel. Ik meld het maar even, je weet nooit wanneer dat nuttig kan zijn nietwaar.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nSlurp


\r\n\r\n\r\n\r\nIn de middag reed naar de grote groep Chimps om die te bekijken, op een ander gedeelte van het landgoed. Wel 100, in een groot omheind bos. Hier kon je alleen naar de beesten kijken achter een groot hek en het gaf me een beetje dierentuin gevoel. Zeker na de ervaring van die ochtend had ik het hier snel gezien. Men vroeg of ik nog een nachtje op hun campsite wilde blijven maar eerlijk gezegd vond ik deze, ondanks het mooie uitzicht, te duur. Reed dus het landgoed af en parkeerde voor de nacht midden in het super rustige bos.
\r\n\r\nKreeg nog het verhaal van de muggen netten mee. Europa, vol goede bedoelens, stuurt duizenden, tienduizenden, geïmpregneerde muggen netten naar Afrika om de Malaria te bestrijden. Maar ja, dit is Afrika. Dus in plaats van de muggen netten te gebruiken tegen muggen, worden ze hier gebruikt om vis mee te vangen. Men vergiftigd er gelijk de hele rivier mee, want dat impregneer goedje is super giftig. (je kan in Europa het impregneer spul ook niet meer los kopen, zo giftig is het). Weer een teken dat de Westerse bemoeizucht de ellende alleen maar erger maakt. Maar daarover was mijn mening al bekend geloof ik.
\r\nMoest het hele stuk weg langs en om de DRC Congo weer terug. Stopte in Chingola om een pakketje naar Nederland te sturen. Mijn mooie houten truck en wat andere zaken. 6 kilo, 750.000 Zambiaanse kwacha (toch effe 100 euri’s), maar het was goedkoper dan met DHL. Een bedrijf overigens, waar mee ik in mijn tig jaar reizen vijf keer wat heb verstuurd en vier keer ellende heb gehad, dus die kunnen voor mij de boom in.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nTrosje apen


\r\n\r\n\r\n\r\nVerder door, over niet echt spannende maar wel redelijk goede weg en aangekomen bij de kruising met de de T2 (the great North road) sloeg ik noordwaarts onbekend terrein in. Veel overnachtings mogelijkheden zijn er niet en omdat ik eigenlijk water nodig had besloot ik wat vroeg te stoppen bij de Forest inn, Een aardige campsite in het midden van niks. Ontmoete er nog een Zuid Afrikaan op weg naar Rwanda en met een uitnodiging op zak om hun, in hun ziekenhuis, op te komen zoeken, reed ik de volgende dag het deel van Zambia in waar eigenlijk geen toeristen komen.

\r\n\r\nVerliet om kwart over 8 de campsite van de Forest Inn. Stopte net buiten het hek omdat ik zag dat er een raam niet helemaal dichts zat en ik werd benaderd door een jongeman van een jaar of 18. Hij vroeg alleen of alles goed was en ik zag dat hij een klein zakje whisky in zijn hand had. Drink je NU al, om 8 uur in de morgen vroeg ik. Ja, dat heb ik nodig. Ik wordt er sterk van en dus drink ik een zakje drank elke ochtend. Als ontbijt. Hoofdschuddend reed ik weg.

\r\nStopte in Serenje in de hoop wat verse groenten te vinden. Kocht er wat zanderige spinazie. Vond ook eindelijk weer eens een internet plek. Mooie moderne computers, flatscreens en makkelijke stoelen, het plastic hadden ze overal overheen gelaten ter bescherming tegen stof en zand. Alles aanwezig om eens lekker te browse….behalve stroom. Reed zonder internet ook lekker verder.

\r\nTot nu toe heb ik het naar mijn zin in Zambia. Maar dast komt omdat er veel te zien is. Moet eerlijk zeggen dat tot nu toe, het landschap niet spectaculair is en de mensen ook niet. Het landschap is veelal vlak met afwisselen wat boompjes of struikjes. Dat gaat snel vervelen. De mensen zijn op zich vriendelijk, maar beginnen na de derde zin al te zeuren. En dat houd de gesprekken dan erg kort. Zoals vanmiddag. Ik probeer dan voor een bakje thee in een dorpje te stoppen. Gelijk komen er een tiental mensen je aanstaren. Geen probleem, dus ik ga buiten mijn bakje thee drinken in de hoop op een gesprek. Krijg een jongeman van een jaar of 22, die redelijk Engels spreekt. Waar kom je vandaan, waar ga je naar toe, die vragen zijn standaard in Afrika. De derde vraag was… geef me een sigaret. Ik rook niet is dan het antwoord. Geef me dan 500 kwacha zodat ik er een kan kopen. Ik begin de man te negeren, dat heeft ie snel door. Wat drink je, vraagt ie. Thee zeg ik. Owww, ik heb nog nooit thee gedronken meld hij, in de ijdele hoop dat ik hem een bakje thee aanbied. Nu is er in elke winkel, hoe klein ook, in heel Zambia, thee te koop, voor weinig, dus ik weet dat ie liegt. Ik bied hem dan ook geen thee aan. Een andere jongen komt er bij. Hij stonk naar alcohol en begon te zeuren over bier en andere alcoholische versnaperingen. Kijk, met dat soort gesprekken is bij mij de lol er snel af. Ik probeer nog over wat anders te gaan praten en zijn opmerkingen negerend, maar op mijn vraag wat voor een werk hij doet, krijg ik dan ‘er is hier geen werk, we zijn zielig en arm geef me drank’ antwoord. Ik kiep het restje van me thee weg en rijd weg. Jammer, want ik probeer het veel, maar loop elke keer op hetzelfde stuk. Wil heel graag contact maken met de lokalen, maar het mag maar niet lukken. Vanochtend bij de koffie precies hetzelfde. Ook zo’n jochie van een jaar of 25. Ik rook base-coke, ik heb geld nodig. En zo gaat het elke keer. Snif.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nOok al slurp..


\r\n\r\n\r\n\r\nIn dit del van Afrika ben ik de Mzungu. Dat is het woord voor blanke. Als je ergens op een markt loopt hoor je van alle kanten het woord Mzungu klinken. En de Mzungu is altijd rijk en heeft veel geld. Dat gelooft men oprecht.
\r\nHet is overigens wel de perfecte tijd om nu hier te reizen. Het is over het algemeen helder en droog. Overdag lekker warm rond de 30 graden en in de nacht zakt het kwik naar 15, gister zelfs 12 graden. Prima slapen. Ook de muggen laten zich bij die temperaturen weinig zien en dat is een hele verademing.
\r\nWeg wijzer boden zijn er hier in het midden van Zambia helemaal niet, Echt noppes. Ben daarom super blij met mijn GPS (en mijn tracks4Afrika kaart), dat heeft me al een hoop verkeerd rijden gescheeld.

\r\nEr zijn weinig goede wegen in dit deel van Zambia, met als uitzondering ‘de chinese weg’. Zo heet deze aftakking de rimboe in, uiteraard omdat deze weg door de Chinezen gebouwd is, en nog steeds in aanbouw is. Maar tot Mansa zou de weg af moeten zijn. En dat klopte ook, de weg was een genot om te rijden. Er zijn ook wat minder mensen, dacht ik, en tralala zingend sloeg ik de weg op richting Kasanka nationaal park. Ik had van andere gelezen dat het daar duur was en niet erg boeiend, tenzij je in November/December komt, dan is er een migratie van miljoenen vleermuizen bezig, die regelmatig de zon doet verduisteren (of de maan) door de enorme zwermen van die beesten. Bij de ingang van dit park aangekomen viel de prijs wel mee, maar de man aan de poort gaf eerlijk toe dat er , op wat speciale herten na, niet zo veel te zien was. Nou boeien me die herten niet, ook niet als ze speciaal zijn. Misschien een streepje zo, of een paar grotere oren, het blijven herten.
\r\nHad een boeiend gesprek met een erg aardige politie agent die er stond. Die was zogenaamde ‘voter registration cards’ aan het controleren. Dat is voor iedereen het bewijs dat ze mogen stemmen. Er zouden, volgens de man, dit jaar verkiezingen komen maar niemand wist nog wanneer. Reed dus door en passeerde de Luapula rivier. Deze heeft een enorme delta gecreëerd met kilometers lang drijvend gras, kleine stroompjes en prachtige natuur. Anders dan de rest van het traject was het hier vlak, uitgestrekte gele gras velden met af en toe een boompje. Pracht plaats voor wild, maar dat is in de loop der tijd allemaal gestroopt. Je moet wat eten nietwaar. Bij een parkeerplaats dacht ik te stoppen voor de nacht. Het was er heel rustig met gigantische vergezichte over de grasvelden. Maar toen ik uit de auto stapte werd ik onmiddellijk aangevallen door miljoenen hele kleine mugjes en als een haas stapte ik weer in. Maakte het plan om nat na de delta, als de bossen weer begonnen, ergens het bos in te duiken. Fout. Na de langste brug van Zambia te hebben overgestoken (3 km of zo) begonnen de hutjes en de mensen weer. Aaneengesloten mensen massa’s. Elke 50 meter een hutje, probeer daar maar eens rustig te parkeren. Dus reed door iop zoek naar een rustig plekje, maar het werd alleen maar drukker. Probeerde het bij een parkeerplek maar er kwamen onmiddellijk tientallen kinderen en diverse volwassen aangesneld alsof ik honing aan mijn auto had. Reed weer snel door. De zon begon onder te gaan en ik vond maar niks. Besloot bij de volgende parkeerplek toch maar te gaan staan ondanks de mensen. Net toen het vrijwel donker was zag ik ineens een gravel groeve. Altijd favoriet om te parkeren want de grond is daar hard, ook bij regen. Er groeit niets op gravel dus woont er niemand. Zonder te denken reed ik er in, in de hoop dat niemand me gezien had. Omdat het vrijwel donker was bleven de mensen weg, ondanks dat er de hele avond stemmen van links en rechts kwamen, kinder geschreeuw, radio muziek. De hutjes stonden links, rechts en achter de afgraving maar niemand kam me opzoeken en ik sliep heerlijk rustig.
\r\nMaakte dat ik vroeg we was de volgende dag. Begrijp me niet verkeerd, de mensen zijn allemaal aardig maar als ze je eenmaal gevonden hebben heb je een schare van staarders om je heen. Als er al iemand Engels spreekt, is het meestal een ‘give me money’ gesprek en als je dan niks geeft heb je natuurlijk kans dat men je niet aardig vind, met mogelijke gevolgen van dien.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nOk de laatste dan


\r\n\r\n\r\n\r\nReed door naar Samfya over de nog steeds uitstekende weg. Mijn Lonely planet classificeerde de plaats als een stoffige slaperig dorp, en dat was het dan ook. Vond zowaar een internet plekje. Had wel hulp van een lokaal nodig want het bevond zich in een school gebouwtje ver van de weg, zonder ook maar een bord of aanwijzing. Daarna reed ik naar het Samfya beach hotel. Daar zou een camping zijn aan het enorme Bangweulu meer. Dat was er ook maar het was vervallen en duur en om nou 15 euro te moeten betalen voor een parkeerplek vond ik wat overdreven. Er was geen stroom, en de douches hadden alleen maar water uit het meer. Geen idee of er Bilhartsiose in dit meer zat maar ik loop het risico liever niet. Ook hier weer miljoenen van die kleine mugjes, moet er niet aan denken hoe het er in de avond is. Daarbij was het nog vroeg, dus verliet ik Samfya weer richting Mansa.

\r\nStopte voor de koffie bij een parkeerplaats. Er kwamen wat jongens op me af en ik begon een leuk gesprek met ze. Liet ze wat foto’s van Holland zien uit mijn Holland boek. Vol ontzag zagen ze de grote gebouwen op de foto’s zoals het centraal station in Amsterdam en het Loo. Een van de jongere jochies had een zelfgemaakte voetbal bij zich, gemaakt van plastic zakjes omringd met touw. En de mensen waren vriendelijk en vroegen om niks. Had heel graag die jongens een voetbal gegeven maar dat is een moeilijk dilemma. Als ik het doe worden ze waarschijnlijk ook zo dat ze bij elke blanke om iets gaan zeuren en dat is geen goed plan. Maar dit waren echt lokale die ik het gunde. Reed zonder wat te geven weg en voelde me er niet lekker bij. Dat is echt een probleem in Afrika.

\r\nMansa is een stad. Men had er een Shoprite supermarkt waar ik nog wat blikvoer kocht. Stond vlak bij de Shoprite wat op de computer te lezen met mijn deur open toen ik wat geritsel hoorde. Ging kijken en een zwerver had een tijdschrift uit mijn tijdschriften houder gestolen. Die staat vlak bij de deur. Ik zag hem nog net het ding in zijn achterzak stoppen dus ik gebood hem het onmiddellijk terug te geven. ITS MINE schreeuwde hij, duidelijk niet 100%. Na dreigen met de politie gaf hij het terug en liep, waarschijnlijk zonder zich van enig kwaad bewust te zijn, al prevelend verder.
\r\nMansa heeft geen camping en erger nog, ook geen diesel. Reed alle 5 benzine stations af zonder geluk. Had nog wel een halve tank maar de volgende dagen zou ik in de rimboe zijn en was de kans om diesel te vinden klein. Reed toch maar door richting Mbereshi. Die weg was de hel. Omdat die weg grotendeels langs een rivier loopt waren er weer overal mensen. Naar Mbereshi was 183 kilometer. De hele weg was er links en rechts om de 50 meter een hutje. En hutje met elk 10 kinderen voor de deur. Nog erger was dat de weg in bijzonder slechte toestand was. Een of andere halve zool had besloten dat de weg gerepareerd moest worden. Dat op zich is een nobel streven, maar het ging op zijn Afrikaans. Men had alle gaten in de weg uitgesneden en uitgediept, om ze dan later te gaan vullen. Alleen was er blijkbaar voor dat vullen geen geld meer dus waren er alleen diepe grote gaten overgebleven. Zo groot dat er langs rijden meestal onmogelijk was, dus moest je door de gaten met scherpe randen. Zo rijdend met een vaartje van 5 a 6 km per uur gemiddeld, is het geen pretje. Ik kreeg sterke India visioenen. Overal mensen die je aan staren en elke 50 meter remmen, door het gat heen, weer optrekken, remmen voor het volgende gat, etc etc. Mijn humeur zakte naar een laagtepunt en de zon ook. Maar ergens parkeren was ondoenlijk. Kan op dat soort momenten mezelf alleen maar opbeuren door mijn favoriete muziek op shuffle op de ipod hard aan te zetten. Zo overstem je ook de roep van de kindertjes langs de weg, hoewel ik toch heel wat afgezwaaid heb. Uiteindelijk, toen het helemaal donker was parkeerde ik aan de rand van de straat voor een groot school terrein. Hier stonden geen hutjes en ik hoopte een beetje rust te hebben. Na zo’n zwaar stuk rijden had ik echt geen zin in zinloze gesprekken met lokale, ik wilde alleen maar eten en slapen.
\r\nHet werd een rumoerige nacht waar ik weinig sliep. Het was net alsof ik in een zwembad sliep. Van alle kanten kwamen geluiden van mensen, uiteraard schreeuwende kinderen maar ook muziek, hard gepraat, dansen, lallende mensen, geratel met potten en pannen etc. Hoorde steeds mensen om de auto lopen. Om 4 uur kon ik de slaap echt niet meer vatten en stond om half vijf maar op. Vervolgde bij het eerste ochtend gloren de weg die nog 40 kilometer super slecht bleef.
\r\nNa Lufubu werd de weg beter. Bij een politie controle post was de agent erg vriendelijk dus bleef ik er voor een kopje koffie. De zon was op , de kou was uit de lucht en mijn humeur ging even hard omhoog. Bij Mbreshi sloeg ik rechts af richting Mporokosa. Mijn doel voor die dag waren de Lumangwe watervallen. Daar zou een campsite zijn. Na nog 30 km uitstekende weg hield deze plots op. Ik vind dat altijd zo raar. Midden in de bush-bush een pracht weg en dan plots, zonder reden verander het strakke asfalt in een bospad. Ik wist wel dat het asfalt op zou houden maar dat de weg zo small en slecht zou zijn had ik niet vermoed. Toch is dit beter rijden dan asfalt met gaten en ondanks de slechte weg was het toch wel prettig rijden. Stopte voor de lunch op, wat ik dacht, een stil stukje weg maar had al snel diverse Afrikanen aan de deur hangen. Dus ging buiten eten en probeerde een gesprek te voeren. Dat ging best redelijk tot er een jong vrouwtje met een 6 maanden oude baby bij kwam staan. Die begon vrij snel al te zeuren dat haar baby honger had en waarom ik haar geen eten gaf. Dan is de lol er al snel weer af. Ik melde zoiets als dat ik de baby niet gemaakt had en dat een baby moedermelk nodig had en niet een tomaten salade (die ik aan het eten was). Uiteindelijk wipte ze haar borst uit haar jurk en begon het kind te voeden. Ze veranderde haar tactiek en begon om geld te zeuren, ik sloot de deur en reed weg.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nLange dagen van slechte wegen


\r\n\r\n\r\n\r\nDe weg bleef slecht. Ooit was hij netjes aangelegd door gravel te storten. De weg lag dus wat hoger dan het omringende land. Maar door jaren lang geen onderhoud was het gravel weg gespoeld en waren modder geulen ontstaan boven op de weg. Die waren nu droog en hard en eigenlijk niet te berijden. Dus reed het weinige verkeer wat er was (zag de hele dag maar 1 auto) links of rechts van de weg. Omdat het daar schuin af loopt rij je de hele tijd 20 graden schuin. En omdat het schuin loopt krijg je watergeulen in die schuine stukken. Je rijd dus hotsend schuin en dat is erg zwaar, zeker ook voor mijn zielige rug.

\r\nDe aftakking naar de watervallen was een nog slechter bospad. Dacht eerst dat dit de verkeerde weg moest zijn maar bij navraag bij diverse lokalen (die prompt allemaal om geld vroegen) was het echt de enige weg naar de watervallen. Voorzichtig over het pad van 12 km rijdend door mooie natuur met weinig mensen, kwam ik bij de ingang van het zogenaamde nationale monument. De watervallen van Lumangwe. Er was een grote poort met slagboom en de vriendelijke man melde dat ik 15 dollar voor camping moest betalen en 5 dollar om er met de auto binnen te mogen. Probeerde wat te regelen want ik vond het wat duur. Immers was er geen douche of toilet, zelfs geen water. Eigenlijk was er gewoon niets, behalve de watervallen. Gaf het onderhandelen op en betaalde 100.000 kwacha maar besloot ook om maar een nacht te blijven ipv de 2 die ik in mijn hoofd had. De ‘campsite’ was wel mooi gelegen, echt pal aan de watervallen. Het enorme gedonder overstemde alles en de grond trilde en dreunde van de vallende watermassa. Het waterniveau was laag maar toch waren de watervallen imponerend. Niet te vergelijken met Iguacu in Argentinië/Brazilië of de victoria watervallen van zuid Zambia/Zimbabwe, maar toch… Sliep die nacht met een gratis massage doordat de grond en dus mijn auto constant stond te schudden door de donderende watermassa.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nDonderende massa\’s water


\r\n\r\n\r\n\r\nOpvallend in de dit deel van Zambia zijn de vierkante hutjes met strooien dakjes. Vele hebben echte ramen er in en een deur en sommige hutjes zijn versierd met diverse kleuren, potjes met planten of gekleurde stenen. Vrijwel alles is van baksteen gemakt en sommige hutjes zijn erg mooi. Ook hebben sommige hutjes een naam. De leukste vond ik toch echt het hutje met opschrift ‘ Kenny’s Space centre’. Toch wel gevoel voor humor die Zambianen.\r\n

\r\n\r\n\r\nVertrok de volgende ochtend niet al te vroeg. De care-taker was hoogst verbolgen dat ik nu al weg ging en ik was hoogst verbolgen dat ik weer een dag hotsen en botsen voor de dag had. Ik zal je de details besparen. Het is genoeg om te zeggen dat ik die dag 103 kilometer aflegde met een gemiddelde snelheid van 14 km per uur. Vond pal voor het vallen van de duisternis weer een gravel groeve. Het geluk was aan mijn kant, en ik sliep als iemand die gehypnotiseerd werd, wham ik was weg.
\r\nDe volgende dag herhaalde het ritueel zich maar ik begon wel steeds moeier te worden. (die dag 135 km, met 13 km per uur gemiddeld, bijna loopsnelheid) Dagen van heen en weer schudden kosten zijn tol. Je moet 100% geconcentreerd rijden en het schiet niet op. Dus ga je je maar vermaken met muziek of met mensen pesten langs het pad. Elke keer als ik hoorde ‘give me money’ (een beetje de standaard begroeting van de Zambianen heb ik zo langzamerhand het idee) ging ik of hééél boos kijken, of stak ik me middelvinger op, of maakte ik een ander niet net gebaar. Al zo experimenterend merkte ik wel dat de Zambianen daar allemaal niets van snapte en men bleef rustig door zeuren. De omgeving bleef op zich wel mooi, heel veel bossen en groen, afgewisseld met kleine akkertjes. Veel cassave zag ik weer. En mais natuurlijk. Hielp nog twee jonge mannen die langs de weg stonden met hun kapotte fiets. Er op een 50 kilo zak mais, maar de ketting was stuk en de trapper afgebroken. Bracht de zware zak naar hun dorp 4 km verderop. Als dank kreeg ik een ‘God Bless you’. Aardig.
\r\nOp het hele traject van drie dagen hobbelen ben ik twee (!) keer een auto tegen gekomen. Om maar aan te tonen dat deze weg niet echt populair is. Het restant van het verhaal dat in eerste instantie ontbrak.

\r\nVoor collega overlanders, rijd deze weg NIET in de regentijd. En vanaf Kaputu wordt de weg iets beter (verwar niet met Kaputa in het noorden). Verder gewoon geduld hebben en van de schone natuur genieten.
\r\nOpvallend in Zambia zijn de grote aantallen Jehova getuige kerken. Of geloofs hallen noemen ze het hier. Al hotsend over deze lange weg kon ik daar eens goed over nadenken en ben er van overtuigd dat de Jehova hier zo veel aanwezig is omdat…. De mensen geen deur in hun huis hebben. Die kan je dus ook niet dicht gooien als ze langs komen. En dan komt van het een…. Het ander.
\r\nIn de avond kwam ik helemaal gaar aan bij de Chishimba watervallen. Daar was een campsite maar ook deze stelde weer niks voor. Een grasveld. Water was er niet (ja uit de rivier), ook geen douches. Dus ging, zo gaar als ik was, met de man in onderhandeling over de prijs. Na gezakt te zijn van 75.000 naar 50.000 vond ik het wel goed en zette mijn auto tussen de weekend vierende Zambianen. Een er van was erg aardig en ik werd uitgenodigd voor de barbecue, we wisselde adressen uit. Kreeg een uitnodiging om op de koffie plantage en fabriek te komen kijken waar een van de dochters werkte. Maar toen ik daar de volgende dag langs kwam was het zondag, en dus de fabriek dicht. Reed verder naar Mpulungu aan het Tanganyika meer, een van de grootste zoetwater meren van de wereld. Vlak voor ik daar aankwam zakte de weg van een hoogte van 1400 meter naar 600 meter en steeg de temperatuur van lekker warm naar vies heet. Vond er Nkopi lodge net buiten het centrum en besloot daar een weekje te gaan staan om wat onderhoud aan de auto te doen. Mijn visa voor zambia loopt de 18e af. Ik had het zo gepland dat als ik op de laatste dag de grens over zou gaan naar Tanzania, ik daar met een 30 dagen visa precies goed uit zou komen voor mijn vlucht naar Nederland op de 17e.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nEn nog meer watervalletjes


\r\n\r\n\r\n\r\nHing wat rond in Mpulungu, het dorp op zich stelde niet veel voor. Het was er druk, warm en stoffig maar ik vermaakte me er wel. Ik houd van dit soort chaotische dorpjes, ik weet niet waarom. De markt was niet groot en veel was er niet te halen. De groente markt bood tomaten, aardappelen en wat sinaasappelen, af en toe ene avocado, maar dan hield het op. Dat werd dus teren op mijn blik groente. Er lag wat vage bladgroente. Op mijn vraag wat het was (ik hoopte spinazie) melde de vrouw..’500 Kwacha’. Ok zeg ik, maar wat is het.’ 500 Kwacha’ was het antwoord. Enfin wat ik ook vroeg, het was het enige Engels wat de dame kende en ik moest er wel om lachen. Er is een officieel markt gebouw met lange betonnen tafels waar de waren in stapeltjes zijn uitgestald. Maar waarschijnlijk ost het geld om hier te staan dus is er een straat verder op ook een groente markt. Op een open plek achter wat winkels zitten vrouwen op de grond, hun waren uitgestald op een zeiltje of doek. Het zijn altijd vrouwen die de verkoop doen, geen enkele man. Kocht daar wat gele aubergines, die had ik nog nooit zo gezien.
\r\nOverigens zijn winkel en markt tijden hier nog vreemder dan bij ons. Op vrijdag is het de bid dag voor moslims, dus in de middag zijn vele winkels dicht. Op zaterdag is het gebedsdag voor een groot deel van de christenen en is vrijwel alles dicht. Op zondag is het de dag voor de andere christenen om naar de kerk te gaan en is er ook veel dicht, dat geeft dus drie dagen dat je beter niet kan gaan winkelen. Niet echt productief.
\r\nHad een cd gekocht met lokale muziek bij een van de winkeltjes. Mooie Zambiaanse Gospel zang, alleen deed een deel van de cd het niet. Ging er de volgende dag mee terug. We maken een nieuwe voor je zei de man, maar ik zag al dat dat lang zou gan duren dus opperde dat ik het de volgende dag op de zelfde tijd op zou halen. Geen probleem zegt de man en begon gelijk er over te bellen. De volgende dag keek hij me appelig aan. Oh ja zegt ie en klimt weer in de telefoon. 5 minuten later komt de verantwoordelijke man binnen lopen en zegt nergens wat van te weten. Dat euvel was snel bijgepraat en hij beloofde naar huis te lopen, waar zijn computer stond, om een nieuwe te branden voor me. Ik ben over 20 minuten terug zegt ie. Ik doe ondertussen wat boodschappen en kom 20 minuten later terug, uiteraard geen man te bekennen. Ik vraag in het winkeltje. Hij komt zo zegt de eigenaar. Ik ga buiten zitten wachten, ik weet hoe dat gaat in Afrika. Na nog een kwartier stapt de eigenaar naar buiten met wat papieren, doet zijn winkeldeur op slot en zegt dat ie zo terug komt, mijn cd was in aantocht. Ik zit nog een half uur te wachten voor een dichte winkel en krijg er genoeg van. De eigenaar had zijn muziek cd’s buiten uitgestald en de cd’s zaten in de hoesjes.Dom dom. Ik neem er eentje waarop staat ‘ greatest zambian hits 2011 MP3’ en zegt tegen een andere man die voor de winkel staat te wachten dat ik nu een uur heb gewacht. Vertel maar aan de eigenaar van de winkel als ie terug komt, dat deze Mzungu een andere cd heeft meegenomen en niet langer wacht, en ik loop weg. Verwacht half of politie, of een schreeuwende eigenaar van de winkel achter me aan te krijgen maar niemand kraait en ik heb nu 150 extra dunki-dunki nummers.

\r\nDe Nkopi lodge eigenaar, Dinesh, was een man uit India en we kletste heel wat af. Ik ontmoete ook Michael en Cynthia Stemmet met hun klein zoontje Joshua. Er was, toen ik hier aan kwam een TV crew die opnames deed voor een nieuw programma, ’80 ways around the world’. Michael en Cynthia zaten met de producer te praten en al snel had ik dus nieuwe vrienden. Het waren erge sympathieke mensen. Ze nodigde me uit voor een picknick aan het meer de volgende dag. Heerlijke curry met zelfgemaakt brood. Het zijn zuid afrikanen die wat in de godsdienst doen (alhoewel dat nooit ter sprake kwam) en ze waren bezig zelf een huis te bouwen op een stukje land vlak bij de Lodge waar ik verbleef. Ik nodigde ze uit voor de lunch de volgende dag en we konden het goed met elkaar vinden. We wisselde gegevens uit, ik schonk ze wat drop en ze gaven een cadeau mee voor mijn moeder die volgende maand 80 wordt. Aardig toch. Het is fijn dat je in een land als Zambia af en toe dit soort sympathieke mensen tegen komt, dat geeft ieder geval weer eens een goede afwisseling met de ‘give me money’ Zambianen.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nUitenogd voor een BBQ kippie


\r\n\r\n\r\n\r\nDinesh vertelde me dat hij hier en daar wat land bezat, en nu bezig was een stuk land in Botswana te kopen. Ik vroeg wat een stuk mooi land hier koste, aan een meer of zo, hij had het over 15 of 20.000 dollar. Eigenlijk best wel interessant, maar ik had geen tijd er verder op in te gaan, ik moest de volgende dag weg. We spraken af email contact te houden, je wet nooit wat er op komt.
\r\nHet laatste stukje weg in Zambia was slecht, bar slecht. Tot Mbala nog asfalt, daarna een zanderig pad vol met kuilen en soms met een laag stof van wel 15 cm diep. Van dat héle fijne stof. Ik liet, ondanks de lage snelheid, een gigantische wolk stof achter me. Minder leuk was het, toen de wind op kwam zetten. Die kwam namelijk van achter. Elke keer als ik moest remmen voor een gat of een steen, waaide de stofwolk bij me naar binnen. Aangekomen bij de grens kon ik niet eens de snelheids meter meer lezen door de dikke laag stof die zich voor in de auto had afgezet. Een keer mijn neus snuiten keverde een kilo stof op. Bah. Had ik alles gepoetst vorige week, werk voor niks geweest dus.

\r\nDe grenspost was klein. Een gebouwtje met daarin douane en immigratie. De papieren waren snel rond en de beambten waren erg vriendelijk. Ik had als beroep opgeschreven dat ik ‘computer engineer’ was en prompt kwam de douane beambte met een laptop aanlopen. Mijn geluid doet het niet, zou je er eens naar willen kijken, vroeg hij. Dat deed ik met plezier natuurlijk maar alle instellingen waren in orde dus ik vermoede een hardware probleem. Kon hem niet verder helpen. Hobbelend reed ik Zambia uit, op weg naar de grenspost van Tanzania, 500 meter verderop.\r\n\r\nMijn samenvatting over Zambia kan kort zijn. Er is wel het een en ander te zien en doen in dit land, en dat maakt het boeiend. Ik vind de mensen aardig maar niet erg sympathiek en erg zeurderig. Doorgaande wegen zijn goed en het was er prettig rijden. Ik hoef niet terug naar Zambia, alhoewel ik het geen straf zou vinden, maar ik heb het wel gezien hier. Landen waar het moeilijk contact leggen is met lokalen, bezoek ik meestal maar een keer.

\r\nOm te onthouden.
\r\nPita = sigaret in lokale taal (Pemba of zo)
\r\nDiesel kost 7700 kwacha per liter
\r\nWisselkoers in 6500 kwacha per euro
\r\nFlesje bier 8000 kwacha
\r\n250 gram versie sperciebonen 5000 kwacha
\r\n4 of 5 tomaten (ze verkopen per stapeltje) 5000 Kw

\r\n\r\n(*) Leo de Mexicaan heeft het gehaald. Ongetraind maar wel gezond, heeft deze Mexicaan het gepresteerd om de hoogste berg van de wereld te beklimmen. Petje af voor deze doorzetter. Daar zal ik nog wel eens op terug komen.\