20110700 – Juli 2011, Tanzania Zuid

Juli 2011, Tanzania deel 1′,’2011-07-16 03:09:43′,’Eind Juni was ik in Tanzania. Land waar veel toeristen zijn. Maar niet het het verre zuiden waar ik de grens over ging. Daar had men ook geen goede wegen of andere infrastructuur alhoewel de grenspost netjes was. Hier het verslag van mijn beslommeringen tot en met Dar es Salaam.’,’18 Juni reed ik rond het middag uur Tanzania binnen. Had gemengde verwachtingen over dit land. Verhalen van andere reizigers varieerde van mooi en leuk, tot vervelend met irritante zeurderige mensen. Moest dus zelf mijn eigen mening maar gaan opmaken. De grens ging ieder geval zonder problemen. Het visa voor dertig dagen koste 50 US$ en ik moest eenmaal 5 en eenmaal 20 dollar betalen voor mijn auto. De grens bestand uit 2 man, meer was het niet en ze waren beide vloeiend in Engels. Veel toeristen zouden deze grens volgens mij nooit passeren, met de staat van de weg aan Zambiaanse kant, maar wie weet is het stuk weg in Tanzania beter. Bij navraag kreeg ik als antwoord dat de eerste 15 km erg slecht was en dat het daarna beter werd.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nRoete door zuid Tanzania


\r\n\r\n\r\n\r\nAls een Afrikaan al zegt dat de weg erg slecht is, houd dan je hart maar vast. Want dan is het ook slecht, en zo hobbelde ik over dit slechte bospad naar het noorden. Ik leek soms wel een circus acteur, zo moest ik jongleren tussen gaten, geulen, zand banken en gigantische steen partijen. Hele smalle bruggetjes en af en toe een fietser op de weg maakte het plaatje af. Maar de omgeving was ok en ik had een lekker muziekje op. Het viel me gelijk op dat er veel minder mensen waren dan in Zambia. Mensen woonde in dorpjes en daarbuiten wat het rustig. Waren er vanaf Mozambique tot hier eigenlijk overal hutjes, hier beperkte het zich tot de dorpen. Dat maakte dat ik rustig kon stoppen buiten de dorpen zonder tientallen nieuwsgierige ogen. Heerlijk rustig mijn lunch genomen en hobbelde weer veder.

\r\nHet doel was Sumbawanga, de eerste en enige stad hier in de weide omgeving. Na de 15 kilometer werd de weg inderdaad iets beter, maar je moest er wel veel fantasie voor hebben. In plaats van de 4 a 5 km per uur van het eerste stuk, kon ik nu 10 a 15 km per uur gemiddeld rijden. En omdat het stuk grens-Sumbawanga een slordige 100 km was ging ik dat die dag niet halen. Onder het rijden keek ik dus uit naar een mooi plekje. Ik wilde een stuk van de weg af staan want de weg stofte enorm. Als er een auto voorbij kwam, lanceerde die een stofwolk alsof er een atoombom was af gegaan. Nu was er in het begin weinig verkeer maar hoe dichter ik bij Sumbawanga kwam hoe drukker het werd. Ik had al borden gezien dat men (lees, de chinezen) bezig was een nieuwe weg aan te leggen tussen de grens en Sumbawanga, en af en toe kwam er een gigantisch kiepwagen voorbij die er voor zorgde dat ik een minuut stil moest blijven staan, met ramen en deuren hermetisch dicht, tot ik weer wat zicht had en ik verder kon. Kon al bijna mijn snelheids meters niet meer zien door de dikke laag stof die zich in de cabine had afgezet. Ach, zo snel ging ik ook niet dat dat nu erg was.

\r\nOm een uur of 5 zag ik een mooi veldje en zonder aarzelen draaide ik mijn auto er op. Er stond een kleine kudde koeien met wat jongens die van schrik de benen namen en niet meer terug kwamen, hun koeien achter latend. Mooi, dat was ook weer geregeld. Ik sliep mijn eerste nacht in koele Tanzaniaanse luchten bijzonder lekker.

\r\nDe volgende dag was een herhaling van stappen, oftewel, hobbelen. Was in de middag in Sumbawanga maar het was zondag. Er was veel dicht maar kon toch een bank vinden die me geld uit de automaat gaf. 200.000 shillingen, dat zou zo ongeveer 100 euri moeten zijn. De machine gaf me alles in biljetten van 10.000 shilling en toen ik eindelijk de markt had gevonden en ik wat groente wilde kopen (komkommer 500 shilling, tomaten ook zoiets) had de juf geen wisselgeld voor zo een biljet en weigerde ook om het te gaan wisselen voor me. Graag of niet hoor. Zonder vitamines reed ik verder. Sumbawaga was eigenlijk drie keer niks. Een hoofdstraat met diepe gaten en veel dichte winkels. Wellicht is het door de weeks beter hier, maar daar ging ik mooi niet op wachten.

\r\nScholing in Tanzania schijnt nog erger te zijn dan in Zambia. Volgens de Lonely Planet maakt maar 5% van de scholieren hun middelbare school af en dat is wel héél erg weinig. Ik weet niet of het er mee te maken heeft maar je ziet langs de kant van de weg dan ook opmerkelijk veel mensen zitten en liggen. In de ochtend ligt er onder elke boom wel een lokaaltje en ik kan er nog niet zo over oordelen maar begin te vermoeden dat de Tanzanianen nou niet de hardste werkers van het continent zijn.

\r\nHet volgende doel was Tunduma. Dit ligt aan de grens met Zambia, maar vrijwel tegen Malawi aan en hier begint de hoofdweg naar Dar-Es-Salaam. Had stilletjes gehoopt dat de weg van asfalt was. Immers staat het op de kaart als grote weg. Helaas bleef het bij hopen, het was een brede gravelweg waar men al in geen jaren iets aan onderhoud aan had gedaan. Het gevolg is te raden, dus hobbelde ik weer verder, nu echter met wel een vaartje van 20-30 km per uur. Ook op deze weg weinig verkeer, dat was een geluk bij een ongeluk, scheelde een paar cm stof in de cabine en mijn longen. Maar af en toe komen er vrachtwagens over deze slechte weg razen die zo enorm hard gaan dat ik uit voorzorg maar gewoon aan de kant ga staan. Ze rijden zo onbesuisd dat ze absoluut geen grip op de weg kunnen hebben en er hoeft maar wat te gebeuren en ze liggen naast de weg of erger, tegen mij.

\r\nHet landschap was duidelijk gevarieerder dan in Zambia. Heuvelachtig met dan weer geel gras en lage boompjes, dan weer akkertjes. Op zich hetzelfde als in za,bia maar door de heuvels kreeg het toch een extra dimensie. Haalde die dag Tunduma niet en sleipe wederom dankbaar in een gravel groeve. Op het moment dat ik die gravel groeve binnen reed waren er twee vrouwen bezig gravel met de handen te verzamelen en in een emmer te stoppen. Bij mijn aankomst stoven ze weg de bosjes in en ze durfde er pas na een half uur weer uit te komen. Ik maakte ‘voor mij hoef je niet bang te zijn’hand gebaren en aarzelend gingen ze verder met hun activiteiten, onderwijl steeds omkijkend of ik niet toch een slecht persoon was. Toen ze hun emmer eenmaal vol hadden liepen ze weg en zwaaide, duidelijk opgelucht.
\r\nDat bang zijn maak ik steeds vaker mee in dit gedeelte van Afrika. Ook kindertjes staan vrolijk te zwaaien langs de kant van de weg maar als je stopt stuiven ze weg. Misschien een gezonde reactie in dit deel van Afrika waar ik me niet zo ver van de Congo af bevind, een deel waar verkrachting en ontvoering een dagelijkse bezigheid is.

\r\nTunduma bleek de volgende dag een grote drukke puinhoperige grens stad te zijn waar alle handel op straat stond. Grensplaatsen zijn altijd speciaal en niet vaak in de goede zin van het woord. Reed dus maar door en stopte bij een wat kleiner plaatsje 30 km verderop. Liep de best grote markt op en scoorde verse groente, heerlijk. En dat alles tegen redelijke prijzen. Komkommer koste 300 shilling, een groene paprika 200, om even wat voorbeelden te noemen (1 euro is 2300 shilling).
\r\nReed verder richting Dar es Salaam over een redelijke asfalt weg die best druk was met vracht verkeer. Toen ik wat ging tanken was het er bewolkt en winderig en de pomp bediende had zijn capuchon op en handschoenen aan. Hierna zakte de weg langzaam van het plateau (op 1200 meter) af naar zee niveau. De omgeving werd groener en de temperatuur en vochtigheid steeg per kilometer. Reed door de vallei van de baobab bomen, een zee van deze toch wel speciale Afrikaanse bomen. Het is duidelijk herfst aan het worden, de bomen en struiken kleuren geel en oranje en zien er droog en verlept uit. \r\nBij een van de grotere plaatsen probeerde ik internet te vinden. Parkeerde mijn auto in het centrum en vroeg aan de juf van het internet café (ze kon nauwelijks opkijken) of ik met mijn eigen laptop kon internetten. Na lang denken melde ze dat het kon. Liep terug naar mijn auto en haalde mijn laptop, sloot hem aan en het bleek dat men eigen ip adressen gebruikte, die je dan vervolgens even in moet vullen. Maar de juf wist niet wat een IP adres was en was al helemaal veel te moe om op te staan om me te helpen . Liep dus maar weer terug naar mijn auto en net toen ik instapte kwam er een dikke pad in pak op me af. Hallo zegt ie en ik gaf hert juiste antwoord terug in Swahili. Ik ben van de politie zegt ie, en ik ben heel erg moe. Dus geef me even 4000 shilling. Stond wat met me oren te klapperen, de man had een dikke buik en zag er rijk uit. Misschien morgen melde ik, en liet hem achter in een stofwolk.
\r\nOvernacht op de ‘river campsite’ voor 2 euro en reed de volgende dag weer verder. Zag de eerste maasai. Dat zijn de bekende herders. Uitgedost in rode kleden en vaak versierd met van allerlei sieraden, haar in de meest mooie vormen, zijn de maasai een lust voor het oog. Ze zijn vaak zeer lang en dun (of ze lekker zijn weet ik niet) en ik vergelijk ze een beetje met de Himba uit Namibië, die er ook altijd zo fotogeniek uit zien. Ze drijven hun koeien , en ook vaak geiten, de hele dag rond, zonder te stoppen. Best een hard bestaan in dit soms hete land. Ook zijn er veel problemen met massai die uit de nationale parken verdreven worden en zo steeds minder land hebben om hun vee te laten grazen.
\r\nLangs de weg worden ontzettend veel groente verkocht. Het domme is dat het voor 99,9% tomaten, aardappelen en uien zijn. Het aanbod is zo enorm dat ik niet snap waarom de mensen niet eens wat anders gaan verbouwen. Komkommers of bloemkool, voor mijn part pinda’s of boontjes. Blijkbaar zit die initiatieven niet in het Afrikaanse bloed en doet men hetzelfde als wat de buurman doet.
\r\nOverigens, en dat wist je vast niet, zijn papaja pitten een lokaal medicijn tegen malaria. Die worden gedroogd en dan gekauwd en schijnen malaria te voorkomen. Dat is iets wat ik al eerder gehoord had maar had er nooit zo’n aandacht aan besteed maar nu ik weer in malaria gebied ben hoor ik dit steeds vaker. Ga het toch eens proberen want ik slik geen malaria profilax meer. Als een natuurlijk middel ook helpt is dat natuurlijk veel beter.
\r\n\r\nOvernachtte in de’ crocodile campsite’. Dat bleek geen aanrader. Was er voor al wezen kijken bij de buren, een campsite gerund door Engelsen (Baobab Camp) met een mooie bar en schone douches. De bar was pal aan de rivier en Bob, de eigenaar vertelde me al snel dat er die ochtend een grote python slang langs zwom van wel een paar meter lang. Maar ik wilde lokaal parkeren (blanke zie ik genoeg in Europa) dus ging 3 km terug bij een Afrikaanse campsite staan. Ik was de enige gast en merkte al snel waarom. waar zijn de krokodillen? Vroeg ik. Jullie camp heet toch ‘crocodile camp’. Ja nou… stamelde de zwarte eigenaar, soms zijn ze er en soms niet, en meer antwoord kreeg ik niet. Toen ik vroeg of men warm water wilde maken voor de douche werd er een enorme bos hout onder een oud olievat gelegd en flink heet gestookt. Toen ik echter na een half uurtje de kraan opendraaide kwam er wat zielige druppels vies bruin water uit de kraan. Maar heet was het wel. Weigerde echter daar onder te gaan staan, ik zou viezer worden van het water ipv schoner. Kreeg weer duizend excuses te horen maar het probleem oplossen was geen optie.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nEen Masaai


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nArriveerde volgende middag bij Iringa, een grote plaats boven op een heuvel. Ik wist dat er 15 km verderop een goed camp zou zijn dus bestede mijn middag aan wat boodschappen. Bezocht als eerste een internet cafe, maar niet voordat een parkeerwacht (!) me duidelijk had gemaakt dat ik moest betalen. Kon eindelijk mails versturen die al weken klaar stonden in mijn computer. Aan het overduidelijke moslim meisje vroeg ik waar de groente markt was. Na wat onduidelijkheden verliet ze gewoon haar internet cafe en liep helemaal met me naar de markt, erg aardig. Kocht vlees met vliegen en wat groente op de grote markt. Het aantal moslims is duidelijker aan het toenemen naarmate ik noorderlijker kom. Zach ik in noord Zambia af en toe al Burka’s , hier in Iringa lopen ze geregeld tussen de hoofd doekjes en en christenen in korte broek, een zeer gemêleerd gezelschap.

\r\nIn de middag reed ik de 15 km naar de river valley (ook bekend als Mufumbi) campsite die inderdaad erg net was. Men had zowaar warme douches en dat was erg welkom. Kon het stof uit de lichamelijke kieren en scheuren spoelen. Het was best druk op die campsite (voor wat ik gewend was). Vier auto’s maar liefst, allen met Mzungu’s. Een Australisch koppel , een Zuid afrikaans stel, een Frans/zuid Afrikaanse stel met twee kinderen en ik dus. Het was er dan ook wel gezellig en ik besloot de volgende dag ook te blijven. In de avond werd de zuid afrikaan (van de Franse vrouw) door een schorpoen gestoken die zich in zijn slaapzak had verstopt, tot grote hilariteit van iedereen. In tegenstelling tot watje vaak leest is een schorpoen beet niet dodelijk (hoewel er wel dodelijke varianten van het beest zijn maar dat zijn er maar weinig). Maar een beet is erg pijnlijk. Gelukkig was het slachtoffer flink en met wat aspirientjes en andere spul had hij zelf het hoogste woord.
\r\nBestede de volgende dag nog in Iringa. Internet was niet meer mogelijk want de hele stad was zonder stroom die dag. Dus struinde ik rond in het centrum. Men heeft in Iringa een levendige markt, kocht zowaar wat redelijke kaas en yoghurt en retourneerde weer naar de river valley campsite voor de nacht. Winde wat info in over de omliggende nationale parken. Tanzania is duur wat dat betreft en had een zelfde regeling als Botswana. Om met mijn auto een park binnen te rijden kost dat 200 dollar per dag. Dat vind ik het niet waard. Dat gooide mijn plannen danig in de war want dat betekende dat eigenlijk de charme van Tanzania er af was. Jammer. Besloot daarom de volgende dag maar richting Dar es salaam te gaan rijden en een lekker plekje op het strand te gaan zoeken.
\r\nNaar Dar rijden nam nog een dikke dag in beslag. De weg is enorm druk met vrachtverkeer en snelheids drempels.Elk dorpje heeft ook wel een politie controle maar over het algemeen mag ik, als blanke, gewoon doorrijden. Maakte een tussenstop in Morogoro. Keek naar de campsite en vond het niks. Liet mijn band omdraaien bij een bande mannetje (moest er wel 5 bezoeken voor een redelijke prijs) en reed weer door. Reed vrijwel file vanaf 50 km voor Dar en die vrachtwagens reden niet snel. Ontelbare snelheids drempels. Sliep dus maar 100 km voor Dar in de bush bush en vervolgde mijn weg op zaterdag ochtend vroeg. Het was makkelijk rijden want de vrachtwagens hadden diepe sleuven in het asfalt gereden zodat mijn auto vanzelf stuurde. Kwam die ochtend honderden bussen tegen die allemaal uit Dar vertrokken waren op weg naar de diverse steden in het land. Links en rechts van de weg zag ik de slachtoffers van die nacht liggen. Wrakken van meestal vrachtauto’s waar de bestuurder van in slaap gevallen was. Via een corridor van uitlaatwalmen bereikte ik Dar en kwam terecht in een mega file. Helaas is dat structureel, elke dag zo. Het verkeer is chaotisch en druk en het nam me bijna een halve dag om door Dar-es-Salaam te komen. In het zuiden er van vond ik diverse campsites en ik reed ze allemaal af om een goede keuze te kunnen maken. Moet eerlijk zeggen dat ik geen een ideaal vond. Zeker niet voor een langere periode. Of er was erg veel herrie in de vorm van muziek de hele dag, of de prijs was hoog, of een combinatie er van. Besloot uiteindelijk om in South Beach resort te gaan staan. \r\n


\r\n\r\n

\r\nEindelijk vakantie 🙂


\r\n\r\n\r\n\r\nOndanks dat dat een nette plek was, vrijwel op het strand, bleek het ook een soort gevangenis. Men had 10 man ‘security’ rond lopen en elke Tanzaniaan die probeerde contact te maken werd vakkundig weg gebonjourd. Tanzanianen mochten zelfs niet over het strand lopen dicht bij de badgasten. Zwom heerlijk in de blauwe zee totdat ik een drijvende tentakel van een kwal tegen kwam. Deze brandde een grote streep over mijn beide armen. Deed best pijn. Er zwemmen hier veel kwallen maar de meeste zijn kleintjes. Dit was duidelijk een tentakel van een grotere variant.
\r\n Reed de volgende dag rond op de fiets om te zien of er toch niet wat anders was en vond een lokaal rasta tentje, vrijwel naast het South Beach hotel. Hield dat in de volgende twee dagen een beetje in de gaten om te zien of het er rustig was en na wat kijken en onderhandelen met een van de rasta’s besloot ik om daar te gaan staan. Ik had al drie dagen betaald op South Beach dus pakte de dag er na de fiets en reed naar het centrum van Dar. Om er te komen moest je met een zeer korte ferry rit mee. Het was er druk en warm maar bereikte zonder problemen het centrum waar ik de fiets parkeerde en wat rond liep. Scoorde een internet modem en een sim kaart, ik was sinds zuid Afrika dus eindelijk weer bereikbaar.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nZon opgang in Dar


\r\n\r\n\r\n\r\nDiesel in en rond Dar es Salaam was goedkoper dan elders in het land. 2000 shilling voor een liter (90 eurocent) was bijna 10 cent goedkoper per liter, dat word dus volgooien.
\r\nOp mijn verjaardag deed ik niets. At (en dronk) wat in de avond met een Engels stel en verkaste de dag er na mijn auto naar rasta-heaven. Ik stond nog geen uur toen er twee enorme luidsprekers buiten werden gezet en men de muziek op standje 10 zette. GVD, weer de verkeerde plaats uitgekozen? Gelukkig was het een eenmalig iets (claimde men) en de dag erop was het inderdaad lekker stil. Later ontdekte ik dat het stil was omdat er de hele dag geen stroom was.
\r\nOmdat mijn luchtinlaat al drie keer was afgebroken besloot ik op de laatste dag van juni om weer Dar es Salaam in te gaan, dit keer met lokaal vervoer. De kleine minibusjes hier heten Dala-Dala. Ik nam Mao mee. Een lokaal die op het strand wat business probeerde te doen met de verkoop van prullaria. Hij was in afwachting van de start van zijn universiteit en dode zo zijn tijd. Het bleek een sympathieke gast en hij moest die dag ook naar Dar toe om wat universiteits papieren op de post te doen. Dus gingen we samen. Hij zou me helpen met het vinden van een stuk pijp om mijn luchtinlaat te repareren. Het duurde lang voor hij zijn papier werk klaar was en eenmaal bij de onderdelen markt aangekomen was ik al uitgeput. Probeer maar eens in Dar een stuk slang te vinden. Je wordt van kastje naar muur gestuurd en na twee uur zoeken vond ik een stuk tweedehands rubber slang in de waarschijnlijk de goede maat. Voor het groezelige tweedehands stuk slang, van 1 meter, wilde men maar liefst 20 euro voor hebben. Typerend, als Muzungu betaal je de hoofdprijs. Ik weigerde het en zocht verder maar keerde uitgeput terug bij mijn auto om 6 uur in de avond, zonder slang.

\r\nDar es Salaam is rood. Rode verf overall. De twee grote telecom aanbieders, Vodacom en Airtel strijden klaarblijkelijk om de eer wie de meeste gebouwen rood kan verven, de meeste rode vlaggen en uithangborden kan plaatsen en de meeste advertenties overal en nergens op kunnen schilderen, plakken of hangen. Voor een lokaal is het natuurlijk prachtig als je huis gratis geschilderd wordt. Dat er dan een Airtel of Vodacom logo op staat neem je op de koop toe. Gevolg is een zee van rood. Ik vind het lelijk maar vermoed dat onbeschilderde bladderende gebouwen nog lelijker zijn. Het aantal telefoon opwaardeer verkopers is ook belachelijk. Ik neem aan omdat dat komt omdat de meeste mensen geen geld hebben voor een abonnement. En opwaarderen met veel geld doet men ook niet dus kan je opwaardeer kraskaartjes kopen vanaf 100 shilling (paar duppies). Dat is natuurlijk al snel op en dan moet je weer een nieuw opwaardeer kaartje kopen, zo houd je de aantallen verkopers in stand. Op elke hoek van de straat staan de diverse keetjes inde kleuren van de aanbieder, elke normale winkel heeft vlaggen en posters hangen. Of het nou de slager of de apotheek is, allen verkopen ze opwaardeer kaartjes. Dan heb je de lopende verkoper die files aflopen (en die zijn er hier genoeg), gekleurd in een hesje van een van de aanbieders. Ze zouden hier eens een paar stieren los moeten laten in de straten zoals ze in Spanje doen, dat zou een feest worden.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nDar es Salaam, vanf Kigaboni


\r\n\r\n\r\n\r\nLopend in Dar kan je koffie drinken van lopende verkopers die met een grote ketel meestal een blok huizen bestrijkt. De koffie is opmerkelijk lekker en kost 50 shilling (een euro is 2300 shilling). De koffie word geschonken in een soort kleine Japans theekopjes zonder oortje en is kokend heet. De kopjes worden, als je geluk hebt, afgewassen maar vaak alleen maar even omgespoeld met koud water. Niet echt bevorderlijk voor de gezondheid maar ja, soms moet je risico nemen nietwaar.
\r\nBestede wat dagen aan strand hangen. Op maandag 4 juli werd ik door Mao uitgenodigd om mee te gaan naar de jaarlijkse trade fair. Een verzameling van landen zouden stands hebben en producten tonen en verkopen, het zou erg interessant zijn volgens Mao. Om 7 uur in de ochtend stond hij dus al voor mijn deur en gezamenlijk pakte we eerst de dala-dala naar de ferry, daarna de ferry en daarna de dala dala richting tentoonstelling. Het verkeer in Dar es Salaam was zoals altijd verschrikkelijk. Dat betekend dus meer stil staan dan rijden en het duurde een dik uur voor we bij de ‘trade-fair’waren. Voor een entree prijs van 2500 shilling mocht ik naar binnen en vond er een bonte verzameling van stands, barretjes, tentoonstellingen en exposities. Veel erg toeristische meuk maar sommige dingen interessant. Zoals de stand van de nationale parken (waar ik klaagde over de prijs van 200$ per dag) die een leeuw, luipaard, diverse slangen en andere beesten in hokjes hadden zitten. India had een heel huis met standjes met snuisterijen, er waren ook tentoonstellingen van tractoren en auto’s. De telefonie wereld was zeer aanwezig (Airtel, Vodacom, Zigo etc) als wel de bier markt (Heineken had een grote stand). Scoorde toch wat Tanzaniaanse koffie en wat yoghurt. Er waren drie stands die kaas verkochten maar alle drie hadden die niet op voorraad. Leuk was wel dat een van de stands wel wat blokjes had staan om te proeven. Mao, die nog nooit kaas gegeten had, proefde een minuscuul blokje Gouda en trok daarna een gezicht alsof ie een 3 maanden geleden overleden vogeltje had genuttigd. De rest van de dag heeft ie lopen klagen over de vieze smaak van kaas. \r\nOm 12 uur was de zon flink zijn best aan het doen ik had de meeste stands gezien. Keerde terug naar huis, met een tussenstop bij de shoprite voor cola-light.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nReuze schildpad op de trade-fair


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n \r\nWat opmerkelijke zaken uit de kranten van Tanzania:
\r\nGuardian van 27 juni 2011.
\r\nGebrek aan elektriciteit is een nationale ramp. Het verhaal gaat over de voortdurende stroom onderbrekingen in Tanzania. Iets wat je in veel ontwikkelings landen hoort, niet alleen in Afrika. Dorpen zitten soms wel 3 dagen zonder stroom, de grote steden vele uren per dag. Werd het probleem in Malawi veroorzaakt doordat men geen geld had om brandstof voor de opwekkende industrie te betalen, in Tanzania is dat maar een deel van het probleem. De droogte resulteert in lage waterstanden zodat de water-kracht centrales maar op een deel van capaciteit kunnen draaien. Dat gecombineerd met het probleem dat een van de grootste elektriciteit centrale al weken niet genoeg brandstof krijgt zorgt voor grote tekorten. Mensen klagen steen en been en de regering wil er nu wat aan gaan doen.
\r\nIn de zelfde krant wil men in Tanzania nieuwe wetgeving introduceren die hebberige politici hun geld af kan pakken. Veel politici zorgen goed voor zichzelf (en dan zeg ik het netjes). Ze voor het gerecht slepen heeft vaak geen nut omdat de rechters hun op vrije voeten stellen, vaak doordat de rechters zelf zo corrupt zijn als de politici. Men wil daarom een wet maken die het mogelijk maakt om gewoon al het geld van de hebberige politici af te pakken. Of het veel nut zal hebben betwijfel ik, want de politici hebben hun geld natuurlijk al lang in het buitenland geplaatst. Maar elk initiatief is beter dan geen.
\r\nIn een dorp in de Mbozi provincie is een man aangehouden die in zijn huis een afgehakt babyhandje in zijn bezit had. De man had een gat in de grond gegraven in zijn huis en daarin stond een emmer met water met daarin het handje. Het is onbekend van welke baby het handje komt en men vermoed dat de man waarschijnlijk de baby heeft vermoord. De verdacht wordt beschuldigt van het illegaal hebben van een menselijk lichaamsdeel.
\r\nOpmerkelijk is het artikel op de achterkant van de krant. Het gaat over de universiteit van Maastricht. Men beschrijft dat deze universiteit momenteel overspoeld wordt door Engelse studenten omdat de studie kosten in Engeland langzamerhand zo hoog zijn dat veel studenten hun heil elders zoeken. De Uni van Maastricht heeft een succesvolle campagne achter de rug in Engeland om studenten naar zuid Nederland te halen. Volgens het Nederlandse recht moet de universiteit alle studenten accepteren, men mag dus niemand weigeren. De enige manier om dan de aantallen onder controle te houden zijn strenge regels wat betreft je vorderingen en bij slechte resultaten word men terug naar huis gestuurd. Dat, tezamen met de het feit dat 85% van de geslaagde binnen een jaar een baan heeft en de veel goedkopere levens kosten maken Maastricht erg populair. En dat allemaal in de krant in Tanzania.

\r\nBleef nog een paar dagen op het strand staan. Ontmoete er een hele vage Zwitser. Hij zat vol met verhalen die, mijn inziens, zo uit zijn duim kwamen. Maar zeker weten deed ik dat ook niet. Hij woonde al zijn hele leven in Afrika. Hij was een jaar of 60 en gedroeg zich als een teenager. Rookte vaak drugs met de rasta’s en hoe meer hij rookte hoe geweldiger zijn verhalen werden. Goud en diamanten smokkelen uit de Congo, in de gevangenis gezet worden door de Senegalese president om later een presidentieel pardon te krijgen, zat aan tafel met lui als Kabila (Congolese president) en verdienden schatten met geld met het illegaal verkopen van Congolese diamanten. Werd gevangen gezet door Kadafi tijdens de Zwitserse troubles. Kadafi wilde hem als onderpand gebruiken om zijn in Zwitserland gevangen zoon terug te krijgen. Vertelde gezwollen verhalen over zijn NGO die overal land kocht in Afrika en daar weeshuizen bouwde. Hij bivakkeerde echter in een krottig kamertje op het strand (voor 6 euro per nacht) en kwam bij mij geld lenen. Hoe dan ook, het was vermakelijk. Op vrijdag 8 juli pakte ik de boot naar Zanzibar. Parkeerde mijn auto bij een lodge en nam heel vroeg de ferry naar Dar-es-Salaam. Daar miste ik net de vroege boot naar Zanzibar dus moest twee uur wachten op de volgende. Dat werden drie uur want dit is Afrika. Op een overvolle maar verder nette boot maakte ik de 2 uur durende overtocht naar dit paradijselijke eiland. \r\n


\r\n\r\n

\r\nKrakkemikkig bootje in de haven van Zanzibar. Piraten?


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nAangekomen bleek de hoofdstad van dit eiland een heuse Arabische stad. In de medina stijl die je in Marokko en Tunesië ook ziet. De bevolking is voornamelijk moslim en dat was goed te merken. Slenterend door de smalle steegjes en straatjes kwam ik in een dag meer sluiers tegen dan de afgelopen drie maanden. Ik waande me echt in Marakech of Tunis. Jammer dat verf hier blijkbaar duur is, als al die bladderende verf zouden vernieuwen zou de stad er nog mooier uitgezien hebben. Zo wandelend zocht ik een plaats om te slapen en vond dat, na veel proberen in de ‘Haven’. Dat was een simpele maar schone plek, kale kamers met een bed, muskieten net en ventilator. Maar heeft een mens ook niet nodig. Bestede de rest van de dag met het verkennen van de stad. Moet zeggen dat de sfeer zeer prettig was en ik genoot volop van de steegjes, de doorkijkjes, de fraaie houten Arabische deuren met ingelegde motieven. Bezocht en passant het nationale museum, gesetteld in een van de grootste gebouwen van Zanzibar . Dit ‘Beit-al-Ajaib’, gebouwd in 1880 door de een of andere sultan, staat prominent aan het water en vanaf de bovenste verdieping heb je een mooi overzicht over het water en de stad. De

\r\nHuurde de volgende dag een scooter en croste het eiland rond. Zanzibar is niet zo groot maar het was die dag, waarschijnlijk voor het eerst in jaren, bewolkt. Eenmaal uit de stad was er een wonderschone natuur met palmen, bananen bomen en veel groen in het algemeen. De kleine dorpjes waar ik door reed waren drie keer niks en gaven geen reden om te stoppen. Veel vervallen en leegstaande huisjes, veel afval en veel rondhangende mensen. Wilde ergens een bakkie doen maar in de dorpjes was weinig te krijgen. Dronk een heel vies, naar vis ruikend en smakend kopje thee, en besloot dan maar naar een duur resort te gaan voor koffie. Aan de kust is alles vies, behalve waar dure resorts staan. Daar mogen lokalen niet op het strand, hebben toeristen ook geen contact met lokalen. Alles is schoon en dat heeft blijkbaar zijn prijs. Toen ik bij een van de resorts naar binnen wilde rijden werd me verteld dat ik alleen naar binnen mocht als ik een minimaal bedrag van 25 US$ bestede. Maar ik wil alleen een kopje koffie opperde ik. Geen probleem, zegt de man aan het hek, alleen kost je dat dan 25 US$ want aan wisselgeld doen we niet. Ja doei, dan maar geen koffie.

\r\nWerd onderweg een paar keer gecontroleerd door politie. Dat was ik al voor gewaarschuwd. De politie wilde alles weten en zien. Geen probleem, alleen houd het allemaal erg op want 5 km verderop staat er weer een controle post. Vanwege het weg blijven van de zon waren de kusten ook niet zoals beschreven. Ja strand en palmen maar het azuurblauwe water was zonder zon gewoon vies grijs-groenig. Reed tot via Chwaka noordwaards naar Kiwenga, nergens een leuk terrasje of barretje, al het gebeuren was resort georiënteerd. Keerde bij Mchangi landinwaarts en tufte door rijstvelden en palm wouden door naar de grote weg terug naar de hoofdstad Stonetown. De drukke hoofdweg was gevaarlijk, smal, en vol onbesuisde minibusjes en vrachtverkeer. Ik voelde hoe het was om fietser te zijn in Afrika, iets wat ik niet hoog op mijn verlanglijstje stond.
\r\nTerug in Stonetown dronk ik eindelijk een lekkere cappuccino in de Fordhani gardens. Ontmoete daar een Nederlands stel en we aten samen een lunch in een lokaal restaurantje, vergezeld door de nodige vliegen en groezelig meubilair, maar het smaakte goed. De late middag bestede ik met het zoeken naar wat souvenirs. Dat valt niet mee want als Muzungu betaal je de hoofdprijs. De verschillen waren enorm. In de hoofdstraat, waar de hordes Amerikanen inkopen doen, waren de prijzen in dollars. Voor het t-shirt wat ik wilde betaalde ik daar 25 us$, na wat zoeken in de doolhof van straatjes vond ik hetzelfde t-shirt voor 5 US$. De tekst op het shirt luide: Muzungu, sina Pesa. Dat betekend, ik ben toerist, zonder geld. Dat leverde nogal wat opmerkingen op onderweg, maar wel leuke. Men zag de grap er wel van in, want een blanke zonder geld bestaat immers niet.
\r\nAt die avond samen met 4 andere Hollanders. Om 22:00 uur werden we uit het restaurant gegooid, men ging sluiten. Omdat het hier overwegend moslim is was er ook geen bier te krijgen, wat niet erg was maar wel typerend.
\r\nNam de volgende dag de boot weer terug naar het vastenland. Vond zanzibar leuk maar niet super. Kan me voorstellen als je in een resort zit het anders is. Maar mij is het te toeristisch en is er buiten de resorts om, te weinig te doen.
\r\nTerug bij mijn auto, het was ondertussen maandag, vroeg ik me af hoe ik de week zou door brengen. Zaterdag vlieg ik naar Nederland en heb zeker de laatste twee dagen nodig om de stalling van mijn auto voor te bereiden, Dan blijven er dus maar een paar dagen over en het had geen nut om voor een paar dagen ver te gaan rijden. Toen ik dan ook Mao aan de telefoon kreeg herinnerde ik me dat hij me ooit uitnodigde om naar zijn dorp te gaan en we spraken af dat te gaan doen. Dinsdag ochtend reed ik dan ook die kant op en pikte halverwege Mao op.
\r\nZijn dorp, zo noemde hij het, was niet al te ver en bleek een enorm grote nederzetting van aaneengeschakelde huisjes en dorpjes. De weg er naar toe was slecht en diverse malen moest ik omrijden omdat lage bomen me de weg versperde. Eenmaal aangekomen bleek het er wel ok te zijn. Mensen zijn vriendelijk ern aardig en Mao steeg duidelijk in achting van zijn omgeving. Hij had een Muzungu meegenemen.
\r\nOndanks dat ik midden in het dorp stond, op een plek waar iedereen zijn behoefte deed en het afval neer gooide bleek het de enige rustige plek in de wijde omgeving. We zaten wat buiten en praatte wat af over van alles en nog wat, elke 5 minuten wel gestoord door een kennis of buurman die even langs kwam om te zien wat er aan de hand was met die grote witte auto. Mao was trots op mijn bezoek, ik was de tweede blanke ooit in het dorp en ik moest mee iedereen een hand te geven en al zijn bekende te ontmoeten. Dat was vrijwel iedereen dus ik bleef bezig. Iedereen was aardig en het was leuk om het dagelijkse leven in een Tanzaniaans dorp zo mee te maken. De kinderen waren wat teveel. Die bleven staren. Durfde ze in eerste instantie niet in de buurt te komen, na een paar uur zaten ze op de trap van mijn auto.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nSteeds brutaler werden ze


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nIn de ochtend reden Mao en ik op de fiets door het dorp. Een gigantische doolhof van zanderige straatjes door en tussen aaneengeschakelde huizen, winkeltjes en bedrijvigheid. De afval lag overal verspreid en de vliegen walmde lustig rond . Veel was er dan ook niet te zien, toch was het wel boeiend om al die Tanzanianen zo te zien, zoekend naar bestaansrecht tussen de mensen massa’s. In de middag kreeg ik Chapati maak les (soort pannenkoekjes die in India, maar ook veel in Afrika wordt gegeten) van een van de ‘restaurant’ houdsters en maakte kennis met veel mensen. In de avond kwamen er wat buren een biertje drinken en ondanks dat er veel Swahili gepraat werd was het toch gezellig.
\r\nDe volgende dag reed ik terug naar het strand. Wilde nog een poging doen om mijn auto bij Mikadi Beach te parkeren maar die vroegen er te veel geld voor. Bleef er wel de nacht, daar had ik wel weer spijt van. Ik stond geparkeerd tussen de overlander trucks die uren hun motor lieten draaien en de hele avond stonden te sleutelen met uiteraard muziek aan. Het was maar voor een nachtje dus nog uit te houden.
\r\n

\r\n\r\n

\r\nOveral tussen de huizen door afval


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nLang geen prijsvraag meer gehad, dus wordt het tijd voor er een. De vraag gaat over wat Tanzanianen, evenals vele andere Afrikaanse landen, denken over de blanke. Als je een kop thee of koffie bestelt in Afrika, krijg je een enorme volle bak. Maar als je dat in Europa krijgt, krijg je meestal maar een half of driekwart kopje. Ze hebben aar hier ene verklaring voor die ik erg lollig vond. De vraag is dus, welke verklaring hebben afrikanen voor het feit dat een kopje koffie in Europa altijd maar driekwart vol is.
\r\n\r\nOp vrijdag wilde ik mijn auto verkassen naar de stal plaats. Had drie opties, de beste daar van in Barracuda Beach. Dat was een wat minde populair resort dat rustig was. Had met de man al een afspraak gemaakt over prijs. Maar net voor het wegrijden daar naar toe melde de eigenaar van de Mikadi camp dat ik wel voor veiligheid moest uitkijken bij Barracuda omdat er weinig beveiliging was. Draaide dus en passant de plannen om en reed naar Sunrise beach. Die heeft een goede security en besloot toch daar maar mijn auto neer te zetten. Kampeerde de laatse dag nog lekker op het strand en ging bezig met de voorbereiding voor de stalling. De auto staat de vier weken op het strand. Op zich niet zo heel prettig omdat de zeelucht roestvorming en dergelijke bevordert maar ja, dan maar poetsen als ik terug ben.
\r\nVoor die overlanders die nog in Dar een plekje zoeken om te verblijven, kan ik je de volgende tips geven. Er zijn een stuk of vier plekken hier ten zuiden van Dar. Geen een is ideaal en alle plekken zijn erg lawaaiig in het weekend. De afrikaan houd van muziek, altijd op standje 10.
\r\nMikadi camp is het dichts bij Dar maar is duur en lawaaiig, ze hebben geen zoet water en Electra is erg duur. Sunrise Beach is nog duurder maar er is Electra, zoet water en een redelijk restaurant. De beveiliging is (te) goed.
\r\nNaast Sunrise Beach is de goedkoopste plek. Ben even de naam kwijt maar ik noem het maar de rasta-plek. Er is slechte water voorziening en geen stroom en er is geen schaduw. Je staat wel vrijwel op het strand. De rasta’s zijn laid-back maar ook met hun afspraken.
\r\nBarracuda beach is een onbekende. Het ligt iets hoger en je moet trapjes af om naar de zee te komen. Prima plek als er tsunami gevaar zou zijn. Ze hebben een grote parking maar security is een probleem. De eigenaar is een gepesioeerde leger kolonel die wel ok is. Prima plek als je wat rust wilt.
\r\nDe laatste plek is Southbeach resort. Daar gaan de lokalen naar toe om te party’en. Ze hebben een campsite maar die is achteraf en het is een zanderig plek met wat hutjes. Duur en zeer lawaaiig in het weekend. Niet aan te bevelen alhoewle ze claimde bezig te zijn met een nieuwe campsite aan de zee.

\r\nAls afsluiting nog wat kranten info:
\r\nGuirdian van 30 Juni:
\r\nIllegale houtkap nog altijd een groot probleem. Het artikel beschrijft dat ondanks alle pogingen om het tij te keren, er nog steeds heel veel illegale houtkap is. Het probleem schijnen de overheids ambtenaren te zijn die deze zaak zou moeten controleren. Doordat ze ‘donaties’ ontvangen van de kappers, zien ze over het hoofd dat houtkap gebeurt waar het niet mag. De verhalen zijn dat dorpelingen die bij de instanties gaan klagen over illegale kap in hun buurt, zelf doelwit worden van de kappers. Dat dan plots per ongeluk hun huis afbrand is natuurlijk toeval. De bos wachters laten mensen die verdacht worden van kap binnen een uur weer vrij, zonder dat hun activiteiten onderzocht worden. Welkom to Afrika.
\r\nDe vluchtelingen stroom uit Ethiopië en Somalië nemen grote vormen aan en zorgen voor problemen bij de grens posten van Kenia en Tanzania. Veel van de vluchtelingen willen naar Zuid Afrika (geen goed plan) en proberen zonder visa of documenten illegaal de grens over te steken. Omdat volgens de wet deze illegalen moeten worden ondervraagd, in bewaring moeten worden gezet en uiteindelijk terug moeten worden gebracht op kosten van de staat, levert dit problemen op qua mankracht en financiën.
\r\nDe Tanzaniaanse en Oegandese regering heeft de plannen om een spoorlijn dwars door het Serengeti nationale park te bouwen zo aangepast dat de spoorlijn nu om het park gaat lopen. Dit wereld beroemde park wordt nu vermeden doordat er te grote druk vanuit het binnen maar vooral buitenland was gekomen. Ben benieuwd hoeveel geld de Tanzaniaanse overheid hiervoor vanuit het buitenland heeft gekregen. Men si hier niet gek en meester in het losweken van geld uit het westen. Melden dat men dan een weg of spoorlijn dwars door een natuurpark gaat bouwen is de manier om geld uit het westen los te peuteren. (dit laaste stond niet in de krant maar is mijn mening).
\r\nAls laatste de plannen in Afrika om een echter afrikaanse unie te maken. Er zijn plannen om de diverse regionale landen organisaties uit Afrika samen te voegen tot een organisatie zodat men tezamen een echte Afrikaanse unie op kan richten die vergelijkbaar zal zijn met bijvoorbeeld de verenigde staten of de Europese unie. Het zal nog minimaal 10 jaar duren voor het echter zo ver is. Mijn mening… dat komt er de eerste 50 jaar niet. Men is veel te verdeeld en politici beschermen hun eigen hachje. Maar, Afrika kan zeker verbazen dus wie weet…

\r\nGoed, ik heb nijn auto vrijwel op het strand van Dar es Salaam geparkeerd en zit de komende 4 weken in Nederland. Bidden dat er geen Tsunami komt. Wwie weet komen we elkaar tegen, tot dan zou ik zeggen…

\r\n\r\nWat prijzen uit het krantje van Shoprite (2200 shilling is een euro):
\r\nAnderhalve liter coke of fanta : 1800\r\nKip per kilo : 6500
\r\nZes eieren : 2500
\r\nLiter lamg houdbrare melk: 2500
\r\nKlein kuipje yogurt : 600
\r\nSnickers (57 gram) : 1200
\r\nKilo rundervlees: 7000 a 8000
\r\n\r\n\r