20110500 – Mei 2011, Zambia (1)

mid mei 2011, Zambia deel 1′,’2011-07-10 08:26:53′,’Zambia was eigenlijk saai, op twee hoogtepunten na. Het nationale park South Luanga, waar ik eindelijk mijn leeuwen zag (en twee luipaarden) en de chimpanzee opvang die Chimfunsi heet. beide waren ervaringen om nooit meer te vergeten. Dit deel van het verhaal beschrijft het eerste hoogtepunt, de rest staat in deel 2′,’You might still be here tomorrow, but your dreams might not.

\r\nOp 19 mei melde ik me aan de poort van Zambia. Moest een Visum kopen, koste 50 US$. Alleen maar te betalen in dollars, als je die niet hebt, heb je pech. Ook wegenbelasting was verschuldigd, 200.000 Kwacha. Dat dan weer wel in lokaal geld. Gelukkig zat er een klein bankje in het gebouw anders was ik overgeleverd aan de wolverige geldwisselaars die al stonden te drammen. 200.000 klinkt veel, maar een euro is 6500 Kwacha, dat koste dus 30 Euro. Was te overzien. Had alle papieren gestempeld en wilde net wegrijden toen er een vaag ventje meende dat ik nog 10.000 Kwacha moest dokken voor de een of andere vage belasting. Heb er nog wat stennis over lopen maken maar niet te lang, ach, het is maar 2 euro.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nRoute door Zambia


\r\n\r\n\r\n\r\nIk had een Braziliaans meisje meegenomen bij de grens. Die wilde Malawi in maar kreeg geen visa en moest dus pardoes weer terug naar Zambia, waar ze haar weer voor 50 dollar een visum probeerde te verkopen. Met wat overredingskracht van mij besloot de beambte de uitreis stempel te annuleren zodat haar oude visum nog geldig was. Maar erg dankbaar was het meiske niet. Nam haar mee naar Chipata, het eerste Zambiaanse plaatsje 30 km verderop en zette haar af. Een dank je wel was te veel. Die zoekt het maar uit.
\r\nDeed wat boodschappen bij een Shoprite supermarkt en vervolgde mijn weg naar Mama-Luca, een campsite 10 km buiten Chipaita. Maar niet voor ik even 2 miljoen uit de muur trok.\r\nHet was ondertussen 3 uur middag, ik voelde me ook niet helemaal lekker. Had twee dagen geleden bij een verkeerde beweging mijn rug verdraaid en sinds dien voelde ik me slap en grieperig, zonder echt koorts te hebben. Ik had spierpijn en wat keelpijn en wilde lekker vroeg in me nest.
\r\nBij Mama-Luca aangekomen was dit een net camp. Er stond een zogenaamde overlander truck. Dat is een vrachtwagen met twintig stoelen waarin toeristen een tig-weekse tocht door Afrika kunnen maken. Er wordt voor de toeristen gezorgd, gekookt en zo, en men slaapt meestal met tentjes op een campsite. Ben zelf nooit zo gecharmeerd van dit soort ‘overlanders’, het zijn vaak jongeren die al lallend van campsite naar campsite gaan en weinig of niks van Afrika mee krijgen, behalve misschien de bier merken. Maar dit keer waren het aardige mensen en heb gezellig met ze zitten kletsen. Wilde net terug naar mijn auto lopen toen er nóg een overlander vrachtwagen binnen kwam rijden en 10 minuten later vrachtwagen nummer drie. Ook hierin geen lallende jongeren maar wat volwassen mensen waaronder twee Nederlanders, enfin, je snapt het , meer kleppen. De campsite was nu aardig vol. Bestelde een pizza bij de keuken en 5 minuten later hoorde ik nog meer auto’s aankomen, dit keer een hele kolonne. Ik hoefde maar een glimps tussen de bomen op te vangen van één van de auto’s en ik wist wie het was. Thomas Foo met zijn kolonne auto’s uit Maleisië.
\r\nHeb Thomas in Maleisië leren kennen. Hij, en zijn vrouw Daphne, waren zo gastvrij en aardig daar. Nu ontmoete ik hem dus puur per toeval 3 jaar later in een ander continent. Dat was echt super leuk en we hebben een hele poos zitten praten. Onder ander over de Mexicaan Leo, die ik gesponsord heb om Mount Everest te beklimmen en die momenteel ergens boven op de top zou moeten zijn(*). Drie jaar geleden had Leo ook een poging gedaan en verloor er bijna zijn leven mee. Anyway, dat is weer een heel ander verhaal. Thomas had wel 11 auto’s onder zijn hoede dus hij moest ook wat werken hier en daar en ik liet hem, we spraken of voor later.
\r\nLater werd de volgende ochtend. We wisselde wat info uit en praten nog wat over een bakje koffie maar Thomas en zijn groep moesten die dag nog naar Senga in Malawi. Ze rijden op een strak schema (wat een lol). Alle reserveringen tussen Cape-Town en Cairo zijn van te voren gedaan dus afwijken van het schema is vragen om problemen. Kreeg nog een t-shirt met hun rally-logo (en een sticker voor op mijn auto) en we namen afscheid van elkaar. Ik reed nog even naar Chipata om wat boodschappen te doen, te tanken en te pinnen en reed rond een uur of 11 richting South Luanga National Park.
\r\nDie weg was erg slecht. Het was maar 130 km, waarvan 30 km asfalt, de rest hotsen en botsen door kuilen en over stenen. Kwam pas tegen donker aan (gemiddelde snelheid 18 km p/u) en parkeerde mijn auto op de campsite Flatdogs, dicht bij de ingang van het park. Al snel werd me daar verteld dat ik me aan hun huisregels moest houden, anders werd ik van het camp verwijderd. En die huisregel was…loop nooit over de campsite in het donker zonder bewaker. Vreemde regel vond ik, maar ik was moe en wilde rusten. Die avond bleek waarom ze die regel hadden. Dit is het echte Afrika met veel wild. Dit wild kent geen grenzen en kunnen het bordje ‘Verboden voor olifanten” niet goed lezen. Gevolg is dat er, vooral ‘s nachts, veel dieren over de campsite struinen, op zoek naar eten of gewoon… om een praatje te maken. In de nacht slenteren nijlpaarden rustig tussen de tentjes en auto’s door, op zoek naar gras en ‘suasage-fruits’. Dat zijn langwerpige grote vruchten die van de boom vallen. In de vroege ochtend zijn er meestal wel wat olifanten tussen de kampeerders en dan heb je nog de krokodillen die lui aan de rivierbank liggen. De campsite was aan de rivier oever, maar die beesten komen meestal niet ver het land op. ‘Meestal’ is ook zo’n vaag begrip dus de camp eigenaar neemt geen risico. Slecht voor business als je gasten worden verslonden nietwaar.. Ook sterk aanwezig zijn de apen. Opvallend zijn hier de blauwbal apen. Die heten officieel niet zo maar dat is wel hun roepnaam, één keer raden waarom. Klopt. Heel vaag. De mannelijke aapjes hebben een fel blauwe balzak die, als ze je de kont keren, als een soort plastic zakje aftekent tegen hun achterste. Tezamen met de bavianen vormen deze apen de grootste bedreiging. Niet voor je gezondheid, maar wel voor alles wat rondslingert of eetbaar is, brutaal zijn ze.

\r\nIn het kamp liepen in de avond 5 bewakers. Er was er altijd een die je begeleide van de auto naar de douche of restaurant. Rond een uur of 8 stond er een nijlpaard naast mijn auto te ‘chompen’ (zo klinkt het malende geluid van zijn enorme kaken), in de ochtend waren er inderdaad olifanten in de buurt, maar gelukkig bleven ze bij mij vandaan. Ik besloot die dag rust te houden, voelde me nog steeds zwakjes. Had een te lage bloedruk, geen idee hoe dat kwam. Maar wilde wel een nacht safari gaan doen die avond, om dan de volgende dag de dag safari te doen. Je entree ticket naar het park is 24 uur geldig dus zo kon ik dat mooi op één entree doen (ik blijf Hollander natuurlijk). Ontmoete Bas en Marjolijn, een Nederlandse jong stel. Zij ging in een ziekenhuisje in Malawi stage lopen, hij had wat voor leraar gespeeld in Uganda. Ze deden wat rondkijken in Afrika voor ze allebei aan de slag moesten.

\r\nDe avond Safari vertrok om 4 uur in de middag. Het is hier in Afrika om half zes al donker. In een erg comfortabel zittende jeep met achterop 6 stoelen reed ik het park in. Moet eerlijk zeggen, gereden te worden is toch prettiger dan zelf rijden met zoiets als dit, waar je je ogen goed moet laten werken. Zag veel verschillende dieren, ook veel die ik al in andere parken of in het wild had gezien. De natuur in South Luanga wordt gezien als een van de mooiste in Afrika (maar dat claimt waarschijnlijk elk park) veel geel gras afgewisseld met bosjes, meertjes en struikjes. Zeker niet verkeerd. De gids voor in de auto was erg informatief en legde van alles uit. Over de kleine groene vogeltjes die zich aan het baden waren… in het zand. Of over de overbevolking olifanten die er 20 jaar geleden geweest is en bijna het hele park heeft verwoest. Olifanten zijn enorm vreters, wel 400 kg per dag schrokken ze naar binnen. De vele boomstompjes in delen van het park zijn er nog getuige van. En zo vrolijk keuvelend kwam dan eindelijk het verlossende moment. Plots, uit het niets, lagen er in het gele gras, aan de rand van een open veld, twee leeuwen. Waarschijnlijk opa en zijn kleinzoon. Opa was oud, en kleinzoon net tegen de pubertijd. De jeep waarin we zaten werd op tien meter van de twee geparkeerd, zo dicht bij deze twee beesten dat ik er kippenvel van kreeg. Ik zat in een open jeep, een sprong en die leeuw zat bij me op schoot. !! \r\n


\r\n\r\n

\r\nDe ouwe had nog wel tanden


\r\n\r\nDe gids wist blijkbaar wat hij deed maar mijn hart klopte toch wat sneller dan normaal en ik verwachte elk moment door deze reuze kat te worde opgepeuzeld. De leeuwen bestudeerde ons alsof we lekkere hapjes waren maar naar een paar minuten was de interesse weg en de oude leeuw strekte zich behaaglijk uit in het lange gras. Wat een ervaring. Een ervaring waar ik deze hele Afrika reis al naar uit had gezien. Eindelijk, de koning der dieren in zicht.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nEen jong mannetje, zijn manen nog niet volgroeid


\r\n\r\n\r\n\r\nHet zou die nacht nog beter worden. Eerst volgde een korte pauze. Vlak bij een klein meertje stopte de jeep. Een nijlpaard schrok van onze aanwezigheid, rende naar het water en deed een bommetje. De gids zette een tafeltje met biertjes en chippies op en onder de spetterende aanwezigheid van mijnheer nijlpaard, die zich duidelijk bedreigd voelde en zich navenant zo aanstelde in het water, dronken we een glaasje met de vallende Afrikaanse zon aan de horizon. Weer een super ervaring.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nKingfisher vogeltje


\r\n\r\n\r\n\r\nNu het donker geworden was kwam de tweede gids in actie. Hij had een enorme zoek lamp waarmee hij onder het rijden wild alle kanten op scheen. Van alle kanten lichte er oogjes op uit de duisternis en de man, vakkundig als wat, kende het verschil tussen al die oogjes. De volgende twee uren waren nog indrukwekkender dan de twee daar voor. Na eerst een enorm stekelvarken te hebben gezien en gevolg (porkypine), wat fret-achtige beestjes en heel veel kudu’s en andere herten, dook er plots een luipaard op. Een luipaard zien is echt iets heel speciaal want de beesten zijn normaal erg schuw.
Deze grote kat had net een enorme hagedis van wel twee meter te grazen genomen en lag deze in stukken te scheuren. Een kwartier later zagen we onze twee leeuwen vrienden weer. Die hadden net een hert als avondmaal te grazen genomen. Wat voor een hert het was, was niet meer te zien want het dier lag helemaal in stukken gescheurd tussen de twee leeuwen, die, met bebloede bekken, zich tegoed deden aan het verse vlees. \r\n

\r\n\r\n

\r\nVers hert als avondmaal


\r\n\r\n\r\n\r\n\r\nNa weer een half uur zag de ogen-gids in de bosjes de ogen van twee hyena’s oplichten. Hij melde, dat als er hyena’s waren, er waarschijnlijk ook andere dieren in de buurt waren en de auto dook de bosjes in op onderzoek. De hyena steelt vaak de prooi van leeuwen of luipaarden en na wat zoeken vonden we een tweede luipaard die in het hoge gras met een dikke buik zijn lippen lag te likken. Iets verder op warren drie hyena’s bezig te vechten over de resten prooi die deze luipaard had opgegeven. Wat een gezicht, als of het zo van de Discovery Channel of Animal Planet kwam. Dit was een Safari om nooit meer te vergeten.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nYESSS!!, een lui luipaard


\r\n\r\n\r\n\r\nHoe veel geluk je op zo’n Safari moet hebben bleek wel bij terugkomst, toen bleek dat de andere auto die ongeveer dezelfde route had gereden, geen leeuw of luipaard gezien had. In de wolken liep ik, tussen de nijlpaarden door terug naar mijn auto en droomde van deze machtige ervaring.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nLuipaard met prooi


\r\n\r\n\r\n\r\nMaar het was al weer vroeg op voor de volgende dag. De ochtend safari vertrok om 6 uur en was heel anders dan de vorige nacht. De leeuwen en luipaarden lieten zich niet zien. Wel veel ander wild en de koffie pauze spendeerde we tussen een kudde giraffen. Wel 30 van deze sierlijke beesten liepen rond ons. Terwijl ik aann een bakje koffie zat en knabbelde aan een biscuitje, knabbelde de lange nekken aan hoge bomen en de daarin hangende worst-vruchten. Het gele gras wuifde en in de verte stonden kuddes met antilopen, buffalo’s en kudu’s doorspekt met hier en daar een wild zwijn. Machtig. \r\n

\r\n\r\n

\r\nKoffie tussen de giraffen


\r\n\r\n\r\nMmmm, everzwijnen dacht ik nog, en dat deed me denken aan de opmerking van een van de gidsen van gisteren avond, dat er naast het park stukken wild reservaat waren waarin gejaagd werd, voor grof geld. Zelfs leeuwen, luipaarden en nijlpaarden werden afgeschoten wat bij mij een nare smaak in de bek gaf. Veel Zuid-Afrikanen betalen grof geld voor dit moord werk, geld dat in de zakken van de Zambiaanse regering gaat. Had zelf eigenlijk altijd gedacht dat dit soort praktijken toch langzamerhand wel uitgeroeid was maar helaas.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nHEYY, jij ook hier


\r\n\r\n\r\n\r\nZambia is een redelijk vredig land, ongeveer 20 x zo groot als Nederland. Het schijnt een bevolking van 11 miljoen mensen te hebben maar daar geloof ik niks van, ze zijn er vast vergeten een paar te tellen. Zambia is een presidentiele republiek, Afrika stijl. Geloof niet dat de Zambiaanse regering zo super slecht is als in sommige, hoewel je hier en daar wel morrende geluiden hoort (ja waar niet). Zambia wordt in het midden voor een groot deel opgevroten door DRC Congo die een hele hap uit Zambia neemt, waardoor Zambia eigenlijk een noord en zuid deel wordt gesplitst. In het noorden van Zambia ligt het Tangayika meer, twee na grootste zoetwater meer in de wereld. Men zegt dat er 18% van de zoetwater voorraad in zit, het meer is erg diep. Maar er zijn meer meren, zoals Mweru meer, Bangwuelu meer (allemaal in het noord deel) en het kunstmatige Kariba meer in het zuiden, op de grens met Zimbabwe.
\r\nZambia heeft wel wat grondstoffen, vooral koper dat 65% van de buitenlandse handel in beslag neemt. En je raad wie dat in handen heeft…. Juist, de president en de chinezen.

\r\nDe volgende dag reed ik vroeg terug naar Chipata. Nam Bas en Marjolijn mee als lifter. Die zaten met z’n tweeën op de enige andere zitplaats die ik heb, ze werden door de hobbelige weg flink door elkaar geschud, maar hielden zich kranig. Wederom was het afzien en langzaam rijden, ik was nog steeds niet 100% maar met wat aspirientjes lukte me het wel. Vlinders vlogen me voorbij, lieve heer beestjes vlogen naar binnen maar vonden me te langzaam gaan en vlogen er weer uit. Fietsers kwamen me voorbij, maar ach, je komt toch altijd weer aan. Kampeerde tegen de avond aan in Dean’s camp, vlakbij het centrum van Chipata. Aten gezamenlijk een eenvoudige maar overheerlijk maaltijd van kip pastei met frietjes.
\r\nHet werd tijd om richting Lusaka te vertrekken. Dat ligt 600 km verderop en als je ergens in Zambia naar toe wilt, moet je altijd via deze hoofdstad. De weg was redelijk, op een paar gevaarlijke, plots opduikende, gaten in de weg na. Ging het niet halen die dag en sliep in een bergachtig landschap gewoon langs de weg. Niet ideaal maar veel keuze was er ook niet.
\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nDeze vogels staan op elkaar, soms wel 4 verdiepingen hoog.


\r\n\r\n\r\nVia de grote hangbrug over de Luangwa rivier kwam ik de volgende dag bij Lusaka. Maar niet voor ik door een tse-tse vlieg controle kwam. Een man met een schepnetje liep rond mijn auto en keek in de stuurcabine. Ik vertelde hem dat ik het een prima idee vond. In mijn achterhoofd de enorme wolken tse-tse vliegen in Angola die een ware plaag zijn. Je kan daar alleen maar rijden als je airco hebt, zodat je je ramen dicht kan doen. Zo niet heb je 300 km lang hobbelweg met minimaal een paar steken per minuut. Gegarandeerd dat je daar ziek van word.
\r\nZette mijn auto op het Pioneer camp. Een kilometer of 12 voor Lusaka is dit te bereiken via een erg slechte rotsige weg. Maar het Pioneer camp, eigendom van de Engelsman Paul, was net, rustig en had zowaar Wifi. Dus spendeerde twee dagen aan wat pruts werk en internet werk. Reed met de eigenaar Paul, Lusaka in voor wat boodschappen. Lusaka heeft anders niet zo veel te bieden. Het is een grote stad zonder bijzonderheden. Informeerde over de kosten om een pakketje naar huis te sturen. Bij de gewone post werd doodleuk gemeld dat de kans dat een pakket aan zou komen ongeveer 50% zou zijn. DHL rekende 100 Euro voor een pakket. Mmm, maar even wachten tot in Tanzania.\r\n\r\n\r\n

\r\nDe regering van Zambia heeft een paar jaar geleden, in al hun wijsheid, besloten dat alle kinderen op scholen uniformen moeten dragen. Als je geen uniform hebt, mag je de school niet in. Nu is ook Zambia een arm land en zo maar even geld neertellen voor een uniform is voor een groot deel van de bevolking onbetaalbaar. Vele leven van een dollar per dag of minder, een uniform kost 20-30 dollar. Gevolg… een deel van de kinderen gaan niet naar school. En dat zijn dan, zoals altijd, de kinderen van arme families. Die gaan dan maar op het land werken of gaan de handel in, verkopen eieren op de markt of flesjes water. Jammer. Als ik Zambiaanse regering geweest zou zijn, had ik een internationale sponsor benadert. Bijvoorbeeld Adidas of Benneton of noem maar een wereldwijde kleding naam, en gevraagd hun die kleding beschikbaar te laten stellen in ruil misschien voor wat reclame op de shirts of misschien wat concessies in handel. Dan was iedereen blij geweest, nu is er weer meer ellende want de armste moeten het weer ontgelden.
>br>\r\nDe 28ste reed ik richting Lake Kariba. Dat is een van de grootste kunstmatige meren in Afrika. Gevormd door een dam in de Zambezi rivier ligt het op de grens tussen Zambia en Zimbabwe en zou erg pittoresk moeten zijn. De Zambezi was ik natuurlijk al eerder tegengekomen. Deze machtige rivier kronkelt van de binnenlanden van Angola en volgt dan de grens van Angola, Zambia en Botswana om uiteindelijk in Mozambique de zee in te stromen. Het was dus een oude bekende voor me.
\r\nDe weg er naar toe, 150 km of zo, was redelijk. Halverwege donderde de weg echt het plateau af, zakte van 1200 naar 400 meter hoogte. De weg was druk want het is de hoofdweg tussen Lusaka en Harare in Zimbabwe en Johannesburg in Zuid Afrika, dus veel vrachtverkeer. En als de weg dan een beetje moeilijk wordt, veel bochten en steile hellingen, zie je onmiddellijk hele enge ongelukken, vrijwel allemaal met trucks. Op een van de steile afdalingen hadden ze zo’n noodstrook gemaakt waar vrachtwagens in geval van falende remmen een noodstop zouden kunnen maken. In Europa heb je die ook. Die noodstops worden dan gemaakt doordat die strook gevuld is met een diepe laag grof grint die de vrachtwagen laat remmen. Maar in Zambia had men dat grint vergeten, of iemand had het gejat. Aan het eind van de strook een afgrond (ook lekker) en een vrachtwagen stond aan die rand. De stuurcabine hing in de afgrond, de laadbak achter stond nog op de strook. De hele boel was afgefikt en stond nog te smeulen, de lokale bevolking stond de vrachtwagen leeg te roven. 500 meter verder lag een vrachtwagen op zijn kant in de geul, en weer 500 meter verder stond een vrachtwagen geschaard over de weg. En dat alles omdat het 5 km ‘moeilijke’ weg was.
\r\nIk sloeg van de grote weg af rechts richting Kariba over de M15. Een erg mooie weg door een vrij leeg gebied. Dat was lang geleden en ik was bijna gestopt om er te slapen voor de nacht, maar het was pas 2 uur dus reed ik maar door. Bij Kariba aangekomen, of eigenlijk Siavonga, vond ik de eagle rest camp. Beetje aan de dure kant maar de locatie was dan ook erg mooi. De campsite was op een klein schiereilandje pal aan het meer. Het water in het meer stond erg hoog en ik moest deels door het water rijden om er te komen. Parkeerde mijn auto bijna aan het water, maar wel een 10 tal meter er vanaf vanwege de dieren in het water. Jammer genoeg kan je hier niet zwemmen. Behalve de Bilhartsiose zit het meer ook vol met krokodillen en nijlpaarden. Geen fijne zwemgenootjes.
\r\n


\r\n\r\n

\r\nZwemmen op eigen risico


\r\n\r\n\r\n\r\nIk zat aan een kopje thee toen er een bootje langs kwam varen vol met riet. Een klein roeibootje (soort piraatje) dat zo diep in het water lag dat dat nooit goed kon gaan. Boven op het riet zaten een oude man en een jongen, ze hadden erg veel moeite het bootje vooruit te krijgen. Ze legde bij mij aan en de oude man vertelde dat er teveel water in het bootje zat. Hij haalde een paar bundels riet van zijn bootje, legde die op land en de jongen begon te hozen. Dat deed hij met een leeg half liter flesje melk, dat ging dus even duren. Ik ga hem een 2liter fles en knipte er de hals van af, dat scheelde en het hozen ging sneller. Maakte een praatje met de oude man. Hoe oud ben je, vroeg hij me. Ik vertelde het hem, en hij zei dat ik een broekie was. Hoe oud denk je dat ik ben zegt ie. Pfff, altijd moeilijke vraag, dus ik zeg…65. Haha lacht ie, ik ben 103 jaar oud!!!! Hij begin te vertellen over de tijd in de dertiger jaren, toen waren er veel Hollandse priesters bij ons in de kerk (oeps, dacht ik). En nu verbouw ik mais en groei appels en yams, dus ik houd mezelf bezig. En ik eet geen rood vlees, dat is mijn geheim. Hij snuifde wel tabak, dat was zijn enige zonde. Ondertussen was de boot weer enigszins ontdaan van water, de oude man legde de bundels riet weer op zijn bootje, klom er boven op en de twee peddelde rustig verder naar huis. 103 jaar oud, echt, ik had hem de helft gegeven. Ik eet nooit meer rood vlees (doe ik toch al niet vaak).
\r\nLuisterde die avond naar de Europacup finale en viel in slaap met het gebulder van de nijlpaarden een paar meter verder op.

\r\nHad geen zin in Kariba te blijven dus reed de volgende dag terug naar Luskaka. Daar parkeerde ik in het Eureka camp, vlak onder Lusaka dit keer. Mooie grote campsite maar erg druk en lawaaiig en ongeïnteresseerd personeel. Had net een plekkie gevonden en was bezig een kop thee te zetten toen er een overlander truck aankwam met een stuk of 12 toeristen. Bijna allemaal lelijke luidruchtige Engelse wijven, die hun tent pal, maar dan ook echt pal, naast mijn deur begonnen op te zetten. Niet een tent, maar een stuk of 6. Rood haar, dikke witte lijven en schelle schreeuwerige stemmen. Heb mijn auto maar 150 meter verderop verkast toen ik hoorde dat ze om 6 uur in de ochtend zouden vertrekken. Gecko’s Adventures safari, boek daar in godsnaam geen reis mee.

\r\nOverigens zat er ook een Duits echtpaar tussen de overlanders en daar sprak ik mee. Die gingen twee maanden mee, van Cape-Town naar Nairobi. Op mijn vraag wat ze nu van het echte Afrika gezien hadden moesten ze bekennen dat ze van campsite naar campsite gingen en onderweg weinig stopte. Ze brachten de hele dag met andere overlanders door, aten ook altijd op de camping en ze kwamen alleen ‘los’ buiten als ze in een shopping centrum waren. Ze gaan natuurlijk wel de grote attracties af, dus dat kunnen ze dan in hun vestzak steken. Maar ze maakte lange dagen met veel rijden. Vaak kwamen ze pas in het donker op een camping aan, om er dan de volgende ochtend om 6 uur weer te vertrekken. Niks voor mij.