20110800 – Augustus 2011, Noord Tanzania

august 2011, noord Tanzania’,’2011-09-11 10:11:04′,’

Noord Tanzania was niet anders dan zuid. Alhoewel, het landschap veranderde maar echt spannend was het niet. Toch vond ik een leuk strand plekje en \’vermaakte\’ me in Moshi en Arusha, vond zelfs een juweeltje bij een soort heetwaterbronnen (die niet heet waren) ergens in het midden van niets. Vervolgens reed ik met een zuidelijke bocht richting Rwanda.

\r\n’,’29 dagen was ik in Nederland. Best wel lang voor mijn doen maar er waren dan ook bijzondere omstandigheden. Mijn moeder werd 80 en dat moest gevierd worden. Buiten dat ben ik nog 4 dagen naar zuid Spanje gevlogen met mijn zus, zwager, en neef. Heel gezellie. Vanuit Nijmegen is vliegveld Weze in Duitsland een dik half uur rijden. Voor zo een trip een zeer plezierige uitkomst. Ryan Air vliegt rechtstreeks op Malaga en als je geen bagage mee neemt vlieg je voor dik onder de 100 euro heen en weer. Van deur tot deur kost je dat 7 uurtjes tijd. Gekke gewaardwording want je doet je voordeur dicht in druilerig regenachtig weer en letterlijk 7 uur later lig je op het strand of geniet je op de boulevard van een cortado’tje.
\r\nVoor iedereen die mijn verblijf in Nederland een prettige tijd hebben gemaakt: bedankt, vooral aan mijn moeder en zus en zwager natuurlijk.

\r\nVerder ben ik uiteraard te buiten gegaan aan de normale Hollandse pot. Lees patat special, frikandellen, kroketten, zakken drop en hompen kaas. En dat alles deze keer zonder te veel kilo’s er bij te krijgen, ben trots op mezelf.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nRoute door noord Tanzania


\r\n\r\nTerug in Dar es Salaam vond ik mijn auto in perfecte staat terug. Na twee dagen de boel weg gestouwt te hebben (ok ok, en ook af en toe een plons genomen te hebben in de blauwe zee) begon het wel genoeg geweest te zijn. Ik was al bijna 2 maanden zonder echt kilometers gereden te hebben en ik wilde wel weer nieuwe dingen zien. Begon om op woesdag 17 augustus naar het huis van Mao te rijden. Maar niet voor ik hem uit de bak heb moeten kopen. Klinkt vaag , maar het was echt zo.

\r\nIets verder op zit het Kipepeo resort. Daar staan veel van de overlander trucks, dus zijn daar ook veel blanke toeristen. Mao was die dag handgemaakte sleutelhangers aan het verkopen en had een waarschuwing gehad van de eigenaar van Kipepeo (een blanke), dat er niet op het strand verkocht mocht worden. Nu is het strand publiekelijk bezit maar ja, als je blank bent en geld hebt, dan heb je macht. Toen Mao de volgende dag weer op het strand zijn waar aan het proberen was te slijten werd hij, in opdracht van de Kipepeo eigenaar opgepakt. De enige manier om hem los te krijgen was om wat geld naa de dienstdoende agent te schuiven en daarin heb ik mee gedaan. Ik weet dat Mao een goede gast is die niet drinkt, rookt of andere slechte zaken doet. En het ging niet om geweldige bedragen dus heb ik maar mee betaald. Alle strandverkopers schoven wat en zo kon het bedrag van 60.000 shilling (30 euro) opgehoest worden om Mao vrij te kopen.

\r\nReed die woesdag naar het dorp waar Mao woonde maar het was nu anders dan de vorige keer. Het is momenteel ramadan en alle eet tentjes zijn gesloten. Dat maakte het dorp wat saai. Spendeerde de middag aan het eindelijk fixen van mijn luchtinvoer pijp en het opblazen van wel 50 balonnen om de kinderen bezig te houden. Gelukkig had ik een klein pompje anders had ik dat niet volgehouden. Ik blies ze op, Mao maakte er een hondje of iets anders van en de kids waren zichtbar blij.

\r\nBesloot op donderdag verder te gaan. Na een bezoek aan de Shoprite supermarkt reed ik begin van de middag Dar es Salaam voor de laatste keer uit. Vond het genoeg geweest in deze stad die lijd aan een file van 24 uur. Zette koers naar het noorden. Het eerste stuk weg is de grote drukke weg naar Malawi en Zambia maar na 100 km is er de afslag naar rechts, richting Arusha. Die weg was smaller maar veel minder druk en erg goed, fijn zo op een eerste dag rijden. Was laat vertrokken dus ging het niet halen naar mijn doel. Was moeilijk om een slaapplek te vinden maar parkeerde in de enige oude zandgroeve voor de nacht. Lekker rustig, ondanks dat er wat hutjes in zicht afstand waren en ik spelende en schreeuwende kinderen hoorde.
\r\nDoor naar Pangani nam ik een afslag te vroeg (bleek achteraf), dat leverde me 50 km off-road rijden op, over slechte piste. Maar de omgeving was mooi en ik had geen haast. Arriveerde na de lunch in het Peponi beach resort. Een bijzonder fraai aangelegde camping annex hotel en restaurant. Dennis, de eigenaar, een Engelsman, was hier 12 jaar geleden mee begonnen en had het van een stoffig en zanderige stuk grond omgetoverd in een oase van rust, met veel bomen en dus schaduw. De kampeer plekken lagen zowat op het strand. De zee was wat minder geschikt om te zwemmen maar er was een zwembadje, het restaurant was goed en de sfeer prima. Ontmoete diverse collega overlanders, de verhalen deden de ronde en het was gezellig. Wilde nog een tochtje met een dow maken (zo’n lokaal zeilbootje) maar in de ochtend was het bewolkt en ik besloot er van af te zien. Achteraf zonde want het klaarde goed op.

\r\nNa twee dagen geluierd te hebben reed ik verder landinwaarts. Nam de wat kortere piste naar de hoofdweg en keutelde vrolijk naar het oosten. Kocht nog een gigantische zak pers sinaasappelen langs de weg voor 80 cent. Vitamines…yeahhh.

\r\nWerd aangehouden voor te snel rijden. Jaja, het was een 30 km zone, ik reed 42. Tja pech. De agent, eerst boos en streng, ontdooide snel en we maakte het af op 10.000 shilling (4 euro).
\r\nNa een kilometer of 100 vond ik de afslag de bergen in. De Oesamura bergketens is een van de diverse hoge berg ruggen in dit deel van Afrika. Tezamen met Kilimanjaro (de hoogste) en Mount Meru vormen ze de vreemde uitstekende punten in het anders vlakke landschap. De weg omhoog was small maar netjes en de laatste 4 kilometer naar mijn doel waren wat enge piste. Piste waar ik in het regen seizoen nog niet over zou denken om ze te rijden. De omgeving was mooi alhoewel er duidelijk veel te veel aan houtkap is gedaan in de afgelopen decennia, gevolg van de grote explosie van mensen in dit gebied.
\r\nIrente Farm bereikte ik uiteindelijk via een steil pad , overgroeid door bomen en struiken die zo laag hingen dat ik menig kras op mijn auto kreeg als ook diverse takken vakkundig er af reed. Boven aangekomen bleek de campsite nogal klein. Omdat er al een auto stond en een Duitser met twee motoren en twee kinderen, parkeerde ik net buiten het kamp wat achteraf een goede keuze bleek. In de avond zwermden er hordes met fruit vleermuizen die in de bomen boven de campsite zich te goed deden aan de vruchten. Ze lieten zo veel vruchtenresten en uitwerpselen vallen dat het af en toe leek alsof het regende.

\r\nDe manager van de farm was een Engels-Zweeds echtpaar die ook organische en biologisch verantwoorde producten maken en verkopen. Heerlijk quark met kruiden en wat mindere lekkere yoghurt. De kaas, waar ik me zo op verheugd had was helaas op. Spendeerde er maar een nacht. Liep in de vroege ochtend nog even naar het uitzichtpunt 1.5 km verderop. Leuk maar niet super spannend dus reed ik in de late ochtend weer naar beneden, over het glibber pad. Omdat ik weer niet echt op tijd weg reed zou ik Moshi, dat aan de voet van de Kilimanjaro ligt, pas laat halen en daar had ik geen zin in. Stopte bij het Pangani river camp. Dat was een goede keuze, een kleine campsite pal aan de Pangani rivier. Daar doorheen stroomt het water dat van de Kilimanjaro af komt. Maar omdat er nog een stuwdam tussen zit is het water niveau erg onberekenbaar. Nu was het hoog en had het water de helft van de campsite bezet. In de avond keek ik over de mooie overgelopen rivier, verlicht door honderden vuurvliegjes. In de bomen huisde zo genaamde bush-baby’s die vreemd geritsel geluiden in de bomen veroorzaakte. Bush-baby’s zijn …mmm, een soort koala beertjes, kleine beestjes met grote ogen die je pas ziet als je je zaklamp erop schijnt. Grote ronde ogen kijken je dan vanuit het donker aan.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nStond prima hier op het Pantani camp


\r\nBereikte Moshi al vroeg de volgende dag, door oneindige ananas velden rijdend. Keek even of de Honeybadger campsite een optie was om te overnachten. Daar vond ik ook weer het Engelse stel. Richard en Rachel (www.harris.gb.net) reden van zuid Afrika naar Europa. Maar niet zo maar. Richard heeft op zijn 19e een ongeluk gehad en is vanaf zijn nek deels verlamd. Met hun aangepaste auto rijden ze diverse rehabilitatie projecten in Africa af, en hebben zo ook nog eens een leuke tijd. Erg knap. Ook vond ik er weer de Duitsers op motoren. Roland, Christine, Laura en Johannes reden op twee motoren van Kaapstad naar Mombasa in hun zomer vakantie. De kids waren 11 en 9 geloof ik, dus ook best een prestatie.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nHet overlander clubje


\r\n\r\nReed eerst Moshi in en haalde snel wat geld en boodschappen. Toen ik bij de bekende ‘cofeeshop’ wat lunch wilde pakken zaten daar de Duitsers met de twee kids heerlijk te nasjen, ik schoof bij ze aan en at een prima tomaten/kaas omeletje. Na nog een rondje door de stad verkaste ik naar de honeybaggers camp en klepte de hele avond met de Duitsers, de Engelsen en nog een stel zuid Afrikaanse meisjes wat zich bij ons had gevoegd. Dat bleek Tamin-Lee te zijn die een project opgezet had om computers aan scholen te geven in arme delen van Afrika. Goed bedoeld maar de support die ze kreeg van de Amerikaanse firma die de computers leverde (en sponsorde) viel haar heel erg tegen. Ze hadden wel computers geschonken maar daarmee was de kous af en op enig hulp hoefde ze niet te rekenen. Weer zo’n goed bedoeld project waar heel veel geld ingestoken wordt en dan niet goed opgevolgd ,doordacht of doorgezet. Jammer, want Tamin zelf zat vol energie en ideeën. (www.everythingexceptthehorn.com)
\r\nNa twee dagen kleppen vond ik het tijd voor een uitje. Moest eigenlijk naar Moshi. Mijn huis accu’s waren nu zo zwak geworden dat ze een nacht stroom levering niet meer trokken met gevolg dat in de ochtend de ijskast half ontdooid was. Moest hier nodig wat aan doen maar vele collega reizigers raden me af om in het weekend in Arusha te zijn. Dan komen alle vrijwilligers die hier werken (en dat zijn er nog al wat, maar daar over later meer) naar het centrum en wordt het een jallen en brallen toestand met veel luide muziek en dronken mensen. Omdat ik van camp Lake Chala gehoord had, 50 km terug, pal aan de grens met Kenia en aan het Chala meer, besloot ik op vrijdag dat te gaan bezoeken. Eenmaal daar aangekomen via een 20 km lange piste bleken ze ook een grote groep vrijwilligers te verwachten. Men had een stoot tenten opgebouwd die 85% van de kleine campsite bezette, er was geen stroom en de prijs was met 10 $ per nacht wat aan de dure kant, dus keerde ik terug naar mijn oude stek bij de Honeybadgers. Daar trof ik weer dezelfde mensen, als ook drie Hollanders op weg naar Zambia. Drie studenten die in 8 weken van Nederland naar Zambia reden. Knappe prestatie, hoewel de lol me een beetje verloren gaat. De studenten waren zonder problemen door Syrië gescheurd wat mij ook weer wat hoop gaf. (www.studentsoverlanding.nl)
.
\r\nEen uitje wilde ik echter blijven doen dus reed ik op zaterdag naar de Chemka springs. Vele hadden er over gehoord maar niemand was er ooit geweest. Het werd ook een avontuur om ze te vinden. Na 2 uur door de bush van Tanzania gereden te hebben moest ik de laatste 5 km begeleid worden door een brommer anders had ik het nooit gevonden. Midden in het dorren landschap, tussen de steden van Moshi en Arusha, dook ineens een oase op. Glashelder kabbelend water overgroeid door grote schaduw gevende bomen bleek dit een paradijsje. Zo’n plekje waarvoor je reis weer een glans krijgt. Er stonden al twee auto’s, een Duitser die me de tip van de locatie had gegeven en een Zwitsers echtpaar dat ook op weg was naar Europa. Spendeerde er het weekend met wat zwemmen, wat kleppen, wat poetsen en wat lezen. Toen bij het vallen van de avond ook nog een Jeroen, Tammi-Lee met haar vriendin er bij kwam was het even druk als op een normale camping. Maar gezellie was het.

\r\nBleef er twee nachtjes slapen en reed toen door naar Arusha. Deze stad is de toeristische hoofdstad van Tanzania en dat was te merken. Druk en chaotisch verkeer. Een continu file in het centrum, maar ook veel winkels, koffie tentjes met westerse producten en lekkernijen. Parkeerde mijn bolide in het Masai Camp, waar ik ook de Duitser (Christiaan) en de Fransen trof. Pakte een dala-dala naar het centrum, liep er wat rond, bezocht o.a. de grote groenten markt en de Shoprite supermarkt.
\r\nMijn doel in Arusha was drievoudig. Ik moest een oplossing zoeken voor mijn falende huis accu’s, wilde olie verversen in versnellingsbak en differentieel bakken en wilde proberen om voor een redelijke prijs de Goro-Goro krater en evt het Serengeti nationaal park te bezoeken. Dat laatste zal niet meevallen want in Tanzania weten ze wat westerse prijzen zijn. De twee bezienswaardigheden met eigen auto bezoeken zou me bijna een $1000 dollar gaan kosten en dat vond ik het toch echt niet waard. Hoe mooi het er misschien ook zou zijn.

\r\nHet accu probleem oplossen ging betekenen dat ik nieuwe moest kopen. De huidige accu’s zijn twee jaar oud en stammen nog uit Argentinië. Het blijft een zwak punt in de energie voorziening. Geloof niet dat het een probleem van mijn auto is, hoor van meerdere dat accu’s twee tot drie jaar mee gaan. Had na een dag zoeken een betrouwbare leverancier gevonden maar helaas gooide EID (het einde van de Ramadan feest) roet in mijn planning. Woensdag en donderdag was alles gesloten, dus moest ik wachten tot vrijdag. Reed daarom op woensdag morgen maar terug naar de mooie plek bij de ‘hotsprings’. Het was er veel drukker dan de afgelopen keer omdat alle moslims zich wilde wassen vanwege hun feest die avond. Had continu mensen om de auto, sommige gingen rustig op een boomstronk zitten om me een paar uur aan te staren. Van enige wil tot communicatie kon ik niets merken en zo gauw de meute wat uitgroeide ging ik maar binnen zitten totdat het weer wat rustiger was. Om 7 uur in de avond waren de meeste weg en kon ik buiten wat koken voor mezelf.

\r\nDe volgende dag herhaalde dit zich. Er kwam nog een busje met blanke vrijwilligers. Meisjes die in Mini bikini de preutse lokale bevolking verkeerde ideeën gaven, twee er van lagen zelfs in een zijarm van het stroompje liefelijke dingen te doen. Ach ja, ook een vorm van hulpverlening vermoed ik.\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nHet heerlijke heldere water met zuigvisjes


\r\n\r\n In de avond toen de meute weg was zat ik na een lekker diner buiten in het donker aan de koffie toen er een auto vlakbij stopte. Ik hoorde twee man uitstappen en die kwamen al snel op me af lopen. Ik stond op het punt in de auto te springen, het was donker, ik was alleen en er kwamen twee vreemde mannen op me af. Maar het bleek mijnheer Mkilaha te zijn. De man was hoofd van het atoom onderzoeks bureau van Tanzania, woonde in de buurt en kwam kijken wie ik was. Aardige man en we keuvelden wat af. Hij was diverse malen in Nederland geweest, had een onderzoeks verbond met de universiteit van Twente. Of ik al souvenirs in Tanzania had gekocht vroeg hij me. Ik melde dat ik wat schilderijen en prullaria uit Dar had, maar meer niet, en dat vond ie vreemd.
\r\nDe volgende ochtend wilde ik vroeg naar Arusha om nieuwe accu’s te kopen. Was ook al vroeg wakker en reed al om half 7 in de ochtend richting stad. Na een kilometer hobbelen kwam ik de care-taker van de hotsprings tegen. In zijn hand had hij twee van riet gevlochten boodschappen tassen. Souvenirs van hier melde hij, en drukte ze in mijn hand. Heel aardig van de man, ik was ontroerd. Gaf hem een pakje sigaretten en reed, nog steeds vroeg, naar Arusha.

\r\n\r\nWas al vroeg bij de accu boer (Exide) en men testte eerst mijn oude accu’s die, zoals verwacht, niet meer voldeden. Ze zette twee nieuwe accu’s aan hun lader en melde dat het vier uur zou duren voor die klaar waren. Wilde dan maar met een minibusje (Dala-Dala) de stad in om wat boodschappen te doen maar eerst even een bakje nemen. Had net koffie gezet en zat van het eerste slokje te genieten toen ik een auto naast me vol gas hoorde geven. Het grind spatte alle kanten uit en prompt schudde mijn auto van de inslag. Die had hem goed geraakt, en een beetje bleek stapte ik uit om te kijken wat er gebeurt was. De man bleek zich vol in mijn achterbumper geboord te hebben. De zijkant van mijn bumper stak door zijn koplamp, door zijn radiator en zo in zijn motorblok. Zijn auto was totaal aan gort, mijn bumper stond een stuk scheef. Nu heb ik sinds Argentinië een tweede achterbumper op mijn normale bumper geplaatst en daar was de sukkel dus vol in gereden. En dat was, voor mij, een geluk bij een ongeluk, anders zou hij wel eens vol op mijn auto hebben kunnen rijden. Nadat met vereende krachten zijn auto van mijn bumper werd afgeduwd kon ik de schade overzien. Viel wel mee eigenlijk, alleen wat rechtbuigen, misschien wat las werk en ik was weer boven Jan. De brokkenmaker was minder gelukkig. Het bleek niet eens zijn auto te zijn maar die van een vrouw. Die had die ochtend een nieuwe accu in haar auto laten plaatsen en had de man opdracht gegeven de auto op te halen. Behalve dat de aap niet kon rijden, had hij ook nog nooit met een automaat gereden waardoor hij vol gas had gegeven. Boem!!.

\r\n


\r\n\r\n

\r\nHij had iets meer schade dan ik


\r\n\r\nEnfin, na veel gepraat (redelijk beschaafd ook nog) werd mijn achterbumper gedemonteerd en meegenomen om een paar uur later weer netjes terug gezet te worden. Men had wat slordig gelast en hadden de bumper er ondersteboven terug opgezet, maar ja, dit is Afrika en ik was al blij dat alles weer recht en vast zat.

\r\nOndertussen waren mijn accu’s vol en bij het plaatsen er van bleken ze 1 cm te groot te zijn. Jezus nu dat weer. Met veel kunst, vlieg en schaaf werk de accu’s iets kleiner gemaakt waarna ze net krap pasten. Moe settelde ik me weer in het Masai kamp, waar ik de Zwitsers, de Duitser Christiaan en een stel Duitsers met Mercedes vrachtwagen trof. Me die laatste drie, ging ik die avond uit eten bij een Chinees restaurant, om de ervaringen van die dag te ver-eten.

\r\nDe volgende dag was het zaterdag en wilde ik proberen of ik olie ververst kon krijgen in de differentieel bakken en versnellingsbak. Had op internet een MAN garage gevonden en die bleek 30 kilometer buiten Arusha te zitten. Had de garage in het voorbijgaan al een gezien maar de naam stond er niet op en van buiten leek het meer een landbouw machine garage. Maar bij aankomst was bleek het een goed runnende garage te zien, ondanks dat ie door een India’er gerund werd. Mijn olie werd snel en vakkundig ververst en de prijs viel ook mee. In de middag was ik weer terug in Arusha en kletste weer uitbundig met de collega reizigers.
\r\nChristiaan gaf me een tip dat er hier Europese gasflessen te vullen waren dus pakte een Dala-Dala naar het centrum met de vrijwel lege gasfles op mijn nek. Bij de plek aangekomen bleek dat ik de fles achter moest laten en pas maandag op kon halen. Na lang zeuren gaven ze me het adres van de gas fabriek en kon ik er direct heen om mijn fles te vullen. Kreeg bijna slaande ruzie met een taxi chauffeur de me te veel wilde bereken en stapte uit en nam een andere. Het was inderdaad ver en de weg slecht maar na drie uur had ik weer een volle fles waarmee ik het waarschijnlijk wel tot Turkije zou kunnen redden.

\r\nAt in de avond bij de Zuid Afrikaanse meiden die heerlijk spaghetti saus hadden gekookt. Zondag spendeerde ik aan schoonmaak en kleine klussen en maandag werd het eindelijk tijd om te vertrekken. Had eigenlijk wel genoeg van Tanzania. Reed eerst langs de ‘Meat King’, een uitstekende slager gerund door Italianen, ook goed voor yoghurt en kaas. Daarna langs de Shoprite, de enige grote supermarkt van Arusha, al hoe wel je er niet te veel van voor moet stellen. Omdat het verkeer in Arusha continu in file vorm verkeerd nam dat best wel wat tijd in beslag en het was al rond het middag uur voor ik Arusha eindelijk verliet.

\r\nDe geplande weg liep zuidelijk om het GoroGoro en het Serengeti nationale park heen. De entree gelden voor deze twee toeristische attracties zijn enorm. Komt nog bij dat er lokalen dorpen ook nog eens forse tol heffingen verlangen waardoor ik zo 1000 dollar kwijt zou zijn om die te zien en door te rijden. Nee dank je, dat is echt overdreven, hoe mooi het misschien ook is. Dan betaal ik liever de ook flinke som van 500 dollar om de Gorilla’s in Rwanda te bezoeken. Helaas was de zuidelijke weg niet helemaal af. Van Babti naar Singida was men hard bezig een nieuwe weg te bouwen (de Chinezen dan, wie anders) dus dat betekende 150 km hobbelen op haastig aangelegde ventwegen van stenen en gaten. Sliep halverwege dat stuk ergens in een veld. Het was moeilijk een lege plek te vinden want zoals veel delen van de binnenlanden van Afrika wonen overal mensen. Geen deel is leeg.

\r\nNa de volgende dag nog een paar uur gehobbeld te hebben begon gloednieuw asfalt en ik was al snel in Singida. Daar rechtsaf over goede wegen dacht ik snel wat kilometers te kunnen maken. Het hobbelen en schudden van de afgelopen 150 km hadden mijn rug geen goed gedaan. Was daar in het weekend met het tillen van een accu goed doorheen gegaan en het was er niet beter op geworden. Bij elke hobbel schoot er een pijnscheut me rug in. Tanden op elkaar en door rijden is dan maar het devies, dus je snapt dat ik erg blij was met strak asfalt.
\r\nIk was nog geen 5 kilometer uit Singida of de Afrikaanse instelling sloeg toe. In veel landen, ook in Tanzania heb je weeg bruggen voor vrachtwagens. Daar wordt gecontroleerd of een vrachtwagen niet te zwaar is. Maar vaak staan daar hele rijen voor en ik rijd er dus altijd vrolijk voorbij. In Singida was het rustig maar ook hier reed ik voorbij aan de weegbrug. Ik ben toch immers een toerist en geen vrachtvervoer. Vrolijk tuffend werd ik 7 km verderop ingehaald door een auto die voor me stopte. Er stapte een militair met Kalasjnikov uit die midden op de weg ging staan en me sommeerde te stoppen. 3 andere belangrijk uitziende heren kwamen ook de auto uit, een ervan vertelde me dat ik niet was gestopt bij de weegbrug. Ze hadden dat vandaar uit gezien en waren me achterna gegaan. Het niet stoppen bij een weegbrug betekend een boete van 2000 US$. Ik moest terug rijden, me laten wegen en de boete van 2000 dollar betalen. Ik lachte wat (en dacht bij mezelf : Niet boos worden!!!) en reed terug naar de weegbrug waar ik me liet wegen. 9 ton, precies wat ik al wist (al hoewel de verhouding voor en achteras wat scheef lag). De boze man had mijn (kopie) kenteken bewijs afgenomen. Ik werd naar het parkeer terrein achter de weegbrug gedirigeerd. Liep vanaf dara naar het kantoor en begon de discussie. Ja maar ik wist dat toch niet, ik ben maar een toerist, jullie hebben zo’n leuk land, bederf dat nou niet, slijm slijm, lik lik. De man bleef volhouden dat ie de 2000 dollar wilde zienen het duurde wel een half uur voor hij ontdooide. Om een lang verhaal kort te maken kwam ik er vanaf door betaling van : 10 sinaasappelen, 20 dropjes, een van de hand gevlochten tassen die ik ene paar dagen eerder had gekregen en 3 euro boete (meer geld heb ik echt niet mijnheer). En ik kon na een verloren uur weer verder.

\r\n\r\n


\r\n\r\n

\r\nDeze had je nog te goed, de blauwbal aap


\r\nDe weg vervolgde zich langs wat saaie droge landschappen. Veel koeien, veel kleinschalige landbouw en veel mensen overal. Vond wederom moeilijk een slaapplek. In een redelijk groot dorp (Kabila) dacht ik slim te zijn en vroeg een paar politie agenten of ik naast hun politie bureau kon staan voor de nacht. NEE was zijn even duidelijke als onsympathieke antwoord. Dus vond maar een ventweg langs de hoofdweg, niet al te ver van Kabila. Het was er echter rumoerig met veel langskomende fietser, koeien, ezels karren en mensen. Om drie uur in de nacht hoorde ineens Duits praten. Blijkbaar een Duitse hulpverlener die op de fiets terug ging naar zijn hut, na een nachtje ‘stappen’ in Kabila.

\r\nIn de ochtend was ik vroeg wakker en onder het afwassen kwam de zon fraai op. Onderwijl vergezeld door voorbij lopende koeien kuddes, die vooruit gedreven werden door fluitsignalen en stokslagen van de koeien drijvers. Tijd om me aan te staren hebben die lui niet, de koeien lopen wel door.
\r\nVolgende dag herhaalde alles zich een beetje qua landschap. Wel werd het, hoe dichter ik bij Rwanda kwam steeds groener. Duidelijk meer water hier en als er een stroompje was zag je links en rechts er van tomaten en aardappelen staan. Stopte ergens voor de lunch en liet , dom als ik ben, mijn deur open tijdens het eten. Je hebt dan onmiddellijk een walm vliegen binnen die er niet meer uit wil, iets wat me in Tanzania al vaker gebeurde. Bij een dorp aangekomen een grote demonstratie die de weg blokkeerde. Ik vermoed dat het een politieke demonstratie was, iedereen droeg grote vlaggen met CUF er op. Omdat ik 20 meter van de meute af stond vond ik het echter wat eng. Heb al eerder dat soort mensen massa’s meegemaakt en die kunnen binnen een seconde omturnen van feestende mensen tot een horde randdebielen die alles kort en klein slaat. Maar van de politie agent mocht ik niet een zijweg in om zo om de horde heen te rijden. Het bleek dat er juist uit die straat een politieke bobo kwam. Met loeiende sirenes en veel machtsvertoon kwam de stoet met auto’s de zijstraat uit waarna ik mijn kans schoon zag en de straat in reed om zo de mensenmassa te omzeilen. Dat lukte prima en ik was al snel weer op weg. Haalde het die dag zowaar tot de grens met Rwanda. Het werd steeds heuvelachtiger en groener en mooier en het was een genot om te rijden.

\r\nHad de laatste 20 kilometer steeds een brommer achter me hangen, die kon ik nog net zien in mijn achteruit rijd camera. Hij bleef steeds recht achter me rijden, kon hem in beide spiegels niet zien. Vond het op een gegeven moment vervelend vinden en stopte langs de weg om hem voorbij te laten. Echter stopte, zo te zien op mijn camera schermpje, de brommer ook achter me. Stapte uit om te gaan kijken, maar er was niets, niemand. Bleek het een vuiltje op mijn camera lens te zijn, haha, weer dom van mij.
.
\r\nDom kan ik wel zijn hoor. Ik wilde in de nacht gaan slapen, het was buiten pikdonker. Maar moest nog even plassen, had echter geen zin om naar buiten te gaan. Opende dus mijn deur en piste naar buiten. Het klaterde wat vaag maar ik weidde dat aan de zandgrond waar ik op stond. In de ochtend bleek dat ik vergeten was mijn trap in te klappen en zelfs mijn crocs binnen te halen, had die nacht dus heerlijk over mijn trap en mijn eigen crocs heen staan zeiken. Ach ka, beetje water en het was weer opgelost.

\r\nWilde eigenlijk Tanzania uit. Had spook verhalen gehoord van mensen die hoge rekeningen voorgeschoteld kregen van wegenbelasting of andere debiele dingen en dat wilde ik even achter me hebben. Het verlaten van Tanzania ging boven verwachting snel en na 15 minuten reed ik dan ook de brug over die de twee landen scheidde. In Rwanda zouden de grens formaliteiten wat langer duren, maar daarover een volgende keer.

\r\nIn grote delen van dit deel van Afrika word Swahili gesproken. Tanzania, Kenya, grote delen van Rwanda en Uganda kan je je verstaanbaar maken met deze taal. Swahili is niet eens zo’n hele moeilijk taal om te leren maar ik heb er te weinig moeite voor gedaan. Ik kan wel hallo en goeiendag zeggen, paar dingen brabbelen maar dan houd het op. Het leuk aan de taal is dat het de taal van de dubbele woorden is. Pole-Pole (Langzaam aan), Pao-Poa (goed), Ku-Ku (kip). Er zijn ook veel bekende termen. Veel van de namen van bijvoorbeeld de film de Lion King zijn termen in Swahili. Even kijken of je dan Swahili begrijpt, eens kijken of je een woord kan raden. Wat betekend ‘Pis-pis’. Stuur me maar een mailtje of laat een berichtje in het gastenboek achter.

\r\n\r\nMijn conclusie over Tanzania is dat ik het daar wel gezien heb. Het is geen onprettig land en zeker met een all-in tour of zo, zijn er leuke dingen te zien. Als individueel reiziger met (grote) auto zijn de toeristische attracties veel en veel te duur. Als je die niet kan (of wil) bezoeken maakt dat het land wat saai. Mensen zijn niet onvriendelijk maar er zit weinig interessants bij.

\r\nWat andere zaken om te onthouden over Tanzania:
\r\nVisakosten 50 US$ voor 1 maand (aan de grens) of drie maanden bij aankomst vliegveld.
\r\nWisselkoers najaar 2011 1 euro is ongeveer 2300 shilling.
\r\nLiter diesel 2000-2100 Shilling
\r\nHalve liter lang houdbare melk 700-800 shilling.
\r\nBord rijst of Sima (van die weeë maïspap) met wat prutjes 1000-3000 shilling\r\nFles bier (0.5 liter) in de winkel 1800 shilling, in restaurant 2500-3500 shilling. Kilimanjaro bier is goed, Safari bier iets smakelijker.\r\nPakje lokale sigaretten 2000 shilling