20111100 – November 2011, Ethiopië

Ethiopië was een land waar ik slechte verhalen over gehoord had, ik was er wat huiverig voor. En dat is ook uitgekomen, het is een erg moeilijk land om te bereizen. Niuet vanwege de weg condities of zo, zelfs niet de temperatuur, maar vanwege de mensen, die veel en aggresief bedelen. Maar Ethiopië heeft veel te zien en is op zich een prachtig land. Deze mix maakte het ieder geval nooit saai.’,’Ethiopië, daar was ik ondertussen een beetje huiverig van geworden. Ik had de grootste horror verhalen gehoord en gelezen. Stenen door je ruiten, irritante agressief bedelende mensen. Vieze drek, kakken op de straat. Een zo’n verhaal kan je bijvoorbeeld vinden op http://www.waarismaas.nl/kenia-en-ethiopie.<br>\r\nEthiopië heeft zijn eigen taal en schrift, iets wat lijkt op Arabische schrift maar het absoluut niet is. Ethiopië heeft ook zijn eigen tijd en datum. Men rekent vanaf 6 uur in de ochtend, dat is dan 0:00 uur voor ze, ook de datum is heel afwijkend van de rest van de wereld. Ethiopië leeft nog in 2004 geloof ik, ze hebben pas hun millennium gevierd. Allemaal erg afwijkend en soms verwarrend. Maar des te spannender natuurlijk. \r\nMaar ja, je moet er door he, dus het zal wel even door bijten worden. Voor dat ik daar aan begin, eerst nog even het enge stuk vanaf de grens, 30 kilometer door niemands land, vol zand, modder en rivier doorgangen, en met een haperende motor.<br><br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2289&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nRoute door Ethiopië</center><br>\r\n\r\nBij het kleine hutje aangekomen wat blijkbaar de grens cq politie post was, in het midden van de zanderige vlakte, werd ik terug gefloten door de politie agent. Hij sprak een beetje Engels en vroeg waar ik naar toe ging. Naar Omrate, antwoorde ik, want daar is de immigratie. Na oeverloos gediscussieer onderling, waar ik natuurlijk niks van begreep, werd me gesommeerd (ja , niet gevraagd) om een gast mee te nemen. Ik begreep niet of dat die een lift wilde naar Omrate, of als politie begeleiding mee moest zodat men zeker wist dat ik naar de immigratie ging, of uit veiligheid overwegingen. In eerste instantie weigerde ik, maar na lang aanhouden van mijnheer agent (het enige deel van de uniform dat hij aan had was een baseball pet met daarop het woord Politie) stemde ik toe. Gezien mijn technische problemen (mijn motor haperde) , het onbekende terrein en de mogelijkheid dat ik mezelf in de modder vast zou rijden, deden me toch toestemmen. Wellicht wel handig als ik een lokaal bij me had, zodat hij kon duwen haha.<br>\r\nHet zandpad vervolgde zijn weg en hele stukken waren modder of zacht zand. Mijn motor stond in de high-gearing stand en zou gauw het er enigszins riskant uit zak zorgde ik dat ik veel toeren maakte om door de moeilijke plekken heen te ploegen. Juist dan, bij het maken van hoge toeren bleef de motor sputteren. Ik was er echt niet gerust op maar moest door. Had al diesel tank omgeschakeld, wellicht had ik slechte diesel in een tank, maar er was geen verschil. Het was duidelijk dat het pad elk seizoen anders was. Het past zich aan naar de omstandigheden en soms zag ik sporen drie verschillende kanten oplopen. Niet dat de mijnheer naast me erg hulpvaardig was, maar ik vond mijn weg toch wel. Bij het eerste Ethiopische dorpje stond een slagboom, ik zag echter sporen links het zand in rijden om de slagboom heen, dat was een koekie. Daarna kwam een wat enge rivier doorgang. Er stond niet echt veel water in de rivier maar er is maar weinig nodig om het zand zacht te maken dus met volle toeren en sputterende motor haalde ik de overkant. Daarna weer een dorpje. Hier moest ik stoppen en mijn ‘bijrijder’ ging in discussie met een lokaal. Dat duurde een paar minuten en de stromen met naakte kindertjes, oude vrouwen en andere nieuwsgierigen werd snel groter. Begon maar langzaam weg te rijden, skajie moest zijn gesprek maar een andere keer doen. Na dorp 2 kwam de echte rivier doorwading. Het water stond enkel hoog, maar de rivier was breed. Ik zag diverse auto sporen de rivier in lopen maar aan de overkant kon ik niet goed zien waar ik er uit moest. Pakte het verste spoor wat ik zag, kneep de billen dicht, deed een schiet gebedje naar diverse goden en gaf gas. Het zand bleek harder dan ik vermoede en ik was al snel aan de overkant. Daar wachtte een modder partij van jewelste en met sputterende motor ploegde ik me daar ook doorheen. De modder spatte in het rond en in no time zaten mijn spiegels vol met modder plakken, net zoals de rest van de auto trouwens. Opgelucht haalde ik de andere kant van de rivier en volgde het zanderige spoor verder naar de hoofdweg tussen Turmin en Omrate. Zonder verder grote problemen haalde ik die. Het bleek een redelijke gravel weg te zijn, verhoogd en wel, dus ook in regentijd begaanbaar. Sloeg links af naar Omrate (terwijl mijn doel, Turmin, rechtsaf was). Eenmaal in Omrate vond ik al snel de immigratie post en mijn passagier stapte uit zonder ook maar wat te zeggen en verdween. Gelukkig maar, want het zou ook zo kunnen zijn dat er geld verlangd wordt vanwege de begeleiding.<br><br>\r\nDe man bij de immigratie post was erg vriendelijk en mijn paspoort was al snel voorzien van een enorme stempel. Het carnet (de auto papieren) konden hier niet gestempeld worden, ik zou het in Ethiopië zonder moeten doen. Dat zou bij het uit gaan wel weer problemen opleveren maar die zijn te overzien.<br>\r\nOmrate is een schijt oord aan het drie landen punt Zuid-Sudan-Kenia-Ethiopië en stelt niet veel voor. Paar gebouwen en wat schaarse winkeltjes, veel rondhangende mensen. Het schijnt dat Noord-Korea hier in het verleden is begonnen met een landbouw project. Hier stroomt namelijk de Omrate rivier en er is dus genoeg water. Via irrigatie projecten wilde men hier grootschalig landbouw op zetten. Echter trokken de Koreanen zich plots terug. Ze lieten een half project achter en een heleboel lokalen die er werkten en hoopte op werk in de nabije toekomst. Die mensen wonen er nu dus nog steeds, zonder eng zicht op werk of wat anders. Rondhangen dus maar, wat moet je anders.<br>\r\nKeerde terug over de gravelweg richting Turmin. Die weg bleek best redelijk en ik kon met 60-70 km per uur over de piste stuiven. Prettig. Landschap was vlak met dorren stekel bosjes. Af en toe zag je een paar kuddes tussen de bosjes maar verder was het verstoken van mensen. De motor bleef af en toe sputteren en ik probeerde maar om Turmin te bereiken, daar had ik ieder geval kans op hulp mocht dat nodig zijn. Om een uur of twee was ik al in Turmin. Bij het eerste de beste Hotel zag ik bekende auto’s staan. Richard&Richard en Bratt&Mary zaten uitgebreid aan een lunch van iets vaags. Ik zat nog vol met adrenaline van de rit en besloot niet mee te eten. De beste slaapplaats was de Mango Camp, 3 km verderop. Ook hadden ze een tour geboekt naar een ceremonie van een van de lokale stammen. Ik had daar niet echt zin in, wilde liever mijn motor probleem oplossen maar het was een eenmalige ceremonie (zei men) en zou spectaculair moeten zijn. Dat kon ik natuurlijk niet missen en we spraken af dat ze me op zouden halen op de Mango campsite en ik met hun mee kon liften. <br><br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2238&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nDe Hamar stam</center><br>\r\n\r\nDit deel van Ethiopië wordt ook nog wel het onontdekte deel van Afrika genoemd. Zelfs in Ethiopië heet dit deel de ‘provincie van de verenigde volkeren’, om aan te geven dat het aantal stammen hier enorm is, elk met zijn eigen tradities, kleding en gebruiken. Toerisme was hier tot voor kort onbekend. Ook al omdat de wegen in dit gebied onbegaanbaar waren. Daar is een tiental jaren geleden verandering in gekomen. Mocht men hier, als toerist, toen nog niet eens komen, na het aanleggen van betere gravel wegen is er heel veel verandert. Er komen hier heel veel georganiseerde tours. Vanaf Addis komen hele kolonnes met toeristen in jeeps voorbij suizen en de stammen, vooral de wat spectaculaire, hebben daar handig gebruik van gemaakt. De Hamar, zoals de stam hier rond Turmin heet, staat bekend om zijn mooie lichaam versieringen en, om het zogenaamde stier-springen. Dit is een jaarlijkse ceremonie waar de man een vrouw zoekt. Soort van boer-zoekt-vrouw op z’n Afrikaans. En die ceremonie vond die dag plaats (toevallig hé). Geladen met mijn camera’s werd ik opgehaald en reden we zo’n vijf kilometer door de bush bush naar een rivier bedding. Daar stonden zo’n 50 vrouwen ritueel te dansen. Zeer mooi uitgedost met in rode klei gedrenkte dreads, geiten velletje om het onderlijf, rug bloot en partijen bellen aan de benen. Soms met decoratief geschilderde gezichten. \r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2220&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nDansen en toeteren met z’n allen</center><br>\r\n\r\n\r\n\r\nMet een soort toetertje in de hand werd er in rondjes gedanst, onderwijl monotone geluidjes blazend op hun toetertje. Het hele spektakel werd afgemaakt door de mannen, die de vrouwen af en toe eens flink met een tak over de rug sloegen. Vel vrouwen hadden bloederige ruggen van de geselingen. Dit alles hoort echter bij de traditie en de vrouwen laten het toe, sterker zelfs, sommige vroegen gewoon om meer. De mannen lieten zich verder niet zo zien, de vrouwen bleven maar dansen en toeteren in de felle zon. <br>\r\n\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2226&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nGezicht beschilderingen, wat een plaatje</center><br>\r\n\r\nHet hele spektakel was adem benemend, maar veel variatie zat er niet in. Ook waren er drommen met toeristen op af gekomen. Om het geheel te mogen zien moet je 20$ p.p. betalen en nog eens 300 Birr voor een gids betalen per groep. Beetje gokkend waren er toch wel 75 toeristen, entree alleen leverde de stam 1500 US$ op, een godsvermogen. Ik vermoede dat de ceremonie speciaal voor toeristen gehouden word, en niet eens per jaar maar elke weer of misschien wel een paar keer per week. Tel uit je winst. <br>\r\n\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2232&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nFraai uitgedost</center><br>\r\n\r\nHet vervolg van de ceremonie liet op zich wachten, geen idee waarom. Na drie uur wachten werd de hele troep van toeristen en stamleden naar een plek 2 km verderop geloodst. Daar stond een kudde stieren op een open plek tussen de bosjes. Een van de mannen, diegene die een vrouw wilt, moet hier dus over stieren springen. De open plek was eigenlijk veel te klein om alle mensen te herbergen, de toeristen duwde en trok om de beste plek natuurlijk. Na wederom erg lang wachten (blijkbaar werden er nog wat goden geraadpleegd) werden er 6 stieren naast elkaar gezet (en vast gehouden) en kwam er plots een hele naakte zwarte man die in een flits over de ruggen van de stieren liep naar de andere kant. Dit herhaalde hij nog eens 3 keer. Binnen 60 seconde was de hele ceremonie over en werden de toeristen gesommeerd op te rotten. Beetje anti climax van dit feest maar goed, het blijft Ethiopië.<br><br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2241&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nRuggen werden gegeseld, tot het bloede</center><br>\r\n\r\nNa een gezellige avond met Brat&Mary en Richard&Richard begon ik de volgende dag vroeg aan het onderzoeken van mijn motor probleem. Als eerste haalde ik mijn diesel voor-filter (separ filter) maar eens uit elkaar. Ik doet dat niet graag want het terugzetten er van en vooral het ontluchten van de diesel leidingen is een vervelende aangelegenheid. Na het uit elkaar halen was het probleem snel gevonden. Het filter zat verstopt met vieze drek. Weer een les om nooit zonder dat filter te rijden want als die drek in je systeem komt heb je grotere problemen. Het terug zetten en ontluchten bleek ook nu weer een hopeloze zaak. Richard hielp me en na 3 uur pompen zat er nog steeds lucht in de leidingen. Dan is er maar een oplossing, de diesel invoer boven op de motor loshalen en starten, in de hoop dat zo de lucht uit de leidingen worden geperst. Had daar ooit in Zuid-Afrika succes mee, nu ging het minder. Richard startte de motor terwijl ik boven op het motorblok de leidingen in de gaten hield, om, zo snel er diesel zonder lucht uit kwam, de invoer leiding vast te draaien. Vervelende is dat de diesel er dan ook uit spuit met grote kracht. Na een aantal pogingen zat de diesel overal. \r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2223&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nSleutelen aan de auto</center><br>\r\n\r\nOver de motor, maar erger, over mij. In mijn ogen, in mijn oren, vrijwel tot in de naad was ik doordrenkt van de diesel. Vanwege het gevaar van het leeg starten van de accu besloot ik toch maar de separ filter uit het circuit te halen om te kijken of de boel zo wel werkte. De motor startte nu snel zodat ik het probleem duidelijk was, er was iets met de separ filter. Besloot om dan toch maar zonder filter tot Addis Ababa te rijden, immers zou ik daar evt hulp kunnen krijgen. <br><br.\r\nDe volgende dag vervolgde ik mijn weg alleen. R&R en B&m waren de vorige dag al in de middag vertrokken. Er zijn twee wegen naar Konso, het volgende stadje. Ik besloot de noordelijke route te nemen. Achteraf een foute beslissing misschien, want men was de weg aan het upgraden en ik moest de eerste 80 km naast de weg rijden, een fonkelnieuwe gravelweg naast me. De weg was al zo lang klaar dat er al gras op groeide en ik snapte niet waarom men hem niet vrij gaf.<br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2244&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nGieren doen zich tegeoed aan een lekker maaltje, het zijn net pirañas</center><br>\r\n\r\nEenmaal bij Key After aangekomen draaide ik met een zucht een fonkelnieuwe asfalt weg op. Mijn eerste asfalt in een week. Wat reed dat lekker. De mooie weg donderde plots van 1600 meter naar 600, in een tijdsbestek van een paar kilometer. Schitterende weg, schitterende vergezichten, tsjonge jonge, wat is Ethiopië mooi. Rijdend door deze Omor vallei vol met prachtige velden en akkerbouw was echt uniek. Na 30 kilometer door deze vallei steeg de weg weer terug naar 1600 meter, wederom zo mooi. Alleen vond ik dat de wijzer van mijn diesel tank wel erg snel naar beneden ging en toen ik bij een pauze eens goed keek, zag ik diesel druppels onder het motor blok hangen. Gadver pielekes, toch iets niet goed gedaan de dag er voor. Zat maar een ding op, op een rustig plekje de auto parkeren en de cabine kiepen. Daar bleek dat ik de leiding van cilinder 6 niet goed had dicht gedraaid (of was losgetrild) en er spoot een straaltje diesel uit. Dat was snel hersteld. Uiteraard kreeg ik bezoek. Eerst van een klein naakte ventje van een jaar of 4, daarna zijn zus van een paar jaar ouder en als laatste grote broer van een jaar of 15. Wat een scheetjes, ze vroegen nergens om en grote broer gaf zonder het te vragen het juiste gereedschap aan, hielp zelfs met het terug kiepen van de cabine. Ik oiet wat kleding, waterflessen achter voor ze en vervolgde mijn weg door dit magnifieke Ethiopië. <br><br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2247&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nEthiopië is echt mooi</center><br>\r\n\r\nDeel van de horror verhalen die ik van te voren te horen had gekregen waren wel warr. Langs en op de weg stonden talloze mensen, allemaal met de hand omhoog. Kinderen zwaaide uitbundig, als je dan terug zwaaide veranderde het gebaar in een geld gevraag. Heel veel kinderen deden gekke dingen voor je langs kwam, in de hoop dat je zou stoppen om wat te geven. Handstand midden op de weg, rare voodoo dansjes, alles wordt uit de kast gehaald om je aandacht te trekken. Schelle kreten galmde je cabine binnen. YOU YOU !! was favoriet, gevolgd door HIGHLAND. Dat betekend fles. Men heeft graag een plastic fles om water of drank in te vervoeren. Vaak ook werd er drink gebaren gemaakt, om te laten zien dat men dorst had. Een van de kids pakte, toen ik langzaam een berg iop tufde en niet wilde stoppen voor zijn rare dansje, een steen op. Ik stopte onmiddellijk, schoot mijn deur uit en joeg de bengel 500 meter de berg af. <br>\r\nIn Konso begon de civilisatie weer enigszins. Ethiopische civilisatie dan. Wilde tanken, dit was de eerste mogelijkheid in Ethiopië. De prijs was 17,08 Birr per liter (een Euro is 24 Birr). Maar al snel begon een onduidelijk persoon me te vertellen dat de generator aan stond en ik 1 Birr per liter extra moest betalen. Merkte duidelijk dat dit een scam was. De gast hoorde helemaal niet bij het benzine station en dacht zo snel wat geld te verdienen. Kapte onmiddellijk de slang af en melde dat ik geen diesel wilde op deze manier. Maar er lag al 20 liter in de tank en ik ontkwam niet om daarom 20 Birr extra te betalen. Op zich geen groot bedrag natuurlijk, maar ik houd er niet van belazerd te worden. Vond een slaapplek bij een nog in aanbouw zijnde resort boven op de berg. Machtig uitzicht en lekker rustig.<br>\r\nVolgende dag reed ik door naar Arba Minch. Het was niet zo heel ver maar de weg was deels slechte piste. Wederom mooie omgeving, nu wat vlakker dan de voorgaande dagen. Baande me de hele dag weer een weg tussen de schreeuwende en bedelende kinderen en kon stenen gooien vermijden door als maar te lachen en zwaaien. Na verloop van tijd wordt dat wel irritant maar ja. Toen ik moest remmen voor vee (de 3476e keer) stond er een man te liften. Ik wilde hem in eerste instantie mee nemen, hij moest 10 km verderop naar een dorp. Maar toen hij de bosjes in dook om zijn spullen te pakken had ie een groot geweer er bij. Sorry, mijn auto is wapen vrij, zoek maar een andere lift. <br>\r\nArba Minch bleek een redelijk stadje te zijn, gesitueerd boven op een berg. Dat vinden ze hier in Ethiopië blijkbaar leuk want ik vond meer van dat soort dorpen en steden. Vond er het Bekele Mola hotel, boven op de berg met schitterend uitzicht over de omgeving. Maar voor ik er mijn auto parkeerde (het was nog vroeg) reed ik het dorp in om te kijken wat er te halen of te zien viel. Dat was niet zo veel en ik scoorde alleen diesel voor de normale prijs. Wilde de volgende dag wel wat rondkijken en toen ik mijn auto in de stad parkeerde werd ik onmiddellijk belaagd door allerlei bedelaars. Van gehandicapte tot drommen kinderen. Schudde ze af en liep wat rond. Deed een snel internet bezoekje om Nederland op de hoogte te stellen van mijn veilig zijn. At voor het eerst Ethiopisch voedsel. Men eet hier enorme soorten ‘pannenkoeken’, bijna een meter in doorsnee, genaamd Injera. Ze zijn gemaakt van gefermenteerd tef — meel, iets wat je alleen in dit land ziet. De ‘pannenkoeken’ zijn week en zurig en niet echt smakelijk. Op deze enorme lap worden dan de lokale specialiteiten gelegd. Meestal wat vlees, wat groente en wat vage (soms hele hete) smurries. Die hoor je dan met delen van de pannenkoek op te pakken en met de hand naar binnen te werken. Moet zeggen dat de zaken die op de pannenkoek liggen meestal smakelijk zijn. Jammer van dat zure ding er onder. Voor tussen de 1 en 2 euro eet je zo wel genoeg voor een flink aantal uurtjes. <br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2168&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nMijn nieuwe vriendinnen roken een beetje vreemd</center><br>\r\n\r\nOmdat het al begin middag was besloot ik nog maar een nachtje in Arba Minch te blijven, het stadje straalde wel wat uit. Veel terrasjes met koffie drinkende mensen, het deed al wat Arabisch aan. Koffie drinken nemen ze serieus hier in Ethiopië ze hebben er zelfs een koffie ceremonie voor. Liep nog wat over de lokale markt maar ontdekte niks interessants en op de terugweg naar mijn Hotel/Camping zag ik een auto wasserij. Na wat onderhandelen ging men aan de slag. Mijn auto zag er niet uit, dikke klonten modder waren overal vastgekoekt. Drie uur waste en poetste men, zelfs onder de auto werd goed geboend. Blij met mijn stralende witte auto en 8 euro armer reed ik in mijn verse bolide naar mijn slaapplek.<br>\r\nIn de ochtend was het 13 graden, ongekend koud. Door naar het noorden richting Addis Ababa werd de weg steeds beter. Bij Sodo begon glad nieuw asfalt, maar zoals op de meeste delen van de wegen die ik tot nu toe heb gereden waren de wegen af, maar moest men nog nadenken over bruggen. Zo gauw er een rivier was, was het asfalt op en hobbelde je naar benee, door de bedding heen en weer naar boven aan de andere kant. Heel apart. Er werd ook niet aan gewerkt, blijkbaar was de bruggen ingenieur met het geld er vandoor of zo. Buiten dat prima weggetje. Wilde kijken of ik het Langano meer kon halen maar het was al weer vrij laat. Eenmaal bij Shashemene aangekomen draaide ik de hoofdweg naar Addis op. Maar omdat ik ten noorden niks aan kampeerplaatsen zag, draaide ik zuidwaarts naar Awassa. Daar had ik info over een camping. Het bleek een geinig durpske te zijn en na nogal wat zoeken vond ik de camping. Toen ik aanklopte op de poort werd me gemeld dat de camping al drie jaar gesloten was. Oops, ik had dus oude info. Dit Adenium guesthouse is eigendom van een Duitse vrouw, die er ook niet was, maar haar Ethiopische man, die lui aan het chat kauwen was, stond me met groen tanden vol chad-smurrie te woord en was zo vriendelijk me toch in hun tuin te laten parkeren voor de nacht. Het was een foute keuze achteraf. Niet dat de tuin slecht was, maar drie huizen verderop was een kerk en men was blijkbaar bezig met een duivels uitdrijving of zo. Zo klonk het ieder geval, uiteraard alles via luidsprekers. De man preekte luid, agressief en snel, als hij moe was nam een vrouw het over die nog agressiever klonk. Dat ging to in de late uurtjes door. Maar ik was toch blij met mijn slaapplekkie, want wild kamperen is tot nu toe onmogelijk gebleken.<br>\r\nOver Chad gesproken, dat word hier verkocht als een soort bloemen handel. Het zijn takken met bladeren. Men stopt een paar bladeren in de mond en begint als een koe te malen. Onderwijl lui onderuit hangend uiteraard. Niet alleen volwassen maar ook kleine kinderen zag ik met bekken vol groene smurrie lopen, als koeien herkauwend op de narcotica. Waarschijnlijk de ouderwetse manier op je kind rustig te houden, de game-boy heeft hier zijn intrede nog niet gedaan.<br>\r\nVervolgde de volgende dag al vroeg noordwaarts. Moest weer door Shashemene heen. Had al in mijn boek gelezen dat dat een hele onaangename stad was, en dat bleek ook wel. Parkeerde in het centrum om wat eieren te kopen en werd onmiddellijk belaagd door agressief bedelende jongemannen. Men zat ook gelijk aan de auto, voelde aan alle sloten, de sfeer was gespannen. Een van de eikels riep agressief “Give me money now’ en toen ik hem duidelijk maakte dat die kans nihil was riep hij hard dat ik een Motherfucker was. Wilde nog melden dat ik tenminste een moeder had maar liet het maar gaan. Hij sloeg agressief op mijn auto en ging op 20 meter afstand luid staan schelden. Maakte maar dat ik weg kwam, er kwamen steeds meer mensen bij en ik voelde me niet echt veilig. Na een paar uur rijden vond ik aan het Langano meer de Karkaro Beach resort. Dat klinkt vet. Maar het stelde niks voor. Wat hutjes die je kon huren, er was verder geen water (ja uit het meer, vies uitziend bruin water) restaurant of bar. Maar, je kon wel heerlijk aan het meer kamperen en dat was ideaal. En wat een rust. Plante mijn auto onder een stekelboom 10 meter van het water en genoot. <br>\r\nHet meer is bruin en vies, maar dat zou komen door de mineralen die in het water zitten. Je kan er gewoon zwemmen, een van de weinige meren zonder enge ziektes of krokodillen. <br>\r\nDe volgende dag ontmoete ik Iris en Wolfgang. Twee overlanders op weg naar het zuiden (www.wegaufzeit.de) en we spraken af die avond in het dure resort iets verder op te gaan eten. Deed een wasje in het bruine water en spoelde na met schoon eigen water. Las wat over Ethiopië en at die avond heel gezellig een prima avond eten in het dure resort. Echt, ik was onder de indruk van de kwaliteit, en het gezelschap van het Duitse echtpaar was erg aangenaam. Uiteraard een hoop ervaringen en tips uitwisselen, zoals altijd als overlanders elkaar tegen komen. <br>\r\nHad me mooi in de dag vergist. Wilde op zondag Addis in gaan rijden maar toen ik de volgende ochtend de motor startte, bleek het maandag te zijn. Nouja, toch maar richting Addis gereden. Hoe dichter ik bij deze hoofdstad kwam hoe drukker het werd, één grote rij met vrachtwagens. Vond zonder al te veel problemen Wim’s Holland House, een ontmoetingsplek voor overlanders waar ik veel van had gehoord. (www.wimshollandhouseaddis.nl) En zoals zo vaak als je hoge verwachtingen hebt, valt het wat tegen. Wim zelf was net naar Holland vertrokken voor medische redenen. Zijn personeel wat achter bleef was….mmmm… hoe zeg ik dat netjes? Iets over de kat en de muizen en de tafel misschien? Iedereen super aardig hoor, maar als de baas er niet is, lopen de zaken toch wat minder vloeiend heb ik het idee. Hoe dan ook, ik paste niet op de kampeerplaats die ze hadden en moest naast het café staan. Op zich niet erg maar er was geen water, geen internet. Wat er wel was, en dat maakte weer veel goed: Kroketten en bitterballen. Saté en nasi Goreng. En tap bier. (www.wimshollandhouseaddis.nl) <br>\r\nKreeg informatie dat een Duitser op een BMW motor, die ik ontmoete in Nairobi, en die de Moyale route naar Kenia had genomen, daar beroofd was van al zijn bezittingen. Die Turkana route was dus duidelijk een goede keuze gewest. <br>\r\nOntmoete Bij Wim’s o.a. Ron, een Nederlander die heel wat van de wereld had gezien. Hij had in Addis een soort aannemers bedrijf en deed veel technisch werk voor bedrijven en ambassades en zo. Hele aardige man vol met informatie. Ik moest nog steeds mijn separ-diesel filter probleem oplossen. Hij kwam daar met een goede tip over, net als zeer nuttige info over Addis. Er waren nog wat andere overlanders. Bart, een Nederlandse motor rijder, op weg naar Egypte. Na een dag kwam Richard&Richard er bij, waarmee ik samen de Turkana route vanuit Kenia had gereden en die ik ook al in Tanzania tegen was gekomen. Ook waren Richard en Pamela in Addis. Die ken ik al wat langer, ook door gewinterde reizigers die erg vermakelijke verhalen op hun website schrijven (www.enkeltjebangkok.nl) . Behalve dat zijn het nog eens erg sympathieke mensen en hullie hebben het plan opgevat om een hotel annex hotelschool in Addis Ababa te gaan beginnen. Geen makkelijke onderneming, ze waren dan ook hier om te proberen beweging in hun plannen te krijgen. Enfin, met zoveel reizigers samen weet je wat er gebeurt, er wordt gekletst en wat gedronken en gegeten en van al dat kletsen krijg je weer honger, enfin, ik spendeerde erg veel tijd met sociale activiteiten. Uiteraard vergezeld door de nodige bitterballen, sate’s en hier en daar een biertje. Mocht je ooit in Addis zijn, sla dan zeker niet het restaurant La Gare Buffet over. Perfect eten tegen een hele schappelijke prijs. Je moet de rode lampjes en de TL balken maar even freudiaans vergeten. <br>\r\nAnyway, spendeerde 5 dagen in Addis. Repareerde mijn Separ filter, bezocht de Mercedes garage om info over mijn versnellingsbak te krijgen die al een poosje niet soepel loopt. Bracht een bezoek aan de, vermeende , grootste markt van Afrika, de Mercato. Liep wat rond, dacht wat na, deed nog een biertje met ballen, de tijd vloog. Op zaterdag vond ik het echt hoog tijd weer wat te gaan rijden. Pakte de biezen en reed richting Lalibella, dat in het noorden van Ethiopië ligt. Via een schitterende weg reed ik noordwaarts, wederom prachtige vergezichten, groene bergen en heuvels, kleine dorpjes. Overla werd weer flink gebedeld langs de weg en er was eigenlijk geen een plekje om eens lekker te stoppen. Zo gauw ik de motor uit deed stond er een horde van mensen om me heen, de meeste met de hand omhoog. Soms op een erg agressieve manier. Maar de mooie natuur maakte dat allemaal goed. Scoorde een lokaal petje langs de kant van de weg en dacht niet de onderscheiden te zijn van een lokaal. Helaas, niets was minder waar. Zou het mijn auto zijn geweest?<br>\r\n\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2217&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nEen gehaakt petje, is ie niet mooi?</center><br>\r\n\r\nVeel verkeer is er overigens niet op deze weg, trouwens in heel Ethiopië niet, buiten de grote steden om. Omdat ik ook geen Hotel met parkeerplaats kon vinden, of een camping (dat kennen ze al helemaal niet hier), besloot ik door te rijden tot het bijna donker was en dan langs de weg te parkeren voor de nacht. Dat lukte wonderbaarlijk goed, maar ik zat net aan het eten toen er natuurlijk een of andere vage gast langs kwam lopen. Ik scheen mijn zaklantaarn over hun heen en zwaaide uitbundig, onderwijl Salaam Salaam roepende (hallo hallo). Tevreden liepen ze verder. Blijkbaar hadden ze, toen ze eenmaal in hun dorp waren, de politie ingelicht want een uur later komt er een auto met daarin een agent (in burger) en 2 lokalen met geweren aanrijden. Het was hier veel te gevaarlijk om te staan, het zit hier vol met dieven en moordenaars, ik moest echt mee komen.Tja, weinig keus. De agent wees me een plek, 500 meter verder en verklaarde dood leuk dat de twee mannen met geweren (mini Ethiopiërs waren het) mij de hele nacht zouden bewaken. De twee helden, gekleed in enkel een korte broek, -shirt en een deken zouden me van alle demonen verlossen verzekerde oom agent me. Mijn tegensputellen gingen in de wind op en oom agent verdween met zijn auto, de twee binken van wel 1,50 hoog en doorsnee grasspriet, achterlatend. De twee binken hadden duidelijk een andere mening dan oom agent. In plaats me van alle demonen te verlossen, begonnen ze onmiddellijk te zeuren dat ze het koud hadden, dat ze honger hadden, dorst, en last van een lege portemonnee. Dat ze het koud hadden, kon ik me voorstellen en ik keek eens in mijn kast en zag nog een flanellen shirt waarvan ik er twee had. Dat werd onmiddellijk uit mijn hand gegraaid, van onder, boven, binnen en buiten bekeken, aan de kant gegooid en men ging door met zeuren. Nu moet ik eerlijk zijn, ik stond op 2500 meter hoogte en het was koud in de nacht, maar ik had niet om deze , mijn inzien, onnodige bewaking gevraagd. Was al dat gezeur snel zat, melde dat ik ging slapen en deed de deur dicht en de trap omhoog. Na een aflevering van de X-files probeerde ik te slapen maar mijn twee bodyguards hadden daar een andere mening over. Waarschijnlijk zoiets van: Wij koud, jij niet slapen. Dus praten ze luidkeels, lachte raar en hard en dat alles uiteraard 1 meter van mijn bed vandaan. <br>\r\nDe volgende morgen werd ik brak wakker. Mijn twee nachtwakers zaten nog steeds op dezelfde plek alleen was er geen geweer meer in zicht. Apart. Hield stijf de deuren en ramen dicht onder het ontbijt. Maar ja, op een gegeven moment moet je toch naar buiten. Drie seconde later stonden ze al naast me. We hebben dorst. We hebben honger, en we hebben zeker geld nodig. Dat waren de gebaren die ik onmiddellijk onder me neus kreeg. Dorst, dat kan ik oplossen, en gaf ze een fles water. Honger, dat moesten ze zelf oplossen, en geld wilde ik ze eerlijk gezegd niet geven. Beetje dilemma, want ze werden redelijk agressief. Speciaal voor dit soort gelegenheden heb ik Casper-Geld bij me. De zogenaamde 1000xdank biljetten. Dat zijn namaak 1000 gulden biljetten met mijn foto er op en ipv 1000 gulden staat er 1000xdank. (gemaakt door www.dekleineschaal.nl) Ik startte mijn motor, maakte aanstalten om weg te rijden en drukte een van de bewakers een 1000xdank biljet in zijn hand. Keep the change riep ik, en stoof weg. Voor dat hij in de gaten had wat voor een geld het was, was ik de bocht al om. Probleem opgelost.<br>\r\nSommige zullen denken, dat is toch niet eerlijk. En gedeeltelijk is dat ook wel zo, maar ik had hier niet om gevraagd. Het werd me opgedrongen en die jongens waren ook nog eens erg onvriendelijk en zeurderig. En ze hebben een mooi shirt van me gehad, moeten ze dat maar verkopen.<br>\r\nDoor naar het noorden bleef de weg een plaatje met dan weer enorme vergezichten over akkers en velden, dan weer bergpasjes, alles afgewisseld met valleien vol met dorpjes en mensen. \r\n\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2250&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nDe vergezichten bleven mooi</center><br>\r\n\r\nDe weg was wel 100 BPK en in de buurt van dorpjes wel 400 MPK (dit speciaal voor Richard en Pamela). De afkortingen lijken me duidelijk, maar voor de niet kenners : BPK= beesten op de weg per km en MPK=mensen op de weg per km. Alle beesten lopen midden op de weg en als je geluk hebt probeert de hoeder de beesten de weg af te krijgen voor je er aan komt. Meestal lukt dat niet en moet je je tussen de koeien, schapen en ezels heen duwen, claxon op vol. Dit houdt heel erg op want om de paar honderd meter lopen er beesten op de weg. In de ochtend is het het ergste, dan lopen de beesten van huis naar de wei, en in de namiddag weer terug, alles natuurlijk op de weg. Dat mensen liever op de weg lopen dan op de stenen zijkanten begrijp ik, immers hebben de meeste geen schoenen en op de blote kakkies loopt asfalt toch wel lekkerder. Soms denk ik wel eens dat ze expres de beesten midden op de weg laten lopen, zodat je moet remmen en ze kunnen zeuren om geld of wat anders. In de buurt van dorpen komen daar nog eens de mensen bij, die van, of naar een dorp lopen. Het lijkt de vierdaagse wel. Iedereen loopt op de weg en je moet ze er echt af toeteren. Vaak gaan ze dan toch pas 1 seconde voor je voorbij komt op zij. Het risico dat je iemand onder je wielen krijgt is hoog, met andere woorden, langzaam rijden. De bussen pakken het handiger aan. Die hebben een luidspreker op het dak van waaruit muziek schalmt, en iedereen weet, als er een bus aan komt, dan ga je op zij want die rijden belachelijk hard en rijden door. <br>\r\nEen Ethiopiër gelooft dat als je vlak voor een auto oversteekt, je je leven verlengt. Dat is, als je het naar de overkant haalt natuurlijk, anders wordt je leven waarschijnlijk heel plots veel korter. <br>\r\nVond het wel opvallend want je ziet echt honderden mensen richting dorp lopen. Als je dan eenmaal bij het dorp aan komt, verwacht je hele meutes maar die vind je dan niet terug. Waar die dan blijven geen idee. En dit herhaalt zich bij elk beetje redelijk dorp, net alsof de mensen eenmaal in het dorp oplossen. Misschien zijn er markten ergens, maar die zijn dan blijkbaar op verborgen plekken. Vage mensen die Ethiopiërs. Hoe verder ik naar het noorden kwam, hoe meer je de Arabische mengeling ziet. Lichtere kleuren bruin, Arabisch haar, andere vormen van gezichten. Zeker niet lelijk dat koffiebruin. <br> \r\nVee is de belangrijkste rijkdom van een familie. Maar er zit geen logica in. Men loopt wat rond met die koeien (of geiten/schapen) maar kan ze niet ten gelde brengen want iedereen heeft koeien. Het is dan misschien wel geld waard, maar niet geld waar je wat mee kan. Zo kan het voorkomen dat een familie 20 koeien heeft, maar geen stuiver om voedsel van te kopen. Dan kan je wel rijk zijn in koeien maar behalve dat ze alles opvreten en onderschijten, kan je er weinig mee. Ja slachten, maar dan is je kapitaal weg. En omdat er zoveel koeien zijn, zal dat niet veel opleveren. Als er nu eens een droogte komt, sterven alle beesten en weg is geld, gevolg, honger en ellende. <br>\r\nDit is de traditionele manier van leven hier en ook vaak de oorzaak van alle ellende. Veel verandering vind er echter niet plaats, de volgende hongersnood laat vooralsnog op zich wachten. Maar voor hoe lang?<br>\r\nAangekomen bij Dessie, dacht ik eens een Ethiopische markt te bezoeken. Maar er was niks boeiends te zien, behalve drommen met mensen. Vond wel een bakkerij met lekkere broodjes en at een heerlijke lunch. Zocht daarna een Hotel of Campsite maar de paar Hotels die er waren hadden geen parkeer gelegenheid. Er was er een die het wel had maar die vroeg 150 Birr om er te mogen parkeren en dat vond ik te veel. Reed dus door richting het Hayk meer, daar stond op mijn kaart een camp site. Daar aangekomen was het inderdaad mogelijk te kamperen, hoewel de prijs bijna hetzelfde was als bij het dure Hotel. Settelde me al snel en genoot van het mooie meer. Het was zondag dus druk. De manager, een zekere Zero, verzekerde me dat het in de avond rustig zou zijn en dat klopte ook. Er kwam nog een Duits stel, Frans en Barbara, op de fiets binnen. Die hadden de bergpassen vanaf Addis met de fiets gedaan en waren op weg naar Cairo. Zeer moedig. In de ochtend waren ze al weer vroeg weg, ik besloot een dagje te blijven.<br>\r\nTijd om Lalibella te gaan bezoeken. Nog wel een paar honderd kilometer verder maar te doen. Reed een zeer steile pas omhoog en daar kwam ik de twee Duitsers weer tegen, zwoegend tegen de steile helling. Na even gevraagd te hebben of alles goed was of dat ze wat nodig hadden, reed ik door. Wilde bij Filbe linksaf naar Lalibella slaan maar de lokalen verzekerde me dat ik beter door kan rijden om 60 km verder links af te slaan. Die 60 km gingen snel, over een fonkel nieuwe asfalt weg, over de toppen van de bergen op 3000 meter. Wederom prachtig, kan het niet vaak genoeg zeggen. <br>\r\nBij Bete Hor begon inderdaad een redelijk goede piste naar Lalibella. De weg donderde bijna 600 meter omlaag en het was wederom prettig rijden. Vlak voor Lalibella weer steil omhoog en plots was daar, om heen heuvelrand heen een uit de kluiten gewassen dorp. Viel me glijk op dat de mensen niet ‘give me’ riepen maar ‘Welcome in Lalibella’. Na wat zoeken, en met behulp van een klein jochie, vond ik het Mountain View Hotel. Gelegen op een berg punt mocht ik daar kamperen. Fabuleus uitzicht. Besloot die avond in het restaurant te eten, ik was wederom verbaasd over de kwaliteit. Voor 120 Birr (5 euro) kreeg ik een perfect 3 gangen diner, en had er nog gratis wifi bij ook. Wat wilt een mens nog meer. Sliep heerlijk op de bijna 3000 meter hoge kampeerplaats, met uitzicht op de vallei benee en de bergen achter me.<br>\r\nWat is er te zien in Lalibella vraag je je af. Het oord ligt immers verscholen hoog in de bergen van Ethiopië, ver weg van alles. Het is pas sinds kort dat er een weg naar toe is die in alle seizoenen begaanbaar is. En toch komen er veel mensen. En dat komt omdat er hoog in die bergen een 1000 jaar geleden de dan heersende koning een stel kerken heeft laten bouwen die uniek zijn. Ik zal je de hele geschiedenis les besparen, die kan je vast ergens op internet wel vinden maar in het kort komt het er op neer dat vanwege de oprukkende moslim machten deze koning een soort tweede Jerusalem wilde bouwen zodat de christenen niet helemaal daar heen hoefde te reizen op bedevaart, maar dit in eigen land konden doen. En om deze kerken geheim te houden en te verbergen heeft hij ze laten hakken uit rots, in de grond. Met andere woorden, men hakte een sleuf van 15 meter diep, in het vierkant. In het midden stond dan de over gebleven, los staande rots, waar men een kerk uit hakte. Denk niet aan een kleine rots woninkjes, maar grote, soms fraai gedecoreerde kerken. Daar zijn later nog meer van dit soort bouwwerken bijgekomen, de meeste verbonden door ondergronds gehakte gangen. En zo is er in de loop der tijd (men beweert in slechts 34 jaar, 14000 man werkte er aan) een tros van gebouwen uit de rotsen gehakt die onvoorstelbaar zijn. De kerken zitten vol met symboliek en verwijzingen naar apostelen, De Vader, de Zoon en de Heilige geest, maar ook invloeden uit India, Griekenland en Rome zijn verwerkt in sommige van de versierselen. Het geheel is door Unesco beschermd. De kerken zijn gewoon actief, er worden missen opgedragen en met Ethiopische kerst komt half het land hier ter bedevaart. <br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2268&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nEen van de fraaie uitgehakte kerken van boven af</center><br>\r\n\r\nTja, al dat soort pracht, praal en historie, dat moest ik natuurlijk zien. Ik besloot er de eerste dag zelf rond te gaan lopen, om de tweede dag het dunnetjes over te doen, maar dan met een gids. Na het kopen van een toegang kaartje, dat 4 dagen geldig is, liep ik naar de eerst groep met kerken. Het is moeilijk ze te beschrijven, dus zal dat ook niet uitvoerig doen. Zal wat foto’s plaatsen zodat je een idee krijgt. Sommige van die kerken zijn erg mooi, anders vallen wel mee. Veel is verbonden door in de rots gehakte nauwe doorgangen, geheime gangen en sleuven en het geheel is een wirwar van doorgangen. Knap staaltje werk. Ging die dag de kerken niet in. Je moet immers je schoenen uit doen in de kerk. Maar alle kerken zijn van binnen met rode vieze vloerkleden belegd en het schijnt dat daar nogal wat vlooien in leven, wachtend op heerlijk toeristen sokken. Omdat ik daar geen maatregelen tegen had genomen besloot ik de binnenkant van de kerken de volgende dag met de gids te doen, en dan eerst mijn sokken in te sprayen met muggen-insecten spray.<br>\r\nSliep en at weer in het mountain View Hotel (op hun rekening staat Mawentain Viw Hotel, Engels is niet hun sterkste kant geloof ik) en zette de volgende dag de bezichteging voort, nu met gids en met sokken vol met insecten spray. <br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2265&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nDeze kerk wordt overdekt door een lelijk dak, uiteraard betaald door Europa</center><br>\r\n\r\nMijn gids was een aardige vent, geboren en getogen Lalibeller. Kan hem aanbevelen, (Hij heet Muchaw en is te bereiken op 0913638635) De binnenkanten van de tempels zijn eigenlijk niet echt spannend. De kerken zijn ook niet groot van binnen. Omdat ze uitgehouwen zijn, zijn de vloeren oneffen en daarom bedekt met oud vies rood tapijt. Delen van de kerken zijn afgezet met grote doeken. Dat is het heiligste der heiligen en niet toegankelijk voor toeristen. Er zijn kerken met versieringen binnen maar veel stelt het niet voor. Deed me af en toe denken aan de kloosters in Tibet. Muffige kleine ruimtes met rood tapijt en rode kleden aan de wand. Maar wel erg knap hoe men ze gemaakt heeft natuurlijk, alles uit een rots gehouwen. Niks stenen stapelen, uithakken die handel. Mijn gids kuste in elke kerk de grond, knielde her en der voor Jezus beelden, prevelde gebedjes en werd door de diverse priesters gezegend. Het heilige kruis van Lalibella werd over zijn rug, hoofd en wangen gewreven, wat moet die man gelukkig zijn. <br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2274&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nCasper’s kruis</center><br>\r\n\r\nBij de st George kerk, een van de mooiere uitgehouwen kerken, was er een kerkdienst in aantocht. Het was die dag de dag van st George, een speciale dag voor die kerk. Naast de kerk, in de rotswand was een klein kamertje uitgehouwen en door stonden, ter voorbereiding van de dienst, een tiental oude mannen psalmen te zingen. Op zijn Ethiopisch dan, een monotoon achtig neuriën waar geen touw aan vast te knopen was. De oude mannen, gewaad in witte lakens, leunde allemaal op een lange stok met bovenop een handvat. Ik kreeg pardoes ook zo’n stok aangeboden en ik bleef een poosje naar het neuriën luisteren. Wel heel speciaal.<br>\r\nNodigde mijn gids uit voor de lunch en we aten weer rubberen pannenkoek, nu met rubber vlees en wat groente. Smaak was goed maar het zal mijn favo voedsel niet worden. Kreeg van mijn gids een goedkoper adres om te kamperen en sliep daarom die nacht in het Bete Abraham Hotel. Die hadden een enorme parkeerplaats achter en dat was lekker rustig, ook al omdat het redelijk ver van het centrumpje is.<br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2262&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nRubber zure pannenkoek met prutjes</center><br>\r\n\r\nDe volgende dag werd ik brak wakker. Voelde aan alsof ik koorts had, had spierpijn en was misselijk. Dacht gelijk aan malaria maar ik had er geen koorts bij. Dus, na twee paracetamolletjes besloot ik toch te gaan rijden. Hoppa, weer de berg af om richting de hoofdweg te gaan rijden. Deze 60 km piste is over het algemeen goed maar ik werd steeds misselijker. Duwde er toch een koffie in en halverwege deze piste stonden er twee kereltjes op een verhoging aan de kant van de weg te zwaaien. Ik zwaaide vrolijk terug, zoals altijd, maar gelijk haalde een van die ventjes een steen achter zijn rug vandaan en keilde die recht op mijn voorruit af. In een reflex remde ik vol en de steen schoot net voor me langs. Sprong uit mijn auto en zette de achtervolging in. Het waren maar kleine ventjes, van een jaar of 8 en ik keilde een even grote steen achter ze aan. Die raakte het achterste kereltje bijna, en hij schoot in de bosjes. Besloot de achtervolging niet langer in te zetten, mijn auto stond midden op de piste met de motor aan en de deur open. Ik zag wat vermoedelijk zijn vader was, die aangelopen kwam. Ik kreeg de neiging om de koe, die het kleine ventje blijkbaar onder zijn hoede was, eens even een afgrond af te jagen met wat stenen, ik was zo boos. Gelukkig won mijn gezonde verstand het van mijn boosheid en ik begon tegen Pa, die wat dom stond te kijken in het Nederlands uit te halen. Hij snapte natuurlijk geen snars van wat ik zei. Mijn stenen gooi gebaren moeten hem het wel hebben doen begrijpen. Niet dat er enige reactie uit de man kwam. Had hij het ventje maar eens een flinke opsodemieter gegeven, dan was ik al tevreden maar hij bleef me maar appelig aankijken. Reed door met een flinke adrenaline stoot in me bloed. <br>\r\nNa het steile stuk omhoog kwam ik weer op de goede hoofdweg. Mijn gezondheid was nog steeds slecht en ging verder achteruit. Had ondertussen spierpijn en was nog steeds misselijk. Er zijn van die dagen dat je een hoop kan hebben, maar er zijn ook dagen, zoals vandaag, dat je niets kan hebben en zelfs het mooie landschap van Ethiopië niet boeiend blijkt. \r\nWilde eigenlijk stoppen om koorts te gaan meten maar vond geen plekje waar ik dacht even rustig te kunnen staan. Pas na twee uur rijden, op een bergpas, vond ik een rustig plekje en met een zucht constateerde ik dat ik geen koorts van belang had. Geen malaria dus. Wellicht iets verkeerds gegeten. Bleef toch maar door rijden. Moest toch ook wat eten en toen er eens geen dorpjes en mensen waren stopte ik langs de kant van de weg, op de hoogte van een korenveld, om wat te nuttigen. Ik stond nog geen 2 minuten en de eerste eikel kwam al uit het korenveld. Die begon onmiddellijk zijn vriendjes te roepen, luidkeels door het dal heen. Vijf minuten later stonden er 15 wat oudere kinderen om mijn auto, luidkeels YOU YOU !!! roepend en GIVE ME MONEY!!!. Was niet in de stemming om sociaal te zijn dus stapte in en wilde door rijden. Een van die kids was bijzonder irritant bezig en wilde me zelfs beletten mijn portier dicht te doen, onderwijl GIVE GIVE GIVE schreeuwend. Toen ik weg reed begon hij stenen achter me aan te gooien. Potvolblommen, stelletje klote kinderen hier, ik had het helemaal gehad. Zette de auto in zijn achteruit en de kids stoofden onmiddellijk het koren veld in. Nog ellendiger dan ik al was reed ik maar weer door. Pas rond 3 uur in de middag vond ik het Hibret Hotel in Debre Tabor (GPS N11 51.453 E38 00.255). Ik moest wel een kamer nemen maar het was niet anders. Parkeerde de auto op hun grote parking en viel als een blok in slaap. Werd tegen de avond weer wakker en voelde me al wat beter.<br>\r\n Achteraf vermoed ik dat het is gekomen omdat ik gisteren mijn sokken ingespoten heb met vieze insecten spray. Dat was spray om in je slaapkamer te gebruiken om alles wat vliegt dood te maken. Dat heb ik rijkelijk op mijn sokken gespoten, en die aangedaan terwijl de sokken nog vochtig waren van de spray. Daardoor is dat op mijn huid gekomen en waarschijnlijk heeft dit spul mij een chemische vergiftiging opgeleverd. <br>\r\nVolgende ochtend voelde ik me een stuk beter en ik vervolgde mijn weg richting Gonder. Deze stad ligt vlak bij lake Tana, en aan dit meer is een stel Nederlanders een Campsite annex resort begonnen. (Tim&kim Village GPS N12 13.788 E37 17.927). De weg was weer eens wonderschoon en kronkelde door de bergen. Verkeer was er nog steeds niet, behalve dan uiteraard de mensen en beesten die op de weg liepen. De mensen wonen in paalwoningen hier. Niet zozeer dat ze op palen staan, maar ze zijn van palen gemaakt. Men begint met het bouwen van een karkas van palen. Dat ziet er wat krakkemikkig uit. Dan zet men meer palen tegen de constructie aan om vervolgens de overgebleven gaten dicht te smeren met een mengsel van modder en vermoedelijk koeien stront. Daarna worden wat krakkemikkige luiken en een deur geplaatst, hoppa, huis is af. <br>\r\nVlak voor Gonder reed ik de piste op richting Gorgora. Daar houd de weg op en ik moest over een smal pad tussen de huizen van het gehucht door richting Tim&Kim. Vond daar inderdaad een mooie locatie. Tim & Kim hebben daar, over een periode van 4 jaar met eigen handen en met behulp van spnsoren een fraai plekje gecreëerd waar veel overlanders langs komen. Het geheel is nog steeds in ontwikkeling (het gaat hier allemaal niet zo snel in Ethiopië). Water was nog een probleem maar toch was het de ideale plek om in de natuur, en aan het meer, bij te komen van….ja van wat eigenlijk? (www.timkimvillage.com) . <br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2235&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nHet was geen straf hier te staan</center><br>\r\n\r\n\r\nIn de loop der dagen dat ik er stond, kwamen er wat overlanders binnen druppelen. De familie Kamp met een Mercedes en 3 kinderen waren aan het afzakken vanaf Nederland richting zuid (www.afri-kasa-fari.nl) . Ook een Duitser familie met grote camper en twee al wat oudere kinderen (www.kontinentenkriecher.de) , een Nederlander die overland aan het reizen was, wat vrijwilligers die in Gonder in het ziekenhuis werkte, enfin, je snapt het, het was een gezellige boel. At meestal in het restaurant. Kim deed al het kookwerk terwijl Tim aan het bouwen was. Zijn verhalen over de obstakels die hij tegen kwam waren kenmerkend voor Afrika. Materialen waren of niet te krijgen of van zo’n kwalitiet dat het na een week al kapot ging. Termieten die al het hout binnen weken opvraten. Dieven die ’s nachts spullen jatten, maar van die domme dingen. Dopjes van zijn waterleiding verdwenen waardoor de hele water voorziening plat lag. Telefoon verbinding die meestal niet werkte enfin, het was duidelijk dat ze in die afgelopen vier jaar al heel wat hobbels hebben moeten gladstrijken. <br>\r\nNa een paar dagen relaxen besloot ik een dagje Gonder te doen. In Gonder staat een oud kasteel (de restanten er van) en uiteraard weer de nodige kerken. Maar veel van het oude spul was kapot gegaan. De Italianen en Engelsen hadden hier huis gehouden en veel kapot gemaakt. Gonder zelf was een typische rommelig Afrikaans stadje maar niet onaardig. Parkeerde mijn auto op de kleine binnenplaats van het Belegez hotel (GPS N12 36.630 E37 28.313) en verkende de stad per voet. Het deed me een klein beetje aan een Tibetaans stadje denken door de vele kerken. Bij elke kerk galmde wel monotoon gezang uit luidsprekers en overal zag je mensen de grond kussen of knielen. Hier en daar rook het er naar wierook. In plaats van onmiddellijk naar de bezienswaardigheden te rennen deed ik wat boodschappen en wat internet. Probeerde een acceptabel restaurant te vinden maar vond ook na 1 uur lopen niks dus liep maar terug naar mijn auto en offerde mijn laatste rookworst op. Met wat groente er bij een lekker maaltje.<br>\r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2280&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nDit stuk kasteel was nog redelijk intact.</center><br>\r\n\r\nVolgende ochtend was ik vroeg op. De kerken lieten zich luid horen, ongrijpbare gebeden galmde over de heuvels. Verliet de auto om door de kasteel ruïnes heen te lopen. Voor de entree prijs van 100 Birr mocht ik er de hele dag lopen. Maar ja, dit soort ruïnes hebben we in Europa ook genoeg, sterker nog, bij ons staan de kastelen gewoon nog overeind. Was dus in een uurtje al klaar en besloot naar de, volgens ooggetuigen fraaie, kerk Debre Birhan Selassie. \r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2286&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nMooie oude kerk</center><br>\r\n\r\nDit is de enige kerk (anno 1690) die de verwoestingen van de Italianen en de tweede wereld oorlog zonder beschadiging heeft overleefd. Die kerk was inderdaad fraai, gelegen buiten het centrum van Gonder. Behalve zijn aparte beetje ovale vorm is de kerk van binnen gedecoreerd met fraaie muurschilderingen. Het plafond bevat 80 gezichten, de muren bevatten schilderingen uit het leven van Jezus aan de ene kant, profeten aan de andere kant. \r\n<br><center><br>\r\n<img src=\” http://ctjansen.nl/nuke/modules/gallery2/main.php?g2_view=core.DownloadItem&g2_itemId=2283&g2_serialNumber=2 \”>\r\n<br><br>\r\nFraaie muur schilderingen</center><br>\r\n\r\nMaar ja, ook hier was ik in een minuut of 20 wel uitgekeken dus op naar de Merkato, de markt. Dat was een heerlijke mierenhoop, maar veel bijzonders hadden ze niet. Kocht toch maar wat vitaminen en wat vers stokbrood en ontmoete toen Frans en Barbara, de twee Duitsers die op de fiets Afrika aan het bedwingen zijn. Ze vertelde mij hun horror story dat ze in Gonder aangekomen waren, even hun spullen in een hotel hadden geparkeerd hadden en snel wat zijn gaan eten. Bij terugkomst was hun hele kamer doorzocht en alles van waarde gestolen. Laptop, camera, alle foto’s etc. Alles weg. Gelukkig hadden ze hun paspoorten bij zich maar de ellende is niet te overzien. Bood ze aan te helpen maar ze gingen eerst zelf proberen hun zaken te regelen, De politie had ambtshalve maar de hele staf van het Hotel gearresteerd en men gaf ze hoop dat hun spullen misschien nog terug zouden komen. Reed weer terug naar Tim&kim.\r\n<br>\r\nSpeelde de volgende dag het bordspel Risk, samen met Tim en de twee Duitse jongens. Allemaal waren we Risk fanaat dus het werd een lang en boeiend potje. Na 4 uur spelen zat er geen schot in de wereld en besloten Tim en ik dat we dan maar met z’n tweeën tegen de twee Duisters moesten spelen. De twee Duitse jongens weerde zich kranig maar na een half uurtje was de wedstrijd Nederland-Duistland in ons voordeel beslist. Ook kwamen de berooide Duitsers op de fiets naar Tim&Kim. De verhalen over politie, rechtsgebouw en andere rompslomp waren niet leuk. Ik had nog een oude camera en bood ze die aan, zodat ze ieder geval weer foto’s konden maken, maar de camera lag al een half jaar in de kast en wilde niet echt. In de avond werden er horror stories uitgewisseld. Tim & Kim maakte natuurlijk alle ellende mee die overlanders evt. mee maken. Het aanrijden van koeien, ezels of schapen gebeurde het meest, maar er waren er ook die een persoon onder de auto hadden gehad. De horror, buiten natuurlijk het menselijk leed, is dan niet te overzien. Ging maar vroeg naar bed, want ik moest nog een dag door Ethiopië rijden.<br>\r\nDat deed ik de volgende dag. Vroeg was ik op pad richting Soedanese grens. Dat was nog een kilometer of 200 en de weg was weer eens bijzonder fraai. Sorry, maar het blijft verbazen. Halverwege stortte de weg 1000 meter naar beneden, schitterende uitzichten bood dat. Maar 1000 meter lager, betekend ook het einde van de relatieve koelte van de Ethiopische hooglanden. De 28 graden liep al snel op naar 38, een stuk minder prettig. Halverwege de middag was ik bij de grens post. Rommelig en warm worstelde ik me tussen de geldwisselaars, bedelaars en andere aandacht trekkers. Ik had geen in reis stempel in mijn carnet (auto-paspoort) dus was een beetje huiverig, aan de andere kant waren alle andere reizigers er ook door gekomen dus zou het mij ook wel lukken. De mijnheer van het douane kantoortje, begon gelijk te mopperen. Je kan toch niet zonder inreis stempel in mijn land reizen, hoe moet ik dat nu oplossen. Hij deed wat zielig en ik voelde de vraag om geld aan komen dus hield mijn poot onmiddellijk stijf en opperde dat hij dan maar twee keer moest stempelen, een maal in en een maal uit. Ja maar, dan klopt mijn administratie niet, enfin, alle zielige verhalen kwamen uit de kast. Na een kwartiertje bond hij in, stempelde mijn carnet in en uit en liep met me mee om mijn auto te inspecteren. Een van de weinige keren dat chassis nummer werd gecontroleerd. In de auto opende hij ook alle kastjes maar als snel was hij tevreden en overhandigde me mijn papieren. <br>\r\nBij de immigratie was het een heel ander verhaal. Daar stonden plots moderne computers en na het (voor de zoveelste maal) in scannen van al mijn vinger afdrukken (ik dacht, nog effe en ik moet me leuter ook op die scanner leggen) was ook hier de uitreis stempel veroverd. Officieel was ik nu Ethiopië uit en wacht me een nieuw land. Wel een dat warm is, en waar ik waarschijnlijk snel doorheen zal moeten, omdat ik maar een twee weken visa heb. In die twee weken zal ik visa voor Jordanië, Syrië en Saoedi Arabië moeten halen en ook mijn verscheping tussen Port Sudan en Jiddah (Saoedi) moeten regelen. Het rustig reizen is nu even voorbij. Maar daar over in mijn volgend verslag over Soedan. <br><br>\r\n\r\nMijn conlusie over Ethiopië is gemend. Het is zo’n erg wonderschoon land, misschien wel het mooiste in Afrika. Het heeft zijn klimaat mee, niet te warm, niet te koud. Jammer dat de mensen dit teniet doen. Ethiopië is een land met veel KKK’s. En dan bedoel ik niet de bekende Klu-Klux-Klan maar Kleine-Kut-Kinderen. Niet iedereen is natuurlijk zo, ik heb ook hele aardige mensen ontmoet, maar je onthoud vaak de vervelende dingen. Het ‘geef me dit’of ‘geef me dat’ light iedereen veel te snel op de tong, zodat je weinig kan communiceren. En dat is voor mij toch erg belangrijk.<br> \r\nVerder heerst er onder het rijden toch een bepaalde spanning en dat maakt rijden in Ethiopië erg vermoeiend. Elk moment kan er een stuk vee plots oversteken of kan je een steen tegen je ruit krijgen. Misschien is Ethiopië het enige land in Afrika waarvan ik zou zeggen, bezoek het met een georganiseerde toer. !! Ik hoef niet meer terug op deze manier