20030300 – Maart 2003, Bangladesh, Dhaka, Chittagong en de radar boot tocht

1 maart 2003, Bangladesh
Geplaatst op Monday 03 March @ 11:52:53 GMT+1 door casper

Reis verhaal 2003 Na vertrek om 4 uur sochtends uit Calcutta, en een rare rit per taxi, waar ik tussen twee india-ers ingeklemt achterin, toch een leuke rit had naar de grens met Bangladesh. Bij de grens aangekomen, en allerlei rare en vreemde grens formaliteiten gedaan te hebben, was ik in het Armste land van de Wereld.

Op het eerste gezicht is het net als India, maar met een paar verschillen die wel wezenlijk zijn. Ten eerste is het land veel minder Engelse taal-achtig georiënteerd. Dat betekend dat er geen wegenborden, geen winkel namen, geen straat namen of menu’s in restaurant in het Engels zijn. Ook praat de bevolking weinig engels, dus al dit, maakt handen&voeten taal zeer nodig.

Verder is er weinig personen verkeer (personen auto’s dan), en is vrijwel al het verkeer of een bus, of vrachtauto, en in de stad heel veel fiets-riksha’s.
Bussen zitten net als in India hier ook vol gestouwd, met als extra dan, dat de mensen ook op het dak zitten, en vaak zo prop vol dak dat er regelmatig mensen vanaf vallen (ik heb het al een keer gezien, de persoon lag onder een andere bus, dus daar heb ik niks van gezien, en mijn bus reed snel door). Verder is het land op zich een stuk minder vies dan oost India (nee, ik zeg niet dat het schoon is), en is er veel meer water (wie kent het land niet van zijn overstromingen elk jaar weer). Verder is de bevolking ook hier erg vriendelijk, en als je westerling bent, heb je veel bekijks (en dan bedoel ik dat zowel letterlijk als figuurlijk). Ik heb tot nu toe nog geen westerling gezien. Als ik me pet af zet en met kaal bolletje loop, heb ik zo een horde mensen achter me aan, en worden er van alle kanten opmerkingen en (onverstaanbare) grapjes gemaakt, dus dat heb ik snel opgegeven. Maar met pet op is de pret er ook hoor, heel gênant af en toe. Zo zat ik gister te eten in het restaurant van het Hotel, onderste verdieping, en eerst kwamen er 4 mensen tegen het raam aan staan om me aan te staren (echt letterlijk staren), dat raam ging na een poosje open zodat ze het beter konden zien, daarna kwam er links en rechts van mij mensen zitten, die ook alleen maar staarde. Nou ben ik wel wat gewend, maar ja, dit was wel heel erg. Na een kwartier kwam de eerste gewoon bij me aan tafel zitten, het was een ouwe man met rotte tanden, die sprak een paar woorden Engels, en zo probeerde we wat te communiceren, dat werd op zich nog een leuk gesprek, en na een minuut of 20 deed het hele restaurant mee.

Ik zat net in de bus (klein Mini Busje) naar de New-Market, en 4 stoelen verder draaide iemand zich om en riep hard door de bus de standaard vraag ‘ Where are you from’ , en op mijn antwoord van Holland, hoorde je iedereen ohhh zeggen, we stonden op dat moment in de file (zoals wel vaker in centrum Dhakka), en hij vroeg hardop, what do you think of Bangladesh, en ik hardop antwoorde : Nice country, but the trafiic is a little slow’ Dit brak het ijs en de halve bus zat dubbel (spraken dus wel engels) , en iedereen stond op en ging rond mij staan om me een hand te geven en dingen te vragen die ik niet verstond. Heel leuk moet ik zeggen die aandacht hoor, ik werd ook gelijk de bus uitgesleurd naar de new market, en moest in de winkel van die gast iedereen een hand geven, flesje fris drinken, foto maken enfin, the usuall ritueel, maar wel heel leuk. Daarna werd ik meegsleurt naar alle bevriende winkeliers en ik moest ieder zijn hand schudden, het was wel lachen. Na veel omzwervingen wist ik me los te weken van die aardige mensen. Maar dat staren…. iedereen doet het… soms is het irri.
Verder hebben ze hier ongeveer 600.000 fiets riksha’s in de stad, en dat creert dus een gigantisch verkeer probleem. Ik heb foto’s die ik zal uploaden die je niet zal geloven, want als ze iets doen in Azië, doen ze het masaal haha
Nou, morgen zal ik dit verhaal aanvullen, ik heb pas een i-net cafe gezien, en dat is best ver van mijn hotel, dus ik beloof niks.
Nee, ik kan geen internet cafe meer vinden, dus de rest moet even wachten, alles gaat goed verder, doeeegggg

8 maart 2003, Khulna Bangladesh
Geplaatst op Saturday 08 March @ 10:59:41 GMT+1 door casper

Tja, waar moet ik beginnen. Zoveel meegemaakt de laatste paar dagen. Laat ik het proberen een beetje chronologisch te vertellen.
Ik had een kroon die los geschoten was, en die dreigde ik een paar keer door te slikken, dus op zoek naar een tandarts. Nu is dat allemaal niet zo’n probleem , maar het kost allemaal wel veel tijd. Dus de hele dag onderweg naar tandarts geweest, in wachtkamer gezeten (niet eens zo lang) en weer terug, en omdat ik alles per bus wil doen (en niet van die dure taxi’s wil gebruiken) duurt het nog langer, want het verkeer in Dhakka schiet niet op. Verder is het eigenlijk onwezenlijk, want je zit hier in een stad van tig-miljoen mensen, en je bent nieuw, weet de weg niet, voelt je dan een beetje alleen. Tuurlijk je hebt wel wat losse kontakten, zoals in de bus en restaurant, maar af en toe heb ik wel zo’n bui dat ik me alleen voel. Enfin, ik zat dus in Dhakka, eigenlijk een beetje op me ei te zitten, want ik had in me hersens geprent dat ik een fietstocht door Bangladesh wilde maken. Toen ik echter de fiets wilde kopen, en de modificatie wilde laten maken om me bagage erop te binden, was alles zo moeilijk, en in verhouding best wel duur. Dus, na wat wikken en wegen toch dat idee maar uit me hoofd gezet, ook al omdat er zoveel vracht/bus verkeer op de weg zat, dat ik het hier en daar een beetje eng vond.

Maar ja, wat dan te doen met de tijd, ik had 14 dagen hier geplanned, en die wil ik wel vol maken, want het land is mooi (wat ik er van gezien heb), en de mensen aardig, ondanks dat ze vrijwel geen Engels spreken en ik dus op handen en voeten ben aangewezen.
Ik was ondertussen van Hotel gewisseld, meer omdat het andere wat centraler lag, had daar ook mijn was afgegeven, (dit Hotel koste 1,5 Euro per nacht) en las die dag in de Lonely Planet dat het een mooie boot toch naar Khulna was, een trip van 1,5 dagen, en dar daar weer leuke dingen te doen waren.

Ik dus op naar het kantoor van die boot maatschappij, kost je weer een halve dag, en nu bleek dat er die zelfde avond, om 6 uur, de mooie boot ging, en de paar volgende dagen niks en daarna een kleine schijt boot (volgens dat kantoor dan). SHIT. Eigenlijk maar zonder bij nadenken toen die boot geboekt, en toen (het was al 3 uur ’s middags, en als een haas terug naar het Hotel alwaar ik de boel heb ingepakt, en eigenlijk schrok omdat ik natuurlijk vergeten was dat de was pas om 9 uur ’s avonds klaar zou zijn. Ik denk, nou, moet toch geen probleem zijn, een beetje BAKSHISH (dat is dus een mooi woord voor fooi/smeergeld) betalen doet wonderen. Nou… heel Dhakka stond op zijn kop, op een gegeven moment stonden er bij die wasserette (nou ja, het was maar een kantoortje, en die stuurde het blijkbaar weer door naar een ander) ongeveer 45 mensen te discusieren over mijn was goed. Haha, aan een kant wel leuk, maar wel met resultaat dat ze mijn was dus niet konden vinden, en ik een broek, een polo shirt en mijn handdoek kwijt was. Nu was dat ook weer niet zo erg, maar toch, moest wel weer nieuw kopen. Enfin, uit gecheckt, en met een riksha naar de GHAT (dat is de haven), en daar met veel pijn en moeite mijn boot opgezocht (de foto’s laten wel zien waarom het moeilijk was, want er lagen ongeveer 49845897564 boten, die allemaal hun motoren lieten denderen, en waar overal mensjes zenuwachtig passagiers aan het ronselen waren en dan de lokale verkopers van alles en nog wat, met andere woorden, het was een lekkere puinhoop. Mijn boot bleek een Radar boot uit 1928 te zijn, je gelooft het niet, een super oude bak, maar wel groot, met 3 klassen. Eerste klas, wat ik geboekt had, had luxe hutten, met een eigen overdekt zon-dek (?) en lange tafels waarop je kon eten. Tweede klas, was beneden, paar hutten, maar verder eigenlijk niks, en dan heb je deck-klas, dan lig je dus gewoon op het dek, en moet je zelf maar zien wat je doet (zo reizen de meeste Bangali mensen dus).

Die cigaar daar was mijn bootje

Nou ja, de boot vertrok, en ik bleek dus de hut, met twee bedden alleen te hebben, en er zaten wel wat aardige mensen in dus wel wat praatjes gemaakt, maar het werd snel donker. Na het eten (P&P natuurlijk) lekker gaan slapen, wat niet lukte, want de boot denderde verder, en op het deck-klas gaan lopen (zover dat kon) die helemaal bezaait lag met slapende mensen. Ook de Bengali slapen overal, leg ze ergens neer en ze slapen, niet normaal. (ik wou dat ik dat kon).
’s ochtends bleken een paar luitjes zich stiekem op het eerste klas deck genestelt te hebben, en daar had ik een paar leuke ontmoetingen mee. Ook de mensen op de deck-klass waren allemaal zo aardig, af en toe kreeg je er tranen van in je ogen, en een paar keer moest ik echt weglopen omdat er zo een grote horde mensen zich om mij verzamelde dat ik het spaans benauwt kreeg.
Enfin, het was sochtends bere koud, er leek zich wel een pool wind op de boot af te stevenen, en moest echt al me kleren aantrekken om het niet al te koud te krijgen. Om een uur of 11 was de zon zo sterk dat het kwa warmte houdbaar was, en toen was het het echt zo lekker op die Radar boot. Het ene Conimex na het andere Bounty landschap trok zich aan me voorbij, uitgstrtekte rijstvelden, leuke kleine dorpjes, boten in allelei maten soorten en geichten, van badkuipjes tot grote vrachtschepen, het is een drukte van jewelste. Ik had echt de tijd van me leven (alleen het biertje ontbrak, want alcohol word vrijwel in het hele land niet geschonken), er zaten dolfijnen af en toe voor de boot uit te springen, en je kwam echt ogen en oren tekort. Helaas was het een beetje hei-ig de hele dag, anders was het nog perfecterder geweest. Het landscap straalde ook echt een landelijk, rustig karakter uit, met af en toe een paar koeien, dan weer een paar vissers, , hier en daar een dorpje, en alles kabbelde rustig en vredig voort. Als we bij een dorpje aanmeerde kwam de halve bevolking water van het schip halen in grote kruiken, die ze dan op hun hoofd naar huis droegen, want waterleiding was er niet natuurlijk.

Afscheid nemen blijft weer moeilijk, ook dus van de mensen die ik op de boot had ontmoet, er waren er zeker 5 die echt serieus vroegen of ze mee naar Nederland mochten/konden (ha, ze moesten eens weten, als ze daar aan zouden komen willen ze binnen een week weer terug).
In Khulna, dat een groot dorp is, omdat het een haven heeft, heb ik Hotel Park uit het boek gevonden, en dat was voor 2 euro per nacht redelijk. Kuhlna grens aan de Sonderbans, dat is het grootste aaneengesloten Mangroves (ik weet niet wat dat in NL is) gebied ter wereld. Stel je een soort biesbosch voor, veel water, met heeel veel natuur, en dus heel veel van die Mangrove begroei-ing (voor diegen die dat niet weten dat zijn een soort struiken die in het water groeien, en waar de wortels van omhoog groeien uit de grond, en zo een nieuwe mangrove struik vormen).

Verder word dat gebied gekenmerkt door de rivieren delta, de bengaalse tijger die hier woont, en veel krokodillen en apen en een bepaald herten soort, en die heb ik dus allemaal in dat gebied in het wild gezien. (ok ok, de tijger heb ik alleen maar horen ristelen). Deze toch heb ik gedaan op vrijdag, want dat is de zondag hier (met alles dus dicht) en dan was het dus toch saai. Ik heb me laten gidsen (naja, dat is een groot woord) door een gids uit mijn hotel, en dat was op zich wel makkelijk, maar niet de beste optie denk ik. De trip op zich was niet wat ik er van had voorgesteld, want als je een stuk mangroves hebt gezien, heb je ze allemaal wel gezien, er is weinig variatie, behalve dan het getij, en de wilde dieren die je hopenlijk ziet. Op een paar krokodillen, een paar heel mooie vogel soorten en een paar apen na (en het ristelen natuurlijk) verder weinig wild gezien. Na verloop van tijd de kaptein maar gevraagt een andere route te nemen, want het werd saai en toen zijn we langs de gewone kust gaan varen waar veel leuke dorpjes waren, nog effe een bakkie gedaan bij een lokaal dorpie op mijn verzoek, en om 7 uur waren we weer terug, en na het eten lekker geslapen.

Vandaag om tien uur begonnen om mijn kleding garderobe weer op peil te brengen, en het dorp ingeweest en een handdoek en 2 polo shirts gekocht. Daarna naar het boten kantoor geweest, en geprobeert mijn boot terug naar de andere kant van Bangladesh te boeken (Chadpur), om vandaar per trein naar Chittagong en Cox Bazaar te gaan (en een lekkere strand paar dagen in te lassen haha, ik heb het verdient, want reizen is erg vermoeidend, en ik heb een rottig kouw-tje op die boot opgelopen, en daar wil ik van af). Tja, dat was wel zo wat ik gedaan heb, maar wat ik allemaal mee heb gemaakt, is niet of moeilijk onder woorden te brengen. Het land is zo mooi, en de mensen zijn zo aardig, en je word overal zo verschrikkelijk aangestaard dat het gewoon een belevenis op zich is. Mensen staan vaak met open bek je aan te staren, en zijn zo verbaast dat ze niet weten wat ze moeten zeggen (in hun gebrekkig Engels). Ik drink vaak een bakkie thee op straat (want daar staan 344984764 van die stalletjes), en meestal binnen no-time heb je een horde om je heen. Verder wil iedereen weten waar je vandaan komt en hoe lang je blijft en waarom je komt, en als je niet op past blijven ze aan je plakken. De mensen zijn arm maar niet op geld belust (in het algemeen dan) want daar vragen ze niet om, ze zijn eerlijk en vriendelijk, willen je het lieftst mee naar huis tronen als een soort prijs, en daar word je dan aan iedereen getoont als een vangst van jewelste. Goed, verder zoveel te vertellen, dat ik niet weet waar te beginnen, en ik dus maar op houd. Binnenkort zal ik proberen er wat dieper op in te gaan, op de flood-shelters, op de vis-methodes, op de eetgewoontes etc etc etc. Voor nu, groeten uit Khulna, en tot wederlees

12 maart 2003. Chittagong in Bangladesh. Ik was even Vader
Geplaatst op Wednesday 12 March @ 08:40:15 GMT+1 door casper

Ja, daar staan jullie van te kijken he, maar ik zal het zo uitleggen, laat me eerst even vertellen wat er allemaal gebeurt is in de afgelopen dagen, in vogelvlucht ieder geval, want anders zit ik een uur te typen.
Ik was naar Khulna geweest, en ben daar vier dagen gebleven, min of meer gedwongen omdat er tot twee keer toe stakingen waren en alles dicht was. Dat is hier in Bangladesh een mode verchijnsel, ik denk van de Engelse over gehouden. Op zondag de 9e heb ik de boot terug gepakt naar Chatpur, dat is 100 km voor Dhakka, dat deed ik omdat daar een station was en ik daar de trein naar Chittagong kon pakken, en vanuit daar wil ik een paar dagen naar Cox-Bazar (DE badplaats van Bangladesh) op het strand liggen, EN mijn vlucht naar Bangkok maken.

Goed, alles met pijn en moeite, handen en voeten geboekt, ik heb een tweede klas hut genomen, want eerste klas vond ik wat overdreven. De boot vertrok om 3 uur snachts (rottijd), maar ze vertelde er bij dat je al om 10 uur aan boord kon, en dan kon je gaan slapen. Aldus gebeurde het dat ik om 10 uur bij de kade aankwam en er natuurlijk geen boot was. ” Hij komt zo” werd er door iedereen geroepen (ik had natuurlijk binnen no-time een stoet lui achter me kont hangen, maar er waren ook wat Japanse toeristen, dus gedeelde smart..). Anyway, na laaaaaannngg wachten (en je denkt toch niet dat er een wachtkamer of zo is… geoon, de vieze straat stoep) kwam om half een die boot er aan, en die zat me toch vol… echt, dat is niet te geloven. ELKE vierkante cm werd benut door liggende, zittende en hangende mensen. Gelukkig had ik een hut, maar ik heb 30 minuten moeten worstelen om er te komen.

Hut deelde ik met iemand die geen engels prate, dus dat was lekker makkelijk. Kort maar ok geslapen, en om een uur of 7 wat ontbijt gekregen (uiteraard pannekoekjes met prut), en toen ik om een uur of 9 me al worstelend door de slapende en hangende meute naar het thee kraampje worstelde, en een bakkie thee met een koekje bestelde, werd ik ineens aangekeken door een joggie van een jaar of 10 (en das niks bijzonders weten jullie ondertussen, want iedereen staart je hier dood), met zulke aparte ogen, dat ik het niet kon nalaten om terug te staren, want het was een Bangladesh jong, maar met blauwe ogen, en dat was dus een heel raar gezicht.

Verder had ie brandwonden op zijn gezicht, en aan kleding en reuk te merken was het een bedelaar, of ieder geval een arm iemand. Terwijl ik een slok thee nam, maakt hij het internationaal gebaar van ‘ ik heb honger’ en ja, dat raakte mijn tere hartje natuurlijk, dus ik gaf hem mijn koekje. Tja, wat ik me toen op me hals haalde kon ik ook niet voorzien. Hij bleef zeggen dat ie honger had, en in dat shoppie lag een brood, koste bij navraag 30 cent, dus ik kocht dat brood en gaf het aan hem. En daarmee kocht ik dus ook een blok aan mijn been.
Vanaf dat moment werd ik dus overal gevolgt door het ventje, die als een elastiek achter me aan liep. Ik probeerde op het schip een rustig plekje te vinden, en vond die op het dak van het schip, net onder de stuurhut, daar was een soort metalen looppad waar niemand zat, en je zat daar hoog en droog, lekker uitzicht, maar ik zat nog geen 10 sec of mijn schaduw zat al naast me. Op een gegeven moment kwam er een bemanningslid langs lopen, ziet het jong zitten, en begint me ineens te schelden en geeft hem een harde klap op zijn hoofd. Ik schrok er eigenlijk van, want het kwam nogal onverwachts, maar toe ie man voor de tweede keer wilde uithalen pakte ik zijn arm en maakte duidelijk dat als ie kleine kinderen wilde slaan, hij dat eerst maar eens op mij moest uit proberen. Toen bond ie in en liep ie weg, maar ja, je snapt, ik kon in de ogen van het jong nu helemaal niet meer stuk en aan een kant was het ook wel leuk zo’n aanbidder te hebben haha.
Toen het avond eten tijd was, om een uur of 8, liep ik naar de tweede klas eetzaal, maar hij mocht daar niet in, ik zag uit mijn ooghoeken dat Boshir (zo hete die), bij de ingang bleef staan, en naar alle borden en schalen met rijst staarde. De beheerder wilde hem ook al bij de deur weg jagen, maar toen heb ik gezegt dat ie een kennis van mij was, en toen werd ie met rust gelaten. Ik heb toen van mijn eten de helft op een bord gedaan en naar buiten gebracht en aan hem gegeven, je had zijn ogen moeten zijn haha, nog groter dan het bord. De beheerder moest lachen, en zei dat ik een goed persoon was (tssss, eindelijk erkenning), en iedereen zat grappen te maken omdat ik blauwe ogen had, en Boshir ook, dat ik hem mee moest nemen naar Nederland en zo, dus het was grote hilariteit op dat schip. Na het eten bleef het jong zeuren dat ie ook in de hut wilde slapen, maar dat heb ik natuurlijk niet toegestaan. Niet omdat mensen verkeerde dingen zouden denken (want men zei de hele tijd dat ik dat maar moest doen, hij kon makkelijk op de grond), maar meer omdat ik toch een beetje de veiligheid en mijn spullen belangrijker vond dan een hongerige zwervertje.

Ondertussen was ik er achter, met behulp van wat mensen die Engels spraken, dat Boshir op weg was naar zijn broer in Chittagong (waar ik dus ook naar toe ging), en dat ie van een heel arme familie was, en zonder kaartje op de boot zat, en zonder kaartje op de trein zou stappen. Als ie gepakt werd, kreeg ie en een boete (maar dat kon ie toch niet betalen) en werd ie van schip/trein gezet, maar dan zou die gewoon de volgende nemen, en er zo toch we komen, misschien een dag later. Ondertussen was ik een nog grotere bezienswaardigheid dan dat je al bent als buitenlander, want je hebt een blauwoog achter je aanlopen, waar je ook ging. S’ avonds heb ik mijn eigen deken op he dek neergelegt, Boshir de tweede klas binnen gesmokkelt, en hem daar te slapen neergelegt, en zo vond ik hem ook om 1 uur snachts toen het schip in Chatpur aankwam. Vrijwel iedereen stapte uit, het was een drukte van jewelste, en ik dus ook, met achter me…. je raad het nooit…op weg naarhet station. Daar aangekomen was het een super mierenhoop, (om 2 uur ’s nachts dus), en een rij van 3 km voor EEN ticket-window. Niks anders te doen dan maar in de rij te staan, en mijn slaaf lekker bakkie thee laten halen (dus toch nog ergens goed voor). Na een kwartier kwam er ineens een Bangaleze man die ook op het schip zat, en die zij op strenge toon, wat doe jij hier in de rij, kom kom, je bent gek… en sjorde me (en mijn elastieken schhaduw) mee naar voren, duwde iedereen opzij, en kocht een eerste klas ticket voor mij. Op zijn vraag of Boshir ook een ticket moest zei ik dat ik geen geld meer had (wat ook waar was, ik had wel geld, maar geen lokaal geld meer, dat was echt helemaal op). Hij kocht toen van zijn eigen geld een kaartje voor die jongen, en zei.. ‘ ik vind het zo goed dat je die jongen te eten/slaapplek geeft, ik wilde ook wat doen’, en dat ontroerde me echt.
Daarna sleurde ie me mee naar het kantoor van de station-master, waar ik op de enige stoel moest zitten, Boshir en hij op een tafel gingen zitten, en we prompt natuurlijk de event-of-the-month werden, want in no-time stonden er 30 man in het kleine kantoortje van 2×2 meter (ja, nog steeds midden in de nacht).

Enfin, de barmhartige Samaritaan bleek een commando uit het leger te zijn, op verlof naar huis, en we hebben een hele leuke nacht gehad, want hij sprak redelijk engels, en hij was heel spontaan en informatief. Getrouwd en twee kinderen hebbende, had ie twee weken verlof om hun te zien. En ik ZOU en MOEST met hem mee naar huis, want hij wilde mij en Boshir te eten geven. (let wel, ik was al 2 nachten onderweg, hele korte nachten van 3-4 uur slaap, slecht eten, ongewassen… dus je snapt ik voelde me moe en vies).
Je had het gezicht van Boshir moeten zien, die alles over zich heen liet komen, en soms geen raad wist, want iedereen vroeg of ie familie van mij was, of ie mee naar Holland ging, en ze bleven maar aan hem door vragen. Dus toen ie ineens in de eerste klas rijtuig binnen kwam stappen en in een grote dikke stoel mocht plaatsnemen kan je je voorstellen hoe die keek, die blik alleen al is het allemaal waard.
Na een treinreis van 5 uur, kwamen we met zijn alle in Chittagong aan, we werden door Monir (zo hete de soldaat) meegesleurt een 3-wielertaxi in, en aangekomen bij zijn huis moesten we plaatsnemen, er werd eten gemaakt, zenuwachtig gepraat, hele huis in rep en roer. (het was 11 uur ’s ochtends). We kregen een gebakken ei, wat brood, stukje cake en een glas cola, en ik zat al vol, maar kreeg onmiddelijk te horen dat de lunch ook in aantocht was, en ik heb toen tot 3 uur zitten wachen op die lunch, in me vieze kleding, ongewassen en baard van 3 dagen. Maarja, je hoorde aan de keuken geluiden dat de mensen druk bezig waren, je wilt natuurlijk ook niet onbeleeft zijn. Ondertussen werd de hele familie langs geparadeerd, en iedereen moest even met de kale buitenlander praten, maar niemand sprak engels dus dat gaf rare resultaten.

Na de lunch eindelijk Hotel gezocht, en afgesproken met Monir en Boshir dat Boshir op de hotel kamer vloer zou slapen, en s’ ochtends naar zijn broer zou gaan. Hierna (en na douche&shave mijnerzijds) zijn we met z’ n drie-en de stad ingegaan, hebben voor het jong een nieuwe broek, nieuwe onderbroek, 2x shirt, cap, en sandalen gekocht, en ook nu glunderde die jongen zichzelf bijna doormidden.
“s avonds erg vroeg gaan slapen, want ik was kapot, en mijn bodygaurd op de grond gelegt, en na een goede nachtrust en een niet te vreten ontbijt van kip en pannekoeken tegen het jong gezegt dat ik links ging en hij rechts. Dat stuite op enig ongeloof, en hij begin me letterlijk mijn voeten te kussen, en zeggen nee, ik wil met jou mee. Ik kreeg dus echt de tranen in mijn ogen, maar ja, ik ga geen 10 jarig jog op sleeptouw nemen. Hij wilde echter niet wijken, en ik ben gewoon moeten vluchten, ben in een riskha gesprongen en gezegt dat ie hard weg moest fietsen, met het jong die probeerde te volgen door er achter aan te lopen. Ik voelde me net alsof ik de hond aan de boom had gebonden voor me vakantie, en ik heb er wat dat betreft een rot gevoel aan over gehouden. Maar ja… een troost, als het jong in zijn vestzakje kijkt, zit daar 2 biljetten van 100 thakka (5 euro), en daar kan ie heel wat van doen.