20030400 – April 2003 Laos

begin april 2003, Mijn eerste Laos dagen
Geplaatst op Saturday 05 April @ 11:58:07 GMT+1 door casper

In Vientiena aangekomen (de hoofdstad van Loas, maar het word wel op 7 verschillende manieren gespeld geloof ik) valt eigenlijk onmiddelijk op dat het een super relaxte, layback, rustige, dorp is. Het is toch echt de Hoofdstad van het land, maar als je me zou vertellen dat het een klein dorp in het binnenland was zou ik het ook geloven. Ondanks dat er 500.000 mensen wonen (en dat is 10% van de totale bevolking), heb je het idee dat je in het laagseizoen bent gekomen of zo. Vientiena ligt aasn de mekong rivier (dat doet bijna elke stad hier in Azie geloof ik) , en dat is dan ook, op een flink aantal temples na, de grote attractie. Die temples, ach, ze zijn mooi, en het bekijken waard, maar ook bija allemaal hetzelfde en. ehh… gaaaaap… snappie?

Zoals ik al eerder schreef hebben ze in Loas de KIP als munteenheid. Dat vraagt om grappen natuurlijk, maar ik zal ze proberen in te houden. 10.000 KIP is 80 eurocent, dus toen ik bij de grens 30 Euro wisselde wist ik niet wat ik zag. Grote stapels met Kippen (oeps), ik waande me rijk Ik koos daarom een duur Hotel uit, voor mijn doen, met minibar en warm water, en Airco, en daavoor moest ik in Dollars betalen, das wel raar. (18$ om precies te zijn, hoop geld). Men vertrouwd de eigen munteenheid blijkbaar niet, en met een inflatie van 35% is dat misschien niet zo gek.

Langs de Mekong brommeren. lekker relaxed!

Smiddags heb ik een kleine motor gehuurd (a $5 per 24 uur) en ben ik wat rond gaan crossen. Ik wilde gaan kijken waar die zgn slow-boats waren afgemeerd, want die wilde ik dus gaan nemen naar mijn volgende bestemming. Eerst moest ik daarvoor 10 Km buiten het dorp naar de slow-boat haven gaan. Nou, daar aangekomen (nadat ik hjhet 30.000 keer heb moet vragen) bleek het een haven van niks te zijn, en die slow-boats die er lagen……. mmwwwwaaaah zag ik niet zo zitten. Het zijn vrachtboten, dat wist ik wel, en die varen vracht en als bijverdienste nemen ze toeristen mee. Dat had ik allemaal wel in de LP gelezen, maar het bleken dus meer wrakke modderschuiten te zijn, waar je op het dak, de toch van 2 dagen in de zon moest maken, zonder enige voorziening.

Die slow boten, ik weet niet, leken me erg gammel

Hoe aanlokkelijk het idee was, ik heb het onmiddelijk laten varen, want dat zag ik niet zitten. In mijn achterhoofd herinnerde ik me dat er ook een plaatsje was waar je heerlijk kon raften , kayaken en tuben (op een binnenband de rivier af drijven), dus ik heb lekker me plannen omgegooid, en besloot de volgende dag de bus naar Vang Viang te pakken. Die dag heb ik nog een hoop kilometers op de motor gemaakt, de hele hoofdstad van links naar rechts en onder naar boven doorgecrossed, daarna bij zonsondergang een pilsje aan de Mekong Rivier gedronken, en vervolgens heeeeerlijk gegeten (echt lekker, soort noodles met pinda’s en groenten en kip (neeeeee, geen geld)) . Enfin, ‘sochtends in alle rust alles weer ingepakt, nog een uurtje met de motor gereden, bij de ‘danish coffee house’ vieze koffie gedronken, en me uitgechecked en de tuk-tuk chauffeur de opdracht gegeven naar het bus station te rijden waar de bussen naar Vang Vian vertrokken. Dat was blijkbaar nog niet zo makkelijk, want er zijn meerder bus staionnen en na wat moeilijk heen en weer gepraat (de gemiddelde Lao spreekt nog minder Engels dan de Thai) was ik op weg, en werd ik op het bus-emplacement gedropt. Kaartje koste 25.000 kip (wat een hoop he), voor de busreis van 3 uur, in een non-aircon lokale bus. Dat vind ik altijd het leukste reizen, want je ontmoet weer eens leuke mensen. Het was 11:30, en zei de ticket-verkoper, dus bus ging om 3 uur smiddags. Dat vond ik dus niet zo leuk, want dat betekende 3,5 uur wachten in een bushokje, dus ik begon een beetje te zueren over tijd en zo, half engels, half onzin (ze verstonden het t och niet) en waarempel, de bus ging nu ineens om 1 uur. Nou, das mooi 2 uurtjes gewonnen. En inderdaad vertrok de bus precies om 1 uur. Leuke was dat het gangpad dus VOL lag met bagage, balen rijst of ze denk ik, dus je kon alleen maar de bus in door over alle stoelen heen te klimmen, wat iedereen dan ook deed. Wat leuke korte gespreekn met mede passagiers, en toen ik snoepjes uit ging delen was iedereen helemaal blij, maar ze spraken allemaal zo slecht engels dat de gespreken al heel snel stokte. Naja, daar had ik me IPOD voor bij me, en met de melodie-en van A, en Blink 182 scherurde we door de brennerpas… eh laosiannse berglandschap.

Leuk om te zien dat plattland van Laos, dit is normale beghuizing

Er was echt geen kip op de weg (shit, doe ik het weer) , af en toe wat vracht verkeer of een bus, verder niks. De weg had geen 100 meter recht stuk in zich, het was een grote haarspeld bocht. Maar, ik hoefde niet te slapen dus ik zat goed. En.. ik had een warm stokbrood (Franse invloede he, zonde) en een fles watetr bij me, dus mijn humeur kon niet meer stuk. Ondertussen sliepen de meeste Laosianen al, en dat is een Aziatische gewoonte, zo gauw men in het openbaar vervoer stapt slaapt men. Ik wou dat ik het kon. Ik heb mensen zien slapen door haarspeldboschten heen, dat ik dacht, als ze nou niet wakker word…. maar nee hoor.
Enfin, na een best prettige reis stopte de bus idd precies 3 uur na vertrek aan de rand van een weg, en er werd mij te kennen gegeven dat dit Vang Viang is (ook wel Vangvienne gespeld, om het makkelijk te maken) . Ik stapte uit, en stond in the middele of knowhere, dus ik schrok eigenlijk een beetje, maar ik werd onmiddelijk door een schone dame opgevangen met de mededeling dat zij van het lokale guesthouse was, en of ik bij hun wilde logeren, dan mocht ik bij haar achter op de scooter. Nou, of ik bleef slapen zie ik dan wel dacht ik, maar dat ritje wil ik wel, want dat scheelt vast en zeker een kilometer of tig lopen. Dus ik met zware bepacking achter op de scooter (het meiske viel zowat van schrik) maar , op de Laosianse manier van rijden (langzaam en voorzichtig) kwamen we bij het dorpje aan, en ook de guesthouse. Na de kamer te hebben geinspekteerd, en afgekeurd, en een andere kamer die wat beter was, de prijs van 25.000 kippen per nacht afgesproken, (jazeker, 2 euro ongeveer), en in mijn achterhoofd van.. als ik hier langer dat een nacht blijf zoek ik iets beters.

Het was bloedje warm, dus ik dacht, ik ga in de rtivier zwemmen, maar na twee uur te hebben rondgelopen kon ik geen goede plek vinden (ik bleek later met me neus gekeken te hebben), en keerde onverrichterzake terug naar het guesthouse voor een koude douche. Wel de markt tegen gekomen, dat was op zich al wel een bekijks.

Op de markt verkcohten ze de meest vage groentes en vissen

Ondertussen wist ik dus wel hoe het dorpje in elkaar zat, en wat er te halen viel, dus dat was meegenomen. ‘Savonds heerlijk Nasi-Goreng gegeten met een grote bier, en daarna bij een reisburotje (niet te veel van voorstellen hoor, een tafel en 2 stoelen, maar das in deze vlooielanden allemaal zo) een dagtrip voor de volgende dag geboekt, van kayakken, zwemmen en grotonderzoekken en meer. Dat was zo mijn eerste paar dagen in Laos, en ik moet zeggen, het land bevalt me prima. Het is heel rustig (wat wil je 4 x nederland, en 1/3 van de mensen), maar ook de Laotianen zijn heel rustig, op het slome af, maar zeker vriendelijk. Een paar feiten die me oipvielen over dit land.

Ze rijden hier rechts, en dat is weer even wennen, want ik heb tot nu toe alleen maar in links-rijdende landen doorgebracht.
Verder hebben ze hier alse Franse overblijfsel (het was ooit een kolonie van de Fransen, zielig he voor die mensen) het stokbrood overgehouden
. Ze brouwen ook huin eigen bier, dat heet BeerLoas, en spreek je uit als BEERLAAUUUWW).
De Tuk-Tuk hier zijn nog forser uitgevallen dan in Thailand, en hele bouwsels achterop een (ik denk 100cc) motorfiets gebouwd. En daar worden dan wel tot 10 mensen in gestauwd.

Hier paste heel lands bevolking wel in hoor

De wegen zijn een beetje vergelijkbaar met die van Bangladesh, een geasfalteerd midden met een zandige zijkant, alhoewel er veel wegen nog steeds niet geasfalteerd schijnen te zijn, ik weet zeker dat ik dat nog wel zal ondervinden.
Verder is het erg warm in Laos,, echt erg warm.
Er lopen hier weer koeien en geiten op de weg, iets wat je in Thailand niet meer zag.
Ik kwam een dorpje tegen dat hete KM52. Wel slim he, weet je gelijk waar je bent. De bewegwijzering is best goed, en in twee talen, dus ook voor een toerist goed te volgen.
Nou,dat waren mijn eerste twee dagen in Laos, laten we hopen dat de rest ook zo goed gaat.

4 april 2003, Its just a perfect day.
Geplaatst op Saturday 05 April @ 12:02:04 GMT+1 door casper

Ik had de vorige dag een dag-trippie geboekt, en ik zou om 8 uur bij het reisburo-tje aanwezig moeten zijn, om daar te ontbijten, en om dan om 9 uur te vertrekken. Maar ik had ook een nieuw guesthouse uitgezocht (een stuk schoner en wat beter onderhouden en warm water..) dus ‘sochtends wekker gezet, vroeg alles gepakt, alles naar andere guesthouse lopen verhuizen, en klokslag om 8 uur was ik bij mijnheer tafel-en-twee-stoelen… ehh mijnheer reisburo (zie vorig verhaal). Die serveerde na een paar minuten een grote kop thee, scrambled eggs, en een warm stokbroodje, dat was mijn ontbijt. Niet het luxte wat ik ooit gehad heb, maar ook zeker niet het slechtste, en ik heb alles heerlijk lopen verorberen.
Toen er om 8:30 not geen andere toeristen waren vroeg ik hoe dat in elkaar zat.. en toen lachde die een beetje en zei die dat ie zich had vergist in de tijd, en het was 9:00 ontbijt, 9:30 weg, ik had me voor niks lopen haatsen. Naja, dat begint goed dacht ik, laten we hopen dat de dag niet veel verder gaat zo.

Na een ommetje van een half uur, en nog eens 20 minuten wachten, werd ik inderdaad opgepikt door een vrachtwagen met bankjes erin, waarin al een stuk of 9 toeristen zaten. (achteraf waren het 4 Duitsers, 2 Engelsen, 1 Japanner, een Thaise, en ikke, de vliegende Hollander). Verder twee gidsen, en een chauffeur.
Na een kwartiertje te hebben gereden, werden we uitgeladen, en moesten we een stuk door een lokaal dorpje heen lopen, terwijl de vrachtwagen door reed en de Kayaks bij de rivier ging uit laden). We kregen wat uitleg over de huizen, die allemaal op palen staan, vanwege de regentijd en vanwege ongedierte. Leuk wonen, maar ik denk dat ik na een week gek zou worden.

Ondertussen waren we bij de rivier aangekomen en kregen we een korte uileg hoe te kayakken, wat te doen als je omslaat etc, en na 10 minuten waren we op weg. De rivier wisselde tussen slome breede stukken en smalle stroomversnellingen, sommige best venijnig, maarja, ik was pas beginner.

Lekker peddelen op de rivier

Na 5 minuten brak het eerste ‘ik kan jou lekker naspatten’ watergevecht al los, en in no time was iedereen doorweekt. Op zich niet erg, met 35 graden aan je kont was het zelfs wel lekker. Het kayakken was ook heeerlijk, echt heel relaxend op die rivier, en die snelle stukken waren heel cool (de eerste ging ik bijna ondersteboven). Na zo een half uurtje te hebben gevaren moesten we stoppen bij een clif, en daar bleek je via land op te kunnen klimmen en van af te kunnen springen. Dat was wel een meter of 8 a 9, dus best eng, maar tuurlijk heb ik het (2x) gedaan. De gids heeft me foto genomen terwijl ik sprong, maar ik was zo snel (!) dat alleen het topje van mijn hoofd er nog op staat.

Het was wel 25 meter hoog, echt cool. Ik was zelf helaas te snel voor de foto

Een half uurtje konden we spartelen in het water, daarna doken we de kayak weer in, en na wederom een half uurtje peddelen, waarbij ik bijna werd opgevreten door de water buffalo’s , kwamen we bij de organic-farm, waar we een bakkie thee en een glaasje fruit wijn kregen (allebei goed te zuipen, die fruit wijn was zoet-zuur, heel apart), waarna we lallend 15 minuutjes verder moesten varen waar we de lunchplek bereikte. Dit was een boom aan de rivier, waar ze een touw in hadden gehangen, dus je kon heerlijk zwieren en plonsen, en ondertussen werd het eten klaar gemaakt, op een barbeque gemaakte spies, en wat opgebakken rijst, dit vergezeld van het langzamerhand eeuwige stokbroodje. Maar, water, zon, drank en honger maakt raauwe bonen zoet, dus het smaakte prima.

Zwieren zwieren …plons

Na nog een half uurtje te hebben geboomd, (naja, beter dan die kip grappen) , vertrokken we weer voor een half uurtje, alwaar we bij een grottenstelsel aankwamen. We kregen allemaal een lamp, en hoppa, de grot in. Het bleek een inmens groot grottenstelsel te zijn, waar ook ooit de grote grijze glibberige gore grottegriezel gewoond schijnt te hebben (tenminste… ze hebben hem ooit horen ristelen) .

Mmm, of was dat die grote groene glibberige grotte griezel??

Maar, alle gekheid op een stokje, we hebben zeker een uur door die grotten heen gedendert in sneltrein vaart, en het was bijzonder indrukwekkend. Sommige stukken moesten we tot boven-knie hoogte door het water. Op het eind, moesten we door een piepklein gaatje klauteren, dat was ff eng, soort worst-nightmare-scenario, maar gelukkig bleef ik niet steken. In de regentijd staat de grot voor een deel blank en moet een gedeelte van de trip per boot gedaan worden (of zwemmen voor de moedige mensen).
Na weer in het daglicht getreden te zijn, heb ik mezelf maar op een beerlaaauuuwww getrakteerd, en met die, en nog een zwempartij achter de kiezen, mochten we het laatste stuk naar Vang Viang terug peddelen.

Mijn Kajak werd gentered en afgenomen.. (snif)

Dat ging allemaal goed, tot net voor het eind. Daar was een groep kinderen aan het zwemmen, en die wilde ineens allemaal tegelijk op mijn kano klimmen (hadden ze volgens mij al eerder gedaan), wat natuurlijk nooit ging, dus in een mum van tijd, stond ik in het water, en lagen die kids op mijn ondersteboven kano te gieren van het lachen. Tja, dan kan je alleen maar mee lachen, de foto is het bewijs. Al om al, was het een perfecte dag, met een perfecte trip, leuke gidsen, leuk akties, en ik vond het jammer dat het afgelopen was.
Na een lekkere douche, en een grote pizza voor diner (metr bier natuurlijk), heb ik vroeg het bed gekozen, want ik voelde me een beetje grieperig (zal de zon wel geweest zijn)

5 april 2003, BEERLAAAUW
Geplaatst op Saturday 05 April @ 12:04:23 GMT+1 door casper

Tijdens het Kayakken van de vorige dag zijn we een heleboel mensen voorbij gevaren die op de binnenband van een auto/traktor, langzaam de rivier af zakte. Om de paar honderd meter, had een handige Laotiaan een bamboe hutje midden op de rivier gebouwd, en verkocht daar beerlaaauww aan de voorbijgangers, dus, je snapt, dat leek me helemaal het einde, en wilde ik ook. En.. wat ik leuk vind, dat doe ik ook, sorry… zo ben ik nou eenmaal

Na een ontbijtje en wat huishoudelijke aktiviteiten (schoen laten maken, was laten doen etc) met een band bij de rivier aangekomen, en heeeeeeeeel relaxed die rivier afgezakt. Het was echt goddelijk, en ik zou het bij wijze van spreken morgen weer kunnen doen (tsing…..idee). Heerlijk rustig die rivier af (sommige stukken veels te langzaam, but who cares) met je reet in het water, en je rug en benen op de band, en langzaam go-with-the-flow. Er valt best wat te zien, behalve de erg mooie natuur zo tussen de bergen, zijn er vogels, water bufalo´s en vooral de stilte…

Nee, het is echt een fles water tussen mijn benen hoor…

Ik starte om 11:30 uur, en toen vond ik het nog te vroeg om al aan het bier te gaan, maar bij de 6e ‘ cold-beerllaaauww’ schreeuwende bamboo hut, ben ik toch ook over stag gegaan, en zat ik om 12 uur al aan het bier. En dan zak je lekker zo’n rivier af hoor, met je halve lijf in het lekkere water. Alleen bij een paar stroomversnellingen kreeg je wel eens een paar stenen tegen je achterwerk, maar verder was het het einde. De rit duurde een paar uur, en deze aktie kan ik iedereen aan bevelen, en behalve dat ik nu zo rood als een kreeft ben natuurlijk (want ik heb al een maand of zo niet meer in de zon gelegen) voel ik me perfect. Waarschijnlijk ga ik morgen naar Louang Phabang, ook zo’n relaxend plaatsje, schijnt sinds 1995 op de wereld lijst van beschermde huppelde dinges te staan. (a designated World Heritage town, voor als je het wilt weten). Ik houd jullie op de hoogte, voor nu,uit plezierig Laos, de groetjens

8 april 2003, Laatste Loas Loodjes
Geplaatst op Saturday 12 April @ 12:53:03 GMT+1 door casper

Zo, daar ben ik dan eindelijk weer, na een paar vermoeiende dagen die ik heb doorgebracht van de ene ‘bus’ in de andere vrachtwagen en ook nog een dag op een trein station. Maar, ik zal bij het begin beginnen, en dat was mijn besluit om de gok te nemen dat de nieuwe grens over gang tussen Laos en Vietnam inderdaad open was, en de rit (die hemelsbreed niet een zo ver is) te plannen per lokale bus, want ander was er niet (en daarom vond ik het ook een beetje vreemd). Na wat navragen bleek er een bus van Luang Probang naar Phonsovan te gaan, en dat was volgens mijn kaart ongeveer een derde van de afstand naar Vihn aan de Vietnamese kust. Die busrit zou 9 uur duren zei men, dus maar de vroege bus van 8 uur geboekt (gadver, weer vroeg op ) voor de prijs van 70.000 kippen (nee ik zeg niks meer). Verder maar besloten om Hanoi (noord Vietnam) vooralsnog te laten vallen vanwege de SARS en ook een beetje tijdgebrek, en dat dan aan te doen via China als ik daar ben.

Tja, nou, ik dus vroeg op, en met me rugzakkie om 6:45 uur stond ik (zo fris als een hoentje) op de hoofdstraat om te proberen wat ontbijt te krijgen. Er was zowaar een bakkertje open, die me prompt de verkeerde bestelling gaf, maar dat was ook goed te eten. Enfin, met de tuk-tuk naar de bus station, en om kwart voor 8 was ik netjes aanwezig, alwaar ik netjes mijn rugzak op het dak kon leggen (nou ja, werd voor me gedaan) en ik mocht gaan zitten in een nog 90% lege bus, met die uitzondering dat het gangpad al vol lag met zakken met iets (maar ik kon er op lopen zei de chauffeur), en de twee achterste rijen ook al helemaal tot het plafond volgestapeld met goederen was, dozen, kratten en vage dingen.

Tja… en als een bus dus niet vol is… dan wacht men tot er nog wat mensen komen… dus om 8 uur waren we niet weg, en om 9 uur ook niet… en na wat zeuren van de passagiers (incl mijzelf) reden we dan om 9:15 weg, om vervolgnes 100 meter buiten het bus station te stoppen en nog eens 15 minuten te wachten omdat er nog iets moest komen. Dat bleek een plastic zakje met iets er in, maar vraag me niet wat.

Enfin, om half tien dus op weg (had ik ook wel later op kunnen staan) en de eerste stuk was de weg terug die ik een paar dagen eerder vanuit Vang Viang gedaan had, dus ik wist wat me te wachten stond. Ik ga Laos maar Haarspeldbochtland noemen, want dat is echt erg. De weg volgt elke contour van de berg, en elke berg moet helemaal omhoog gereden (gezigzagd) worden, en dan aan de andere kant weer helemaal omlaag zodat je horizontaal eigenlijk evenveel kilometers aflegt als verticaal. Er hingen aan de railing van het dak (de handvaten zeg maar) een zak met gewone plastic zakjes (en natuurlijk nog doorzichtige ook) om te kotsen, dat was wel een aardig detail, en beloofde wat. Gelukkig heb ik geen last van wagenziekte, en de bus was toen we weg gingen maar voor 20% gevuld, dus lekker veel plek, breed zitten, heerlijk. Het weer was mooi, dus een lekker tralalala gevoel.

Ik had bij mijn ontbijt adres een vet groot stokbrood ham-kaas besteld, en toen ik die onderweg lekker aan het oppeuzelen was, kotste er iemand 3 stoelen voor me haar plastic zakje vol….( ik dacht nog, is wel lekker voor tussen het brood maar ahhhhhh…).

Natuurlijk had ik net mijn brood naar binnen gepropt toen de chauffeur een 45 minuten voor lunch langs de weg stopte (is een beetje onduidelijk wanneer ze dit nou wel en wanneer ze dit niet doen), dus dat was wel jammer.
Wel heb ik nog nooit zoveel gapende afgronden gezien als op deze weg, en dat geld eigenlijk voor heel Laos wel, en je denkt toch niet dat ze vangrails hebben, want daar hebben ze nog nooit van gehoord. Een verkeerde stuur beweging en je ligt gewoon een paar honderd meter de diepte in, en dat was soms wel een beetje eng, ondanks dat de chauffeur op zich heel beheerst reed, maar ja, de weg was voor onze standaard een eenrichting verkeer weg (het hete highway 7, haha) , en als er dan een tegenligger kwam (zeker als het precies in een bocht was) was het af en toe even schrikken. Ook was er eens in een haarspeldbocht een truck defect gegaan, en die stond daar lekker midden op de weg, de chauffeur lag lekker onder een zelfgemaakt afdakje midden op de weg te slapen, al wachtend op hulp denk ik, en dat gevaarte zie je dan ineens als je de bocht om komt rijden voor je snufferd staan. Of koeien die erg veel op de weg liepen, maar ook andere beesten (waterbuffalo’s, geiten, kippen, eenden of ander voetvolk). Maar, alles ging volgens plan, en na 3 uur kwamen we bij de aftakking naar de nieuwe highway 7, en gingen we verder de binnenlanden in.

Ik zag heel veel mensen langs de kant van de weg met geweren lopen, en daar was van alles tussen, van gewone geweren, dubbel loops maar ook machine pistolen, en dat vond ik wel een beetje raar. Er ging geen dreiging van uit of zo, maar het feit dat ze die dingen droegen kwam bij mij wat vreemd over. Verder werd er veel naar de chauffeur gemaand om te stoppen omdat die mensen graag een sigaretje van de chauffeur wilde bietsen, maar die ging daar dus niet op in. Onderweg kom je regelmatig ‘dorpjes’ tegen, en dan gebeurt het regelmatig dat kinderen ergens om een bocht met een volle emmer met water, de bus chauffeur en passagiers eens even lekker nat spatten door die emmer water door een open raam/deur naar binnen kiepen, dat is me nou al 3 of 4 keer gebeurt. Ik zag van de week zelfs een stel jonge monniken in oranje gewaden dat bij een mooi meisje doen die op de brommer voorbij kwam en drijf, en drijf nat werd. Ik zag er de humor wel van in en tja, je moet wat als je je verveelt in zo’n pokke dorpje waar je nooit wat beleeft. Achteraf (als je niet al te nat geworden bent) is het ook wel lachen.

Monniken die water gooide op passerende meisjes, haha, monniken zijn ook mensen

Verkeer op de weg, zeker na de afslag naar ‘Highway 7′ was minimaal, en als we op dat stuk, dat 6 uur in beslag nam, 4 of 5 keer ingehaald zijn/hebben, en 25 auto’s zijn tegen gekomen dan is het veel, dus je kan je voorstellen dat het verkeer niet super druk was. Zoals eerder gezegd, was het erg bergachtig, erg ruig, en werd er heel veel plat gebrand, om , neem ik aan, tijdens de komende regentijd te gaan bebouwen. Het was wel erg veel wat er in de hens werd gestoken, en meestal resulteert dat na verloop van tijd in modder en grond verzakkingen e.d., plus dat al het groen gewoon verdwijnt, en dat is wel zonde van de natuur. Zonder al te veel incidenten reden we om een uur of 4 ´s middags Phonsovahn binnen, en was mijn eerste taak om een onderkomen voor de nacht te zoeken (wat niet zo’n probleem was want er stonden al 6 of 7 touts te proberen je vanuit de bus mee te lokken naar hun guesthouse), info in te winnen over een bus naar de grens voor morgen, en te kijken of er nog tijd was om de lokale toeristen attractie te bezichtigen.

Phonsovan was niet zo gelukkig dat het altijd elektra had, alleen maar van 17:30 tot 22:30 elke dag, dus gewoon er voor zorgen dat je om 10:30 in bed lag (nou snap ik hoe al die kinderen tot stand komen die hier rondlopen). Het is een beetje uit de kluiten gewassen dorp, waar, net als alle andere dorpen en steden in Laos, de kids (en ouders trouwens ook) gewoon op de hoofdweg staan badmintonnen en voetballen, en je eigenlijk niet eens uit hoeft te kijken als je oversteekt. De lokale toeristische attractie is de ‘fields of Jars’ en de overblijfselen uit de Vietnam oorlog.

Om bij dat eerste te beginnen waren er hele gebieden van grote bergen waar helemaal NIKS op wilt groeien behalve gras, en dat komt omdat ze door de Amerikanen zijn gebombardeerd met Agent Orange, een of andere chemische zooi die alles vernietigde wat groen was. Het is pas sinds kort dat er gras groeit, en ze zijn nu aan het experimenteren met genetisch gemanipuleerde bomen, om te kijken of ze enige begroeiing kunnen planten. Maar wel droevig om zoiets te zien, ook nog de tientallen bomkraters die je overal ziet, en je ziet veel lege munitie hulzen overal liggen. Er komen elke week nog mensen om, omdat ze op onontplofte bommen stappen, en er is zelfs door de Duitsers een heel groot weeshuis gebouwd om die wezen dan weer op te vangen. Dat weeshuis is zo groot en nieuw in midden in het dorp dat het erg opvalt..

Anyway, ik kon de eigenaar van het guesthouse zo ver krijgen datie me voor $5 heen en weer naar de ‘field of Jars’ zou brengen, en er wat uitleg over zou geven, dus daar gingen we, in een 20 jaar oude vreemde slee, naar de field of Jars. Ik wist niet wat ik me er bij voor moest stellen, maar, het was zoals bij veel toeristische trekpleisters, meer marketing dan inhoud. Er stonden in een veld, een stuk of honderd hele grote stenen potten of kruiken, sommige van wel 2 meter hoog. Die dingen bleken erg oud te zijn, en een raadsel wat voor een dingen het waren, wie ze er neer gezet hebben en wat de functie was. Volgens onderzoek gedaan door diverse Franse (haha, de sukkels) waren het stenen graven, maar de Laosianen zelf denken daar heel anders over. Volgens hun zijn de stenen kruiken gebruikt om whisky in te maken, die opgedronken werd ter viering van een overwinning van de een of andere veldslag. Op zich klinkt dat logischer dan graven, maar ik denk dat de waarheid wel nooit achterhaald zal worden.

wat een potten!!!

Goed, na wat informatie te hebben ingewonnen bleek de bus naar het grens plaatsje waar ik heen wilde om 8 uur te vertrekken, dus ’s avonds, na een potje gekaart te hebben met een stel zweden, een Frans meisje (die hevig aan de joint was) en een zuid-afrikaans meisje, toch maar om 10:30, toen het ligt uit ging (de elektra is dan op) gaan slapen. Natuurlijk heb je in deze landelijke kontrijen weer de nodige hanen, die me om 4 uur uit me slaap begonnen te kraaien (klote beesten, waarom beginnen ze nou zo vroeg), maar na wat pogingen toch tot 6 uur door kunnen slapen. Alles lekker ingepakt, een ontbijtje van een stokbroodje, en hele sterke koffie (ze drinken hier de koffie echt loeierzwart, en dan met veel van die stroperige zoete gecondenseerde melk er in) en een omeletje op weg naar het bus station. Daar aangekomen (het was 5 minuutjes lopen van mijn guesthouse) reed er net een oude gammele bus weg, en ik had al zo’n vermoeden, dus ik sprong er voor, bus moest stoppen en ik vroeg… ga je naar Nong Het. En ja hoor, het was mijn bus, dus ik sprong er in, en deze bus had echt zijn beste tijd gehad. Veel banken lagen los, alles was vies en verroest, maar ja, veel keus had ik ook niet. We hadden nog geen 100 meter gereden, of er werd al gestopt om een stuk of 50 golfplaten op het dak te binden, en weer 100 meter verder gingen er 20 steiger palen bij, maar daarna zetten we er vaart achter. De weg was nog stiller dan de voorgaande dag, en wat minder heuvel achtig (tot op het einde na), en de rit duurde maar 4 uur (terwijl ik die op een uur of 6 a 7 had ingeschat, dus eind van de ochtend kwamen we, na veel stops, in Nong Het aan. Dit bleek niks meer dan een gehucht te zijn, en na informeren met handen en voeten (want geen hond spreek hier Engels) bleek dat de grensovergang nog 20 km verder was, en dat de enige vervoers mogelijkheid een vrachtwagen was. Nou, de halve bus moest ook die kant op, ook sjakie met de golfplaten, dus alles overgepakt van bus in vrachtwagen (die 3x zo klein was als de bus, en nog 10 jaar ouder, trouwens, de chauffeur was ook dubbele leeftijd) , en daar gingen we, met berg af motor uit, berg op, in zijn tweede versnelling, hard ging het dus niet.

Proppie proppie in het laadruim van de vrachtwagen

De rit duurde ongeveer een half uurtje tot de grens, dat viel wel mee, en dat was wel weer een verbazing. De grens was namelijk dicht. Tenminste, er was een grens, er was een grenspost, een hefboom, wat hutjes, maar geen kip te bekennen. Na 15 minuten wachten (het was 12:15), en diverse pogingen om info te krijgen (maar het enige wat je dan krijgt is een glimlach en een gebaar zo van, ga toch lekker zitten) , dacht ik, nou, dan loop ik toch gewoon de grens over. haha, daarmee ontketende ik bijna de derde wereld oorlog geloof ik, want onmiddellijk kwamen er allerlei mannetjes in uniform uit allerlei hoeken en gaten , en die maakte me dan toch eindelijk duidelijk dat de grens lunchpauze heeft van 12 tot 1:30… Pfff, heb ik weer, als enige bij een grensovergang (verder echt niemand gezien) en wachten tot 13:30. Ik had deze keer geen stokbrood mee genomen, en de buschauffeur stopte ook niet, dus ik begon wat te rammelen, en tot mijn grote verrassing was er een verkapt etens tentje (nou ja, een hutje met een kolen vuurtje) en die hebben een lekker noodle-soepie (uit een pakkie) voor me gemaakt.

De grenspost verzwaren, toch nog enig nu van die Amerikaanse bommen!

Daarna met een boek onderuit tot 1:30 zitten wachten, en om 1:40 kwam chef met de pet dan ook zijn hokje bemannen en na wat moeilijk kijken, kreeg ik de nodige stempels in mijn paspoort en mocht te voet, de 500 meter naar Vietnam afleggen, in de brandende hitte. Dat gaat vlot dacht ik nog, niet wetende wat me bij de grens post van Vietnam te wachtend stond, maar daar over in het volgende verhaal meer.