20030500 – Juni 2003, Lake Toba, Yogyakarta en Surabaya (Indonesië)

23-24 mei 2003 , Lake Toba
Geplaatst op Tuesday 27 May @ 16:13:42 GMT+1 door casper

Vaak hoorde ik dat Lake Toba echt de moeite waard was om te gaan bezoeken. Nu was ik, na mijn mindere ervaringen in Bukit Lawang, een beetje huiverig. Toch bleef ik er zoveel goeds over horen dat ik toch maar het risico nam en de local-bus naar het zeer bekende meer nam.
Lake Toba is het grootste zoetwater meer in zuid Azie, en is ontstaan door een gigantische vulkaan uitbarsting , ongeveer 80.000 jaar geleden. Het is dan waarschijnlijk ook het diepste meer, met op sommige plekken 525 meter diep (moet je niet je portemonee in het water latenvallen dus). In het midden van het meer ligt een eiland, dat gevormd is door een volgende uitbarsting 50.000 jaar geleden. Het is eigenlijk geen eiland want het is toch nog net aan een kant met het vastenland verbonden , maar het is echt een heel klein navelstrengetje.

Het meer ligt hoog in het gebergte, dus het is al een hele klus om er te komen. Ik had goede ervaringen met mijn chicken bus van en naar Bukit Lawang, dus ik dacht, dat herhaal ik nog eens. Ondertussen nam ik ’s ochtends afscheid van onze kokkin (lees voige verhalen) , die me als maar uit zat te dagen, en ze gaf me een hand en ik wilde eigenlijk automatisch haar op de wang zoenen, hahahah, daar schrok onze Islamitische maagd wel heel erg van, dus het is er niet van gekomen. Ik moet nog steeds lachen om haar gezicht, hoe ik dat kon proberen zeg, hahah. Gelukkig zag ze de humor er ook wel van in na een paar minuten.

Enfin, ik met de BEMO (dat is de share taxi, misschien beter prop-taxi genoemd), naar het bus station, en toen ik daar uitstapte werd ik echt overvallen door wel 8 tauts die me allemaal hun bus in wilde lokken. Helaas pindakaas, ik had geen werk voor ze, dus ik vertelde dat ik de chicken bus nam, en toen werd ik er toch nog ingeluisd, maar ik kon niet meer terug. Een van de tauts bracht me namelijk naar die chicken bus, en liet me 30,000 roepia’s betalen. Ik vond dat te veel, dus ik liep naar de chaffeur, (ondertussen belaagd daar 4 man, en ik moest ook me tassen in de gaten houden) en vroeg hem hoeveel het was, en die stak alleen maar 3 vingers omhoog, en ja, dan kan je niet anders doen dan betalen (we hebben het over 3 euro, maar toch). De normale prijs bleek achteraf 15.000 te zijn, en de rest hebben die tauts natuurlijk gepakt. Waarschijnlijk heeft ook de chaffeur ook een deel er van gekregen. Naja, hoe dan ook, du bus was snel weg, en ik had weer wat bij geleerd, en na een uur of drie tuffen in het boemel busje werd er ineens gestopt in Pematangsiantar, in de volkmond Siantar genoemd, dat ligt op een uurtje van het meer vandaan.

Sumatra kan erg pitoresque zijn natuurlijk

Ook ik werd de bus uitgesleept, en door allerlei zenuwachtige gebarende mensen in een minibus gepropt. Ik kon nog zien hoe me rugzak op het dak werd gebonden, en moest toen sardientje spelen, met z’n 16’en in een minibusje, dat heb ik nog niet eerder mee gemaakt.
Het laatste stukje was een ijsinwekkende afdaling, met haarspelbochten en diepe afgronden zonder vangrails, enfin, ik het heb al eerder eens verteld, dat zijn de wat mindere ervaringen. Zeker omdat we halverwege ineens bij een opstootje stil kwamen te staan, en daar lagen dus twee lijken, open en wel, langs de kant van de weg. Die hadden een brommer ongeluk gehad en waren blijkbaar op slag dood. Iedereen stond er naar te kijken, ook veel schoolkinderen want het was net voor een school gebeurd. Beetje naar gezicht. Onze chaffeur stopte om te vragen of ie kon helpen, maar dat was niet nodig, dus scheurde we weer verder de berg af (slik). De uitzichten waren wel schitterend moet ik zeggen, dus heb ik me daar maar op geconcentreerd.

Lokale bouwstijl. Jammer van het bord

Aangekomen bij het meer wilde ik natuurlijk op het eiland verblijven, dat is ook de grote toersiten attractie. Ik werd bij de haven gedumpt en al na 10 minuten vertrok er een ferry bootje die en na een minuut of 40 op het eilandje aankwam, in de plaats Tuk-Tuk . Daar werd ik natuurlijk al weer door de diverse tauts opgewacht, en ik had uit mijn boek al wat namen wat geusthouses, dus ik pikte er een uit, en we gingen daar een stuk naar toe lopen. De taut liet ik lekker een van mijn tassen dragen, dus het was wel te doen.
Onmiddelijk viel me onder het lopen de vredige atmosfeer en de mooi natuur op, Aangekomen bleek het guesthouse ook wel redelijk te zijn, zelfs warme douche en een hele grote hut, dus dat ging goed komen.

Lake Toba was een plaatje

Als er een paradijs bestaat moet het haast wel Lake Toba zijn. Alles is er zo gigantisch mooi, alle planten bloeien, het is heerlijk rustig, je hebt gigantische mooie uitzichten, het meer is glashelder en lekker koel, het enige wat er ontbrak was net als in Bukit Lawang,… de toeristen. Ook hier alles erg rustig, maar je werd gelukkig niet lastig gevallen elke keer. Ik heb de eerste dag beetje rond het eiland gelopen, alwaar de lokalen zich aan mij vergaapte en ik aan hun. S avonds een videotje gezien in het guesthouse (geheten Tony’s) en lekker gaan slapen, alhoewel er wel veel enge geluiden waren snachts. Ik vond de volgende ochtend ook diverse rare dooie beesten op de vloer, ook een stuk of 3 van die supere grote kakkerlakken… brrr
“s ochtends was het zo een lekker weer, niet te beschrijven. Weet je, de eerste lentedag in Nederland dat je zonder jas weg gaat, en je de zon lekker op je armen en hoofd voelt schijnen, en het niet te warm is, gewoon LEKKER, zo’n weer is het daar dus altijd. Niet te warm, niet te koud (wel snachts trouwens), geen wind, geen herrie en geen volk. Nou, wat willen we nog meer. Verder waren de mensen van het guesthouse super aardig. Moesten ze natuurlijk wel, want met zo weinig toeristen moet je ze wel zien vast te houden natuurlijk, maar daar slaagde men goed in, door echt een huiselijke vriendelijke sfeer te creeeren.

De tweede dag dat ik er was heb ik een scooter gehuurd en was ik van plan naar de warmwaterbronnen te rijden, die ongeveer 1,5 uur verderop lagen. Op het eiland rijd weinig verkeer, maar wat er rijd komt met een rotgang op je af, en altijd net als je de bocht door gaat natuurlijk, dus het is wel even uitkijken, want de wegen zijn smal en slecht. Daarbij hebben een aantal grapjassen bij hun dorpjes of huisjes verkeersdremples neergelegd, maar wel zo dat je ze bijna niet kan zien. Ik reed dus met een vaartje van 40 a 50 km/pu over het eiland heen. Overal word je vrolijk begroet, er zitten veel mensen langs de kant van de weg, ogenschijnlijk niks te doen, maar ik neem aan dat ze of op de bus wachten, of op een lift , of gewoon hun tenen zitten te tellen.

Hoe dichter ik bij die warmwater bronnen kwam, hoe slechter en smaller de weg werd, totdat het ineens een zandweg werd, en daarna een zandweg met afgronden en gaten. Hoe dan ook, ik kwam er aan, en het was me toch een gore bende. Rond de beek die warm water leverde, waren allemaal kleine zwembadjes gebouwd, allen van een andere eigenaar, en die tapte allemaal het water uit de beek, zodat de beek zelf bijna droog lag. De zwembaden varieerde van groot (15×4) tot eenpersoons hokjes van 1×1 meter. Voor elke hokje of zwembad moest je betalen, en toen ik voor ik ging betalen het water voelde was ik gelijk genezen, bloed en bloed heet. Ben maar onverichterzake terug gegaan en ben onderweg bij wat vreemde mensen die tegen me stonden te wenken mee naar binnen gegaan, en wat zitten kletsen, en ik was om 5 uur weer terug bij het guesthouse.

De volgende dag ben ik bij een Indonesier gaan logeren, dus ik heb s ochtends de bus naar Sianter gepakt, maar hierover meer in het volgende verhaal.
Al om, Lake Toba is een perfecte plek om heerlijk te relaxen. Er zijn hotels en guesthouses in alle soorten luxes en prijzen, prijzen liggen tussen de 15.000 tot 120.000 roepias voor de luxe kamer met ijskast, TV, Airco etc.

4 juni 2003- Yogyakarta
Geplaatst op Wednesday 04 June @ 14:53:14 GMT+1 door casper

Na al mijn ziekte beslommeringen, waarover je in het forum uitgebreid kan lezen, was ik half levend in YogYakarta aangekomen, en na wat goed Rickmanda advies was ik vandaag weer helemaal de man, dus werd het tijd voor een cultureel daggie. En voor de kenners, ik offer me dan echt wel gedeeltelijk op, want je hebt van die dingen…pffff.
YogYakarta, door de meeste mensen Jogja genoemd (dus door mij ook maar vanaf nu), is het centrum van de Batik cultuur (en Batik Mafia, maar daarover zo meer).

Jogja is een hele drukke toeristische stad, en ondanks dat er weinig toeristen zijn, blijft het toch druk. De stad is erg rumoerig en vies, verkeer is vrijwel niet geregeld, dus alles gaat door elkaar heen, en ik heb het gevoel dat iedereen maar wat doet. Veel van de stad bestaat uit piepkleine steegjes (in het Indonesisch GANG geheten) waar geen auto’s kunnen komen, wel brommers, en waar de mensen redelijk dicht op mekaar wonen. Beetje Chinees doet het aan, wel gezellig. Op de straten waar dan wel auto’s mogen/kunnen komen, is het stervens druk. De trotoirs staan vol met etens tentjes (van die wegrij karren, die nooit weg rijden) en de mensen moeten dan dus op de straat lopen. Door al die etens tentjes worden de straten eromheen smerig, vettig en ranzig, met alle gevolgen van dien. Toch is Jogja geen omplezierige stad, want het leeft. De kontrasten zijn hier, net overigens als in de meeste Indonesische steden enorm. Was in Bangladesh IEDREEN arm, in Thailand IEDEREEN rijk, hier heb je heel rijke, en heel arme mensen, en die wonen pal naast mekaar. Zou kan je een oud vrouwtje, vies, hongerig en ongewassen, zien liggen voor een hek van een rijke villa met zwembad, of een klein 12 jarig meisje zien bedelen bij een man in een BMW of Mercedes.

Als attractie heeft Jogja het paleis van de Sultan, die er nog steeds woont (hij heet Hamengkubowono de tiende) , maar het is ook gedeeltelijk voor het publiek opengesteld.

De Sultan leek meer op Spock dan Spock zelf

Verder hebben ze een stuk of tig musea, een water kasteel en ongeveer 12983734 triljoen Batik winkels. Ik heb ze niet allemaal getelt, want na 2 triljoen raakte ik de tel kwijt, maar… you catch my drift. En als die Batik winkeltjes moeten natuurlijk aan toeristen slijten. Dus wat doen ze…: de bekende weg. Ze geven commissie aan jan en alleman die maar een klant aanbrengt. Nu schijnt dat als er wel toeristen zijn, dit al heel irritant te zijn, maar nu er weinig toeristen zijn des te meer. Elke 10 stappen die je doet krijg je dus de vraag…. ‘ Sir !!! you want to see Batik demonstration’ , of Batik shop, of wat dan ook. Er zijn er die het gesprek proberen te beginnen met ‘hello…how are you..’ of een simpele ‘ where are you from’ maar als je daar op in gaat, heb je na 10 zinnen al 4 keer het woord batik gehoord. (voor de Super cultuur barbaren, Batik is het proces waarmee men via het opbrengen van was op linnen, daarna verf, een mooie geverfde doek krijgt, of schilderij).

Enfin, het is dus gewoon negeren van al die lui, en daarbij komen dan nog eens de rikshaw rijders, waarvan er volgens mij ook 12983734 triljoen zijn, en die willen graag dat je door hun afgezet word, letterlijk en figuurlijk. Enfin, dat maakt op zich de ervaring er niet zo plezierig op, maar… als je je blik op oneindig instelt, en niet reageert op al het ‘He Mr’ geroep, dan gaat alles goed.

Ben ’s ochtends vroeg dan ook op tijd weg gegaan naar het Paleis toe, een half uurtje lopen, en.. ik moet zeggen, die sultan heeft een aardig optrekje.

Zag er wel relaxed uit, dat optrekje van die Sultan

Midden in de drukke lawaaiige stad is er een groot stuk grond omringt door muren, en binnen in is het dan zo vreedig en rustig, dat je eigenlijk niet meer weg wilt. Binnen valt er de troon van de Sultan van vroeger te zien (volgens mij wonen er nu muizen in, want dat ding zag er niet uit), en zijn er allelei aparte gedeeltes, allemaal in de open lucht maar met grote daken er boven, dus een soort open veranda’s. Daar was er een voor het eten, een voor meetings, een voor straf uitdelen, en zo voorts, allemaal heel mooi en indrukwekkend.

De troon, onder van die grote koele kamers

Verder was er nog een tentoonstelling, met allemaal spul van Soekarno en het verleden van Indonesie (veel Nederlands spul er natuurlijk tussen), de schrijftafel van Soekarno, enfin, wel wat leuk spul maar ook heel veel goed bedoelde rotzooi, zoals de keuken bestek van Soekarno (blikopener en zo… boeieeeeee).
Het heeft wel een paar uur geduurd voor ik door het hele paleis was, en er liep een Nederlandse gids (oud Nederlands-Indie mannetje) met een Nederlandse OAD groep toeristen, dus daar heb ik natuurlijk lekker van geprofiteerd. De man had maar een oog, en een heel slecht glazen oog, dat veels te groot was, dus het leek net alsof ie heel boos en scheel keek, maar het was wel een humor mannetje, dus me wel vermaakt met zijn uitleg.

Welk oog was nou de echte

Al om was ik rond 12′ en klaar, en ondanks dat ik ECHT nog wel dat museum had willen zien, kon ik het niet meer opbrengen, en ben ik maar weer terug naar het guesthouse gelopen. (Guesthouse Monica, kleine kamer, koude douche en een plee, verder niks, 45.000 roepias=4,5 euro per nacht, maaar wel incl ontbijt 🙂 )

In de middag foto cd en wat papieren op de post naar huis gedaan, en een treinkaartje voor morgen vroeg 7:30 naar Surabaya gekocht (7 uur reis).
‘ savonds begon er wat koorts op te komen (zul je zien dat ik nog eens de griep krijg ook, lekker dan) maar ik zit nu met een aspirientje toch weer in het super i-net cafe, zo mooi heb ik ze nog niet veel gezien, alles werkt gewoon !!!.

Nou, we zien wel wat de dag van morgen brengt… u zal denk ik nog wel van me horen…

5 juni 2003, Surabaya, zo maar wat losse flodders
Geplaatst op Thursday 05 June @ 15:13:13 GMT+1 door casper

Ik ben vandaag met de trein van Jogja naar Surabaya gegaan, een reis van 7 uurtjes, en daar valt eigenlijk niet veel over te vertellen (saai he). Ik kan natuurlijk wel wat leuke dingen verzinnen, hoe ik in me eentje voorkomen heb dat de trein ontspoorde en zich in een opslagtank met gas boorde, waardoor ik de levens van duizenden mensen heb gered, maar ja, dat klinkt zo poggerig, dus laat ik het maar over wat anders hebben

In Surabays, dat de grootste stad van Indonesie is, na Jakarta, valt niet zo veel te beleven, het is meer een door start punt richting Bali, wat ik morgen wil gaan doen. Volgens mijn bijbel waren er drie leuke dingen in Surabaya, de dierentuin, de chinese wijk, en de islamitische wijk. Nou, van de laatste twee heb ik er al genoeg gezien, dus hup, ik smiddags op weg naar de dierentuin, met de stadsbus.
Aan de dierentuin kon je goed zien dat het slecht gaat met Indonesie, want geld voor onderhoud was er niet. Toch was het een heel ruim en heel fraai en groen opgezette dierentuin, met eigenlijk alle beesten die je een beetje kan bedenken. Ik heb daar een beetje rond gelopen, wat kiekjes gemaakt, wat gezeten, en toen weer terug naar huus.
Omdat ik hier in een mooi i-net cafe zit en ik goede zin heb want ik heb net een pizzahut-pizza op en ga zo naar Starbucks coffee, neem ik dan nu maar de gelegenheid om allelei kleine dingetjes die me te binnen schieten, of die ik heb opgeschreven, eens aan jullie te vertellen.

Op de meeste artikelen in de supermarkt staat niet welke ingredienten er in zitten, waardoor je dus niet weet wat je koopt, terwijl het er vaak zo lekker uit ziet (en als je de eerste hap eet, het niet te vreten blijkt).

Vrijwel in elk hotel, guesthouse , lodge of losman waar ik tot nu toe in Indonesie geslapen heb, heb ik bezoek gehad van een (vreemd, maar altijd een) dikke vette kakkerlak in de badkamer. Zo eentje van een cm of 4, op hoge poten, en die laat zich dan het liefst naar beneden vallen van de muur of zo, als ik net met me ogen nog half dicht sta te urnoiren. Steevast vermoord ik die beesten, maar ik ruik denk ik lekker of zo….. 😉

Veel steden hebben het vliegveld MIDDEN in de stad liggen, waardoor je dus in de aanvlieg of start route ligt. Medan bijvoorbeeld lag mijn guesthouse nog geen km van de startbaan, dus als er een flinke Jet opsteeg, verging je van de herrie. In Jogja was dat ook zo, alleen was dat in de landings route, en het was soms net of je de wielen aan kon raken. Het schijnt dat de Indonesieres denken dat herrie de geesten verdrijft, en het daarom wel prettig vinden.

Dingen die ik meegnomen heb en waar ik ERG veel plezier van heb:
-De dikke PTT post elastieken, gebruik ik om van alles dicht te maken of aan mekaar te knopen, hele handige dingen. Onmisbaar.
-het kleine gecombineerde kompasje die ik van mijn vader heb gekregen, in de vorm van een sleutelhanger (met ook temp meter , fluitje en vergrootglas) gebruik ik dagelijks als ik aan de wandeling ben, en heeft me al heel wat keren gered, als ik weer eens de weg kwijt was. Ideaal en onmisbaar.
-Mijn pillen verzameling, uitgebreide EHBO koffer. Hoeveel vrienden ik al wel niet gemaakt heb door ze een aspirientje of ibuprofennetje te geven, wat jodium op een wondje te doen of een pleister ergens op te plakken is onbeschrijfbaar.
-Mijn gids ‘rough guide to Asia’ die me al heel vaak op goede idee-en heeft gebracht (maar ook heel vaak op het verkeerde been heeft gezet).

Je ziet hier in Hotels veel meer lokale bevolking dan dat je dat in Nl doet. In Nederland, als we een klus elders hebben, is het land zo klein dat we s avonds gewoon weer thuis kunnen zijn. In Indonesie kan dat dus niet, dus blijven de mensen in een goedkoop Hotel slapen. Soms alleen de werker, maar ook gaat vaak de hele familie mee (lekker luidruchtig).

In toeristen steden ben je een lopende portemonee, en zijn de mensen alleen ge-intereseerd in je als ze je geld kunnen ‘kloppen’. In de niet toeristen steden zijn de mensen veel en veel vriendelijker, en willen ze graag met je in contact komen, maar durven ze niet omdat ze vaak erg slecht Engels spreken. Jammer.

In mijn gids book stond hier een mooie engelse zin over, die mijn gevoelens precies beschreef:
They have perfected the art of seperating foreign tourists from as much money as possible, in as short time as can be managed. (dit ging over een toeristen attractie in Indonesie)

Ik heb gister een telegraaf gekocht hahahaha. Jaaaa, hij was wel een week oud, en hij koste wel 10.000 roepias (1 euro) , maar wel leuk om weer eens wat van thuis te lezen.

De trein rijd door zoveel rijstvelden, dat je je afvraagt of ze dat echt allemaal op kunnen eten, jeming wat een rijst. Het is heel erg mooi om te zien, maar na zoveel rijstvelden, krijg ik zin in aardappelen 😉

Ik heb twee keer geplanned om een vulkaan te beklimmen, maar heb het twee keer niet gedaan. Ik denk gewoon uit lui-igheid, maar ook denk ik omdat ik de mooiste Vulkaan die er bestaat volgens mij, in Costa Rica gezien heb. Deze actieve vulkaan spuwde lava uit zijn krater, en dat was, zeker savonds, een heel mooi gezicht. Een half jaar na mijn bezoek is geloof ik de hele boel daar de lucht in gegaan.

Het indonesisch kent VELE hollandse woorden, hier een paar: Doorsmeer, knalpot, Gratis, Stempel, Gang, er volgen er meer….

Uit de volkskrant:
DE MEERN – Nederlanders mijden uit angst voor de besmettelijke longziekte SARS massaal het Verre Oosten. In de periode half april tot half mei is het aantal zomerboekingen naar Aziatische landen ingezakt tot circa 1800 verkochte reizen, dat is 73 procent minder dan dezelfde periode vorig jaar.

Ik moest ineens aan een opmerking denken die Jan (die gast waarbij ik twee dagen op het platteland ben wezen logeren) me terug kaatste, toen ik als geintje vroeg waarom ze geen internet in hun dorp hadden:
We worry about wether we get enough food on the table, and harvest enough crop this year, and we don’t even know the meaning of the word internet.

In de stadsbus in Surabaya stappen om de paar haltes lui met een gitaar de bus binnen, die dan een liedje zingen en tokkellen (ook al is de bus proppie), en daarna met de pet rond gaan. Is de een klaar, volgt de volgende. Tussendoor kom er een gast met plastic pennen, en geeft iedereen een pen (echt iedereen, als je het niet wilt gooit ie het op je schoot). Hij gaat dan vervolgens ze weer ophalen, in de hoop dat je hem wilt kopen. Hele vage bedoeling daar (hier dus).

Er moeten haast wel veel rijke mensen in Surabaya wonen, want ik zit hier in een super de luxe winkelcentrum, niet normaal, met winkels van Versaci, Critian D’or en zo, allemaal super duur spul, zeker voor de Indonesiers.

Soms vraag je je af of iets nou duur is voor de mensen hier, of juist goedkoop. Ofdat je een riksha neemt, en dan denkt, tja, wat is een normale prijs. Om dat nu eens te proberen op te vangen, ben ik alles in koppen koffie aan het uitrekenen. Een kop koffie kost in Indonesie, op het platteland 1000 roepia’s, en in de stad 3000 (10 en 30 eurocent), dus ik neem gemiddeld 2000. Als ik nou een riska ritja van 5 min maak, moet dat die man 2 koppen koffie opleveren lijkt me, dus 4000 roepia’s, en als ie meer vraagt krijgt ie een schop. Zo wil ik eens kijken of het handiger is om een prijs bewustzijn op te bouwen.

In de winkelcentrum zijn er nooit hekken bij de roltrappen, zodat je zo naar beneden kan donderen. Ook vaak als je op de 5e verdieping of zo staat, kan je naar beneden kijken via het centrale plein, en dan is er maar een dun glazen muurtje tot kruis hoogte, en daarna een diepe val. Dit geeft een heel eng gevoel, net ook, toen ik op de 7e verdieping van de pizzahut zat, gescheiden door een dun glazen wandje, keek ik 30 cm naast me 7 verdiepingen naar beneden door het hele winkelcentrum heen. brrrr.