20030900 – September 2003, China, het stenen bos en Songpan ter paard

14 september, Stone Forest in Kumming
Geplaatst op Sunday 21 September @ 18:31:16 GMT+1 door casper

Ik had ergens belooft mijn bevindingen van mijn trip naar het stenen bos op ‘papier’ te zetten, bij deze.

Ik was in Kumming, dat is in het zuiden van China, en het stenen bos was een van de hoofd attracties in dat gebied. Het zijn grote stenen punten van tot een meter of 30 hoog, die overgebleven zijn na aardverschuivingen en erosie. Je kan dat uiteraard met een georganiseerde toer doen, maar ik wilde graag gewoon de lokale bus nemen, dus ik was in de ochtend, om 8 uur bij het bus station voor een bus naar het 120 km verderop gelegen stenen bos. Niet ver dacht ik nog, uurtje of twee met de bus….. fout!!!

Want ik was nog niet bij het bus station gearriveerd of ik werd al opgevangen door een Chinese dame die precies wist dat ik naar het stenen bos wilde, en ze dirrigeerde me naar een nette bus. Ik moest 40 Yuan voor een retourtje betalen, iets meer dan ik verwachte, maar ok.. ik ben toerist in China dus ik helaas verwacht ik dan iets meer te moeten betalen betalen.

Ik moest in de bus wachten tot die vol was, dat is een normale gewoonte in azie, dus ik ging lekker zitten. Langzaam kwamen er wat mensen bij, en na een half uur was de bus half vol, en besloot men om aktie te ondernemen. Die actie betekende dat we allemaal de bus uit moesten, en lopen naar een andere oud gammel mini-busje. Slim van ze, want als ik dat geweten had, was ik niet met dat ding gegaan. Maar nu was het te laat, ik had immers al betaald en we zaten met 8 mensen in het mini-busje. Allemaal Chinezen, twee Japanse meisjes, en een Hollander (dat was ik dus). Veel conversatie was er dus niet, maar ik zat aan het raam, lekker naar buiten te kijken.
>br> Na een half uurtje stopte de bus ineens, en iedereen ging naar buiten. Ik dacht, ik hoef niet te plassen, dus ik blijf zitten, maar nee hoor, ik moest er uit. Bleek het toeristen-val nummer 1 te zijn. Een of andere fabriekje van prullaria waar je geacht werd een snuisterij te kopen en ik weet zeker dat de bus mensen er dan commissie van kregen. Het was er propvol, want vrijwel elke bus stopte er, maar wat men bood was kitsch en zooi en duur. Je snapt, kopen deed niemand blijkbaar (zucht). Naja, niet getreurd, na 30 minuten reden we verder, en potverdorie, nog geen 35 minuten later, toeristen val nummer 2. Een volgend prullaria fabriekje. Ik weigerde de bus uit te gaan, waarop de chinese vrouwelijke gids erg boos werd, maar ik deed alsof ik een domme toerist was (niet zo moeilijk) en bleef zitten waar ik zat. Ze gaf het op, en ik pakte mijn Gameboy met spel Advance Wars 2 en de tijd vloog voorbij. Na een half uur kwam de rest ook weer in de auto, en hup, op naar het stenen Bos. Ondertussen had ik een Chinees zo ver dat ie wat Engels brabbelde, zodat ik een aanspreekpunt had. We waren weer een minuut of 35 onderweg, en Bingo… de volgende toeristen val. De tempel van huppel de pup (ik weet echt de naam niet meer, maar kijk maar, er staan wat foto’s in de gallery).

In die tempel stand het zo blauw van de wierook dat ademen moeilijk was

We kregen een bid sjaaltje om (vol met haken kruizen, echt waar) en er werd ons bijna gesomeerd om grote pakken wierook te kopen (ik was ineens weer een domme toerist) en na een rondleiding van anderhalf uur !!, konden we de bus weer in. Nou, ik hoopte nu eindelijk bij het stenen bos aan te komen, want het was ondertussen bijna 1 uur, maar helaas, we stopte WEER (grrr) bij een restaurant. Het was uiteraard vast een die commissie aan de chaffeur gaf, want de prijzen waren erg hoog, en zelfs de Chinezen weigerde nu om te eten en begonnen ook te morren over het vele stoppen.

De bediening was in tradiotnele klederdracht, en denk iktraditionele lange smoel

Na wederom een half uur, ging de reis verder en kwamen we eindelijk aan bij het stenen bos, om na een entree van 80 Yuan (!@!) daar op eigen houtje rond te mogen lopen. Het was erg indrukwekkend, een gebied van zeg maar 2×2 km, vol met stenen kolossen waar je tussendoor kon lopen, er waren allemaal bruggetjes en paadjes tussendoor gemaakt, en het was een heel wir-war van weggetjes, waar je erg makkelijk de weg kwijt raakte. Kijk maar naar de foto’s voor details.

Het stenen bos, messcherpe stenen punten

Om 16:30 werden we weer terug bij de bus verwacht, en na slecht een toersiten-val waren we om 6 uur terug in Kumming, moe en hongerig..

—————————————————————————-

17-20 September 2003, Songpan
Geplaatst op Monday 22 September @ 07:42:56 GMT+1 door casper

Chengdu ligt vrij dicht tegen Tibet aan, en als test voor het echte werk dacht ik dat een drie daagse paarden trektoch door de bijna-tibetaanse bergen wel eens een goed idee zou zijn. Vanuit Chengdu moet je dan met de bus naar Songpan, een klein dorpje in de bergen, en vanuit daar ga je drie dagen de paarden op, de lanen in. Ook hier kon je alles weer laten organiseren door het Hotel, maar je snapt ondertussen dat ik dat niet zo een goed idee vond. Daarbij was ik via dit Hotel ook al naar de Panda’s geweest en ook de trip door the ‘Three Gorges’ had ik via hun geboekt, en over beide had ik best wel wat euuuhm opmerkingen. Dus, ik boekte een bus naar Songpan op eigen houtje.

Die bus vertrok om 7 uur in de ochtend, en de rit zou tussen de 8 en 10 uur duren. Zo gezegd zo gedaan, en om kwart voor 7 in de ochtend was ik per taxi naar het busstation gebracht, om daar te horen dat de bus om 7:30 vertrok. Natuurlijk vertrok die pas om 8 uur, maar who cares.

De rit was weer wonderschoon, en ondanks de hobbel bus en hobbel weg, waren de bergen waar we doorheen reden erg mooi.
Jammer van die diepe afgronden langs de weg zo af en toe, waar ik weer het idee had dat als de bus een cm meer naar rechts stuurde, we in een diep diepe afgrond zouden vallen, maar dat is risico van het vak.

Aangekomen in Songpan om 4 uur in de middag, werd ik al opgewacht door iemand die een guesthouse had en ik maakte natuurlijk dankbaar gebruik van zijn gratis vervoer naar het dorps centrum. Het guesthouse was erg eenvoudig, geen water (in het hele gebouw niet), een thermoskan warm water om thee/koffie te maken en je te wassen. Dit laatste in een tijltje wat in de kamer aanwezig was. Daar stond verder alleen twee bedden, een kaal peertje aan de muur, en een tafeltje. Maar ja, ik klaag niet, de kosten waren 15 yuan per bed (1,50 Euro) per nacht.

Douchen kon aan de overkant van de straat bij de publiek douches, maar ik vond het belangrijker om te gaan kijken of ik me paarden trektoch kon gaan boeken, dus ik ben het dorpje ingelopen. Het was niet meer dan een lange straat maar erg gezellig en heel vredelievend. Het liep er vol met vreemd geklede mensen in lokale klederdracht, en het was er al vrij koud. Binnen de kortste keren had ik de paardrij club gevonden en had ik een drie daagse toer geboekt, inclusief overnachting in tenten, eten, en alles wat er nodig was onderweg. We zouden tot 3600 meter hoog de bergen in trekken, en onderweg hotsprings tegen komen en een bron van mineraal water.

Vertrek was de volgende ochtend om half 9, de hemel was blauw, wat kon me gebeuren. Na wat gegeten te hebben ben ik vroeg gaan slapen, immers was ik er al vroeg uit, en zo een busreis is erg vermoeiend.

De volgende ochtend stonden om half 9 netjes 11 paarden klaar. Er was een Canadese familie (pa, moe en twee kids, uit Quebec, dus Frans sprekend) en een Chinese uit Sjanghai, ikzelf uiteraard en 5 gidsen. Helaas was in de ochtend de lucht niet meer blauw en begon het precies op dat moment te regenen.

Het regende en regende

Men voorzag ons van dikke rubbere regen poncho’s, die alles drooghielden (tot aan de knieen), waardoor je van knie naar beneden doorweekt werd. Omdat je op een paard zat, beweeg je je voeten weinig, en vanwege de hoogte veranderde mijn voeten al snel in heerlijke ijsklompen. Enfin, mijn paard luisterde goed naar mij en we gingen op weg. Al snel werden de weggetjes smalle paadjes, en we waren het dorp nog niet uit, of de paadjes gingen stijl omhoog. In eerste instanie dacht ik niet dat een paard zo stijl omhoog zou kunnen, maar daarin vergiste ik me lelijk, want supersteile gladde modderige en rotsige paadjes waren geen probleem voor de beesten. Af en toe voerde de paadjes ons langs stijle afgronden, maar de beesten wisten zich goed te redden en de uitzichten werden al mooier en mooier hoe hoger we kwamen. Het bleef regenen en het duurde niet lang voordat we in de wolken zaten.

Na twee uur zo gereden te hebben, moesten we een stuk naar beneden en dat moesten we lopen om de paarden wat rust te gunnen. Immers hadden die ons met onze zware bepakking omhoog gebracht, en omlaag leek me niet zo een probleem. Tenminste… als het niet zo regende, want het water maakt elk paadje in een modderpad. De stijle bospaadjes naar beneden werden hierdoor spekglad en het koste mij alle moeite om niet te vallen (wat overigens niet is gelukt, want ik lag twee keer languit in de modder op me snufferd). Beneden aangekomen stonden de paarden op ons te wachten en ik kon me niet ontrekken aan het idee dat ze stonden te lachen bij het gezicht van deze toeristen die helemaal doorweekt ondertussen, en met de modder dik onder en op de schoenen van het glijden en van het vallen op de kleding naar beneden kwamen strompellen.

Baggeren door rivieren en modder poelen

Ondertussen was het met regenen gestopt, en we reden naar een stuk weide om daar kamp op te maken. Er werden op een stukje grond wat takken neergelegd, daar over heen werd een tentdoek gespannen, en dat was het ondekomen voor twee personen. Grondzeil??? nooit van gehoord. Waterdicht doek??? wat is dat. Enfin, je kan het al wel raden, het was geen luxe. Al dat rijden zou me hongerig moeten hebben gemaakt, maar door de grote hoogte had ik niet echt trek, alhoewel ik wel wat heb gegeten van de lunch van rouwe tomaten met suiker en azijn. Vreemde combinatie, maar het was wel lekker.

Het was ondertussen droog geworden, en de zon verscheen af en toe zelfs, dus iedereen probeerde zijn/haar kleding te drogen. Later in de middag werd ons verteld dat de ‘hotsprings’ even verder op in de heuvels waren en dat bezoek zag ik wel zitten, want het was behoorlijk koud. Vol goede moed liepen we met zijn allen naar deze warm water bronnen toe, helaas bleek het in een soort nationaal park te bevinden waardoor je 33 yuan entree moest betalen. De Canadese familie haakte af, die vond dat te duur en ging terug naar kamp, ik ging met de niet engels pratende chinees uit Sjanghai op zoek naar de warm water bron.

Na een minuut of 10 lopen op het terrein van het park (het was gewoon een vallei hoor, niks park) hoorde ik het ruizen van een beekje en vol goede moed stapte we er op af.
Daar aangekomen, was het ijskoud water, en ook niet bezwembaar, dus we snapte het niet zo en liepen maar verder. Onderweg naa boven kwamen we wat chinese steendragers tegen (die met loodzware granietblokken op hun schouders liepen te sjouwen) en de chinees vroeg steeds welke kant we op moesten voor warm water bronnen. Het bleek dat we ieder geval de goede kant op liepen. Als ik geweten had hoe ver het was, was ik denk ik niet gegaan, want het duurde anderhalf uur lopen, voor we bij de bronnen aan kwamen. De weg was wel heel idilisch, via houten vlonders en over meertjes aangelegde weggetjes (soms half onderwater), door mooie plekjes waar je echt gewoon naar stond te staren uit mooi-igheid (zie foto’s in gallery).
Eindelijk de hotsprings. Een soort houten zwembad, waar het water omhoog borrelde, daar moesten we in zwemmen. Het stonk er naar sulphur, dat heb je wel vaker bij dat soort bronnen. Toen ik het water voelde, schrok ik me te pletter, want het was ijs en ijs koud.
Bij nadere inspectie stond er een bord, dat het water 21 graden was, maar ik denk dat ze vandaag de kachel niet aan hadden of zo, het was meer 15 graden dan 21. Ik was niet voor niks zo ver gekomen en was vast besloten om dat water in te gaan, dus gestript tot op me boxer shorts, met een voet het water in en … aaaaaaaaaaahhhhh koud.

Er stonden 20 chinezen me aan te gapen dus ik moest wel stoer doen…

Er waren ondertussen een stuk of 20 chinezen die aan een pad aan het werken waren 100 meter verderop komen kijken, die wilde wel eens een westerling dat koude water in zien gaan, blijkbaar gebeurde dat niet vaak, ik kon me dus niet laten kennen en liet me in het ijskoude sulfur water zakken. Jeming wat was dat koud, maar na een paar minuten wende het wel en heb ik een paar baantjes getrokken.
Het water stonk echter en deed zeer aan de ogen en lippen, dus lang heb ik het niet uitgehouden, en na afdrogen en omkleden (gewoon en-publiek, daar doen ze hier niet moeilijk om) weer het hele eind terug gelopen naar ons base-kamp. Daar was ondertussen een lekker vuurtje gestook, er was thee, en de gidsen ontpopte zich als echte koks, want ze maakte met de meest rare ingredienten en de meest vieze potten en pannen, op het kampvuiur een heerlijk maaltje.

Het eten zat nog niet achter in de keel, of het begon weer te regenen, en iedereen heeft nog geprobeerd om rond een kampvuur het droog te houden, maar rond een uur of 8 gaf men het op, en dook iedereen de tent in om te slapen. Helaas waren de tenten dus niet water dicht, met gevolg dat na de eerste nacht niet alleen de kleren die ik aan had nat waren maar ook alle andere spullen die ik bij me had waren vochtig of nat.

In de ochtend, na een niet al te beste nacht het kamp opgebroken, paarden bij elkaar gezocht (die werden gewoon losgelaten) en hup, in de regen op naar het volgende punt. Ook nu stopte het met regenen om een uur of 12, zodat we een beetje op konden drogen, en ook nu weer waren de stijle modderige paadjes, mooie en soms spectaculaire uitzichten niet op een hand te tellen. De dag herhaalde zich een beetje als de vorige, om een uur of 2 bereikte we het tweede kamp, heel mooi naast een wonderschoon meertje (zie foto) en na een lunch van komkommer met brood, werden we een beetje aan het lot over gelaten, tijd dus voor een middag dutje.

Ook op de tweede dag regende het hard en lang

In de avond was het redelijk droog gebleven, en hebben we met ons alle rond een groot lekker warm kampvuur gezeten, en werden de liederen die gezongen werden al snel dronkenmans liederen (die tibetanen drinken echt vuurwater) zodat ik al snel afhaakte. In de nacht begon het weer te regenen en dat is eigenlijk niet meer gestopt tot ergens ver in de middag. We waren toen al bijna terug in Songpan. Mijn kleding was ondertussen behalve nat en vochtig, ook stinkig en modderig, maar dat was bij iedereen zo, dus het maakte niet uit.

op de derde dag terug in Songpan, dan weet je pas hoe lekker die warme douche in het openbare badhuis is… ohhh lekker.

Het was ondanks de ontberingen (of misschien wel juist daarom) een hele ervaring en heb goed gemerkt dat we op meer dan 3000 meter hoog zaten.
Kortademigheid, snel moe, weinig honger, zijn allemaal kenmerken van de hoogte en ik had daar allemaal last van. Laat dat een wijze les zijn voor Tibet waar ik morgen naar toe ga, en waar de hoogtes tot 5000 meter geen uitzondering zijn. Eerst acclimatiseren dus.

Verder was dit een trip die zeker de moeite waard was en als het mooi weer was geweest was het een super ervaring geweest, nu was het een natte super ervaring.