20040605 – Juni 2004, Midden Pakistan en wel 55 graden

18 juni 2004, West en midden Pakistan, tot 55 graden smiddags
Geplaatst op Friday 18 June @ 06:32:46 GMT+1 door casper
Woensdag 9 juni 2004.
Zehedan (Iran) naar Taftan (Pakistan)
Om 8 uur in de ochtend vertrokken naar de grens, die nog 100 km verderop was. De weg was nauw maar in goede staat, zoals zoveel wegen in Iran. Zoals eerder gezegd reed ik in mini konvooi met Charlotte en John uit Denemarken, zodat we gezamenlijk het gevaarlijke gedeelte naar Queta konden rijden. Vlak voor de grens nog op jacht gegaan naar diesel (en ook gevonden zowaar), want de Iraanse prijs van diesel vind je natuurlijk nergens meer. Ook nog even de laatste Rials gespendeerd aan wat fruit en drank, daarna door een soort checkpoint heen om naar de grens te mogen. Het was hier al een zooitje, ik was benieuwd hoe de grens er wel niet uit zou zien.

De Iranese kant van de grens was erg verwarrend. Het was een stuk grond met muren omringd, en her en der wat gebouwtjes. De kunst is nu om de juiste stempels in de juiste volgorde van de juiste mensen in de juiste gebouwtjes los te zien krijgen. Iedereen is uiterst vriendelijk en behulpzaam, met wat heen en weer geloop was het allemaal wel te doen. Na 45 minuutjes van stempeltjes zoeken konden we zowaar het stukje niemandsland naar Pakistan oversteken.
We werden onmiddellijk opgevangen door een vriendelijke mijnheer, die ons gebood in zijn kantoor te gaan zitten, onze paspoorten mee nam en weg liep. We werden een beetje zenuwachtig, want je paspoort moet je eigenlijk nooit uit het oog verliezen, maar ja. Enige tijd later echter kwam de man terug met gestempelde paspoorten en hij gebood een lang-jas (een douane of politie beambte met het zeer kenmerkende lange uniform aan) om met ons mee te rijden naar de inklaring van de auto´s. Ik reed voorop, John en Carlotte achter me aan, en over een zandweg met diepe kuilen en bulten reden we naar een huis wat we onmogelijk zelf gevonden zouden hebben, en wat op een soort schroot verzamel bedrijf leek. Het was echter het douane en inklaring kantoor, en we werden onmiddellijk weer ontvangen door een vriendelijke mijnheer die thee voor ons bracht, ondertussen kletste als brugman en iemand anders stempeltjes in onze carnetten liet zetten. Hij gaf ons nog wat goed advies, vooral niet vergeten links te gaan rijden, en we mochten Zahedan inrijden. Nouja, Zehedan, het was niet meer dan een dorpje, waar volgens mij de enige business het smokkelen van diesel en benzine uit Iran was, en al na 100 meter vonden we het PTDC Hotel. Dat is een keten van overheid hotels, niet goedkoop maar wel betrouwbaar, kwalitatief niet hoogstaand, maar wel betrouwbaar, niet schoon, maar wel betrouwbaar. Enfin, je snapt het, ze hadden een grote ommuurde zandvlakte als tuin, en daar mochten we kamperen. Ze zouden eten voor ons klaar maken, en ze hadden zelfs bier !!
Het was nog vroeg, maar we besloten om er toch te kamperen, zodat we morgen heel vroeg aan de lange lange rit naar Queta konden beginnen. Ik dronk twee flessen bier (veels te veel, want het waren van die 0,6 liter dingen) en voelde me zo happy dat ik in slaap viel, om twee uur later met koppijn wakker te worden. Het was nog steeds 45 graden en erg warm, en in de avond, na een lekkere maaltijd, boven op het dak van mijn auto geslapen. Brox heeft verwoede pogingen gedaan om vrienden te worden met wat straathonden, en na een paar uur kon ie eindelijk spelen met een van hen, de rest bleven maar naar hem snauwen. Om 3 uur in de nacht werd ik wakker vanwege de koelte, ik was vergeten een deken mee het dak op te nemen, ik klom dus naar binnen, waar het weer veels te warm was.

Donderdag 10 juni 2004.
Zahedan naar Quetta
Het eerste stuk weg naar Dalbandin, ongeveer 285 km, was best redelijke weg. Helaas werden we vele malen door politie aangehouden, en dat hield erg op. Ook moesten we op een gegeven moment onze auto´s ergens van de politie parkeren en meelopen naar een kantoortje in een kazerne. De man die er zat, had van de grenspost gehoord dat we aardig waren, dus moesten we thee bij hem drinken. We hadden haast maar wilde de man niet voor de kop stoten, dus dronken we de mierzoete melk thee en aten een parotha (pannenkoek). Na een half uurtje hebben we ons losgeweekt en zijn we verder gereden. De man had wel boeiende verhalen over zijn gevecht tegen de smokkelaars, en hij vertelde ons dat ie elke nacht wel een vuurgevecht had. Verder gaf hij ons een advies… als je een pick-up truck als tegenligger krijgt, ga dan in godsnaam op zij. Meestal zijn het smokkelaars, zonder rijbewijs, vaak met veel uren achter het stuur, en zonder enig schroom rijden ze je aan gort.
Met die wijze woorden in ons achterhoofd zette we de toch naar Quetta voort. Het was 650 km in totaal, en dus geen makkie. In Dalbandin kochten we wat brood en reden tot een rustig plekje door om het op te eten. Rustige plekkies genoeg hier in de woestijn, maar omdat dir bandieten terrein is wilde we wel veilig staan. De weg werd als maar smaller, de woestijn at langzaam de weg op. De kwaliteit werd ook minder, er kwamen gaten in de weg, maar we bleven door drukken, want overnachten in deze gevaarlijke woestijn zou zeker tot ellende leiden, als het niet onze levens zou kosten. De slechte weg, de ongemarkeerde verkeer drempels, het in de zandberm moeten duiken bij een tegenligger en de vele politie controle maakte dat de gemiddelde snelheid niet hoog kon liggen. Dit gecombineerd met het stof, de hitte, de gevaarlijke atmosfeer en de spanning maakt het bijzonder vermoeiend. Toch moesten we door, rijden in net donker is geen optie hier, en we wilde dus voor het donker in Quetta zijn. De weg was nooit vlak, altijd wel omhoog of omlaag, de omgeving wisselde tussen kale bergen en kale vlaktes, uitzichten waren af en toe erg mooi.
De schaarse mensen die we tegen kwamen zwaaide allemaal. Tegemoetkomende vrachtwagens seinde allemaal met hun lichten en zwaaide vriendelijk, je wilt niemand teleurstellen dus je zwaait uitbundig terug. Dit deed wel je aandacht aan de weg verslappen, en een diep gat of een flinke verkeersdrempel zie je dan zo maar over het hoofd met alle nare gevolgen van dien. Gelukkig reden we met twee auto´s en hadden Charlotte en John gekozen voorop te rijden, zodat ze mij via de walkie talkie konden waarschuwen als er iets aan kwam. Op een gegeven moment was er een verdacht gedragende auto, en ze waarschuwde me er al netjes voor, erg prettig zo´n ding.

We reden Quetta binnen net toen het begon te schemeren. Dat betekende dus dat we van 6:30 tot 18:30 aan een stuk gereden hebben, met een kleine tussenstop in Dalbandin. Ik voelde me dan ook helemaal leeg, had maar interesse in een ding, een douche en een bed (ok, dat zijn er twee maar het mag gecombineerd worden). Quetta was een grote stoffige stad en het was niet makkelijk om het Lourdes Hotel te vinden. We wilden naar dit hotel gaan omdat het in de Lonely Planet goed werd aangeschreven en het kampeer gelegenheid zou hebben. Na een paar keer vragen draaide we de afgezette tuin van het Lourdes binnen, en het was alsof je een oase binnen reed, alles zo mooi en groen, grasvelden, palmbomen, beeldschoon. Schijn bedriegt helaas, want toen we het kantoortje binnen liepen gebeurde er iets wat ik nog niet meegemaakt had. Eerst keken we op een grote prijslijst die er hing, hierop stond de prijs voor kamperen, en de leek ons redelijk. Vervolgens kwam er een ventje op ons aflopen die min of meer blafte van ´wat motten jullie´. Op ons verzoek van kamperen, keek ie ons tegelijk erg vuil maar ook verveeld aan. Hij mompelde iets in de trend van ´sinds 11 september geen kamperen meer´ draaide vervolgens de rug naar ons toe en pretendeerde dat we niet meer bestonden. We stonden een beetje met de bek open, dit soort reactie, en vooral de manier waarop, waren we niet gewend en hadden we ook niet verwacht. Overal, in heel Azië, zijn ze blij gasten in een Hotel te krijgen, maar hier dus blijkbaar niet. Nou ja, ondanks dat we het hier mooi vonden, we heel veel zin in een kamer hadden, besloten we bij deze onvriendelijke mijnheer niet langer te blijven, en togen richting Bloom Star Hotel, een iets mindere keuze maar ieder geval met parking mogelijkheden. Hier aangekomen werd er weer wat meesmeuilig naar ons gekeken, maar we bleven toch. De parking was niet meer of minder dan een parkeerplaats tussen 4 muren, John en Charlotte namen een kamer, ik besloot in de auto te slapen. Toen ik probeerde een stekker in de 220 volt van een stopcontact te duwen zodat ik wat stroom had, werd mij erg kleinerend toegesnauwd dat niemand me daar toestemming voor had gegeven en of ik dat ook maar niet wilde doen. Naja, dan maar zonder stroom, Ik heb die nacht heerlijk geslapen, na een diner, wat ik express niet in dit Hotel heb gebruikt (mijn geld krijgen ze niet).

Vrijdag 11 juni 2004 De volgende ochtend de stad ingelopen, en iedereen leek me er erg vriendelijk. Ik kreeg het voor elkaar wat vlees voor de hond te kopen, weliswaar geitenvlees, maar beter dan niks. Kocht ook nog wat rijst en vond zelfs een internet café, alhoewel je daar niet al te veel bij voor moet stellen. Helaas had ik niet zo veel tijd want de checkout tijd in het Hotel was 12 uur, en ik wilde er weg. Het was hier ook weer 45 graden en dus te warm. Islamabad was 1000 km naar het Noorden, over ik verwachte slechte weg, dus maar beter zo snel mogelijk weg hier.

Zo gedaan, en na checkout en afscheid van John en Charlotte en vertrokken richting Islamabad, via Multan en Lahore. Je moet dan een heel stuk naar het noorden rijden en ik hoop dat de temperatuur dan wat dragelijker word. Bij het uitrijden van Lahore dacht ik nog snel even wat te eten. Ik zag langs de kant van de weg een eet tentje waar ik me auto pal naast kon zetten en liep er naar een tafel toe. Gelijk grote paniek, een buitenlander in de tent, dat hadden ze nog nooit gehad. Na wat aarzelende contact werd ik gelijk volksheld van de buurt. Brox moest uit de auto, iedereen moest het zien, handjes geven, ik mocht niet voor het eten betalen, enfin, dat werden toestanden waar ik aan zou moeten gaan wennen. Het grote staren was begonnen.

Na me losgeweekt te hebben van deze supervriendelijkste mensen richting het oosten gaan rijden richting de Bolan Pass. Dit is een hele fameuze pass, waar de Engelsen met behulp van ´werknemers´uit arme gebieden de pass gemaakt hebben, terwijl ze aangevallen werden door lokalen. Dit gedeelte van Pakistan is zoals verwacht droog, dor, kaal en zanderig, en heel erg heet. De weg naar Sibi, waar ik dus nu op reed is het heetste gedeelte van Pakistan, en dat heb ik geweten. De temperatuur raakte de 50 graden, het was te heet om te stoppen (dan geen wind meer), en te heet om door te rijden. Daarbij was dit gedeelte ook erg bekend om zijn slechte mensen, die er niet voor terug deinzen een buitenlander te kidnappen, dus ik wilde graag door rijden tot ik een stadje of dorpje tegen kwam.
Helaas lukte het me niet om een dorpje te vinden, het gebied was erg verlaten, en toen ik op een gegeven moment een stenen/zanderig paadje onder naar een beekje zag lopen vanaf de hoofdweg nam ik mijn kans waar en stuurde de auto de keien van de rivier op. Er stonden nog wat mensen bij het riviertje om verkoeling te zoeken in het water, maar al gauw werd het donker en verdween iedereen en stond ik moederziel alleen in dit enge gebied. Gelukkig was Brox er, alhoewel die met deze hitte ook weinig beweging uitvoerde.
Geprobeerd eten te koken, maar alles binnen was zoo erg heet, dat ik erg weinig zin om te eten had. Na wat pootje baden in de rivier besloot ik maar om in dit enge gebied buiten te gaan slapen op het dak. Ik nam wat flinke keien mee het dak op, als er dan iets gebeurde kon ik ieder geval wat projectielen gaan gooien. Helaas koelde het niet af en er stond een het föhn achtige wind, die door het dal heen blies en alles kurk droog blies. Ik dronk de ene fles water na de andere, en om 9 uur was het nog steeds 48 graden. Om 10 uur sliep ik eindelijk een beetje, om om kwart over 10 wakker te worden van een auto die het pad op draaide. Door de lichten kon ik niet zien wat het was, maar mijn hard bonkte in mijn keel. Het zal toch maar……
De auto draaide de rivierbedding op en kwam mijn kant uit. Ik pakte ondertussen de stenen op en lag (verborgen op het dak) in de aanslag. Brox werd wakker en begon te blaffen, dat maakte alles nog enger. Toen de auto draaide zag ik mensen met geweren achter in de laadruimte zitten, en ik zag mezelf al ten prooi vallen aan kidnappers. De auto kwam tot stilstand naast mijn camper, en de silhouetten van 6 mannen met Kaleshnikovs was duidelijk te zien. Ze kwamen echter niet uit hun auto, ze waren bang voor Brox.
` Ik stond op het punt om stenen te gaan gooien, toen de auto ineens een blauw zwaailicht produceerde, een teken dat het politie was. Ik vertrouwde het toch niet helemaal, zo´n lichtje kan ik ook kopen, dus kwam maar niet het dak af, maar liet me wel zien met een flinke steen in me knuist, stak mijn grote flashlight aan (zo´n 100 watt ding) waardoor de mensen in de auto niks meer konden zien en ze erg verbaasd waren dat ik op het dak zat. Na wat aarzelend gebrabbel, want de heren spraken geen Engels, bleek dat ze me verzochten hier weg te gaan , omdat het te verlaten was en te gevaarlijk. De heren, die toch wel een soort van uniform hadden achteraf, een soort van lange warme jas (met 50 graden geen pretje denk ik) maakte kenbaar dat ze mij dan zouden volgen als bescherming. Ik piekerde er echter niet over om in het donker te gaan rijden, en al helemaal niet in dit gebergte vol kronkelwegen en haarspeldbochten, en na wat zenuwachtig heen en weer gepraat in een soort van grote mobilofoon, beruste men in mijn wens en maakte ze kenbaar dat ze dan wel de hele nacht hier zouden blijven om mij te bewaken. Ik gaf ze een fles water zodat ze toch wat te drinken hadden, men ging daarna pontificaal zich badderen in het riviertje, dit allemaal om 11 uur in de avond, met nog steeds 45 graden.
Tegen 12´en sliep ik dan eindelijk weer bijna, ging om de meest onverklaarbare reden ineens mijn auto alarm af. Ik schrok me wild, en blijkbaar die agenten ook, want die kwamen als een gek de berg afstormen, kaleshnikovs in de aanslag, terwijl ik een beetje beteuterd op het dak zat te kijken. Moest nog uitkijken dat ze niet op mij begonnen te schieten, want schiten doen ze hier zonder problemen hoor. En ze hoeven ook niet net als in Nederland elke kogel te verantwoorden. Met moeite ze kunnen overtuigen dat er niks aan de hand was. Ze waren er niet blij mee. Maar goed, mijn hart zat al wel weer in de keel, dus het duurde weer voor 2 uur dat ik sliep, onderwijl gewoon naar de prachtige sterren hemel kijkend. Immers was er hier geen licht vervuiling dus de hemel was als een schilderij zo mooi.

Zondag 12 juni 2004.
Ik was om 5 uur in de ochtend al wakker. Ik had gehoopt dat het in de ochtend was minder warm was, maar het was nog steeds 44 graden. De hitte grijpt je wel hoor. Je zweet de hele dag als een lekkende vergiet, alhoewel er veel verdampt voordat het zichtbaar word. Met gemak drink ik 4 tot 6 liter water per dag en dan hoef ik maar weinig te zeiken hoor. Ik wilde dus graag de hitte ontvluchten en besloot om 6 uur te gaan rijden. Helaas werden de omstandigheden er alleen maar minder op, de weg naar Sukur was erg saai en om 2 uur in de middag was het weer 52 graden. Ook Brox heeft uiteraard erg veel problemen. Hij ligt de hele dag op zijn bed te hijgen niet normaal. Het zweet uit zijn tong drupt naar benee met bakken tegelijk en in de camper ligt een hele plas honden zweet/kwijl. Ik probeerde de hond wat nat te maken, maar het water in mijn watertank was ook 45 graden, dat schoot niet op. Parkeerde mijn auto in de nacht bij een truckstop langs de weg, allemaal aardige mensen daar, en ik at wat bij het truckstop restaurant. (Truckstop… denk aan stoffige parkeerplaats met 3 bedden buiten en een vieze open keuken op de achtergrond). Hoefde mijn eten wederom niet te betalen. Nu was het niet veel want met die hitte heb je weinig honger maar het demonstreerd wel de gastvrijheid van de Pakistani´s . Probeerde in mijn auto te slapen maar werd met een kletsnat kussen na een half uur wakker en verkaste maar weer naar het dak. Erg slecht geslapen vanwege de vele passerende trucks, die 24 uur per dag rijden. Er zijn er heel wat die een luidspreker voorop de auto hebben en die keihard laten galmen, alsof ze boze geesten voor zich uit willen duwen (en mij wakker willen houden). In die trucks zitten 4 of 5 man, men wisselt het rijden met elkaar af, zodat de truck bijna altijd in beweging is (of met panne midden op de weg staat).

Zondag 13 juni 2004
Bij het verlaten van mijn kampeer plekkie reed ik met de auto in een kuil. Mijn spatlap kwam hierdoor tussen band en grond en scheurde af. Mindere actie dus (en domme constructie). Overal waar ik kwam of stopte werd ik gigantisch vriendelijk ontvangen, op één keer na. Toen ik de weg vroeg aan twee luitjes haalde twee jongens aan de achterkant van mijn auto een rubberen spin van mijn fietsdrager of, weet je wel zo´n elastiek waar ik oa mijn fiets en bromfiets mee vast had zitten. Verder was het echter een groot feest, als het maar niet zo heet was. Ik heb sinds Quetta nog geen verkeers bord gezien, dus al het rijden gaat op richtings gevoel, mijn GPS wereldkaart de kompass en mijn landkaart, vaak vragen en veel gokken. Later die dag merkte ik ook dat mijn digitale memo recorder was verdwenen. Vermoedelijk toen ik uit de auto stapte om mijn spatlap op te halen, anders zou ik het niet weten. Wel jammer, want het was een mooi ding van Sony.
Ik wilde vandaag Bahawalpur halen want daar was een goed hotel met grote parkeer gelegenheid, zelfs kampeer mogelijkheid. Ik had op een gegeven moment een wegopbreking van 100 km lang, en dat houd wel heel erg op. Je rijdt dan over half aangelegde weg, waar heel grof grint wel platgereden is maar niet zo plat dat het lekker rijd, en het is een grote ribbel weg dus. Maximum snelheid…. 15 km p/u. Toen ik bij een Shell station ging tanken vertelde ik de pomp bediende dat ik het erg warm had. Hij wees me een plek achter het pompstation aan, in het veld, waar een grote buis van 80 cm diameter water spoot. Dat was grondwater dat opgepompt werd en voor irrigatie gebruikt werd. Ik moest er maar onder gaan staan zegt ie. Ik aarzelde eerst nog, maar toen er mensen zeiden dat ze mee gingen zwichtte ik snel, en het was zoooooo lekker onder die koude waterval te staan. Toch reed ik na een half uurtje weer door, want Islamabad is nog ver.
Eindelijk Bahawalpur bereikt, en het PDTC hotel was wel weer duur maar ze hadden airco kamers, en na een koude douche en de Airco op volle kracht voelde ik me 10x keer beter. Brox wilde de koele kamer niet meer uit, zelfs niet om te plassen, en als ik hem dan zo ver had wilde hij na 2 minuten weer terug naar binnen. Ik besloot om de volgende dag hier te blijven, en een Pakistaans pak aan te schaffen. Dat is een set van hele wijde dunne katoenen kleren, heel typische kledij die eigenlijk iedereen hier wel draagt.

Maandag 14 juni 2005.
Het was niet makkelijk zo´n pakistaans kostuum te vinden. Na uren op diverse markten gelopen te hebben, bleek dat je zoiets niet kocht maar liet maken. Ik dacht iedereen draagt het, je zal het dus wel overal kunnen kopen, nee dus. Het wordt op maat gemaakt. Ik op zoek naar een kleermaker, en die waren er zat. Het probleem was dat ik de volgende ochtend door wilde rijden, dus moest het vandaag af. Uiteindelijk wel een winkeltje gevonden die dat kon, en voor 500 roepies (echt, 2,5 euro dus) me een echt Pakistaans pak laten aanmeten.
Verder me tijd besteed aan het drinken van sapjes, de mango´s zijn hier zoooooo lekker, helemaal als ze er met ijs een shake van maken. Suiker is niet nodig hoor. Ook suikerrietsap, aangemaakt met ijs en een beetje citroen, dat blijf je drinken. En dat heb ik dan ook veel te veel gedaan.

Dinsdag 15 juni 2005
Vroeg wakker geworden en om 7 uur in de ochtend richting Lahore gaan rijden bij km stand 117989. Het was 400 km, dus dat moest te doen zijn, maar je weet het hier nooit. Er zijn hier erg goede wegen, waar je rond de 80 kan rijden, maar voor hetzelfde geld heb je ineens een stuk waar je maar 10 km/u kan, en dan is het hele andere koek. Het heeft toch tot 6 uur in de avond geduurd voor ik in Lahore was, en dichtbij de stad begon het ernstig te waaien en betrekken, ik verwachte onweer en storm elk moment. Helaas kwam er alleen maar een zandstorm opzetten die mijn auto even zandstraalde en het zicht beperkte, verder bleef het helaas droog. Al het schoonmaakwerk van de vorige dag werd in een keer teniet gedaan, alles zat onder een laag stof.
Het is af en toe moeilijk om niet boos te worden in het Pakistaans verkeer. Het gebeurt herhaaldelijk dat je bijvoorbeeld ingehaald word door een bus, onder luid getoeter en lichtsignalen (zo van ga opzij, ik kom er aan), waarna diezelfde bus, 2 seconde na je bent ingehaald, vol op de rem gaat staan om een passagier in of uit te laden. Ook is het heel normaal voor een bus of andere auto of vrachtwagen om gewoon de weg op te rijden als je daar met een vaartje van 80 aan komt rijden. Men kijkt niet op of om, dat is gewoon jouw probleem. Dan jeukt het. Erger nog is tegemoet komend verkeer, vooral vrachtwagens, die ondanks dat ze mij aan zien komen, gewoon in gaan halen. Dan heb je de keus of frontaal tegen hem aan botsen, of de rem indrukken, de weg af duiken en dus gewoon de weg afgedrukt worden. Grrrrr. Zo kwam er vandaag een gewone passagiers auto me inhalen, ging en bleef hierna twee meter voor me rijden, en drukte toen ineens vol op zijn remmen. Ooooh, Brox had ik er bijna op los gelaten. Stelletje wegpakistani´s.
De temperatuur is langzaam gezakt van de 50´ers naar 35 graden en dat is een verademing hoor. Het is nog wel warm, maar uit te houden.
In de avond geparkeerd bij Faletti´s Hotel, tegenover het Holiday in, en een kamer met airco genomen zodat ik een (achteraf saaie) wedstrijd tussen Nederland en Duitsland kan zien. Het hotel was vrij duur (2000 roepies) en erg verlept. Onderhoud hebben ze hier al jaren niet gedaan geloof ik. Eind km stand 118413.

Woensdag 16 juni 2004
Lahore naar Islamabad, vanaf km stand 118413 om 9:23.
Er zijn twee manieren om van Lahore naar Islamabad te rijden. De Grand Truck Road (GT Road), dat is de oude weg die waarschijnlijk erg druk is , maar waar veel te zien is, en de nieuwe Tol snelweg, die iets langer is maar ik neem aan sneller. Ik wilde eigenlijk de GT road gaan nemen, omdat ik geen zin had in een saaie snelweg. Toen ik een paar km op die GT road reed en merkte dat die erg druk was en vol met vieze dampende vrachtwagens kwam ik een bordje met ´snelweg´tegen en in een impuls gooide ik het stuur om richting snelweg. De weg was alles wat ik verwachte. Saai, warm, saai en saai, met geen bebouwing, geen restaurantjes, ik ben twee keer bijna in slaap gevallen. Het enig wat me afleidde waren de enorme leguanen die op de weg zaten te zonnen en dan ook regelmatig platgeren over de weg uitgespreid en uitgesmeerd lagen. Dat was wel een apart gezicht.
Een keer op een parkeerplaats in mijn tuinstoel buiten naast de auto een tukkie gaan doen, maar na 20 minuten werd ik wakker onder het gestaar van een paar mensen en ben ik maar verder gereden.
Tot nu zijn alle pakistani´s erg vriendelijk moet ik zeggen. Ze zijn allemaal blij een buitenlander te zien en willen er graag mee praten. Toch ben ik voorzichtig. Immers werd er al eens wat van me gestolen en hebben de pakistani´s in de rest van de wereld de kwalijke naam niet helemaal eerlijk te zijn . Als men in India een dief zoekt, is het altijd een Pakistani, een dief word dan ook vaak ´Pakistaan´ genoemd. In meer landen is dat zo, blijkbaar neemt de gemiddelde Pakistaan het niet zo nauw met de wet van eigendommen. Bij een van de tankstations aan de snelweg werd ik op de oude benzine-afzet truc getrakteerd. Ik was er al wel voor gewaarschuwd maar lette dom genoeg niet op, dus ik had geen poot om op te staan. Wat men doet is bij de vorige klant de slang niet goed terug hangen, de meter springt dan niet op 0 als ze de slang bij de volgende klant in de tank stoppen, en men doet dan net alsof men tankt en roept dan ineens, ok, vol, en dan moet je dus het bedrag van de vorige klant nogmaals afrekenen zonder dat je een druppel diesel hebt ontvangen. Ik trapte er niet in maar kon niks bewijzen. Het koste me maar 300 roepies, maar erger is de notie genept te worden.
Om 4 uur in de middag kwam ik in Islamabad aan, wat een heel moderne nieuwe stad bleek te zijn, opgebouwd ala Amerikaans concept, dus in allemaal blokken en wijken, de wegen allemaal haaks op elkaar. De Camping was snel gevonden. Het was gewoon een ommuurd stuk grond bijna midden in Islamabad, met wel lekker veel schaduw en een toilet en douche gebouw, wat op zich erg vies was maar wel te doen. In de douche zaten minstens 3000 muggen op me te wachten om mijn mooie bleke huidje te doorboren, dus die heb ik even getrakteerd op een fles Vapona.
Op de camping stond een Italiaan die met zijn Vespa helemaal van Italië naar Laos was gereden, en nu op de terug weg. Ik had echt bewondering voor de man en het was een goede gast om de avond mee door te brengen. Er zaten ook nog twee Mexicanen, die wilde Iran in maar kregen geen Visum omdat ze een Israëli´s visum in hun paspoort hadden. Die zaten dus te dubben wat te doen. De volgende dag kwamen er nog twee Duitsers binnen die helemaal op de fiets vanuit Duitsland waren gekomen. Gek, maar heel moedig.
Guiseppi de Vespa man vertelde me dat ´s nachts de muggen niet ze erg waren dus sliep ik buiten op het dak, geholpen door Mr. DEET (antimuggen spul) maar de hitte, de muggen en de moskee ´next door´ maakte de nacht erg kort. Dinsdag 17 juni 2004
Islamabad
Visa dag
Werd wakker met 3 miljoen muggen bulten. He bedankt, onsmakelijke Italiaan. Tenminste, ik denk dat die muggen die Guiseppi niet lekker vonden, mij hebben ze ieder geval minimaal 2 liter bloed afgenomen. Na een bezoek aan een mooie supermarkt, waar ze zelf Douwe Egberts koffie hadden, (dit alles met dank aan de vele consulaten en ambasades in de buurt), begaf ik me op zoek naar de Indiase ´High Court´oftewel consulaat. Wat ik daar aan trof was mens onterend. Honderden mensen in lange rijen in de bloed hitte, mensen die er denk ik al dagen of weken stonden, zaten, hingen en misschien zelfs wel bivakkeerde. Ik had geen zin daar achter aan te sluiten, want dan zou het een week duren voor ik aan de beurt was, dus ik zette mijn meeste belangrijke VIP gezicht op en liep zo langs alle rijen door naar het hek. Het werkte goed, ik werd onmiddellijk binnen gelaten en na wat info een raampje aangewezen waar ik moest zijn. Hier stonden maar een stuk of 15 mensen voor te wachten, dus dat was te overzien, men had dus een apart loket voor buitenlanders die niet Pakistani zijn. Slim slim…Onder het wachten praatte ik met Dane, die een fiets in China had gekocht en nu rustig terug naar Europa aan het fietsen was, nog even in India wilde aandoen. Zo kom je nog eens moedige mensen tegen.

Met de scooter van Italie naar Laos, en terug

Ondertussen was het bloody hot aan het worden en mijn T-shirt vertoonde al snel de nodige lekplekken. Er was geen water, geen zitplaatsen, geen andere voorzieningen, afzien dus. Na een uurtje in deze rij was ik aan de beurt. Ik kon niet zien wie er achter het loket zat aan de andere kant, ik denk uit veiligheids overwegingen, dus ik schoof mijn papierwerk onder de gleuf van 5 mm door, ik zag een had mijn spullen pakken en even later kon ik nog net waarnemen dat iemand zei…´Kom volgende week maar terug´. Meer conversatie was niet mogelijk, dus maar wat bij andere wachtende geïnformeerd, het bleek dat je na een week je paspoort moest brengen in de ochtend en je die dan ´s middags op kon halen met de nodige Indiase Visa er in.
De rest van de dag besteed aan het vinden van een pin automaat die werkte, wat kokkerellen en ´s avonds kwam er een gigantische donkere lucht aan waaruit bakken met water vielen die de boel heerlijk afkoelde.
Besloot de rest van de week die ik moest wachten op mijn Visa maar naar het noorden te rijden. Dat is niet een van de meest vredelievende gebieden (Kashmir, Afganistan, grens met China) maar het zou er ieder geval koeler zijn dan hier.

Administration

· Administration
· NEW Story
· Change Survey
· Content
· Logout

Wachtende inhoud

· Ingeleverde stukken: 0
· Wachtende periodieken: 0
· Wachtende links: 0
· Bewerk Links: 0
· Gebroken Links: 0
· Downloads: 0
· Bewerk Downloads: 0
· Gebroken Downloads: 1

Eerdere verhalen

Monday 05 December
·
·
Saturday 03 December
·
· November 2011, Sudan
Thursday 17 November
·
Thursday 27 October
· Oktober 2011, Kenia
Friday 07 October
· September 2011, Uganda
Monday 19 September
· September 2011, rwanda
Sunday 11 September
· august 2011, noord Tanzania
Saturday 16 July
· Juli 2011, Tanzania deel 1
Sunday 10 July
· mid mei 2011, Zambia deel 1
Monday 27 June
· mid mei 2011, Zambia deel 2
Thursday 26 May
· Begin Mei 2011, Malawi
Wednesday 27 April
· April 2011, Mozambique
Sunday 03 April
· Aptil 2011, Laatste deel Zuid Afrika (en Swaziland)
Sunday 20 March
· half maart 2011, Zuid Afrika deel 2
Thursday 03 March
· Half feb 2011, Zuid Afrika(1) en Lesotho
Tuesday 22 February
· Feb 2011, Zimbabwe
Sunday 20 February
· Februari 2011, Botswana
Saturday 29 January
·
Thursday 30 December
·
Saturday 18 December
· Eind Nov 2010, Angola
Wednesday 15 December
· Half Nov 2010, DRC
Saturday 11 December
· Begin nov 2010, Congo
Wednesday 08 December
· Begin nov 2010, Gabon
Thursday 25 November
· Oktober 2010 Kameroen
Thursday 21 October
· September 2010, Nigeria Deel 1
Tuesday 19 October
· September 2010, Nigeria deel 2
Saturday 18 September
· Begin sept 2010, Benin
Tuesday 31 August
· Eind aug 2010, Togo
Thursday 12 August
· Juli 2010, Ghana
Wednesday 07 July
· Einde van Juni 2010, Op naar Ghana
Monday 14 June
· Eind mei 2010, wederom in Mali
Wednesday 12 May
· Mei 2010, Burkina Faso
Monday 19 April
· Begin april 2010, Mali
Sunday 04 April
· Mid maart 2010, Senegal zuid en The Gambia
Monday 15 March
· Begin feb 2010, North Senegal en Dakar
Thursday 04 March
·
Saturday 20 February
· Feb 2010, Marokko
Friday 12 February
· Jan 2010 Africa naar Africa
Tuesday 12 January
· Jan 2010, Tunesie
Monday 28 December
· December 2009, even terug in Europa
Saturday 28 November
· Eind Nov 2009, Terugblik op Zuid Amerika
Monday 12 October
· september 2009, rondje Paraguay en rondje Pam&Ries
Monday 21 September
· sept 2009, Valdez naar Paraguay
Thursday 10 September
· Eerste dagen in Pakistan
Friday 21 August
· Augustus 2009, Valdez en de walvissen
Thursday 06 August
· Juli 2009, Merijns bezoek, Ibera, Iguazu, Brazilie en Uruguay
Sunday 28 June
·
Saturday 20 June
· Een uur

Oudere artikelen