20060900 – Van Iran naar Pakistan

13 sept 2006, Iran en Pakistan
Geplaatst op Wednesday 13 September @ 08:52:29 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Hier weer een verslag van mijn reis door het zuiden van Iran en het grootste gedeelte van Pakistan. Ik heb geprobeerd de tekst beperkt te houden maar ja, ik blijf lappen van tekst produceren. Heb daar over nagedacht. Waarom heb ik van die lellen van verhalen? Het antwoord is denk ik simpel. Als je alleen reist, moet je toch je verhaal aan iemand kwijt, dus ik typ het in. In plaats van het aan je reisgenoot te vertellen, maak ik jullie dus mijn reisgenoot. Capice?

De gevolgde route

Yazd was niet meer wat het geweest was. Echt niet. Voorheen een slaperige provincie stad, nu een drukke, stoffige en lawaaiige metropool. Het kan natuurlijk het jaargetijde zijn, wie weet zijn mijn herinneringen wel verkeerd, maar Yazd was niet meer zo leuk als voorheen. Dus besloot ik vroeg in de middag maar op te stappen en vast de helft (of meer) van de afstand naar Bam af te leggen en ergens in de woestijn onderweg te slapen.

Ik had net een lekker stuk vlees gekocht om vanavond door de gehaktmolen te halen, was onderweg naar mijn auto om te gaan vertrekken toen ik plots Hadi Safaeian tegenkwam. Die had mij vorige keer geholpen met het wassen van de auto (tenminste, mij naar een goede plek gebracht). Hij staat ook in de Lonely Planet als zijnde een goede gids, en hij weet inderdaad veel van Yazd. We stonden even te praten, hij moest mijn auto natuurlijk zien, en al pratende merkte ik dat ik honger had (het was half twaalf en ik was om 5:30 al opgestaan). Ik besloot Hadi uit te nodigen voor de Lunch, hij weet alle goede restaurantjes. Dat was erg gezellig, er kwam nog een vriend van hem bij en na wat heerlijke chicken kebab ben ik vertrokken richting Bam. 50 km voor Kerman de woestijn ingereden, auto tussen twee zandkorrels in geperst en de gehaktmolen te voorschijn gehaald. Het was voor het eerst dat ik dat ding gebruikte, en dat was wel te merken. Jeming, het vlees zat OVERAL. Van keuken tot aan de ramen, afwasborstel, alles vol met gehakt. Maar een lekker bakkie macaroni was het wel.

De volgende dag vroeg vertrokken en om een uur of tien kwam ik Bam binnen rijden. Het Hotel was makkelijk te vinden, dat lag immers aan de hoofdweg. Maar wat zag ik in eens, een groot bord voor het Hotel met daarop ‘Welkom Casper”. Dat was een leuke hart verwarmende groet van Kees en Els, die ik dan ook een paar minuten later in de armen sloot.

Els stond me al op te wachten.

Eindelijk rust, het snelle rijden was voorbij. We hebben de hele dag zitten kletsen in de schaduw. Volgende dag ook rustig aan gedaan, Bam in geweest en nogmaals de totale vernieling van de stad aanschouwt (wat dus nog steeds niet echt opgebouwd is). Men is nu wel hard bezig, maar toch…

De plannen werden ondertussen gesmeed. We wilde in een keer met twee auto’s vanuit Bam de Pakistaanse grens over steken. Er gingen geruchten over rellen in Quetta. Dat is in Pakistan, maar ook in Zahedan, de Pakistaanse grens stad was het niet pluis. Dit is bandieten stad nummer 1 (grenst aan Pakistan, Iran en Afghanistan, dan weet je het wel).
Het plan verliep prima op een detail na. De weg na Bam is beduidend minder druk en daardoor wel prettiger rijden vind ik. Tijdens een korte lunch keek Kees onder mijn auto en zegt heel droog…’Je schokbreker hangt los. Inderdaad hing de schokbreker van mijn linker achterwiel als een lam vleugeltje onder de auto. Zo, dat is slecht nieuws, zeker als dat hier in bandietenland gebeurt. Op zich kan het niet zo heel veel schade doen, maar het is wel opmerkelijk dat dat nu al gebeurt. Wellicht kon dat ook verklaren waarom mijn auto zo dansde op die slechte Turkse wegen. Na inspectie bleek dat er een grote bout was los getrild en uitgevallen. Een 20 mm bout, met andere woorden een forse, ik zou moeten wachten tot Quetta om dat probleem op te lossen en ondertussen voorzichtig rijden.

Met de nodige strubbelingen waren we om 6 uur in de middag lokale tijd bij het PTDC motel in Taftan. (het grens gehucht aan de Pakistaanse kant van de grens) De grens overgang was erg rommelig, ze waren nieuwe huisjes aan het bouwen dus alle papierwerk moest weer in andere huisjes dan voorheen. Niet dat er ergens bordjes stonden of wat, dus na heel wat zoekwerk de Iraanse grens gepasseerd. Aan de Pakistaanse kant was ik weer bang dat men wat zou zeggen over mijn scootertje. Ik probeerde steeds mijn auto zo te parkeren dat de achterkant onzichtbaar was. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in een overgang zonder problemen (wel een uur wachten omdat de mijnheer die de papieren deed nog even te druk was met zijn middag dutje).

Iran achter me latend, moet ik ook nu weer zeggen dat het een prettig land is om als toerist te zijn. Mensen zijn erg vriendelijk en bereidwillig, je wordt niet gevolgd of gestalked, de wegen zijn goed en vrij staan met de auto is meestal nergens een probleem (behalve dan in het zuidelijke Zahedan). Wel is Iran veel drukker dan voorheen. Het verkeer is drukker, vooral tussen de steden, vrachtverkeer van Bander’abas naar Teheran is continu. Het krijgen van Diesel vond ik nog moeilijker dan vorige keer. Daar moet je echt rekening mee houden, en als je maar 100 km in de buurt van een of andere grens bent (zij het Pakistan, Turkije, Irak of Afghanistan) dan is er vaak geen drup te krijgen. Als je het dan wel vind is het lachen naar de bank zoals dat heet, want voor iets meer dan een cent per liter gooi je graag je tankie even vol. Rijden in Iran is verder ook leuk omdat iedereen naar je lacht, zwaait of hallo roept, en die vriendelijkheid maakt dat je vanzelf meegaat in de vrolijkheid en vriendelijkheid van de mensen.

Ok, nu dus weer over en in Pakistan. Het PTDC hotel was zoals elke keer. Het zag er zoals gesloten uit, maar we mochten ook zoals altijd, parkeren binnen de muren op de stoffige zandplaats. We probeerde bier te bestellen, en dat ging volgens de man wel, hij zou het gaan halen. Omdat we de enige gasten waren moest hij toch de bazaar op om de door ons bestelde kip te halen. Helaas bleek het bier een illusie. Omdat er al dagen stakingen in Quetta aan de gang waren werd er niks aangeleverd en was er dus geen bier. De maaltijd met koffie en Tia Maria afgesloten, en een rustige nacht doorgebracht in de zandbak van Taftan.

De weg was soms meer zand dan wat anders

De verhalen over de veiligheid van Quetta werden wat helderder narmate we dichterbij kwamen. Quetta, op schot afstand van Afghanistan en Iran is een broedplaats voor onrust. Daar komt bij dat de provincie waar het in ligt, geheten Baluchistan, stelselmatig (volgens de bewoners alhier natuurlijk) achter gesteld worden. Er word hier veel gas gewonnen maar enig geld van de gasopbrengsten ziet men niet, dat verdwijnt allemaal in de (oorlogs) kas van Islamabad en dat zint de bevolking niet. Vandaar dat de politieke partij van Baluchistan erg actief is, af en toe aanslagen pleegt, en het hier altijd rommelig is. Op mijn vorige trip hier langs werd een week eerder de spoorbaan opgeblazen waar ik 600 km langs moest rijden, de keer daar voor werden een paar weken voor mijn bezoek aan deze stad, er op de markt tientallen mensen neergeschoten vanuit ramen boven de markt, maffia stijl dus.
(PS, een week nadat ik er was ontplofte er weer eens een zware bom op een markt). Deze keer had het leger vorige week een hoge bons (lees een oude man) van deze Baluchistaanse partij vermoord. Er braken rellen uit, die nu gelukkig voorbij zijn, maar er zijn nog veel stakingen, demonstraties en er is onrust.
Met dit in het achterhoofd vertrokken we na de koffie richting Dalbandin. Dalbandin ligt halverwege het stuk Taftan (Iran grens) en Quetta, loopt door de woestijn, de onmetelijke vlakte der niksigheid. Ik wist dat de weg tot Dalbandin goed was, haast hadden we dus niet. Links rijden was wel weer even wennen, maar er is erg weinig verkeer en de foutjes die je dan maakt worden gelukkig niet gelijk afgestraft.
De saaie rit door de woestijn is niet het vermelden waard. Het enige is dat ik dit zelfde stuk anderhalf jaar geleden ook gereden heb. Toen was het winter. Sneeuw en hagel, met een dikke winterjas aan. En nu met 40 graden en het zweet op de voorhoofd.
In de middag kwamen we in Dalbandin aan, zonder nog een escort gehad te hebben en dat verbaasde me. Ik reed rechtstreeks naar het bij mij bekende guesthouse in. Ook dit een stoffige zanderige binnenplaats maar je verwacht niks anders in de woestijn nietwaar. Helaas bleek na wat heen en weer gepraat met de care-taker dat er ’s nachts geen security geboden kon worden en hij adviseerde ons naar het politie bureau te rijden en daar advies te vragen. Ik wist waar het was dus er naar toe gereden (wat niet zo makkelijk was want er hingen veel lage elektriciteit draden over het zandpad). Bij de politie vonden we wel gehoor voor ons verzoek om voor hun deur te mogen parkeren, alhoewel er steeds een hogere bons aankwam en onze paspoorten wéér wilde zien. Dit herhaalde zich, en we vermaakte ons met het via gebaren taal communiceren met de gevangen die openlijk voor hun cel (stuk of 15 gevangen, één cel) zaten. En een lol dat ze hadden, helemaal natuurlijk toen bleek dat Els van het vrouwelijk geslacht was.

Maar de politie is altijd aardig

Enfin, na een hoop heen en weer ge OH mochten we voor het Politie buro staan, we hebben wat rond gehangen rond de auto, zijn even het dorp gelopen om wat brood te kopen. Vonden nog een winkel die bouten en moeren verkocht, op de gok de grootste bout gekocht die ze hadden maar die bleek later zelfs ook te klein te zijn. We wild net aan het eten beginnen toen er twee buitenlandse auto’s aan kwamen rijden. Dat bleken twee Australische echtparen te zijn (waarvan de vrouw lang geleden uit Nederland was gemigreerd). Desmond en Jenny en Lou en Lynn en hadden hun auto naar Londen verscheept en reden nu terug naar Australië. Het werd nog gezelliger dus. Na het eten heel wat ervaringen uitgewisseld. De politie maakte ook ineens nog een probleem over de plek van het parkeren van een van de auto’s en met veel heen en weer gepraat en gewijs en gedoe moest een auto 5 meter verzet worden. Ach, je kent hoe dat gaat, een ventje moet zijn gewicht even laten zien en de rest moet dan maar knippen.

Volgende dag ( 5 sept. 2006.) om 6 uur in de ochtend vertrokken richting Quetta. De weg was slecht, eigenlijk nog slechter dan ik me herinnerde, maar dat kan ook komen omdat ik nu vrachtwagen rijd. En dan voel je elke hobbel dubbel. Komt mijn loshangende schokbreker nog bij dan snap je dat het niet hard ging. Over de 330 km stuk hebben we, met de nodige tussenstops voor eten en plassen (we waren nu met 4 auto’s en ik was gebombardeerd tot konvooi lijder) tot laat in de middag gedaan. 30 km voor Quetta nog een steile pas, waar de zwaar beladen vrachtwagens met tractoren de berg op worden gehesen, een raar gezicht. Ook kregen we hier een politie escort, die ons, in wisselende samenstelling naar het centrum van Quetta bracht waar, op mijn aanwijzen, we richting Bloomstar Hotel reden. De laatste politie escort had zelfs een gas geweer bij zich, en die gast stond met zijn geweer achter in de laadbak van de pickup truck, met dat ding steeds op mij gericht. Minder prettig gezicht, ook al omdat de loop steeds mijn kant uit wees. Gelukkig struikelde die niet en kreeg ik geen gasgranaat door me voorruit. Bij Bloomstar aangekomen was de vraag of wij (Kees&Els en ikzelf) onder die poort door zouden passen, onze auto’s zijn 3,40- 3,50 meter hoog. Dat ging op millimeters’s na net. Hier stond ook een Duitser met zijn rode vrachtwagen, en je kan je voorstellen dat we ’s avonds, na het bestellen van 30 flessen bier ! (150 rps per stuk) we héél gezellig met z’n allen gegeten en gedronken hebben, met nadruk op het laatste.

De dag er na was er een algemene staking afgekondigd in Quetta. Dat betekend, niks open, alle wegen geblokkeerd en alles ligt lam. Verplichte rust dag dus, wat wel prettig is, eindelijk even tijd om wat bij te typen.
In die dag werden we wel flink bang gemaakt. Er zijn twee wegen naar veilig gebied. Een via Sibi, het heetste punt van Pakistan (en weide omgeving) maar volgens iedereen erg onveilig. De andere, meer noordelijk, via Lorelij. Die weg was zelfs iets korter, maar super slecht. Kees had verhalen op internet gelezen van zijn kennissen die hadden zitten huilen op die weg, zo slecht en zo lang duurt het dan.
Je vraagt dan iedereen, maar velen geven een ander antwoord. Toch rade de meeste de zuidelijke en dus betere route af, omdat dit door Baluchistan gaat, en het daar momenteel als onkruid is. We waren ondertussen met drie vrachtwagens en twee personen auto’s en we besloten toch om de zuidelijke route te nemen, met z’n alle in konvooi te rijden, het gevaarlijke stuk in één keer te proberen te rijden en dus flink de gang er in te zetten. Iedereen was nerveus, er heerste een gespannen sfeer, zowel binnen onze gelegenheids groep als in de stad.

Met z’n allen nog verzekering voor de auto geregeld. Avhteraf was het een beetje een wassen neus. Ik moest 3175 Pak Roepies betalen voor 1 maand WA verzekering. (zeg 40 euro), maar toen ik het contract eens las bleek dat ze maximaal maar 20.000 roepies uitbetalen. Laten we maar hopen dat ik het nooit nodig ga hebben.
In de avond voortreffelijk gegeten in het Usmania restaurant. Wel zag je nu hoe weinig de westerlingen dan de cultuur alhier begrijpen. De meeste restaurants hebben een family room, waar ook vrouwen en kinderen zitten en een gewone zaal voor de mannen. Helaas wilde de Australiërs gelijk in de mannen kamer en deed de vrouw onmiddellijk haar hoofddoek af terwijl er 3 meter verder een aantal geestelijke zaten te eten. Dat zijn van die dingen waar ik me aan stoor maar waarschijnlijk een ‘clash of cultures’is die onvermijdelijk is. Later had ik ook een aanvaring met het Duitse meisje, die met open bloesje en zonder hoofddoek tussen de vrachtwagen chauffeurs in stond te koketteren en het wel raar vond dat ze zoveel aandacht kreeg. Ook Kees, die duidelijk last had van de hitte, trok altijd vrijwel alles uit, en zat dan in korte broek en blote bast aan de kant van de weg. Ik snap dat het warm is, maar het is niet de cultuur van de mensen en je haalt je hoon op je hals.

Na de maaltijd was het een probleem om terug naar het Hotel te komen, de Duitser en de Australiërs stapten in de eerste de beste onbekende auto waar een man in riep ‘waar moeten jullie naar toe, ik breng je wel even’. Ondanks dat zo’n aanbod natuurlijk erg vriendelijk is heb je geen idee met wie je in de auto stapt, en in een land waar security een probleem is lijkt het mij toch niet raadzaam om om 11 uur in de avond bij een vreemde man met baard in de auto te stappen.
Iedereen kwam gelukkig heelhuids bij het Hotel aan, en de volgende ochtend om 6 uur reden we in ons westers konvooi naar het zuid oosten. Het begin was goed, temperatuur was lekker, de gang was langzaam want er was al veel verkeer. Opvallend zijn de ‘nomaden’ in hun tractors. Dat zijn families, met erg veel kinderen meestal, al hun hebben en houden op een tractor met aanhangwagen (potten , pannen, tenten, soms een fiets en héél véél kinderen) en die rijden zo van werkplek naar werkplek (appelseizoen, rijst oogst etc) met een vaartje van 20 km per uur. Dat houd dus op als je daar achter zit.
Na een uurtje reden we de Bolan pass in, en daar gebeurde wat je niet wilt vrezen, we reden achterop een mega file. Stilstaande vrachtwagens zo ver het oogt reikt (en dat was tot de volgende bocht 1 km verder). Wat te doen? Wachten? er toch voorbij met het risico dat je de boel verderop blokkeert?

File tot in….

Na 20 minuten gewacht te hebben gingen de Australiërs er op mijn aanraden voorbij en die hebben we vervolgens nooit meer gezien. Ze hebben mijn walkie talkie bij zich, maar na 3 km houd dat ding er ook mee op dus we hadden wel een idee dat die file erg lang zou zijn. Na nog 20 minuten wachten en absoluut geen beweging te hebben gezien reed er een bus de file voorbij, ik besloot er achter aan te gaan want wachten deed ook niks. Daarbij kreeg je erg veel aandacht van die chauffeurs die zich ook stonden te vervelen, en met dat half blote Duitse meisje er bij werd de sfeer wat grimmig. Er werd gezeurd om Whisky, hasj en fuckie fuckie en ik had geen zin om die ontwikkelingen af te wachten. Na 2 km aan vrachtwagens voorbij te hebben gereden kon ik om de volgende bocht zien….. nog meer vrachtwagens tot het oog strekt. Ik moest ergens invoegen want er begonnen auto’s van de andere kant te komen en na weer 30 minuten te hebben gewacht besloot ik maar weer een stuk te gokken omdat de tegenliggers waren opgedroogd. Anyway, je snap, het heeft twee uur en heel wat zweet druppels gekost om de kop van de file te bereiken, en wat was het…een defecte vrachtwagen. Omdat je op smalle bergweggetjes rijd is er geen uitwijk mogelijkheid dus blokkeert ie een deel van de weg, en dan wordt het gelijk een puinzooi ala India.

Eindelijk de file voorbij reden we verder met 3 auto’s de Bolan pas door, en met vrijwel geen stoppen de hete vlakte van Sibi in (44,2 graden). De hele Bolan pass vanaf Quetta is ongeveer 125 km, daarna de hete vlakte richting Sukur. Dat hele rotstuk had wel 6 uur rijden gekost (en stilstaan), of we veilig gebied zouden halen… In de middag werd de spanning wat minder, ook al omdat de lokale bevolking overal even aardig was, ik merkte geen greintje van spanning of onprettige sentimenten en bij Jacobabad begon plots wat groen te komen, het leven op straat begon zich af te spelen en als een bom bij heldere hemel (jaja, ik weet) veranderde het land in ‘India’. Overal mensen, marktjes, druk druk, stank, smog, tuterende auto’s en bussen, karretjes met ezels, fietsers, riksha’s, je snapt het, de snelheid die we op de vlakte konden maken zakte als een mislukte soufle in elkaar en de ogen en oren draaide op volle toeren om alles te verwerken. Ik voelde alsof ik een beetje thuis kwam, want dit deel van Pakistan lijkt erg op India en ik houd van India.
Op een gegeven moment zag ik een vrachtwagen werkplaats en blérde in mijn walkie talkie dat ik hier even ging stoppen om te kijken of ze een bout voor mijn schokbreker hadden die er immers nog gewoon los bij hing.
Ik had het probleem nog niet uitgelegd of een gast sprong onder mijn auto, schroefde deel van mijn schokbreker er af, begon van een vers stuk staal een bout te zagen, draaide er een schroefdraad aan, laste er een kop op en zette de boel aan elkaar. Dat koste alles bij elkaar een uurtje en 350 roepies (5 euro) en happy reed ik weer achter de andere aan, die, hoopte ik, ergens op me zouden wachten. Tja, blijkbaar hadden ze of geen geduld of ik had ze gemist, maar om 6 uur was ik voorbij Shikarpur en geen andere gezien. Ons konvooi was dus ook niks waard als men niet op de ander wacht. Ook geen Australiërs meer gezien helaas. Daar ik weiger om in het donker te rijden wilde ik net bij een benzine station gaan stoppen toen ik een sms kreeg dat ze 20 km verder vlak voor Sukkur bij een benzine pomp stonden, en met nog een sprankje licht reed ik daar binnen. Ik was kapot, het was een erg zware en lange dag, met nog steeds bijna 40 graden zou het ook wel een zware nacht worden.

Kees voelde zich niet lekker, waarschijnlijk toch last van de warmte en denk ik wat over vermoeid misschien, die is dus eigenlijk gelijk bewusteloos gevallen in de stoel, en we lagen allemaal om half 10 op bed om een rumoerige en warme nacht weinig te slapen. De volgende dag alleen vertrokken. Ik had geen zin meer in konvooien, want ze werken niet. Je rijd ik konvooi om elkaar te helpen als er wat loos is, je wacht op elkaar, houd elkaar in de gaten. Tenminste, dat is mijn idee. Bij ons was het echter een beetje ieder voor zich want we moesten toch dezelfde weg gaan. Jammer, maar het is niet anders. Heb deze week wel weer een les geleerd.

Mooi maantje he, Pakistaans maantje…

Vandaag werd het ook geen makkelijke dag, maar wel een warme en een leuke. De weg na Sukur is erg goed (op een paar weg opbreking stukjes na) en zelfs hier en daar saai te noemen. Eerste keer gestopt om te kijken of men een bout had om mijn schokbreker weer vast te zetten maar dat moest ik na een half uurtje op geven. Het kwam er op neer dat de vorige garage bij Jacobabad de schroefdraad had gemold dus moest er eerst een nieuwe schroefdraad gemaakt worden, waarnaar er met de hand een nieuwe bout gedraaid moest worden. Bij die mensen, die allen overigens bijzonder vriendelijk waren bleek na verloop van tijd dat de draaibank stuk was, dus dat ging niet door. Na een paar uur rijden zag ik een klein tentje met een draaibank staan, de man was ook fietsenmaker en banden plakker en die heeft in een tijd van twee uurtjes alles geregeld en er ook erg veel moeite voor gedaan, dat voor 300 roepies. Van een stuk lelijk metaal een perfecte bout gemaakt, en een nieuwe schroefdraad in het bevestigings punt gedraaid. Ondertussen heb ik me vermaakt met de winkel eigenaar er naast die redelijk Engels sprak. Helaas betekende dat wel dat ik Bahawalpur niet meer zou gaan halen want bij invallende duisternis was ik er nog 50 km vandaan en nogmaals, ik weiger in het donker te rijden. Omdat men op dit punt ook met de weg bezig was durfde ik die 50 km zelfs niet in schermer te rijden. Geparkeerd bij een PSO benzine station en vanwege de enorme hitte en de al warme vorige nacht nog in mijn geheugen voor het eerst de airco aan gedaan. Ohhhhh wat een genot, wat ben ik blij dat ik dat ding er in heb laten zetten. De generator heeft de hele nacht gelopen, het heeft wel wat benzine gekost dus, maar dat heb ik er zeer graag voor over.
Volgende dag het laatste stukje naar Bahawalpur gereden en om 9 uur was ik in het PTDC Hotel. Kreeg een koude ontvangst van de Duitser. Met zo’n kop van ‘daar heb je hem weer’ kon ie nog net hallo zeggen. Ik weet niet wat ik die gast heb aangedaan, maar dat er geen ‘liefde’ tussen ons twee bestaat mogen duidelijk zijn. Blijkbaar heeft dat ook wat op Kees en Els afgegeven, die waren ook erg afstandelijk, dus ben mijn eigen gang maar gegaan. Ik ben niet meer nodig geloof ik. Bij mijn vertrek de volgende dag kwam Els nog wel even ‘tot ziens’ zeggen. Kees kon de moeite niet nemen. Er werd me duidelijk gemaakt dat ik niet tegen het Duitse meisje had mogen zeggen dat ze een hoofddoekje moest dragen, want dat werd opgevat als het opleggen van mijn wil, dat zat iedereen erg hoog blijkbaar. Els en het Duitse meisje hadden de hele middag zonder hoofddoekje in de stad gelopen, zonder enig probleem volgens hun. Tja, ze hebben waarschijnlijk allemaal geen enkel boek over Pakistan gelezen, maar ik laat het er zo maar bij. Ben er wel wat treurig over maar kan er verder weinig aan doen. Ik heb veel voor Kees en Els gedaan en verdien mijn inziens niet om zo behandelt te worden.

De dag doorgebracht met klussen, internetten, grote bako kopen, watertank vullen etc, maar het was toch lekker relaxed, ik kan er de volgende dag weer tegen aan. Want ben die dag via Lahore richting Islamabad gereden. Het eerste stuk weg vanaf Bahawalpur is goed, maar ik was zo slim (not denk ik dus) om halverwege Multan rechts af te slaan en een shortcut te nemen. En wie mij kent….mijn shortcuts zijn altijd super lang, de wegen super slecht, het verkeer super druk, de bewegwijzering super slecht, ik daarom in een super klote humeur. Eenmaal weer terug op National Highway nummer 5 schoot het wat beter op. Stukken van deze dubbele weg zijn erg goed (niet alles helaas). Wel veel Tol plaza’s, zoals dat hier heet, gewoon dus dokken. Als buitenlander heb ik echter nog NOOIT hoeven betalen, het is altijd’u bent een gast in ons land’ en door rijden dus. Ik denk wel 30 keer tot nu toe. Ongeveer 5 kilometer vóór Lahore begon Motorway M2 rechtstreeks naar Islamabad. Ik had met voor genomen om deze niet te nemen maar om de GT-road te pakken, stuk korter en meer te zien, maar bij het vooruitzicht om tijdens de spits (als ze dat al hier hebben, want die is volgens mij continu) door Lahore te moeten toch maar weer die saaie snelweg gepakt. Na zo’n 75 kilometer op een parkeerplaats van de snelweg gaan staan. Gelijk natuurlijk hordes mensen om me heen maar dat werd wel weer ok na verloop van tijd. Het blijkt dat ze hier veel vogels vangen en schieten. Ik vond het een beetje vaag verhaal van een van de lokalen, iets over vandaag 400 vogels te hebben geschoten. Ook iets over vogel vechten en zo, maar ik werd uitgenodigd voor morgen om te komen kijken. Ook een security guard kwam langs en die begon erg moeilijke voorstellen te doen. Hij pake zijn vinger, street er over heen en zette dan zijn vinger recht omhoog. Tja, het gebaar was duidelijk, hij vroeg me iets over sex, maar wat? Moest ik hem helpen? Had ie een schone jonkvrouw voor me in de aanbieding of wellicht een bum-boy? Heb getracht te kijken wat ie wilde maar kwam er niet goed uit en hem maar weg gewimpeld. Omdat hier op het platteland tussen de uitgestrekte rijstvelden het héél erg vochtig is (95 % of zo) is het super warm, maar de airco weer aangezwengeld.

De volgende morgen stond ik op die lokalen te wachten, kwam men met een zielig vogeltje in een kooitje aanlopen. Blijkbaar had ik het verkeerd begrepen over die uitnodiging, dus ik doen alsof ik ‘very impressed’ was, en snel een handje geschud en verder gaan rijden over de toch saaie maar goede snelweg naar Islamabad (die overigens 575 roepies koste voor de hele 400 km). Daar in de vroege middag aangekomen en ik vond in één keer de campsite, die er goed uitzag moet ik zeggen. Men was ook bezig de huisjes te schilderen en op te knappen (was ook wel nodig) maar de douche was nog steeds erg belabberd maar werkte wel. De security sliep nu in tenten en er waren een paar Duitsers waarvan twee stel hippies en een stel Nederlanders die ik nog tegen moet komen. Snel met de scooter in de ‘blue area’ wijk wat geld gaan wisselen zodat ik morgen als eerste bij de Indiase ambassade sta om mijn visa aan te vragen, daarna heb ik een hele week de tijd om te wachten en te rusten en rommelen (R&R).
De hippies hadden me gewaarschuwd dat het krijgen van een 6 maanden visa voor India niet meer kon. 3 maanden was het maximum, ze hadden er ervaring mee. Dat zou mooi roet in mijn plannen gooien want als je maar 3 maanden de tijd hebt kan je net niks doen. Ben je net het land ingereden, kan je er al weer uit. Een beetje angstig ging ik dus om 9 uur naar de ambassade van India. Ze hadden de hele procedure veranderd, je mag nu niet zomaar het ambassade gebied in (Islamabad heeft een wijk waar die allemaal samen in zitten). Je moest eerst naar een verzamelpunt, daar moest je al je tassen en spullen, mobieltjes, camera’s etc inleveren, een ticket voor een shuttle kopen, door een security guard betast worden en vervolgens als vee in een bus gepropt te worden die je dan bij de betreffende ambassade af zetten. Dat was geen goed begin van de Visa run zoals het in reizigers jargon heet. Bij de ambassade aangekomen de normale puinhoop van rijen met mensen, maar buitenlanders hebben dan een streepje voor en ik kreeg mijn formulieren, vulde die in liep naar het loket. Ik was zowaar nr 2 in de rij, dat was anders dan vorige keer (toen was ik nr 30 of zo). Ook het raampje van het loket was vergroot, ik kon zowaar zien wie er achter zat. Jawel hoor, een kaal geschoren mijnheer (hoofd dan) dus dat bied aanknopingspunten (wel voorzichtig mee zijn, want in India scheren ze hun hoofd kaal als een van de ouders overleden is) . De mensen voor me hadden snel een visa nodig want ze wilde eigenlijk over 3 dagen al naar India, maar na lang zeuren bleef het antwoord van de loket mijnheer : NO. Mmm, dat beloofde niet veel goeds, dus ik ging bibberend op dat loket of. Ik had mezelf goed voorbereid, netjes alles ingevuld, een van mijn pennen extra erbij gedaan, een visite kaartje van mezelf er bij, ik dacht ik zal eens wat bud-kissing doen en laten zien dat ik geen hippie of junkie ben maar een serieuze toerist (ahum). Hij keek naar mijn formulieren, zoals alleen Indiase overheid ambtenaren dat kunnen, met zo’n blik in zijn ogen die deden vermoeden dat ie elk moment alles kon gaan verscheuren. Toen zegt die man…’je zal een drie maanden visum krijgen, meer is niet mogelijk, alleen maar via je eigen land. De moed zonk in mijn schoenen, maar ik moest toch wat proberen. NOOIT BOOS WORDEN tegen overheid mensen in Azië, dat werkt ALTIJD averechts (er zijn natuurlijk uitzonderingen). Zette dus mijn aller charmantste gezicht op (jaja, die heb ik ook in huis), vertelde de man de ter plekke verzonnen leugen dat ik in Den Haag was geweest maar omdat ik over de weg reed en het dus lang duurde voor ik in India was, ze mij aan rade om in Islamabad te halen, ook 6 maanden. Verder vertelde ik hem dat ik per truck reis en dat langzaam gaat, enfin, je snapt het, de man bezweek onder mijn charmes, hij gebood me 3400 Pak roepies neer te tellen en hij beloofde me dat ik over een week mijn paspoort met een 6 maanden visa op kon halen.

Verder had ik gisteren, vlak bij de camping twee joggies auto’s zien wassen en die had ik gevraagd of ze de mijne ook wilde doen. Dat deden ze graag, we hadden voor vandaag 4 uur afgesproken, maar om 11:30, ik was net terug van de ambassade, stonden de koters al voor de auto. Naja, geen probleem, ik heb toch een week de tijd voor al mijn klussen, dus hoppa, plannen omgooien en auto boenen. Er zat nog een hele hoop teer onder aan mijn auto en dat liet ik er een mt diesel losweken en schoonmaken, de andere ging de rij-cabine poetsen van binnen. Ik moet zeggen, ze hebben hard gewerkt en ook nog wel goed ook. Heb ze dus ieder 100 roepies gegeven (ik wist dat ze per auto met z’n tweeën 50 kregen, maar mijn auto was wel 4x zo groot en vies).
En dat waren de belevenissen van vandaag. Morgen stort ik dit verhaal over jullie uit, en de rest van de week ga ik leuke dingen doen. Heb de kilometer stand eens bekeken en ontdekt datik er precies 10.000 km op heb zitten. En dat in precies een maand. Kan dus veilig claimen dat Utrecht Islamabad 10.000 km is en een maand rijden.