20070202 – Februari 2007, Nepal en 5 dagen lopen

Eind feb 2007, 5 dagen lopen?
Geplaatst op Monday 26 February @ 02:08:04 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Vijf dagen lopen, dat was het plan. Vijf dagen door de bergen rondom Kathmandu. Tenminste, ik noem het bergen, de Nepalesen noemen het heuvels. Maar met een hoogte van tussen de 1400 en 2000 meter kan ik die mening niet delen. Ik verwachte mooi weer en prettige wandelingen door akkers, dorpjes die afgesloten zijn van de buitenwereld en hoopte ook op prachtige uitzichten over de Himalaya. Ik had met mijn gids, genaamd Dil, van het bedrijf Adventure Clacier (www.treks2nepal.com) een aantal dingen van te voren afgesproken. Ik wilde niet oneindig klimmen om dan weer oneindig te dalen, ik wilde lekker lopen, veel zien en niet te veel afzien. En zo vertrok ik op de 22ste om 8 uur, alleen bepakt met wat schoon ondergoed en sokken, een stuk zeep en tandenborstel en mijn GameBoy DS natuurlijk.

We namen een kleine bus naar het plaatsje Sankhu. Daar aangekomen eerst even wat thee gedronken en heel foute koekjes gegeten die mierenzoet maar wel lekker waren.

Foute koekjes.

Rond half elf echt begonnen met lopen, het doel zijnde Nagarkot. Daar was ik nou niet zo heel erg blij mee want daar was ik vorig keer ook al naar toe gelopen maar volgens Dil gingen we absoluut niet langs dezelfde weg. Enfin, we liepen door mooie natuur, dat wel, maar de weg ging omhoog, en verder omhoog, en nog verder omhoog, na 3 uur lopen had ik pijn aan mijn benen. Ik had nog zo gezegd, neem het de eerste dag nou rustig aan, kan mijn lichaam beetje wennen aan het lopen, maar nee, de eerste dag was gelijk het moeilijkst.

Hij valt bijna, mazzel dat ik langs kwam.

Rond een uur of 12 lunch genomen in een of ander klein hutje aan het pad. Noedel soepje, daar kan geen mens wat verkeerd aan doen en dat was ook dit keer zo, alleen jammer van die heel erge dronken man die me maar lastig bleef vallen en met dikke tong probeerde te vragen van welk land ik was. Ik het hem stelselmatig genegeerd, als je met een dronken gast praat kom je er nooit meer van af, maar leuk was anders. Rond 4 uur aangekomen in Nagarkot waar we veel tentjes hebben afgelopen om een redelijk hotel te vinden voor een redelijke prijs, maar die toch gevonden in de Hymalyan Heart. Na het eten een bar ingegaan om te kijken of we ons konden bezatten. We bestelde een fles rum (naja, 0,3 liter dan) maar die hadden ze denk ik zo verdund met water dat er geen alcohol meer in zat. 43% stond er op de fles, maar ik kan het zo als water naar binnen gieten.
Omdat er in de avond hier verder geen zak te doen was maar om 8 uur gaan slapen.

De 23e weer verder gelopen, nu omlaag richting dal. Helaas pindakaas, het was exact dezelfde weg als ik vorige keer had gelopen. Daar ga je dan met je afspraken van te voren. Ondanks dat de weg schitterend was, vond ik het toch een beetje minder.

Schitterende uitzichten en akkers.

Er wordt hier op het land gewerkt volgens het ‘barter’systeem. Dat betekend dat je de buren helpt met de oogst, het planten of welke grote klus dan ook. Zij zullen het tegenovergestelde uiteraard bij jou komen doen. Zo werk je met een grote groep mensen en is het leuker en sneller werken.
Beneden aangekomen had ik eigenlijk wel pijn aan mijn voeten, vandaar dat we om een uur of twee, na een lunch van hele vage momo’s en een bord met nog vager rundvlees (van buffelo dan, want koe mag je hier natuurlijk niet eten) hebben we de bus gepakt naar Dhulikel.
Dhulikel stelde dus geen zak voor dacht ik, maar later bleek het dorp van de weg af te liggen, heel ongebruikelijk. Er was een Hotel en zelfs een internet café, mocht dus niet klagen.

Twee gekken.

De kamer van het hotel bestond uit een haastig in mekaar gezette schottenmuur waar, als je de deur te hard dicht deed, de hele kamer heen en weer golfde. Helaas moest je de deur hard dicht doen omdat de deur ook met hetzelfde hout was gemaakt en ondertussen helemaal krom was getrokken door het vocht. Kniesoor die daar op let. We hebben in de namiddag wat in het dorpje rond gelopen, er stonde wel aardige tempels en gebouwen, alles leek hier zo uit de 18e eeuw te stammen en nog zo te zijn.
In de avond geinternet maar om 8 uur moesten we van de computers af omdat de stroom uit zou gaan vallen en men voor die tijd de computers uit wilde hebben. Dan blijft er in zo’n gehucht weinig over om te doen. TV kijken, zolang er stroom is, en dat hebben we dan ook maar gedaan. Jammer is dat niemand het boeiend vond om de ramen dicht te doen. Buiten was het 6 of 7 graden, maar dat is voor die Nepalesen lekker tempje, ik had het steenkoud. Je snapt het, om 9 uur lag deze kale-cas al weer in bed, onder drie lagen dekens.
Volgende dag met de bus weer omhoog naar Namu Buddha. Dat is een voor Budhisten heilige plek, waar een van de reïncarnaties van Buddha zichzelf heeft opgeofferd aan een tijger met 5 jonkies die erge honger had. Dat is al iets van 6000 jaar geleden (zegt men) en om het heiligdom heen hebben zich diverse Tibetaanse uitziende tempel complexen gevestigd, gekleefd tegen de bergwand en versierd met honderduizend bid vlaggetjes. De weg er naar toe was magnifiek, heb hem boven op de bus gedaan omdat het binnen al erg vol was. Dan zie je de uitzichten dubbel zo mooi en beleef je alles veel intenser (en veel kouder, dat kan ik je verzekeren).

Door de bidvlaggen kon je de stupa’s niet meer zien.

Boven op de berg (1600 meter) heerste een Tibetaanse sfeer. Er was uiteraard een stoepa, waar de gelovigen rondjes omheen liepen ondertussen een bidwiel draaiend of een zwenk geven aan alle bidwielen die rond de stoepa zijn geplaatst. Veel oude mensen die hier aan meedoen, sommige half gedragen door een familie lid. Toen ik aan Dil vroeg waarom hoofdzakelijk oude mensen dit ritueel deden vertelde hij me dat deze mensen op deze manier eerder in de hemel hoopte te komen. Op mijn opmerking dat ik daar ook wel voor kon zorgen werd niet uitbundig gelachen om het maar netjes te zeggen. Helemaal boven op de berg was een vaag stuk rots, en dat werd vereerd. Wat mensen er nu zo heilig aan vonden weet ik niet, ik zag er helemaal niks in. Ligt ongetwijfeld aan mij. Ondertussen stond er uiteraard wel een donatie Box, waar veel mensen geld in doen. In het budhisme is geld er belangrijk, een beetje te naar mijn smaak, en dat is jammer.
Na deze enerverende budhistische ochtend en een noedel soepje afgezakt via wat nieuwe uitgevonden paden naar Panauti, een nog ouder stadje dan Dhulikel. Tja, het is er erg leuk om rond te lopen, je kan je voorstellen dat mensen al achthonderd jaar of langer zo wonen. Veel huizen zien er uit alsof ze op instorten staan, maar dat doen ze wellicht al decennia. Als tussendoortje echte Niwari eten genuttigd. Newari is de lokale bevolkings groep. Buffalo vlees, erg sterk gekruid, in kleine stukjes gesneden. Een soort Nepalese Shoarma, gerserveerd met platgeslagen gekookte en gedroogde rijst. Lekker hoor (maar wel heet in de bek).

Er was wel een erg fraai hotel waar we een kamer in boekte, ze hadden zelfs warm water dus ik kon me weer eens van wat korsten ontdoen. Nu is het hier normaal om vies te zijn hoor, wat dat betreft merk je hier de Tibetaanse inslag al, waar ze zich maar eens in het jaar wassen.

We wilde net wat gaan eten toen de stroom uit viel. Het was ondertussen 7 uur en donker, en het duurde wel 30 minuten voor een ober wat kaarsen had gebracht. Tja, nu duurde het eten nog langer vertelde men, de tijd maar gedood met een potje kaarten bij kaarslicht. Het eten hadden ze ook bij kaarslicht gemaakt, en dat was te proeven zeg, gadver, dat viel even tegen voor zo een chique hotel – qua Nepalese standaard dan hé. Met pijn in de buik gaan slapen.

Bij tempels steek je uiteraard een kaarsje aan.

De vierde dag van mijn loop had ik er eigenlijk niet zo’n zin meer in. Ik had pijn aan mijn rug, aan mijn voeten en het was niet echt wat ik me er van had voorgesteld. Gelukkig had ik een beetje een vooruitziende blik en maar vier dagen betaald, dus stelde voor aan Dil om vandaag maar Baktapur te gaan bezichtigen. Niet het bekende plein van Baktapur, daar was ik de vorige keer al geweest. Erg mooi, maar ook erg duur met z’n entree van $10. We wilde de rest van de stad doorlopen. Bus uitgestapt, stuk gelopen tot er plots bij een brug een irritant ventje vond dat we hier al 10 $ moesten betalen anders mochten we de hele stad niet in. Tja, dan zakt er wat af bij mij en vergaat al gauw mijn plezier. Zo’n ‘pennepusher’ die de toerist even uit wil kleden. Ik wilde er eigenlijk wat van gaan zeggen maar Dil stond een beetje verlegen met die man te twisten dus ik draaide al om en liep al weg, bekijk het maar.
Maar terug gegaan naar Kathmandu met de bus. Overigens vertaalde Dil een paar zinnen van wat de bus-boys roepen om klanten te lokken. Stel je voor, elke bus is een soort privé onderneminkje, dus hoe meer klanten, hoe meer omzet (en winst). Devies dus om je bus zo vol te krijgen dat er ECHT niemand meer bij kan. Maar een bus in Nepal (heel Azie eigenlijk) is nooit vol, maakt niet uit hoeveel mensen er al in zitten, er kan er ALTIJD wel eentje bij. Zo zat ik in de bus, naar Europese maatstaven drie keer te vol, ik dacht echt dat ie vol was. Haha, de bus-boy riep keihard door de straat….”Kom in onze bus, we hebben nog 30 lege zitplaatsen’. Haha, dat is echt komisch als je dan om je heen kijkt en mensen staan lepeltje -lepeltje in het gangpad, op 2 stoelen zitten 3 mensen, en dan ook nog vaak iemand op schoot. Ik denk dat er in de bus, met 32 zitplaatsen wel 80 man zaten. Een andere bus-boy riep keihard…’neem mijn bus nu, want straks is er weer een staking en kom je nooit meer weg’. Of deze..’Onze bus is nieuw en comfortabel, komt gisteren uit de fabriek’. Ik weet zeker dat ie niet door de APK heen zou komen, dat ik het aantal deuken niet in een dag had kunnen tellen en dat de leeftijd en km stand menig europees bedrijf het angstzweet tussen de billen zouden doen krijgen. Humor van de bovenste plank. Het mooist vond ik de bus-boy die een klant echt de bus in sleurde. De bus ging naar Kathmandu maar volgens mij wilde die klant er helemaal niet naar toe. Die jongen was echter een beetje verlegen en werd zo de bus ingeduwd. Haha, hebben ze vast nooit meer van gehoord.

Onder het wandelen kom je van alles tegen.

Goed, terug naar huis, tijd om de was en zo te doen. Het was ook begonnen te regenen (lichtjes) dus het werd tijd voor een paar uur binnen, eens het scheermes over mijn gezicht en hoofd te halen en heerlijk in mijn eigen bedje te gaan slapen.

Nog even een woordje over Nepal. Het is een heerlijk land om te zijn, zeker na India, maar het is wel een land op de rand van burger oorlog. 10 jaar lang is er een staat van oorlog geweest tussen regering en Maoïsten. Duizenden dan wel niet tienduizenden doden zijn er gevallen. Het land is al die jaren in een greep van geweld geweest. De Maoïsten hebben hele dorpen en gebieden gechanteerd om geld los te krijgen om hun oorlog te financieren. En dat ging vaak met grof geweld. De regering op zijn buurt schoot op alles wat rood leek, zette overal wegblokkades op en dat ging zo jaren door. Dat is nu over, er zou nu vrede moeten zijn. De Maoïsten, die sterk anti koningshuis zijn, hebben het voor elkaar dat ze in de regering zitten en dat de koning alle macht kwijt is. Nu echter komen alle bevolkingsgroepen die jaren lang geleden hebben om de hoek kijken en ze hebben nogal wat groepen van inheemse en uitheemse mensen hoor. Elk protest gaat hier gepaard met het machtige wapen van de staking, of zoals ze het hier noemen, de bandh. Een bandh afkondigen betekend meestal dat er geen verkeer mag zijn, geen winkels open en iedereen moet er dan maar naar luisteren. Rijd je toch op de weg, heb je kans dat je auto in elkaar getimmerd wordt. Is je winkel toch open, heb je kans (grote kans) dat iemand per ongeluk een brandende fles benzine naar binnen gooit.
Zo heeft elke volksstam zijn eisen en die liegen er vaak niet om. Van het ‘Minister xyz moet aftreden’ tot ‘wij willen meer vertegenwoordigers van onze groep in het parlement’, tot ‘wij willen onafhankelijk zijn’. Verder organiseer elke gek een betoging. Zo’n betoging gaat dan gepaard met geweld en wegblokkades, die kunnen zo een hele dag duren. Een betoging tegen wat de ex-koning vorige week op TV zei, een betoging tegen te weinig elektra, te weinig water of te veel verkeer langs de deur, een betoging tegen je schoonmoeder of de kleur van het ondergoed van de buurvrouw. De leukste was die er vandaag in de krant stond. De vakbond van transporteurs hebben een bandh voor onbeperkte tijd afgekondigd, inclusief het blokkeren van alle grote wegen. En je raad nooit waar deze staking tegen is……juist… tegen het afkondigen van stakingen door elke gek waardoor men niet goed meer kan transporteren.
Gevolg is dus wel dat elke keer het land plat ligt. Zo is er afgelopen maand een aantal weken de hoofdverbinding met India afgesloten geweest (je zal daar maar vast staan). De weg van Birganj, via waar vrijwel al het goederen transport met India over gaat, was echt weken lang gestremd. Er was een tekort aan benzine, gas en sommige voedsel producten. Die blokkade heeft men voor 14 dagen gestaakt om te proberen te overleggen, ik las in de krant vandaag dat als er geen overeenkomst komt men vanaf de 26e febr de boel weer dicht gaat gooien.
Ook was er bijvoorbeeld gisteren een ruzie tussen de maoïsten en een andere politieke partij, gevolg een uitgebrande bus en 12 ernstig gewonden door gevechten. En dat is dus eigenlijk dagelijks wel zo.
Nu heb ik als buitenlander wel niet ze erg veel te vrezen van geweld, maar als je er net tussen staat ben je wel de lul. Of als je midden in zo’n wegblokkade komt te staan, kan je geen kant meer uit. Laten we er maar het beste van hopen. Mijn plan is nog steeds om 27 of 28ste naar Chitwan national park te gaan. Ik moet even precies uitzoeken, er is namelijk een dag waarom alle kinderen met water mogen gooien. Op zich niet zo erg, maar de nieuwe trend is om ballonnen met water met een kleurstof te vullen en die dan te gooien. En een mooie witte auto is natuurlijk een pracht van doelwit. Die kleurstof schijnt permanent te zijn, dus ik zorg dat ik die dag niet op de weg ga…

Wordt vervolgt…
Om te onthouden:
Vriend= Sati
Uncha= Ja, ik ben het er mee eens
La = Ja, dat is goed
Chaina= heb ik niet
Echte chinese noodlesoep is Tupa
Salá. Is scheldwoord, betekend letterlijk je vrouw’s kleine broertje. Het is een beetje een soort van ‘ukkie’