20070300 – Maart 2007, West Nepal en de neushoorns

Half maart 2007, west Nepal en de neushoorns
Geplaatst op Wednesday 04 April @ 11:44:37 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Ik sta nu al dik een week op de ‘camping’ van Pokhara. Stond ik hier vorige keer geheel alleen, nu moet ik de plaats delen met een Oostenrijker, twee Fransen en een Duitser. Verder heb ik in hotels nog meer campers zien staan, twee Fransen ieder geval. Met andere woorden, ik ben niet de enige gek die hier rond scheurt met zijn Europese auto. Ik heb natuurlijk wel de mooiste auto, dat snap je. Ik maak daar nu een geintje over, maar het is ongelofelijk wat je hier ziet rijden. Een van de Fransen is een stel van drie jongelui. Die hebben een oud campertje gekocht, echt een klein ding en rijden daar mee rond. Ze hebben al twee ongelukken gehad, alle twee redelijk forse, hun auto ziet er dus niet uit. Meer kit dan auto, overal deuken en de hele camper body geknikt. Doet me een beetje aan mijn eigen oude auto denken. Een andere Franse auto, liever gezegd een bus, heeft een hele familie plus aanhang erin. Het is een oude Mercedes passagiers bus, groot formaat, binnen betimmert met grof hout, potkacheltje erin, gat in het dak, uitlaat eruit, hoppa, we hebben een huis met verwarming. Verder staat er nog een oostenrijker met een mooie Iveco. Klein ding met een hefdak waar dan stahoogte is, en als je rijd lekker klein. Helaas hebben ze in allerijl en zonder er goed over na te denken dat ding gebouwd, gevolg dat ze nu problemen hebben met stroom, met vering, nog meer van dat soort gein.

Met zo’n wrak de wereld rond is wel knap.

Pokhara is relaxed. Het kampeer terrein aan het meer, is ook picknick plaats, voetbal terrein en uiteraard cricket pitch voor lokalen, af en toe kan het hier dus best druk zijn. Zou dat in India erg zijn, hier is het heel gezellig. De nepalezen staan toch een trede hoger op de ladder der evolutie dan de India’ers. Er wordt weinig in het openbaar gepist en poept, weinig herrie en rotzooi gemaakt en men laat je, in mate, met rust. Je voetbalt een potje mee met de lokale, maakt een praatje met d’een of d’ander en je drinkt rustig een bakkie en zo. Er spelen honden op het terrein maar, op een of twee nachten na, zijn die stil, kortom het is heerlijk bijkomen hier. Restaurants om de hoek, supermarkt nog dichterbij, wat willen we nog meer. Er zijn ook tientallen internet cafe’s. Ze zijn hier niet dom en redelijk georganiseerd. Ze hebben een commoitee dat heet waarschijnlijk ‘hoe klop ik het meeste geld uit de toerist. Die internet cafe’s hebben onderling een prijs afspraak gemaakt van 100 roepies per uur (1 euro) en dat is voor hier erg duur. Ter vergelijk, in Kathmandu kost het 25 per uur, dus ga ik (ja het is erg he) om geld te besparen met mijn scooter naar het centrum om daar voor 20 roepies te netten. Het is niet het geld, alhoewel je voor 80 roepies hier prima kan eten, maar wel het feit dat, omdat je in een toeristen zone zit, je gewoon 5 keer meer moet betalen dan de lokalen. Daar houd ik gewoon niet zo van, sorry.

En zo breng ik mijn tijd door, lullen met lokaaltjes.

Onderweg hier naar toe vorige week, is de dop van mijn toilet tank op de een of andere manier open getrilt, met alle gevolgen van dien. Ik had heel veel mazzel dat ik toevallig snel stopte, anders had mijn auto onder een laag uitwerpselen gelegen, nu bleef de schade besperkt tot de toilet gedeelte en was er wat door gesijpeld naar de achter opslag. Erg vies schoonmaken, en een wijze les.

Terwijl ik dit dus schrijf sta ik op twee dingen te wachten. Eerste plaats mijn 24-12 Volt converter, die Bocklet per DHL zou opsturen. Degene die ik heb is wel wederom gemaakt (voor 800 roepies, best duur) maar ik vertrouw het niet zo, en wil dan maar liever een reserve hebben, nu ik op een plek met een adres sta kan dat. Ten tweede mijn China plannen. De firma Dim-Sum uit Utrecht had in eerste instantie problemen om mij via Nepal China in te krijgen. Het is blijkbaar veel papier werk en de Chinese agent van Dim-sum had er niet zo’n zin in. Op zoek naar alternatieven kwam ik een Fransman tegen die ook China in gaat, met een auto, net als ik, en die had het via een bureau in Tibet geregeld. Die had toestemming gekregen, dus heb ik dat bureau benadert en die heeft me nu ook toegegeven dat het veel werk is maar dat ie het wel wil doen. Ik was al blij, want dat betekende dat mijn plannen wel door konden gaan. Nu krijg ik ineens een mail van Dim-Sum dat het misschien via hun ook kan. Met andere woorden ik heb nu twee ijzers in het vuur, altijd veilig.

Ook houd ik me bezig met het verversen van olie van mijn auto. In holland kost dat een half uurtje, hier heb ik er toch wel 2 weken over gedaan. Het probleem is namelijk de classificatie van de olie. Olie is heel erg belangrijk. Doe je de verkeerde olie in je bak, dan kan dat onherstelbare schade veroorzaken, en dat voorkom ik natuurlijk liever. Dus, mijn technisch boek eens geoed besturdeerd en het bleek dat ik olie van de classificatie ECEA E4 moest hebben. Dus ik hoppa me scootertje op en een paar auto zaken afgereden. Het bleef al snel dat ze hier nog nooit van een ACEA classificatie hebben gehoord. Het is een Europees systeem, en dat doen ze hier niet, ze houden zich hier aan het Amerikaanse API systeem. En nu bestaat er, zover ik heb gezocht en (niet) gevonden, geen vergelijking tussen ACEA en API. Ik had dus geen idee welke olie ik moest hebben. Heb internet afgestruind, auto zaken gevraagd, ten einde raad maar een mail naar mijn goede vrienden bij Rosier van de Bosch gestuurd, en die kwamen met een bruikbaar antwoord. Een week voorbij. Tweede week gespendeerd aan het zoeken van een geschikte garage. Ok, ik geef toe, ik heb er niet zo heel veel moeite voor gedaan, dat had sneller gekund. Ik vroeg het de man die ook de reparatie voor de Fransen had gedaan en daar sprak ik mee af dat ie me zondag ochtend zou komen halen en dat we dan via naar zijn garage zouden rijden om olie te verversen. Als we vroeg klaar waren was ik van plan eeb stuk richting Bardia national Park te gaan rijden maar eigenlijk geloofde ik dat zelf niet zo. Nepalese monteurs bleken uit hetzelfde hout gesneden te zijn als zijn Indiase collega. Dat betekend….´alles is te maken met een hamer´ en na elke 10 minuten werk moet ik 10 minuten rusten, en daarna nog 15 minuten discussiëren over de meeste domme dingen. Omdat ik voor het verversen mijn cabine most kantelen kon ik gelijk een visuele inspectie van de motor doen en zag dat een slang vlak bij de turbo los hing. Geen idee waar die voor diende maar hij moest natuurlijk wel weer vast. Omdat die slang op een plek zat waar je moeilijk bij kwam begon die monteur onmiddellijk met een breekijzer en grof geweld die slang te proberen terug te buigen naar zijn originele plak. Toen ie er ook de immer aanwezige hamer bij wilde pakken heb ik ingegrepen. Tezamen hebben we wat dingen losgedraaid zodat we er net met de hand bij konden om zo die slang toch weer vast te zetten. Het olie verversen duurde ook eeuwig, er werden andere klanten tussendoor geholpen, telefoon werd aangenomen, er werd oeverloos gediscusieerd hoe een bepaald boutje moest worden vervangen, enfin, het was een heel gezellige dag. Ik zal jullie de details besparen van de luchtdruk leiding van mijn Indiase mega claxon, dat verhaal is te lang, te triest en zonder resultaat. Het komt er op neer dat ik vroeg om wat te maken, dat ze er 10 verschillende dingen hebben gedaan en net zo lang hebben lopen kloten tot ze terug waren bij het uitgangspunt en ze trots waren op hun werk) waarmee ze dus niks bereikt hadden.

Verder nog twee dagtripjes gemaakt naar de twee hoge bergtoppen rondom Pokhara. Op de een staat een tempel, de tempel der vrede (world peace Pagoda). Helaas was daar een deel van ingestort onlangs (waardoor een paar Nepalezen waren omgekomen) dus was de tempel zelf gesloten, maar de uitzichten vanaf het hoogste punt waren bijzonder. Was helemaal er naar toe gelopen, lees geklommen, dat was een hele klus maar goed voor het lijf. (Merk dat ik weer teveel gewicht aan het krijgen ben en weet niet zo goed hoe ik dat moet voorkomen. Vroeger kon ik me netjes aan een dieet houden maar dat is in deze landen redelijk onmogelijk.)

De uitzichten vanuit Sarangkot, de dag er na, zijn nog spectaculairder. De Anapurna en andere Himalaya reuzen steken je de ogen uit.

De Anapurna met zijn gevaarlijke punt.

Prachtige woeste besneeuwde toppen lijken voor het aanraken. Je moet wel het weer mee hebben, want de toppen zijn vaak onzichtbaar door wolken, maar ik had geluk (was ook vroeg weggegaan).

Ondertussen is wel mijn olie ververst, olie en diesel filter vervangen , turbo slang vast gezet, dus mijn MANnetje kan er weer tegen aan. Dinsdag de 20ste begonnen met de rit richting India. Mijn Nepalese visum loopt 4 april af en ik wil het Bardia nationale park nog zien. Dat ligt helemaal aan de west kant van Nepal, dan kan ik dus mooi Nepal ook via de westkant verlaten zodat ik een minimaal aantal kilometers door India hoef. Eenmaal in Noord India is het denk ik beter uit te houden daar.

De weg van Pokhara naar het zuidelijk gelegen oost-west verbinding was, zoals ik hem 4 weken geleden ook heb gereden. Alleen deze keer met mooi weer. Dat maakt de weg niet beter, maar wel leuker. Het heeft tot midden middag geduurd voor ik bijna de bergen uit was, en besloot om 3 uur eigenlijk maar te stoppen met rijden. Ik was 20 km voor Butwal. Deze stad ligt beneden in het dal, en daar zal het wel warm zijn. Dus besloot op een verlaten stukje weg te parkeren, een lekker bakkie te doen, en relaxed te doen vanavond. Jammer genoeg werd er vaak door de weinige voorbijgangers gestopt om naar mijn auto te kijken. Het begint Indiase trekjes te krijgen. Stoppen, 4 man uit de auto, 3 keer rond mijn auto lopen (terwijl ik naast de auto een bakkie thee aan het doen ben) en heftig met elkaar discussiëren over mijn voertuig. Erop kloppen, kijken of het 4 wheel aandrijving is, proberen naar binnen te gluren en hele discussies met elkaar hebben over hoeveel diesel ik verbruik, waar ik vandaan zou komen en welke weg ik gereden zou hebben. Omdat de lokalen geen Engels spreken wordt ik niks gevraagd, dus na verloop van tijd laat ik maar merken dat ze me storen, en dan gaan ze meestal meesmuilend wel weer weg. Na het donker heb je daar geen last meer van, had wel mijn plek verkeerd gekozen, vlak bij een bocht dus er werd er flink op los getetterd in de donkere nacht. De volgende dag hoopte ik mijn doel te bereiken maar ik was nog geen 10 km op de oost-west verbinding of ik stond muur vast in een file. Het gaat er hier wat georganiseerder aan toe dan in India, men wacht rustig in de rij en gaat niet op de verkeerde helft de file langs. Dit duurde een uur voor het wat begon te rijden, er scheen een ongeluk gebeurd te zijn. Na anderhalf uur kwam ik bij een menigte mensen, de oorzaak van de hele file. De menigte verlangde (lees eisde) dat ik geld zou betalen. Er was iemand dood, en men had geld nodig voor de begrafenis, Er werden al grappen gemaakt van ‘jij blanke, jij 100 dollar betalen’, dat soort gesprekken had ik geen zin. Ik hoestte 100 roepies op en liet de discussie die ik aan wilde gaan maar zitten. Ik had willen zeggen’ dus eerst laten jullie mij, en iedereen’ anderhalf uur in de rij staan, en dan moet ik nog betalen omdat een wildvreemde dood is, beetje raar nietwaar?’ Ik had het idee dat de menigte op ontploffen stond dus reed maar snel verder.

Welkom in Bardia, lief he.

De oost-west verbinding (heet officieel de Mahendra highway, vernoemd naar de Koning, dus die naam zal wel gaan wijzigen binnenkort) is een smalle maar goede weg, met een nadeel, hij is absoluut niet effen. En dan komt het probleem van het dansen weer opspelen. Ogenschijnlijk is de weg prima, maar dan zit ik ineens met me kop tegen het plafond, valt alles uit alle vakken en stuitert de wagen als een skippie bal. Er valt dan niks anders te doen dan langzaam te gaan rijden, en zo reed ik de 230 km met een vaartje van 30-40 km per uur, over een ogenschijnlijk perfecte weg. Erg frustrerend en erg vermoeiend. Ik heb dit soort wegen maar vakken-leeg-wegen genoemd. Doordat als je een dergelijke onzichtbare heuvel neemt, je zo’n sprong maakt dat al mijn vakken voor op het dashboard, waar ik telefoon, camera etc in heb liggen, terstonds geleegd zijn en alles op de grond ligt. Hoe vaker de vakken leeg zijn, hoe hoger het vakken-leeg cijfer is. Dit was een 7 vakken-leeg-weg. Het was warm (34 graden) maar de omgeving was erg mooi. Rechts van me de uitlopers van de Himalaya, links afwisselend, rivieren, graan of rijstvelden, bossen en jungles, dorpjes, etc. Ondanks dat dit de hoofd verbinding weg is, was er weinig tot geen verkeer en hoe verder ik reed hoe minder dat werd. Zo een tegenligger in de paar minuten tot op den duur af en toe eens een vest-zak-bus. Opvallend was dat ik een ploeg met mensen tegen kwam, die echt letterlijk met een borsteltje de straat schoon aan het maken waren. Echt hoor, twee man met een staalborsteltje, en er achter aan wat volk met , wat leek, een nagelborsteltje. Alles moest blijkbaar blinken, en dit soort Hollandse nijverheid had ik hier nou absoluut niet verwacht. Ook opvallend was weer het met z’n tweeen scheppen wat ze hier doen. Dus een staat er met een schep aarde of grond te scheppen, maar dan staat nummer tweede schepper te helpen door aan een aan de schep gebonden touw te tekken. Het lijkt mij wat overdreven maar iedereen in deze contijen doet dat dus het zal wel werken.
Alles gebeurt hier op straat, zoals meestal in Azie. Iedereen wilt ook zijn huis aan de straat hebben, geheel in tegenstelling tot ons westerlingen. Dat betekend dat iedereen ook op die ene straat die er hier dan loopt, zit, loopt, hangt, speelt of werkt, en dat geeft wel een drukte. Nu dus geen verkeer maar gewoon veel mensen.
Ook opvallend is dat er veel van die taxi-busjes cq jeepjes rijden, waar dan op staat ‘speed-control’, om een soort vals gevoel van veilig rijden te creeeren. Ik denk dat de enige speedcontrol die er op zit is dat er zoveel mensen in die dingen zitten dat de chauffeur bijna niet meer bij het gaspedaal kan komen. Kan me herinneren in Kajuraho dat ik eens met een jeep mee ging, daar had de chauffeur zoveel mensen in dat ding gepropt, dat op de voorbank er 5 mensen zaten (inclusief ik zelf). Hij zat zelf met zijn kont buiten de jeep (er zitten geen deuren in die dingen), de schakelpook zat tussen de benen van een passagier, die dus elke keer als ie mest schakelenn zijn handel moest beschermen met zijn hand. De chauffeur kon eigenlijk niet bij het gaspedaal, maar met heel veel moeite lukt dat dan nog net, oo sturen was een hele kunst. En men verbaasd zich er dan over dat er zoveel ongelukken met dit soort vervoer gebeurt. Maar goed, dat was even terzijde.
Rond vier uur had ik er eigenlijk zat van en parkeerde ik op en zandvlakte in een bosrijke omgeving waar geen huizen in de buurt waren. Misschien was ik hier nu eindelijk een rustig alleen. Terwijl ik zo mijn bakkie thee aan het drinken was dacht ik nog, als ik hier door een tijger word aangevallen, komt niemand mij helpen…..Ondanks dat toch wel beetje enge gevoel toch prima geslapen.
De dag erna was het niet ver meer naar het Bardia National Park. Het was bij Ambaasa (dat klinkt al gelijk Afrikaans nietwaar) links de hoofdweg af, dan nog 12 kilometer over een zandpad, gedeeltelijk door rivier bedding, door bossen en enge gammele houten bruggetjes totdat ik in Thakurdwara was.Onderweg waren er nog diverse checkpoints. Er stonden militairen bij en altijd een dikke slagboom. Niemand die Engels sprak, maar ach, met een grap, een paar handgebaren en een glimlach kom je er altijd wel doorheen. In Thakurdwara leek ik het paradijs weer eens te hebben gevonden. Het is een kleine gemeenschap van Tarrai volk, vlak bij de ingang van het park. Er is hier net electra en telefoon, maar dan ook alleen voor de rijke. Het hele dorp leeft van toerisme, maar ik was, samen met, naar horen (maar niet gezien), 3 andere toeristen, de enige in het hele dorp. En dat was al een poos zo. Ik had medelij met die mensen, iedereen was super vriendelijk, de omgeving was erg idyllisch, prachtige natuur, geen auto in zicht, geen motor in de weide omtrek te horen, een plek om een paar dagen te blijven. Alleen het geluid van de jungle verstoorde de stilte, veel geluiden die ik niet herken.
Vrijwel alle huizen in dit gedeelte van Nepal zijn opgetrokken uit een paar balken. Daar worden dan rieten matten tegen aan gezet en die worden vervolgens met modder ingesmeerd. Opgedroogd geeft dat een wind-vaste muur, ik vraag me af wat er gebeurd als het regent. Het dak bestaat ook uit riet, waarschijnlijk zijn dit de enige bouw materialen voorradig.

Op zaterdag ben ik een dag in het reservaat gaan lopen, uiteraard onder leiding van een gids. Het viel me mee dat ik maar een gids mee kreeg. Ook nu weer het verhaal over wat te doen als een neushoorn, of een Rhino zoals die hier heten, aanvalt, maar volgens mijn gids was die kans niet zo heel groot. In het reservaat kwamen dus tijgers, panters, wilde olifanten, neushoorns en krokodillen voor. Dat waren de gevaarlijke. Verder erg veel soorten herten, wilde zwijnen, tig soorten vogels, enfin, nog wel een hele stoet dieren maar dat zijn de belangrijkste. Ik vertelde mijn gids dat ik het liefst die neushoorns wilde zien, die olifanten en crics waren niet zo spannend, en die tijger…. Tja, eerlijk gezegd wilde ik die liever niet zo als verrassing ineens ontmoeten. Plots oog in oog met een 200 kilo zware gevaarlijk tijger was niet mijn natte droom.

Het eerste uur liep ik, net als in Chitwan een aantal weken geleden, met dichtgeknepen billen door het park, als maar zoekend naar de dichtstbijzijnde boom waar ik in kon klimmen mocht onverhoopt een rhino om de hoek komen scheuren. Het is dan wel weer spannend, zeker als je ineens een donderderend geraas uit de dichte jungle hoort komen denk je dat je laatste uur geslagen is. Het blijken dan achteraf maar een kudde herten te zijn die op de vlucht slaan voor je, maar daar de jungle soms erg dicht is waren die niet te zien en schrik je je kapot als ze op de vlucht slaan.
Vijf minuten later sprong ik weer de lucht in toen een tros apen in de boom een hels kabaal begon te maken, maar naarmate ik verder het park in liep en wat begon te wennen aan de geluiden werd het allemaal wat relaxter. Op zoek naar de Rhino liepen we zo langs rivieren, door dichte jungle, dan weer door open velden, door hoog gras afgewisseld door bossen, enfin, het was erg gevarieerd en erg wonderschoon. Later in de ochtend begon het warm te worden en na 2 uur lopen vond ik een rust wel op zijn plaats. In een hoge wachttoren kon je een gedeelte van het reservaat overzien en ook hier zagen we geen spannende dieren. Ja apen en herten, die liepen je als het ware voor de voeten, maar dat was niet spannend meer. Rond enen waren we bij een plek aangeland waar je aan twee kanten over ene rivier uit kon kijken en mijn gids verkeerde me dat we hier moesten wachten want er zouden zeker Rhino’s komen badderen. Ook hier de lunch maar genoten, van huis meegenomen chapati’s , gekookte aardappelen en twee hardgekookte eieren. Dat wachten op die beesten duurde erg lang, en ik besloot maar even een uiltje te knappen tussen de bladeren, verzocht mijn gids om me maarte roepen als ie wat zag. Ik had een beetje de moed verloren, we hadden nog niks bijzonders gezien, het was al bijna 2 uur in de middag. Om drie uur besloten we langzaam terug te gaan lopen, en het was toen, dat we om de bocht van een rivier kwamen, mijn gids plots twee Rhino’s in het water zag liggen. Verrek ja, wat een machtig gezicht zeg. Die twee kolossen waren aan het badderen dat het een lust was, bubbeltjes aan het blazen in het water, beetje aan het luieren.

Powerfull and impressive (and dangerous)

Omdat ze in net water lagen kon je ze natuurlijk niet zo goed zien, mijn gids verzocht me echter stil te zijn zodat ze niet zouden schrikken, dan konden de beesten tenminste even hun broodnodige zwem doen. Na een kwartier hoorden ze blijkbaar onraad want ze sprongen allebei op, stormde het water uit met zo’n gigantische vaart dat de grond er van schudde en verdwenen in het groen. Fantastische ervaring, echt. Twee van die levensgevaarlijk kolossen zomaar in het wild tegen te komen, dat moet je ervaren om te begrijpen.

Op de terug loop, die ook nog wel anderhalf uur duurde, veel herten in allerlei formaten kleuren en smaken gezien (onder andere het blaffende hert, lijkt wel een suske en wiske titel), uiteraard veel apen en ander klein spul. Eenmaal thuis was ik moe en erg tevreden.
Later die week zag ik, terwijl ik wat door de omgeving fietste, ineens een neushoorn staan te midden van de huizen. Eerst dacht ik dat er een uit het park op visite was gekomen, later bleek het een vondeling te zijn die , toen ie klein was door zijn moeder verlaten en door de lokalen zijn groot gebracht en dus redelijk tam. Als een speer naar mijn auto gefietst om mijn camera te halen maar bij terugkomst was het beest al weer weg. Shit dus.
Verder nog een paar dagen lopen rond hangen omdat het hier zo lekker is. Mijn Nepal visa loopt 5 april af en dan MOET ik weg, nu heb ik nog alle tijd (het is nu 27 maart). Moet wel een pech dagje over hebben natuurlijk, maar het komt allemaal goed. Mijn China plannen zijn nog niet veel verder. Het probleem is dat het Nederlandse bedrijf, waar via ik alles geregeld heb (had) nu problemen schijnt te hebben met het krijgen van toestemmingen, dus blijf andere wegen proberen.
Ik schrijf dit nu 3 dagen later en zit ondertussen vlakbij Panipat in India, ongeveer 100 km boven Delhi. Mijn rit van Bardia naar India is zonder noemenswaardige dingen gegaan, toch noem ik er een paar.
Ik maakte me, zoals elke keer bij een grensovergang, druk over mijn scooter. Ik heb daar immers niet de vereiste papieren voor. Ook nu weer lukte het mij om heelhuids de grens over te komen. Sterker nog, ze namen niet de moeite om naar mijn auto te kijken. Heb een hele tijd binnen in het kantoor zitten praten, en ik denk dat of mijn hoogschijnende persoonlijkheid, of mijn verschijnend kale bolletje de mensen hebben verblind. Het achterlaten van mijn persoonlijke pen deed het helemaal. Ik mocht door, echter hield ik mijn hard vast toen ik langs het kantoortje van de douane reed de grens over. Ik had weer eens mijn auto zo geparkeerd dat ze vanaf het kantoor niet de scooter konden zien. Om over de grens te komen moest je door een paar palen heen rijden die heel dicht bij elkaar waren gezet. Dit omdat de brug over de dan die volgde zo nauw was, dat er geen plek voor fouten is. Als je tussen de palen door kan, kan je ook net over de dam. Tegenliggers hebben pech. En dat waren er wel een paar honderd hoor, want die dan is lang en zo smal dat ik hééél langzaam moest. Voetgangers konden zich tegen de reling aan drukken, dan kon ik er nog door (ze moesten wel hunbuik intrekken, zo weinig ruimte was er). Smalle fietsers gingen ook nog net, maar brommers, zwaar bepakte fietsers, rikshaws etc, alles moest terug (onder luid protest). Ik had nog een lifter meegenomen, een Duitser die claimde al 30 jaar in India te wonen. Hij sprak ieder geval vloeiend Hindi, van hem heb ik nog wel het een en ander geleerd. Wat dacht je van deze uitspraak van hem: Ik woon 30 jaar in India, en ik heb geen Indiase vrienden. Echte vrienden zijn alleen je familie in India, alles wat daar buiten valt zijn kennissen. Vrienden maak je hier niet. Deze kennissen zullen je om geld komen vragen, zullen je af proberen te zetten, je blijft altijd de buitenlander (maar dat gaat onder India’ers ook zo hoor). Eenmaal in India aangekomen was het zo erg warm dat ik mezelf niet kon bedwingen toen ik net over de grens een zwemplek zag. Mijn half India’se collega had er ook wel oren naar dus mijn binnenkomst in India gevierd met het zwemmen in een rivier. Het water stroomde erg hard, het was nog best wel gevaarlijk. Maar verfrist weer terug de auto in.

Na drie dagen afzien en zwaar rijden, van ‘s ochtends vroeg 7 uur tot in de avond 7 uur zonder noemenswaardige pauzes, in de bergen van Noord India aangekomen waar het ieder geval niet zo warm meer was en waar er niet zo veel muggen waren. Wel een nare mede deling te horen gekregen. De weg naar leh, vanuit Manali, kan nog wel eens 2 maanden dicht blijven door hevige sneeuwval en veel land verzakkingen. Dus die vlieger gaat niet op, maar ik had nog meer noten op mijn zang, maar daar over in een volgend verslag, deze is al lang zat geworden.