20070500 – Mei 2007, terug naar Nepal

Half mei 2007, terug naar Nepal
Geplaatst op Saturday 26 May @ 03:50:41 GMT+1 door casper

Reis om de wereld vanaf 2006 Vanaf 14 Mei terug naar Nepal gereden. Dat was nog een hele rit. Erg goede Indiase weg meegemaakt (ja het kan toch), afscheid van India genomen, dit was echt de laatste keer.
Een heel gedoe in Nepal, weer eens vanwege een staking, dus wegblokkades door op de weg zittende huisvrouwen. Een half dronken lokaal die me met de auto door tuinen van buurtbewoners liet rijden (waardoor ik diverse elektra lijdingen mee nam) om de blokkade te omzeilen, daarna uiteraard om drank ging zeuren. Wegwerkzaamheden die absurd lang duurde en (heerlijke) koele stortregens, het regen seizoen in Nepal is begonnen. Als klap op de vuurpijl de Chinese douane die plots met de nieuwe eis kwamen dat ik maar even $20.000 borg moest storten voor mijn doorreis. Moet ik China dan toch vergeten?

Het eerste stuk van Khajuraho naar Kampur, via Mahoba was, zoals verwacht, doffe ellende op z’n India’s. Stukken weg waar de beste stukken de verkeers drempels zijn, dan weet je het wel. Met de tanden op mekaar ben ik er toch redelijk goed doorgekomen. Ik had mijn kapotte spiegel gefixed door er een stuk Indiase spiegel op te plakken. Haha dat heb ik geweten. De spiegel was vergrotend en oneffen zodat alles golfde. Maar het lastige was dat vanwege de vergrotende factor, het net leek of alles wat je in de spiegel zag, pal achter je reed, terwijl het vaak op een kilometer afstand was. Dat was dus even wennen, en af en toe schrok ik me kapot want dan leek het of er ineens een joekel van een vrachtwagen boven op mijn achterbumper zat.

. De dag erna pakte ik via Lucknow de uitstekende highway 24. Echt, ik scheld vaak op de wegen in India, hier moet ik mijn complimenten over maken. Er zat vrijwel geen slecht stuk tussen, de weg was niet super druk, het was een plezier om te rijden. De vele dorpen en het vele lokale verkeer hielden wel op, maar liever zo dan andersom. Jammer is dan, als de weg goed is, de India’se chauffeur nog roekelozer gaat rijden als dat ie toch al doet, met als gevolg veel ongelukken. Sommige echt bizar, hoe ze het voor elkaar krijgen om van die bizarre ongelukken te maken, ik weet het niet. Ik denk op het stuk van 200 km wel 30 of 40 total losse auto’s heb zien staan, hier een paar :

Veel ongelukken onderweg

Ook frappant was dat ik elke keer net nadat ik gegeten had een A1 Reliance Plaza tegen kwam. Dit zijn moderne tank en eet restaurants, beetje ala wegrestaurant in Europa (let op, ik zeg een BEETJE), maar zeer acceptabel. Daarbij hebben ze douche gelegenheden en een hele grote schone parkeerplaats waar het goed slapen is. Helaas deze keer geen gebruik van gemaakt dus.
Onderweg, maar trouwens ook de afgelopen paar weken veel bouillon gedronken. Je zweet je immers de hele dag het schompes, waardoor je veel water en zout verliest. Alleen maar water drinken is dan niet genoeg, en met dat warme weer heb ik niet zo’n zin in drop. Dus heerlijk dubbel getrokken bouillon. En met dubbel getrokken bedoel ik… twee blokjes erin gooien ipv een haha.
Al rijdend bedenk en zie je van alles. Ik heb vaak geklaagd over het pissen van de Indiase bevolking overal en altijd. Maar ik snap nu eigenlijk wel waarom dat is…. Ze hebben thuis geen toilet, dus moeten ze wel ergens tegen een muur pissen.
Ook een leuke was een bord wat ik langs de kant van de weg zag met grote letters “Child beer”. Ik denk.. schenken ze bier aan kinderen? Zal toch niet. Nee, het moest natuurlijk Chilled beer zijn, maar ja, Engels is niet altijd makkelijk.

Dichter bij de grens, in de buurt van Philbit, was de mooie weg ten einde. Dat zie je vaker in India, want ze zijn oh zo bang dat het buurland met troepen India binnen valt. Dus veel wegen in de grens streek worden express slecht gehouden, om zo een eventuele vijandelijke macht (lees China) niet de gelegenheid te geven snel de grens over te steken. Volgens mij is dat hele oude achterhaalde tactiek, maar goed, wat weet ik van oorlog voeren.

Altijd druk in India op de weg

Vlak bij de grens was het moeilijk een slaapplaats te vinden, en toen ik eindelijk in een veld geparkeerd was en ik al na 5 seconde twee brommers voor me harses had staan werd het me even teveel en gebood ik ze op een lelijke toon op te rotten. Blijkbaar hadden die lui connecties, want een half uur later (ik had net mijn eten op) twee agentjes op een brommer. Ik mocht hier niet staan, het was een high-crime area en ze zouden vast vannacht mijn banden lek komen steken. Ik zag het niet zo zitten om in het donker te gaan rijden, maar de ‘Inspector’ werd gebeld op de mobiel. Die vroeg mij dringend en beleefd te verkassen. Tja, maar gedaan. Ik had echt angst om in het donker te rijden in India. Toch viel het eigenlijk wel mee. Mijn twee grote schijnwerpers deden hun werk goed en hierdoor had ik perfect zicht. Als tegenliggers weigerde hun grote lichten uit te doen (een irritante gewoonte in India), dan deed ik al mijn lampen aan, en dan wisten ze niet hoe snel ze hun lichten moesten dimmen haha.
In het donker kan je geen veld meer vinden, en uiteindelijk bereikte ik de grens. Ik wist daar uit mijn geheugen nog een veldje, en daar om 10 uur geparkeerd en wederom erg slecht (te warm) geslapen. Ook nu weer erg veel muggen, dus als ik ooit last van hoge bloeddruk heb gehad, is dat nu wel over. (heb nu eindelijk wel door dat ze door het bovenste dakluik komen, en niet door de zijkant ramen).

De grens was een peulenschil, met maar een tegenvaller, ik kreeg maar één maand visa, ipv de gevraagde twee. Ja zegt de man, je kan het evt. verlengen in Kathmandu. Ik zeg zo van ‘ja, leuke flessentrekkerij, ik 30 dollar voor een maand betalen en dan na een maand weer’. Dat zag ie ook wel in, en ik kreeg een biljet van 20$ terug, heel schappelijk dacht ik nog. Toen ik eens goed naar mijn visa keek stond daar op ‘Gratis’. Met andere woorden, de man gaf me een gratis visa maar stak hier voor wel 10$ in zijn zak. Over corruptie gesproken. Kwam wel slecht uit, want dat betekende dat ik in Kathmandu mijn visa zou moeten gaan verlengen.

Ik was blij weer in Nepal te zijn en als de grensovergang zo snel was gegaan, moest het natuurlijk ergens anders fout gaan. Dit was al na 3 km over de oost-west verbinding. Een rij met grote stenen op de weg en een meute mensen er bij. Er was een kant nog een klein gaatje. Ondanks dat de meute me vroegen te stoppen, reed ik langzaam door het gaatje. Gelijk begonnen er mensen op mijn auto te trommelen. Ik weet hoe licht ontvlambaar de mensen zijn, dus stopte de auto en begon domme toerist te spelen. Er sprak niemand Engels, ze spraken in Hindi en Nepali tegen me, en ik verstond donders goed wat ze zeiden: er is een staking aan de gang, je mag er niet door, al het verkeer licht plat. Maar domme Hollander, ikke niet snappe, en na 5 minuten zo gestaan te hebben, ik mijn schouders ophalen en zeggen ‘only English please’ gaven ze het op en mocht ik door rijden. Ik had dus door dat het wel eens een moeilijk rit zou kunnen gaan worden, en een vol risico’s, want het breken van een staking, zoals ik deed, kan wel eens de vlam in de pan doen slaan. En ik had al eerder auto’s op de kant zien liggen. Verhalen in de kranten spraken boekdelen. Chauffeur in mekaar gerost omdat ie de blokkade probeerde te omzeilen… enz.
Ik reed vervolgens voorzichtig verder, er was inderdaad niks aan verkeer op de weg behalve fietsers en brommers. Dit ging 20 km goed zo, ik begon net wat geruster te worden. Helaas, weer een rij met stenen op de weg, nu strategisch voor een brug geplaatst zodat je er ook niet omheen kon. Auto stoppen, uitstappen en proberen te praten, nu was er iemand die wel wat Engels sprak. Van hem hoorde ik dat er in het hele westen van het land een staking voor onbepaalde tijd was afgekondigd (dat kon dus weken duren), er mocht niemand door. Ik probeerde met hem te praten over dat dit niet de manier was, dat ik een toerist was en niet een deel van het probleem, dat ik juist probeerde mensen inkomen te geven enz enz. Je weet hoe het dan gaat, er komen steeds meer mensen bij staan (ik was de enige auto bij de blokkade, ander verkeer was er niet) en na een half uurtje begonnen er stemmen op te gaan van ‘laat die toerist gaan’. Inderdaad, na 45 minuten werden er wat stenen opzij geschoven mocht ik door. Bij de volgende blokkade, 10 km verder mocht ik vrij snel door na even gepraat te hebben en een handje geschud. Hierna ging het bijna 100 km goed, tot 30 km voor mijn eindbestemming, in een klein plaatsje. Hier een dubbele blokkade op een groot kruispunt. Dit keer geen stenen maar zittende huisvrouwen en spandoeken. Het zag er hier serieuzer uit, veel stilstaand verkeer, vrachtwagens en bussen, iedereen gelaten wachtend.

De weg werd weer eens geblokeerd

Ik had snel door dat er een soort staking leider was, en na een poosje ging ik met die man praten, hetzelfde verhaal ophangend. Hij beloofde me dat als ik een of twee uurtjes zou wachten, hij zou zorgen dat ik er door kon. Ik beruste in mijn lot, zo erg was het ook niet, en keek rond of ik wat kon eten. Zo zat ik een tros bananen weg te werken op een muurtje. Een banaan is hier overigens een jungle banaan, aan een banaan heb je een hele kluif. Geen kleffe stengel maar een echte vrucht waar je op moet kauwen. Heerlijk. Maar goed, ik werd plots benaderd door lokaal, die de ogen van een zuiplap had, en me gebood mee te komen, Ik werd aan het handje meegenomen naar een eet tentje, kreeg een cola en de man fluisterde dat ie mij zou helpen. Ik vond het allemaal best, alhoewel hij naar alcohol stonk (het was 12 uur middag). Ik moest mijn auto omkeren, hij sprong er bij in, en een stukje terug rijden gebood hij me de tuin van een huis in te rijden. Ahem, ik begon het niet te vertrouwen tot ik plots van achter het huis een vrachtwagen aan zag komen die van de andere kant dus ook door de tuin aan het rijden was. De auto was iets groter dan die van mij, en als hij er door kon, kon ik het ook. Met heel veel steken, heel veel passen en meten en voorzichtig onder lage bomen door, via een houten bruggetje wat angstvallig kraakte, reed ik in een cirkel om de blokkade heen, door achtertuinen, over loop paden en tussen huizen en winkeltjes door waar ogenschijnlijk geen auto door past. Uiteindelijk gelukt en een kwartier later stond ik op de straat aan de andere (lees goede) kant van de blokkade. Mijn alcoholische passagier zag plots twee vrienden, de deur werd open gedaan en hup, we zaten we met z’n 4’en voor in mijn auto. Daar was ik niet zo blij mee, maar ik kon niks zeggen de man had me geholpen. Hij wilde mee rijden (allemaal) naar Chisapani, een dorp 10 km verder. Ok, dat moet nog lukken, ik reed die kant op, ondertussen goed mijn ogen op mijn spullen houdend. In Chisapani aangekomen moest de auto worden geparkeerd, werd er een ‘restaurantje’ binnen gegaan, eigendom van de oom en tante van mijn drinkenbroeder. Het duurde niet lang of de eerste fles bier stond op tafel. Ik voelde wel aankomen dat ik er voor moest betalen. Ik verzond een manier om er weg te komen, want men begon al over eten te praten en behalve dat ik nog vrijwel geen Nepalees geld had, had ik geen zin om een feestje te betalen voor een stelletje drinken broeders. Ik vertelde hem dat ik een fles rum in mijn auto had en hij die mocht hebben als dank voor zijn hulp. Ik had idd die rum, al vanaf Nederland, dus je kon nagaan hoe vaak ik drink. Haalde die fles uit de auto, de gast glom van genot en toen hij naar de wc ging peerde ik hem , wel nog even snel de rekening betalende (dat leek me wel eerlijk), van ongeveer 1 euro.

Verder de laatste 20 km geen blokkades meer tegengekomen en zonder problemen arriveerde ik in het Bardia National park, waar ik op mijn oude plek parkeerde, in de rivier ben gaan zwemmen, een koude douche genomen heb, een koud biertje heb gedronken en na een gigantische regenbui heerlijk koel ben gaan slapen.

Het is hier in Nepal ook wel warm hoor, maar wel minder dan in India. Het haalt hier de 33-35 graden, maar het is wel vochtiger dan in India omdat ik midden in de jungle zit. Een jungle overigens waar uiteraard regelmatig mensen omkomen door jungle ongelukken. Zo gaan er gemiddeld 12 mensen per jaar dood door tijger aanvallen, ongeveer 20 door olifanten. Zoals de boer hier iets verderop die in de ochtend op zijn bijna te oogsten stukje land kwam, en daar een joekel van een wilde olifant zich tegoed zag doen aan zijn suikerriet. Tja, wat doe je dan als boer, je probeert die olifant weg te jagen, het is immers je brood en je leven wat die olifant staat de verorberen. Helaas voor de boer had die olifant honger en vond ie dat suikerriet wel lekker, dus besloot die olifant even boven op die boer te gaan staan. Gevolg, boer plat en dood, olifant een volle buik. Dit was vorig jaar, hier een paar kilometer verderop. Of de winkeleigenaar van het hutje hier om de hoek, die in de avond naar huis liep en plots oog in oog met een joekel van een tijger stond. Hij bracht het er beter af dan de boer, het winkeltje bestaat nog steeds, maar de man neemt nu elke avond een grote stok mee. Haha, alsof die tijger daar bang voor is. Zo een tijger is geen kleintje maar echt super groot, had ik niet verwacht. Een blik, een keer met zijn pootje slaan, en je bent er geweest.

Twee dagen later verder getrokken richting Budwal. De weg bleef dansend. Van Bollo en Pauline, een heel apart Duits-Frans gelegenheids koppel die op de motorfiets uit China kwamen hoorde ik dat er een brug onderweg kapot was. Die scheen door de Maoïsten te zijn opgeblazen tijdens een of ander protest. En inderdaad, op een gegeven moment file. Er scheen een vrachtauto vast te zitten op de geïmproviseerde weg. Met de verrekijker kon ik het goed zien, een grote truck had de bocht te kort genomen en was met de achterwielen het ravijn ingezakt. Ze waren bezig om het te ontladen, in de hoop hem weer vlot te krijgen. Dat lukte na twee uur, en weer een uur verder was ie boven en kon ik de geïmproviseerde weg, door een rivier (!) nemen, om de brug te omzeilen. Het was heel apart, en koste allemaal veel tijd waardoor ik Budwal op 60km na niet haalde. Op een cricket plaats van een dorpje gaan staan voor de nacht (tot grote verbazing natuurlijk).
Pokhara was hierna nog maar een peulenschilletje en aangekomen bij de campingplaats aan het meer stond het er vol met Europese auto’s. Het leek Agonda beach wel. Ik zocht maar zo goed en kwaad als het ging een plaatsje tussen de mensen. Het was erg druk met lokalen op het veld. Later hoorde ik waarom. Want dit is Nepal. Wat was er aan de hand, de Maoïsten vonden dat het schoolgeld te duur was en dat er teveel privé scholen waren. Die hadden nu als ultimatum bevolen dat alle scholen die open waren, een bom op het terrein zouden ontvangen. Met andere woorden, alle scholen waren onder dreiging gesloten, waardoor alle kinderen al een week vrij hebben en zich stierlijk liepen te vervelen. Die kwamen dus allemaal op het veld cricketten, voetballen, hangen, toeristen kijken etc.

Ik was niet de enige overlander

Er staan hier ondertussen drie MAN vrachtwagens , waarvan er een al tien jaar onderweg is en een ander (Fransman met kinderen) al twee jaar. Dar ben ik dus nog maar spielerei bij. Van hun een aantal handige dingen geleerd en gehoord welke technische problemen ze gehad hebben, hierdoor kan ik dus al preventief onderdelen mee nemen.

Zoals gezegd is hier de regentijd aan gebroken. Vooralsnog houd dat in dat het overdag prachtig warm weer is (wel wat vochtig), maar om een uur of 4 in de middag er een noodweer losbarst dat varieert van gewoon regen tot stormen, bliksem, windstoten en watergordijnen. Dan moet je dus zorgen dat je alles dicht hebt, anders wordt je auto een viskom. Resultaat is wel dat het heerlijk afkoelt, maar wel met een 100% vochtigheids graad. Toch is er lekker te slapen.

Gisteren stond ik op het imperiaal van de MAN vrachtwagen van de Fransman wat over technische dingen te lullen. Toen ik er af wilde klimmen zij de ene helft van mijn hersens dat ik moest springen, (het was een meter hoog), de ander zei dat ik via het rek naar benee moest klimmen. Gevolg was dat ik recht achteruit donderde, een meter naar beneden. Nou is dat niet zo veel maar je kan lelijk terecht komen. Ik lande op mijn achterwerk, (wie weet schoot mijn hernia weer naar binnen), en brak mijn val met mijn linker hand. Toen ik een beetje beduusd opstond voelde die niet goed aan en in eerste instantie vermoede ik dat ik mijn pols gebroken had. Na wat tijd werd mijn pols er echter niet dikker op, de pijn zakte ook wat weg. beweging was moeilijk, dus ik vermoede gewoon een kneuzing. Mijn achterwerk deed ook wel zeer, maar dat was de volgende dag wel over. Ik loop nu met een verbandje om mijn pols, kan met de linkerhand nog geen kracht zetten, dus alles is wat moeilijk te doen, Maar ach, we redden het wel.

Op 25 mei kwam er ineens een email van de agent uit China dat de chinese overheid in al haar wijsheid had besloten dat ik een borg moest storten voor mijn doorreis van 25 dagen, en wel een borg van $20.000. Die borg moest ik dan waarschijnlijk cash betalen bij binnenkomst in Zangmoe en die ook weer bij diezelfde douane zien terug te krijgen bij mijn uitreis 5000 km verder. Je snapt dat ik terug gemailed heb dat is daar niet toe bereid was/ben en als het op deze manier moest ik wel wat anders zou gaan verzinnen. Gadverdamme wat een problemen allemaal met die chinese overheid, ik word er langzamerhand wel erg ziek van. Heb zo’n idee dat dit verhaal nog wel een startje krijgt.

Als alles goed gaat vlieg ik 22 juni via Delhi naar Amsterdam, voor een dikke drie weken Nederland, het kan dus zo maar zijn dat ik tegen je aan loop binnenkort…..