20070800 – Augustus 2007, Pakistan, snorrenland

Begin augustus 2007, Pakistan, snorrenland
Geplaatst op Tuesday 07 August @ 10:37:29 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 1 augustus zou ik Pakistan binnen vallen. Maar de weken vooraf waren er alarmerende berichten over suicide-bombers die in grote getallen zichzelf zouden gaan opblazen. Een paar dagen geleden was er al zo een in Islamabad geweest. En daar moest ik me tussen begeven. Ondertussen bleek het verlaten van India niet zo makkelijk.

> DE FOTOS STAAN ER !!!>

Door Pakistan.

1 augustus was de datum dat mijn nieuwe carnet de passage inging (grens document), vandaar dat ik niet eerder kon. Op 30 juli lees ik in de Indiase krant ‘Er bevinden zich 600 suicide-bombers in Islamabad, en die zullen allemaal dood en verderf gaan zaaien. Lekkere berichten. Nu weet ik dat je dit soort berichten niet altijd serieus moeten nemen, zeker niet als ze in de Indiase kranten staan (dat zijn allemaal Telegraafs hier, zeker als het over Pakistan gaat), toch maak je je zorgen.

Oh oh wat maak ik dan op mijn laatste dag weer een staaltje Indiase dommigheid mee. Ik ga naar een Internet café, start messenger op en krijg de melding dat het een oude versie is en eerst geüpdate moet worden. Dat duurt uren dus ik vraag om een andere computer. Men zucht diep maar geeft me een ander, helaas daar hetzelfde probleem. Ik dus naar die gast toe en zeg… messenger doet het niet, hoe kan ik dat oplossen? (ik had de vorige dag daar ook geinternet, toen werkte het wel). De gast kijkt me appelig aan, staart naar mijn scherm en zegt. ‘Yes it is working’. Draait zich om en loopt weg. Denk nog, die spreekt slecht Engels, weet je wat, ik zet de foutmelding van messenger op het scherm, dan ziet ie wat het probleem is. Roep die gast weer en laat hem het probleem zien. Hij leest absoluut niet wat er op het scherm staat, drukt alleen op OK zodat de foutmelding weg is en zegt weer doodleuk.. ‘Yes, it is working.’ Ik heb wel afgeleerd om om dat soort dingen boos te worden, maar de neiging die gast te wurgen lag dicht aan de oppervlakte. In een internet café werken en dan absoluut geen idee te hebben wat zelfs maar messenger is, of een foutmelding, en ook absoluut geen interesse hebben om iemand te helpen. Dokken en wegwezen is het devies. In mijn geval dus, niks dokken en weglopen.
Maar het leukste staaltje dommigheid van India’ers kreeg ik op mijn laatste dag. Ik reed op mijn scooter, komt er een man naast me rijden op een brommer en vraagt dood-leuk…. Rijdt ie op diesel. Alsof er in heel de wereld een brommer of scooter op diesel rijd. Duhhhh. Kon overigens niet nalaten om JA te zeggen. Kunnen ze daar de eerste tien jaar hun kop over breken haha.

Dat ijs is gesmolten bij aankomst.

Anyway, de eerste dag rijden ging slecht. Het was 35 km tot de grens, en dat was geen probleem. Echter maakte Wagha Grens, de kant van India, zijn befaamde naam als moeilijkste grens van Azië zijn waar. Men ontdekte dat ik de maximale tijd van het in India blijven met de auto overschreden had. Ik had maar 180 dagen mogen blijven en had er 197 dagen over gedaan. Ik had daar zelf nooit zo bij stil gestaan, had er wel eens naar gevraagd aan de Nepalese grens, maar die vertelde ‘ach mijnheer, maakt u geen zorgen, met het nieuwe kalender jaar tellen we gewoon weer van 0 aan. Dat bleek echter larie te zijn en de grens beambte wilde me India niet uit laten. Er moest eerst toestemming gevraagd gaan worden aan een hoge bons in Amritsa, maar dat kon wel even gaan duren,. Ik moest weer eens een brief schrijven met het verzoek tot clementie, dat werd met allerlei kopieën in een map richting Amritsa gestuurd zei men. Maar, om 2 uur was die map nog steeds niet weg. Ben toen wat gaan pushen. Je kan niet te geïrriteerd raken want dan kom je nergens, en kwam al doende weer eens bij het hoofd van de grenspost. Aardige man, kopje thee erbij, maar ook hij kon niet veel voor me doen, er moest echt een handtekening van een hoge piet komen. En omdat het nu al 2 uur was geweest en de grenspost om 4 uur dicht ging, zou dat allemaal niet meer lukken vandaag. Pikant detail was dat als die gast in Amritsar de toestemming niet zou geven, ik naar Delhi zou moeten om het verzoek bij de overheid te plaatsen, en dat zou een ernstige vertraging van dagen gaan opleveren.
Met slechte gevoelens mijn auto buiten de grenspost geparkeerd voor de nacht, onmiddellijk besprongen door tig souvenir verkopers en restaurant houders. Die waren erg volhardend maar gelukkig allemaal om 8 uur weg, en zo werd het een rustige avond van een vrij nutteloze dag. Wederom gevangen in het bureaucratische web van de Wagha Grenspost, net als op de heenreis.

De volgende dag ging de grens om 10 uur weer open. Dat is zo laat denk ik om twee redenen. Ten eerste is er weinig tot zeer weinig verkeer, ten tweede is het in Pakistan een half uur, eerder, en die gaan om half 10 open. (eigenlijk 9 uur, maar het duurt minimaal een half uur voor je alles geregeld hebt). Ik reed onmiddellijk met mijn auto het douane terrein op en ging rond vragen. Ja zei de een, het is allemaal geregeld, het papier komt eraan, nog even 10 minuten geduld en je kan naar Pakistan. Enfin je snapt het al, niks 10 minuten. Een half uur later was er nog niemand die me kon vertellen of ik nu wel of niet door mocht, en ik begon al weer visioenen te krijgen dat ik zielig en alleen , oud zou worden aan de grens van Pakistan. Het begon inmiddels al weer snik heet te worden maar de Indiase papier machine heeft geen genade. Ik zag van allerlei mensen aan me voorbij gaan, bij wie nog geen glimps in de bagage word geworpen, zelfs een fietser uit Frankrijk die helemaal vanuit Vietnam hier naar toe was komen fietsen, arme Casper zat in de zinderende hitte te wachten op een stomme handtekeing van een gast die het waarschijnlijk te druk had met het drinken van thee e.d.
Om half twaalf kwam het verlossende antwoord, het papier is er, er staat een handtekeing op, je hebt toestemming gekregen voor de 17 dagen extra. Ik had nog even willen zeggen dat het er nu 18 zijn, maar ik denk, ik houd me bek. ‘We moeten nog even een formuliertje invullen, een copietje maken, over 10 minuten kan je verder. Jaja, blabla, schaap-aap, dat ken ik nu wel, want ondertussen viel de stroom natuurlijk uit, deden de computers het niet meer, men bedacht zich ineens dat ik ook een scooter had (maar dat verhaal herinnerde ze zich nog) en er moest nog een ander formulier gekopieerd worden. Plots kon met een letter niet ontcijferen, anyway, het duurde en duurde. Plots kwam er een hoge ome met allemaal sterren en strepen op z’n uniform aan lopen; Ik moest onmiddellijk meekomen. Ik werd bijna meegesleurd naar het kantoor van big-pik, oftewel hoofdbons, en wie zat daar… Sanjay, de man die me vorige keer met de scooter had geholpen en die had ook zijn baas weer bij zich, een van de hoogste mensen van de douane van India. Dat overviel me even, en na een wat stroef gesprek (geen idee wat ik tegen die man moest zeggen, hij zag er ook erg oninteressant uit) , werden die twee in een stafauto gepropt, iedereen salueerde (ik niet hoor) en ze zoefde weg, maar niet eerder dan dat er gecommandeerd werd tegen de pen-pushers dat ze onmiddellijk moesten zorgen dat ik verder kon. En zowaar, om twee uur Indiase tijd reed ik Pakistaans grondgebied op. Opgelucht, maar nog niet uit de shit, want de Pakistaanse kant van de grens is erg lastig, die willen namelijk altijd wat hebben. En het zijn sluwe vossen, ook dit keer weer.

De enige Pakistaan zonder snor.

Geheel voorbereid als ik dacht dat ik was, had ik een goede fles whisky gekocht (Mohammedanen drinken niet , ahum) er een fles cola en een zak chips bijgedaan en zo ingepakt dat niemand kon zien wie het was. Ik denk, kijk, dat bied ik aan, mogen ze mooi tevreden mee zijn.
Kom daar dus aangereden, eerst de paspoort controle mijnheer, die kende me nog van de vorige keer. Heb je wat voor me zegt ie. Ik zeg ja, ik heb een goede fles met alles erop en eraan, dat krijgen jullie van me als ik snel de grens over kan, zonder gezeik en inspecties, het moet echt snel. Geen probleem zegt ie. Hij vult zelf mijn formulier zelf in en 2 minuten later mocht ik door naar de douane. Denk erom, niet die fles aan de douane geven hoor. Ja duh… jullie kunnen toch wel delen. Neee, dat mocht niet en dat kon niet, absoluut die fles is voor mij. Ik denk ja krijg nou de schijt, ik heb maar een fles, en jullie zoeken het maar uit. Dus ik op naar de douane, en die vent is altijd erg lastig en daar had ik die fles eigenlijk ook voor. Dus toen ie me al aan begon te kijken zo van .. wat heb je voor me,, ik het hele verhaal weer afsteken van die fles en snel en zo. Ik zie zijn gezicht nog zo de vorige keer, toen ie de fles met bier in een seconde in zijn mouw liet glijden. Maar wat schertst mijn verbazing, wat zegt ie nu : Ik houd niet van whisky of van drank, ik wil wat anders. SHIT, en dan is het een spelletje spelen, wat wil ik geven, hoeveel kan ie krijgen. Na een paar minuten naar elkaar fluisteren (want niemand mag dit horen natuurlijk) wilde hij 50 euro van me wisselen voor Pakistaanse roepies, en krijg ik er eigenlijk maar voor 40 euro aan roepies voor terug. Aan de ene kant wilde ik niet, aan de andere kant wilde ik weg, ik had ook nog mijn scooter zonder carnet, wilde geen gezeik dus ik zeg ok. Tja, dan komt ook de grote baas nog eens om de hoek, die wilde 10 pennen hebben. Al om koste het dus wel wat, maar ik was wel in 15 minuten de grens over, zonder inspectie, een hele doos bier in de kast, whaoaoaoaoao.

Nou, ik was weer in snorrenland. Iedereen heeft hier een snor, zonder snor geen man. Reed in eerste instantie de rondweg op, maar die was nog steeds zo slecht van kwaliteit dat ik na 500 meter omkeerde en dwars door Lahore richting GT-Road naar Islamabad en M2 snelweg nam. Dat ging allemaal vlot. ‘S nachts op de snelweg geslapen, zonder kijkers staarders of kloppers, en de volgende dag door naar Islamabad, ook nu weer zonder problemen.

Islamabad is momenteel denk ik de gevaarlijkste stad van de wereld na de steden van Iraq en Afghanistan. De camping waar ik sta is op steenworp afstand van de befaamde rode moskee, dat is wel wat angstig. Ben in de middag met de taxi langs de Lal Majud (rode moskee) gereden, dat is dus echt een puinzooi daar.

Erg veel moeite moeten doen om een werkende pin automaat te vinden. Alleen de City Bank werkte, zelfs bij de ABN Amro kreeg ik met mijn normale pin pas geen geld. Had geen zin een credit kaart te gebruiken als het niet hoeft, die vragen 10 euro bemiddelings kosten of zo.

De volgende dag een heel stuk de Karakoram highway op gereden, tot Besham. Weer dezelfde fout gemaakt door bij de eerste afslag Haripur al noordwaarts af te slaan. Je komt dan op een binnendoor weggetje, erg pittoresk en zo, maar het schiet niet op. Daarna de grote weg gevolgd. Nou ja …, groot. Vooral druk eigenlijk, zeker tot Baffa is de weg vol met vrachtverkeer.

De Karakoram Highway.

Daarna zakt het af en wordt het rustiger, maar de weg kwaliteit wordt er niet beter op. Je komt vervolgens door gebied wat getroffen is door de aardbeving twee jaar geleden. Je ziet er niet zo veel meer van, behalve erg veel tenten en opvang kampen van de Unicef, die ogenschijnlijk nu leeg staan. Ook word er veel gebouwd, iedereen loopt met stenen te sjouwen. Het gebied was vorige keer erg vijandig, met stenen gooiende jeugd en mensen die rare gebaren maakte. Nu was dat minder, wellicht hebben ze toch een warm hard gekregen dankzij onze hulp verlening. Zag nog een man, midden in de bergen in het niets, sjouwend met een 20 kilo zak met waarschijnlijk meel, groot erop…donated by unicef.

De Karakoram Highway.

De PTDC in Besham stelde niet zo veel voor, ik had verwacht het aan de rivier te vinden maar niks ervan. Ze waren ook druk aan het bijbouwen, dus me maar vermaakt op de parkeerplaats. Was toch erg moe, dus kwam wel goed. Tot nu toe is de Karakoram Highway (KKH) nog niet wat men er van hoort en leest. Nog geen kaak-vallende berg zichten of machtige besneeuwde toppen. Maar dat zal vast gaan komen.

Door naar het noorden bleek de KKH van slechte kwaliteit. Het wegdek was enorm hobbelig, er waren héél erg veel landslides geweest die nauwelijks waren geruimd en er waren hele stukken met veel gaten. Dit tezamen met de enorme bochtigheid, de enorme afgronden en het machtige schouwspel der bergen maakte dat het deze dag niet echt opschoot. Dat laatste dan omdat ik veel stopte om te kijken. Het was heel vermoeiend rijden ik geloof dat ik twee uur over de eerste 20 kilometer heb gedaan. Sterker nog, toen ik aan het einde van de dag , na 10 uur rijden, op mijn GPS keek bleek ik gemiddeld 15 km per uur gedaan te hebben. Dat schiet niet op maar het is hier niet anders. Aangekomen in Chilas had ik gehoopt in de koele bergen te zijn. Nou bergen klopt wel, mar erg koel was het niet met 36 graden. De hitte was wel anders , veel droger, en dus beter te harden maar nog steeds geen pretje. In het Shangrila Hotel geparkeerd en stroom voor het AC gebruikt, wat prompt natuurlijk uitviel zodat ik snachts badend in het zweet wakker werd.

In de ochtend kwam er een groep toeristen naar buiten die blijkbaar in het Hotel hadden geslapen. De meeste met korte broek, vrouwen ook. In elke, maar dan ook ELKE gids over Pakistan en al helemaal over Noord Pakistan staat dat het belangrijk is om je lijf te bedekken. En dan snap ik die mensen niet, zouden die nooit een boek lezen? Zijn die nou echt zo dom? Hebben ze les van Kees & Els gehad? Of ben ik nou zo dom? Gruwelijk.
Van Chilas naar Gilgit was nog maar 180 km. Ook dit stuk weg was niet al te best, dus veel oponthoud door landslides en slechte wegen, maar ook nu vandaag was het schouwspel weer spectaculair. De rood-achtige bergen veranderende van kleur met de zon. Dit schouwspel is een lust voor het oog en erg moeilijk met de camera te vangen. Achter elke bocht is er weer een ander schouwspel, meestal mooier dan de vorige. De weg voerde dan weer door nauwe kloven, dan weer door wat wijdere bergkammen, maar altijd de Indus rivier volgend die al luid kolkend altijd onder me ligt, als een soort van bloedvat diepe groeven trekkend door het gebergte. Soms had je, als je een stuurfoutje van 10 cm maakte, een afgrond van honderden meters de kolkende rivier in. Geen weg voor watjes dus.

De Karakoram Highway.

Kon het niet nalaten om vandaag veel te stoppen, maar ja daar doe ik het ook voor. Langzamerhand veranderde de wat onaangename bevolking van het eerste stuk van de Karakoram Highway in prettigere en gastvrije mensen, zodat ik ook wat minder voorzichtig hoef te zijn. OP een gegeven moment kwam dde Nanga Parbat in zicht, een machtige berg van 8100 meter hoog, en de snelst reizende berg ter wereld (7 mm per jaar) Hij is zo indrukwekkend omdat de zuidkant, waar ik tegen aan kijk, 4000 meter loodrecht omhoog gaat. Dus echt een loodrechte muur van 4000 meter hoog. Er ligt geen sneuw op dat stuk omdat het loodrecht is, en dat valt gelijk op. Helaas pindakaas was het rond de berg bewolkt dus kon ik niet al zijn pracht aanschouwen.

Grootste gedeelte van deze weg is een ‘accident waitting to happen’weg. Dat wil dus zeggen dat er maar iets hoeft te gebeuren of er komen miljoenen tonnen zand en stenen naar beneden die de weg dan weken onbegaanbaar maken. Omdat dit op zoveel plekken mijn inzien zo op springen staat, ben ik blij dat ik er voorbij ben.

Saleem had zijn naam op zijn hoofd .

Bij een van de uitkijkposten liep Saleem. Hij was doof en stom en had ook nog een gezwel aan zijn voet (krijg je met al dat inteelt hier). Een soort water-voet dus. Omdat ie niet kon praten hadden ze maar zijn naam met balpen op zijn kale kop geschreven. Toch was het een prettig vrolijk kereltje die me de oren van de kop gebaarde terwijl ik van een bakkie thee aan het genieten was. Niet dat ik er enig idee van had wat ie bedoelde, maar ik knikte en lachte maar, hij vond het wel ok. Toen ik weg reed had ie een pen van me en een visite kaartje, dus hij was ‘de man’ van het dorp. Ook eens leuk om zo’n gehandicapt kind belangrijk te maken, meestal word ie door iedereen denk ik gepest.
Opvallend was wel weer, dat iedereen broer is van elkaar. In India is dat ook zo. Als je vraagt ‘wie is dat’ dan is het altijd ‘mijn broer’. Als je dan verder gaat vragen blijkt het de zoon van de broer van zijn vader te zijn of zo, soms nog wel verder verwijderd, maar het is altijd ‘mijn broer’. Wel verwarrend soms.
In Gilgit aangekomen was het nog steeds warm, alhoewel het minder was. Geparkeerd bij de PTDC die en mooi stukje gras achter hadden en besloot hier ieder geval een dag te blijven. Naast mijn parkeerplek een huis met veel lawaai en toen ik een zoon die op afstnad naar mijn auto aan het staren was vroeg of ze een feest hadden antwoordde hij negatief, er was iemand dood. Wie dan vroeg ik. Oh zegt ie, mijn moeder. Alsof het elke dag gebeurde. Ik wist niet meer wat ik zeggen moest.

Er zijn drie bekende passen in pakistan. Er zijn er wel meer natuurlijk, maar deze drie zijn wereldwijd bekend.
De eerste is de Bolan pas, die in zuid Pakistan, in Baluchistan, het oosten met het midden verbind. Hier ben ik vorig jaar door heen gereden. Deze pas is niet zozeer hoog, maar wel heel spectaculair omdat ie door hele nauwe kloven gaat.
De tweede is de Kyber pas, dat is de verbinding tussen Pakistan en Afghanistan. Hier wil ik voorlopig nog maar even niet over.
De derde is de Khajura, die Pakistan met China verbind, daar ga ik straks over.

Ondertussen sta ik al een dag in Gilgit. Dat is een dorp die stad wilt zijn, maar het lukt niet zo. Niet zo heel veel te beleven, een lange straat met winkels, winkels vol met baarden en platte petten. Morgen rijd ik door naar een schijnbare soort camping in Alaibad. Ben benieuwd. Vanavond in het meest obsure tentje gegeten wat ik kon vinden. Alles was vies, plakte en rook, maar het eten was lekker… vers gebakken brood met een stuk kip kabab, maar dan de lokale variant die gefrituurd is, erg vaag maar heerlijk.