20070801 – Augustus 2007, Pakistan, de Karakoram Highway

midden Augustus 2007, Karakoram highway
Geplaatst op Tuesday 21 August @ 07:07:05 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Door noord Pakistan ging redelijk probleemloos maar langzaam. Dit ondanks veel dreiging en bomaanslagen, gelukkig allemaal iets verder naar het westen toe. Helaas was in de bergen de weg al 5 dagen geblokkeerd doordat een rivier een stuk weg had opgegeten. In China werd ik gelijk onaangenaam geconfronteerd met het verschil in cultuur.

Door Pakistan.

Het stukje weg van Gilgit naar Aliabad was weer eens adem benemend. Steeds denk je dat je het mooiste hebt gezien, en dan ga je de bocht om en stokt de adem weer in je keel.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld.

Al kronkelend door diepe kloven of langs diepe afgronden ‘slangde’ de weg zich voort. Vangrails zijn hier niet bekend, en dat is wel logisch ook. Er zijn hier zoveel land verschuivingen dat elke keer de weg vrij gemaakt moet worden van rotsen en puin, en dan zijn vangrails niet handig.
Ik rijd hier ook in militair gevoelig terrein, maar gelukkig maken de Pakistani’s er niet zo’n idioterie van als de India’ers. Op af en toe een controle post en af en toe een militair voertuig na, heb je niks in de gaten. Ook de mensen hier zijn een stuk afstandelijker dan in de rest van Azië. Het verschil merk je pas als je stopt. Overal in dit wereld deel zitten er mensen doelloos aan de kant van de weg. In India, Nepal of Bangladesh komen die mensen onmiddellijk op je afstormen als je stopt, hier in Pakistan wijzen ze naar je maar blijven lekker zitten.

Karakoram Highway, af en toe een rot plekje.

Bijna een week heb ik gestaan op de ‘camping’van Aliabad in de woeste bergen in het noorden van Pakistan. De camping is de enige in honderden kilometers omtrek en was door diverse overlanders al gemeld, ik had dus hoge verwachtingen.
Let wel, het is een Pakistaanse camping, dus je moet dat niet met iets westers vergelijken. Ik zal het proberen te beschrijven.
In principe is het een boomgaard met appelbomen, trapsgewijs aangelegd met daarop een paar stenen gebouwtjes, wat loslopende schapen en héél erg veel appels. De bomen zitten zo prop vol met appels dat ik elk moment verwacht dat die om gaan vallen.
Vanaf de camping prachtig uitzicht op een paar besneeuwde toppen van 8000 meter, daar draaien ze hier de hand niet voor om, toppen in overvloed. Het geheel is omgeven door een met losse stenen opgestapelde muur. Dat is niet erg sterk maar heeft als voordeel dat als iemand er over heen wilt klimmen, de hele boel instort, dat laat je dus wel uit je hoofd. Verder staat er een ‘toilet’ gebouw en een soort administratie hok, waar ik overigens nog nooit iemand in heb gezien.

De camping is eigendom van een Pakistaan die erg goed Engels spreekt. Vriendelijke man hoor, hij is landeigenaar, heeft ook wat huisjes hier en daar die hij verhuurd. Verder vier zonen en een dochter lopen ook ergens rond en het geheel is allemaal erg idyllisch. Perfect zou je dan toch zeggen? …. Mwwaaaahhhhh….. niet helemaal.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld. Eerste probleem is dat de Pakistaanse eigenaar de godganse dag geen zak uitvoert. Dus wat doet ie, rond mijn auto hangen omdat ik de enige gast ben. En elke keer als ik naar buiten ga dan probeert ie een conversatie aan te gaan, maar daar heb ik niet altijd zin in. Dat word op den duur wat irritant. Als hi er toevallig eens niet is, staan wel een van zijn zonen of iemand anders me aan te gapen.
Tweede probleem is dat er geen water is. Ten minste, geen schoon water. Er staat een soort kruising tussen een zwembad en een put, vol met drabbig water dat afkomstig schijnt te zijn van de gletsjer aan de overkant. Dat zelfde water word gebruikt voor toilet doorspoelen en douchen. Nouja, daar kan ik nog wel inkomen, ware het niet dat gletsjer water ijs en ijskoud is, dus dat douchen doe ik maar in mijn auto. Ik ben echt geen mietje hoor, koud douchen is geen probleem, doe het al een jaar, maar dit is vragen om enge ziektes.
Schoon water, dat elke ochtend tussen 9 en 11 zou moeten komen, komt nooit. Je kan de kraan open draaien, met enig effect dat het gorgelende geluiden produceert, water ho maar. Ik heb de eigenaar al eens een hint gegeven zo van… als je nou eens wat deed aan onderhoud ipv de hele dag op je luie reed niets te doen, dan komt er misschien nog wat water. Hij begreep mijn hint, maar het enig effect was dat ie beloofde dat er morgen water is… en dat doet ie elke dag.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld. Derde probleem is dat er hier vrijwel nooit elektra is, en als het er is het van zo’n slechte kwaliteit is (lage voltage) dat mijn omvormer dat niet pikt. Op zich ook weer niet zo erg, maar wel lastig want dan moet ik dus mijn generator starten en er is hier geen benzine pomp in de buurt. Bijkomend lastigheid is dat de wasman niet kan strijken (en de was dus eeuwig duurt), dat er vrijwel nooit internet beschikbaar is (ondanks dat ze wel een internet cafe hebben hier, maar die is dus 9 van de tien keer dicht). Gister avond was er na 4 dagen niks eindelijk stroom, dus ik op naar het internet cafe, wat ook open was en je raad het… geen verbinding…

Laatste en eigenlijk meest vervelende is dat het hier een vliegen walhalla is. De dag dat ik arriveerde had ik er geen erg in en mijn deuren en ramen lekker open gezet, met gevolg dat ik minimaal 300 vliegen binnen had. Nu houd ik angstvallig deur en vliegen gaas dicht en dan gaat het wel. Als je echter een stap buiten de deur doet wordt je echt niet goed van die beesten. Bah bah.

Maar verder is het hier goed toeven, mensen zijn aardig, er zijn wat winkeltjes , ze hebben zelfs cola light !!, temperatuur is lekker (krijg je zo op 2100 meter hoogte). In de nacht koelt het af naar zo’n 18 graden, en die droge lucht maakt dat het erg fris aanvoelt. Heerlijk pitten dus. Verder vermaak ik me met wat onderhoud, schoonmaak en organiseer werk. Heb ondertussen een restaurantje gevonden wat goed en goedkoop is. Ook water gevonden, wel 800 meter de berg af, maar beter dat dan helemaal niks, dus elke ochtend 3 of 4 keer heen en weer met de gieter.
Hoer verder je naar het noorden gaat hier, hoe meer spijkerbroeken met shirtjes en hoe minder Pakistaanse pakjes je ziet. Zelfs onbehoofgedoekte (nieuw woord, komt volgend jaar in de dikke van Dale) vrouwen lopen hier rond, dat wil toch wel wat zeggen. De lokalen voelen zich erg zelfstandig en trekken zich niet zo veel aan van wat er in Islamabad allemaal bekokstoofd word. Dit hele gebied is nog niet zo lang geleden ontsloten en enige vorm van zelfstandigheid kan je hier dus wel vinden. Je ziet dan ook vaak langs de kant van de weg teksten gekalt met de woorden ‘we want freedom’.

Moet mijn auto wat anders inrichten ivm de komst van Ting-Ting, mijn Chinese gids. Ze moet ook comfortabel zitten lijkt me, maar daarom moet ik een aantal zaken die aan de passagiers kant liggen wel herplaatsen. En dat valt niet mee, want alles zit best goed vol. Na een jaar reizen heeft alles zo zijn plek, is elk gaatje gevuld en gebruikt. Maar met een beetje fantasie en wat kracht is het toch allemaal wel gelukt.

Het fort in Karimabad (Baltit Fort). Begon me een beetje te vervelen op die camping. Het niet lekker buiten kunnen zitten door al die vliegen en die gast die als een strontvlieg rondom een koeienvlaai zoemde maakte het er niet super prettig op. Ook frappant zijn de mensen hier. Ze zijn allemaal erg vriendelijk, maar wel afstandelijk. Dat ben ik niet gewend. Normaal is het makkelijk om vrienden te maken. Maak een praatje met iemand en al snel heb je een uitnodiging om bij mensen thuis te eten of thee te drinken. Hier niet. Als je hier rijd of loopt is iedereen aardig, zwaait ment en lacht men. Maar zo gauw je met iemand gaat praten zijn ze plots super verlegen en weten ze niet wat ze met je aan moeten.

Besloot dus om de 14e naar Karimabad te gaan met openbaar vervoer. Het is maar een kilometer of 15 dus te doen. Ik trof het niet met het weer, want vanaf het moment dat ik in de ‘Suzuki’ (zo heet openbaar vervoer hier) stapte begon het te regenen, om pas te stoppen op het moment dat ik terug was. Ik had me dat Karimabad heel anders voorgesteld, meer als een stadje. Maar het waren een paar tegen de heuvels aangeplakte straten met veel Hotelletjes en Guesthouses, veel Koreanen (heel vaag, dat zijn net kudde dieren) en zoals gezegd veel regen. Me het schompes gelopen de berg op richting Fort. Dat was nog link ook, want door de regen was het steile soort van kinderkopjes pad verandert in een kleine riviertje. Toch heelhuids boven gekomen en na betaling van 400 roepies (incl. camera toeslag) een best aardige rondleiding gehad van een gids. Het fort (heet officieel Baltit Fort) , dateert van ongeveer 700 jaar geleden, en dat was te zien. Niet in kwaliteit, want de boel was pas gerestaureerd, maar qua opzet. Het leek wat dat betreft veel op die oude Tibetaanse kloosters, met veel kleine duistere kamertjes, trappetjes en donkere hoekjes. Toch wel knap gebouwd, want het stond er al 700 jaar en dat midden in een aardbeving gebied. Dat gevaar hadden ze zelfs toen al erkend en opgelost door een ingenieuze houten balken constructie.
Na nog wat geld te hebben gewisseld (en dat is niet makkelijk hier, want als je een bank binnen gaat kijken ze je gek aan) terug naar Aliabad en ik kwam bij de auto aan en de zon begon weer te schijnen. Gek hé.
Volgende dag de 90 kilometer van Aliabad naar Sost gereden. Sost is 80 kilometer van de Kunjarab pas vandaan, en dat op zich weer 40 kilometer van de Chinese grens.
Het stuk weg was adem benemend. Ik weet het, ik heb het te vaak al gezegd, het klinkt saai, maar ja, sorry, wat kan ik er aan doen. Sommige stukken waren eigenlijk super eng. Op een gegeven moment een landslide over de weg, maar er waren al een paar auto’s over dat zand heen gereden. Omdat het blijkbaar net van de berg af was komen zeilen was de hoop zand dus aan de bergkant hoger dan aan de afgrond kant. Ik reed er ook voorzichtig over heen en door de hoek begon mijn auto over te hellen richting afgrond. Ik was dus echt wel even bang dat ik de afgrond in zou verdwijnen. En geen hond die me dan zou vinden hoor, want het lijkt op deze weg alsof ik de laatste levende op aarde ben. Ik denk dat ik op die 90 kilometer 20 andere auto’s heb gezien. In Nepal was er ook weinig verkeer, maar daar liepen dan nog mensen op de weg of zag je huizen. Hier was het absoluut verlaten. Ik vermoede dat er ergens een wegblokkade was, want tegenliggers waren er vrijwel helemaal niet. Achteraf bleek waarom.
60 km voor Sost kwam ik de eerste Yaks tegen. Meeste mensen weten wel wat dat zijn, maar zo niet… het is een soort langharige koe-buffel-ezel-konijn. Alleen dat laatste klopt niet hoor. Volgens mij is de Yak, familie van de Grote grijs-groene glibberige grotte griezel, maar dat zal ik eens aan mijn vader vragen.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld. Op zich was de weg kwaliteit vrij goed, met uitzondering van de slechte stukken . Haha, dat klinkt wat simpel maar dat ben ik ook. Op stukken waar land-slide geweest waren was de weg vaak met de hand gerepareerd en dus erg bobbelig. Ook waren er stukken nog niet gerepareerd, maar de rest was redelijk. Toch haalde ik vandaag door de bochten, de landslides en de hobbels maar een gemiddelde van 18 kilometer per uur !
De besneeuwde pieken van over de 7000 meter waren nu niet meer weg te slaan. Vlak bij Passu kwam ik de Passu gletsjer tegen. Normaal gesproken komt ie zowat de weg over gletsjeren (?) maar omdat het nu zomer is, is ie een stuk korter en moest ik hem (haar?) van een afstand bewonderen. Toch ook mooi.
Tijdens de lunch midden in de bergen zag ik me een partij donkere lucht die bergtoppen over komen in mijn richting niet normaal. Ik dacht als dat mij inhaalt, en ik kom in dat slechte weer terecht dan kan het nog wel eens slecht aflopen met me. Heb dus heel snel de lunch achter de kiezen gepropt en ben als een haas doorgereden, het slechte weer achter me latend.
Aangekomen in Sost, het laatste Pakistaanse dorpje, bleek dit een gehucht van drie keer niks te zijn. En dan daar nog de helft van. Stuk straat van een kilometer met aan weerskanten houten hutjes met wat winkeltjes, duistere theehuisjes en foute hotelletjes. Het was dan ook de Pakistaanse grenspost, dat had ik nog niet verwacht. Hier kreeg ik te horen dat er hogerop in de bergen een rivier met smeltend water de weg over was komen zetten en alles blokkeerde, en dit al een aantal dagen lang. Men was bezig een alternatieve weg aan te leggen maar dat kon nog wel 2 dagen duren voor ie af was. Met een beetje geluk zou het wat kouder worden en het smeltwater wat minder worden waardoor de weg morgen al toegankelijk was. Maar geparkeerd bij de PTDC voor 100 roepies, wat rondgelopen en na een inspectie van de auto ontdekt dat ik een forse scheur in een van mijn banden heb. Ook bleef wederom de bout van de fietsdrager te zijn afgebroken. Dat laatste was makkelijk oplosbaar want ik had er een reserve voor bij me. Die scheur heb ik geprobeerd met lijm te vullen, in de loop van morgen maar eens kijken hoe dat houd.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld. Hoorde van een toerist die net van de China kant afkwam dat er voor de rivier een Nederlandse jeep stond te wachten die dus deze kant kwam. Hopelijk kom ik die morgen tegen.
Na een lekker koude nacht (voor het eerst weer onder dekbed) me om 9 uur bij de Pakistaanse grens gemeld. Alle papieren zonder problemen ingevuld en om 10 uur , met een lifter, richting Kunjerab pas gereden. De weg kronkelde deze keer door hele nauwe doorgangen. De torens van bergen rezen vlak naast je op, elk moment verwachte ik een lawine op mijn dak, gelukkig niet gebeurt. Ik wist dat er na 42 kilometer een wegversperring zou zijn, en die was er dan ook. Een heel stuk weg was weggeslagen door de rivier. Men was met een bulldozer een nieuwe weg aan het aanleggen, maar dat ging niet zo snel, men was er blijkbaar al bijna een week mee bezig.
Via een omtrekkende beweging door de bergen naar de andere kant van de blokkade gelopen. Daar stond inderdaad een Nederlandse jeep (www.cwui.nl) , al twee dagen begreep ik. Die hadden het slechter dan ik, want in een jeep kan je niet lekker op de bank liggen zoals ik dat doe. Het waren twee ouders met een dochter en vriendin. Beide ouders hadden last van hoogte ziekte, dat is niet leuk, want je kan geen kant op. De enige oplossing voor hoogte ziekte is… naar beneden gaan. Maar ja, als de weg geblokkeerd is kan je dat niet. Ik heb ze, samen met Arman (hun gids) water en rijst gebracht. Een tijdje staan te kletsen maar het was erg chaotisch. Hans, Teja, Luca en Maaike waren met een jeep van Singapore terug naar Nederland aan het rijden. Aardige mensen, maar de omstandigheden waren er niet naar om even rustig met een bakkie wat bij te kletsen. Wel chios geruild voor drop, toch iedereen weer blij .
Mijn auto maar geparkeerd aan de kant van de weg, er was toch vrijwel geen verkeer, en na het gade slaan van de aanleggen van de weg maar gaan koken, typen en slapen. Dat slapen duurde niet lang, want ik lag nog geen 5 minuten of een aantal Chinese vrachtwagens kwamen van beneden aansluiten in de rij. Niet dat ze dat netjes achter mij deden, nee, ze reden om me heen parkeerde voor me. Die vrachtwagens zijn 26 meter lang!! De chauffeur heeft dat blijkbaar niet altijd in de gaten. Ik was na de eerste vrachtwagen al naar buiten gegaan en dat was maar goed ook. Want de derde wilde inparkeren vlak voor me maar vergat dat ie 26 meter achter hem had hangen en dreigde mijn auto te rammen. Kon dat nog net voorkomen door hard op zijn auto te slaan en te schreeuwen. Zo zie je maar weer dat je beter over-berschermend kan zijn.

Karakoram Highway, mooiste weg ter wereld. Na een heerlijke koude nacht was het wachten tot men het laatste stuk weg zou afmaken. Het bleek dat een land-slide van een gletsjer de rivier had geblokkeerd waardoor het water niveau was gestegen en de weg was onder gelopen. Het water had daarna een paar stukken weggeslagen en dan houd alles op. Dit was al bijna een week geleden gebeurd en een van de reden dat het zo lang duurde was dat ze het materiaal om de weg op te hogen van ver moesten halen. Aan de andere kant stonden wat Chinese vrachtwagens al een week te wachten. Een ervan had een lading fruit, de chauffeur was begrijpelijk erg gebrand om de weg weer open te hebben. Maar ja, er stonden meer auto’s te wachten en iedereen wilde zich natuurlijk bemoeien met het werk. De Nederlandse Hans was ook redelijk boos en ging op een westerse manier verhaal halen. Dat wil zeggen boos en dreigen met media en dergelijke. Ik geloof niet dat werkt, maar goed, ieder zijn manier. Het duurde allemaal zo lang omdat men eerst de blokkade van de rivier had moeten oplossen voor men met weg aanlegging kon beginnen.

Een stuk weg was weg. Ik was ondertussen op vriendelijke voet met de hoofd ingenieur van het leger die het werk overzag. Ahmed Aziz was een vriendelijke man, die eigenlijk pas een week deze post had en dus erg overdonderd werd maar wel op een vriendelijke manier voet bij stuk hield. Want iedereen wilde snel snel, en dat is onder deze omstandigheden niet altijd goed.
Om 11 uur in de ochtend achten de Nederlanders aan de andere kant de weg goed genoeg om het te wagen en ze redde het. Ze konden dus door richting Sost. Ik heb tot 2 uur in de middag moeten wachten om er over te kunnen, maar was wel de eerste. Eindelijk weer verder.
De weg bleef mooi en langzaam ging hij omhoog. Het werd kouder en kouder, hier en daar lagen plukjes sneeuw langs de kant van de weg. Mijn auto begon heerlijk te walmen, dat krijg je op die hoogtes. Verder hield ie zich prima. Ik werd gepasseerd door de Chinese vrachtwagens van 26 meter, die hadden er goed de vaart in. Levensgevaarlijk.
Op 4400 meter hoogte was een tentenkamp van het leger. Een aardig uitziende officier deed me stoppen en vroeg of ik bij hun wilde lunchen. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen. Auto aan de kant gezet, dikke jas aangedaan en de super aardige militairen (waar ik het normaal gesproken niet zo op heb) naar een tent gevolgd. Daar bruine bonen gegeten (ja echt) met chapati’s,. Omdat het wat scherp was, was de commandant bang dat ik het niet lekker zou vinden en had ondertussen opdracht gegeven ook wat eieren met kruiden te scrambelen. Hij had echter mijn eetkunde onderschat want ik vond het heerlijk en toen de kok met ‘scrambled eggs’ aan kwam zat ik al vol met bruine bonen. Kreeg nog 7-up en thee, en de discussie ging natuurlijk over hoe Pakistan in de westerse ogen zo een slechte naam kreeg, veelal door de eenzijdige westerse berichtgeving. Ik was het daar uiteraard mee eens. Het tentenkamp bleek van een militaire school te zijn, ‘The Army High Alitude school’. Hier werden militairen getraind op overleven op grote hoogtes, skiën, vechten natuurlijk en meer van dat soort ongein. De man die me had uitgenodigd was de commandant en na een uitwisseling van cadeaus (ik gaf hem een klompje sleutelhanger, hij mij een petje van zijn eenheid) en de gebruikelijke foto’s weer doorgereden naar boven.

Boven op de Kunjerab pass. Ik wilde nog steeds ergens boven op de berg slapen, maar ik merkte wel dat ik erg kortademig was en ik was een beetje bang voor hoogte ziekte. Als ik stopte om foto’s te nemen was het in en uit de auto klimmen al bijzonder vermoeiend en dan zat ik eerst een minuut te hijgen voor ik weer verder kon. Daarbij was het stervens koud en zag ik dikke wolken aankomen en was bang dat als het zou gaan sneeuwen ik weer vast zou komen te staan. Dus reed eigenlijk uit besluiteloosheid als maar door en kwam boven aan de top op de Kunjerab Pass. 4715 meter!!! Victory.

Na een Pakistaanse controle post kwam er de Chinese controlepost. De echte grens, de immigratie dienst, zat in een dorp verder op beneden. En hier begon het gedonder al. Inspectie van mijn auto, ja dat had ik natuurlijk wel veracht, maar blijkbaar hadden ze hier niet veel te doen (ik had ook al een poos geen enkele auto gezien) dus prompt sprongen er 7 militairen in mijn auto. Iedereen begon kastjes open te rukken en ik was helemaal het overzicht kwijt. Wijze les voor de volgende keer.

Karakotam Highway
Na de controle mocht ik door rijden. Ik reed 10 meter, was net de slagboom onder door toen er ineens HO !!!! STOP !!!! geroepen werd. Was ik maar doorgereden. Ik moest iemand meenemen. Het duurde 10 minuten toen een Han-chinees in vol uniform in mijn auto sprong. Ik zeg nog, ik ga niet naar de grens, ik ga onderweg stoppen om te slapen. Helaas pindakaas, dat mocht niet. Dit was een ‘sensetive area’ en ik moest en zou naar de grens post rijden. Die was, dacht ik, 38 kilometer verder, dat stond op het bord. Nou, dat was dan nog wel te doen. Echter blijkt men niet zo goed te kunnen tellen, het was 138 kilometer. En dat met die Chinees naast me die nog boe noch bah zei. Ik probeerde de conversatie op gang te krijgen maar het enig wat ie zei was ‘me english little’ waarna hij weer voor zich uit staarde. Er kwam nog een ander woord uit zijn strot, en dat was toen ik de mooie bergen wilde fotograferen. ‘No foto’.. was de opdracht. HARK. Later begreep ik dat het ventje speciaal mee ging om er zeker van te zijn dat ik NIET zou stoppen onderweg. Ik zou eens wat zien of er zelfs maar tegen praten. Een boer of een koe of zo, jeming, de wereld zou te klein zijn.
De weg naar benee was uitstekend, lang niet meegemaakt en ik kwam in het pikke donker in Tashkurgan aan. Hier verwarring alom, want ik had geen gids en niemand snapte er wat van, maar hierover een volgende keer meer. Ik mocht ieder geval op een afgesloten terrein parkeren waar ik heerlijk geslapen heb.