20070803 – Augustus 2007, China Glens

Eind augustus 2007, China Glens
Geplaatst op Tuesday 28 August @ 07:15:23 GMT+1 door casper
[ Bewerken | Verwijder ]

Reis om de wereld vanaf 2006 Twee dagen te vroeg was ik bij de grens van China. Deze grenspost is al 140 kilometer land inwaards, dus daar was ik al vast. Laat ze me er nu maar uit zien te krijgen haha. Na een moeilijke grens passage, waar ik gesommeerd werd Taiwan van mijn kaart te knippen omdat het niet dezelfde kleur als China had, door gereden naar Kashi oftewel Kashgar, de oude nederzetting van de bekende Silk-route. Daar moest nog het nodige aan papierwerk geregeld worden, onder andere mijn Chinese rijbewijs en Chinese kenteken plaat voor de auto.

Sorry mensen, maar het wordt een lel van een verhaal, kan het nu al aan voelen komen. Er is zo veel te vertellen over China, zoveel indrukken, zoveel vaag-heden en zoveel lekkere dingen…

18 augustus was mijn eerste dag in China. Was de vorige dag om 6 uur in de avond (Pakistaanse tijd) de Kunjerab pass over op 4700 meter, om vervolgens met een Chinese militair in de auto alswachter linea recta door naar Tashkugar (ook wel Kaxkorgan genoemd) te moeten rijden, zonder te stoppen.

Ik stond op een afgesloten parkeer terrein van de overheid. Welke overheid, ik zou het niet weten, er zijn er hier te veel. Je hebt douane, immigratie, politie en natuurlijk het leger, ieder met zijn eigen strak uitziende uniform. En iedereen wil zijn macht laten gelden dus als je hebt grote kans dat je van het ene uniform naar het andere word gestuurd. Ik vermoed dat het terrein waar mijn auto stond van het leger is.

Heerlijke platte broden in Kashgar (Chin a). Bij mijn aankomst gister avond laat was het algehele verwarring. Ik had geen Chinese gids en daar snapte ze niks van. Ik kon ook eigenlijk geen antwoord geven op wie dan mijn gids was, of welk bureau dat geregeld had. Die info had ik wel allemaal, maar stond op mijn Hotmail account en was dus niet zo even raad te plegen. Ik had dat in Pakistan allemaal willen verzamelen maar doordat daar steeds weer geen stroom of verbinding was, was dat er niet van gekomen. Dan komt de Chinese term die ik denk ik erg vaak ga horen boven. Tenminste, ik heb het nu al 6 of 7 keer gehoord, en ik ben er pas een dag. De zin “I have to ask my leader’ ligt op ieders lippen, want als je niet standaard bent dan weet niemand wat ie moet doen en durft ook niemand verantwoording te nemen. Er was maar een iemand die wat Engels poekelde, en ik had de aller aardigste juffrouw uitgelegd dat ik twee dagen te vroeg was, uit voorzorg, ivm mogelijke land-slides en/of sneeuw op de pas. Mijn vraag of het mogelijk was dat ik mijn auto hier op het parkeer terrein zette tot maandag werd beantwoord met…… ‘I have to ask my leader’ natuurlijk (IHTAML). Na veel heen en weer gepraat, hoofd geschud, gebaar en gedoe mocht het plots wel. Ze konden natuurlijk niet anders. Ze konden me niet terug sturen naar Pakistan (geen Visa en veels te ver) en doorlaten was natuurlijk helemaal foute boel , daar zou wereld oorlog 3 van kunnen uitbreken. Voordat er überhaupt maar iets geregeld kon worden moest echter mijn temperatuur worden opgemeten, ze zijn nog steeds bang voor Sars blijkbaar. Er staat een mooie machine voor, een soort zuil waar je voor moet staan en die meet dan op afstand je temperatuur. Mijn paspoort moest ik vervolgens achter laten en ik mocht terug naar mijn auto.

mannen met rare hoedjes. Of is het rare mannen met hoedjes

Daar aangekomen stonden er 8 militairen omheen met zaklampen. Heel zenuwachtig en nogal boos doende, sommeerde ze me om onmiddellijk mijn auto van het terrein te halen. Later snapte ik pas dat er geen auto het terrein op mocht voor het was onderzocht op contrabande en of explosieven. Alles wilde ze zien, elk luikje moest open. K’had daar geen problemen mee maar had wel een wijze les op de berg geleerd, ik doe maar een ding tegelijk open en laat maar één man tegelijk binnen. Daarom duurde het erg lang. Men ging op dingen lopen kloppen om te kijken of er holle ruimtes achter zaten, zelfs onder de auto liggen en alles werd vastgepakt. Of ik geen wapens had. Jazeker zei ik, ik heb wel een wapen bij me. Men schrok duidelijk, maar toen ik mijn baseball knuppel liet zien schoten ze allemaal in de lach en was het ijs gebroken. De rest van de controle was halfslachtig, oh wat een mooie auto, hoeveel kost ie kon men zelfs uitkramen, en na zo’n 20 minuten mocht ik weer terug het terrein oprijden. Ik was moe en had honger. Had net een kipfilet uit de diepvries gehaald toen er op de deur geklopt werd. 5 man in strakke zwarte uniformen,, met grote petten, veel strepen en bling bling. Ik moest mijn auto verkassen naar een andere plaats achter. Toen ik wilde starten veranderde ze ineens van mening, ik moest mijn auto 200 meter verder op een afgesloten terrein gaan parkeren. Geen probleem, hoe meer afgesloten hoe rustiger. Nog wel bedongen dat ik morgen lopend het dorp in kon om te netten en eten te halen. Auto op een groot grint parkeerterrein geplaats wat ik helemaal voor me zelf had en heerlijk geslapen in een koude nacht (8 graden) op 3000 meter hoogte.

Het was half 6 in de morgen (nog Pakistaanse tijd), het begon net te schemeren. RATATATATATA, ik schrok me de pleuris. Nee toch dacht ik net af te zijn van dat vroege ochtend gekerm van de moskee, krijg ik dit weer. Eerst 5 minuten reveille geschal door mechanische trompetten uit grote luidsprekers, daarna duidelijk het partij lied of zo. Van dat gezang dat uit de tweede wereld oorlog klinkt. Kan geen touw vastknopen van de text natuurlijk, maar door de intonatie en de muziek weet ik precies wat er gezegd word: Lang leve de partij, we gaan er vandaag hard voor werken, we doen allemaal ons best, we werken efficiënt en hard etc etc… en dat 10 minuten lang terwijl ik nog half wakker was. Ik weet leukere manieren om wakker te worden.

Nu ik eindelijk in China ben valt er wel een last van mijn schouders. Dat zwaard van wel/niet toestemming, steeds veranderende plannen, dure kosten, onzekerheid. Ook, is de enige andere optie nu voor 6 maanden afgesneden omdat ik niet meer India in kan met de auto vanwege de maximum overschreven tijd. Dus, ondanks de vroege herrie werd ik goed gemutst wakker. De ochtend gebruikt om de boel wat te ruimen en wat administratie te doen. Ik had geen idee hoe laat het was, volgens de boeken was het in China overal Bejing tijd, dat was 3 uur verschil met Pakistan, maar hier zou men een uurtje smokkelen. Kon me dat wel voorstellen want anders zou het om 9 uur pas licht worden en dat lijkt me niet prettig midden in de zomer. Besloot zo toen ik honger kreeg maar eens het stadje in te gaan lopen. Ik sprong stiekem over het hek zonder dat iemand het zag, want ik wilde niemand zenuwachtig maken. Had gister wel toestemming gekregen, maar er liepen op dit terrein weer andere uniformen en dan weet je het nooit. Het was best wel een eind lopen maar het was goed weer (wel fris). De straten zijn enorm breed hier, er is super weinig verkeer. Aan weerskanten van de staat joekels van gebouwen waarvan het leek alsof ze leeg waren. Ze zagen er prachtig uit en goed onderhouden, maar je zag geen mensen, geen auto’s of ander verkeer. Heel vaag. Een gebouw was volgens mij een ziekenhuis, maar ook hier absoluut geen activiteiten. Overigens zie je weinig mensen op straat en dat is na India en Pakistan even wennen.
Na een half uurtje lopen kwam ik bij het centrum. Heel typisch Chinees/Tibetaans achtig centrum, met winkeltjes die bijna alles buiten stallen. Er lopen hier ook erg veel verschillende nationaliteiten rond. Van oudsher wonen hier Tatsjieken. Die spreken ook een taal die een beetje op Turks lijkt, China heeft het bezet en koloniseert het net als Tibet, door er heel veel Han-Chinesen heen te sturen.

Chinese deel van de Karakoram Highway, ook niet lelijk

Overigens is dat koloniseren niet in een keer gegaan maar heeft China het een paar maal geprobeerd. Elke keer kwam er opstand. De laatste keer, in 1949, beloofde men autonomie voor de zoveelste keer. De hele delegatie van hier, die richting Beijing (toen nog Peking) vloog voor de onderhandelingen is mysterieus verongelukt. Vanaf toen was het een van de buitengebieden van China. Deze provincie heet Xinjiang, vertaald…Nieuwe territoria

De Han-Chinezen zijn echte handelaren. Die beginnen winkeltjes en zetten een commercieel netwerk op waardoor de Han-Chinees eigenlijk deel van de maatschappij wordt en zo de oude bewoners tweede rang word. Dat is ook een manier van koloniseren.

De Tatsjieken kan je makkelijk herkennen, ze hebben een beetje een Mongools gezicht, dragen typische kleding , meestal oud en versleten. De vrouwen dragen een plat petje, vaak daarover een hoofddoek. Lijkt dan of ze een hele platte kop hebben. Ze hebben dan vaak een rok aan, veelal felle kleur met glinsters en fratsels , ziet er heel hoerig uit. Ze dragen er dan ook vaak nog glitterschoenen met hoge hakken onder, maar schromen dan niet met die outfit op de ezelkar te zitten.
Erg veel bijzonders is er niet te koop hier. Geen hond die er ook maar Engels spreekt of er maar moeite voor doet en de gemiddelde Chinees is absoluut niet geïnteresseerd in contact met een toerist. Sterker nog, krijg de indruk dat hij je liever mijd.
Mijn zoek naar een internet cafe was dan ook best een lange. Diegene die in de Lonely planet stond bestond niet meer denk ik. Elke keer als ik het vroeg aan iemand werd ik appelig aangekeken, soms draaide mensen zelfs hun hoofd af. Maar de volhouder wint en uiteindelijk vond ik boven een bakker van heerlijk ronde verse tandori broden een internet plek. Niet dat er enige aanduiding was, je moet het maar weten.

Chinese deel van de Karakoram Highway, ook niet lelijk

Kreeg overigens later dezelfde soort reacties toen ik een bout wilde gaan kopen. Simpele bout, niks bijzonders. Stapte een auto winkel in, haalde de kapotte bout uit mijn zak, wilde hem laten zien maar men knikte al van nee. Zonder een blik op de bout of een poging om te zoeken. Dit gebeurde bij 5 achtereenvolgende winkels. Dan krijg je echt moord neigingen hoor. Toen ik later op een Chinese sim kaart wilde kopen en Ting Ting het woord deed, pakte de miep de kaart al. Toen ze plots in de gaten kreeg dat ie voor mij was, kon het ineens allemaal niet meer en moesten we onverichterzake weer terug. Wat kan ik me in dit land innerlijk boos maken.

Na wat mail beantwoord te hebben terug naar de auto, onder het lopen een van die heerlijk platte broden, heet uit de oven te hebben opgepeuzeld. Kocht nog een fles bier (kosten 30-40 eurocent per halve liter) en terug naar de auto, waar ik weer over het hek klom.

In de middag begon ik me wat ter vervelen dus pakte de fiets van de auto en wilde naar het dorpje fietsen. Omdat het hek op slot was ging ik via de achteruitgang, en dat was via het naastgelegen militaire hoofdkwartier. Oh jee, paniek, de buitenlander gaat er vandoor. Eerste kwam ik een klein ventje die volgens mij gewoon jan soldaat was, maar hij hield me tegen. Hij sprak enigszins wat woordjes engels dus heb hem duidelijk gemaakt dat ik toestemming had. Nee, ik mocht echt niet weg. Dus ik zeg, ‘Ask you leader’, haha, ik denk dat kan ik ook. Hij stuurt iemand anders weg om het te vragen en een paar minuten later mocht ik door. Aan de voorkant wilde ik het terrein verlaten maar nee hoor, hup, weer een uniformpje die me tegen hield. Ik moest me eerst maar eens melden aan een raampje, maar die man had het druk en wuifde me weg, dus ik reed er vandoor. Weer een uurtje geinternet en wat rondgehangen. Geprobeerd in drie verschillende restaurants wat te gaan eten maar geen had een Engels menu of sprak überhaupt enig Engels of deed er zelfs maar moeite voor. Dan maar niet hoor.

Terug bij mijn auto wilde ik dezelfde weg weer door de kazerne afleggen maar nee, er waren weer allemaal zenuwachtige ventjes, ik mocht er niet door. De vent bij het raampje belde en een minuut later kwam er een uniformpje met veel streepjes, sprak ook redelijk Engels. Die snapte het allemaal en ik mocht terug naar de auto en morgen winkelen was geen probleem. Ik wilde door de kazerne maar men was heel nerveus nee aan het roepen, dat mocht absoluut niet. Tja, ik zag de hoge bons iets verderop nog weglopen dus riep hem toe hoe ik dan bij mijn auto moest komen, en al snel kwam er een buigert met de sleutel van het hek. Die deed het hek voor me open en is toen pontificaal 2 uur naast mijn auto gaan zitten. Of om op me te passen, of om het hek voor me open te doen als ik weer weg wilde, of om andere redenen, geen idee. Ook hij sprak geen woord Engels en deed er ook geen moeite voor. Het blijven rare snuiters. Zouden ze ook hier denken dat de toerist extra bescherming nodig heeft? Want dat zou irritant zijn. Ik vond dat in Pakistan ook al vervelend, omdat men de lokale bevolking op een afstand hield.

Na twee uur had ik er genoeg van sjaak de bewaarder, pakte de fiets en ben wat rond gaan rijden, maar het dorp is vrij saai. Het enig wat boeiend schijnt te zijn is het fort maar dat wil ik tot zondag bewaren.

Ting Ting, mijn Chinese gids

Tja, zondag had ik eigenlijk geen zin weer dat gezeik en heb mijn dag maar vol gemaakt met niks bijzonders. Maandag, dat was D-day. Dan moet ik de grens over, en ik had er wel wat angst voor, hoorde van andere reizigers al moeilijke verhalen en zag al die uniformen hier lopen, dat voorspelde niet zo veel goeds. Ik had een Email naar Tang Jun (mijn reis organisator uit Chengdu) gestuurd dat ik om 10 uur Beijing tijd bij de douane zou staan om Ting Ting te ontmoeten. Maar om 10 uur was de douane post nog erg op slot. Om kwart voor 11 begonnen er uniformpjes aan te komen, maar Ting Ting (TT) nog in geen velden of wegen gezien. Kwart over 11 ging de paspoort controle en zo open, half twaalf, kwart voor 12… nog steeds geen spoor van TT en ik begon me zorgen te maken. Om 12 uur ben ik haar maar gaan bellen. Dat valt nog niet mee in het Chinees, maar ik kreeg haar te pakken. Tja, ze liep ergens op straat, op zoek naar mij, en na het kortsluiten van waar ik was kwam ze aankakken. Een op het eerste gezicht een leuk meisje, 25 jaar, klein met een staartje, kortom een echte Chinees. Ze had een heel pak papieren bij haar, allemaal met grote rode stempels erop, hiermee was de paspoort controle zo geregeld. Nu de auto en de douane, daar was ik wat bang voor dus. Ik wist dat ik geen zuivel produkten en geen groenten, fruit en planten bij me mocht hebben. Had dus al in de afgelopen dagen veel eieren gegeten, tomaten en aardappelen, maar nog niet alles was op. Naja, dat mochten ze dan wel hebben. Ik had nog een net aangesneden Bol Edam kaas, dom, die had ik moeten verstoppen maar dat vergat ik. Wel had ik mijn plant verstopt, de plant die al 2 jaar met me mee reist en waar ik apetrots op ben omdat ie het erg goed doet. Hij wordt erg groot, en ik wilde hem niet aan de Chinezen overhandigen. Die verstopte ik dus in eerste instantie in een plastic tas onder in een keuken kastje.

De man van de douane komt binnen, gooit wat kastjes open, trekt de ijskast open, haalt al mijn kaas en eieren er uit, ook de tomaten en de aardappelen uit de groenten mand (ui mocht ik houden) en hij was in no time weer pleite. Nou, dat viel mee. Wel wist ie me nog te vertellen dat als ik iets verborg ik een boete van 500 euro zou riskeren. Slik, wel een hoop geld voor een plantje dacht ik nog, maar met een schijnheilig gezicht wist ik hem te overtuigen dat dit echt alles was.

Hup, ik mocht de auto 50 meter verder rijden, die moest ontsmet worden. Ja, die gein ken ik. Eerst 27 yuan neer tellen (3 euro), en een gastje die met een spuit hier en daar wat water met neem ik aan een desinfecterende stof onder mijn auto sproeide, maar zo halfslachtig dat zelfs ik er van moest lachen. Volgende station, de echte douane. *SLIK*. Na veel gedoe en wachten op een vrachtwagen die uit stond te laden, mijn auto op een parkeerterrein gezet. TT haalde de juiste papieren uit de map, en ja hoor. De Douanen mijnheer , na hevig het document bestuderen, begon al te schudden met zijn hoofd. Wat blijkt, één handtekening op het document was niet leesbaar en men moest daarom om het te checken naar Kashi (Kashgar) bellen (de hoofdstad van de provincie). Nadeel was dat de douanen daar tot half 5 op lunchpauze was, dus ik moest maar even wachten. Ik heb nog geprobeerd te smeken, maar het hielp niet. Deze douane ging ook lunchen, dus ajuu paraplu, tot over 3 uur. Overgeleverd aan de bureaucratie zat er niks anders op dan wachten, de tijd gespendeerd met praten met TT en wat zitten lezen.
De douanen man kwam om half 5 terug, alles was ok, ik mocht weg, ze hadden zelfs niet in de auto gekeken. *Zucht*. Ik reed mijn auto tot voor het hek, en moest ineens nog 30 Yuan administratie kosten betalen. Grr, ok, nou, terwijl TT dat aan het betalen was gelaste de norse man mij de deur van mijn auto open te doen, hij wilde toch kijken. Hij mocht van mij. Hij maakte geen kastjes open maar liep rechtstreeks naar mijn wereldkaart die aan de muur hangt. Hier wees hij onmiddellijk op Taiwan. Taiwan had een andere kleur op de kaart dan China, en dat mocht niet. Ik moest de kaart dus maar inleveren. Daar had ik natuurlijk geen zin in, dus ik schudde nee en zei dat het een cadeau van mijn moeder was (sorry mam). Hij zegt in het Chinees (lang leve de Gids) dat ik dan hier niet weg kwam, draaide zich om en liep weg. Nou ja, die gast is gek. Prompt kwam er een ander uniformpje de auto binnen, bekeek de kaart en oordeelde ook dat dit niet kon. Ik kreeg ter plekke een ingenieuze ingeving. Pakte een schaar en knipte Taiwan uit de kaart. Ik zeg ‘hier heb je Taiwan, en nu is de kaart wel goed’. Daar had men vrede mee, en ik mocht de kaart weer ophangen. Vervolgens kreeg ik nog de vraag of ik niks had wat anti overheid was. Ze hadden mijn DVD’s gezien en vroegen zich af of er geen propaganda op stond. Nadat ik ze tevreden had gesteld mocht ik dit keer eindelijk wel gaan. Wat een maloten bij de grens, maar ik was China in.

Ik moest Taiwan uit de kaart knippen, de kleur stond china niet aan

Omdat het al bijna 5 uur was vandaag maar niet gaan rijden dus naar het Pamir Hotel gereden, TT een kamer van 80 Yuan, ik parkeren voor 20. En na een heerlijke maaltijd van vage groentes en zoetzure varkensvlees, lekker geslapen. Volgende dag vroeg richting Kashkar gereden. Dat was 300 km, op zich te doen. De weg was geheel perfect, daar kan elk land in Azië een putje aan zuigen.
De route begon stijgend tot een 4000 meter, wederom tussen besneeuwde bergtoppen door. Er zitten echt plaatjes van landschappen tussen maar ik ben bang dat foto’s ze geen recht doen. Dat is jammer. Daarna daalde de weg naar Kashgar, rijdend en dalend door een grote diepe kloof tot op 1600 meter de weg uitvlakte en de woestijn begon. De temperatuur was natuurlijk ondertussen flink gestegen maar door de auto beweging wel uit te houden het was ook een erg droge hitte. Een dik uur reden we door kleine akkertjes, kleine huisjes,, veel ezel-karretjes en moslim achtige mensjes die eenvoudig leefde van wat landbouw. Nogmaals de weg was uitstekend en het verkeer erg behoudend. In gemeentes reed men niet harder dan 40. Dat schoot niet op maarwas wel zo veilig.

Na wat zoeken in Kashgir bij het Seman Hotel geparkeerd. Men wilde in eerste instantie 40 Yuan voor het parkeren hebben. Toen ben ik weg gereden. Na wat heen en weer gesoebat 25 yuan afgesproken. Nog te duur maar ok.

Het bewijs, ik ben er echt geweest

In Kashgir moest de nummerplaat en mijn chinees rijbewijs geregeld worden dus wij de volgende dag, na een bezoek aan een gigantische supermarkt waar Appie een puntje aan kan zuigen, op naar het rijtuigen bureau. In die enorme Supermarkt wordt eerst je handtas of rugzakje in een soort stoffen overzak gedaan die dan vervolgens verzegerld wordt, daarn akn je die meenemen naar binnen. Pas bij de kassa wordt de verzegeling eraf gehaald. Verder kon je natuurlijk veel kopen, maar 80% van de spullen waren mij geheel onbekend. Een fles cola of een pak zakdoekjes kon ik nog wel herkennen, maar toen ik melk wilde kopen bleek er een aardbeien smaakje aan te zitten. Op veel producten staat niks in het Engels dus je hebt geen idee wat het is. Als je denkt het te weten, kom je bedrogen uit. In westerse wereld zou een drankje met rode verpakking meestal iets met aardbeien zijn of zo, misschien bessen. Hier kan dat rustig een tofu of zeewier smaakje hebben. En natuurlijk een heel ander aanbod. Rijen met bakken met kant en klare noodles en dumpling. Een heel gangpad met soja sauzen. Meters met diverse soorten samballen. En maar één klein potje met mayonaise.

Verder erg veel snoep, de chinees houd blijkbaar van zoetigheid
Verder veel vis, maar ook gore zeewier dingen, stinkende viezigheid, snel voorbij lopen.
Het kopen van meel was een hele toer. Ik had Ting Ting gezegd dat ik emel moest hebben, want goed brood hebben ze hier bijna niet dus dat maak ik dan wel zelf. Tja, dan blijkt de kleinste zak met meel 5 kilo te zijn. En op de vraag of het rijstemeel of tarwemeel was kon niemand mij een antwoord geven. Ja eum… gewoon, wit meel. Ja maar was is het van gemaakt dan… eum ja, van dat spul, waar wij allerlei dingen van maken. Dat soort conversaties schieten we niet mee op. Verder is Ting Ting erg behulpzaam hoor, alhoewel ze weinig gids werk doet.
Valt me ook op dat ik absoluut niks aan Godsdienst aan haar zie. Ze bid niet of praat er niet over, blijkbaar is het niet belangrijk voor haar. Toen ik het haar vroeg vertelde me ze doodleuk dat ze nergens in geloofde, alleen haarzelf. Ook dat is weer wennen want in de landen India Nepal en Pakistan staat religie op belangrijkheids plek nummer 1. Hier bungelt het er wat bij. Ga je toch van denken nietwaar. Hoe achterlijker het land, hoe belangrijker de religie. Of zou het andersom zijn?

Mijn Chinese nummer plaat

Bij het keurings station werd mij duidelijk gemaakt dat er twee dingen konden gebeuren. Of de man in kwestie komt even kijken en de papieren worden vervolgens uitgereikt, of de man komt kijken en ik moet een rem en rij proef gaan doen. De gast van mijn agentschap die alles zou regelen ging op stap met de papieren, ik moest wachten. Dat duurde een dik half uurtje, mar hij kwam gelijk terug met rijbewijs en nummerbord. Geen test, geen proef, geen kijken. Das het betere werk, Wel zat overigens al het publiek wat er liep aan mijn auto, het leek India wel. Laat het geen voorbode zijn, want ik heb een paar keer mijn stem moeten verheffen om mensen te vertellen van mijn auto af te blijven. Hierna weer terug gereden naar het Hotel. De middag lekker rond gefietst in Kashgir. Het is een levendige stad maar er valt niet zo heel veel bijzonders te zien. Een van de grootste moskeeën van China, maar die is niet mooi, een van de grootste standbeelden van Mao en verder veel, heel veel moderne winkels. Zeker op dat gebied evenaart China zeker het westen. Het oude Kashgar, waar dus niet veel meer van over is, doet erg denken aan Arabische of Afrikaanse steden. Vierkante huizen met hoge muren, opgetrokken van zandsteen. Kleine voordeuren, en als je dan naar binnen kijkt mooie binnenplaatsen en grote open ruimtes. Veel kleine sluip-door straatjes, veel mensen op straat.
Het moderne Kashgar heeft net als de meeste steden in China zeer brede straten met busbanen en fietspaden (straten als landingsbanen) . Er is veel volk op de been, de helft daarvan loopt of fietst met een telefoon aan het oor. En men heeft nog steeds het idee dat hoe harder je schreeuwt, hoe beter het is. Overigens rijden er veel mensen op de scooter of brommer. Niet een met een verbrandings motor, maar een elektrische. Ook vrachtvervoer gaat hier veel elektrisch met een soort elektrische bakfietsen. Ik denk van de 100 brommers/scooters/fietsen er hier zeker 80 elektrisch rijden. Dat is natuurlijk goed voor het milieu in de stad, alhoewel ik me afvraag of de elektra die het gebruikt niet meer vervuiling veroorzaakt dan als het een motor was. Maar de stad wordt er schoner door, das zeker. Je moet wel uitkijken als je oversteekt, want ook al hoor je niks aankomen, je kan nog ondersteboven worden gereden door zo’n elektrisch ding.

Bij een tentje op straat een drankje gedronken, Dan gaat er in een grote beker wel 20 soorten ingrediënten, ijs, vruchten, siroop en heel veel vage dingen, groene, rode, paarse. Het geheel is dan wel lekker, ik denk dat je het in Nederland niet verkocht krijgt.

In de laatste kloof voor Kashgar

In de avond Hot-pot gegeten. Je gaat een restaurant binnen, daar staan tig tafels met een heel groot gat in het midden. Daaronder straat een gasbrander. Je bestelt van een menu kaart (heb de eer aan TT gelaten, had geen idee wat ik moest bestellen) en in no time kwam er in het gat een grote soort magische soep ketel te staan. Deze was in twee helften gedeeld, de ene kant gewone soep, de andere kant hete soep. Er dreven wel 30 teentjes knoflook in per kant en allemaal vage kruiden. Snel kwamen er bordjes met vlees en groenten bij. TT kwakte onmiddellijk een flinke hoeveelheid in die soep. Denk aan champignons, een soort vlees rolletjes, kool, meel ballen (lees smakeloze meelballen), plakken radijs en nog een paar dingen die ik vergeet. Na dat prutje dan een paar minuten in je toverketel te hebben laten bubbelen, vis je ze er met je chopsticks uit (niet altijd makkelijk). Smaak was wel ok. Vond het een leuke gewaarwording, een soort chinees fonduen. Volgende keer eet ik echter liever weer gewoon Chinees.

Over luchtvervuiling gesproken. Het is hier helemaal de bom om te BBQ’en. Spies met vlees worden bij vrijwel elk restaurant voor op straat op het vuur gelegd. Veel van die vuurtjes geven een rook ontwikkeling af die vergelijkbaar is met een oude locomotief. Resultaat, al die mooie schone luchten worden toch weer vies.

Verder is hier alles wel erg schoon. Elke straat heeft zijn eigen straat veger/veegster, die met een grote bezem en een stofkap voor de mond elke stofje en vuiltje van straat veegt. Je ziet ook vrijwel geen afval liggen, dat maakt het redelijk aangenaam.

Er stond plots een Belgische landrover naast me, de eerste buitenlandse auto die ik hier zie. Het was een echtpaar met kind. Die waren op de bonnefooi uit Kirgizië binnen komen rijden. En hadden nu dus een dik probleem. Ze waren blijkbaar gepakt en mochten nu niet meer met de auto rijden op de weg in China. Ze wilde naar Pakistan, maar de Pakistaanse ambassade (voor een visum) zit in Beijing, en dat is 6000 kilometer verder. Er zit hun niets anders op dan naar Beijing te vliegen vanaf hier, een visum voor Pakistan aanvragen, dan weer terug en hier de auto op een vrachtwagen laten vervoeren naar de grens. Pff wat een gedoe. Vind het wel erg vreemd hoor, slecht voorbereid en doordacht (en dus duur). Ik zeg verder niks..

Wat me opviel is dat TT nog niet mijn toilet heeft gebruikt. Ik bied het haar ook niet aan , maar ze wil het geloof ik ook niet. Ze gaat of liever in de natuur, of ze zoekt een toilet elders. Het viel me ook op dat ik haar een glas bronwater in een glas aan bood en dat ze dat ook niet op wilde drinken, alsof ze vies van het glas was. Zou ze vies van buitenlanders zijn?

Wat dat laatste betreft zijn de Chinezen precies het tegenovergestelde van bijvoorbeeld de India’er. Die laatste vind een buitenlander boeiend, wil er (te) graag mee in contact komen en stapt zonder schroom op je af, ook al kennen ze geen woord Engels. De Chinees vind een buitenlander eng, misschien zelfs wel vies en houd liever afstand. De landen grenzen toch aan elkaar, en dan zo’n groot verschil, heel apart.

Chinezen zijn trouwens nog steeds stevige rokers. Het merendeel zie je met een peuk in de bek. Overal wordt gerookt, in restaurants en internet cafe’s, in bussen en soms ook in winkels.

Nog iets leuks gekocht dan. Wat dacht je van koffie kauwgum. Dat is misschien nog niet zo heel bijzonder. Maar wel koffie cola. Had ik nog nooit gezien. Ik zal je vertellen hoe het was als ie op is.

Nog een wetenswaardigheidje dan. Als je in China voor de overheid , het leger of sommige grote Internationale bedrijven werkt, krijg je, als je 60 bent, een pensioen. Niet 65, want dan zijn de meeste al dood. Werk je ergens anders of heb je een eigen bedrijf, pech, dan moet je voor je zelf zorgen. Dat betekend dus dat je familie voor je zal (moeten) zorgen.

Plan is om in een dag van Kashgar naar Hotan te rijden, de zuidelijke silk-route. Dat is 500 kilometer en probeer ik in een dag te doen. Daarna de volgende dag door naar Minfeng om dan de dag erna de woestijn over te steken (500 km alleen maar zand).

Overigens heb ik een Chinese sim kaart aangeschaft dus ben gewoon telefonisch bereikbaar. Iedereen kan en mag me gewoon bellen op +86-15899022434. Denk er wel om, ik leef 6 uur later dan in Nederland!!! (dus voor de rekenwonders, niet na 4 uur Nederlandse tijd bellen).