20070805 – Augustus 2007, China, Urumqi naar Lanzhou

Eind augustus 2007, China, Naar Lanzhou
Geplaatst op Sunday 09 September @ 02:41:32 GMT+1 door casper

De snelweg van Urumqi richting Lanzhou was toch nog niet helemaal af, daarom duurde die 2000 kilometer wat langer dan verwacht. Mijn eerste lekke band. Veel rijden. Héél veel rijden. Druiventeelt op z’n chinees, het wederzien van de Chinese muur en wat de Chinese handpalm lezer mij verklapte over de toekomst.

br>

Urumqi naar Lanzhou.
Op 29 augustus uit Urumqi vertrokken richting Lanzhou, met een geplande tussenstop halverwege. Tot Turpan was het bekende weg, ik was immers datzelfde stuk ook heen gereden. Hier geen verassingen dus. Turpan is het laagst stuk van China, met 150 meter onder zeespiegel ook een van de laagste stukken droog land op aarde. Gevolg is, dat het ook het heeste deel van China is, met in de zomer normale temperaturen van rond de 40 a 45 graden. Ting Ting had daar een bezoek aan gepland, ik zag dat eerlijk gezegd niet zo zitten. Op mijn vraag wat er te zien was in Turpan deed ze ook wat vaag, dus ik besloot om dat oord hard voorbij te rijden. Onder het voorbij rijden zag ik waarom het toeristen trekt, er is namelijk een enorme druiven teelt. Van die druiven word geen wijn gemaakt (alhoewel dat vast wel zal komen, want de druiven zijn vanwege het hete klimaat super zoet) maar de druiven worden gedroogd tot krenten of rozijnen. Dat gebeurt in speciaal hiervoor gebouwde ‘halve huizen’. Zo noem ik ze maar. Het zijn namelijk gewoon huizen maar elke andere baksteen hebben ze niet geplaatst. Door de gaten waait de droge woestijn wind en droogt die druiven in no-time. Nou, daar hoefde ik dus niet voor te gaan stoppen in die hitte. En maar goed ook, want ik had Turpan nog niet achter me gelaten of de mooie snelweg hield op. Dit ondanks dat mijn kaart een pracht van een snelweg aan gaf. Het werd twee baans. Deze was van redelijke kwaliteit, toch kost dat tijd. Immers ga je door dorpen heen (en dan mag je hier in China maar 40, zeer irritant maar waarschijnlijk wel terecht), hang je achter een vrachtwagen of heb je andere tijd rovende dingen die je bij een snelweg niet tegen komt. Het plan Hami te halen ging dus niet door, en 100 km er voor in een mini dorpje (eigenlijk een soort vrachtwagen chauffeur overnachting plek) gegeten en geslapen. Vandaag veel zand en grind gezien, geen spectaculaire uitzichten helaas.

Aparte graven.
Frappant was overigens dat het een dorp van 10 huizen was maar dat er achter in de woestijn een paar honderd graven waren. In China worden de meeste mensen verbrand maar er zijn er die liever begraven willen worden. Ze krijgen dan zo’n piramide van bakstenen (in deze regio dan) en een grafsteen er voor, de familie legt wat offers voor het graf, vaak voedsel of drank (sterke). Overigens was de uitleg voor de vele graven dat er 10 km verderop een fabriek was waarveel mensen dood gingen. Mmm, vaag, het bleek een gewone maïs fabriek te zijn, maar dan wel blijkbaar een heel gevaarlijke (killer-mais?)

Het landschap bleef overwegend saai, de weg steeg van de -150 meter naar 1500 maximaal en bungelde wat heen en weer daarna. Erg veel wind gehad weer, volgens mij wordt wind hier geboren. Dorre net geen woestijn-achtige landschappen, veel grint en zand.
De dag erop werd de weg slechter. We passeerden de provincie grens van Xinjang naar Gansu. Xinjang is de grootste provincie van China, heeft me dan ook een dikke week gekost er door heen te komen. Helaas had de nieuwe provincie andere maatstaven over wat een goede weg was en zakte de kwaliteit zo ver in dat het leek alsof ik in India was. Hele stukken weg waren weg, of het asfalt was zo opgehoopt door warmte en verkeer dat er enorme bulten in het wegdek zaten. Ik heb een partij lopen vloeken, helemaal toen er nog eens een tolpoort kwam en ik daar geld voor moest betalen. Dan is het jammer dat ik geen Chinees spreek. Alhoewel, een discussie met zo’n tol-miep haalt denk ik niks uit, ze snappen niks, willen ook niks snappen en enig Engels is natuurlijk al helemaal uit den boze. Jammer. In Pakistan ben je als toerist nog speciaal en kan je nog wel eens wat voor elkaar krijgen. Hier is, zoals TT mij meerdere malen verzekerde, iedereen gelijk.

Om half een besloot ik te stoppen om wat te eten, en toen ik uitstapte hoorde ik…ssssssssssssssssssssss. Ja hoor, een enorme bout in mijn achter band geperst. Een lekke band dus. Mijn eerste op de reis. Het moest natuurlijk een keer gebeuren, na 35.000 kilometer valt het nog mee en wat dat betreft was dit helemaal geen foute plek. Zonnig weer, net van de weg af, geen super haast, geen regen en zo. Omdat het de eerste keer is dat ik een wiel moet verwisselen duurde het wat langer dan normaal, toch had ik in twee uur de boel voor elkaar.

Het takelen koste het meeste tijd.
Het lange duurt het takelen van het reservewiel van het dak, en het weer optakelen van de lekke. Vooral dat laatste duurt al snel 20 minuten, daar moet ik eens wat op verzinnen. Je denkt toch ook niet dat TT ook maar een helpende hand uit stak. Ja, ze heeft, toen ik het haar vroeg, drie wielmoeren, die al los gedraaid waren, van de schroefdraad afgedraaid. Zooo, ze heeft daarna wel een halve dag moeten slapen in de stoel naast me om uit te rusten.

Langzaam door gekeuteld naar Anxi, waar volgens Ting Ting de snelweg zou beginnen. Geparkeerd achter een Hotel naast een banden reparatie ventje, ik denk dat is handig.
Had mijn auto nog niet stil of er kwam een zenuwachtige miep aanhollen. Buitenlanders waren hier niet toegestaan. Ik moest in het centrum, daar waren twee hotels waar dat wel mocht. Jezus, ik dacht dat China van die praktijken af was. Dus niet. De twee hotels waren natuurlijk stukken duurder. Maar ze hadden een lekker sweet-and-sour pork… zooo, om je chopsticks bij op te eten.

In de morgen terug gereden naar het banden ventje, Die had nog nooit het systeem van mijn banden gezien. Je hoeft bij mij slechts een metalen ring te verwijderen en dan kan je, als het goed is, heel makkelijk de band verwijderen. Omdat het de eerste keer is dat die band eraf gaat, ging het wat stroef. De banden lui begonnen gelijk de velg tegen de grond te smijten in de hoop dat de band los schoot. Na een keer of tig dit aangezien te hebben heb ik de groene zeep uit de auto gehaald, de zichtbare velg daar mee ingesmeerd, wat aanwijzingen gegeven en in no time was de band er vanaf, zonder al te veel kracht te hoeven zetten. Daarna was het snel geregeld en om 11 uur reed ik de super strakke snelweg op. Wat een genot.

Het koste wat tijd dit te bestuderen.
Dat hele band gedoe heeft me, met verwisselen en plakken er bij 5 uur gekost. Dat moet sneller kunnen, alhoewel ik hoop dat ik niet zo veel lekke banden krijg dat ik veel kan oefenen.

De weg waar ik op rijd is 4000 km lang. Vrijwel geheel verhoogd aangelegd. Op een grote zandbult. Wat gebeurt er als het regent, dan spoelt het water dat zand weg en krijg je dus een soort uitgesleten regen sleuven in de zijkanten van het taluud. Als je dat laat gaan is er na een paar jaar geen weg meer over. Dus wat doen de Chinezen, die zetten er een paar trossen mensjes op, die met de schep, dat taluud weer in orde brengen. Dus weg gespoelde zand omhoog scheppen en dan weer plat slaan met de schep. En dat 4000 kilometer lang. Taluud heeft twee kanten, er zijn twee rijstroken, dus dat is 16.000 km scheppen. En als het hard regent, kan je weer van voor af aan beginnen. Het zal je baan maar wezen.

China kan ook mooi zijn, er is meer dan alleen zand.
Langzamerhand kwamen er wat groene stukjes tussen het zand. Als er water was, is de omgeving erg mooi en groen, met fraaie akkers en bomen. Om 4 uur in Jiayuguan, waar ik een rust dag heb ingelast om een stuk Chinese muur en een oud fort te bezichtigen. Ook hier heb ik de eerste keus Hotel van Ting Ting niet geaccepteerd. Die had een hele vieze parkeer gelegenheid waar allerlei restaurants de achteruitgang hadden. Gevolg, hoop etensresten, stank, vliegen en lawaai. Aan de overkant van de weg was het 10 keer beter, dus snel verkast.
Op zaterdag was het een rustdag. Nou ja, dat is relatief, want als drukke toerist rust je nooit. Een rustdag betekent een rustdag van het rijden, en tijd om dingen te zien, inkopen te doen, indien nodig auto onderhoud, schoonmaken, enzovoort. Niet dat TT hier ook maar een vinger aan mee hielp. Het is ook niet haar taak, dat besef ik me, maar voor het ‘bondings process’ zou het wel helpen. Jammer dus. Ik stond dus al om half 8 de voorcabine aan de binnenkant van de dikke laag stof te ontdoen en de restanten te ruimen van bijna twee weken met z’n tweeën rijden. Je kent dat wel, plakkigheid, papiertjes, zakdoekjes, etc. Dat was in een half uurtje gepiept en om 10 uur afgesproken om met z’n tweeën naar de te bezichtigen toeristische attracties te gaan. Waarom met z’n tweeën? Ach, niet omdat ik verwachte enig hulp of uitleg van TT te krijgen. Ondanks dat ze hier al twee keer was geweest vermoedde ik niet dat ze er iets van weet. Nee, meer voor de goede orde denk ik. Als ik alleen had willen gaan zouden er wel eens wrijvingen kunnen onstaan, en dat wil ik niet. Moet nog 25 dagen met haar in de auto zitten. Het is een aardige meid hoor, maar er zit geen greintje initiatief bij. Ze heeft ook geen idee wat haar taak is of wat ik van haar verwacht. Als ik niks zeg, zal ze nooit zelf ergens over beginnen maar gewoon onder het rijden in slaap vallen, en dat kan ze de hele dag doen.

Het fort van Jiayuguan
Het Fort van Jiayuguan, stammend uit rond de 1300, was de verste uitpost van het Chinese rijk van oudsher. Het ligt in de Hexi corridor, een nauwe doorgang tussen twee berg ketens door. De Chinese muur loopt over de top van de twee ketens, om zo deze corridor als het ware te omarmen en hermetisch te kunnen dichtmaken. Goed gezien en dus erg strategisch. Het fort is pas geleden helemaal gerenoveerd, waardoor het een beetje steriel is geworden vind ik (ik weet niet hoe het er eerst uit ziet, maar nu allemaal iets te mooi). Toch wel indrukwekkend hoor, want de muren van het fort maken deel uit van de grote muur van China, die op zich al duizelingwekkend imponerend is.
Na het fort naar het stuk Chinese muur, wat ook geheel gerenoveerd is. Ook dit erg steriel, maar indrukwekkend. Beter om even naar de foto te kijken, dat zegt meer dan 1000 woorden denk ik.

En de muur natuurlijk in Jiayuguan
In de middag wilde TT haar eigen gang gaan. Ze wilde ook niet samen eten, dus mezelf vermaakt met wat winkelen, wat verse groenten gehaald op de markt (erg mooi paprika’s en joekels van tomaten en uien). De lokale markt is overigens erg leuk, verse noodle verkopers, hele plakken met Tofu, veel mooie groeten en fruit, vlees, vers gebakken brood in diverse soorten (maar bijna allemaal zoet), enfin, ik vermaak me er wel. Ondanks dat hier veel toeristen komen, zijn het voor 99,9 % Chinese toeristen, geen hond die engels poekelt. Jezelf verstaanbaar maken is dus vaak een taak apart maar kan erge leuke reacties opwekken. Zoals de juf van de wasserette, die geen woord Engels kon maar na een poosje ineens pardoes van 1 naar 10 kon tellen in het Engels. En trots dat ze was. Accent was bijzonder, en als ik niet wist dat het Engels was zou het ook laag Brabants of hoogs Estlands kunnen zijn, maar toch leuk.

Ik sta achter op een parking van een hotel. Aan de voorkant zijn er vier …eum… kappers. Alleen knippen ze niet. Ze hebben posters van kussende mensen hangen, en als er een klant komt om… zijn haar te knippen (het zijn altijd mannen, raar he) dan gaan ze naar boven. Nou ja snapt het, het zijn gewoon de hoeren dus. En dat kan hier, is ook normaal, doet niemand moeilijk over. Kan je van de buurlanden niet zeggen. Waarschijnlijk is het in elk land wel beschikbaar, maar niet zo open als hier.

Ze hebben hier in deze stad, maar vast in alle Chinese steden, enorme woonblokken. Het zijn de moderne versies van de oud-oostblok achtige woonflat batterijen. Meer modern omdat er wat groen tussen zit en de flats er fleurig en goed onderhouden uit zien, maar er staan zo 50 van die gigantische torens op een rij. Ik zou er niet willen wonen maar voor de Chinees is dit walhalla geloof ik.

De weg verder naar Lanzhou duurde twee dagen, over erg goede snelweg. Op een paar stukjes na dan, maar die waren ook wel redelijk. Op een paar stukjes na dan. Hehe, nee echt, de weg was redelijk, het vervelende is dan altijd dat je wat tempo gaat maken en dat er dan net een flinke hobbel om de hoek zit. De weg volgde hele stukken de Chinese muur. Maar dan niet de fraai herstelde muur zoals de toerist ze kent, maar helmaal vervallen, afgebrokkelde muur, alsof de regen alles heeft doen smelten. Muur ziet er ook heel kwetsbaar uit, maar hij staat er al een paar honderd jaar dus het zal wel gezicht bedrog zijn. Een leuke tussenstop in Wuwei, ondanks de wat aparte parkeerplaats (op een parkeer terrein, achter een hotel, diende gelijk als garage werkplaats). De beheerder van de parkeerplek was een echte oude chinees, bijzonder vriendelijk en een bek vol rotte en metalen tanden (net als zijn vrouw trouwens). Kreeg een warme aardappel van hem, dat was zijn avondeten en hij wilde dat wel delen.

De oude man, en de bekende badkamer tegeltjes op de achtergrond
Na het avondeten wilde we naar het centrum toe en ik hield een taxi aan. De man stopte maar het bleek helemaal geen taxi te zijn, De auto was wel het zelfde model en ook bijna de kleur van de taxi’s in Wuwei, maar het was een gewone privé persoon. Maar voor 4 yuan wilde hij ons wel meenemen. Ting Ting kwam niet meer bij van het lachen, voor het eerst dat ik haar zo onstuimig heb horen giechelen. Wuwei bleek een heel leuk centrum te hebben en een bijzonder levendige nacht markt. Daar kijk je je ogen uit en lopen je af en toe de rillingen over de rug als je ziet wat er uitgestald ligt bij de etens tentjes. Ik bedoel, van kippenpoten (en dan bedoel ik de echte poten) en varkensoren of neuzen lig ik al niet meer wakker. Beginnen er zelfs smakelijk uit te zien hehe. Maar hier lagen geheel gebraden geiten koppen, uiteraard met ogen, tanden en hersens er nog in, anders zijn ze niet lekker natuurlijk. Ging me net even te ver.

Lekkere geitenkop van me…
Mensen in Wuwei waren vriendelijk en het was er erg gemoedelijk, ondanks dat ze weinig toeristen zien hier. Om de een of andere reden was het paard van Wuwei erg belangrijk en diende als symbool voor heel China… dus, hier is dat paard. (die foto houd je tegoed) Na Wuwei bleef het snelweg alhoewel wel van mindere kwaliteit met erg veel spoor vorming, soms zeer extreem. Gelukkig is het niet druk op deze wegen dus kan je hele periodes gewoon aan de linker kant gaan rijden. 175 km voor Lanzhou ging de weg een berg keten door, mooie groene bergen en de weg was bijzonder fraai (de weg ging tot 2600 meter hoog). Hier werken boeren op het veld. Niet zoals in Nederland met de tractor, maar alles met het handje, soms geholpen door een paard of ezel. Hierdoor zijn de akkers in verhouding erg klein van formaat. Dat dan zorgt dat je een hele bonte verzameling van verschillende gewassen hebt en dat maakt het zich alleen nog maar leuker. Mais, gele mosterdbloem (denk ik), koren, uien etc. Helaas niet altijd tijd om hier op te letten omdat de weg soms verraderlijke hobbels cq gaten had.

Chinese kunst.
Vlak voor Lanzhou was er ook zo een, met gevolg dat wederom mijn scooter drager een schuur vertoonde. Gelukkig wist Ting Ting in Lanzhou een goede techneut, dus voor het Hotel te hebben opgezocht naar Leen de Lasser, broertje van Bob de Bouwer? Die laste de hele boel weer aan elkaar, ondertussen ging ik op jacht naar spiegels en luchtleiding. Een zoektocht die ik met goed gevolg afsloot. Let wel, naar die luchtleiding was ik al bijna een half jaar op zoek. Ik kocht ook een joekel van een spiegel en een bolle spiegel, bij elkaar voor 5 euro. Het lassen zelf was 3 euro.

Het hotel, vrijwel naast het centraal station, bleek het parkeerdek te vervangen waardoor parkeren wel ging maar verre van ideaal. Naast een vieze afval put en, zoals je verwcht in het centrum, super veel herrie. Toen ik even later op het verse parkeerdek liep kwam er een ventje mij vertellen dat ik hier absoluut niet op mocht lopen. Ik antwoordde hem iets onvriendelijks in het Nederlands. Vervolgens ging ie zelf als maar op dat verse parkeerdek lopen, alle werkers liepen er over, half Lanzhou volgens mij ook. Heb hem nog eens in het Nederlands verteld dat ie een vieze poepchinees was. (lucht op hoor). Heel stiekem hoopte ik dat ie Nederlands zou verstaan. 

Ik probeer altijd de plaatsnamen in het Chinees te onthouden. Hier naar het oosten zie je wel regelmatig ook Engels op de borden maar het is erg sporadisch. Ik kan niet altijd wijs uit de symbolen dus verzin zelf maar een uitleg. Zo zijn de symbolen van Lanzhou een graspol met twee streepjes eronder en twee ventjes die bij een praatpaal staan. Je mot wat he.

Als ze in China het getal 10 uitbeelden, op de markt of zo, doen ze dat door met de ene wijsvinger op de andere te tikken. Ik zou denken dat ze daarmee een half bedoelen, maar ze bedoelen echt 10. In India doen ze dat door met gebalde vuist ineens alle vingers te strekken, en dat twee keer te doen. Ja, ik moet een hoop onthouden. Hoe zouden ze een half uitbeelden in China?

Ging ik met TT een restaurant in voor het avondeten (ik heb nog geen een keer zelf gekookt in China), bestelde ze varkens vlees voor mij. Ik vond het best, vind alles lekker, maar wat bleek, het was varkens VET. Ja, was goed voor de huid zegt ze. Ik hoefde het niet, dus zij heeft het op gegeten. Een heel bord, met minsten een kilo varkens vet, met vel eraan. Brrrrr, om van te rillen. En om nou te zeggen dat ze de volgende dag een perziken huidje had…. Neee.

Er zijn hier twee grote tank station ketens. Tenminste, in dit gedeelte van China. Een is PetroChina, de andere Chinopec. Ik vermoed dat de ene door de staat wordt gerund, de andere door de Opec. Dus als ik ga tanken moet ik afwegen of ik mijn geld naar de Chinese overheid of naar de Opec stuur. Heb maar consistent voor de Chinese overheid gekozen. Hoe verder ik naar het oosten ga, hoe duurder de diesel word. Begon het bij 4.4 yuan per liter (ongeveer 40 cent), nu zit ie op 4,60. Dit schijnt te komen omdat alle olie in het oosten wordt gewonnen en dus de transport kosten hier naar toe komen er boven op.

Alles in China staat in het teken van de Olympische spelen. Dat was drie jaar geleden ook al zo, nu des te meer. Het is bewonderenswaardig hoe ze een land in zo’n korte tijd voor dat evenement hebben klaargestoomd. Elke grote onderneming in China is sponsor en laat dat ook duidelijk weten op vlag en wimpel. In de kranten, elke dag wel iets over de spelen. In elke winkel kan je wel t-shirtjes, bekers of andere goedbedoelde zooi kopen. Bij de bus hokjes posters. Op tv wordt iedereen aangespoord een paar woordjes Engels te leren voor als straks de toeristen komen. Men wordt verzocht niet te spugen roggelen of urineren ‘en publiek’. Enfin, het hele land is al heel lang in Olympische stemming. Vraag me dan ook af, als straks de spelen over zijn (die vast en zeker perfect zullen verlopen) of heel China dan niet in een soort zwart gat zal duiken. Geen doel meer om na te streven, geen trots gevoel meer. Geen nationaal gevoel. Ik ben benieuwd.

China heeft absoluut geen brood cultuur. Toch zie je hier en daar wel brood liggen in de winkels, buiten de gefrituurde broden die je her en der op markten ziet. Al die broden zijn zoet. Ze zien er vaak niet zo uit, maar na een hap heb je er genoeg van. Bah. Zelfde geld voor yoghurt. Net als in Nepal is die standaard zoet. Je kan ze in de winkel kopen met of zonder suiker. Echt dat staat er op, TT heeft het voor me vertaald. Zonder suiker is zoet, met suiker is mierenzoet. Ook light producten zijn hier nog onbekend. Cola-light, helaas dus. Alle drankjes, en ze hebben er hier héél veel verschillende, zijn super zoet. Daar gaat mijn streef gewicht..

Was al vroeg wakker. De India’ers kunnen herrie maken, de chinezen doen het beter. Om 6:45 begon er een gast met megafoon op standje 10 zijn waren aan te smeren. Dit natuurlijk vlak bij mijn auto. En dat klinkt hard hoor. Die megafoons, dat is een echt Chinees ellendige trekje. Alle tourgroepen met chinezen hebben een reisleider met een megafoon. Toen ik aan Ting Ting vroeg waar dat nou voor nodig was al die herrie zegt ze dat dat is anders horen de mensen de reisleider niet. Op mijn vraag waarom die Chinees dan niet even stil is zodat ze die reisleider wel kunnen horen moest ze alleen maar lachen. Chinezen , stil zijn? Hahahah. De chinezen zijn herrie makende megafonofielen.

Lhanzou in de luchtverontreiniging.
Op mijn vrije dag (ahum) Lanzhou verkend. Het is niet echt bijzonder. Het ligt in een dal, ingeklemd tussen hoge heuvels. Hierdoor schijnt de stad bijna 20 kilometer lang te zijn, heb het maar niet uitgetest. Nadeel van zo een locatie is dat als het niet waait, de luchtvervuiling lekker in dat dal blijft hangen en alles erg wazig is. Zo ook vandaag. Lanzhou heeft veel gedaan om de lucht schoon te houden, zoals trolie-bus als openbaar vervoer, maar het mag niet baten.
Met de kabelbaan de gele rivier over naar een leuk park gegaan met prachtig uitzicht over de stad. Door de luchtvervuiling was dat uitzicht wat beperkt. Na het eten van een zwart ei (gekookt met vage kruiden) en het drinken van een nog vager kopje thee, terug gelopen, via parkjes, tempeltjes en berg paadjes.

Vage bakkies thee
Was leuk, ook al omdat het goed weer was. Halverwege zat een handlezer, dus mijn hand maar eens laten lezen. En verrek, hij had nog gelijk ook. Hij zei letterlijk: Je bent goed in je business, je bent rijk geworden tussen je 28 en 38ste. Je bent een eerlijk man, je zal nooit iemand bedriegen. Je wordt over de 90 jaar. Je moet uitkijken in het verkeer de komende tijd. Volgend jaar juni-augustus zijn je ‘lucky’maanden. En daar kon ik het mee doen, als ik meer wilde weten moest ik meer dokken. Heb het maar zo gelaten, is wel spannend.

In de middag een nieuwe broodrooster gekocht (van Philips natuurlijk) en wat rondgelopen. Nieuwe spiegel gemonteerd (die gelijk stuk ging, Chinese kwaliteit is dus nog steeds pet).
Bij het avondeten moest TT weer eens wat vies bestellen, varkens ingewanden. Ik heb er zelf ook maar een hapje van genomen. Door de vele kruiden smaakte het ieder geval niet vies, maar het idee stond me toch tegen. Ik heb een kwabje en een darmpje gegeten. Jammie..

Dacht niet dat ik het al verteld had, maar de schoolkinderen in China zijn verplicht een maand militaire trainning te ondergaan. Ze dragen dan een maand lang leger kleding (zowel thuis als op school) en afhankelijk van de school krijgen ze een aantal weken militaire oefeningen. Dus marcheren, opdrukken, weer marcheren, kniebuigingen etc. TT vertelde me dat zij het 3 weken heeft moeten doen, van 7 uur in de ochtend tot 7 uur in de avond. Het is verplicht en goed voor je. Zal wel.

Zo gelooft TT ook stellig dat Tibet een onderdeel van China is en dat China Tibet helpt. Over bezetting of inval, geweld of leger wilt ze niks horen of geloven. Zelfde geld voor Taiwan trouwens. Als ik haar de westerse versie van het verhaal vertel gelooft ze er geen woord van. Tja, dan houd het snel op.

Viel me op dat de Chinese jeugd niet meer zo klein is als de vorige generatie. Sterker nog, ik zag een schoolklas waar de kinderen de grote van westerse kinderen benaderde. Niks klein Chineesje meer.

Vanaf morgen richting Chengdu rijden, dat wordt weer een nieuwe ervaring. Geen snelwegen meer, maar berg weggetjes. Verwacht er 3 dagen over te doen, ik meld me dan weer.