20070906 – September 2007, China, op naar Kumming

Half sept 2007, Op naar Kumming
Geplaatst op Thursday 20 September @ 07:43:24 GMT+1 door casper

Reis om de wereld vanaf 2006 Van Chengdu naar Kumming. Via de toeristische plaatsen Lijiang en Dali. Het leek alsof ik in Holland was, zoveel Nederlanders kom ik hier tegen. De Chinese tourgroepen overheersen echter alles, gidsen met megafoons en asociaal gedrag.
Uiteraard schandalige slechte wegen gehad, maar ook (een paar) hele mooie. En als de wegen dan mooi zijn, zijn ze ook prachtig, met uitzichten waar je een week zou kunnen blijven om te kijken. Heel slecht weer gehad, maar ook de zon gezien. Relatie met Ting Ting werd er niet beter op.

Chendu naar Kumming.
Om 7 uur uit Chengdu vertrokken, zo vroeg op verzoek van Miep TT, anders zou het verkeer te druk zijn. Ik denk dat er een andere reden was want we zaten in no time op de snelweg, ik kon de weg wederom beter vinden dan zij. Eerste stuk snelweg voerde naar het zuiden naar de lokale weg 108. Naar Ya’an om precies te zijn. Tang Jun had me verteld dat er problemen waren daar en we beter om konden rijden maar TT besloot anders. Het grootste gedeelte van die weg 108 was vandaag goed, dus ik geef TT gelijk (voor het eerst). De weg voerde door mooi gebied, van die ronde bergen die je alleen in dit deel van de wereld ziet. Alles vol met groen alsof er niks anders bestond. Helaas regende het vrijwel de hele dag en was er veel laaghangende bewolking waardoor het een zeer apart landschap was maar ik denk niet zo mooi als dat het met helder weer geweest zou zijn. Een paar bergpasjes van 2200 meter deden mij de das niet om, er was niet te veel verkeer en ik genoot. Dit is prettig rijden zo, alhoewel, na de 85ste haarspeld bocht begon ik wel spierpijn te krijgen hehe.
De weg voerde door veel dorpjes en heeft erg veel bochten, dat haalt je snelheid er wel een beetje uit. Om de bocht heen kan een geparkeerde auto staan, een oud vrouwtje oversteken (en die gaan langzaam hoor) of een schoolklas met kinderen staan. Ben ze allemaal tegen gekomen hoor.
Hier zie je ook wel weer dat ook de plattelands chinees geen benul van verkeer heef. De 108 is de hoofd doorgang route in dit deel van noord naar zuid. Maar, in de dorpjes zal men rustig de markt midden op de weg zetten waardoor je dus met je auto DWARS door de markt moet. Of men parkeert de auto midden op straat, steekt gewoon over zonder te kijken. Het lijkt echt India wel. Men reageert ook niet op een claxon alsof men doof is, heel apart. Minder prettig was dat ik een oude man op een fiets zag, en die werd door een luid tuterende (mij tegemoet komende) vrachtwagen met de achterwielen geschept. Ik schrok me wild, zag die man onderuit gaan, zag die fiets onder de vrachtwagen verdwijnen en toen die vrachtwagen voorbij was (maar vanwege wild gebarende omstanders wel stopte) zag ik die man plat op de grond liggen. Kreeg gelijk visioenen van plat gedrukte ledematen. Als een wonderston de man na 20 seconde ineens langzaam op. Hij moet echt meerdere bescherm engelen gehad hebben. Zijn fiets was niet alleen total-loss, maar geheel plat. Zadel, trappers, alles was plat alsof er een wals over gereden was. Zo te zien had de man alleen een kleine hoofdwond. Hij werd in de vrachtwagen geladen, waarschijnlijk om naar een doctor of ziekenhuis te gaan, en ik kon weer door rijden, wel met de schrik in mijn ledematen.

Het water spoot overal vandaan.
Helaas was TT weer eens super stil, ook bij het ongeluk van die man kwam er geen woord over haar lippen. Besloot ter plekke om het hele kind maar te vergeten. Als ze wat wilde moest ze het maar vragen. Ik zal verder niks meer van haar verwachten of aan haar vragen (tenzij niet anders kan). Ik doe gewoon alsof ze er niet is. Dat beviel zo vandaag wel goed. Dus vanaf nu rij ik (denkbeeldig) weer alleen, Blijkbaar is het begrip ‘gids’ tussen de westerse en oosterse cultuur heel anders. Zo anders dat ik er ieder geval geen vrede mee heb dat iemand, die ik 50$ per dag MOET betalen, als een dood lijk naast me in de auto zit de hele dag. Zeker niet nadat ik al eens duidelijk gesteld heb dat ik graag heb dat ze communiceert. Als ze dan een dood lijk wil zijn, dan zal ik haar ook zo behandelen.

40 Km voor Shimian stond er een mega file van wel 300 vrachtwagens. Bij navraag bleek dat er om de beurt, dan van de ene kant, dan van de andere kant, verkeer werd doorgelaten omdat er op dit stuk erg veel landslides waren geweest. Dit moest dus het stuk zijn waar Tang Jun mij voor had gewaarschuwd. Wel 2 uur in die file gestaan totdat het verkeer langzaam op gang kwam. Duurde nog tot 8 uur voor ik bij een Hotel in Shimian was. Het Hotel van TT afgewezen vanwege parkeren aan de straat (tussen het vrachtverkeer), en een ander hotel gezocht. De weg in Shimian was de slechtste die ik ook gezien had. De weg was van beton maar dat beton was helemaal gescheurd en grote delen waren helemaal ingezakt. Die grote brokken beton waren tot 20 soms 30 cm diep weg geduwd door zwaar vrachtverkeer vermoed ik (en slechte constructie), vanwege de regen zaten die gaten ook nog eens vol met water, zoek maar uit hoe diep. Over een stuk van 1 km heb ik wel een kwartier gedaan.

Heb het idee dat mijn versnelling bak kuren aan het krijgen is (km stand 38870). Het schakelen gaat steeds moeilijker, zeker het terug schakelen. Krijg de auto af en toe niet meer in zijn 1, ook de 2 is zwaar. Moet het morgen eens aanzien, maar laten we in Godsnaam hopen dat als ik echt problemen krijg, ik dit niet in China krijg maar het uit kan zingen tot bijvoorbeeld Thailand of Vietnam.

Gegeten in het restaurant van het Hotel. Restaurants zijn hier vaak kale zalen zonder versiering er in, meestal betegeld met de bekende Chinese witte badkamer tegeltjes. Er staan dan een paar tafels en stoelen. Alles klinkt alsof je in een leeg zwembad zit te eten. Het is erg sfeerloos. Vaak staat er dan nog een TV te galmen (men kan hier niet zonder TV). Meestal legt men, voor je gaat eten een soort dun plastic folie over de tafel hen. De Chinees dondert namelijk alles wat ie niet lust gewoon op tafel, of hij spuugt het uit. Handiger dan de tafel te moeten boenen is zo’n plastic hoes, die gooi je met etensresten gewoon weg.

Een super rage in (stedelijk) China zijn vertaal computers. Elke winkel bied tientallen modellen van vertaalcomputers aan. Ik heb demonstraties gezien en heb me wel rot gelachen hoor. Ik dacht namelijk eerst dat die dingen elektronische agenda’s waren. En omdat ik knoppofiel ben stapte ik op zo’n demonstratie af. Ik was gelijk een willig slachtoffer natuurlijk. De demonstratie juffrouw liet me vol trots zien dat behalve van het Chinees naar het Engels, het ook anders om kon, dat zou heel makkelijk voor mij zijn zegt ze. Dus ik vraag, vertaal dan een voor mij ‘Ik houd van China’. Zou ze op mijn gezicht hebben gezien dat ik loog? ( haha). Het duurde namelijk bijna 15 minuten voor de juf er een zin in het Chinees uit had. Alle toetsen op het ding waren in het Chinees dus kon haar natuurlijk niet helpen. Op de vraag of die knoppen ook in het Engels kon schudde ze uiteraard van Ja, maar ze wist niet hoe dat moest. Heb er maar geen gekocht en met een net ‘She-She’en Tsajtien’ afscheid genomen. (oh, voor de Chinese analfabeten onder ons (tut-tut) betekent dat Bedankt en Tot ziens).

Ok, dan nog een biecht. Ik zeg dit tot God en iedereen die het wil horen. Snik.., het spijt me. Ik ben in Chengdu 2 keer naar de Mcdonalds geweest. Het spijt me, mia culpa, ik zal het nooit meer doen. Ben ik nou vergeven?

Het eten bestellen in een restaurant in China is niet makkelijk. Ik heb nog niet echt vies gegeten maar ben wel een paar keer, eum, laten we zeggen flink verrast. Zoals die keer dat ik een restaurant binnen stapte en ik op een tafel bij mensen,die net opstonden om te vertrekken resten van een heerlijk uitzien gerecht zag. Leek op gebakken aardappels met vlees. Er was nog flink wat over bij die mensen, dus ik wees op dat eten en gebaarde dat ik dat ook wilde. Haha, volgens mij namen ze dat iets te letterlijk op. Een paar minuten later al kreeg ik een dampend, joekel van een bord, met datzelfde eten. Het bleek wel lekker vlees te zijn, maar de aardappels waren dat niet. Het was gebakken brood, soort gebakken toast. Dat was in het vet gebakken, en toast zuigt dat natuurlijk heerlijk op waardoor het droop van het vet. Wel erg lekker trouwens, maar toch maar alleen het vlees opgegeten. Toen ik later weg was, bedacht ik me ineens dat ik dat eten wel erg snel opgediend kreeg. Vermoede dan ook ineens dat ik het achtergelaten maaltje van de ander eters had hekregen. Haha, dom, ja moet je er ook maar niet naar wijzen. Dan krijg je wat je wilt.

Zoals je weet zijn de Chinezen de uitvinders van de ‘instant-noodles’, zeg maar die pasta waar je met het opgooien van een beetje water, na 3 minuten een best smakelijke maaltijd hebt. Die man die dat uitgevonden heeft, en er schatrijk van is geworden, is pas overleden, hele land in de rouw. Maar naast die noodles hebben ze tegenwoordig veel andere instant-dingen. Met het opgooien van een beetje water kan je hier nu bijvoorbeeld dumplings eten, rijst noodles, allerlei hele vage soorten soep waar allerlei hele foute dingen in drijven. In de supermarkten zijn er rijen van deze ‘maaltijden’ te verkrijgen en ze zijn heel populair bij de Chinees. Ze zijn natuurlijk ook makkelijk, heet water is overal wel te krijgen.

Bij het maken van nieuwe snelwegen, wat hier in rap tempo gebeurt, gaat de Chinees rigorues te werk. Hele bergen worden opgeblazen, halve steden gesloopt. Staat je huis in de weg van een te bouwen snelweg? Jammer dan. Kaboem, weg huis. (doet me denken aan de Hitchhikers guide to the Galaxy). Zo zie, net overigens als in India, veel huizen langs de snelweg die half afgehakt zijn. De ene helft stond in de weg, hoppa, bulldozer er tegen aan. De ander helft mocht blijven staan, en daar wonen de mensen dan nog gewoon in. Ze hebben vaak niet anders. Geeft een andere betekenis aan het woord doorzon woning…volgens mij heet het hier een doorkijk woning.

De volgende twee dagen waren zwaar. Dit vanwege de constante regen, de slechte wegen en de vele af te leggen kilometers. De weg werd vaak overspoeld door stromend water. Meerdere malen werd er zoveel puin meegesleurd dat er een bulldozer aan te pas moest komen om de weg weer begaanbaar te maken. Soms ook kolkte er gewoon een halve rivier over de weg. Dan is het lachen om die kleine trutteschudder auto-tjes er angstig doorheen te zien rijden, bang dat ze met de stroom worden meegevoerd. Daar heb ik geen last van. Overigens stroomde het water overal naar beneden, de watervallen waren niet te tellen, sommige echt mooi.
Er zijn in China erg weinig plekken om te stoppen langs de kant van de weg. De Chinees zelf zet zijn auto gewoon stil midden op de weg maar ik vind dat geen prettige gedachte. Aan de wegkanten zijn vaak diepen goten gemaakt om water af te voeren, daar kan je dus niet over heen. Plek is er bij opritten van huizen maar je kan moeilijk je auto even voor iemands huis neerplanten. Dan heb je plek bij restaurants en winkels en zo, maar die vinden het vaak niet leuk als je een auto voor ze zet zonder dat het business op levert. Had al eens ruzie met een of andere kenau wijf die al schreeuwend mij gebood mijn auto te verplaatsen. Niet vragen, nee, schelden en schreeuwen. Tja, dat kan ik ook, dus heb maar eens op volle borst terug lopen schelden in het Nederlands. Lekker hoor. Maar toch mijn auto wel verplaatst, het was ten slotte haar grond (neem ik aan). De buren, waar we zaten te eten vertelde later dat ze weinig vrienden had. Haha, echt?

Kwam erg veel vrachtwagens met rode pepers tegen, blijkbaar wordt dat in deze contreien verbouwd. Ik heb niet geteld maar ik denk wel een vrachtwagen of 50, ieder van minstens 10 ton rode pepertjes. Het vage is dat ik zo af en toe zo’n wagen bij de water mensen zie staan, die dan die pepers natspuiten. Dacht eerst om ze schoon te maken maar ik heb het vermoede dat die pepertjes gaan ‘broeden’ net als bij hooi. Het word warm en als je niet op pas vliegt het in de fik. Zag namelijk een half uitgebrande peperauto staan. Hete bende.

Op zondag doen ze altijd een Tai-Chi dansje op het centrale plein.
Reed nog bijna tegen een Chinees aan. Er was plots een halve kant van de weg geblokkeerd door wat vallend puin en er was van de andere kant al een vrachtwagen dat stuk aan het rijden. Ik moest een tiental meters achteruit om die vrachtwagen te laten passeren en omdat de weg omhoog ging liet ik mijn auto gewoon achteruit zakken. Had er niet aan gedacht dat er iemand achter mij zat. Hoorde de tuter wel maar dacht er in eerste instantie niet bij na. De tuter bleef aanhouden en ineens klikte het. Duwde mijn rem onmiddellijk in, keek in de achteruit camera en zag een auto onder mijn fiets staan. Het bleek dat ik hem tot op 3 mm genaderd was. De man stapte boos uit en begon al in het Chinees tegen me te blazen, dus ik met mijn vriendelijkste gezicht zeg sorry, ik zag u niet. Hij kreeg door dat ik buitenlander was, maakte een ‘laat maar zitten’ gebaar en stapte weer in. Pff, dat was randje.
Ondertussen was TingTing ernstig aan haar hak aan het krabben, met andere woorden, ze was weggedoken. Daar heb je wat aan zeg. Bij navraag bleek dat als ik wel een deuk had gemaakt, ik ter plekke had moeten betalen. Van verzekering had ze nog nooit gehoord.
Plots kreeg ik een stuk snelweg van 80 km, de rest was nog in aanbouw. Omgeving was aardig, niet spectaculair en de weg kronkelde zich tussen en over bergen en door dorpjes.

De vierde en laatste dag naar Lijiang was spectaculair. Het weer was een stuk beter, zelfs af en toe zon. De stad Panzhihua is een centrum van staal Industrie en enorm groot. De vervuiling is hier zo erg dat de mensen er 10 jaar korter leven, maar er is wel werk.
Hierna werd het genieten want de weg was smal maar van redelijke kwaliteit en de omgeving was super mooi. De weg voerde dwars door bergen, ging tussen de 1200 en 2700 meter op en neer. Prachtige vergezichten, wonderschone omgeving, echt om te zoenen. Die akkers blijven zo mooi, de rijstvelden zijn nu geel, en, zoals ik al eerder had gezegd, zijn de akkers klein en heel gevarieerd en dan blijft die lappendeken mooi om er naar te kijken.

Rijstvelden, schitterend gezicht.
Van grote hoogtes is het zelfs schitterend. In dit gedeelte ook veel tabak, uiteraard maïs en aardappelen, maar ook Mango’s en andere vaag fruit.

Kreeg nog contact met een Franse vrouw. Ergens midden in de bush-bush wat gaan lunchen. Ik verwachte elk moment Patrick & Sophie tegen te komen die in deze contreien aan het fietsen zijn (tenminste, volgens de laatste berichten). Die had ik eerder in Nepal ontmoet. Had aan Ting Ting gevraagd dat als ze een buitenlandse fietser hier zou zien, ze moest gillen. Toen ze dus die Franse vrouw zag sprong ze op de weg en stopte die vrouw. Haha, mens snapte er niks van maar na even toch leuk staan kletsen. Die was dus in haar uppie al vanuit Mongolië en door Rusland heen, Knap hoor. Maar ze gaf ook toe moeite te hebben in China omdat mensen erg afstandelijk zijn.

Erg moe kwam ik aan in Lijiang na 4 dagen zwaar rijden. Lijjan ligt tegen Tibet aan, wordt bewoont door de Naxi’s, een minderheids hier in China, die overigens ook Tibetaans spreken. Mooie mensen met prachtige klederdrachten, zoals de foto’s straks wel zullen uitwijzen.

De oude stad van Lijiang.
Vroeger was Lijiang een echte backpakkers stad, rustig, goedkoop en mooi. Helaas ontdekte de Chinese toerist het en dat had in eerste instantie desastreuze gevolgen (niet dat die backpakkers altijd zo heilig zijn hoor.) In Lijiang is een groot deel van de oude stad bewaard. Prachtige mooie architectuur. Er naast ligt het nieuwe Lijiang, zoals elke Chinese stad, hoge flatgebouwen en huizen met witte badkamer tegeltjes. In 1996 trof een aardbeving de stad en geheel nieuw Lijjang werd plat gegooid, oud Lijjang had nergens last van. Beijing heeft hier van geleerd en een nieuw-nieuw Lijiang gebouwd, naar het model van de oude. Ook hebben ze het oude gedeelte prachtig gerestaureerd. De opzet is goed doordacht, niet alleen qua verkeer, (in oud Lijiang mag je alleen lopen, zelfs niet eens fietsen) maar ook wat betreft overnachtingen en bereikbaarheid.

Oud Lijiang is erg pitoresk.
Tja, en toen werd Lijiang alleen maar populairder bij de Chinese toerist. Hoe mooi Lijiang ook is (want het is echt schitterend), de Han-Chinese ondernemer en toerist domineren het gebied. In elk pand een winkeltje met goedbedoelde Chinese prullaria. Het mooie centrale plein, zo staat er in mijn 5 jaar oude Lonely Planet, word bevolkt door lokalen die er een potje kaarten of Mahjong spelen. Ja haha, dat was 5 jaar geleden. Nu lopen er hordes met Chinese toeristen met camera’s, is er geen lokaal meer te bekennen. Gelukkig kun je die nog wel vinden hoor, je moet wat afstand nemen van de drukte.

Lekker moeke.
Zoals gezegd, prachtige architectuur, leuke kleine straatjes met kinderkopjes, dit alles aangevuld met stromend water dat overal langs de huizen stroomt en vroeger voor drinkwater zorgde (en volgens mij nog steeds). ‘s nachts is de stad prachtig verlicht, dat hebben die Chinezen perfect voor elkaar. Ze kunnen het wel als ze willen hoor. Jammer dat het een soort Disneyland is geworden. En dat is dubbel zo in de avond.

Dansen in lokale klederdracht.
Er is een straat van denk ik wel bijna een kilometer, in het midden doorklieft door een klein beekje. Aan beide kanten bevinden zich restaurants, ik denk bij elkaar wel een stuk of 100. Allemaal hebben ze dezelfde rode lantaarns buiten hangen en de rode-gloed verlichting zorgt voor een heel bijzonder sfeertje. Ik denk dat de Chinezen, als motten, door het rode licht worden aangetrokken. Duizenden, misschien wel tienduizenden Chinezen lopen door dat straatje in de avond, het ziet er geel van de Chinezen (oops). Dringen geblazen dus.
Die restaurants willen allemaal business, die hebben binnen Naxi dansers staan. De restaurants zijn allemaal open van voren, iedereen kan goed binnen kijken en die danseresjes zien. Niet alleen kijken maar ook horen, in elk restaurant staat de muziek volume op 10,1 en buiten op de stoep staan dan de juffen in lokaal klederdracht te proberen mensen naar binnen te praten, duwen, lokken of trekken, afhankelijk van het restaurant. Het is een kostelijk gezicht, voor een half uurtje, daarna gaan je oren pijn doen van het geluid en je ogen pijn doen van het vele Chinees. Maar je krijgt leuke taferelen. Ik zat met TT te eten in een zo’n restaurants, begonnen de lok-miepen buiten (en ik zat aan de buitenkant) ineens heel hard te zingen. Kon de tekst niet verstaan, maar kon me voorstellen zo van… ‘bij ons lekker eten en goedkoop bier, kom snel voor we vol zijn’. Echter, het restaurant aan de overkant van het beekje (beekje is maar 2 meter breed) had ook lok-miepen, en die begonnen in een soort cheerleader-achtig manier het volgende te zingen (ik vertaal vrij): “Ons bier is lekkerder en ons eten is het beste uit heel China dus kom bij ons en niet bij hun’. De reactie hierop was lachen, want onze lok-miepen gingen op het dak staan en zongen heel hard ongeveer zoiets als ‘Wij hebben het goedkoopste bier, ons miep-gehalte is veel beter en onze prijzen ook dus kom bij ons’. Nou ja, toen begonnen klanten zich er mee te bemoeien en werd er nota bene door klanten heen en weer allerlei cheerleader song naar elkaar toe gezongen, onderwijl naar elkaar wijzend en lachend. Kan je je voorstellen, dit alles tussen een massa van langslopende Chinezen. Ik heb me kostelijk geamuseerd.

Ze lag toen al lang op bed.
Jammer van zulke grote getale toeristen is dat het vrijwel onmogelijk is om een restaurant te vinden die behoorlijk eten maakt tegen behoorlijke prijzen. Alles is duur en smaakt naar niks, dat is de prijs die je moet betalen voor massa toerisme. De Chinees maakt het allemaal niet uit, ze komen toch wel, en als je maar genoeg bier drinkt valt het niet op dat je soep zo uit de sloot is gevist en je pizza van karton is gemaakt.

Er bestaat in China een tofu, die zo intens vies ruikt, dat ik er bijna van moest kotsen. Ik ben wel wat gewend maar dit ging zelfs mij te ver en ik ben weg gelopen. TT vertelde me dat het een lekkernij is hier in China, en dat hij echt lekker smaakt maar inderdaad een beetje vies ruikt. Een BEETJE… gadverdamme, lijkt wel een martelwerktuig die reuk. Intens gore geur van verrot vlees dat er al minimaal een week ligt, en dan 10 keer zo sterk. Ahhhhh, hier ga ik nachtmerries van krijgen.

Jaaa, daar is ie dan, de Enge Chinese Grotte Griezel.
Van Pam en Ries kreeg ik een nieuwe afkorting voor mijn woordenboek (zie FAQ gedeelte op deze site). Pam en Ries reizen ook in dit gedeelte van de wereld, niet met eigen vervoer maar daarom niet minder leuk. (www.enkeltjebangkok.nl) Ze moesten erg lachen dat ik Taiwan uit mijn wereldkaart moest knippen van de Chinese douane en hadden ook dat soort ervaringen. Ik geloof dat hun grens overgang 6 uur duurde, en ze stelde de Afkorting ‘Grens Bureaucratisch Geneuzel’ ter beschikking. Met jullie toestemming verander ik hem iets, ik ben het er natuurlijk helemaal mee eens. Ik maar er echter Bureaucratische Grens Geneuzel & Getreuzel van (voorlopig), Dus BGGG. Dank Pam en Ries, en veel plezier in Pakistan!!

Veel gelopen in de nauwe straatjes van lijiang.
Het blijft moeilijk, vrijwel onmogelijk om contact met Chinezen te krijgen. Zelf tussen al deze tienduizenden Chinese toeristen is het me niet gelukt ook maar met één ervan contact te krijgen. Raar he. En net als je dan maar, beetje treurig door de stad loopt, want TT is ook niet zo’n geweldig gezelschap, gebeurt er iets leuks.
Ben al een maand op zoek naar redelijk brood in China. Zag een banketbakkerijtje (Chinezen eten super veel zoete taartjes, gebakjes en andere zoetigheden, zeker nu het moon-festival, of mid-autum-festival vlakbij is). Ik zag een brood, voelde er aan maar net als alle broden in China leek het alsof ik een pak lucht in mijn hand had. Chinees brood heeft geen inhoud en is dan ook nog zoet. Ik liep de winkel al uit toen de eigenaresse ineens luid begon te schreeuwen. Liep in eerste instantie gewoon door maar ze bleef bezig en had het idee dat ze dacht dat ik iets gestolen had of zo. Ik draai me dus om, staat ze daar, met een brede grijns op haar mond, met een joekel van een zelfgebakken brood in haar handen. Ik kijk en voel, jeming, het brood heeft inhoud oftewel substantie, het weegt bijna als een europees brood. Koop dus het brood, voor 8.5 Yuan en op dat moment komt, denk ik, de zoon van achter uit de bakkerij. Hij ziet me en er komt een grijns op zijn bek, zo aanstekelijk dat ik mee moest lachen. We staan zo even elkaar aan te grijnzen, maar ik ken geen Chinees en hij geen Engels dus al grijnzend loopt ie weer naar achter, komt 20 seconde later terug, met nog steeds dezelfde grijns op zijn mond en geeft me een klein pakje zelfgemaakte koekjes. Kijk, dat is nou eens een aardige Chinees, een van de eerste. Het geeft je dan wel weer een goed gevoel maakt wel je dag weer een beetje goed, zal morgen die grijnsbek van een chinees een Hollands klompje brengen.

Helaas, plannen veranderen en i.p.v. de dag in Lijiang door te brengen reed ik de volgende dag, na een bliksem bezoek aan het drakenmeer park, richting Dali. In dit park is waarschijnlijk het meest gefotografeerde meer van China (en dus van Azië). Na het nemen van die foto gepakt en gezakt weer gas gegeven. De weg naar Dali was redelijk, hier en daar wat hobbelig maar zeker beter dan vele wegen die ik reeds achter me heb. Halverwege de rit een enorm noodweer. Donder&bliksem en zware regen met windstoten. Dat heeft tot in Dali zo geduurd. Geparkeerd bij het MCA Hotel, nadat ik hun mooi bloemenhaag gesnoeid heb met het dak van mijn auto. In de namiddag oud Dali doorgelopen. Men is er hier in China lyrisch over. Misschien dat ik het niet zo zag zitten omdat het zo regende, maar in vergelijking met Lijiang vond ik het hier maar een raar boeltje. Ok, er waren niet zo veel Chinese groepen, er waren wat meer backpackers cafe´s waar de stank van wiet naar buiten kwam zeilen en er woonde nog lokalen in het oude gedeelte, maar verder was ook hier van links naar rechts alles volgepropt met die zelfde domme prullaria winkeltjes zoals in Lijiang. De huizen waren oud, maar van dezelfde stijl als in mijn vorige stopplaats. Misschien dat ik er morgen anders over denk als het , hoop ik, droog is.

Toren van dali was het mooist in het donker.
Kreeg een telefoontje van Patrick en Sophie. Die zaten nog lang niet in deze buurt, was nog ergens ten zuiden van Kumming dus die zou ik niet meer treffen. Jammer.

De volgende dag was het inderdaad droog. Stond vroeg op om de lokale toeristische attractie (de lokale architectuur) te zien vóór de Chinese tourgroepen zouden arriveren. Jammer maar helaas dus, ik stond om 8 uur in de ochtend bij de ziud-poort en het was er een ware kermis. Ik denk dat ik ongeveer 40 Chinese toer groepen heb gezien, allemaal van een man of 30 met Chinese gids in lokale klederdracht, een microfoon met megafoon en BLABLABLATINGTSONGTJINGTANG. Echt, na 10 minuten ben ik bijna gillend weg gelopen. Gelukkig nam de dag een goede wending. Besloot om samen met TT naar de drie pagoda’s te lopen. Halverwege kwamen we in gesprek met een taxi chauffeur die ons uiteraard ergens naartoe wilde brengen. Die vertelde dat de entree aar de drie pagoda’s maar liefst 120 yuan is (12 euro). Dat zag ik niet zo zitten, drie van die fallussen, en daar dan 12 euro voor betalen, de taxi chauffeur had een ander idee, namelijk de kabel baan naar boven. Dat bleek een schot in de roos. Er is een zeer lange ski-lift de berg op, boven is het een pracht uitzicht (natuurlijk). Leuker nog, men had een 15 km pad gelegd langs de bergwand. Heb niet alle 15 km gelopen, dat vond Ting Ting niet leuk (ahum) maar wel een heel stuk. De rust, kalmte, de verzichten, prachtig. Het zonnetje ging er bij schijnen en zo kon een dag die ik verwachte super saai te worden, zich toch nog ontpoppen tot een prettig gewaarwording.

Van boven op de berg… Dali.
Later in de middag een heerlijk middag dutje gedaan, watertank gevuld (met dubieus water), water gefilterd voor het drinken en in de avond in het MCA hotel lekker gegeten met als afsluiting een heerlijk stuk chocolade taart. Dat was lang geleden.

Woensdag naar Kumming gereden, een slordige 400 kilometer. Was goed te doen want het was geheel snelweg (hoewel niet altijd even goed). Weg was erg heuvelachtig, wederom erg veel gele rijstvelden, mooie omgeving. Het was ook erg zonnig vandaag weer voor het eerst. Kwam nog een bus met een Hollandse groep tegen, die zwaaide heel vrolijk, dat was erg leuk. Het is overigens frappant hoeveel Hollanders ik tegen kom hier in dit deel van China. Echt waar, ik denk dat de helft van de buitenlanders hier Hollander is. Halve hotels worden bevolkt door Hollanders, het is eigenlijk niet leuk meer.
Om 3 uur in de middag in Kumming bij het Camelia Hotel geparkeerd, en wel hier omdat hier zich ook de ambassade van Laos bevind. Gelijk mijn visum aangevraagd, die kan ik vrijdag ophalen. Ga me dus 3 dagen lekker vermaken in Kumming voordat ik de rit naar de grens van Laos ga ondernemen (3 dagen rit). Ga dus zondag rijden, een dag eerder omdat er weer eens schijn van is dat de grens procedure is veranderd en niemand precies weet hoe of wat. Ik zal dus waarschijnlijk het volgende verhaal vanuit Laos posten, tot dan.